Kleine schat uit de Stille Zuidzee

Gisteren zagen jullie ‘slechts’ de buitenkant. Dit is de binnenkant van een stukje abalone of paua schelp. Volgens herinnering heb ik het in 1995 gevonden, op het strand van Kaikoura aan de oostkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Daar waar de walvissen boven komen.

‘We zijn allemaal gevormd door de tijd waarin we leven en door wat aan ons is doorgegeven.’

(Conclusie uit verwijderd logje Familiebijeenkomst.)

Over Boy – October – War en U2

U2 nagetekende hoezen Boy en War

De eerste dag van oktober, de regen en twee van mijn tekeningen uit 1985 leiden mij naar de vroege jaren van U2. Ik moet zoeken naar woorden en hou het daarom bij hun muziek. Een selectie van drie nummers die je bijna nooit meer hoort. Onterecht, vind ik.

Van het album Boy (tekening links) het mysterieuze The Ocean.

Van het album October het titelnummer.

And kingdoms rise / And kingdoms fall / But you go on …

En van War (tekening rechts) het nummer Drowning man, waarin Ierse muziek doorklinkt.

Trouwfeest op het strand

Bruiloft van een bevriend stel. Enkele foto’s van de locatie na afloop. Vanwege de hitte loom genomen vanuit een stoel. (En ik had al wat op.)

Trouwfeest op het strand de plekDe plek waar de ceremonie met de trouwambtenaar plaatsvond.

Trouwfeest op het strand de stoelenDe weer lege stoelen, terwijl de gasten verder feesten bij de barbecue en Latin band.

Waar? Op het stille deel bij strandpaviljoen de Kwartel, Strand Zuid 7 in Den Haag. Een toplocatie.

Zomerse dag in Nederland

Blauwe korenbloem

Als voormalige vlakbij-de-kust-bewoonster verbaas ik mij altijd over inwoners van het binnenland. Wordt het heet, dan gaan ze allemaal naar het strand. Nu ik in het oosten woon, zie ik de uittocht van nabij. Gisteren stonden er zelfs mensen met opgeblazen luchtbedden op het station. Toch, als het érgens benauwd is, dan is het wel aan zee. Overal krioelende massa’s, lawaai en volle parkeerterreinen. Eenmaal op het strand brandt de zon genadeloos. En dan dat plakkerige zand. Wat een armoe.

Op warme dagen vertoef ik liever op het platteland. Voeten in het gras, briesje er langs. In goed gezelschap loungen onder een veranda; eten en drinken bij de hand. Wandelen in een schaduwrijk bos. En dan natuurlijk uitgebreid pauzeren bij elk terras dat je tegenkomt. Bovendien zie je nog eens wat. Vlinders en een reetje. Drie paarden rond een pasgeboren veulen. Een nagebouwde boerderij uit de ijzertijd. Graanvelden met klaproos en korenbloem. Dit zijn zomaar wat impressies van mijn weekend. Het was weer aangenaam.

De zee! De zee!

De allereerste aanblik? Dat was vrijwel zeker na een autorit of fietstocht met mijn ouders en zus over het hoge duin bij de Wassenaarse Slag. Voordat je de zee eindelijk zag, rook je al het zilte nat. Later volgden er zeeën en oceanen over de hele wereld. Maar die eerste aanblik na een lange periode van afwezigheid blijft bijzonder.

De kust bij mijn oude woonplaats is allang niet meer wat die was. Te druk en te zeer aangetast naar mijn idee. Om te zien hoe het er vroeger was – veertig, vijftig jaar geleden – moet je op een maandagmiddag vroeg in april ver weg gaan van de Randstad. Naar Schoorl bijvoorbeeld, of Hargen aan Zee.

Leeg!!!

Stranden in Gelderland

De een houdt van zee, de ander houdt van bergen. Overal kunnen we ontspannen en nieuwe energie opdoen, zolang de omgeving maar bij ons past. Aan de kust kan je na een drukke periode lekker uitwaaien en je hoofd leegmaken. Zoek je juist een fysieke en mentale uitdaging, dan haal je je hart op bungelend boven een afgrond. Wat bij jou past, ontstaat misschien wel door het landschap waarin je opgroeit.

In mijn jeugd was de kust als vanzelfsprekend nabij. Je fietste er zo naartoe. Toch wees daar niets op in ons dorp. De omgeving bestond uit uitgestrekte groene weiden van melkveehouderijen. Maar de wind was er altijd. Als aanwijzing voor de nabijheid van een heel andere entiteit. Het weidse land en de open zee creëerden een behoefte aan vrij zicht. Ontstaat zo ook een behoefte aan transparantie en duidelijkheid?

Kustlijnen zijn als grenslijnen. Ze begrenzen niet altijd. Stranden vormen juist een overgangsgebied van vast naar vloeibaar, en andersom. Dat vloeibare heeft iets magisch. Je kan denken: ‘Hier in Nederland/België ben ik via de aardkorst verbonden met iemand in Griekenland.’ Maar er zit amper beweging in gesteente en het geleidt beroerd. Water, daarentegen, beweegt. Steek een teen in zee en je bent in direct contact met de kustlijnen van Zuid-Afrika, Vietnam, Canada, Oman, Australië en alle Polynesische eilanden.

Hier in Gelderland stellen de stranden op het eerste gezicht weinig voor. Je hebt van die plasjes op de Veluwe. Als er dan wat zand bij ligt, noemen ze dat meteen een strand. Maar door deze provincie heen lopen wel grote rivieren. De Maas en de Waal, de (Neder)Rijn en de IJssel. Daar liggen heel veel strandjes langs, kilometers achter elkaar. Vanaf het zand kan je zelfs je tenen in het water steken en het waait er nog ook. Sterker, in Gelderland ligt tussen rivierkribben iets, wat je nergens aan de Hollandse kust vindt. Namelijk vrij toegankelijke privé-stranden.

Ach wat. Laat de mensen in de Randstad maar denken dat ik diep in het bos ben gestrand. 😉