Voor inspiratie naar de 50PlusBeurs

Onverwacht detail, bij nader inzien

Een nieuwsbrief in de mailbox biedt kaartjes aan voor de 50PlusBeurs. De 50PlusBeurs in Utrecht. Daar heb ik eens een dag als deelnemer in een informatiestand gestaan. Toen was ik nog te jong.

Beurzen vormen een uitputtingsslag, maar afhankelijk van het thema bezoek ik ze graag. Idealiter kom je er in contact met mensen en bedrijven die je op nieuwe ideeën brengen. Ze bieden producten en diensten aan, die je in je eigen omgeving minder gauw vindt.

Inmiddels ben ik oud genoeg en deze keer wil ik inspiratie opdoen. Gewoon, om uit te vinden wat ik met de kennis en mogelijkheden van nu, met het vervolg van mijn leven zal doen.

Tweede start na zeven jaar

Nu de laatste klus op de lijst van de bouwkundige keuring uit 2015 gedaan is (plus drie klussenlijsten daarna), voelt het alsof er een nieuwe fase begint. Een soort herstart die samenvalt met de afloop van de eerste zeven jaar. Mijn huis en ik hebben nogal wat meegemaakt en doorstaan met elkaar. En met bouwvakkers. Een hele reeks bouwvakkers. Zeker veertig in totaal.

Wat die bouwvakkers betreft: er zijn uitzonderingen. Maar elke denkbare truc om meer te vangen dan het geleverde werk waard is, ken ik nu. Wat ik inmiddels ook weet, is hoeveel uur voor een goed uitgevoerde klus realistisch is. Het is bijna jammer dat alle grote klussen zijn gedaan, anders zou ik deze kennis meteen in praktijk brengen.

Of zal ik naar de plaatselijke bouwvakschool gaan en een zelf ontwikkelde lesmodule ‘Zo werk je klantgericht en professioneel’ te koop aanbieden? Daar is veel behoefte aan, terwijl het gewoon een kwestie is van mijn ervaringen omdraaien. Op basis hiervan praat ik met gemak een uur vol.

Op dit moment ben ik met een heuse grote schoonmaak bezig. Dat is typerend voor een tweede start. Naast de gebruikelijke ‘extra klussen’, zoals ramen zemen, vloeren dweilen en de douchebak ontkalken; doe ik nu dingen als: oude kitranden vervangen, alle nog goede kitranden poetsen met chloor en een tandenborstel, vloerkleedjes wassen, muren stofzuigen, op mijn knietjes plinten poetsen, afzuigkap ontvetten, enzovoort. Kortom, alles wat ik normaliter hooguit eens in de zeven jaar doe. Of nooit.

Wat echter niet lukt, is het ontdooien van de inbouwkoelkast. Daar zit geen aan/uit-knop op en de stekker is achter de koelkast verstopt. (Iets zegt mij dat die koelkast niet door een vrouw ontworpen is.) Dus hoe krijg ik dat nu weer opgelost?

Wat je met het afwerken van vier ellenlange klussenlijsten makkelijk vergeet, is dat het gedane in zeven jaar tijd geleidelijk aftakelt. Of veroudert. Of uit de mode raakt. Vandaar dat de volgende ronde van het verfwerk alweer voor de deur staat. Dit zal ik maar beschouwen als een tweede kans.

Echt een kind van mijn vader

Vandaag moest ik sterk aan mijn vader denken, die vijf en een half jaar geleden overleed. Ik heb namelijk iets gemaakt waaraan je goed kan zien dat ik een kind van hem ben. Mijn vader was van de generatie die met weinig tevreden moest zijn. Spullen waren duur in zijn jeugd. Dus als er iets kapot ging, dan repareerde je dat, en het liefst met materiaal dat je ergens van bewaard had. Je gooide nooit zomaar iets weg. Mijn vader heeft een paar jaar technische scholing gehad. Hij was veertien toen hij aan zijn eerste fulltime baan begon. Vijf en een halve dag in de week.

Ik denk dat ik iets van zijn praktische creativiteit en inventiviteit meegekregen heb. Plus de wil om zelfredzaam te zijn. Daarnaast ga ik ook zorgvuldig met mijn (weinige) spullen om. Wat nog goed is, gaat nooit zomaar weg. Desnoods breng ik het naar de kringloopwinkel of zet ik het te koop op Marktplaats.

