We gaan niet dood van de hitte

Het is bloedheet. De hitteprotocollen zijn in werking getreden en er geldt Code Oranje. We moeten goed op elkaar letten. We moeten de zwakkeren in de samenleving in de gaten houden en zelf ons hoofd koel houden. Vooral dat laatste is nodig, in dit land. Want ik noem maar wat:

  • Als vijftiger in je eentje gaan zwemmen in zee, terwijl je veertig jaar geleden je A-diploma hebt gehaald en daarna zelden nog hebt gezwommen.
  • Als hoogbejaarde vrouw de nectarines in de plantenkas van je dochter plukken. ‘Ze zijn rijp en moeten er nodig af.’ Op het heetst van de dag, wanneer die kas een oven is.
  • Als oudere thuis opgehaald worden voor een sociaal uitje in een zorgcentrum en daar een aangeboden drankje afwimpelen. ‘U moet bij deze hitte wel genoeg drinken.’, zegt een bezorgde vrijwilligster op tv. ‘Nou, ik niet, hoor, dat doe ik namelijk nooit.’, riposteert de oudere, en ze blijft weigeren. Doen ze daar al die moeite voor.
  • Als 65-plusser alle ramen in huis open zetten, terwijl het buiten 36 graden is. ‘Want ik kan er niet tegen als alles dicht zit.’ Ach, waarom ook niet. Zet er een vernevelaar bij en je hebt een sauna.

Mensen gaan hier vermoedelijk minder snel dood door de hitte, dan door stronteigenwijs gedrag.

Ach, hadden zij ook maar tropenervaring.

Afhaken bij onweer: verstandige keuze of aanstellerij?

De schijnbare exactheid van Buienradar is misleidend. Het kaartje toont heel precies de regenvoorspelling van uur tot uur. Daarbij moet je wel voor ogen houden dat dit een verwachting is. Dat de situatie later kan wijzigen. In werkelijkheid vallen buien soms op een andere locatie. Of ze komen vroeger. Of ze zijn milder. Of ze zijn heviger dan verwacht. Gisteren liep het met dat onweer en die stortbuien ook een beetje anders dan gedacht.

Rond half elf gaat ons groepje vanaf Otterlo op pad. De wandelroute loopt westwaarts door het bos naar Lunteren en halverwege doorkruisen we het Wekeromse Zand. Onze kaartlezer is zo’n stoere meid die op een boerderij is opgegroeid. Dan weet je het wel. Zij gaat zich niet door een buitje laten tegenhouden. Ik ook niet, trouwens, meestal. Maar deze keer komt er onweer bij en dan zit ik liever binnen.

’s Ochtends verwacht Buienradar dat de bui rond vier uur losbarst. ‘Mooi,’ denk ik, ‘bij een afstand van 18 kilometer, een tempo van 4,5 km per uur en een lunchpauze van een half uur, bereiken we ruim voor 16:00 uur het Lunterse station.’
De zon schijnt. Toch het is al klam en drukkend. Tegen de tijd dat we het Wekeromse Zand naderen, dreigt de lucht en begint het te rommelen.

De anderen om mij heen lopen onbezorgd te babbelen. Geen van hen is bezig met het onweer. Hebben ze dan geen weersvoorspelling gezien? Weten ze niet wat er aan komt? Ik kijk nog eens op Buienradar. Die geeft nu een heel andere voorspelling aan. Over een half uur krijgen we de volle laag en daarna wordt het ook niet meer droog tot het station.

Wat is wijsheid? Doorlopen? Dan treffen we straks midden op een open zandvlakte onweer. Schuilen? Dan moeten we onder bomen wachten tot het ergste voorbij is. Er zijn geen huizen of boerderijen in de buurt. En overal kruipt de eikenprocessierups. Afhaken dan maar? Ik raadpleeg 9292ov. Er komt een schoolbus in de buurt, alleen zie ik zo gauw niet of die deze week nog rijdt. De halte is een flink eind verderop. Onze kaartlezer zal wel willen doorlopen. Moet ik dan als enige afhaken? Dilemma, dilemma.

Wanneer ik de kaartlezer aanspreek over de situatie, vindt ze mij duidelijk een aanstelster. De rest reageert ook laconiek en wandelt verder. ‘Zal wel meevallen’, denken de anderen. Ze adviseren wat bij onweer de beste tactiek is. Voeten bij elkaar, je zo klein mogelijk maken, niet bij een metalen hek gaan staan, et cetera. (Heb ik dat gevraagd?) Vervolgens ontstaat er discussie over die tactiek, want sommige mensen weten het beter. En iemand wil nu eerst lunchen, want zij heeft alleen koffie gedronken bij de vorige horecastop.

Intussen naderen we de rand van het Wekeromse Zand. Het regent flink en de wolken gaan tekeer. Sommigen tellen de seconden tussen elke flits en klap van het onweer. Hoe zat dit nu precies? Staat een seconde voor een afstand van 100 meter, of is het 300? En daar begint de discussie weer.

