Probleem oogmeting na operatie maculagat

Toen de zichtproblemen begonnen, kon ik nauwelijks bevroeden wat mij te wachten stond. Zoals: hoe lastig een goede oogmeting is bij een meervoudige oogaandoening. Vorig jaar december verscheen er een grillig blind vlekje in mijn linkeroog. Daarna verwees de huisarts mij met spoed door en constateerde de oogarts een maculagat.

Wat volgde, was een gasbelinjectie die niet het gewenste effect had. Daarna een oogoperatie met een tweede gasbelinjectie, waarna onmiddellijk staar optrad. Drie maanden later had mijn oog genoeg rust gekregen. Er werd een staaroperatie uitgevoerd en met een lens werd mijn bijziendheid aan de linkerkant van -5 naar -3 terugbracht. Althans, dat was de bedoeling, in werkelijkheid is het verschil iets groter. Na de staaroperatie geldt een maand wachttijd voordat een optometrist in het ziekenhuis de oogmeting doet. Die meting vond medio juni plaats. Al sinds december 2020 heb ik geen goed zicht gehad.

Dan de problematiek. Ik ben dus bijziend. Mijn netvlies is na de maculaoperatie niet glad hersteld, waardoor ik nog steeds een vervorming in mijn blikveld heb. Daarbij is het verschil in sterkte tussen mijn linker- en rechteroog nu ongeveer -2.25, wat volgens de oogarts iets meer is dan menselijke hersenen goed kunnen corrigeren. Onze hersenen voegen namelijk twee verschillende beelden tot één beeld samen. Hoe groter het verschil is tussen die twee, hoe zwaarder dat is voor onze hersenen.

Conclusie: ik kan voor een bril- of contactlensmeting niet langer bij een opticien terecht. Er moet voortaan een optometrist aan te pas komen, die raad weet met mijn combinatie van drie oogaandoeningen.

Maar hoe weet ik vooraf wie echt goed is? Ik ben nu drie oogmetingen door drie optometristen verder en de uitkomsten zijn allemaal verschillend. Sinds juni zijn de glazen van mijn oude leesbril al tweemaal vervangen. Van mijn nieuwe veraf-bril moest ook een nieuw glas worden vervangen. Nog steeds ervaar ik een trekkend gevoel bij mijn linkeroog en zie ik niet helemaal scherp. Overigens was een vierde meting, speciaal voor mijn contactlenzen, weer een verhaal apart.

Er staat van alles op internet, maar niets over wat ik nu mag verwachten. Bijvoorbeeld:

  • Kan een vervorming qua zicht dankzij een goede brilmeting en afstemming van links en rechts door een optometrist volledig worden ‘weggewerkt’?
  • Moet het beeld van het ‘goede’ oog in onze hersenen domineren over het beeld van het geopereerde oog, om het zien van de vervorming te voorkomen?
  • Kun je voor een leesbril standaard zeggen: neem de sterktes van de veraf-bril en trek daar 1.5 van af? Want dat beweert men bij de brillenzaak. (Waarom was het verschil tussen mijn vorige veraf-bril en leesbril dan 1.75?)
  • Hoort bij een leesbril de as precies voor de pupil te zitten als je recht vooruit kijkt, of in de onderste helft van het glas, omdat je daar doorheen kijkt als je leest?
  • Wie draagt het financiële risico van de glazen in geval de brilmeting niet goed gaat?
  • Moet er een alarmbel rinkelen bij de optometrist, als de klant zegt dat ze niet goed kan aangeven of ze de lettertjes optimaal scherp ziet, omdat ze door de vervorming niet goed ziet?
  • Kan je een betrouwbare brilmeting doen als iemand zeven maanden lang met een oog niet goed heeft kunnen zien?
  • Is er verschil tussen de zuiverheid van het resultaat bij een meting vroeg in de ochtend of ’s middags, nadat iemand urenlang naar teksten heeft gestaard?
  • Hoe weet je of de cilinder goed is?

Inmiddels lijkt het erop dat mijn lenzen redelijk goed zijn, dat mijn veraf-bril nu bijna goed is, maar dat mijn leesbril nog steeds niet in orde is. Terwijl ik juist van die leesbril zo afhankelijk ben.

Bijvangst

Nu ik voor mijn onderzoek met feiten uit het verleden bezig ben, gaat het gebeuren uit het heden langs mij heen. Ik registreer het en daar blijft het bij. Er wordt al genoeg over gezegd.

En passant lees ik over zo veel bizarre voorvallen, dat fantasie niet langer nodig is. Een alledaags oorlogsdagboek is voldoende. Oorlog haalt het mooiste en het slechtste in mensen naar boven. De verhalen over de belevenissen van gewone mensen zijn veelzeggend genoeg.

Het zijn de feitelijke situaties, vermeld met weinig woorden en emoties, die de beste aanwijzingen herbergen en tot nadenken aanzetten. En het is deze bijvangst, die het meeste toevoegt.

Wegdromen met muziek

Er hangt een mooie jurk in de etalage en ik loop de winkel in. Binnen zijn er nog meer feestelijke kledingstukken te zien. Uitgaanskleding die ik associeer met nachten doorgaan en vertier. Gedachten doemen op door een lied op dat achtergrond klinkt. Het nummer vangt mijn aandacht, neemt de regie en sleept me mee. Dat overkomt mij wel vaker met muziek.

