Vandalisme in zo’n keurig dorp

 

“J’aimerais te voir à Oosterbeek”, schreef hij [Jan Kneppelhout] in 1834 aan een vriend, “une personne que j’aime foulerait une terre que j’aime, une terre où ont germé mes plus douces, mes plus chères pensées, où j’ai vécu si heureux, où j’ai été bon si souvent …”

Op een heerlijke zonnige zondag wandel ik in de koele schaduw van de bomen op de Hemelse berg. Het oude landgoed van Kneppelhout. Zijn naam is mij vertrouwd. Hij vormt een van de verbindingen tussen mijn nieuwe thuisgebied en Leiden, mijn oude woonplaats. Zoals hij naar de omgeving keek, zo kijk ik nu instemmend met hem mee.

Om mij heen een heuvelachtig bos met doorkijkjes naar de lager gelegen rivier. Er stroomt een kabbelende beek door, met vijvers, bruggetjes en kleine watervallen. De naastgelegen Lage Oorsprong heeft onder meer een openluchttheater. Daar genieten toehoorders op het gras van een concert. En op een glooiende weide verderop liggen dromerige koeien lekker lui te soezen naast een boom.

Kneppelhout was een humoristische schrijver uit de negentiende eeuw. Hij heeft veel voor het dorp en de inwoners betekend. Daarom zie je nog overal gedenktekens. En nu is er een kapot.

Het is een vierkant kunstwerk van glas. Heel dik glas. Ik ontdekte het tijdens een wandeling zo’n vijf jaar geleden, toen ik nog in het Westen woonde. Het was leuk om de naam van een bekende Leidenaar in Gelderland tegen te komen. En nu is zijn monumentje dus stuk. Op een hoek is een grote scherf uit het glas gebroken. Mensen hebben al troep in de doorzichtige kubus gegooid. Er ligt een verfrommeld sigarettenpakje in, en een gedeukt pak sinaasappelsap. Kunst gereduceerd tot afvalbak.

Toen ik het glaswerk voor het eerst zag, dacht ik al. ‘Als dat maar goed gaat.’ Want het staat op een verlaten plaats. Op zondagen loopt er wel genoeg volk rond. Mensen met kleine kinderen en baasjes met hun hond. Maar wat komt er langs op andere dagen, of ’s avonds? Want het is bij uitstek een plek voor verveelde hangjongeren. Die moeten hun energie kwijt, stoer doen of hun agressie botvieren. Die willen kijken hoe ver ze kunnen gaan en hun maten tonen hoe sterk ze zijn.

De ruiten van het eenzame bushokje tussen het dorp en de stad zijn al gesloopt. Die worden na de zoveelste geweldsuitbarsting niet meer vervangen. Als hangjongere moet je dan wel op zoek naar wat anders. Geen mooiere uitdaging dan zo’n glazen ding. En dit glas was minimaal twee keer zo dik als die ramen. Kicken.

Hoe zouden ze het hebben aangepakt, als het inderdaad hangjongeren waren? Je loopt het bos toch niet in met een voorhamer?

Bron citaat: Biografischwoordenboekgelderland.nl.

De 10 minst gelezen logjes en de 7 langst gevolgde bloggers

Sinds ik de URL van dit blog heb veranderd, is het bezoekersaantal gekelderd. Nu moet ik dus braaf wachten tot de crawler van Google langskomt. En ik heb al zo veel geduld. Dit roept herinneringen op aan het prille begin van Raam Open. Behalve enkele hondstrouwe volgers kwam er toen ook geen mens op dit blog.

Zelf volg ik eveneens al jaren bloggers. Regelmatig komen daar nieuwe bij. Af en toe gaat er zonder scrupules een bezem door de lijst. Want sommigen lijken aanvankelijk boeiend, maar gaan na verloop van tijd vervelen. Terwijl ik bij anderen eerst twijfel, die uiteindelijk toch heel interessant zijn. En echt pakkende foto’s doen het altijd goed bij mij. De onderstaande diehards mag je met recht overlevers noemen.

