Ontmoeting bij het internationale ticketoffice

We zullen elkaar ontmoeten bij het ‘internationale ticketoffice’, schrijft zij. J is een oude vriendin die ik nog ken van een groepsrondreis in Vietnam. We zagen elkaar voor het eerst in het laatste jaar dat er groei in mijn carrière zat. Een telefoontje naar kantoor, om te horen welke functie ik na de reorganisatie zou gaan vervullen, was het begin van de omslag in mijn loopbaan.

Zestien jaar later zet vriendin J het jachtige ‘3 à 4 maal per jaar op vakantie’-leventje onverdroten voort, waar ik toen al tientallen jaren in zat, maar waar ik zes jaar geleden radicaal uit ben gestapt. Nou ja … ben uitgestapt. Dat klinkt alsof het een bewuste keuze was.

Soms gaan die dingen zo. Dan komt er zo’n grote verandering in je leven, dat werkelijk alles anders wordt. Mensen die een echt ingrijpende gebeurtenis in hun leven doormaken, merken dat al het overige kan gaan schuiven. Na een ernstig ongeluk of een scheiding kan een kettingreactie aan veranderingen ontstaan. Volgens een oude Happinez komt dit best vaak voor. Als het tegenzit, verlies je in de nasleep van een scheiding ook je huis en je baan.

Waarna het stof op een gegeven moment ook weer neerdaalt. En dan kan het zomaar gebeuren dat je ontdekt, dat wat eerder prima was, nu totaal niet meer past, of ineens gaat schuren. Want bij alle veranderingen maakt je blik op de wereld om je heen eveneens een ontwikkeling door. Zo kan een nieuw perspectief ontstaan.

Vriendin J is naar het station gekomen om een treinticket te regelen naar Genève. Het ging thuis een beetje moeizaam op de computer, dus doet zij het hier. Voor mij is het een trip down memory lane. Ik sta weer in Leiden bij het kleine kantoortje op het centraal station. Daar zit de medewerkster die al vaker treinkaartjes voor mij heeft geboekt. Retour Parijs. Retour Pau. Retourtje Menton. Enkeltje via München naar Ohrid in ‘Joegoslavië’; toen. Een week later enkele reis verder naar Athene toe.

Vriendin J wenst een gunstige vertrektijd. Ze moet eerst van de grens bij Duitsland naar Rotterdam en daar de trein naar Parijs nemen. Het duurt even voordat het systeem een gunstige aansluiting toont naar Genève. Ik ken dat. Zie de hal van Gare du Nord weer voor me. Heb daar buiten in de buurt een ochtendwandelingetje gemaakt. Ben blij dat ik niet over hoef te stappen in die bloedhitte. Met een rugtas en een rolkoffer en een hoop gestress in de metro.

Het is mij al herhaaldelijk gevraagd. Soms begripvol, soms met een soort leedvermaak, soms met nauwelijks verholen ongeloof. Of ik het écht niet mis? Echt niet. Ook niet een héél klein beetje? Nee. En dan voor de zekerheid ter controle: wat als het nu om Australië zou gaan?

Het voelt wel weer bijzonder vertrouwd, natuurlijk, zo met vriendin J bij dat internationale kaartjesloket. Vriendin J is een van de zeer weinige mensen met het ware reizigersbloed.

Bovendien is zij de enige uit mijn oude ‘vriendenkring’ die na haar vroege scheiding de tering drastisch naar de nering moest zetten en dus heeft ervaren wat het betekent om even geen geld aan vakanties te kunnen besteden. Of aan andere luxe, zoals concerten en wekelijkse etentjes.

Met één verschil. Ik heb mijn complete bucketlist op reisgebied al doorlopen voordat ik vijftig werd. Daardoor ervaar ik nu niet het minste geringste vlaagje jaloezie in het internationale ticketoffice. Echt niet.

Voor inspiratie naar de 50PlusBeurs

Onverwacht detail, bij nader inzien

Een nieuwsbrief in de mailbox biedt kaartjes aan voor de 50PlusBeurs. De 50PlusBeurs in Utrecht. Daar heb ik eens een dag als deelnemer in een informatiestand gestaan. Toen was ik nog te jong.

