Transformatie van patiënt naar mens

In drie jaar tijd ben ik twee keer van tandarts veranderd. Tussen specialist en patiënt luistert het namelijk nogal nauw. Bovendien delen mijn gebit en ik een hele geschiedenis. We hebben al het nodige moeten ondergaan. Deze tandarts was mij aanbevolen door een goede bekende. Ik geloof direct dat ze kundig is, maar haar manier van doen is minder. Dus toen vooraf werd gemeld dat iemand haar vandaag verving, vond ik dat prima.

Het is een heel jonge man. Terwijl de assistente achter mij staat, komt hij binnen en vraagt hoe het met mij gaat. Het klinkt bijna alsof hij bedoelt hoe het met mij persoonlijk gaat. Ik antwoord ‘goed’ en maak daarna toch maar gewoon een opmerking over mijn tanden. Zijn manier van doen is relaxed. Tijdens de controle informeert hij ook belangstellend naar het welzijn van de assistente. Zij is ziek geweest, moest overgeven, en nu gaat het beter. Gelukkig maar.

Bij mij is alles in orde. Na afloop van de controle stel ik een vraag over mijn verstandskies. De jonge tandarts vertelt dat ik hem beter kan laten zitten. Je weet nooit of die kies later nodig is voor een brug of zo. Dit klinkt heel anders dan de dreigende taal van mijn vaste tandarts. Die begon meteen over de boel open laten snijden door een kaakchirurg.

Ik mag deze tandarts wel. Daarom zeg ik dat hij wat mij betreft voortaan wel mijn vaste tandarts mag worden. Hij vraagt waarom. De assistente, die met haar rug naar mij toe staat, draait zich om. Nu moet ik het vertellen. Dat mevrouw M altijd zo gejaagd is. Dat ik haar aanrakingen ruw vind. Het is prettig dat hij rustiger werkt.

Een moment lang is het stil. Aan hun gezichten valt geen emotie af te lezen. Maar onmiskenbaar voel ik een zucht van verlichting door die kamer gaan. Loyaal zeggen ze dat mevrouw M kundig is en ze erkennen dat zij ‘soms’ wat ruw kan werken. Waarna de hele sfeer omslaat en we zomaar in gesprek raken. Over het werk van de tandarts. Over het vierjarige dochtertje van de assistente. En over hoe het wonen mij hier bevalt.

Gedrieën zijn we getransformeerd. Van tandarts, assistente en patiënt naar mens.

Wie wordt de mantelzorger?

Mijn naaste buurman is hoogbejaard en woont zelfstandig. Vorig jaar stierf zijn vrouw, voor wie hij dag en nacht mantelzorger was. Zelf is hij mentaal scherp, maar hij loopt moeilijk en tobt met zijn gezondheid. Onlangs stond er een ambulance voor de deur. Met griep en longklachten werd hij in het ziekenhuis opgenomen, zo bleek achteraf. De kans is groot dat hij zelf binnen afzienbare tijd een mantelzorger nodig heeft. Maar wie wordt dat?

Ondersteuning kan hij regelen. Elke week maakt een hulp zijn huis schoon. Haar vraagt hij ook om uitleg over zijn smartphone. De bestelauto van de plaatselijke apotheek rijdt regelmatig voor. En de traplift van zijn overleden vrouw gebruikt hij nu zelf. De oude invalidensticker op zijn auto is handig bij het boodschappen doen. En af en toe komt er een zorgcoach langs die kijkt hoe het gaat.

Vorig jaar bood ik aan om zijn voortuin te ontdoen van welig tierend onkruid. (Het breidde zich ook naar mijn tuin uit.) Dat kan hij moeilijk zelf. Toen ik bezig was, wees hij gelijk op allerlei andere klussen die eigenlijk ook nog moesten. Een boom weghalen, struiken snoeien, enzovoort. Op mijn vraag of hij weleens een tuinhulp had ingeschakeld, keek hij moeilijk. Want ja, er kwam een keer een vrijwilliger, maar die deed het niet goed.

Mijn buurman staat niet bekend als een makkelijke man. Dat hoor ik van alle kanten en inmiddels weet ik waarom. Op zich is hij niet kwaad, alleen houdt hij nauwelijks rekening met een ander. Zijn vrouw was trouwens pas echt erg. De afgelopen twintig jaar wisselde mijn woning vier maal van eigenaar. Alle drie mijn voorgangers hadden ruzie met dat echtpaar.

