Zomeravond na een lange rit

Na een lange reisdag op de motor/in de auto/bus/trein of het vliegtuig kom je eindelijk op je bestemming aan. Ergens in een klein dorpje of een uitgestrekt natuurgebied. Je bent plakkerig, hongerig, dorstig, stram van het lange zitten, duizelig en moe. Het loopt al tegen de avond. Het verkleurende landschap baadt nog in het warme licht van de traag ondergaande zon. Geen herrie, drukte of stank hier. Maar kalme plattelandsgeluiden, een verkoelend briesje en schone lucht.

Snel ga je naar je hotelkamer. Je dumpt je bagage, neemt een korte douche, zorgt dat je iets te eten krijgt en loopt dan gauw weer naar buiten. Je oren tuiten nog na van alle drukte. De adrenaline stroomt nog door je aderen. De omgeving waarin je plotseling bent aanbeland, geeft je na alle beweging het gevoel dat je in een onbegrensde ruimte staat. Dat klopt.

Een klein ommetje dan. Voordat de zon helemaal verdwijnt en de duisternis de mooie zomerdag verzwelgt die hier plaatshad terwijl jij onderweg was. Dat gevoel. Dat had ik net. Na een hele dag stilzitten. Mijn ogen strak gericht op websites vol ambtelijke teksten. Maar ik ben tevreden over mijn lijst met vondsten en opmerkingen. Het eerste tastbare resultaat is er.

Dus stap ik naar buiten. Omdat de zon nog schijnt. En wandel in een gebied zoals ik dat ken van buitenlandse vakantiebestemmingen. Ook al herinner ik me niet of daar ook maïsvelden waren. Langs een militaire begraafplaats vol bloemen en een stuk land met geurig drogend hooi. Langs twee meter hoog maïs, een al lege akker en een bosrand met nieuwe aanplant. Verder, langs oude bomen, een groenstrook voor vlinders en onder de boog door van de dubbele rij beuken. Ernaast hooiland met een verlaten blauwe tractor plus aanhanger. Precies tussen waar de hooibalen nog liggen en waar ze al zijn opgehaald. Avondetenstijd; de boer gaat straks weer verder. Zonnebloemen langs de rand.

Ze hoeven niet eens te weten hoe laat en op welke dagen ik werk. Zolang ik de klus maar naar eigen inzicht klaar. Dichter bij totale vrijheid in een werksituatie kom je niet. Doe wat je wil, het kan. Dan volgt de rest vanzelf. Kijk maar naar mij.

Geluid festivals loopt de spuigaten uit

‘Nederland wordt te klein voor zo veel festivals’, kopte de Volkskrant afgelopen zaterdag. Feit is dat het aantal festivals in ons land al jaren flink stijgt. In 2012 waren het er volgens onderzoeksbureau Respons 708, tegen 934 in 2016. Dan hebben ze de jaarlijkse straatmaaltijd in mijn oude stadsbuurtje vast niet meegeteld. Waren die festivals allemaal maar zo gemoedelijk. Vaker worden omwonenden opgescheept met forse geluidsoverlast.

Voor wie verder leest: deze longread begint met de invloed van openlucht-festivals op omwonenden. Daarna volgt mijn ervaring met wonen te midden van omgevingsgeluiden in Leiden. In geuren en kleuren, uiteraard. En ik sluit af met een ode aan ‘3 oktober’ van Rubberen Robbie, voor de liefhebbers.

De Volkskrant: ‘In Breda werd deze maand een motie aangenomen tegen de geluidsoverlast. Centrumbewoners klagen over ‘misselijkmakende’ bassen en ramen die kapot trillen door lawaaiige optredens.’ Dit is nog afgezien van dagenlange parkeerproblemen, wegomleidingen, onbereikbare werkgevers, plus piesende en kotsende, straalbezopen jongens voor je deur. Het klinkt vertrouwd, want ik ben opgegroeid met 3 oktober (Leidens Ontzet).

Moeten we dit soort mega-evenementen in steden dan maar schrappen? Bij het artikel staat een foto van een Vierdaagsefeest aan de Waalkade in Nijmegen. Eigenlijk is dat een mismatch. Dergelijke grote, traditionele evenementen zorgen niet voor blijvende ergernis. Als je in Leiden woont, weet je dat je 3 oktober er bij krijgt. En de Tilburgse kermis hoort net zo in die stad thuis als een gesloten textielfabriek. Een of twee grote jaarlijkse evenementen kan iedereen wel verdragen.

Maar ‘uit cijfers blijkt dat vooral het aantal kleine en middelgrote festivals groeit. … Onderzoeken laten nu zien dat bezoekers vooral behoefte hebben aan kleinschaliger ervaringen op bijzondere plekken. … Die vind je vaker in de stad.’ Dus kan het gebeuren dat de gemeente van mei tot oktober om de week een ander ‘event’ toelaat. De centrummanager, organisatoren en horecabazen zijn daar blij mee. Want het is fijne promotie voor de stad en iedereen pikt een graantje mee. Behalve de omwonenden, die hebben het kennelijk maar te accepteren. Een vergelijking met Airbnb is zo gemaakt.

Organisatoren kunnen wel wat doen om geluidsoverlast in te perken. Een goede installatie, vakkundige geluidsmensen en een slimme opstelling van boxen, maken al verschil.
Gemeenten kunnen een harde limiet stellen aan tijden, geluidsvolumes en aantallen openlucht-evenementen met versterkte muziek. Graag zie ik dat ze gewoon de stekker eruit trekken wanneer een organisator zich niet aan afspraken houdt.

Het probleem zit vooral in de opeenstapeling van rumoer en het dominante geclaim van de openbare ruimte. ‘Vrijheid eindigt zodra die van een ander wordt beperkt.’, zei Jan Terlouw onlangs. Dat is precies wat er bij een teveel aan geluid speelt. Het geluid word je opgedrongen. In je eigen woning kan je niet meer tot rust komen. Het houdt je uit je slaap, ook al moet je er de volgende dag vroeg uit. In het ergste geval leidt het tot hevige stress, gevoelens van onmacht of feitelijke agressie, uitputting en fouten in het verkeer of op het werk. Ik betwijfel of een festivalorganisator dat in zijn SWOT-analyse meeneemt.

Kortom, jaarlijks een of twee grote evenementen in de openbare ruimte vind ik prima. Maar hou het daar bij. Als bekend is dat omwoners ernstige overlast krijgen, laat organisatoren hen dan een financiële vergoeding geven. Tenslotte is de openbare ruimte van iedereen. Zo’n gebaar is volwaardiger dan mensen afschepen met een gratis drankje. Kennelijk zijn evenementen in de buitenlucht lucratief genoeg. Anders was er nu geen sprake van wildgroei.

Mag ik dan nu aangeven waardoor ik zo’n pesthekel aan mensen heb gekregen die met hun volume voortdurend te veel openbare ruimte innemen? Lees verder “Geluid festivals loopt de spuigaten uit”