Samengevat wil ik vandaag een podium bieden aan de 10 minst gelezen logjes en de 7 langst gevolgde bloggers.

De 10 minst gelezen logjes op Raam Open van voor 2018 (met link)
Ze zijn echt grappig en/of boeiend hoor.

  1. Haast op maandagochtend
  2. Oud en nieuw land
  3. Investeren in land en samenleving
  4. Open microfoon
  5. Een president heeft een zwaar beroep
  6. Flink zijn; de jeugd van bejaarden
  7. Keuze in kledingwinkels
  8. Kunst en cultuur in Rotterdam
  9. Loek en mijn tweede miljoen
  10. De ring

De 7 door mij het langst gevolgde bloggers sinds 2013

  1. https://scillie.com/
  2. https://blewbird.wordpress.com/
  3. https://vluchtstrook.net/
  4. https://luuk1945.wordpress.com/
  5. https://mackwebber.blog/
  6. https://vuurklip.wordpress.com/
  7. https://sprokkelen.wordpress.com/ nu van dezelfde schrijfster vooral: https://landschaplopen.wordpress.com/

Sommigen schrijven nog zelden. Ik blijf ze volgen in de hoop dat ze doorgaan.

Een speciale vermelding tot besluit: Xiwels Bijzondere Bloglijst.

(Zucht. … Waar blijft die bot van Google nou?)

Soms wat bot en grof

Soms vraag ik mij af wat mensen bezielt. Een blogster schrijft op haar profielpagina wat ze privé en zakelijk doet (met bedrijfsnaam). Er staat ook een enkel zinnetje bij over haar vier belangrijkste karaktertrekken. Althans, kennelijk beschouwt zij ze zelf zo. Namelijk: direct, eerlijk, bot en grof. Ik had al zo’n vermoeden. Dit was namelijk te merken aan haar reacties op mijn blog.

Was.

Want ik kan ook direct zijn, maar pak het liever wat geraffineerder aan.
‘Mijd luidruchtige en agressieve mensen, zij zijn een kwelling voor de geest.’

Desiderata, Max Ehrmann, 1927.

Hou grip op je geld

Volgens het Nibud worstelt 40% van alle Nederlanders met de financiële administratie. Dat is zorgwekkend, maar het verbaast mij niet. Want papieren rekeningen komen zelden nog per post. Tegelijk gebruiken we onze bankpas bijna achteloos. En via apps zitten we zo vast aan een abonnement. Met de overgang van tastbaar geld naar bankpas naar smartphone verdwijnen de financiële consequenties van ons handelen steeds verder uit beeld. Jong en oud ontbeert overzicht en gaat de mist in. Daarom maak ik dat overzicht zelf.

Geniepig zijn vooral de nieuwe ‘onzichtbare’ rekeningen die je kan verwachten van abonnementen en bijna vergeten aankopen. (Ticket Master – € 250.00. ‘Oh, da’s waar ook, we hebben vorige week ff snel op internet vier kaartjes gekocht voor dat concert in oktober.’) Creditcards zijn van oudsher de grootste instinkers. Na gebruik kan je het bedrag binnen een maand kosteloos terugbetalen. Alleen ontvang je geen herinnering. Dus voordat je het beseft, tikken de rente en kosten al aan.

Daarom maak ik aantekeningen van aankopen. Al sinds 1981 hou ik in schriftjes een privéboekhouding bij. Wekelijks check ik bankafschrijvingen en reken ik het bedrag aan contante uitgaven uit. Hierdoor heb ik steeds overzicht, maar vooral ook inzicht in mijn bestedingen. Dat helpt bij een planning.

Wil je grip op je geld houden, dan kan je het beste van je inkomsten en uitgaven een financieel overzicht maken. Dat is heel simpel. Kijk naar wat je per maand aan inkomsten kan verwachten. Zet al je vaste lasten op een rij en bereken wat je maandelijks voor eten, kleding, uitstapjes, etc. nodig hebt. Trek het een van het ander af en zie wat je overhoudt. (Het Nibud heeft hier programma’s voor.)

