Sta je samen sterker?

De afgelopen week raakte ik een beetje uit balans. Het had te maken met langs elkaar heen praten. Met weinig inlevingsvermogen; vermoedelijk door desinteresse voor de persoon zelf. Zoiets schuurt. Het betrof mensen met wie ik een goede verstandhouding wil hebben, hoewel ze geen grote rol in mijn leven spelen. Er stond wel iets positiefs tegenover, maar het negatieve gaf de doorslag.

In de documentaire Zweden doen het anders zag ik dat Zweden gereserveerder zijn dan wij. Daar is weinig voor nodig, want Nederlanders gedragen zich tamelijk vrij. Ik begreep dat Zweden zich al jong onafhankelijk opstellen. Ze doppen hun eigen boontjes en kunnen zich kennelijk zonder anderen goed redden. In hun eentje ingesneeuwd in een afgelegen blokhut vermaken ze zich wel. Dat werk. Misschien hebben ze daar minder ‘huidhonger’ (het nieuwe modewoord). Dan is de mate daarvan deels aangeleerd en cultureel bepaald.

Met zijn tweeën sta je steviger dan alleen, dat is bij ons het idee. Leef je samen met een zielsverwant, dan is je basis zo stabiel, dat vrijwel niets of niemand je nog uit balans brengt. (Behalve natuurlijk die zielsverwant zelf.) In goed gezelschap verwerk je tegenslagen sneller. Ik ben benieuwd hoe zielsverwantschap past binnen het Zweedse model.

Persoonlijk ben ik selectief gereserveerd. Soms denk ik: ‘Ik kan er wel over praten, maar uiteindelijk moet ik het toch zelf oplossen.’ Bij de meeste mensen, echter, komt het hier op neer: ‘Ik kan er wel met jou over praten, maar het enige wat jij gaat doen, is mijn probleem gebruiken als kapstok voor je eigen verhaal. Dus laat dan maar.’

Waarschijnlijk kan ik het heel goed uithouden in Zweden.

De stijging van mijn vaste lasten

‘De prijzen stijgen sneller dan de lonen, waardoor de koopkracht hollend achteruit gaat’, zegt Walter Weissgerber, directeur Schuldsanering Nederland, in het artikel ‘Wel werk, toch arm’ (Volkskrant Magazine, 4 april 2020). Dit soort uitspraken maken mij altijd nieuwsgierig. Volgens het artikel stegen tussen 2009 en 2019 de huren met 37,3%, telefoon en internet met 15,3%, de gemeentelijke belastingen met 42,3%, de ziektekostenverzekering met 21,9% en het eigen risico met 89%.
Zit ik op dezelfde lijn?

Al jaren hou ik een eenvoudige boekhouding bij. Hierdoor weet ik hoeveel de ziektekostenverzekering kostte in 1986, 1993 of 2005. Een vergelijking is zo gemaakt. 2009 was voor mij echter een jaar met een breuklijn. Voor een evenwichtiger beeld selecteer ik daarom het eerste kwartaal van 2010 en van 2020. Er komen een paar verrassingen tevoorschijn.

Over huren kan ik weinig melden. In 2010 had ik een appartement met hypotheek en vaste servicekosten. Bij die servicekosten waren voor-schotten inbegrepen voor onderhoud en waterverbruik. Tegenwoordig bezit ik een hypotheekvrij arbeidershuis dat veel onderhoud vraagt. Verder heb ik nu twee providers voor tv, internet en telefoon. Daarom moet ik eerst wat bedragen ontrafelen en andere samenvoegen. Dit is het resultaat:

  • Eigen woning (hypotheek en/of onderhoud en vernieuwing): stijging 152%
  • Energie (stadsverwarming en elektriciteit versus gas en elektriciteit): stijging 39%
  • Gemeentebelastingen: 0% = gelijk
  • Internet, telefoon, tv: daling 1%
  • Ziektekostenverzekering: stijging 11%

De conclusie? Er valt geen conclusie te trekken, want achter elke post gaat een verhaal schuil. Zo ben ik van provider, woning, verzekeraar en gemeente veranderd. En voor verwarming maakt het uit of je in een modern appartement zit of in een gedeeltelijk geïsoleerd oud huis.

De gemeentebelastingen bleven ogenschijnlijk gelijk. Maar toen ik in 2015 hier naartoe verhuisde, waren ze aanzienlijk lager dan in mijn vorige woonplaats. Dit, terwijl het appartement meer waard was dan mijn huidige woning, die veel groter is.

