Ons uiterlijk doet ertoe

In de buurt app verschijnt een oproepje van een kunstenares. Zij zoekt vrouwen van wie ze de borsten mag fotograferen voor een project.
Alle soorten en maten zijn welkom, nadrukkelijk ook gehavende exemplaren. Geheimhouding verzekerd.

We wachten aan de rand van de weg wanneer een automobilist stopt die ons hoffelijk voor laat gaan.
‘Goh,’ zegt een man in ons wandelgroepje, ‘pasgeleden gebeurde mij dat ook al toen ik samen met een mooie, blonde vrouwelijke collega wilde oversteken. Als ik alleen ben, stoppen ze nooit.’

Bij de kunstenares stel ik mij voor dat zij met haar werk wil laten zien hoe divers ons menselijke uiterlijk is, en toch ook weer niet. Mogelijk is de boodschap dat we ongeacht de verschillen er allemaal mogen zijn. En dat we erg kwetsbaar zijn. Wellicht wil ze aantonen dat littekens niet hoeven af te schrikken, als je er op een neutrale manier naar kijkt. Oneffenheden horen erbij. Het leven gaat niet over rozen en iedereen loopt krassen op. We zijn van vlees en bloed, daarin zijn we gelijk. Al vinden we de ene persoon wat aantrekkelijker dan de andere. Dat is alles.

Misschien brengt het werk van de kunstenares een discussie op gang. Op haar foto’s wordt slechts een deel van het vrouwelijk bovenlichaam getoond. Je weet dus niet naar wie je kijkt. Wat zal de bijbehorende vraag zijn:

Hoe schat je deze vrouw in? Vind je haar direct aantrekkelijk of juist afstotelijk? Of laat ze je koud? Waarom? Welke invloed zullen haar borsten tot nu toe op haar leven hebben gehad? Zou haar partner voor haar hebben gekozen als haar borsten er anders uit hadden gezien? Bijvoorbeeld kleine borsten in plaats van grote borsten, of gewoon een onopvallend maatje er tussenin? Wat zou dat voor haar algehele uitstraling hebben gedaan? En voor de kansen in haar leven?

Want ons uiterlijk maakt wel degelijk verschil.

Naar de sportschool

Het jaar is net begonnen en er wordt een interessante activiteit aangekondigd. Zo’n sportactiviteit waarvan je denkt: ‘Dat zou ik nu eindelijk eens moeten proberen.’ Vol goede moed geef je je op en daarna vergeet je het weer. Totdat je een bladzijde in je agenda omslaat en ineens de betreffende datum ziet. ‘S**t,’ denk je dan, ‘heb ik mij dáár voor aangemeld? In een spòrtschool …? Ik? Dat kan niet waar zijn!’ Maar het is echt zo.

Wat een ellende. Ik heb er gewoon slecht van geslapen. Wie meldt zich nu aan voor een fitheidstest op zondagochtend? Het moet gezegd: bij aanmelding leek het best aanlokkelijk. Vanuit de gemeente wordt dit speciaal voor 50-plussers georganiseerd. Wel was een minpuntje dat die test zou plaatsvinden in een sportcomplex in een ander dorp. Maar dat is met twee buslijnen bereikbaar, dus dat mocht geen bezwaar zijn.

Zoiets is dan wel buiten mezelf gerekend, want ik maak elke sportactiviteit vanzelf ingewikkeld. In de bevestigingsbrief staat namelijk dat ze soepele kleding aanbevelen. En je mag de sporthal alleen met schone schoenen betreden. Die moeten bovendien lichte zolen hebben. Kijk, dat is een probleem. Want ik heb wel vijf paar wandelschoenen voor alle weersomstandigheden en ondergronden. Maar de vloer van een sportzaal zit daar niet bij. En ik hou van zwart, hè. Enkel mijn crèmekleurige ballerina’s kunnen er enigszins mee door. Alleen zijn die bedoeld voor stadswandelingen.

