Larense Lakenvelders bij Lochem

Een wandeldag op het Lochemse platteland. We gaan van Ampsen en Exel naar Laren en weer terug. Lochem is een kleine stad ten oosten van Zutphen. Inclusief omliggende dorpen en landgoederen beslaat de gemeente een flink oppervlak. Slechts 33.580 inwoners bevolken een gebied van ruim 215 km2. Zodra je de hoofdwegen verlaat, is het dan ook overal rustig. En het afwisselende coulisselandschap met bos, akkers en weiden is prachtig. Onderweg komen we een hele menagerie tegen.

Vlak naast de trein schuilt een hert in een greppel. Even verderop zit een grote buizerd op een paal bij het spoor. En eenmaal op pad, zien we jonge zwaluwen op een boeren dak bedelen zodra hun ouders terugkeren. Daarna volgen ganzen, schapen, geiten plus paarden op de manege waar we koffie drinken. Het leukst vind ik de Lakenvelders bij Laren. Zo veel heb ik er nog nooit bijeen gezien.

Lakenvelders zijn een zeldzaam en oud Nederlands runderras. Het zijn zachtaardige dieren die vooral voor het vlees worden gehouden. Patriciërs en adellijke lieden hielden ze van oudsher als parkrunderen. Dus deels voor de sier. In Ampsen figureren ze nog steeds als pronkvee in de wei, pal voor het kasteel.

Zwart geld

Binnenkort heb ik een familiereünie. Dat is erg leuk. Er komen allemaal mensen die ik goed ken. En er komen mensen die ik normaal gesproken straal voorbij zou lopen. Gewoon, omdat ik geen idee heb wie het zijn. Hoe dan ook, ik verheug mij op de ontmoeting. Alleen is er een klein probleem en dat is die ene vraag. Een vraag die mij al honderdduizend keer is gesteld. Een vraag die ik, afhankelijk van de toestand der zaken, meestal háát.

Het is een heel onschuldige vraag, hoor. Namelijk: ‘Wat doe jij eigenlijk?’ En dan bedoelen ze: voor de kost. Nou, momenteel niet zo veel. Maar dat kan ik natuurlijk niet zeggen. Of in elk geval: niet tegen iedereen. Sommigen weten af van mijn ‘toestand’. Dat zijn de intimi die er (vermoedelijk, hopelijk) begrip voor hebben. Daarnaast zijn er mensen van wie het mij weinig kan schelen wat ze denken. Maar nu gaat het om de diffuse groep er tussenin.

Uiteraard heb ik geoefend op antwoorden. Ze veranderen continu, afhankelijk van de actuele situatie, de vraagsteller en mijn humeur. Meestal heb ik mijn antwoord dus klaar. Sterker, ik kan kiezen uit een heel repertoire. Deze keer is er een complicerende factor. Want familie, daar is niets vrijblijvends aan. Voordat je het weet, gaan er verhalen rond waar je niet meer van af komt.

Dus wat moet ik nou? Het beste is een antwoord dat dicht bij de waarheid blijft. Daarmee loop ik weinig risico dat ik door een verspreking de mist in ga. En dat antwoord moet ik goed afstemmen op die onbekende neven van mij.

Ik moet zeggen, als de nood het hoogst is, is de redding echt nabij. Want vandaag er kwam een berichtje binnen van het organiserende comité. Dat zit in Brabant. U weet wel, the narco state of the Netherlands. En wat staat er in dat bericht? Jazeker, iets over zwart geld.

Nou, ik ben er uit hoor. Als ze mij vragen wat ik doe, dan zeg ik: ‘Iets met zwart geld. En dat ik verder geen details geef, dat begrijp je zeker wel.’ Blink, blink. Goed he?

Riskeer en word weerbaar

Onlangs sprak ik iemand die het liefste samen met anderen uitstapjes maakt. Zich aansluiten bij een groep is echter niet genoeg. Er moet een vertrouwde naaste mee, anders voelt die persoon zich toch kwetsbaar en alleen. Leeftijd maakt weinig uit; dit is altijd zo geweest.

Het staat haaks op hoe ik zelf in het leven sta. Veel mooie ervaringen heb ik meegemaakt juist omdat ik alleen was. En wat ik heb bereikt, heb ik ook zelfstandig gedaan. Natuurlijk kan je wat hulp of geluk gebruiken. Maar in je eentje uitdagingen aangaan hoort bij volwassen worden. Hoe kan je anders op eigen benen staan?

