Onverwachte kosten woning is maatschappelijk probleem

Woningeigenaren merken nu dat hun bezit een last kan worden. Zij staan voor onverwacht hoge kosten of zijn slecht op de toekomst voorbereid. Alle daken moeten eind 2024 asbestvrij zijn. Daarnaast moeten we van het gas af. Een asbestdak vervangen kan zomaar € 25.000 kosten. En een oud huis voor een alternatieve warmtebron aanpassen, vergt circa € 30.000. Bovendien wonen ouderen langer thuis. Hebben zij aan een potje voor het onderhoud gedacht?

‘De Vereniging Eigen Huis is kritisch over het asbestverbod. ‘Dit is een voorbeeld van ondoordacht beleid. Er is geen rekening gehouden met de gevolgen.’’ Zo oordeelt woordvoerder Hans André de la Porte in een Volkskrant-artikel op 26 maart 2019. Ook naar mijn idee schuift de overheid de verantwoordelijkheid voor oplossingen te makkelijk door naar individuele huiseigenaren.

Woningeigenaren kunnen zich groeperen en de vervanging van asbest-daken gezamenlijk aanpakken. Bijvoorbeeld in samenwerking met een woningbouwvereniging. Dat scheelt geld en individueel regelwerk. Een andere in het artikel genoemde optie is een overheidsfonds voor zachte leningen ten behoeve van woningeigenaren.

Dit geldt eveneens voor alternatieve warmtebronnen. Zet bijvoorbeeld één grote warmtepomp op een industrieterrein neer, die warmte levert aan diverse wijken. Dat lijkt mij beter dan veel kleine lawaaiige pompen op afzonderlijke woningen. En is verwarming met waterstof al voldoende onderzocht? Er zijn vast meer alternatieven. Dit raakt bijna alle woningbezitters. Daarom mogen we toch wel een nationaal plan verwachten? Denk aan verschillende opties en financieringsmogelijkheden.

Dan de geldzorgen bij oudere huiseigenaren. Dit is een groeiende groep en mijn buurman is een passend voorbeeld. Oude weduwnaar, ziek en slecht ter been, krijgt thuishulp en heeft geen spaargeld. In huis is alles verouderd en het onderhoud aan zijn woning is zwaar verwaarloosd. Zijn acute probleem is dat hij vroeger welbewust bouwvoorschriften heeft genegeerd, waardoor de riolering kapot is gegaan. Dit riool deelt hij met twee buren. Nu is hij volledig aansprakelijk voor alle kosten. Hij wil een lening proberen te krijgen, maar de vraag is of dit lukt.

Zo niet, moet hij dan de consequenties dragen en zijn huis verkopen? Moeten zijn buren het maar uitzoeken en de kosten zelf betalen? Of moet de gemeenschap hiervoor opdraaien?

Rijtjeshuizen verschillen in WOZ-waarde

Met de WOZ-waarde van mijn huis heb ik een wat schizofrene relatie. Aan de ene kant wil ik dat de waarde hoog wordt ingeschat. Dat geeft een rijk gevoel en het is gunstig bij een toekomstige verkoop. Aan de andere kant wil ik een passend bedrag aan belasting betalen, gebaseerd op een reële waarde. Maar hoe wordt die waarde bepaald? Dat maakt de overheid redelijk inzichtelijk. Voor mij heeft die transparantie een extra voordeel.

Neem nu de website WOZ Waardeloket. Daar kan je je adres intypen (of dat van je buren, als je nieuwsgierig bent). Vervolgens zie je de WOZ-waarde. Weet wel waar je aan begint. Soms zijn de bedragen jaloersmakend. En je verwacht dat huizen van dezelfde soort en afmetingen ongeveer evenveel waard zijn. Toch zie je aanzienlijke verschillen.

