Tweede start na zeven jaar

Nu de laatste klus op de lijst van de bouwkundige keuring uit 2015 gedaan is (plus drie klussenlijsten daarna), voelt het alsof er een nieuwe fase begint. Een soort herstart die samenvalt met de afloop van de eerste zeven jaar. Mijn huis en ik hebben nogal wat meegemaakt en doorstaan met elkaar. En met bouwvakkers. Een hele reeks bouwvakkers. Zeker veertig in totaal.

Wat die bouwvakkers betreft: er zijn uitzonderingen. Maar elke denkbare truc om meer te vangen dan het geleverde werk waard is, ken ik nu. Wat ik inmiddels ook weet, is hoeveel uur voor een goed uitgevoerde klus realistisch is. Het is bijna jammer dat alle grote klussen zijn gedaan, anders zou ik deze kennis meteen in praktijk brengen.

Of zal ik naar de plaatselijke bouwvakschool gaan en een zelf ontwikkelde lesmodule ‘Zo werk je klantgericht en professioneel’ te koop aanbieden? Daar is veel behoefte aan, terwijl het gewoon een kwestie is van mijn ervaringen omdraaien. Op basis hiervan praat ik met gemak een uur vol.

Op dit moment ben ik met een heuse grote schoonmaak bezig. Dat is typerend voor een tweede start. Naast de gebruikelijke ‘extra klussen’, zoals ramen zemen, vloeren dweilen en de douchebak ontkalken; doe ik nu dingen als: oude kitranden vervangen, alle nog goede kitranden poetsen met chloor en een tandenborstel, vloerkleedjes wassen, muren stofzuigen, op mijn knietjes plinten poetsen, afzuigkap ontvetten, enzovoort. Kortom, alles wat ik normaliter hooguit eens in de zeven jaar doe. Of nooit.

Wat echter niet lukt, is het ontdooien van de inbouwkoelkast. Daar zit geen aan/uit-knop op en de stekker is achter de koelkast verstopt. (Iets zegt mij dat die koelkast niet door een vrouw ontworpen is.) Dus hoe krijg ik dat nu weer opgelost?

Wat je met het afwerken van vier ellenlange klussenlijsten makkelijk vergeet, is dat het gedane in zeven jaar tijd geleidelijk aftakelt. Of veroudert. Of uit de mode raakt. Vandaar dat de volgende ronde van het verfwerk alweer voor de deur staat. Dit zal ik maar beschouwen als een tweede kans.

Echt een kind van mijn vader

Vandaag moest ik sterk aan mijn vader denken, die vijf en een half jaar geleden overleed. Ik heb namelijk iets gemaakt waaraan je goed kan zien dat ik een kind van hem ben. Mijn vader was van de generatie die met weinig tevreden moest zijn. Spullen waren duur in zijn jeugd. Dus als er iets kapot ging, dan repareerde je dat, en het liefst met materiaal dat je ergens van bewaard had. Je gooide nooit zomaar iets weg. Mijn vader heeft een paar jaar technische scholing gehad. Hij was veertien toen hij aan zijn eerste fulltime baan begon. Vijf en een halve dag in de week.

Ik denk dat ik iets van zijn praktische creativiteit en inventiviteit meegekregen heb. Plus de wil om zelfredzaam te zijn. Daarnaast ga ik ook zorgvuldig met mijn (weinige) spullen om. Wat nog goed is, gaat nooit zomaar weg. Desnoods breng ik het naar de kringloopwinkel of zet ik het te koop op Marktplaats.

Mijn vader is een paar maal in het huis geweest waarin ik nu woon. Bij een van zijn bezoeken bracht hij enkele zelf opgekweekte tomatenplanten mee. Hij had ze opgebonden aan een paar oude bamboe stokken. Stokken die ongetwijfeld al talloze malen in de tuin waren gebruikt. De tomaten hielden het in mijn zanderige tuin niet zo lang uit. Wat overbleef, waren die twee bamboe stokken.