Waar het om gaat, is dat je aan het begin van de maand geen overschot op een betaalrekening laat staan. Want dat geef je gelijk uit. Is er genoeg, hevel dan een deel over naar een spaarrekening of een beleggingsfonds. Het fijne is dat je dan altijd reserves hebt voor grotere aankopen. Voor geld op een spaarrekening wil je een goede bestemming bedenken. Zoals een nieuwe auto, koelkast of een vakantie.

Hou je daarentegen zelden wat over? Tja, dat wordt dan schrappen of schrapen. Een nieuwe inkomstenbron aanboren kan wellicht ook. Alles beter dan die creditcard, in elk geval.

Alles en iedereen terug naar huis

In 1983 ontmoette ik op vakantie in Griekenland een Amerikaanse vrouw van Nederlandse origine. Zij werkte in haar land bij een oudheidkundig museum. We waren in Athene. ‘Stel je voor’, mijmerde zij ‘hoe mooi het zou zijn als alle kunstvoorwerpen en artefacten wereldwijd terugkeren naar hun land van herkomst.’ Anno 2018 zou menig arm land dan gelijk veel rijker worden aan toeristische trekpleisters. Zelf fantaseer ik soms hoe het zou zijn als alle mensen terugkeren naar het land waar hun wortels liggen.

Wat de kunstvoorwerpen en museumstukken betreft, ben ik meteen voor. Mijn reis naar de Stille Zuidzee sloot ik af met een tussenstop in Londen. In een achteraf kamer van een museum hingen twee Maori houtsnijwerk gezichten. De aanblik stemde mij intens triest, want deze voorwerpen zijn bezield. Daar hingen ze dan, in dat kille land. Zo ontzettend ver en weggerukt van huis. Geen gezang meer of het gelach van bekenden om hen heen. Weg haka, weg poidans. Gelukkig waren ze nog wel samen en konden ze elkaar aankijken. Dat was tenminste iets.

Wat mensen betreft, lijkt het mij een beetje ingewikkeld. Alleen al in praktische zin. Toen Jozef en Maria voor een volkstelling naar Bethlehem gingen, was het aantal mensen nog te overzien. Moet je nu kijken wat er gebeurt als het in China bijna nieuwjaar is. En in december reizen expats van over de hele wereld massaal naar huis voor kerst. Dat zijn enorme logistieke operaties.

Voor Nederland voorzie ik trouwens wel voordelen. Wij blinken tenslotte uit in transport, planning en logistiek. Dus hebben wij de wereld wat te bieden. En denk eens aan de schilderijen van Rembrandt. Ach, als het werk uit zijn Leidse periode toch weer binnen de singels zou hangen …

Alleen: hoe definieer je ‘thuis’ en waar leg je de grens qua generaties? Ik ken iemand die geboren is uit Nederlandse ouders in Rhodesië. Dat land bestaat niet meer. Een vriend is als Armeniër (volk, religie) opgegroeid in Libanon. Zijn Armeense grootouders waren op de vlucht voor de Turken in Syrië gestrand. Daardoor hadden zijn ouders een Syrisch paspoort en ook hij kreeg die nationaliteit. Maar hij was nog nooit in Armenië of Syrië geweest. Als dit gezin niet naar Australië was geëmigreerd, hadden de zonen voor Syrië in het leger gemoeten. Met de kans dat ze tegen Libanon hadden moeten vechten in de jaren tachtig. Ik heb Nederlandse ouders en ben hier geboren. Maar mijn voorouders komen uit zes landen. Huidige landen, de grenzen zijn sinds hun leven veranderd. Met het ene land heb ik gevoelsmatig en cultureel meer dan met het andere. Waar ga ik dan naartoe?