De gemeente kijkt voor de waardebepaling naar verkoopprijzen in het Kadaster en verzamelt vraagprijzen van woningen die te koop staan. Veel informatie komt van internet. Daarnaast kan de gemeente zelf taxaties uitvoeren en informatie opvragen over de omstandigheden rond de verkoop. Verliep die bijvoorbeeld onderhands of openbaar? De gemeente checkt of de nieuwe eigenaar de woning verbouwt of opknapt. (Al vraag ik mij wel af hoe, als dat voornamelijk binnenshuis gebeurt.)

Verder kijkt de gemeente naar specifieke kenmerken. Zoals: het woningtype, de grootte van de woning, de grondoppervlakte, het bouwjaar en de ligging. In de huidige woningmarkt wegen kwaliteit en de onderhoudstoestand zwaar. Nieuwe eigenaren willen er zo in kunnen. Ze lenen voor de koopsom al maximaal.

Kenmerken als goede isolatie, energiezuinige verwarming en een nieuwe badkamer beïnvloeden de verkoopbaarheid. En daarmee de markt- en WOZ-waarde. Aan woningverbetering kleeft dus een wrang aspect. Maak je iets moois van een ‘opknappand’, dan betaal je gelijk meer belasting.

Bij ons rijtje huizen zie je grote verschillen. Voor een deel is dit verklaarbaar. Een aantal panden is in de loop der tijd flink vergroot en opgeknapt. In enkele gevallen werd de WOZ-waarde door goede verkoopprijzen opgekrikt. Een pand was kennelijk te hoog ingeschat en werd € 35.000 minder waard. Daar zijn de nieuwe eigenaren al maanden bezig om de boel leefbaar te maken.

De grootste verrassing zit echter in de absurd lage WOZ-waarde van mijn buurmans’ pand. Die ene van de rioolperikelen. Had de gemeente daar eerder naar gekeken, dan was meteen duidelijk geworden wat er bij hem speelt. De omgevingsdienst heeft nu stappen gezet, maar er wacht nog een dossier. In verband daarmee werkt die WOZ-waarde mooi in mijn voordeel.

Geldzorgen bij oudere huiseigenaren

Naast mij woont een hoogbejaarde man in een langzaam verkrottend pand. Begin vorig jaar overleed zijn zieke vrouw en nu is buurman alleen. Tweemaal per week komt de hulp van de thuiszorg; hijzelf is slecht ter been. Zonder aanvullend pensioen hij heeft weinig geld. Daarom ziet hij op tegen het noodzakelijke woningonderhoud. De boeidelen van de uitbouw zijn verrot en zijn overkapping is ingezakt. Het riool lekt en de verf op zijn kozijnen hangt er in vellen bij. Maar hij is wel verantwoordelijk als huiseigenaar en zijn pand grenst aan dat van mij.

Mijn buurman is er één van velen. Het wordt onderhand een landelijk probleem. De huidige tachtigers wonen vaak al decennia in het huis waarin ze hun kinderen zagen opgroeien. Het is er vertrouwd en het zit vol herinneringen. Kort na pensionering knapten ze de boel voor het laatst goed op. Dan konden ze nog lang blijven en oud worden in dat huis.

Maar twintig jaar later zijn ze ver in de tachtig en mankeren ze van alles. Daarom kunnen ze weinig meer zelf aan onderhoud doen. Ouderen zonder pensioen missen financiële reserves voor het inhuren van vaklieden. Dus betalen ze ook nog een torenhoge energierekening. Want ze hebben geen dubbelglas en hun pand is slecht geïsoleerd.

Voor gemeenten én voor hun naaste buren in rijtjeshuizen is het een groeiend probleem. Want met de kwaliteit daalt ook de waarde van het onroerend goed en het aanzien van de buurt. Mijn buurman beseft dat vast. Alleen sluit hij er zijn ogen voor. Het zal zijn tijd wel duren en zijn kinderen moeten het maar oplossen. Althans, dat denkt hij misschien.