Fast forward naar nu, zeven jaar later. Gisteren is de allerlaatste klus op de ellenlange klussenlijst (vanaf juni 2015) geklaard. De dakkapel achter is geverfd. Het houtwerk ziet er weer helemaal fris en glanzend uit. Er zitten enkel nog wat vettige vlekken buiten op een ruit. Dus moeten de ramen op de eerste verdieping worden gezeemd. Ik weet niet hoe andere mensen dat doen, maar zelf kan ik er nooit zo makkelijk bij.

Ik kan op een wiebelig tafeltje gaan staan, ver voorover hangen en dan met een spons in de hand de ramen zemen. Of ik kan op de vloer van mijn slaapkamer blijven staan en dan met een spons aan een veel te lange stok met hoekige en houterige bewegingen, al stotend tegen het plafond / de middenbalk / het andere raam proberen het raam aan de buitenkant schoon te maken. Gevolgd door dezelfde capriolen met een handwisser op een te kort stokje of een wisser op een veel te lange steel waarmee ik ook weer overal tegenaan stoot.

Daarom zoek ik al jaren naar een tussenmaatje voor die steel. Een spons op een lichtgewicht steel van ongeveer een meter lang, plus een wisser met even lange steel.

Je zou toch denken dat ik niet bepaald de enige ben met dit probleem. Er zijn toch wel meer huizen waar ramen zemen op de eerste/tweede/etc verdieping een ingewikkelde bedoening is. Maar iets handzaams op een steeltje van een meter lang is er niet. Zelfs niet op internet.

Ooit vond ik iets wat erop leek in een bouwmarkt in een koopjesgrabbelbak. Dat was een soort sponsdoekje op een plastic plaatje aan een stokje met een scharnier. Waarschijnlijk was het voor het wassen van autoruiten bedoeld. Maar toen ik later vanuit het zolderraam met een bergklimmerstouw op het dak van mijn dakkapel geklommen was, en bengelend over de rand de wang (= dakdekkersvaktaal) van mijn dakkapel aan het schoonmaken was, brak het sponsgedeelte van het handzame steeltje af.

Ik ben nog terug gegaan naar diezelfde bouwmarkt met precies diezelfde koopjesgrabbelbak, maar wat er ook allemaal in lag, geen autoruitenwassersponsjeopsteel. Sindsdien is ramen wassen op de eerste verdieping weer een probleem.

Totdat ik vandaag dus een ingeving kreeg, die mij dochter van mijn vader waardig maakt. (Overigens had ik al eerder een gerelateerde uitvinding gedaan die behoorlijk gelijkwaardig was.)

Want wat ik nog niet heb verteld, is dat ik die tweede keer iets anders vond in die koopjesgrabbelbak. Namelijk: een verfroller met korte steel, maar dan wel een met een telescopisch deel. Kijk. Daar kan ik wat mee.

Men neme een verfroller en men neme een rol ducttape. Met een stuk tape zet je de roller vast, zodat die niet meer draait. Et voilà! Een sponsachtige ding met korte telescopische stang dat in gefixeerde stand niet rolt maar keurig over het glas veegt.

Alleen die ruitenwisser ontbrak nog. Gelukkig kwam vandaag het eureka-moment. Want wie wat bewaart, heeft wat. Een oud wissertje met korte steel, bijvoorbeeld. Plus een oude bamboe tomatenstok. Laat die stok nu precies passen in het holle steeltje van dat ding. Stukje bamboe eraf gezaagd om de steel op maat te maken en stukje ducttape erop om de boel te fixeren. Tadà!

Ruitenwisser met medium bamboesteel; verfroller als spons op medium telescoopsteel

Nu alleen nog even een patent aanvragen voor mijn prototypes.

Zelf zorgen voor koelte in huis en tuin

Verkoeling Libanese methode: dikke gordijnen buiten voor het balkon.

Komend weekend wordt het weer warm. Dan is een beetje koelte en schaduw in huis en tuin wel zo prettig. Na het eerdere gepruts met doeken, stokken, knijpers en touwtjes, kreeg ik vanmorgen een paar ingevingen. Van een lange doek en een oud gordijn heb ik twee perfect passende schaduwdoeken gemaakt. Dat is heel eenvoudig.

