Het leven is maakbaar, toch?

Als je ergens een probleem mee hebt, dan moet je aan je eigen houding werken. We worden in onze maakbare samenleving voor ons gedrag verantwoordelijk gehouden.

Als je tegen je eigen grenzen aanloopt, en daar ondanks tal van gesprekken in coach-achtige settings niet voorbij komt, dan is dat je eigen schuld. Want als je slachtoffer bent van een misdrijf, bijvoorbeeld, dan moet je aan jezelf werken en met je gevoelens leren omgaan.

Als dat je niet lukt, dan is dat je eigen fout. Want het leven is maakbaar. Alles is oplosbaar, als je maar hard genoeg je best doet. En als je maar gemotiveerd genoeg bent.

Refrein. Want als je je moegestreden voelt, omdat er al jaren dingen spelen die ondanks alle pogingen niet veranderen, en je laat het kopje er bij hangen, dan heb je niet genoeg gedaan. Dan heb je het opgegeven. Dan had je maar meer moeten doen. Wanneer je je terugtrekt, als best leefbare optie uit freeze, fight or flight, en facing evenmin heeft gewerkt, dan wordt dat opgevat als vluchtgedrag.

Terwijl ik toch meende dat je de dingen moet accepteren die je niet kunt veranderen. Dat je dan op basis van zelfkennis mag proberen om met jezelf vrede te krijgen. Dat je daar zelfs mee moet leren leven. Juist wanneer je in tientallen jaren al talloze pogingen hebt gedaan tot verandering. En dat andere mensen jouw keuze dan hebben te respecteren.

Maar als zij dat niet doen, of daar niet mee kunnen leven, wat dan?

Dan ligt het aan jou. Want van de dader kan je niet verwachten dat die zal veranderen. Die is nu eenmaal zo, dus daar moet je maar mee leren leven.

Refrein. Als je je moegestreden voelt …

Een tube crème aangesmeerd

Je verwacht dat iemand met levenservaring wel weet hoe zich te gedragen, maar er blijven van die twijfelmomenten bestaan. Neem nu de volgende situatie.

Enkele jaren geleden deelde mijn kapster tubetjes crème uit aan vaste klanten. Deze handcrème beviel mij bijzonder goed. Daarom wilde ik bij het volgende bezoek een tube kopen. Helaas, de tube kwam uit een eenmalige partij en nabestellen ging niet. Toch zou de kapster mijn wens onthouden. Bij een volgend bezoek had ze een andere crème in de aanbieding. Die zou mij vast bevallen. Ze smeerde er wat van op mijn hand, maar deze crème kon mij minder bekoren.

Enkele jaren passeerden, tot de kapster afgelopen november weer een tube tevoorschijn haalde. Ze had toch nog één tube uit die eerste partij gevonden! Ik blij. Ze draaide al gelijk de dop van de tube af en wilde de crème op mijn hand smeren. Vanwege de hygiëne in coronatijd zei ik gauw: ‘Het is wel goed zo, ik neem hem.’, waarna zij er vijf euro voor rekende.

Eenmaal thuis dacht ik dat deze tube er anders uitzag: zwart met een soort accolade als versiering. De tube uit die eerste partij had toch een kleurtje? Hoe dan ook; er stond nog een open pot crème en de tube ging voorlopig de kast in.

Een lockdown volgde en het werd februari. De pot raakte leeg en ik haalde de tube tevoorschijn. Ik schroefde de dop er af en deed wat crème op mijn hand. De substantie voelde veel gladder aan dan ik mij kon herinneren. Vervolgens rook ik er eens aan. Prompt drong er een loodzware muskusgeur in mijn neusgaten. Gètver! Wat bleek? Die accolade was een snor! Ik had mij een mannencrème laten aansmeren door de kapster.

Nu kan je denken: ‘Ach, wat maakt het uit. Dan geef je die tube toch gewoon aan een man.’ Maar de mannen in mijn wereld zijn geen types voor crèmes. Die willen zo’n tube hooguit hebben als je er een machine mee kan invetten. Ook kan je denken: ‘Wat is vijf euro nou helemaal?’ Niet veel, inderdaad. Maar vanwege een langdurig gebrek aan inkomen, vind ik het toch weggegooid geld.