Persoonlijk zou ik het nooit zover willen laten komen. Er bestaan tenslotte alternatieven. Hij en zijn vrouw konden tien jaar geleden al naar een appartement of seniorenbungalow verhuizen. Die kosten aanzienlijk minder dan onze woningen. Van de overwaarde hadden ze dan een buffer kunnen aanleggen voor toekomstig onderhoud. Plus een buitenlands reisje tussendoor. Dat is precies wat mijn andere buren na hun pensionering hebben gedaan. Daarnaast is de overstap naar huren een optie.

Nu verkeert de buurman in een intrieste situatie, omdat het zo niet langer kan. Twee buren worden direct benadeeld door het achterstallige onderhoud aan en onder zijn pand. Want daar ligt ons kapotte en verzakte riool. De eenvoudigste oplossing gaat hem al minimaal € 4.000 kosten. Terwijl hij onlangs nog beweerde dat hij geen geld had voor een insecten verdelgend middel ad € 40.

Welke opties heb je, wanneer je als hoogbejaarde toch in je vertrouwde huis wil blijven? Geld lenen van de kinderen, als zij dat hebben en kunnen missen. Je laatste spaargeld opmaken en een nieuwe tv vergeten. Je auto verpatsen en in een rolstoel verder rijden. Spullen verkopen, zoals duur gereedschap dat niet meer wordt gebruikt. Een kamer verhuren, deels te betalen met gezelligheid. (Lijkt mij in zijn geval heel handig tegen de eenzaamheid. Er zijn al bejaardenhuizen waarin ouderen met studenten een galerij delen.) Of je huis opeten met een opeethypotheek.

Zijn er alternatieven? Ik lees het graag. Want ondanks al zijn nukken en streken wil ik de buurman nog niet kwijt.

Financiële bevrijding

Ontelbare keren heb ik het al verzucht: ‘Ik wou dat ik nóóit meer hoefde te werken voor het geld.’ Niet omdat ik zo’n hekel aan heb werken, verre van dat. Maar vanwege al dat gedoe er omheen. Je bed uit moeten op een koude ochtend, terwijl het buiten nog donker is. Met duizend andere forensen plus hun natte jassen samengeperst in een treincoupé zitten. Buikpijn hebben, omdat je agenda zo vol staat en er een moeilijke opdracht wacht. ‘Een uitdaging’, noemen ze dat. Nu ben ik van dat alles bevrijd. Werken hoeft eigenlijk niet meer, maar mag.

Mijn financiële situatie is veranderd. Een vermogend persoon zou er zijn neus voor ophalen, maar voor mij is het voorlopig genoeg. Het is nog te weinig om alle jaren tot mijn pensioen te overbruggen. Maar al langer doe ik heel rustig aan qua uitgaven, zonder een gevoel van gemis. Vakanties heb ik geschrapt, uitstapjes blijven doorgaan. Die zijn belangrijk. Wat hierbij helpt, is een goed overzicht. Een overzicht van kosten van levensonderhoud, vaste lasten en reserveringen voor grote uitgaven geeft inzicht.

Dan komt het aan op wat je verder van het leven verwacht. Zonder onvoorziene rampspoed kan ik hier nog jaren blijven wonen. Vervolgens kan ik desnoods naar een goedkopere regio verhuizen en tot mijn pensioen teren op de overwaarde. (Tenzij al die Amsterdamse woningeigenaren op hetzelfde idee komen. Zij vormen een risico.) Gelukkig droom ik nog steeds van een caravan en een leven off the grid.

Helemaal zonder werk zou ik me trouwens wel gaan vervelen. En geld voor extraatjes blijft welkom. Daarom blijf ik zoeken en doe ik vrijwilligerswerk. Nu maak ik kans op een opdracht voor drie maanden gedurende twee dagen per week. Het is even afwachten of dat doorgaat. Zal je net zien. Komt alles weer tegelijk. Ik krijg er al bijna buikpijn van.