Dan de kleding. Als je zo van de voordeur hop in je auto stapt, kan je gerust je badpak aantrekken. Handdoekje omslaan en klaar. Maar ik moet met openbaar vervoer. En de enige bus die op het juiste moment daar bij de sporthal aankomt, stopt aan de andere kant van ons dorp. De halte is wel een kilometer lopen. Daar worden schoenen vuil van.

Even terug naar de kleding. Ik laat mijn spullen niet graag onbewaakt achter. Dus waar stop je je smartphone? (Nodig voor de route en de bustijden.) Waar laat je je huissleutel? Is het beter om portemonnee en pasjes etui thuis te laten? (Dan wel het pasje voor openbaar vervoer meenemen.) Zouden er kluisjes zijn? Zo ja, gaat daar een euro in? (In dat geval muntgeld meenemen, en wat papiergeld voor de zekerheid.) Of krijg je het sleuteltje zo mee? (Nogmaals: waar laat je dat?) Ik wil graag iets aantrekken met zakken waar sleutels in passen. Alleen hebben mijn leggings geen zakken, terwijl leggings in alle opzichten ideaal zijn.

Et cetera.

En wat denk je van de weersverwachting? Dat is ook een complicerende factor. Want ’s nachts in bed kan ik het gekletter al horen. Er wordt zeer veel regen en wind voorspeld. Voordat ik straks de bushalte bereik, ben ik al verwaaid en doorweekt. Zo wil je toch niet verschijnen?

Nou ja, ik ben dus geweest. Het was best aardig. Op een gegeven moment zat ik met een rijtje vijftigers op een bankje herinneringen op te halen aan de gymlessen uit onze jeugd. ‘Apenkooien’ was het sleutelwoord. Dat vonden we allemaal leuk.

Mijn aversie tegen sportscholen is direct herleidbaar naar de middelbare-schooltijd. Die periode waarin je als de dood bent dat je afwijkt. Afwijkt waarvan, weet ik niet. Het gemiddelde of zo? Ik heb geen idee hoe dat gemiddelde er uit ziet.

Daarom kon het mij vandaag weinig schelen. En plein public ben ik in mijn legging en korte rokje helemaal vanaf de halte aan de andere kant van het dorp terug naar huis gewandeld. Geen mens dat onderweg raar naar mijn benen keek. Ze zien er toch wel normaal uit, geloof ik.

Toch niet helemaal zen

Onderweg van A naar B dwalen mijn gedachten af. Ik ben toch een beetje uit mijn doen. Wederom. Je zou verwachten dat je op zekere leeftijd weet hoe je met mensen en situaties moet omgaan. Ik helemaal. Want voor een heroriëntatie op mijn loopbaan heb ik tientallen trainingen en workshops gevolgd. Ik heb zelfs een heel persoonlijk-balanstraject achter de rug. Daarbij wordt je een spiegel voorgehouden en mentaal doorgelicht. En je moet flink aan de slag met jezelf.

Als je ergens moeite mee hebt, kijk je eerst naar hoe dat komt. Bij jezelf, niet bij die ander. Oh, ik heb mezelf al tot vervelens toe doorgelicht. Ik heb zo veel lijntjes terug gevolgd naar de bron. Al jaren komt er nauwelijks nog iets nieuws tevoorschijn.

Als kind van mijn generatie heb ik geoefend met hoe het ook anders kan. Hoe het anders moet. We leven tenslotte in een meritocratie. Dus doe je aan omdenken, aan mindfulness, aan denken in kansen, en zo voorts. Eveneens tot vervelens toe. Maar sommige aspecten kán ik niet veranderen. Of slechts met de allergrootste moeite.

Soms zie ik wel een glimp doorschemeren van hoe het ook zou kunnen gaan. In relaties of in situaties. Een glimp van hoe het soms zelfs heel even is. En dat zou de rest van de tijd mogen voortduren. Maar het duurt nooit lang.