Sowieso zijn de heffingen per gemeente notoir ongelijk. Dit hangt samen met de opbouw ervan en de lasten voor de gemeente. Een stad met veel sociale huurwoningen heeft een ander kostenplaatje dan een dorp met veel groen en meer koopwoningen. Toch brengen die koopwoningen niet automatisch meer geld in het gemeentelaatje.

Dat hangt weer af van het politieke spectrum: vooral links, ergens in het midden, of uitgesproken rechts. Want rechts wil wel allerlei voorzieningen, maar dat mag natuurlijk niets kosten. En links wil ook allerlei voorzieningen, alleen moet daar steevast ‘de ander’ voor opdraaien. Vaker vergeten ze gewoon dat er iemand moet betalen.

Terug naar de vaste lasten. De verrassing zit toch vooral in het onderhoud van mijn woning. Iedereen denkt dat je een spekkoper bent wanneer je een hypotheekvrij huis bezit. Sommigen roepen zelfs dat je dan wel wat meer belasting kan betalen. Zouden zij dan in ruil voortaan de kosten van noodzakelijk onderhoud en vernieuwing willen dragen?

Je moet ook altijd overal zelf achteraan

Dit is weer zo’n situatie. Zo een waarvan ik weet dat ik maar beter even niets kan doen. Omdat het mij heel hoog zit. Omdat ze niet terugbellen. Omdat ze mij maar laten wachten. Omdat ze hun beloftes weer niet waarmaken. Omdat ze mij niet serieus nemen, zeker? Omdat je ook nooit van die mannen op aan kan. Omdat al die bouwvakkers niet te vertrouwen zijn. Wel mooie praatjes, hè. Maar gewoon zelf die telefoon pakken en eindelijk een afspraak maken en vervolgens netjes het werk uitvoeren? Ho maar.

Ik Moet Ook Altijd Overal Zelf Achteraan.

Nee, op zulke momenten kan ik maar beter even niet bellen, mezelf kennende.

Denk aan hoe het je vroeger op kantoor deed. Denk aan die SMART-afspraak. Zet ze verbaal klem. Net zo ferm tot ze toezeggen wat je horen wil. Je kan het wel. Je hebt het voor je werk zo vaak gedaan.

Als het mij niet lukt, dan ligt het aan mij. …

Maar met zulke zelfdestructieve gedachten kom je er niet.

Eerst koffie.

Dan bellen.

Tring, tring.

[Zijn vrouw neemt de telefoon aan.] Ik doe kort mijn verhaal en laat een stilte vallen om haar een reactie te ontlokken.

‘Ja, hij komt deze week.’, zegt ze vriendelijk. ‘Op woensdag, donderdag of vrijdag. Ik wilde even wachten met bellen, want het is zo vervelend als het andere werk uitloopt en het toch een dagje later wordt.’

Slik.

Wat moet ik nou met al die opgehoopte adrenaline doen?

De afbraak van mijn vroegpensioen

Ik herinner mij nog hoe goed het voelde, toen. Zo’n dertig jaar geleden. Ik had weer een vast contract en ontving een aardig salaris. Het was nog niet modaal, maar ik kon elke maand sparen. Af en toe kreeg het personeel wat extra’s toegestopt en er waren leuke financiële regelingen. Spaarplannen met belastingvoordeeltjes, beleggingsproducten en lijfrentes.

In die gouden tijd was 65 jaar de pensioengerechtigde leeftijd. Mijn vader kon stoppen toen hij 54 werd en dat vond ik voor mezelf ook een goed moment.

Dus stak ik een bedrag in een spaarplan. Daarnaast kocht ik een premie-A-woning. En om wat aan mijn pensioengat te doen, deed ik een extra storting. Ik zou rond mijn 50ste een eerste eenmalig bedrag ontvangen, op mijn 58ste een tweede, en op mijn 60ste zou ik gedeeltelijk met pensioen kunnen gaan. Het betrof bescheiden investeringen. Maar ik voelde mij rijk met al deze voorzieningen.

Wel besefte ik dat alles anders kon lopen dan gedacht. Geld kan zijn waarde verliezen of er kan oorlog uitbreken. En jaren later, in ontwikkelingslanden, zag ik wat armoede echt betekent. Maar in Nederland zijn de instituties betrouwbaar. Hier verwacht je geen gedoe.

Toch, in 1995 ontstond de eerste scheur in dat beeld. Mijn werkgever draaide prima, maar de aandeelhouders eisten een hoger rendement. Minder dan 20% was onvoldoende. Dus volgde er een fusie en een verhuizing. En dus werd ons fijne team uit elkaar gerukt.