De verhuizing, precies een jaar geleden

Vandaag exact een jaar geleden ben ik verhuisd. Die dag zal ik niet licht vergeten. Met de vorige eigenaresse had ik specifieke afspraken gemaakt. De middag voor de verhuizing was de sleuteloverdracht. Daarna kwam de verhuisdag en pas de volgende dag zou de koopakte officieel worden ondertekend. Ik moest hiervoor drie maal heen en weer pendelen tussen de Randstad en oost Nederland. Alles was driedubbel gecheckt, want er mocht geen kink in de kabel komen met zo’n strakke planning.

Op de verhuisdag rijden de verhuizers al vroeg voor en gaat alles van driehoog naar de vrachtauto beneden. Met deze bikkels rij ik prinsheerlijk hoog gezeten in de cabine mee. Nog een laatste ritje over de Rijksstraatweg langs Wassenaar en Den Haag, en dan door naar het binnenland. Het uitladen en plaatsen van dozen en meubels verloopt vlot en professioneel. Ik hoef maar te zeggen waar ik het hebben wil. Erg moe maar voldaan maak ik na afloop een rondje door huis en tuin. Daarna rap weer met de trein terug van oost naar west. Voor een laatste nachtje op een campingbed in mijn lege appartement.

Dat wordt een memorabele nacht die ik geheel doorwaakt doorbreng. Want de koopakten moeten nog officieel worden getekend. En ergens onderweg heb ik een oproepje gemist. Om 20.00 uur ’s avonds ontdek ik dat dat afkomstig is van de notaris! Is er dan op het allerlaatste moment toch iets serieus mis? De. Die nacht hoor ik de Marekerk-klok elk kwartier luiden.

Helemaal brak wacht ik de komst van de aan- en verkoopmakelaars af. Een bakkie troost van de benedenbuurvrouw brengt nog even soelaas. Wanneer ik om 8.00 uur de notaris bel, blijkt het slechts om een ontbrekend energielabel te gaan. (Wat ik al tweemaal naar de makelaar had gestuurd. …) Niets aan de hand.

Een half uur later rij ik met de makelaar en een koffer vol diploma’s, belangrijke papieren en laptop naar de notaris. Daar is het ’s morgens om 09.00 uur al een gekkenhuis. In razende vaart maak ik kennis met de moeder van degene die mijn appartement heeft gekocht; krijg ik koffie; moet ik gelijk met koffie en koffer naar een andere kamer voor de ondertekening; wordt er al begonnen met voorlezen voordat ik goed en wel zit; en is de hele ceremonie in no time voorbij. Hallo zeg, dat was dus de verkoop van mijn oude vertrouwde appartement.

Gelijk daarna met koffer en al in de auto van de makelaar naar station Lammenschans voor de derde rit van west naar oost. Stuiterend van de adrenaline, slapeloze nacht, hectiek en ongebruikelijke dag. In de trein kan ik eindelijk achterover leunen, een hapje eten en van de rit naar mijn nieuwe woonplaats genieten. Eenmaal daar drop ik mijn koffer en moet ik nog één keer op pad. Want om 15.00 uur wordt officieel voor de overdracht van mijn huidige pand getekend in een nabijgelegen stad.

Het is in zo’n statig herenhuis met een weldadige rust, zeker vergeleken bij die andere overdracht. Daar ontmoet ik de vorige eigenaresse en nu ook haar man. Er is gewoon tijd voor een praatje. Zo verneem ik meer over wat zij aan onderhoud heeft gedaan. (Of heeft nagelaten, beter gezegd.) Na de ondertekening en overdracht van resterende sleutels  kan ik eindelijk op huis aan.

Eigenlijk vond ik het ook wel een beetje imponerend. Ineens was ik verantwoordelijk voor zo’n historisch pand en een stukje land. Alsof je plotseling grootgrondbezitter bent. Maar na alle klussen en de verbouwing ben ik wel aan dat idee gewend. En nog steeds ben ik heel content.

Het huis van oma B.