Beurzen vormen een uitputtingsslag, maar afhankelijk van het thema bezoek ik ze graag. Idealiter kom je er in contact met mensen en bedrijven die je op nieuwe ideeën brengen. Ze bieden producten en diensten aan, die je in je eigen omgeving minder gauw vindt.

Inmiddels ben ik oud genoeg en deze keer wil ik inspiratie opdoen. Gewoon, om uit te vinden wat ik met de kennis en mogelijkheden van nu, met het vervolg van mijn leven zal doen.

Het spookbeeld van de tuin

Luchtdansend spook in de tuin

Zeven jaar ben ik nu bezig om een groene oase te maken van een voormalige stenen massa. Dit jaar is alles mooi volgroeid en staan de planten er beter bij dan ooit. Toch is tuinieren hier een continu gevecht tegen de bierkaai. In de zanderige ondergrond zakt het water veel te snel weg. De meeste planten en struiken komen uit Mediterrane en subtropische oorden, maar hebben wel voldoende water nodig om tot bloei te komen en er gezond uit te blijven zien.

In mijn tuin kan ik een microklimaat creëren. Schaduwdoek beschermt het jonge loof en de bloemen tegen de felste zonnestralen en de regenton vangt elke druppel op van het dak. Pas een keer heb ik in 2022 met kraanwater moeten sproeien. Tot vorige week viel er steeds een plensbui wanneer die hoognodig was. Alleen gisteren niet. En nu staat de volgende warme droogteperiode voor de deur. Daarom heb ik tijdig foto’s genomen, als toekomstige herinnering.

‘Het spook in de speeltuin.’ Die titel zit in mijn geheugen gegrift. Het bijbehorende logje stamt uit 2014 en heb ik later gewist. ‘Een spook in de tuin’, dacht ik, bij het langzaam opwaaiende en sierlijk bewegende schaduwdoek. Een balletdanseres in slow motion.

Suspirium, opnieuw.

Gevolgd door ‘Het spookbeeld van de tuin’. In dorre bruintinten, vanwege de versnelde klimaatverandering.

Echt een kind van mijn vader

Vandaag moest ik sterk aan mijn vader denken, die vijf en een half jaar geleden overleed. Ik heb namelijk iets gemaakt waaraan je goed kan zien dat ik een kind van hem ben. Mijn vader was van de generatie die met weinig tevreden moest zijn. Spullen waren duur in zijn jeugd. Dus als er iets kapot ging, dan repareerde je dat, en het liefst met materiaal dat je ergens van bewaard had. Je gooide nooit zomaar iets weg. Mijn vader heeft een paar jaar technische scholing gehad. Hij was veertien toen hij aan zijn eerste fulltime baan begon. Vijf en een halve dag in de week.

Ik denk dat ik iets van zijn praktische creativiteit en inventiviteit meegekregen heb. Plus de wil om zelfredzaam te zijn. Daarnaast ga ik ook zorgvuldig met mijn (weinige) spullen om. Wat nog goed is, gaat nooit zomaar weg. Desnoods breng ik het naar de kringloopwinkel of zet ik het te koop op Marktplaats.

Mijn vader is een paar maal in het huis geweest waarin ik nu woon. Bij een van zijn bezoeken bracht hij enkele zelf opgekweekte tomatenplanten mee. Hij had ze opgebonden aan een paar oude bamboe stokken. Stokken die ongetwijfeld al talloze malen in de tuin waren gebruikt. De tomaten hielden het in mijn zanderige tuin niet zo lang uit. Wat overbleef, waren die twee bamboe stokken.

Fast forward naar nu, zeven jaar later. Gisteren is de allerlaatste klus op de ellenlange klussenlijst (vanaf juni 2015) geklaard. De dakkapel achter is geverfd. Het houtwerk ziet er weer helemaal fris en glanzend uit. Er zitten enkel nog wat vettige vlekken buiten op een ruit. Dus moeten de ramen op de eerste verdieping worden gezeemd. Ik weet niet hoe andere mensen dat doen, maar zelf kan ik er nooit zo makkelijk bij.