Mijn vader is een paar maal in het huis geweest waarin ik nu woon. Bij een van zijn bezoeken bracht hij enkele zelf opgekweekte tomatenplanten mee. Hij had ze opgebonden aan een paar oude bamboe stokken. Stokken die ongetwijfeld al talloze malen in de tuin waren gebruikt. De tomaten hielden het in mijn zanderige tuin niet zo lang uit. Wat overbleef, waren die twee bamboe stokken.

Fast forward naar nu, zeven jaar later. Gisteren is de allerlaatste klus op de ellenlange klussenlijst (vanaf juni 2015) geklaard. De dakkapel achter is geverfd. Het houtwerk ziet er weer helemaal fris en glanzend uit. Er zitten enkel nog wat vettige vlekken buiten op een ruit. Dus moeten de ramen op de eerste verdieping worden gezeemd. Ik weet niet hoe andere mensen dat doen, maar zelf kan ik er nooit zo makkelijk bij.

Ik kan op een wiebelig tafeltje gaan staan, ver voorover hangen en dan met een spons in de hand de ramen zemen. Of ik kan op de vloer van mijn slaapkamer blijven staan en dan met een spons aan een veel te lange stok met hoekige en houterige bewegingen, al stotend tegen het plafond / de middenbalk / het andere raam proberen het raam aan de buitenkant schoon te maken. Gevolgd door dezelfde capriolen met een handwisser op een te kort stokje of een wisser op een veel te lange steel waarmee ik ook weer overal tegenaan stoot.

Daarom zoek ik al jaren naar een tussenmaatje voor die steel. Een spons op een lichtgewicht steel van ongeveer een meter lang, plus een wisser met even lange steel.

Je zou toch denken dat ik niet bepaald de enige ben met dit probleem. Er zijn toch wel meer huizen waar ramen zemen op de eerste/tweede/etc verdieping een ingewikkelde bedoening is. Maar iets handzaams op een steeltje van een meter lang is er niet. Zelfs niet op internet.

Ooit vond ik iets wat erop leek in een bouwmarkt in een koopjesgrabbelbak. Dat was een soort sponsdoekje op een plastic plaatje aan een stokje met een scharnier. Waarschijnlijk was het voor het wassen van autoruiten bedoeld. Maar toen ik later vanuit het zolderraam met een bergklimmerstouw op het dak van mijn dakkapel geklommen was, en bengelend over de rand de wang (= dakdekkersvaktaal) van mijn dakkapel aan het schoonmaken was, brak het sponsgedeelte van het handzame steeltje af.

Ik ben nog terug gegaan naar diezelfde bouwmarkt met precies diezelfde koopjesgrabbelbak, maar wat er ook allemaal in lag, geen autoruitenwassersponsjeopsteel. Sindsdien is ramen wassen op de eerste verdieping weer een probleem.

Totdat ik vandaag dus een ingeving kreeg, die mij dochter van mijn vader waardig maakt. (Overigens had ik al eerder een gerelateerde uitvinding gedaan die behoorlijk gelijkwaardig was.)

Want wat ik nog niet heb verteld, is dat ik die tweede keer iets anders vond in die koopjesgrabbelbak. Namelijk: een verfroller met korte steel, maar dan wel een met een telescopisch deel. Kijk. Daar kan ik wat mee.

Men neme een verfroller en men neme een rol ducttape. Met een stuk tape zet je de roller vast, zodat die niet meer draait. Et voilà! Een sponsachtige ding met korte telescopische stang dat in gefixeerde stand niet rolt maar keurig over het glas veegt.

Alleen die ruitenwisser ontbrak nog. Gelukkig kwam vandaag het eureka-moment. Want wie wat bewaart, heeft wat. Een oud wissertje met korte steel, bijvoorbeeld. Plus een oude bamboe tomatenstok. Laat die stok nu precies passen in het holle steeltje van dat ding. Stukje bamboe eraf gezaagd om de steel op maat te maken en stukje ducttape erop om de boel te fixeren. Tadà!

Ruitenwisser met medium bamboesteel; verfroller als spons op medium telescoopsteel

Nu alleen nog even een patent aanvragen voor mijn prototypes.

Legaliseren ooievaarsnest

Voorop gesteld: ik begrijp best dat omgevingsvergunningen nodig zijn. We willen hier tenslotte geen Belgische toestanden, waar iedereen kennelijk zo maar zelf een huis mag ontwerpen en dat, ongeacht wat de schoonheids-commissie plus de buren ervan vinden, ergens op een perceel kan neer plempen. Nee, het is best goed dat wij tenminste wel bouwregels hebben.