Uitdagingen krijgen we allemaal. Examen doen, verhuizen en naar een andere school gaan, nieuwe vriendschappen sluiten en presentaties geven. In dergelijke situaties moet je het helemaal zelf doen. (Al gaan sommige ouders met hun kind mee naar een sollicitatiegesprek.)

Ouders kunnen veel doen om hun kind een stevige basis en zelfvertrouwen te geven. Gebeurt dat niet, dan heeft zo’n kind een veel langere weg te gaan. Maar eenieder die de wijde wereld in trekt, krijgt kansen om bij te leren. Daarvoor moet je wel uit je schulp kruipen en het op zijn minst probéren.

Dan nog zal het zelden van een leien dakje gaan. Voor onzekere of sociaal onhandige mensen is de wereld behoorlijk intimiderend. Misschien roep je een negatieve reactie op door je eigen gedrag. Ook kan er een aanleiding zijn van buitenaf. Gewoon, omdat de ander zijn dag niet heeft of omdat hij een aso is. Onderscheid is belangrijk. In alle gevallen kan je van aanvaringen leren. Desnoods met hulp van een coach die helder maakt wat er speelt en handvatten geeft.

Ik heb het meeste geleerd van mensen die buiten mijn vertrouwde kringetje staan. Dat was soms zeer confronterend. Het ging – en zal altijd blijven gaan – met vallen en opstaan.

Plog – Terugkeer naar de uiterwaard

Vijftien graden koeler en een lang verwachte plensbui. Vandaag voelt aan alsof de zomer in de herfst is overgegaan. De afgelopen weken was het te warm in de zon. Nu ben ik terug in de uiterwaard. Het gras ziet er nog relatief goed uit. Dat is boven op de stuwwal wel anders. Daar is weidegrond totaal verdord en wordt het vee met hooi bijgevoerd. In de verte steekt het bos op de stuwwal wel mooi scherp af tegen de grijze wolkenlucht.

Toen opa en oma vijftig waren

Er is een foto van mijn grootouders waarop zij met een dochter en hun jongste zoontje poseren. Dat kleintje is mijn vader, dan een jaar of vier oud. Ze staan achter hun huis op het platje en kijken geamuseerd naar de fotograaf. Een volwassen buurjongen heeft het prentje genomen. Het is eind jaren dertig. Ze staan erbij alsof ze even snel naar buiten zijn gekomen. Opa heeft zijn stoffen werkjas aan. Hun kleren zijn netjes, maar sober. Alleen de trui van mijn tante heeft een speels kabelpatroon.

Toch is er iets bevreemdends. Het lijkt alsof opa en oma de zeventig al zijn gepasseerd, terwijl mijn vader nog een kleuter is. Hij kan hun kleinkind wel zijn. Logisch, want het is al geen jong paar meer. Op die foto zijn opa en oma bijna vijftig jaar oud. En dan daalt het in: dat is vijf jaar jonger dan ik nu ben. Wat een verschil, vooral qua uiterlijk. Want ik zie er zeker 25 jaar jonger uit dan zij toen.

Mijn grootouders en ik schelen 75 jaar en die tussenliggende periode maakt een wereld van verschil. Oma was vier jaar toen zij haar moeder verloor en opa kwam uit een gezin dat door ziekten was verarmd. Ze moesten allebei kort na hun twaalfde verjaardag fulltime aan de slag. En fulltime betekende zes dagen per week en zeker tien uur per dag. Sociale zekerheid ontbrak.

De Eerste Wereldoorlog kwam tussendoor. Nederland bleef neutraal, maar dit moet hun leven hebben beïnvloed. Tien jaar later begonnen de crisisjaren. Opa deed alles wat zijn handen konden: smeden, fietsen repareren, timmeren, en een stoomwals bedienen. Intussen kreeg oma het ene na het ander kind, tien maar liefst. Bovendien verhuisden ze jarenlang om de zoveel maanden, omdat ze opa’s werk in de wegenbouw achterna gingen. In die periode was een woonwagen hun huis.

Later gingen ze in het huis wonen waar de foto is genomen. Daar bleven ze het langst. Oma moest wel het hele huishouden met de hand doen, tot de was aan toe. En met zo veel kinderen ging het werk natuurlijk altijd door. Wanneer ik denk aan al hun verantwoordelijkheden, is het geen wonder dat mijn grootouders er al vroeg oud uitzagen.

