De ontleding van mijn woning

Bij de koop van mijn huis kon ik niet bevroeden wat een ontdekkingstocht er zou volgen. Van het 106 jaar oude pand is namelijk geen bouwtekening voorhanden. Ook hebben opeenvolgende eigenaren de indeling bij herhaling aangepast. Zij hebben wel tekeningen van een schuur en de dakkapel ingediend, maar die wijken af van de werkelijkheid. Bovendien zit deze woning vol verlaagde plafonds en voorzetwanden. Die laten veel te raden over onzichtbare tussenlagen. Ik sta dus voor verrassingen bij elke bouwkundige klus. Daarom doe ik aan ontleding van mijn woning.

Die ontbrekende bouwtekeningen zijn een groot gemis. Want waar precies kan ik in muren boren? Hoe lopen de kabels, waterleidingen en afvoeren? Welke materialen zijn er gebruikt? En hoeveel draagvermogen heeft de hele constructie?

Neem mijn nieuwe wasmachine. Die staat op zolder. Hij moet voor een houten vloer geschikt zijn. Toch trilt alles bij het centrifugeren. Het is dan makkelijk om te wijzen naar de fabrikant. Maar inmiddels weet ik dat de draagconstructie van de zoldervloer in de loop der jaren aan twee kanten is veranderd.

Oorspronkelijk leunden de vloerdraagbalken aan weerszijden op stenen muren. Gisteren deed ik echter een bizarre ontdekking. De wasmachine staat deels op een zwevend stuk vloer! Een aantal draagbalken hangt namelijk op andere haaks geplaatste draagbalken. Die zijn pas later aangebracht. Aan de linkerkant bij een verruimd trapgat, en aan de rechterkant bij een half weggebroken schoorsteenschacht. Daar lopen cv-buizen doorheen en die schacht zit grotendeels achter een voorzetwand.

Eerder al kwam bij de keukenverbouwing vanachter het systeemplafond een wirwar aan kabels en pijpleidingen tevoorschijn. Sommige buizen liepen zichtbaar van niets naar nergens. Die werden jaren geleden toegevoegd en naderhand weer afgekoppeld. Maar dat moet je wel weten. Zo plaatste de vorige eigenaresse haar wasmachine bij een afvoerbuis op zolder. Helaas was de pijpleiding twee verdiepingen lager losgekoppeld door een voorganger …

Gelukkig valt er met moderne technieken veel te ontdekken. Een installateur en een rioolservice hebben camera-inspecties uitgevoerd. Hun filmbeelden bewaar ik. Ook heb ik de wand onder de douchebak eens laten verwijderen. En overal maak ik foto’s van. Gisteren bijvoorbeeld.

Er zit slechts een smalle kier tussen de zoldervloer en het restant van de oude schoorsteen. Daarom tastte ik in het duister over wat daar schuilging. Op zulke momenten is een platte smartphone met camera beslist handig. Ik kon hem net aan tussen de kier door wriemelen. Hup, flitser aan en klikken maar. Nu heb ik een soort ‘röntgenfoto’ van de schoorsteen. Nog even en dan weet ik alles van deze woning.

Desnoods woninguitbreiding

Wat doe je anno 2019, als je een huiseigenaresse bent en een goede klusser vindt, die meerdere disciplines beheerst, beschikbaar is en heel betaalbaar bovendien? Nou, geloof me, die hou je bezig zo lang het maar kan. Al moet je er je woning voor laten uitbreiden.

Ik ga nog net niet zo ver dat ik hier een bedje voor hem neerzet, maar het scheelt weinig meer. Wil hij om 09.00 uur beginnen? Is goed. Komt hij om 10.00 uur, deze keer? Ook prima. Soms is hij ziek en dan blijft hij weg. Dat is steeds even slikken. Maar kan hij moeilijk zijn bed uit komen en moet hij eerst nog een rondje met de hond lopen? Geen probleem, hoor.

