Wachten op de foodtruck

Foodtrucks, zo lees ik, zijn mobiele verkoopwagens die van de ene naar de andere vaste locatie rijden en daar goed voedsel verkopen. Ik heb heel andere herinneringen aan dit woord.

Ze duiken regelmatig op bij hippe markten en trendy gelegenheden. Mensen die zelf een bestelbus of bouwkeet omtoveren tot restaurant of minibakkerij. De een maakt ecologische quiche taartjes, de ander schenkt heel speciale koffie. Je hebt er met biofriet of met fushion salades. Dat kan je ter plekke aan een bijzettafeltje verorberen. De doorsnee patatwagen, ijsboer en Vietnamese loempiaman tellen niet mee.

Ik woonde eens in een woestijn. Ons dorpje lag twee kilometer van een doorgaande weg af. Daarop passeerde af en toe een auto. Eromheen slechts zand, steen en stof. De meest nabije stad lag vijftig kilometer zuidwaarts. In het noorden was een benzinestation, tien kilometer verderop. Ons dorp telde één winkel. Die had een koelkast, een vriezer en planken aan de muur. De rest van de schamele koopwaar stond in dozen op de grond.

De foodtruck kwam eens per week naar de winkel met nieuwe voorraad. Dan moest je er als de kippen bij zijn. Had de chauffeur geen aardappelen gebracht, dan at je de rest van de week rijst. Meer smaken basisvoedsel waren ze niet. Was hij te laat, dan kwam je de dag daarna maar terug. Na vijf maanden was ik weer in Nederland. Ik zal het eerstvolgende bezoek aan de supermarkt nooit meer vergeten. Wat een overvloed!

En wat wen je daar weer gauw aan. Toch was het een prima ervaring. Je bent al snel rijk wanneer je niet zo hecht aan een westerse leefstijl.

Sterren in de woestijn

Oud-premier Sharon wilde begraven worden naast zijn vrouw in de Negev-woestijn. Ik begrijp heel goed waarom.

De mensen
Het leven in de woestijn is hard en vaak gevaarlijk. Wijk van het pad af en je bent misschien morgen al dood. Wellicht daarom zijn ontmoetingen altijd belangrijk. Een van de mooiste gelegenheden is het jaarlijkse Toeareg festival diep in de Sahara. De muziek gaat dagen en nachten door. Mensen komen van heinde en verre op hun kamelen uit alle windstreken. Of zij laden de hele familie achter in de Toyota Hilux. In woestijnen ervoer ik de ontroerendste momenten. Een keer kreeg ik als enige in de groep een bloem van een stil en verlegen jongetje. Een andere keer werd ik totaal overrompeld door een teder handgebaar. Van een man die nu misschien rondrijdt met een machinegeweer in zijn laadbak. Want menig woestijnvolk zucht onder de vloek van grondstoffen. Of onder het gebrek daaraan.

De woestijn
Ooit woonde ik maandenlang in een woestijn. Op andere plekken verbleef ik een week of een paar dagen in hotels of tenten. Ze zien er allemaal anders uit. Sommigen hebben klassieke glooiende zandduinen. Maar de meesten hebben grillige bergen en rotsen, versteende wouden, kloven met rotstekeningen, enorm uitgestrekte steenvlaktes, witte velden, rode meteorieten, verborgen oases met zuiver water en groene palmen uit de oertijd. En tal van verborgen schatten. Woestijnen zijn een slapende kracht. Als zij door een regenbui ontwaken, blijkt die ogenschijnlijke leegte ineens dichtbevolkt te zijn. In woestijnen hoor je de stilte en ruik je kristalheldere lucht. Maar het meest bijzonder is de nacht. Dan komt een onmetelijke sterrenhemel tevoorschijn. Niet een, niet een paar, maar hele wolken sterren over elkaar heen. Driedimensionaal, zo ver als je kan kijken. Wanneer je je hand uitsteekt, dan raak je ze bijna aan.

Dus ja, ik begrijp Sharon. Want een ding heb ik al aan mijn verwanten gevraagd. Mijn laatste rustplaats, dat moet in een woestijn zijn.