Vandaag had ik weer een afspraak bij de kapster en ik wilde die tube terugbrengen. Nu moet je weten dat deze kapster zich bij confrontaties doorgaans als eerste reactie ergens onderuit probeert te praten. Bovendien kon ik vooraf wel raden wat er zou gebeuren, want kappers hebben het financieel zwaar gehad en dat zou zij mij zeker gaan vertellen. En ja, als andere klanten om die reden extra fooitjes uitdelen, ontstaat er toch een ongemakkelijke situatie.

Het is maar een spelletje, hoor

Vandaag heb ik mijn wekelijkse sportuurtje opgezegd. De directe aanleiding is het gedrag van een van de mannelijke deelnemers. Die bewaart namelijk geen afstand. Dat was trouwens al zo voordat de coronacrisis uitbrak.

Het gaat om kleine incidenten en er is weinig onbetamelijks aan. Al ben ik daar bij hem niet helemaal zeker van. Die twijfel, die argwaan, die roept hij zelf op. Door bij ieder incidentje gelijk te roepen: ‘Sorry’. Met zo’n onschuldig lachje er bij, alsof hij er ook niets aan kan doen. Om daarna meteen weer door te gaan.

Misschien hoort dat meteen doorgaan wel bij ‘sportief’ gedrag. Dan heb ik zeker een bepaalde code gemist. Medespelers kunnen dan zeggen: ‘Joh, maak er geen probleem van; hou het leuk.’ En bij bepaalde types is deze populair: ‘Het is maar een spelletje, hoor.’

Als je hoort wat zijn leeftijd is, dan geloof je dat nooit. Hij is tachtig, maar was vroeger gymleraar van beroep. Eerst dacht ik dat hij net met pensioen was, want hij is super fit. Dat geeft hem vast een kik. Hij etaleert zijn goede conditie graag en dat begrijp ik best. Het is toch machtig als je afgetrainde lichaam het op die leeftijd nog zo geweldig doet.

Ook is hij veruit de snelste en behendigste van ons allemaal. Daarom vraag ik mij wel af waarom hij bij balspelen zo vaak tegen medespelers op botst. En de anderhalve meter afstand regel geldt hier nog steeds. Ter verklaring zegt hij dat het gebeurt omdat hij zo ‘enthousiast’ is.

Soms neemt hij letterlijk de leiding over. Dan laat deze oud-gymleraar ons wel even zien hoe het moet. Afijn: toen hij vandaag secondenlang een medespeelster beetpakte voor een ‘instructie’, zonder dat er iemand ingreep, en hij dat vervolgens bij mij wilde doen, wist ik genoeg.

De minder zichtbare scheidslijn

Bij de voorbereiding van de expositie stel je je voor hoe het zal lopen na de opening. Je denkt na over de inhoud en de vorm van de presentatie. En je schrijft teksten die van de collages een samenhangend geheel maken. Maandenlang bekijk je foto’s door de ogen van denkbeeldige bezoekers. Je ziet hen voor je. Hoe ze halt houden bij elke collage. Hoe ze daar naar wijzen en zeggen: ‘Goh, kijk, daar staat Marietje.’ Of: ‘Weet je nog …?’

Je verwacht trouwens dat er verschillende belangstellenden zullen verschijnen. Huidige en vroegere buurtbewoners. Evenals mensen van wie hier familie heeft gewoond. Zij zijn benieuwd naar hoe hun straat zal worden getoond. Daarnaast verwacht je andere dorpsbewoners en bezoekers die in geschiedenis geïnteresseerd zijn. En je hebt mensen uitgenodigd van wie je foto’s hebt gekregen, zoals makelaars en archiefmedewerkers.

Je weet dat bepaalde zaken onzichtbaar zullen blijven. De dieper liggende onderlinge relaties en de onbenoemde situaties. Dus kleur je zorgvuldig binnen de lijntjes om overal buiten te blijven.

Je creëert voldoende publiciteit en het resultaat mag er zijn.