Zonder nog iets te zien, blijf ik rond dralen, net zolang totdat het nummer afgelopen is. Ik ken de melodie wel, maar de titel helaas niet. Daarom prent ik een fragment uit het refrein in mijn brein:

‘Sugar, how you get so fly?’

‘Sugar, how you get so fly?’ Wat een rare zin. Toch zit er duidelijk een ‘f’’ in. Even later verheldert Google alles. En de videoclip? Die is heel puberaal en cliché-achtig, maar ook herkenbaar en best wel grappig. Moet je gewoon ff zien. 😉

Het andere pad, over de rivier

Na een afspraak in het Belmonte Arboretum wil ik het centrum van Wageningen bezoeken. Maar in plaats van naar rechts te gaan, besluit ik eens een onbekend pad in te slaan. De weg leidt naar de aanlegplaats van het Lexkesveer.

Zo beland ik ineens aan de overkant. Voor mij een lange brug over een ruimte voor de rivier. Achter mij het pont, dat rechtsomkeert.

Iedereen is weg. De plek is verlaten. Even voelt het alsof ik op een vakantiebestemming ben beland, zonder precies te weten wat ik ervan kan verwachten.

In de buurt ligt Randwijk, een klein plaatsje in de Betuwe. Op de dijk wordt de nieuwe oogst aangekondigd: ‘Kersen te koop. Na 150 meter rechts.’ Je kan het niet missen. Ik neem een pondje.

Daarna volgt een wandeling over de dijk richting Heteren met een pauze bij de weg naar het Renkumse Veer. Het is goed kersen eten hier.

Schoonheid in stikstoffixatie

Op een akker in de buurt groeit een plant met rozerode bloemen. Ik vermoed dat het een soort lathyrus is. Lathyrus is een geslacht uit de vlinderbloemfamilie. Van een afstand is niet direct zichtbaar waarom die plantenfamilie zo is genoemd. De bloemetjes zijn tamelijk klein. Maar bekijk je ze van dichtbij, dan zie je de gelijkenis. De bloemblaadjes hebben dezelfde adertjes als de vleugels van een vlinder.

‘De meeste soorten vlinderbloemigen leven in een mutualistische symbiose met stikstofbindende bacteriën van het geslacht Rhizobium.’ Dit staat op Wikipedia, gevolgd door een scheikundig proces. Aangezien de akker middenin een natuurgebied ligt, is dit gewas daar vast gezaaid vanwege zijn functie. Hier zie je dat er schoonheid schuilt in stikstoffixatie.

Introverte, hooggevoelige kunstenaar

‘Hoe is dat in je naar boven gekomen?’, vraagt de mild-geïnteresseerde, half-verveelde, semi-elitaire mevrouw aan de kunstenaar. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin terwijl ze luistert naar zijn verhaal. Een aantal kunstenaars in een verzamelgebouw houdt open dag. Wanneer ik de gang in loop en een atelier betreed, sta ik ineens oog in oog met iemand uit het dorp. Iemand die zichzelf ‘kunstenaar’ noemt.

In het atelier wil de kunstenaar (v) graag met mij praten. Zij wil dat altijd wanneer wij elkaar toevallig ontmoeten. Zij meent dat wij een aantal raakvlakken hebben, en misschien is dat wel zo. Bij elke ontmoeting doet zij steevast een toenaderingspoging. Als we het ergens over hebben, wil zij daar altijd nog eens een keer uitgebreid over verder praten. Dat komt er nooit van, want zelf heb ik die behoefte minder. Hoe komt dat?, zo vraag ik mij af. Ze is best aardig, dus waarom hou ik het steeds af?

Behalve als ‘kunstenaar’, bestempelt zij zichzelf ook als ‘hooggevoelig’. In mij herkent zij iets vergelijkbaars. Voor mensen die willen weten of ze ‘hooggevoelig’ zijn, bestaat er een test met veertig vragen. Jaren geleden heb ik die test eens gedaan. Ik scoorde 39 uit 40; dus zou je zeggen dat ik ‘hooggevoelig’ ben. Maar ‘hooggevoeligheid’ wordt wetenschappelijk niet erkend en die test bevat veel open deuren. Zoals: ‘Schrik je hevig van plotselinge, harde geluiden?

Wellicht heb ik minder behoefte aan nader contact, omdat zij dit verschil in behoeften niet aanvoelt, ondanks haar ‘hooggevoeligheid’.

Nu even iets anders. Vroeger keek ik erg uit naar de zomer, maar sinds een jaar of tien waardeer ik de winter meer. Wintertijd is een periode van knus binnen zitten, ingetogenheid, rust en inkeer. Terwijl de zomer voor uitbundigheid staat, en buiten veel leven in de brouwerij. Anders gezegd: winter is voor de introverten en de zomer voor de extraverten. Daarom verwachtte ik iets herkenbaars te lezen in een log over dit verschil bij liefhebbers van deze seizoenen.

De auteur schaart zichzelf nadrukkelijk onder de introverten. Mij ontging de inhoud bij het lezen van haar log echter, hoewel ik introverte trekjes heb. Ik werd nogal afgeleid door een stuk of vijftien schreeuwerige, bewegende, flitsende en pop-uppende reclames op haar site. Zou dit op een reële vorm van hooggevoeligheid wijzen?