Gezichtscorrectie voor selfies

Sinds kort verschijnt er een knopje op mijn smartphone als ik de camerafunctie gebruik. ‘Gezichtscorrectie’ heet het. Ik heb geen idee hoe het er op komt. Evenmin weet hoe ik het er af krijg. Het biedt drie mogelijkheden: 1. ‘Huidskleur’, 2. ‘Slank gez.’, en 3 ‘Grote ogen’. Voor elke optie is er een schaal van 0 tot 8.

Ik moet zeggen dat mijn gezicht er niet best op komt. Daar spelen die opties geen rol bij. Voor mooie selfies moet je gewoon een selfiestick hebben. Toch vraag ik me af hoe het met dat knopje zit. Is het meegekomen met de laatste software update? Of is mijn gezicht soms gescand en geregistreerd?  Zo ja, dan heeft Samsung wel wat uit te leggen. Want vinden ze dan dat er iets mís is met mijn gezicht? Nou?

Het kan best dat deze mogelijkheid voorziet in een behoefte. Misschien hebben veel klanten om digitale plastische chirurgie gevraagd. Wellicht kwamen voor deze drie opties de meeste verzoeken binnen. Maar van wie precies? Waren het mannen of vrouwen? Als er mannen bij zaten, waarom is er dan geen optie voor een strakke kaaklijn? Dat zou toch een logisch verzoek zijn. En voor de vrouwen mis ik de nose job. Wanneer een meisje 18 wordt, hoort dat er in bepaalde kringen bij.

Trouwens, welke rol spelen de verschillende cultureel bepaalde schoonheidsidealen? Vinden Aziaten een slank gezicht belangrijk? Of zien Chinezen liever een vollemaansgezicht? Oh wacht, nu wordt het mij duidelijk. Dat ‘Slank gez.’ zit alleen op toestellen die voor de Europese markt zijn bestemd. En voor het Midden-Oosten is de optie ‘Grote ogen’ vervangen door ‘Nose job’. Helder.

Maar wie zegt er dat ik een slank gezicht wil? Moet ik daar naar verlangen; is dat wat er van mij wordt verwacht? Hoe breed hoort een vrouwengezicht dan precies te zijn? Anders kan ik nog niks met de schaalverdeling. Jammer dat ze tegenwoordig geen handleiding meer bijleveren. Dan had ik de voorgeschreven maten en vereisten zelf kunnen nakijken.

De wereld in kleur tot 1918 – Half houten huizen

Geïnspireerd door de fototentoonstelling De wereld in kleur tot 1918 dook ik in mijn reisfotoalbums. Want bouwwerken zoals op de oude foto hieronder, ken ik van vakanties in Zuid-Europa. Daarom vandaag een laatste drieluik. Deze keer met half houten huizen: oorspronkelijk – vervallen – vernieuwd.

Deze foto in het museum werd in 1913 genomen. Het is een straattafereel in Ohrid, Macedonië. De bovenverdieping van de huizen is gemaakt van donkerbruin hout, terwijl de begane grond met witgepleisterde stenen is gebouwd. Een vergelijkbare bouwstijl zag je vroeger van Spanje en de Balkan tot in Turkije. Daarvoor gebruikte men de materialen die lokaal voorhanden waren. Zoals ruwe brokken uitgehouwen steen.

In 1987 nam ik deze foto van soortgelijke huizen in Ohrid. Op de achtergrond staat een donker houten pand. Het steile paadje ernaartoe is geplaveid met dezelfde soort natuursteen als waarmee muren werden gebouwd. In het pand links zitten flinke kieren, maar het is in gebruik. Was overgrootvader de eerste eigenaar? Dan is het vast nog in handen van dezelfde familie. Vermoedelijk woont men boven en is er beneden een stal of werkplaats.

Dergelijke rustieke huizen vind ik mooi. Ze laten wat aan de fantasie over. Als zo’n pand nog niet is gesloopt, wordt het nu tot boetiekhotel omgetoverd. Meestal met een smaakvol en comfortabel resultaat.

Wel is er verschil tussen een minutieus uitgevoerde restauratie of een renovatie. Een renovatie pakt soms te weldoordacht en gladgestreken uit. Ook in Ohrid gaat de ontwikkeling door. Toeristen bezoeken er nu de zorgvuldig opgepoetste versie van het oude stadshart. Alsof dat een model is geworden van zichzelf.

Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.

(Bovenste foto uit Collection Archives de la Planète – Musée Albert-Kahn/Département des Hauts-de-Seine.)