Want als hij er is, dan werkt hij in een moordend tempo door, zonder gezeur. My wish is his command. Zijn er complicaties (zijn die er ook weleens niet?), dan lost hij ze op voordat ik het doorheb. Geld is geen punt. Ik heb hem al een hoger uurtarief aangeboden voor de klussen waarbij hij zijn specifieke expertise benut. Hoeft-ie niet.

Dus ja, wat gebeurt er dan? Je wordt er hoopvol van. Je gaat zelfs kansen zien. Zo ontdekte ik dat ik diverse klussen was vergeten. Of misschien wel had opgegeven. Een leuning bij de keldertrap, bijvoorbeeld, waar ik eens lelijk ben gevallen. Die lag al drie jaar klaar. En in de keuken een afzuigkap. Die wil ik al zo lang. Trouwens, wat te denken van de zolder? Daarmee kon hij direct aan de slag.

De zolder was prima, maar wel wat krap. Een vorige eigenaar had de onderste helft van het schuine dak betimmerd met rechte voorzetwanden. Daarachter zat 7 m2 moeilijk bereikbare ruimte. Zonde, natuurlijk. Vanmorgen zijn die rechte wanden verwijderd en morgen werkt hij het schuine dak mooi af. Zo krijg je vanzelf woninguitbreiding. Tel uit je winst.

Handig hoor, zo’n klusser over de vloer. Nieuw boeideel maken, stukje dak renoveren, kraan repareren, bedrading aanpassen, stopcontact toevoegen, waterafvoer verplaatsen, verwarmingsbuizen omleiden, laminaat verleggen: dat kan hij allemaal. Hij is graag bezig en hij vindt het prettig om hier te werken. Ik ga dus gauw nog wat bedenken.

Nieuwe serre in de voortuin

Serre in de voortuin

‘Kom’, dacht ik, ‘laten we eens makkelijk doen.’ Normaal gesproken duurt een verbouwing of woningrenovatie maanden. Maar dat hoeft niet. Heb je geld in overvloed, dan huur je daar een speciaal bedrijf voor in. Dat tovert je huis en tuin volledig om. Binnen een handomdraai. Ik zie het in de buurt weleens gebeuren.

Dorpsgenoten laten landelijke stulpjes optrekken met een uitstraling alsof die er al honderd jaar staan. Denk aan de in bepaalde kringen populaire notariswoning. Zo’n pand wordt kant-en-klaar opgeleverd. Desgewenst compleet met prachtig bewerkte houten daklijst, glas-in-loodramen en Oudhollandse luiken. En met bijbehorende oprijlaan waarlangs binnen een dag volgroeide bomen staan. Echt waar, alles is mogelijk. Zulke bedrijven kunnen de algehele inrichting van tuinen en woningen verzorgen.

Een rustiek ingerichte serre in de voortuin, dat leek mij wel wat. Vandaag kwam het totaalconcept voorrijden. Kijk, zo is het geworden.

Het begint nog wel zo klein

Met verbeteringen in huis moet je oppassen. Ik tenminste wel. Want het kan gebeuren dat je iets ziet waarvan je denkt: ‘Mwah, dat heeft zijn beste tijd gehad.’ En dat je het dan gaat vervangen. Maar als je het ene vervangt, dan zou het mooi zijn als je ook dat andere meteen opknapt. En als je dát gaat opknappen, nou, dan kan je net zo goed gelijk de hele kamer aanpakken. (Valt nog mee, als het beperkt blijft tot slechts één kamer.)

Deze week begon het met mijn doucheputje. Dat doucheputje is een onding. Zo’n soort Italiaans designerding dat er elegant uitziet, maar waar wel alle troep doorheen schiet. Het ontbeert namelijk een deugdelijk roostertje. Sterker, er past geen enkel rooster op. Daarom moet ik om de haverklap alle gore troep er uit vissen, met de hand. (Bah.) In mijn vorige huis hoefde dat hooguit eens in de vijftien jaar; hier elke anderhalve maand.