Bij de bezichtiging vermoedde ik al dat er wat speelde. De makelaar wees mij toen op de bouwvallige staat van de gezamenlijke schoorsteen. Dat was vreemd. Want kort daarvoor was het hele dak aan mijn kant gerenoveerd. Dan pak je toch gelijk die schoorsteen mee? Sinds mijn komst doe ik moeite voor een normale verstandhouding en eigenlijk gaat het best redelijk.

Maar met deze buurman moet ik ook lastige kwesties bespreken. Want hij doet niets meer aan onderhoud. Zijn huis is inmiddels zo verwaarloosd dat het overal zichtbaar wordt. Vroeger kon hij alles zelf. Nu vindt hij het lastig om mannen in te schakelen. Door die trots moet ik steeds praten als Brugman voor hij instemt met gezamenlijk woningonderhoud.

Zo kom ik dus af en toe bij hem over de vloer. Hij vind bezoek gezellig. Ik vind het wat minder. En ik moet opletten, want de problemen zijn nooit veraf. Vorig jaar vroeg hij om mijn telefoonnummer. Dat vond hij wel handig, voor als er eens wat was. Stel dat hij zou vallen, dan zou hij mij kunnen bellen. Ik zou ook niet willen dat hij urenlang alleen op de grond zou liggen. Dus zei ik dat hij mij in zo’n noodsituatie kon bellen.

Onlangs sprak ik hem weer. Hij wás die week gevallen en had anderhalve dag op de grond gelegen. Want zijn mobiele telefoon lag buiten handbereik. Ik opperde dat hij eigenlijk beter zo’n pieper bij zich kon dragen, waarmee je een zorgorganisatie alarmeert. Dat werd al geregeld; de zorgcoach kwam diezelfde dag nog langs.

Gisteren belde deze buurman aan. Of ik hem mijn telefoonnummer kon geven, want dat was hij kwijt. Voor het geval hij weer op de grond lag. Ik wilde al met ‘06’ beginnen toen ik een formulier in zijn hand zag. Dus vroeg ik voor wie mijn nummer bedoeld was. Voor hem, of voor een organisatie. ‘Ja, zodat ze je kunnen bellen als ik weer op de grond lig.’

Wel opvallend, dat zijn drie kinderen in dit hele verhaal niet voorkomen.

Werk in de zorg: blij dat zij het doen

In de Volkskrant van afgelopen woensdag stond een uitgebreid artikel over frequent voorkomend geweld in de psychiatrie. Geweld van patiënten tegen medewerkers, wel te verstaan. Heeft een patiënt een psychose, dan vinden medewerkers geweld al ‘normaal’. Maar het gaat verder, ook als een patiënt wel toerekeningsvatbaar is. Doelbewust trappen, met gebroken ribben als gevolg. Dreiging met ‘ik weet waar je woont, ik krijg je nog wel’. Sommige medewerkers houden er PTSS-klachten aan over. Aangifte doen pakt vaak onbevredigend uit. En medewerkers hebben een beroepsgeheim. Het zal je werk maar zijn.

Misschien werk ik nog wel liever bij de rioolreiniging dan in de zware psychiatrie. Het lijkt mij de meest deprimerende sector die er bestaat. Bij rioolreiniging zie je tenminste nog resultaat: een mooi, schoon, fris, doorgespoeld riool. Terwijl je bij mensen met een ernstige psychische stoornis vrijwel niets meer bereikt. Ik ben blij dat anderen deze patiënten uit naastenliefde en zorgzaamheid toch een menswaardig leven proberen te bieden. Mij ontbreekt de benodigde engelachtige opofferingsgezindheid. Want wat een shit krijgen die medewerkers over zich heen.

Hebben we als maatschappij te lang het gedrag van bepaalde groepen vergoelijkt? Zo van: mensen met een lichamelijke handicap of psychische stoornis kunnen het ook niet helpen. Zwangere vrouwen en moeders met kinderwagens zijn kwetsbaar. En bejaarden zijn nu eenmaal hulpbehoevend. We moeten dus een beetje extra rekening met ze houden. Ik vraag mij dan toch af: is dat altijd zo?