(Voor geïnteresseerden hier een korte werkbeschrijving. Meet goed uit hoe lang de doek moet zijn. Check waar de haakjes, lusjes of oogjes ter bevestiging moeten komen. Bijvoorbeeld alleen op de hoeken, of op specifieke onderlinge afstanden. Knip (voor lusjes) twee veters door midden. Vouw (voor hoekbevestiging) een klein stukje van elke hoek van een doek of gordijn dubbel. Naai de vier veterkoordjes als een lus op de omgevouwen hoeken vast. Steek voor extra versterking een grote veiligheidsspeld door het doek en de vastgenaaide veters heen. En klaar is je schaduwdoek.)

Zo heb ik een lang schaduwdoek gemaakt voor de hortensia’s en een luifel voor aan de schuur. Nu nog twee extra palen in de achtertuin. Dan kan ik voor de schuur heerlijk in de schaduw zitten. Een strategisch geplante boom zou trouwens nog beter werken, maar mijn papaja is nog in de groei.

Voor het woonkamerraam ga ik een buitengordijn maken. Het meest effectief is namelijk om warmte van buitenaf te weren. (Witte muren, luiken voor de ramen, sedum op het dak, bomen rondom het huis.) Bij tropische temperaturen scheelt dat veel.

Tijdens de extreme hitte was het hier 39 graden in de schaduw. Toen heb ik een witte flanellen hoeslaken aan de buitenkant om mijn dakraam gespannen, evenals katoenen doeken buiten voor de slaapkamer- en woonkamerramen gehangen. Verder heb ik ’s morgens al vroeg het hele huis gelucht en de boel vanaf 08.00 uur potdicht gehouden. Dat leverde een verschil op van 14,5 graden tussen de binnen- en buitentemperatuur! Op de begane grond, weliswaar. Op zolder werd het warmer.

Van oorsprong had mijn 109-jaar oude huis houten luiken voor de ramen. In het kader van energiebesparing zouden die wederom handig zijn. Ze houden het huis ’s zomers lekker koel en tijdens winteravonden extra warm.

Bij elkaar kosten een schaduwdoek, een luifel en een buitengordijn mij niets. De oude doeken/gordijnen en schoenveters had ik nog liggen. Dergelijke artikelen komen altijd een keer van pas. Naaigaren en veiligheidsspelden ook. Mijn probleem is opgelost en de bewaarde spullen krijgen een tweede leven. Dat stemt tevreden.

Gepruts met touwtjes en lapmiddelen

Gevoelsmatig heb ik vijf dagen lang zinloze rondjes gedraaid tussen de voor- en de achtertuin en tevergeefs eindeloos geprutst met lapmiddelen en touwtjes. Dat zit zo. Het zou weer warm worden. Heel warm. Daar word ik steeds een beetje onrustig van. Zelf kan ik best goed tegen de hitte. Met mijn tropenervaring weet ik heel goed wat tegen zinderende luchtstromen te doen. Maar die verzameling hortensia’s in de voortuin … En bepaalde planten in de achtertuin … Die zijn er allesbehalve tegen bestand. Wat ik ook probeer of fabriceer, ik kan nauwelijks iets doeltreffends voor die planten doen. En uiteraard stond alles juist zo vol en mooi in bloei.

Toevallig had de buurvrouw nog een paar palen over en van die metalen puntige dingen die je in de grond kan doen. Aangezien ze toch aan het opruimen was en goed met een boormachine overweg kan, wilde ze ook nog wel wat haakjes en oogjes bevestigen. Ik hoefde alleen maar te zeggen waar en dan zou zij dat gelijk doen. Zo’n aanbod moet je natuurlijk onmiddellijk aanpakken, met beide handen, want zelf ben ik totaal niet bedreven met een boormachine. Ik heb er één, in het kader van zelfstandig zijn, maar ik ben ook al jaren van plan om er eerst wat mee te oefenen. Nog liever wil ik dat iemand mij alles eerst rustig voordoet. Daarna kan ik het verder zelf wel doen.