Je kan jaren voortmodderen, maar vroeg of laat komt dan er een kritiek moment. Dat begint met een ontbrekend roostertje voor een doucheputje. Daarna bekijk je de hele douchecabine. ‘Die kitranden en dat voegwerk hebben hun beste tijd gehad.’, denk je. Je zou ook andere glasdeuren willen hebben. ‘Trouwens, de doucheruimte is eigenlijk een beetje krap.’, vervolg je. Maar ja, het ernaast staande bad neemt al veel ruimte in beslag. Dat gebruik je zelden. ‘Dus als je nu eens dat bad eruit zou halen.  En misschien ook maar gelijk het toilet zou vervangen, dan …’

Mijn huis is een ‘hij’

Er bestaat een woord voor wat ik soms doe: antropomorfisme. Ofwel menselijke eigenschappen toekennen aan niet-menselijke wezens en dingen. Dit doe ik alleen bij voorwerpen die zeer belangrijk voor mij zijn. Zoals vroeger mijn motor in Australië, en nu mijn woning. Allebei hadden ze al heel wat meegemaakt toen ik hen leerde kennen. Dat zie je terug in hun gedrag. Mijn huis vertoont namelijk menselijke trekjes.

Veel mensen vinden het normaal dat je tegen een auto praat. Het is een maatje waarmee je overal naartoe gaat. Zo iemand ook waarvan je hoopt dat hij je nooit in de steek laat. Samen maak je bijzondere dingen mee of ontloop je ternauwernood een confrontatie. Daaraan bewaar je dan mooie gedeelde herinneringen. Ik moest hem in Sydney achterlaten, mijn motor. Maar hij staat al dertig jaar op een foto in mijn woonkamer. Die motor was een ‘hij’, want hij bleef onder elke omstandigheid stoer en onverstoorbaar.

Mijn huis zou een ‘zij’ kunnen zijn, maar waarschijnlijker is het een ‘hij’. Hij is ooit een keer bedrogen en herhaaldelijk verlaten. Dat merk ik aan alles. Hij blijft mij maar uittesten. Hij wil absoluut zeker weten dat ik om hem geef. Dat deden de vorige eigenaren lang niet allemaal. Of misschien ook wel; in het begin toch.

Dit huis kan nukkig doen. Dan geeft hij je het gevoel dat hij je gewoon niet wil. Maar dat kan ik evengoed, dus we zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd. Natuurlijk vraag ik mij weleens af waarom ik bij hem blijf. Soms kijk ik zelfs weer even rond op Funda. Dit voelt dan al bijna alsof ik vreemd ga.

Het is geen kwaaie. Hij is juist slim en haalt nu ruimschoots de schade in. Logisch toch, na al die jaren van verwaarlozing en gebrekkig onderhoud? Daarom heeft hij ook zo’n behoefte aan bevestiging. In feite is hij het type ruwe bolster, blanke pit. Oh, en hij weet heel goed hoe hij mijn aandacht kan krijgen. Maar bij hem voel ik mij thuis en hij beschermt mij indien nodig. Bovendien maakt hij al zijn beloftes waar. Daarom vind ik hem nog steeds de moeite waard.

Geldzorgen bij oudere huiseigenaren

Naast mij woont een hoogbejaarde man in een langzaam verkrottend pand. Begin vorig jaar overleed zijn zieke vrouw en nu is buurman alleen. Tweemaal per week komt de hulp van de thuiszorg; hijzelf is slecht ter been. Zonder aanvullend pensioen hij heeft weinig geld. Daarom ziet hij op tegen het noodzakelijke woningonderhoud. De boeidelen van de uitbouw zijn verrot en zijn overkapping is ingezakt. Het riool lekt en de verf op zijn kozijnen hangt er in vellen bij. Maar hij is wel verantwoordelijk als huiseigenaar en zijn pand grenst aan dat van mij.

Mijn buurman is er één van velen. Het wordt onderhand een landelijk probleem. De huidige tachtigers wonen vaak al decennia in het huis waarin ze hun kinderen zagen opgroeien. Het is er vertrouwd en het zit vol herinneringen. Kort na pensionering knapten ze de boel voor het laatst goed op. Dan konden ze nog lang blijven en oud worden in dat huis.