Maar toch. Je zou zeggen dat er in deze tijd urgentere kwesties zijn. De energiecrisis, bijvoorbeeld. De klimaatcrisis. De nog altijd sluimerende coronacrisis, die ons elk moment weer kan opbreken. Oh, en laten we Ukraine niet vergeten. Verder moeten we nog iets voor de boeren verzinnen, want die willen graag een beetje perspectief hebben. Nu gaat het allemaal weer met de botte bijl en zo van: ‘Huh, visie? Wat nou: visie? Daarvoor ga je maar naar een opticien toe. Dat gezeur over visie ook altijd.’

Nou ja, persoonlijk verlang ik nogal hevig naar die goeie ouwe tijd van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Toen ons land nog in puin lag en weer helemaal moest worden opgebouwd. Toen had je tenminste nog echte regeringsleiders met visie. Mensen die vooruit keken en die zeiden: ‘Honger, dat nooit meer.’

Ik heb trouwens wel een idee voor de boeren. We moeten gewoon onderzoeken hoe we samen met de boeren en de producenten en de dienstverleners en de energiebedrijven enzovoort zorgen dat we helemaal zelfvoorzienend worden, en kijken hoe onze nationale kwaliteiten in het grotere geheel passen en waar we de komende twintig jaar naartoe willen met zijn allen, op Europees niveau, bijvoorbeeld. De een is goed in dit en de ander is goed in dat. Kwestie van samenwerken en een beetje afstemmen. Simpel zat.

Maar goed. Dat zal wel weer niet gaan gebeuren, want in dit land houden we ons liever bezig met regelgeving tot in het extreme. Dat schijnt een veeg teken te zijn van een cultuur die over zijn hoogtepunt heen is. Dus wat dat betreft weten we tenminste wel alvast waar we aan toe zijn.

Legalisering van een ooievaarsnest. De hele procedure is achter de rug en de vergunning is verleend. Ik vind dat knap hoor, van die vogels.

Gemeenteberichten

Bekijk het eens vanuit een andere positie

In mijn duffe hoofd zit ik nog na te tollen van gisteren, toen er iets losschoot in een spaak gelopen kwestie. De buurman. Het toewerken naar een doorbraak en een oplossing vergt al mijn denkkracht, fysieke energie, creativiteit en strategische kennis. Daarom moet ik dit stap voor stap doen. Maar. Draai een kwart slag en bekijk de zaak dan opnieuw.

Want waarom denkt de buurman al 35 jaar lang dat hij het zich kan permitteren om maling te hebben aan zijn naast wonende buren? Kennelijk komt hij altijd weg met wat hij doet. Ik dacht eerst dat dit kwam, omdat hij zijn imago mee heeft. Het is nu tenslotte een oude en fysiek kwetsbare man.

Flarden van gesprekken met vorige eigenaren en oude buren komen weer boven. Uitspraken, die ogenschijnlijk weinig verband met elkaar houden, vallen samen met mijn eigen ervaringen in de afgelopen jaren. En dan de laatste woorden, die buurman tegen mij heeft uitgesproken: ‘Als je nog één keer over het onderhoud begint, dan gebeurt er wat!’ Ik dacht toen bij mezelf: Wie breng je daarvoor mee dan?

Ja, bekijk de zaak eens vanuit een andere positie. Kijk ook naar welke andere partijen erbij betrokken waren. Oorspronkelijk, in de jaren tachtig. En beschouw hoe bepaalde instanties zich naar mij toe hebben opgesteld. Ik ben degene die hier pas veel later is komen wonen, maar nog altijd met de nasleep van toen geconfronteerd wordt. Tot besluit: de Vraag der Vragen. Hoe zit het met de financieringsstromen?

Dus had ik opnieuw een e-mail verzonden naar een van de betrokken partijen. Een partij die de buurman bijstond en mijn bericht al een jaar lang niet had beantwoord. Ik had daarin een vergelijking gemaakt met de toeslagenaffaire. Gewoon, omdat ik in precies zo’n zelfde nachtmerrie-scenario ben beland. En verder had ik bij een andere betrokken partij een gesprek aangevraagd, met vermelding dat de kwestie mij na twee jaar nog bijzonder hoog zit. Omdat er voor mij niets is opgelost, terwijl er een compleet hulpverlenerscircus om mijn arme ‘kwetsbare’ buurman heen draait.

Die buurman heeft zijn dreigement inderdaad korte tijd later waargemaakt. Hij heeft zijn buurvrouw met alle mogelijke verzinsels en onbekende ‘vertrouwelijke informatie’ bij een officiële instantie zwart gemaakt.

