Je hebt maar één leven

Franca Treur schrijft over ploeterende mensen in het tv-programma ‘Ik vertrek’: ‘Ook zij weten dat ze maar één leven hebben. Die mensen moeten precies daarmee dealen: de rommel die het werd in plaats van het gedroomde plaatje. Wordt het doorgaan of opgeven?’ De meesten van ons pakken het minder groots aan. Maar vroeg of laat komen we allemaal in het leven voor ingrijpende keuzes te staan.

Misschien schuilt er voor de kijkers een soort troost in het programma. Want ik denk dat we allemaal weleens een kans laten liggen. Daar hebben we op zo’n moment goede redenen voor. Maar ja, maar toch. Soms laat een droombeeld je niet los. Dan blijft het decennialang terugkeren. Blijf je dan wachten totdat het te laat is? Of werk je stapsgewijs toe naar de verwezenlijking ervan? Het kan lastig zijn om te beginnen, wanneer succes mede afhangt van anderen en onzekere factoren.

Mijn droombeeld en ik zijn al samen sinds 1986. Ik was in de twintig toen het ontstond. Nu zijn we 34 jaar verder en is de wereld sterk veranderd. In al die jaren groeide het droombeeld mee met mijn wensen. Het werd een vertrouwd element in mijn leven, waarvan de kern ongemoeid is gebleven. En het is altijd sluimerend aanwezig. Een half woord, een geur, een beeld of een gedachtenflits brengt mijn droom gelijk weer helemaal terug.

Dus zat ik laatst te denken: Als je nu 57 bent, hoeveel ‘goede jaren’ krijg je dan gemiddeld nog?

(Citaat: Franca Treur in Trouw, Zomertijd, zomercolumn Perfectie, 25 juli 2020.)

Een kleine beschouwing op de verhuizing

‘Het leven is risico’, zegt ze. ‘De mate waarin je leeft, is afhankelijk van de mate waarin je riskeert.’ (Liftende moeder van Pippa Bacca, Volkskrant magazine 30 mei 2020.)

Waar begin je aan, wanneer je als 52-jarige verhuist naar een plaats 100 kilometer verderop? Vandaag precies vijf jaar geleden verhuisde ik vanuit het centrum van Leiden naar de rand van een dorp bij Arnhem. Talloze malen is mij gevraagd naar de reden. Kende ik daar al mensen, was het voor de liefde, had ik hier al werk?

Zelf had ik vooraf een aantal vage verwachtingen en slechts één concrete. Ik ging hier rust en ruimte vinden in de natuurlijke omgeving. Dat was wat ik in de Randstad steeds meer miste. En zo is het ook gegaan. Ik heb slechts vage verwachtingen van wat de toekomst brengen zal. Leven is namelijk risico nemen, dat weet iedere reiziger.

(Op de foto Ierland, waar ik in 2014 het besluit nam voor deze verhuizing.)

Gevonden! De Heelsumse beek

Rondom Arnhem weet ik een heleboel mooie stukjes wandelgebied te vinden. Tenminste … als ik bij een bekend startpunt van een route kan beginnen. Ook noem ik zo de namen op van een hele serie bushaltes. Bijvoorbeeld die van lijn 352 tussen Arnhem en Wageningen. Alleen heb ik geen idee hoe je die haltes en routes aan elkaar kan knopen, terwijl ze soms parallel lopen. Ertussen ligt een waar terra incognita.

Maar nu heb ik ontdekt dat er een lijnrecht pad is van halte Kasteelweg naar de Heelsumse beek. Het werd eens tijd. Ik woon hier precies vijf jaar deze week.

Je moet ook altijd overal zelf achteraan

Dit is weer zo’n situatie. Zo een waarvan ik weet dat ik maar beter even niets kan doen. Omdat het mij heel hoog zit. Omdat ze niet terugbellen. Omdat ze mij maar laten wachten. Omdat ze hun beloftes weer niet waarmaken. Omdat ze mij niet serieus nemen, zeker? Omdat je ook nooit van die mannen op aan kan. Omdat al die bouwvakkers niet te vertrouwen zijn. Wel mooie praatjes, hè. Maar gewoon zelf die telefoon pakken en eindelijk een afspraak maken en vervolgens netjes het werk uitvoeren? Ho maar.

Ik Moet Ook Altijd Overal Zelf Achteraan.

Nee, op zulke momenten kan ik maar beter even niet bellen, mezelf kennende.

Denk aan hoe het je vroeger op kantoor deed. Denk aan die SMART-afspraak. Zet ze verbaal klem. Net zo ferm tot ze toezeggen wat je horen wil. Je kan het wel. Je hebt het voor je werk zo vaak gedaan.

Als het mij niet lukt, dan ligt het aan mij. …

Maar met zulke zelfdestructieve gedachten kom je er niet.

Eerst koffie.

Dan bellen.

Tring, tring.

[Zijn vrouw neemt de telefoon aan.] Ik doe kort mijn verhaal en laat een stilte vallen om haar een reactie te ontlokken.

‘Ja, hij komt deze week.’, zegt ze vriendelijk. ‘Op woensdag, donderdag of vrijdag. Ik wilde even wachten met bellen, want het is zo vervelend als het andere werk uitloopt en het toch een dagje later wordt.’

Slik.

Wat moet ik nou met al die opgehoopte adrenaline doen?

Het leven is geen rozentuin

’s Avonds ligt er bij thuiskomst een verkeerd bezorgde envelop tussen de post. Het huisnummer klopt, maar het adres is twee straten verderop. Morgen breng ik dit wel even naar het juiste adres, denk ik en leg het poststuk weg.

Zondagmiddag. Het is rustig buiten. Ik wandel door de straat met vrijstaande huizen en groene tuinen. Plots klinkt uit één van die huizen driftig gekrijs. Het blijft even stil terwijl ik het pand nader. Alle ramen zijn dicht. ‘You are always leaving me!’, roept een vrouw nu met schrille stem, hevig teleurgesteld en geagiteerd. Een andere persoon hoor ik niet.

Mijn ontspannen zondagmiddagstemming slaat in één klap om. Ik voel me bijna onpasselijk. Er doemen herinneringen op aan een andere huiselijke strijd, waarvan ik de geluiden jaren geleden in Kenia overhoorde, vanuit een flat driehoog in ons appartementencomplex. Dat ging om een gewelddadig conflict tussen een man en een vrouw. In werkelijkheid klinkt fysiek geweld veel naarder dan in een film. Misselijkmakend zelfs. Echt sickening.

Nog twee huisnummers; dan bereik ik het adres.

Op de stoep zit een weldoorvoede kater bij het tuinhek, die klagelijk begint te miauwen zodra ik nader. Ben je buitengesloten, soms? Ik open het hek en loop naar de deur. Hoopvol wandelt het dier naast mij mee, kennelijk verwachtend dat de voordeur open zal gaan. Maar ik duw de envelop in de brievenbus en keer om.

Een onzichtbare vrouw, een onzichtbare ander en een kater. Alle drie ongelukkig. Ook ik voel me nu bezwaard. Het duurt wel een paar honderd meter vooraleer ik een afschuddende beweging maak, diep adem haal en de omgeving weer in mij opneem. Daarna gaat het weer, een beetje.