Tien jaar later kwam de volgende confrontatie. Dat spaarplan, waaruit ik op mijn 50ste de eerste eenmalige uitkering verwachtte, bleek in werkelijkheid een twijfelachtige belegging. Een financieel product binnen de woekerpolis affaire.

Vandaag heb ik nagetrokken wat er nog over is van mijn resterende voorzieningen. Volgend jaar word ik 58 en dan komt het tweede bedrag vrij. Gelukkig is dat geen belegging, maar een lijfrente. Dat is waardevast; er wordt slechts 52% voorheffing in mindering gebracht. Daar heb ik dan ruim twintig jaar op gewacht. Hopelijk heb ik volgend jaar nog steeds geen inkomen. Dan komt die voorheffing tenminste terug via de inkomstenbelasting.

Anders wordt het nettobedrag nog lager dan de 4.000 euro die ondernemers nu eenmalig bijgeschreven krijgen. Vanwege de coronacrisis, voor de vaste lasten. En mijn bedrag is lager dan de drie maanden bijstand die zzp’ers kunnen krijgen, ongeacht hun vermogen of hun partnerinkomen.

Ik ben niet pissig hoor. Nee echt, totaal niet. Alleen kan ik nu beter even niet denken aan die honderden afwijzingen die ik op vrijwel al mijn sollicitatiebrieven heb ontvangen. Van zulke ondernemers. Een fatsoenlijke reden voor afwijzing stond er meestal niet bij.

Dit zijn blijkbaar ondernemers die zelf niet financieel kunnen plannen en nauwelijks vooruit kunnen denken. Ze zijn lang niet zo flexibel als ze van sollicitanten eisen. Ze missen kennelijk ook de creativiteit en het ondernemerschap om snel op veranderingen in te spelen. En ze kunnen nog geen drie maanden overbruggen, want bij financiële tegenslag vallen ze gelijk om.

Ik heb sinds een paar jaar geen inkomen meer en moet nog tien jaar tot mijn pensioenleeftijd overbruggen. Toch kom ik nog steeds rond. Wel leef ik van minder dan bijstandsniveau, omdatondernemers’ mij geen baan wilden geven. Als ik nu zelfs maar dénk aan sollicitatiebrieven schrijven, voel ik mij compleet opgebrand, uitgekotst en afgeschreven.

Een deel van de ondernemers die bijstand of 4.000 euro claimen, heeft dat geld helemaal niet nodig. Deze mensen hebben hun privé-vermogen in BV’s ondergebracht, bezitten meerdere huizen en hebben hun schaapjes al lang op het droge.

Wie van die vermogende ondernemers is solidair en maakt nu zijn of haar 4.000 euro naar mij over?

Onvoorwaardelijk basisinkomen na de coronacrisis

Komen we straks als andere mensen uit de crisis? In VPRO Tegenlicht blikken trendvoorspeller Lidewij Edelkoort en psychiater Dirk De Wachter vooruit op de tijd na de quarantaine. Voor mij springen er een paar zaken uit. Spuugzat zijn veel mensen het, hoe we de aarde verpesten door overconsumptie en enorme verspilling van grondstoffen. En dit terwijl we onvoldoende toekomen aan de zaken die ons leven waardevol maken.

Dankzij de coronacrisis komt onze creativiteit tevoorschijn. En nu we thuis in isolatie zitten, zien we wat we al jaren missen. Door ons economische systeem komen we minder toe aan zaken die de essentie van het leven raken: zinvol en betekenisvol bezig zijn, menselijk contact, zorg voor elkaar.

Misschien gaan we qua welvaart terug naar het niveau van de jaren vijftig. Persoonlijk zal ik daar niet rouwig om zijn. Intussen ontstaat er een lappendeken aan financiële noodregelingen voor steeds weer andere groepen die met inkomstenderving worden geconfronteerd. Daar zijn plotsklaps miljarden voor beschikbaar.

Maar waarom nu pas, en waarom zo ingewikkeld, terwijl de oplossing zo voor de hand ligt?

Dit is hèt moment voor invoering van het onvoorwaardelijk basisinkomen, voor iedereen. Dat haalt de wind uit de zeilen van populisten. Dat ontneemt dubieuze partijen de kans om meer grip op Zuid-Europa te krijgen. Dit voorkomt een potentiële ontwrichting van hele samenlevingen. Nu misschien meer dan ooit. Ik ben ervan overtuigd dat de economie en het milieu ook baat hebben bij invoering van het onvoorwaardelijk basis- inkomen. Dus ik stem voor. Jij ook?