Dus kwamen er oogjes op de hoeken van raamkozijnen, en haakjes op een schuttingpaal en ook nog oogjes bovenaan de nieuwe tuinpalen, zodat ik daar allemaal touwtjes aan vast kon maken, om daar doeken overheen te hangen of tussen te spannen, zodat de zonnestralen buiten bleven en er schaduw op de planten kwam.

Toen begon het gepuzzel, want eigenlijk heb ik geen goede spullen voor dit doel. Terwijl ik bij de vorige aankondiging van tropische temperaturen toch speciaal en bijtijds een camouflagedoek had gekocht. Alleen twijfelde ik in de winkel enigszins of die doek hiervoor een goede keuze was. Want: donker en synthetisch, dus van zichzelf bloedheet, en beetje zwaar. Maar alle andere doeken in de bouwmarkt waren veel duurder en zeker niet van het juiste formaat. Bovendien moet ik met twee lijnbussen naar die bouwmarkt toe. Dus wanneer ik iets terugbreng en ruil, kost het mij sowieso extra geld.

Dus wat heb ik dan wel? Een oud hoeslaken dat ik voor schilderwerk gebruik. Een oud douchegordijn voor hetzelfde doel. Drie losse lappen die ik als restanten heb gekocht op de stoffenmarkt in Doetinchem. Een Ethiopische katoenen sjaal. Een bontgekleurde omslagdoek (lavalava) uit West-Samoa. Drie tien meter lange spierwitte, synthetische isolatielappen om vorstgevoelige planten in de winter warm te houden. Waarvan één in drie stukken is geknipt. Verder nog: een touw dat ik vroeger op kunstmarkten heb gebruikt. Nog een touw idem dito, bestaande uit drie delen aan elkaar geknoopt. Een zak met allerlei lange losse veters uit inmiddels weggegooide wandelschoenen. Een heleboel satijnen koordjes die ik uit nieuwe kledingstukken heb geknipt. Nog wat losse veters en een soort allegaartje aan touwtjes en draadjes. Drie eenpersoonslakens die ik wegens twijfelaar (bed) niet meer gebruik, maar nog te goed vind voor gehang in de tuin.

Dan de palen. Twee nieuwe houten palen in nieuwe paalhouders. Twee plastic planten stokken van circa 1,8 m hoog. Twee metalen vitragestangen die ik nu maar voor het omhooghouden van het witte landbouwdoek gebruik.

O ja, en verder heb ik nog drie perfect passende ecru-kleurige gordijnen uit mijn twee-na-laatste huis. Alleen zijn die een beetje zwaar. Plus mijn marktkleed, waar ook al een stuk van af is geknipt om te dienen als achtergrond in een zwarte Ikea lijst.

Voor mijn hortensia’s heb ik van alles geprobeerd. Maar de camouflagedoek zakt veel te diep door. Het landbouwdoek is te heet en de sjaal uit Ethiopië is te kort. De drie lappen uit Doetinchem wapperen alle kanten op. En zo verder en zo voort.

Zucht. Had ik maar een echt goed schaduwdoek. Maar de professionele schaduwdoeken zijn natuurlijk allemaal al weken uitverkocht. Nee wacht. Was ik maar rijk en niet zo knap. Dan zou ik alles door een leuke tuinman laten doen.

Niet meer naar de kapper

Het vorige bezoek aan de kapster is drie maanden geleden en het wordt hoog tijd dat ik weer ga. Je zou zeggen: ‘Dan maak je toch gewoon een afspraak?’ Dat kan inderdaad, ja, ondanks corona. Mondkapje op en knippen maar. Maar ik ga met hoe langer hoe minder zin naar haar toe. Welbeschouwd is die tegenzin er al zes jaar. Want voor de verhuizing had ik een zeer vakkundige kapster. Iemand met wie ik bovendien gesprekken kon voeren die werkelijk ergens over gingen. Dat is een waardevolle combinatie: vakwerk met inhoud. Zeker als het om een kapper gaat.

Mijn haar is overigens reuze makkelijk te knippen. En zit het model er eenmaal goed in, dan heb ik er geen omkijken meer naar. Even wassen en kammen en dan ben ik klaar. Veel mannen ’s staan morgens langer voor de spiegel aan hun haar te frunniken dan ik als vrouw.