Maar twintig jaar later zijn ze ver in de tachtig en mankeren ze van alles. Daarom kunnen ze weinig meer zelf aan onderhoud doen. Ouderen zonder pensioen missen financiële reserves voor het inhuren van vaklieden. Dus betalen ze ook nog een torenhoge energierekening. Want ze hebben geen dubbelglas en hun pand is slecht geïsoleerd.

Voor gemeenten én voor hun naaste buren in rijtjeshuizen is het een groeiend probleem. Want met de kwaliteit daalt ook de waarde van het onroerend goed en het aanzien van de buurt. Mijn buurman beseft dat vast. Alleen sluit hij er zijn ogen voor. Het zal zijn tijd wel duren en zijn kinderen moeten het maar oplossen. Althans, dat denkt hij misschien.

Persoonlijk zou ik het nooit zover willen laten komen. Er bestaan tenslotte alternatieven. Hij en zijn vrouw konden tien jaar geleden al naar een appartement of seniorenbungalow verhuizen. Die kosten aanzienlijk minder dan onze woningen. Van de overwaarde hadden ze dan een buffer kunnen aanleggen voor toekomstig onderhoud. Plus een buitenlands reisje tussendoor. Dat is precies wat mijn andere buren na hun pensionering hebben gedaan. Daarnaast is de overstap naar huren een optie.

Nu verkeert de buurman in een intrieste situatie, omdat het zo niet langer kan. Twee buren worden direct benadeeld door het achterstallige onderhoud aan en onder zijn pand. Want daar ligt ons kapotte en verzakte riool. De eenvoudigste oplossing gaat hem al minimaal € 4.000 kosten. Terwijl hij onlangs nog beweerde dat hij geen geld had voor een insecten verdelgend middel ad € 40.

Welke opties heb je, wanneer je als hoogbejaarde toch in je vertrouwde huis wil blijven? Geld lenen van de kinderen, als zij dat hebben en kunnen missen. Je laatste spaargeld opmaken en een nieuwe tv vergeten. Je auto verpatsen en in een rolstoel verder rijden. Spullen verkopen, zoals duur gereedschap dat niet meer wordt gebruikt. Een kamer verhuren, deels te betalen met gezelligheid. (Lijkt mij in zijn geval heel handig tegen de eenzaamheid. Er zijn al bejaardenhuizen waarin ouderen met studenten een galerij delen.) Of je huis opeten met een opeethypotheek.

Zijn er alternatieven? Ik lees het graag. Want ondanks al zijn nukken en streken wil ik de buurman nog niet kwijt.

Je spullen beïnvloeden je humeur

Waarvan wordt je blijer: spullen kopen of spullen wegdoen? Onlangs haalde iemand tien loodzware grindtegels bij mij op. Daarna voelde ik me letterlijk lichter. Een kledingkast opruimen werkt net zo. In de afgelopen winter kon mijn garderobe er nog mee door. Maar nu moet het oude spul weg en wil ik wat nieuws. Bezittingen waarop je bent uitgekeken, zullen gaan irriteren. En een huis vol overtollige huisraad werkt deprimerend.

Het is frappant hoe meubels en frutsels plotseling uit de gratie kunnen raken. Jarenlang zijn ze onderdeel van het interieur en ben je er tevreden mee. Totdat je ze eens goed bekijkt. Bijvoorbeeld als je bezoek krijgt. Dan pas valt op hoezeer de bekleding van je zithoek is verkleurd. En de vaas die eerst zo leuk was, vind je nu ineens oubollig.

De staat van alles om je heen werkt psychisch op je door. Een wijk vol steen en zonder groen geeft je een armoedig en minder veilig gevoel. Puilt je kast uit met aftandse troep, dan heb je wellicht ook zelf betere tijden gekend. En in een lubberende trui voel je je al gauw slonzig. Ik tenminste wel. Vooral wanneer iemand onverwacht aanbelt.

Doe lelijke of kapotte bezittingen weg. (Of gun ze een tweede leven met een lik verf.) Je zal zien dat de overblijvende spullen daarna beter tot hun recht komen. En extra ruimte is altijd handig. Tenzij lege plekken storend worden, natuurlijk. Die kan je dan weer mooi opvullen.