Ik kan op een wiebelig tafeltje gaan staan, ver voorover hangen en dan met een spons in de hand de ramen zemen. Of ik kan op de vloer van mijn slaapkamer blijven staan en dan met een spons aan een veel te lange stok met hoekige en houterige bewegingen, al stotend tegen het plafond / de middenbalk / het andere raam proberen het raam aan de buitenkant schoon te maken. Gevolgd door dezelfde capriolen met een handwisser op een te kort stokje of een wisser op een veel te lange steel waarmee ik ook weer overal tegenaan stoot.

Daarom zoek ik al jaren naar een tussenmaatje voor die steel. Een spons op een lichtgewicht steel van ongeveer een meter lang, plus een wisser met even lange steel.

Je zou toch denken dat ik niet bepaald de enige ben met dit probleem. Er zijn toch wel meer huizen waar ramen zemen op de eerste/tweede/etc verdieping een ingewikkelde bedoening is. Maar iets handzaams op een steeltje van een meter lang is er niet. Zelfs niet op internet.

Ooit vond ik iets wat erop leek in een bouwmarkt in een koopjesgrabbelbak. Dat was een soort sponsdoekje op een plastic plaatje aan een stokje met een scharnier. Waarschijnlijk was het voor het wassen van autoruiten bedoeld. Maar toen ik later vanuit het zolderraam met een bergklimmerstouw op het dak van mijn dakkapel geklommen was, en bengelend over de rand de wang (= dakdekkersvaktaal) van mijn dakkapel aan het schoonmaken was, brak het sponsgedeelte van het handzame steeltje af.

Ik ben nog terug gegaan naar diezelfde bouwmarkt met precies diezelfde koopjesgrabbelbak, maar wat er ook allemaal in lag, geen autoruitenwassersponsjeopsteel. Sindsdien is ramen wassen op de eerste verdieping weer een probleem.

Totdat ik vandaag dus een ingeving kreeg, die mij dochter van mijn vader waardig maakt. (Overigens had ik al eerder een gerelateerde uitvinding gedaan die behoorlijk gelijkwaardig was.)

Want wat ik nog niet heb verteld, is dat ik die tweede keer iets anders vond in die koopjesgrabbelbak. Namelijk: een verfroller met korte steel, maar dan wel een met een telescopisch deel. Kijk. Daar kan ik wat mee.

Men neme een verfroller en men neme een rol ducttape. Met een stuk tape zet je de roller vast, zodat die niet meer draait. Et voilà! Een sponsachtige ding met korte telescopische stang dat in gefixeerde stand niet rolt maar keurig over het glas veegt.

Alleen die ruitenwisser ontbrak nog. Gelukkig kwam vandaag het eureka-moment. Want wie wat bewaart, heeft wat. Een oud wissertje met korte steel, bijvoorbeeld. Plus een oude bamboe tomatenstok. Laat die stok nu precies passen in het holle steeltje van dat ding. Stukje bamboe eraf gezaagd om de steel op maat te maken en stukje ducttape erop om de boel te fixeren. Tadà!

Ruitenwisser met medium bamboesteel; verfroller als spons op medium telescoopsteel

Nu alleen nog even een patent aanvragen voor mijn prototypes.

Zelf zorgen voor koelte in huis en tuin

Verkoeling Libanese methode: dikke gordijnen buiten voor het balkon.

Komend weekend wordt het weer warm. Dan is een beetje koelte en schaduw in huis en tuin wel zo prettig. Na het eerdere gepruts met doeken, stokken, knijpers en touwtjes, kreeg ik vanmorgen een paar ingevingen. Van een lange doek en een oud gordijn heb ik twee perfect passende schaduwdoeken gemaakt. Dat is heel eenvoudig.