Een goede kapper is goud waard. Ik spreek uit ervaring, met schaamte, schade en schande opgedaan. Eerder somde ik hier al eens op wat er allemaal mis kan gaan: 1. Scheef geknipt haar. (De lange kant heb ik later zelf bijgeknipt.) 2 Mislukte highlights. 3. Driemaal de mislukte highlights overdoen met peroxide en daarna in zee gaan zwemmen. (Oeps.) 4. Brandwonden op mijn hoofdhuid krijgen van de permanentvloeistof. (‘Oh sorry, tijd vergeten., riep de kapper uit. Is het al zó laat?’) 5. Een heel ander model krijgen dan ik had gevraagd. (In dit geval liet ik vooraf een foto zien van hoe mijn haar eerder was geknipt. Zo wilde ik het weer hebben. Maar de kapster vond blijkbaar dat het deze keer anders moest.) Het is een groot geluk dat mijn haar steeds weer aangroeit.

Voorbeeld nummer 5 komt uit de praktijk van mijn huidige kapster. Dit geeft een goede indruk van hoe zij met klanten omgaat. Toen ik de foto liet zien, zei ze dat het ‘prachtig’ zat. (Ze had het nota bene zelf geknipt, zou ze dat niet door hebben gehad?) Vervolgens gaf ik met duim en wijsvinger aan hoeveel centimeter korter de bedoeling was. ‘Vier centimeter’, zei ik er ten overvloede bij. Ik bedoel, hoeveel duidelijker kan het nog? Vier centimeter is toch gewoon vier centimeter, of niet soms?

Wanneer ze begint, moet ik met mijn hoofd vooroverbuigen, zodat ze eerst (bij wijze van maatvoering) mijn nekharen kan knippen. Tegen de tijd dat ik dan weer rechtop mag zitten, is zij al halverwege. Tussendoor houdt ze altijd een hele redevoering (eenrichtingsverkeer). Of ze stelt mij een vraag, terwijl ik daar met dichtgeknepen keel zit, want voorovergebogen hoofd, in een benarde positie. Tussendoor moet ik ook nog hete cappuccino naar binnen gieten. Anders wordt het koud, of drijven er haren in. Ze werkt namelijk slordig. Ik heb veel meer oog voor detail dan zij, dat blijkt wel. Ik zou die losse haren namelijk meteen zien. Zij niet. Ze laat ook altijd van die kriebelige afgeknipte plukjes haren steken in mijn nek, precies op de rand van de cape.

Die cape is zwart. Dat is een probleem, want haar kapperstenue is eveneens zwart. Tegen een dergelijke donkere achtergrond kan zij nooit goed zien of mijn donkerbruine haar aan de linkerkant even lang is als aan de rechterkant. Maar zelf bedenkt zij dat niet. Daardoor zit het regelmatig scheef. Dat zie ik doorgaans pas thuis, omdat zij na het knippen steevast mijn haar een beetje ‘los en speels’ föhnt. Dat vindt zij kennelijk leuk. Dus dan moet ik thuis alsnog met een keukenschaar aan de slag.

Ik ga hooguit een keer per twee maanden naar de kapper, want ik vind het minder leuk. Tussendoor knip ik zelf mijn pony, zodat het er weer een maand mee door kan.

Dus dacht ik afgelopen zondag: ‘Weet je wat? Als ik mijn pony met een botte keukenschaar bij kan knippen, dan lukt de rest vast ook wel.’

Het gevolg van niet stemmen

Bij de komende Tweede Kamerverkiezingen zullen 2,5 miljoen mensen thuisblijven. Die geloven er niet meer in. Deze mensen menen dat ze weinig invloed uitoefenen en dat klopt ook inderdaad. Toch vormen zij wel 20% van alle stemgerechtigden. Daarom kunnen zij samen een politieke aardverschuiving veroorzaken wanneer zij hun stem uitbrengen.