Het huis van oma B.
Lange Mare, begin jaren 50

De oude binnenstad herbergt nog veel panden waarin mijn voorouders ooit woonden. Eén daarvan was van oma B. Het markante gebouw heeft een opvallende Art Nouveau gevel. Alleen dat is al bijzonder, maar heb ik er vooral een gevoelsmatige band mee. Oma overleed jaren geleden. In mijn beleving maakt zo’n detail echter weinig uit. Het blijft voor altijd het huis van oma.

Wil je verder lezen? Ga er dan maar eens rustig voor zitten.

Overgrootvader

Mijn overgrootvader laat het begin vorige eeuw bouwen. Hij is een Leidse meubelmaker en –handelaar. In 1912 wordt het opgeleverd en sindsdien prijkt dat jaartal op de gevel. Die gevel is een echte eyecatcher. Meerdere auteurs van architectuurgidsen reppen erover: ‘Hij liet het pand in een late en strakke variant van de Jugendstil optrekken.’ ‘De gevel bestaat uit gebroken-witte geglazuurde stenen afgewisseld door blauwe, turkooizen en roodbruine horizontale banden.’ Dat geglazuurde steen is in ons calvinistische landje vrij zeldzaam.

Overgrootvader verkoopt beneden in de winkel biljarttafels die hij zelf maakt. Boven woont hij met zijn vrouw en dochters. Het gezin verblijft er echter maar kort. Want hoe imponerend de gevel ook mag zijn, het pand is zo diep als het breed is, en dus tamelijk klein. Verdeeld over vier lagen beslaat het slechts 84 vierkante meter. Dat betekent constant trappen lopen en daar heeft overgrootmoeder geen zin in. Nadat zij eruit trekken, wordt het bewoond ‘door de huurders H. Zwart, sergeant-kok bij de Kweekschool voor Zeevaart en twee ongetrouwde zusters, de dames Rietbergen.’

In totaal hebben vier generaties nakomelingen van overgrootvader er gewoond. Rond 1919 gaan mijn pasgetrouwde opa en oma er wonen en zij krijgen vijf kinderen. Mijn moeder is de jongste. Wanneer zij trouwt, is haar vader al overleden en haar broers zijn de deur uit. Er heerst woningnood, maar oma heeft ruimte genoeg. Daarom trekt mijn vader bij zijn vrouw en schoonmoeder in. Mijn zus wordt geboren en zet er haar eerste stapjes. Pas vlak voor mijn komst verhuist het gezin naar een eigen woning. (De vijfde generatie volgt nog.)

Het huis van oma B.

Het langst van iedereen verblijft mijn oma ‘op de Mare’. In haar tijd zaten de muren vol inbouwkasten en waren de kamers klein. Om de huiskamer te bereiken, liep je door de winkel via een steile trap naar boven. Dan passeerde je mijn opa op een foto aan de wand. Vol ornaat in historisch kostuum zat hij op een paard, klaar voor de 3-oktoberoptocht. Hij liet ook praalwagens meerijden met figuranten, om zo reclame te maken voor zijn zaak.

De woonkamer op de eerste etage heeft een erker en een mooie zwarte schouw. In die ruimte pasten de eettafel met stoelen, een kastje en een paar fauteuils. Overgrootvader maakte als huwelijksgeschenk een compleet ameublement voor elke dochter. Toen oma ouder werd, sliep ze in een opklapbaar bed in de huiskamer. Dan hoefde ze niet verder naar boven te lopen.

In het keukentje naast de woonkamer had oma een theemeubel met mooie kopjes. Een verzameling aardewerk stond op een plank boven het aanrecht uitgestald. Daartegenover waren houten keukenkasten met vitrinedeurtjes. De prachtige Jugendstil-potten ‘Thee’, ‘Suiker’ en ‘Vermicelli’ pronken nu bij mij. Er hing een keramieken koffiemolen aan de muur met glazen opvangbakje. Ah, de geur en het geluid van koffiebonen die worden vermalen …

Daarnaast was het binnenplaatsje met hoge muren en hier bevond zich het toilet. Het was er ’s winters wel steenkoud en er kwam geen zon. Oma bewaarde haar eten gewoon buiten op het plaatsje. Een koelkast was daar niet nodig. De kinderen werden geboend in de teil of ze bezochten het badhuis in een straat verderop.