Toch, stel je voor dat we allemaal twee generaties terugkijken en dan naar eigen voorkeur een land van onze grootouders kiezen. Om naar te verhuizen. Neem bijvoorbeeld als peiljaar 1940. Welke volksstromen zouden we dan wereldwijd zien? Welke mentaliteit en gewoonten zouden de terugkerende mensen meebrengen, na decennialang verblijf in een ander land? Zouden ze goed samengaan met de oude bewoners? Wat zou het voor de achterblijvers in grote immigratielanden betekenen? Zouden de Verenigde Staten overeind blijven? Zou het in Afrika beter of slechter gaan? Zouden Italië en Ierland zinken onder de massale toestroom? En hoe zou Nederland er dan uitzien? Qua cultuur, economie, politiek, geografische inrichting, etc.?

Sommige hulpverleners zijn gewoon asociaal

De Volkskrant volgt het leven van een Syrische asielzoeker. De man is duiker van beroep en inmiddels als vluchteling erkend. Hij heeft zijn gezin naar Nederland gehaald, zit op taalles en zoekt werk. Met de taal en het werk schiet het niet op. Vorig jaar kon hij wel als fruitplukker aan de slag. ‘Maar’, zei een hulpverlener, ‘dan verdien je nauwelijks meer dan wat je nu aan bijstand ontvangt.’ Hij raadde hem het werk af. Vandaag las ik in dezelfde krant dat slechts 10.5% van de Syrische statushouders hier na dertig maanden werk heeft.

Het lijkt me nogal een overgang voor Syriërs en andere asielzoekers. In veel landen van herkomst bestaat nul komma nul bijstand. Krijg je wel hulp, bijvoorbeeld van de moskee, een zakenman of een gefortuneerd familielid, dan kan je er vergif op innemen dat er een tegenprestatie wordt verwacht. In welke vorm dan ook. En is het niet meteen, dan komt dat gegarandeerd later. Kan je zelf niet presteren, dan moet je zoon dat waarschijnlijk doen. Kwestie van reciprociteit. Voor niks gaat de zon op. Trauma of geen trauma. Dat is overal zo.

En dan beland je in Nederland, waar je een verblijfsstatus krijgt. Plus een woning, geld, huisraad, kleding, scholing voor je kinderen, gezondheidszorg, en de rest. Je was in Syrië al wel een zekere welvaart gewend. Anders had je voor die hele reis onvoldoende geld gehad. Dan was je lot nu aanzienlijk erbarmelijker geweest. Dan werd je nu in een Turkse fabriek uitgebuit. Of zat je nu in een Libanees tentenkamp.

Wellicht bezit je zelfs nog een huis, dat niet is gebombardeerd. Naar verhouding gaat het je eigenlijk best goed dus. En je hebt een waardevol diploma op zak. Ook al kom je daarmee in dit land niet aan de bak. Dus als die hulpverlener zegt dat je dat fruit niet hoeft te plukken, dan ga je je toch zeker niet in het zweet werken? Dat doen de gastarbeiders en de ongeschoolden maar. In het Midden-Oosten werkt het tenslotte net zo.

Ik ken geen recent erkende vluchtelingen. Maar als ze zo denken, dan begrijp ik dat best. Wat ik minder begrijp, is waardoor zo’n hulpverlener meent dat hij namens de hele Nederlandse bevolking wetgever mag spelen. Al vindt hij dit vast heel sosijalisties van zichzelf.

Beukenbomen in de lentezon

Ik kwam er al langs toen ik nog niet kon bevroeden dat dit landgoed mijn ‘achtertuin’ zou worden. Een rij formidabele beukenbomen. Beuken zie je hier overal. Vrij en imposant, met hun takken naar alle kanten. Of strak in het gelid lanen flankerend. Wie als landheer een beetje rijk was, liet een enkele rij aan weerszijden van lanen planten. Wie geld te over had, koos dubbele rijen. Dit is mijn favoriet.

Ik blijf ernaar terugkomen.

Regelmatig gaan deze bomen op de foto.

Zoals nu, in de lente dus.