Dus moet ik weer op mezelf inpraten. Onderscheid maken tussen wat binnen mijn invloedssfeer ligt en wat niet. En hoe ik ermee om kan gaan, als het erbuiten ligt. Meestal kost mij dat anderhalve dag. Nog een paar uurtjes, dan gaat wel het weer.

Een alternatieve kijk op homoseksualiteit

Nashville, here we come, voor de brandstapel of voor de rozen.

‘Biologen weten al decennia dat zaadcellen geen actieve, heldhaftige zwemkampioenen zijn, maar eerder halfsneue spartelaars met in hun midden wat mazzelaars. En de eicel ligt niet passief te wachten; ze lokt en leidt de zaadjes met chemische signalen en vloeistofstromen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze kiest welk zaadje haar mag bevruchten. Een eitje is geen trofee voor de stoerste zaadcel; ze is een zakenpartner, en misschien zelfs wel de baas.’

Deze woorden, vooral die over de baas na de komma, zijn van Asha ten Broeke, wetenschapsjournalist voor de Volkskrant in haar column van 11 januari 2019. Laten we het nu eens hebben over die Nashville-verklaring.

Bij twijfel baseer ik mijn visie graag op de wetenschap. Weg met alle onzin; op zoek naar de kern. De ‘waarheid’ zo je wil. Wel vooropgesteld: ik was ff bezig met andere zaken en had geen tijd om die verklaring te lezen. Maar dat maakt niets uit, toch? Homoseksualiteit is een vrouwelijk woord met als betekenis: ‘seksuele gerichtheid op personen van hetzelfde geslacht’ (dus toch mannen en vrouwen, maar dan per soort).

Mijn stelling is als volgt: we weten nog niet goed waar homoseksualiteit vandaan komt.

Dit kan ik onderbouwen. Als bronnen gebruik ik mijn eigen referentiekader, zoals daar zijn: ouders en andere familieleden, vrienden, buren en collega’s. Verder heb ik weleens wat gelezen en toevallig ook nog iets met gender-studies gedaan. Dat laatste in het kader van man/vrouw-verhoudingen in de Arabische wereld en Afrika. Gewoon wat literatuur door gevlooid en ‘in het veld’ mijn ogen en oren open gehouden. Meer was het eigenlijk niet. O wacht, toch wel. Ik vergeet een onderzoekje naar vormen van polygamie wereldwijd. Interessant onderwerp, trouwens.

Een van mijn vroegere collega’s is een lesbische vrouw. Dat vernam ik pas vijftien jaar na vertrek bij onze werkgever, hoewel we steeds contact hadden gehouden. Ook zijzelf had het pas net ontdekt. Op het moment dat zij het vertelde, vielen ineens alle puzzelstukjes samen.

Want deze vrouw was voor mij een raadsel. Of liever, ik begreep maar niet waarom zij geen vriend had. Ze is sportief, zeer sympathiek, intelligent, leuk om te zien en bovendien heeft ze humor. Daar moeten mannen toch als vliegen op afkomen?

Ze is ook gevoelig en heeft mededogen. Zij ziet mensen voor wie ze zijn, beter dan menigeen. We leerden elkaar kennen toen we allebei in onze reisfase zaten. Met vrienden had ze in een oud barrel maandenlang door de VS gereisd. En voor haar afstudeerscriptie deed ze daar onderzoek naar een bekende regisseur. Op kantoor werkten wij intensief samen en dat ging prima.

Toch er was ook een intens duistere kant aan haar. Iets waar ze zelden, en dan nog slechts vaag, iets over liet doorschemeren. Pas veel later kwam het ogenschijnlijk en passant ter sprake. Zo van ‘Oh dat wist je toch wel, dat ene, met die buurman.’ Dat ene was jarenlang kindermisbruik in haar jeugd, door de buurman.