Levenslessen: (4) Met kennis sta je sterk

De vierde les in mijn persoonlijke serie belangrijke levenslessen begint met een definitie. Want wat maakt een les eigenlijk tot levensles? Veel algemeen bekende levenslessen zijn gevat in oude spreekwoorden. Zoals: ‘kennis is macht’. Blijkbaar hebben die zichzelf bewezen. Daarbij gaat een levensles dieper dan iets wat je toevallig door ervaring hebt geleerd.

Volgens mij is de definitie van een levensles: een geïnternaliseerde wetenschap die tot overtuiging is getransformeerd. Zo. En een overtuiging vergeet je niet. Daar lééf je naar. Afijn, hier komt de volgende:

Levensles 4. Met kennis sta je sterk

Kennis is ook macht, natuurlijk. Maar dat spreekwoord associeer ik met de uitoefening van macht. Dit terwijl voor mij de nadruk ligt bij persoonlijke sterkte en kracht. Je staat sterk wanneer je ergens veel van af weet. Dankzij kennis kan je de wereld om je heen doorgronden en begrijpen. Hierdoor kan je met zelfvertrouwen (een mentale vorm van kracht) een degelijk onderbouwd verhaal vertellen.

Met de juiste kennis kan je eveneens een aantrekkelijke baan verwerven. Daarnaast zullen anderen jou moeilijk onzin kunnen verkopen, want jij kent de feiten. Feiten die je van alle kanten hebt onderzocht en bewezen. Daardoor sta je met kennis sterk. Bijvoorbeeld in een rechtszaak.

Niet dat je daarmee automatisch gelijk krijgt. Dat is weer een ander verhaal. Of eigenlijk: een volgende levensles. Er bestaat evengoed verschil tussen kennis en wijsheid. Bij wijsheid gaat het vooral om wat je doet met de opgedane kennis.

Dus: kennis is handig ter verdediging of bescherming. Kennis kan je ver brengen. En sowieso is kennis vergaren leuk.

Zelfredzaamheid versus hulp accepteren

Door die bloedneus denk ik ineens terug aan de laatste dagen van mijn vader. Toen hij al in het ziekenhuis lag en heel zwak was, maar nog geen delier had. In zo’n situatie wordt je leven zo ongeveer door anderen overgenomen. Oh, iedereen praat nog wel met je. En ze vragen je wat je wilt. Alleen ben je te slap, te moe, te duf, of te veel van slag om alert te reageren. Toch moet dat wel, want de wereld blijft in het gangbare hectische tempo doordraaien. Ook in een ziekenhuis. Ook al zeggen ze dat je de tijd mag nemen. Alles moet doorgaan. Eigenlijk wil je alleen maar zo snel mogelijk naar huis terugkeren.

Na die bloedneus. In de behandelkamer van de huisartsenpost duurt het even voordat de duizeligheid over gaat. Ik wil wel opstaan, maar kan beter wat langer blijven zitten. Na een paar pogingen informeert de assistente of er iemand is die mij zou kunnen komen ophalen. Zoals ik daar zit, wil ze mij niet laten gaan. (Staat vast in het protocol: patiënt niet laten gaan indien: optie 1, 2, of 3.) Nu voel ik mij wel verplicht om iemand te noemen. Dus zeg ik: ‘De buurvrouw.’ Terwijl ik dat eigenlijk niet van plan ben.

Op de heenweg ben ik lopend en alleen naar de huisartsenpost gekomen. Dan kan ik ook wel weer zelf naar huis teruggaan. Gewoon stapje voor stapje, kalm aan. In vergelijkbare situaties heb ik dit al vaker gedaan. Soms is er namelijk geen andere mogelijkheid. Bijvoorbeeld wanneer je door voedselvergiftiging geveld bent en toch het vliegtuig in moet. Bovendien ben ik graag zelfredzaam. Als het even kan, vraag ik niet om hulp.

Zelfredzaamheid hangt nauw samen met onafhankelijkheid. En onafhankelijkheid vind ik uitermate belangrijk. Maar om hulp kunnen vragen is evengoed een vorm van zelfredzaamheid. Ergens ligt het omslagpunt tussen zelfredzaam zijn en eigenwijsheid.

Alles heeft echter zijn prijs. Altruïsme of behulpzaamheid is vaak een vorm van eigenbelang. Bewust of onbewust zoeken we daarbij steeds naar een balans. Dit in de trant van: ‘Doe ik wat voor jou, dan doe jij een volgende keer wat voor mij.’ En mijn buurvrouw? Haar maak ik maar wat blij met een hulpvraag van mij.