Voor de woonkamer is een piepklein portaaltje en daar gaat de trap verder omhoog. Boven bevond zich een slaapkamer en een tweede toilet. Aan de straatkant prijkt een piepklein balkonnetje boven de erker. Mijn ooms sliepen nog een etage hoger op zolder. Hier hing oma de was te drogen.

Mijn overgrootouders stierven op hoge leeftijd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij lieten meerdere monumentale panden na aan vier erfgenamen. Bij de boedelverdeling kreeg oma haar eigen woning en twee nabijgelegen pakhuizen in handen.

Het huis in mijn jeugd

Als oma al weduwe is, verhuurt ze de bovenkamer aan studenten of verpleegsters. Zo verdient ze wat, AOW of weduwenpensioen bestaat nog niet. Tot vadertje Drees ingrijpt brengen haar jongvolwassen kinderen ook geld in. In mijn geheugen hoor ik die huursters nog langs haar woonkamer de trap op gaan.

Op een gegeven moment draagt oma het eigendom van haar onroerend goed over aan mijn oom. Het moet nodig worden opgeknapt. Zij blijft in haar vertrouwde huis wonen en hij zorgt voor het onderhoud. De begane grond blijft dienen als winkel en wordt aan opeen- volgende mensen verhuurd. Ik kan mij een kousenzaak en kappers herinneren. Volgens het archief zaten er ook een stomerij (van mijn opa) en een juwelier.

Zo’n twintig jaar lang kom ik vrijwel wekelijks bij oma op bezoek. Gezeten op een stoel bij het raam in de erker kan je er heerlijk naar buiten kijken. Want het huis staat aan een gedempte gracht waar dagelijks een stoet mensen passeert. Die bezoekjes houden abrupt op als oma een brief post en ongelukkig valt. Ze breekt haar heup en kan onmogelijk nog de trap op komen. Haar laatste jaren slijt ze in een verzorgingshuis. Ik geloof dat ze nooit meer een voet in haar oude woning heeft gezet.

Na haar vertrek moderniseert mijn oom het pand grondig. Er komt eindelijk een echte badkamer. De keuken met los fornuis, houten kastjes en granieten aanrecht verdwijnt. Het binnenplaatsje krijgt een dak voor een groter woonoppervlak. Dat gebeurt in de jaren tachtig. De twee kinderen van mijn oom wonen er achtereenvolgens allebei enkele jaren. Wanneer zijn dochter een tweeling krijgt, verwelkomt het huis de vijfde generatie.

Het onvoorstelbare

Dat het pand ooit in handen van vreemden kan komen, is voor mij ondenkbaar. Ik vertelde eens tegen een collega dat het leeg stond nadat mijn nichtje was vertrokken. Zij vroeg terloops of mijn oom het ging verkopen. Ik stikte prompt bijna in een slok koffie. ‘Over mijn lijk’, bracht ik uit toen ik weer een teug lucht binnenkreeg. Bovendien wilde ik als twintiger zelf graag in de binnenstad wonen.

Maar buiten mijn medeweten om verkoopt mijn oom het aan iemand die niet van mijn overgrootouders afstamt. Een man van buiten de stad koopt het pand voor zijn kind dat hier komt studeren. Dat was twintig jaar geleden. Ik heb er nog steeds moeite mee.

Dit huis is bijna 85 jaar lang van onze familie geweest. Het is zo’n karakteristiek pand dat in bouwstijl en versiering de smaak van mijn overgrootouders uitstraalt. Na uitgebreid genealogisch onderzoek wordt het besef van verlies alleen maar sterker. Want oma’s huis is het allerlaatste in een lange reeks panden die mijn voorouders door de eeuwen heen bezaten. Ik passeer haar huis nog bijna dagelijks. Het staat op de route naar de binnenstad en naar mijn werk. Dan groet ik het even in het voorbijgaan.