Ik kan mij voorstellen dat je het dan voorlopig even hebt gehad met mannen. En ja, seks met mannen werd een probleem voor haar, later, toen ze er wel de leeftijd voor had. Op een gegeven moment kreeg zij een vriend die veel van haar hield, en zij ook van hem. Maar meer dan platonisch werd het niet. Het ging gewoon niet, ze schoot finaal in een kramp. Een intieme relatie opbouwen met een man was onmogelijk geworden voor haar. Na een poos samenwonen gingen ze weer uit elkaar.

Nog weer later vertelde ze dus dat ze lesbisch was en een vriendin had. En ik dacht: ‘Daar geloof ik niets van.’ En nog steeds heb ik hevige twijfels bij haar. Dat ze ook op vrouwen kan vallen: ja. Alleen dat ze uitsluitend lesbisch is, kan ik zeer moeilijk aannemen. Het is een verschrikkelijk cliché idee, maar ik geloof oprecht dat dit anders was gelopen als ze in haar jeugd niet zo erg de verkeerde was tegengekomen.

Ik geloof niet dat zij lesbisch is geboren, maar dat zij lesbisch is geworden. Namelijk door een traumatische ervaring waar ze nooit meer overheen is gekomen. En dan toch, neem nu die wetenschap van dat eitje en die zaadcellen. Wat weten we inmiddels werkelijk over de chemische processen van aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen? Of tussen mannen en mannen? Of tussen vrouwen en vrouwen?

Uit het gekrakeel over die Nashville-verklaring maak ik op dat het een nogal conservatief Hill Billy-gedoe is. Heisa van een roedel achtergebleven white angry men and women. De laatste stuiptrekkingen, misschien, gevoed door angst voor de toekomst. Zogenaamd Christelijk tegenwicht voor de oprukkende Islam, wellicht. Of voor het gevaar uit China, want daar zijn ze ook bang voor. Wat mij betreft kunnen ze zich beter richten op hun eigen zonden, want er ligt vast nog wel wat onder het vloerkleed verborgen.

Jammer dat ze daar in country-minnend Nashville zo zelden luisteren naar Radiohead: I Might be Wrong.

Gezichtscorrectie voor selfies

Sinds kort verschijnt er een knopje op mijn smartphone als ik de camerafunctie gebruik. ‘Gezichtscorrectie’ heet het. Ik heb geen idee hoe het er op komt. Evenmin weet hoe ik het er af krijg. Het biedt drie mogelijkheden: 1. ‘Huidskleur’, 2. ‘Slank gez.’, en 3 ‘Grote ogen’. Voor elke optie is er een schaal van 0 tot 8.

Ik moet zeggen dat mijn gezicht er niet best op komt. Daar spelen die opties geen rol bij. Voor mooie selfies moet je gewoon een selfiestick hebben. Toch vraag ik me af hoe het met dat knopje zit. Is het meegekomen met de laatste software update? Of is mijn gezicht soms gescand en geregistreerd?  Zo ja, dan heeft Samsung wel wat uit te leggen. Want vinden ze dan dat er iets mís is met mijn gezicht? Nou?

Het kan best dat deze mogelijkheid voorziet in een behoefte. Misschien hebben veel klanten om digitale plastische chirurgie gevraagd. Wellicht kwamen voor deze drie opties de meeste verzoeken binnen. Maar van wie precies? Waren het mannen of vrouwen? Als er mannen bij zaten, waarom is er dan geen optie voor een strakke kaaklijn? Dat zou toch een logisch verzoek zijn. En voor de vrouwen mis ik de nose job. Wanneer een meisje 18 wordt, hoort dat er in bepaalde kringen bij.

Trouwens, welke rol spelen de verschillende cultureel bepaalde schoonheidsidealen? Vinden Aziaten een slank gezicht belangrijk? Of zien Chinezen liever een vollemaansgezicht? Oh wacht, nu wordt het mij duidelijk. Dat ‘Slank gez.’ zit alleen op toestellen die voor de Europese markt zijn bestemd. En voor het Midden-Oosten is de optie ‘Grote ogen’ vervangen door ‘Nose job’. Helder.