Toch blijft het op de eerste dagen rustig. Heel rustig. Geleidelijk aan begin je het onzichtbare te zien. Ouderen durven niet langs te komen uit angst voor corona. En de ‘arbeiders’ uit de oorspronkelijke bevolking moeten de kost verdienen. Zij hebben meer te doen. Diverse buren zijn schuchter of verlegen. Zij komen zelden buiten hun vertrouwde kring. Sommigen van hen moet je persoonlijk uitnodigen, anders komen ze niet.

Maar er speelt nog iets. Vandaag sprak ik iemand van de sportclub, die hier geboren en getogen is. Zij woont aan de overzijde van de weg die het dorp door midden snijdt. Zij woont in het welvarende deel.

De weg is een N-zoveel, met zebrapaden en stoplichten. Je kan er makkelijk oversteken. Alleen niet als je bent opgegroeid in het welvarende deel. Want dan blijft de overzijde een gebied waar je niets te zoeken hebt. Te rauw. Althans, dat is nog steeds het heersende idee.

‘Wat is er eigenlijk zo bijzonder aan jullie straat?’, vroeg zij aan mij. Nou, precies dit: ‘Dat er van oudsher arbeiders wonen en die komen hier nooit in beeld.’

Een zelfredzaam blog van een zelfredzame blogster

Sta je weleens stil bij wat er gebeurt met je blog, wanneer je er zelf even niet bent? De afgelopen weken kwam ik weinig aan logjes schrijven toe. Dit vanwege de samenstelling en voorbereiding van de foto-expositie, die ik namens ons buurtje organiseer. Toch blijven er bezoekers komen op Raam Open. Kennelijk staat hier al genoeg leesvoer. Sommige berichtjes, zoals ‘Ideale beroepen voor introverte mensen’ trekken de kar. Vanaf nu ga ik achterover leunen, want ik hoef niets meer te doen.

(Grapje.)

Het is best een ervaring; zo’n expositie samenstellen en organiseren. Ik ben mezelf ook meteen weer keihard tegengekomen. Want jawel: perfectio- nistisch. En jazeker: een doorzetter. Blijft net zo lang doorgaan tot alles compleet is en er goed op staat. Dit alles uiteraard tot vervelens toe. Of liever: tot ik zelf zo moe ben dat ik er letterlijk misselijk van word.

Maar ja, dit is wel een droomklus natuurlijk. De kaders zijn duidelijk. Ik kan putten uit mijn gevarieerde en 35 jaar lange werkervaring. Het vergt creativiteit, én ik mag het allemaal zelf doen. Wat iets anders is dan op een eilandje zitten. Het is juist leuk om met onbekenden contact te leggen. Als het maar ergens over gáát. En echt iedereen werkt hier graag aan mee. Dus ontmoet ik boeiende mensen en kan ik naar eigen inzicht te werk gaan.

Het gaat trouwens goed. De lijsten zijn binnen en morgen haal ik de collages op. Ik heb een persbericht geschreven en een aankondiging voor op prikborden gemaakt. De andere leden van het feest-comité zijn onder de indruk van de collages en zij vinden mijn schrijfsels leuk.

Niet dat ik mij persoonlijk aan het bewijzen ben, hoor. Welnee, helemaal niet. Ik weet allang wat ik kan. Maar professioneel gezien is dit toch een behoorlijk grote middelvinger naar honderden werkgevers toe. Naar degenen die de afgelopen jaren schreven: ‘u past niet in ons profiel’.

Jammer hoor, voor die werkgevers dan.

Doet AH aan profiling?

Bij de zelfscankassa van Albert Heijn is het voor de vijfde keer raak sinds corona uitbrak. Op het display verschijnt een melding dat ik moet wachten op een medewerker. Kort daarna staat er iemand naast mij: tassencontrole. Er is niets aan de hand, maar ik voel mij ongemakkelijk. Want hoe komt het dat ik er zo vaak wordt uitgepikt?