Sommige moeders gebruiken hun kinderwagen als stormram. Gisteren werd ik door iemand in een rolstoel klemgereden die ik te voet wilde passeren. Er zat toch echt een achteruitkijkspiegel op. En dan die moddervette man op een buitenboord model scootmobiel. Hij reed in een druk overdekt winkelcentrum keihard tussen het wandelende publiek door. Meerdere mensen moesten geschrokken voor hem opzij springen. Anders zou hij ze zo hebben aangereden. Moeten we voor zo iemand begrip opbrengen?

Ik ben benieuwd hoe lang het nog duurt voordat de eerste #MeToo-berichten van hulpverleners in het nieuws verschijnen. Waaronder medewerkers in de thuiszorg, die door ‘hulpbehoevenden’ worden aangerand. Ziekenhuispatiënten en klanten van fysiotherapeuten, die zelf hun handen niet thuis houden. Dat soort gedoe.

Ook daarom: petje af voor de mensen die dat werk wel doen.

Scherpe kijk op brillen en lenzen

De laatste tijd is het nogal een getob. Ik heb een gewone bril om veraf scherp te zien. Plus een leesbril, omdat ik teksten door de gewone bril wazig zie. Plus lenzen, aangezien ik buiten geen bril op wil. Plus een leesbril speciaal voor bij de lenzen, omdat ik daarmee van dichtbij niet kan lezen. Oh, en nog een zonnebril zonder sterkte, als zomerse combi met mijn lenzen. Afijn, wat een gedoe.

Want zomaar met lenzen zonder leesbril op stap gaan, wordt lastig. Als ik op mijn mobieltje naar treintijden zoek, kan ik de kleine lettertjes nauwelijks ontcijferen. En de letters op het schermpje zelf vergroten gaat ook al niet. Dus wat nu?

De meneer van de lenzen begon bij de vorige controle over een multifocale optie. En de meneer van de gewone bril (bij een andere winkel; ik hou van second opinion) sprak daar ook al over. Ik zag het voor me. Van die brillenglaasjes met stukjes erin. Mooi niet.

Uiteindelijk bracht een mevrouw uitkomst. Wat als ik nu eens minder sterke lenzen nam? Dan wordt wat dichtbij is beter zichtbaar. Min 0.75 en min 0.50 kon er best af, volgens haar. Ik moest het eerst nog maar eens zien. En toch: eureka! Ze heeft gelijk hoor. Less is more. Met minder sterke lenzen kan ik zowel goed veraf als beter dichtbij zien.

De zorg en het prijzencircus

Onlangs maakte DSW een verhoging bekend van de zorgpremie in 2017. Andere verzekeraars zullen waarschijnlijk volgen. Voor mensen met lage inkomens verzacht de zorgtoeslag het leed. Maar linksom of rechtsom betalen we allemaal mee. Want zo werkt dat met collectieve verzekeringen en belastingheffing. Toch hangt er al jaren een prangende vraag in de lucht. Namelijk: hoe houden we de zorg voor iedereen betaalbaar? Zonder enkele flinke ingrepen, zullen de kosten verder stijgen. Tot nu toe durft bijna niemand stelling te nemen.

Hoe gevoelig vraagstukken over de zorg liggen, blijkt wel uit het voorstel van de Rotterdamse CDA-wethouder Hugo de Jonge. Hij wil dat vrouwen die onmogelijk voor hun kinderen kunnen zorgen, verplicht tijdelijk anticonceptie gebruiken. Direct wordt de link met verstandelijk gehandicapten gelegd en valt de naam Hitler al snel. Welkom in de debatwereld van Nederland.

miljoenennota-2017Toch moeten we vroeg of laat keuzes maken om de zorgkosten in toom te houden. Van de totale rijksbegroting gaat bijna een derde, ofwel € 75,4 miljard, naar de zorgsector. Daarvan wordt circa een derde door ziekenhuizen opgeslorpt. Als leek kan ik er zonder kennis, nadere cijfers en toelichting weinig zinnigs over zeggen.

Wel kan ik enkele heikele zaken benoemen.