Een bevreemdende ervaring

Vorige week ontdekte ik dat het wederom leegstaat. Binnen hangen nog slechts de gordijnen en kroonluchters. En jawel. Kort daarna verschijnt een ‘Te Koop’-bord en nu staat oma’s huis op Funda. Ik ben als een speer naar huis gereden en heb ik het direct opgezocht.

Met 'Te Koop'-bord, december 2014
Met ‘Te Koop’-bord, december 2014

Dat wordt een enigszins bevreemdende ervaring. Verschillende elementen zijn nog goed herkenbaar. De gevel uiteraard, de erker, de schouw en het trappenhuis met houten leuning. Verder is alles veranderd. Muren zijn weggebroken om ruimten samen te trekken, en zo verdwenen de inbouwkasten. Er zit een andere keuken in dan mijn nichtje had. De indeling en bekleding zijn wel praktischer en veel mooier dan voorheen. De muren zijn gewit en de vloer is met laminaat bedekt. Van binnenuit gezien komen de gekleurde ramen nu veel beter tot hun recht. Ik vermoed dat mijn oma de kroonluchters met tinkelend glas prachtig zou hebben gevonden.

Toch, terwijl ik de foto’s bekijk, is het voor heel even niet langer mijn oma’s huis. …
Maar dat moment gaat snel voorbij. Stel je toch voor zeg!

Ontwikkelingen in stroomversnelling

Even denk ik serieus aan fundraising om het huis als erfstuk terug te winnen. Mijn moeder weet dat de eigenaar aan mijn oom heeft gevraagd of hij het wil terugkopen. Mijn zus zou er zo wel weer willen wonen, nu het fraai is opgeknapt. Dat bedoelt ze figuurlijk, vermoed ik, want de steile trappen waren knap hinderlijk. Desondanks is en blijft het huis voor mij onbetaalbaar, letterlijk en figuurlijk.

Maar ik krijg zelfs niet de tijd om deze tekst rustig te voltooien. Want Funda meldt dat het al binnen vier dagen is verkocht!

Voordat alle informatie verdwijnt, bel ik gauw de makelaar en vraag om brochures. Tenslotte ben ik een achterkleinkind van de eerste eigenaar. Voor hem is dat een interessant detail. Hij blijkt zich te specialiseren in historische panden en had het huis zelf wel willen houden. Direct na het telefoontje stuurt hij mij de foto’s toe. En ik zoek voor hem foto’s van vroeger op, voor zijn dossier.

Wie de nieuwe eigenaar is, weet ik nog niet. Wel betreft het opnieuw een vader die oma’s huis voor zijn studerende kind koopt. En is dat eigenlijk niet de rode draad in dit verhaal? Steeds is er een vader die zijn dochter of zoon aan een goed onderkomen helpt.

En dan …

Je zou denken dat ik nu wel klaar ben met dit relaas. Maar er is werkelijk iets bijzonders gaande. Wanneer ik de website van de makelaar bezoek, val ik bijna van mijn stoel van verbazing. Ongelofelijk, maar echt waar: hij blijkt zelfs twéé panden van mijn overgroot- vader in verkoop te hebben! Wat een wonderlijke samenloop van omstandigheden! Vermoedelijk beseft hij het zelf niet eens.

O ja, klein detail: de vraagprijs van dat tweede pand bedraagt € 829.000.
En dan te bedenken dat overgrootvader meer van dergelijke panden bezat …

De makelaar heeft nog even de sleutel van oma’s huis ter beschikking. Hij heeft ons, de familie, uitgenodigd om binnenkort een kijkje te komen nemen.