‘Ik’ is hier misschien te persoonlijk opgevat. Het is logisch dat er af en toe controles zijn. Waarschijnlijk verschijnen die meldingen willekeurig om de zoveel klanten en dan is deze frequentie gewoon toeval. Alleen … is dat wel zo?

Bij de tweede keer vertel ik de medewerkster dat het opmerkelijk wordt. Het is een vaste medewerkster, afkomstig uit Oost-Europa. Volgens haar ligt het ‘aan het systeem’. Oei. Zo’n standaardreden, uit de mond van iemand uit een voormalige communistische regio. Daar krijg ik acuut onaangename associaties bij.

Bovendien bestaat er niet zoiets als een neutraal systeem. Achter elk systeem gaan algoritmes schuil die door mensen van vlees en bloed ontwikkeld zijn. Dus welke criteria zijn er van hogerhand ingevoerd? Zij wijst op het toeval van een selectie ‘at random’.

Bij de derde keer vertelt een andere medewerkster dat het kan liggen aan mijn bonuskaart. Heb ik daar iets aan gekoppeld? Jawel, een Air Miles kaart. Zij raadt aan om een nieuwe bonuskaart te gebruiken, omdat er soms problemen zijn wanneer er airmiles gekoppeld zijn. Hier wacht ik nog even mee. Thuis check ik eerst wat Albert Heijn weet over mij. Voornaam, e-mailadres en woonadres. Dat is alles wat mijn klant‘profiel’ op internet laat zien.

Bij de vierde keer ben ik het zat en doe ik mijn beklag bij de servicebalie. Een medewerkster geeft mij het telefoonnummer van de filiaalmanager. Wanneer ik hem bel, weet hij niet hoe snel hij mij moet doorverbinden met een kassamedewerker. Deze medewerker vertelt na enig aandringen dat iemand vaker kan worden geselecteerd in geval van een eerdere ‘foutieve controle’. Hm, nu wordt het interessant. Ik heb nooit een ‘foutieve controle’ gehad. Bij mijn weten, althans.

Volgens diverse winkelmedewerkers kunnen zij niets doen om het probleem te verhelpen. Daarvoor moet ik contact opnemen met de klantenservice van Albert Heijn. Ik vraag aan enkele kennissen of zij regelmatig controle krijgen. Dat blijkt niet het geval. Enkele dagen verstrijken en prompt krijg ik bij het eerstvolgende winkelbezoek wéér controle!

Na die vijfde keer bel ik alsnog met de klantenservice van Albert Heijn. De medewerkster hoort mij aan en wijst eveneens op de willekeur van het systeem. Volgens haar kan niemand in de winkel via mijn bonuskaart mijn gegevens zien. En de zelfscankassa kan dat evenmin.

Nu is er één probleem: dit geloof ik niet meer. Ik denk dat Albert Heijn aan ‘profiling’ doet en mijn straat te min vindt. Zo ver is het nu dus al gekomen.

Of zou het toch aan die gekoppelde Air Miles kaart liggen? (Maar als dat een algemeen bekend probleem is, waarom lossen ze het dan niet op? En waarom krijg ik regelmatig de standaardvraag of ik airmiles wil verzilveren, waarna ik op ‘Ja’ klik en dan lees dat er onvoldoende saldo is? Volgens de kassamedewerker is dat ‘normaal’ in het systeem. Hier kunnen de winkelmedewerkers ook niets aan veranderen.)

Of zou ik te veel ‘ongebruikelijke’ bewegingen maken bij de zelfscankassa? Zoals: een lege tas uit een lege tas halen. Of: de bonuskaart uit mijn portemonnee vissen en daarna diezelfde portemonnee in mijn jaszak stoppen. Of, nog gekker: met een struikje broccoli naar de weegschaal lopen voor een prijskaartje met een streepjescode. Camera’s registreren tenslotte alles. Hoeveel ‘unauthorised movements’ zou je mogen maken bij de zelfscankassa voordat je als ‘suspect object’ wordt aangemerkt?

Echt, na vijf meldingen ga je de raarste dingen verzinnen. Maar ik heb inmiddels wel van de klantenservice begrepen dat de winkelmanager de ‘strengheid’ van het controlesysteem zelf kan instellen.