Maar wie zegt er dat ik een slank gezicht wil? Moet ik daar naar verlangen; is dat wat er van mij wordt verwacht? Hoe breed hoort een vrouwengezicht dan precies te zijn? Anders kan ik nog niks met de schaalverdeling. Jammer dat ze tegenwoordig geen handleiding meer bijleveren. Dan had ik de voorgeschreven maten en vereisten zelf kunnen nakijken.

Soms wat bot en grof

Soms vraag ik mij af wat mensen bezielt. Een blogster schrijft op haar profielpagina wat ze privé en zakelijk doet (met bedrijfsnaam). Er staat ook een enkel zinnetje bij over haar vier belangrijkste karaktertrekken. Althans, kennelijk beschouwt zij ze zelf zo. Namelijk: direct, eerlijk, bot en grof. Ik had al zo’n vermoeden. Dit was namelijk te merken aan haar reacties op mijn blog.

Was.

Want ik kan ook direct zijn, maar pak het liever wat geraffineerder aan.
‘Mijd luidruchtige en agressieve mensen, zij zijn een kwelling voor de geest.’

Desiderata, Max Ehrmann, 1927.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 2 Hebzucht

Gisteren dacht ik nog: ‘Zou je dat wel doen, een positieve wending geven aan die zeven hoofdzonden?’ Want luiheid is eenvoudig, maar dan de rest. De volgende hoofdzonde Avaritia (hebzucht) is bepaald een taaie. ‘Greed … is good’, zegt Michael Douglas als Gordon Gekko in de film Wall Street (1987). Je zou denken dat daar juist alle ellende mee begon. Dus valt er ook iets aardigs te ontdekken aan hebzucht?

Jawel hoor. Musea wereldwijd zijn maar wat blij met de hebzucht van rijke mensen. Want menige vermogende kunstverzamelaar wil uiteindelijk naam maken, imponeren en voor eeuwig iets tastbaars achterlaten. Zijn volledige kunstcollectie, bijvoorbeeld, met schilderijen van Rembrandt en Vermeer. Als zijn naam maar op het bordje naast het kunstwerk prijkt. Zo delen rijken hun kunstwerken publiekelijk met iedereen. Meestal zijn dat voorwerpen die voorheen eeuwenlang slechts in privékring waren te zien.

Geld is macht. Alleen moet je die macht wel uitoefenen. Bijvoorbeeld door stimulering of beïnvloeding van specifieke ontwikkelingen. Dus hebben de rijken zo hun particuliere projecten. Met hun kennis, contacten en vermogen kunnen ze problemen aanpakken die anderen laten liggen. Ik zie nog weinig in de plannen van Elon Musk. Maar Bill en Melinda Gates hebben met hun stichting nobeler doelstellingen. Waaronder een cruciale: vrije keuze voor geboortebeperking.

Naast geld en bezit omvat hebzucht een onstilbare honger naar aanzien, liefde, geluk en wijsheid. Materiële hebzucht komt naar mijn idee voort uit geestelijke armoede. Hoe rijk iemand ook wordt, geld en bezittingen zullen die leegte nooit vullen. Ze kunnen hooguit het leven veraangenamen. En je bent verblind als je denkt dat je met geld liefde of geluk kan kopen. Sommigen moeten eerst veel bezit vergaren om daar achter te komen.

Kijk je naar wijsheid, dan is hebzucht een goede zaak. Het is toch mooi als je een leven lang blijft leren en je mentaal blijft ontwikkelen. Evenals bij de hoofdzonde luiheid, wordt honger naar wijsheid pas een probleem als anderen daar onder lijden. Maar vaker lijden mensen onder het gebrek aan wijsheid bij de ander.