Bronnen over het huis van oma

  • Architectuur & monumentengids Leiden, onder redactie van J. Dröge, E. de Regt en P. Vlaardingerbroek, Primavera Pers Leiden, 1996, ISBN 90-74310-11-7.
  • Krullen, lijnen en zweepslagen. Jugendstil in Leiden, P.A.F. Kotterman, Leids Verleden 3 – Dienst Bouwen en Wonen, Gemeente Leiden.
  • Een bouwtechnische beschrijving staat op Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

VVE-vergadering (ook weer gedaan)

Zo, ik ben weer bezig geweest. De vergadering waarvan ik voorzitter ben, is achter de rug. Die rol van voorzitter is mij totaal niet op het lijf geschreven, maar vreemd genoeg luisteren ze wel. Naar mij. De buren. De mede-eigenaren van ons gebouw. Want ik regel het allemaal.

De anderen zijn allang blij dat iemand het doet. Schilder bellen over de aanbevolen materialen. Loodgieter om offertes vragen voor twee klussen. Vereniging Eigen Huis benaderen voor een inschatting van de complete staat van ons pand. Dit omdat we een adequate meerjaren-onderhoudsplanning wensen. Ik moet het zo regelen dat de één met de hoogwerker van de ander het dak op kan. Dat kan. We willen namelijk ook weten of onze dakbedekking nog picobello in orde is. Voor de zekerheid ga ik na of ze het zonder valsysteem doen. Ja, doen ze. Mooi, dat scheelt dan gelijk weer zo’n € 3.500.

We hebben eigenlijk een bestuurder die dit soort zaken moet regelen. Echter, hij en zijn vriendin hebben een tweeling gekregen. Dus heeft hij het druk. Begrijpelijk. Alleen ken ik mensen die tachtig uur per week in hun eigen zaak werken, vier kleine kinderen hebben, tussendoor nog wat bij de Rotary doen en bovendien voor hun oude moeder zorgen. En het helemaal niet te druk hebben voor die paar actiepuntjes voor onze VVE.

Zoals een handtekening op een bankformulier zetten, als enige tekenbevoegde. Om twee rekeningen op te heffen. En dat dan ook nog helemaal naar het filiaal 300 meter verderop brengen. Nou, nou. Terwijl hij zelf op welgeteld 250 meter afstand van dat kantoor werkt. Hier is onze bestuurder nu al drie jaar mee bezig. Mij hoor je niet, hoor. Ik regel gewoon alles. Ben toch werkloos en heb niets beters te doen.

Maar de kapotte lampen in het trappenhuis, die ga ik toch echt niet vervangen. Oh nee. Dat gaat mij te ver. Want dat is mannenwerk. Als er een man in de buurt is, tenminste. Klusjes regelen met mannen in het bouwbolwerk is ook mannenwerk, trouwens. Maar de mannen bij ons staren allemaal gebiologeerd naar de tafel (mijn tafel), als ik vraag of iemand een regelklusje wil oppakken. Gawd, wat een watjes allemaal.

Ik krijg de klusjes dus in de schoot geworpen. En hé, weet je wat er dan gebeurt? Dan gaat madame zelf wel even de dienst uitmaken. Dat komt er nu van. Opdrachten uitdelen is mij wonderwel goed toevertrouwd. Ach, als ik toch in een schatrijke familie was geboren. Dan zat ik nu ergens op een schitterende locatie aan de Middellandse zee. En dan deed ik niets anders dan zuchtend en schommelend op de veranda iedereen alle kanten op commanderen. Dat had mij nou zo héérlijk geleken. Maar ik kom uit de verkeerde kringen, helaas.

Geeft niet hoor. Ik ontdek alles over neuslatten, epoxy coatings, glasvliezen, valsystemen en meer. Als ik ooit een vrijstaand huis bemachtig, of een stacaravan, weet ik precies waar ik het over heb. Nu niet eigenlijk, maar dat vinden zij niet erg. Mijn buren. Als ik het maar regel. Dan vinden zij het goed.

De kapotte lampen waren trouwens in no-time vervangen. Ik kom er nog wel achter wie dat heeft gedaan.