Ja. Kijk naar een Engelse detectiveserie en het is immer hetzelfde verhaal. Je wordt steeds tot het eind toe op een dwaalspoor gezet door de vele zijdelings spelende en minder relevante schandalen, die door het onderzoek naar de moordenaar worden opgerakeld. Iedereen heeft wat te verbergen. Niemand, inclusief meerdere betrokken partijen, uitgezonderd.

Dat gesprek heeft een openingetje opgeleverd en nu beginnen de radertjes opnieuw te draaien.

Alleen al het schuurtje

De Nederlandse biblebelt staat momenteel weer eens in de belangstelling. Deze keer vanwege de lage vaccinatiegraad tegen corona. Nu kun je veel zeggen over mensen in dit christelijke leefgebied, (en nee, dit is geen uitnodiging om mijn reactieveld vol te kliederen), maar ze weten daar tenminste wel hun huizen en tuinen te onderhouden.

Menige tuin is er met zorg aangelegd en smaakvol ingericht. En dan de woningen, vooral de vrijstaande huizen in buitengebieden. Die staan vrijwel allemaal strak in de verf en doorgaans is er voor kwaliteit en vakwerk gekozen. Ik kan erg genieten van een goed onderhouden omgeving. Daarom wandel ik graag door dorpen van streng christelijke gemeenschappen.

Bovenstaand schuurtje staat in de buurt van het kasteel van Renswoude. Alleen al dat schuurtje met de tuin er bij, is mij mooi genoeg om in te wonen.

Ver weg van hier

Oh, ik besef dat er een element van vluchtgedrag in zit. In al die mooie natuurfoto’s en daarbij de ontdekking van al die wonderlijke details. Ik kan mij helemaal verliezen in fantasietjes en het verzinnen van een verhaal. Zelfs de aanleiding voor het onderzoek dat ik nu verricht, sluit hierbij aan. Want wat fascineert er meer, dan de ontdekking van een periode in de lokale geschiedenis waarvan bijna niemand precies weet wat zich hier heeft afgespeeld? Oké, het draait dus vooral om nieuwsgierigheid.

Maar als alles twee kanten heeft, positief en negatief, dan kan nieuws-gierigheid overgaan in vluchtgedrag. En soms krijgt dat de overhand.

Ik heb moeite met het nieuws van deze week. Er moet een miljoen huizen worden bijgebouwd en Lelystad Airport krijgt ineens toch 10.000 vliegbewegingen per jaar. Verder moeten er nog meer bedrijven hiernaartoe worden gehaald. Daarom moeten de wegen worden verbreed, want het moet logistiek gezien wel een beetje doorstromen allemaal. De welvaart moet toenemen, zodat we, kortom, nog betere consumenten worden.

We moeten meer mountain bikes willen kopen, bijvoorbeeld, waarmee we overal doorheen moeten willen crossen. Daarom gaan we meer paden aanleggen, midden in het bos. Als extraatje, naast de autowegen, ruiterpaden, gewone fietspaden en wandelroutes die er al zijn. Geen idee waar de hertjes en de hazelwormen moeten blijven, maar dat is hun probleem. Consument zult gij zijn!

Bovendien moeten al die spullen ergens worden opgeslagen, dus bouwen we meer megaopslagruimtes bij. En we hebben grotere woningen nodig. Bij voorkeur vrijstaand, dat spreekt voor zich. Zullen we dan meteen maar de hele Veluwe kappen? Dat terrein ligt hoog en droog, en dan zijn we gelijk van die irritante stiltegebieden af.

Ik kan nog wel genieten van mijn kleine ontdekkingen. Zoals het feit dat een oranje trilzwam 15 graden vrieskou glansrijk kan doorstaan, getuige het zwammetje dat ik vorige week zag. Een deel van de natuur zal zich tijdig aan de komende klimaatverandering aanpassen. Maar of ik dat kan?

Soms doemen de toekomstbeelden op, en daarmee de aloude vragen. Zit ik hier wel goed? Hoe lang zal ik blijven? Wat is een goed moment voor vertrek? Door de huidige gekte op de woningmarkt is mijn huis nu veel waard. Zal ik eens in het buitenland rondkijken, om daar eventueel naar uit te wijken? Maar waar dan? Duitsland, België, Frankrijk? Landen waar meerdere voorouders vandaan kwamen. Of naar het noorden? Zweden misschien? In een goed geïsoleerd woning en met goede kleding aan is die kou best te verdragen. Een VRT-programma als Het hoge noorden met de sympathieke Annemie Struyf wakkert deze vragen bij mij nogal aan. …