‘Het hebben van een ‘lagere’ opleiding blijkt doorgaans een goede voorspeller voor een eveneens lagere ‘stemgeneigdheid.’ Dit meldt de VPRO-gids bij de programma-aankondiging van ‘De verloren stem’ (donderdag 18 februari 2021). ‘Het is een zelfversterkend proces, omdat politici weinig aandacht zullen besteden aan de belangen van mensen wier stem ze toch nooit krijgen.’  Onze politici zijn geen echte volksvertegenwoordigers meer, want ze zijn buitenproportioneel hoger opgeleid dan het merendeel van de bevolking.

Sinds de coronacrisis blijkt meer dan ooit dat je je stem moet laten horen, anders besta je niet voor politici. VNO-NCW spreekt de VVD bijna dagelijks. Daarom is er voor ondernemers zo snel zo veel hulp gekomen. En dit terwijl de Groningers al jarenlang wachten op compensatie.

In maart zal ook ik mezelf een flinke schop moeten geven, want mensen in mijn positie verschijnen zelden in officiële statistieken. Dus wordt mijn groep niet gezien. Omgekeerd evenredig zie ik niets van mijn gading bij de gevestigde partijen. Hopelijk bieden de nieuwkomers een redelijk alternatief. Anders wordt het als vanouds een proteststem. Maar helemaal niet meer stemmen? Dat zouden ze wel willen, misschien.

De kunst van het formulieren invullen

Hoe je formulieren moet invullen, is een van de nuttigste vaardigheden die ik bij mijn eerste werkgever heb opgedaan. Wordt hier tegenwoordig op school aandacht aan besteed? In mijn jeugd heb ik het helaas niet meegekregen, terwijl het toch zeer belangrijk is voor zelfredzaamheid in deze maatschappij.

Begrijp je eenmaal hoe ingevulde gegevens op een formulier worden verwerkt, dan blijft dat een voordeel gedurende de rest van je leven. Zelf heb ik deze cruciale kennis vooral opgedaan met het summum der bureaucratie: onze belastingdienst. Als je daar eenmaal goed mee om weet te gaan, kan je alles aan.

Aangiften inkomstenbelasting, vermogensbelasting, omzetbelasting en loonbelasting: honderden heb ik er op het accountantskantoor ingevuld. De aangiften vennootschapsbelasting waren voor de gevorderden onder mijn collega’s, maar die mocht ik na een paar jaar ook ‘doen’.

In het dagelijkse leven vullen we allemaal regelmatig formulieren in. Wanneer we een bankrekening openen, bijvoorbeeld, maar ook gewoon bij een online bestelling. Of denk aan het regelen van een lidmaatschap en het afsluiten van een verzekering. Dat kan je maar beter goed en volledig doen, anders loop je het risico dat je voor fraudeur wordt aangezien. De ouders van de toeslagenaffaire weten daar alles van.

Gisteren herbeleefde ik oude tijden bij het papierwerk voor de afkoop van een lijfrenteverzekering. Het werd een klassieke sessie met alles er op en er aan. Gegevens verzamelen, met pen formulier invullen (zie ook ommezijde!), papieren kopieën van bewijzen toevoegen, op alle documenten polis-nummer en relatienummer vermelden, datum invullen en handtekening plaatsen, alles nog eens goed controleren (niets vergeten, kloppen de cijfers en staat het BSN-nummer er wel bij?), de hele bundel in de envelop met antwoordnummer stoppen en tot slot deze voor de zekerheid met twee extra plakbandjes stevig dichtplakken. Heerlijk!

Ik kreeg er terstond heimwee van. Want ik hou van post en papier en de smaak van ouderwetse plakstroken op de klep van enveloppen. Van de meeste plakstroken althans; sommigen smaken ronduit goor. Bij mijn eerste werkgever hadden we daar in de typekamer kussentjes met natte sponsjes voor. Anders kon je wel blijven likken, zoveel post als er daar de deur uit ging.

Ik was dan ook zeer bedreven in het vouwen van vellen postzegels en het afscheuren in stroken, zodat de zegels zich handzaam en snel één voor één op enveloppen lieten plakken. Echt, er is met de komst van het internet heel wat verloren gegaan.