Marktwerking ziekenhuizen en andere zorgverleners
Voor mij is het onduidelijk wat de marktwerking heeft opgeleverd. Wat zouden de uitgaven zijn geweest als bijvoorbeeld ziekenhuizen voornamelijk in staatshanden waren gebleven? Even gesteld dat die wel efficiënter zouden kunnen werken. (Universitaire ziekenhuizen werden voorheen bekostigd door de overheid.) Is de kwaliteit en de patiënttevredenheid nu merkbaar verbeterd? Is alles nu organisatorisch goed geregeld?

Dure medicijnen
Als klein land kunnen wij kennelijk geen redelijke prijzen voor medicijnen bedingen. Het lijkt mij logisch dat ons land voortaan algemeen gangbare medicijnen inkoopt in Europees verband. Nu vragen farmaceuten waanzinnige bedragen voor bepaalde medicijnen die relatief kleine aantallen patiënten nodig hebben. Wellicht wordt het interessant om in dergelijke gevallen staatsbedrijven op te richten die zulke medicijnen ontwikkelen en produceren. We subsidiëren onderzoek toch al met premies en belastinggeld.

Medische ontwikkelingen
Nu kunnen we zeer vroeg geboren kinderen in leven houden die vroeger zouden sterven. Of denk aan kinderen die bij de bevalling te lang bekneld hebben gezeten. Hoe gaat het daarna met hen? Blijft een deel daarvan zeer zwaar gehandicapt en leeft die groep  als kasplant verder? Om hoeveel kinderen gaat het, hoe gezond zijn ze en wat is de kwaliteit van hun leven? Is dit iets waar we op maatschappelijk niveau over moeten nadenken? Of hoort dat uitsluitend tot het domein van de ouders, de medici en de zorgverleners in kwestie? Zijn zij dan ook de enigen die mogen bepalen wat financieel acceptabel is bij alles wat nu mogelijk is?

Verwijtbaar gedrag
Prins Friso gaat in 2012 bij Lech met een vriend buiten de piste skiën. Er geldt waarschuwingsfase 4, het op een na hoogste voor lawinegevaar. Hij raakt bedolven onder een lawine en we kennen de afloop. Maandenlang wordt hij in het ziekenhuis verzorgd voordat hij overlijdt. Naar mijn idee is het onredelijk dat anderen opdraaien voor de gevolgen van dergelijk roekeloos gedrag. Ik vind dat mensen die bijvoorbeeld zeer risicovolle sporten beoefenen zich apart moeten bijverzekeren.

De een wel en de ander niet
Verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten worden doorgaans op uitgestrekte, lommerrijke terreinen in laagbouw gehuisvest. In bepaalde gevallen is de verhouding cliënt : zorgverlener een op een. Voor activiteiten en begeleide uitstapjes wordt regelmatig gezorgd. Nogal wat hulpbehoevende ouderen echter, moeten veel moeite doen om een indicatie te krijgen voor haastige thuiszorg. Mantelzorgers, familie en/of partners worden langdurig zwaar belast. De ene groep krijgt opvallend veel (met dank aan de sterke zorglobby die preekt voor eigen parochie). De andere groep mag het deels zelf uitzoeken en kwijnt soms weg. Ik zou graag een evenwichtiger balans zien in het zorgaanbod voor deze groepen.

Misbruik
Ik heb zelf eind jaren negentig op de financiële administratie van een ziekenhuis gewerkt. Dat er misbruik wordt gemaakt door patiënten of dat mogelijkheden worden opgerekt, is zeker. In welke mate, is minder duidelijk. Ik denk dat verzekeraars meer administratieve controleurs aan kunnen nemen. Zulke krachten verdienen zichzelf namelijk terug.

Gebrek aan solidariteit
In mijn tijd werd er gesteggeld over wie de kosten van niet-betalers droeg. Ziekenhuizen mochten geen patiënten weigeren. Maar bij herhaling stond er een niet-ingezetene aan de balie van ons christelijke ziekenhuis. Zulke mensen werden door het nabijgelegen universitaire ziekenhuis doorverwezen. Kortom, de christenen werden geacht te betalen voor de ‘reizigers’ en illegalen, terwijl de wetenschappers het lieten afweten. Ik dacht tot dan toe dat onze gezondheidssector was gebaseerd op solidariteit.

Dit artikel is onvolledig en ik weet soms ook niet goed waar we grenzen zouden moeten stellen. Ik heb het als discussiestuk geschreven en hoop op inhoudelijk constructieve bijdragen.