(Voor geïnteresseerden hier een korte werkbeschrijving. Meet goed uit hoe lang de doek moet zijn. Check waar de haakjes, lusjes of oogjes ter bevestiging moeten komen. Bijvoorbeeld alleen op de hoeken, of op specifieke onderlinge afstanden. Knip (voor lusjes) twee veters door midden. Vouw (voor hoekbevestiging) een klein stukje van elke hoek van een doek of gordijn dubbel. Naai de vier veterkoordjes als een lus op de omgevouwen hoeken vast. Steek voor extra versterking een grote veiligheidsspeld door het doek en de vastgenaaide veters heen. En klaar is je schaduwdoek.)

Zo heb ik een lang schaduwdoek gemaakt voor de hortensia’s en een luifel voor aan de schuur. Nu nog twee extra palen in de achtertuin. Dan kan ik voor de schuur heerlijk in de schaduw zitten. Een strategisch geplante boom zou trouwens nog beter werken, maar mijn papaja is nog in de groei.

Voor het woonkamerraam ga ik een buitengordijn maken. Het meest effectief is namelijk om warmte van buitenaf te weren. (Witte muren, luiken voor de ramen, sedum op het dak, bomen rondom het huis.) Bij tropische temperaturen scheelt dat veel.

Tijdens de extreme hitte was het hier 39 graden in de schaduw. Toen heb ik een witte flanellen hoeslaken aan de buitenkant om mijn dakraam gespannen, evenals katoenen doeken buiten voor de slaapkamer- en woonkamerramen gehangen. Verder heb ik ’s morgens al vroeg het hele huis gelucht en de boel vanaf 08.00 uur potdicht gehouden. Dat leverde een verschil op van 14,5 graden tussen de binnen- en buitentemperatuur! Op de begane grond, weliswaar. Op zolder werd het warmer.

Van oorsprong had mijn 109-jaar oude huis houten luiken voor de ramen. In het kader van energiebesparing zouden die wederom handig zijn. Ze houden het huis ’s zomers lekker koel en tijdens winteravonden extra warm.

Bij elkaar kosten een schaduwdoek, een luifel en een buitengordijn mij niets. De oude doeken/gordijnen en schoenveters had ik nog liggen. Dergelijke artikelen komen altijd een keer van pas. Naaigaren en veiligheidsspelden ook. Mijn probleem is opgelost en de bewaarde spullen krijgen een tweede leven. Dat stemt tevreden.

Hoe komt de gele slak aan zijn kleur?

Gele tuinslak eet bloemblaadje van de gele puntwederik

Slakken met een geel huisje kunnen beter tegen hitte en droogte dan slakken met een donkerder onderkomen. Dit blijkt uit onderzoek van Naturalis naar stadsslakken en plattelandsslakken en de kleurschakeringen van hun huisjes. Binnensteden zijn doorgaans enkele graden Celsius warmer dan het platteland. Om te voorkomen dat ze op warme dagen worden gestoofd, hebben stadsslakken zich aangepast.

Dat is aardig om te weten, maar blijkbaar heeft nog geen enkele wetenschapper zich aan de ‘Hoe dan?’-vraag gewaagd. Althans, ik zie nergens een verklaring staan. Wat wel wordt vermeldt, is dat de kleur van het huisje genetisch is bepaald. Dus even snel van huiskleur wisselen, is er niet bij.

Tenzij. Tenzij je als slak ervoor zorgt dat je voldoende gele kleurstoffen binnen krijgt. Uit de bloemblaadjes van de gele puntwederik, bijvoorbeeld. Ik heb geen idee of mijn veronderstelling klopt. Maar voor geïnteresseerde wetenschappers lijkt mij dit een mooi onderwerp voor vervolgonderzoek.

Rood met paars, tweede kans

In de humanistische dialoog bijeenkomst gaat het over tweede kans. Krijg je een tweede kans? En wat gebeurt er dan? Wie verdient een tweede kans? Waarom? Wat is daarvoor nodig? En dan? Wie of wat geef je een tweede kans?

Vroeger dacht ik dat de combinatie rood met paars niet kon. Maar van alle kleurencombinaties vind ik rood met paars misschien wel het mooist. Vooral als het rood bloedrood is. Die rode, dat is duizendschoon.