Afijn, ik ben dus verder meegelopen. Blijkbaar was de groepsdrang groter dan mijn eigen wil. We kwamen als een stel verzopen katten aan op het station, ondanks alle regenkleding. Uiteraard kan een Hollandse meid daar best tegen. Al denk ik dat ik voortaan toch maar wat eerder afhaak.

Van de Volkskrant naar Trouw

Zeg je ‘Nee’, dan krijg je er twee.

Sommige mensen wisselen na elk proefabonnement van krant. Ik niet. Ik ben zo’n hondstrouwe abonnee die jarenlang dezelfde houdt, namelijk de Volkskrant. Die is er bij mij met de paplepel ingegoten. Thuis hadden mijn ouders hem; het was een katholiek blad. Maar nu stap ik over. Voortaan lees ik Trouw.

De bezorger zal er vast aan moeten wennen, en ik evenzeer. Al ben ik eerder kortstondig ‘vreemd gegaan’. Zo experimenteerde ik jaren geleden met het Parool en met het Leidsch Dagblad. Ook in het buitenland had ik andere kranten. Tijdens mijn verblijf in Perth (WA) las ik de The West-Australian. En in Kenia kocht ik zaterdags The Daily Nation. Die laatste was veertien jaar geleden, dus zo lang heb ik geen andere krant meer gehad dan de Volkskrant.

Vanwaar die overstap? De Volkskrant speelt soms in op emoties, zodat ik denk: ‘Wat een schande!’ De volgende dag volgt er dan een artikel met nuancering. Ook laat de krant weleens een mening doorschemeren, terwijl ik objectiviteit wens. Verder zie ik herhaling. Columnisten hebben hun stokpaardjes en de nieuwskeuze is selectief. Waarschijnlijk geldt dat voor iedere krant, maar ik wil weer wat variatie en alternatief nieuws.

Daarbij bevat de Volkskrant uitgebreide rubrieken over kunst, mode, wonen, lifestyle, eten en literatuur. Die zijn vast boeiend voor Amsterdamse yuppen, maar minder afgestemd op mijn leefwijze, smaak en budget.

Waarom nu Trouw? Nou, gewoon. Een voormalige collega was positief over deze krant. Daarom kocht ik als proef een paar zaterdagedities. En wat bleek: Trouw straalt een zekere rust uit te midden van al het tumult. Het lijkt alsof deze krant nieuwsonderwerpen evenwichtiger belicht.

Of, zoals in de bevestiging staat:
‘Een krant die elke dag nieuws en achtergronden brengt, zonder sensatie. Die feiten en meningen scheidt en het nieuws op een constructieve manier brengt. Vanzelfsprekend besteden we veel aandacht aan religie, filosofie en duurzaamheid. We stellen vragen over belangrijke ontwikkelingen in het nieuws en zoeken ook naar de antwoorden. Op deze wijze hopen we u evenwichtig te kunnen informeren en te helpen bij uw meningsvorming.’

Afijn, ik ben dus naar de protestanten overgelopen. Het zal wel even wennen zijn.

We vullen het zelf in

Horen we wel wat een ander zegt? Begrijpen we wat we lezen? Zien we het goed? Of vormen we zelf woorden en beelden bij wat we registreren? We hebben nogal de neiging om de gedachten en bedoelingen van een ander in te vullen. Twee praktijkvoorbeelden uit mijn leven deze week:

  1. In een berichtje doe ik navraag bij iemand die mij een bouwvakker heeft aanbevolen. Ik wil weten hoe de communicatie tussen hen is verlopen. Daarin schrijf ik over mijn eigen ervaring met die bouwvakker: ‘Sindsdien is het zeer lastig gebleken om een definitieve afspraak met hem te maken.’ Zij schrijft daarop in haar reactie: ‘Het is heel vreemd dat je hem niet te pakken krijgt.’
    Maar dát heb ik niet geschreven. Ik krijg hem wel vlot te spreken en hij beantwoordt ook mijn mailtjes. Alleen: het maken van die afspraak lukte maandenlang bijna niet, omdat hij dat afhield.
  2. Iemand reageert enthousiast op mijn familiewebsite. Die gaat specifiek over mijn voorouders. Zij schrijft dat er binnen haar familie (een verre zijtak) oude foto’s zijn en dat een oom meer kan vertellen. Ik antwoord met: ‘Ik ben natuurlijk benieuwd naar de oude foto’s van de familie. Waar ik ook altijd nieuwsgierig naar ben, zijn verhalen over vroeger.’ Waarop zij mij verrast met: ‘Ik heb met mijn oom overlegd en hij vindt het prima dat er foto’s van de familie en de danszaal op de site geplaatst gaan worden.’
    Pardon? Ik had nog met geen woord gerept over plaatsing op de website.

Op Raam Open doe ik evenzeer aan invulling. In Hij denkt dit en zij denkt dat heb ik de gedachten van de bouwvakker geconstrueerd. Die gedachten zijn echt, maar wel samengesteld. Dat heb ik gedaan op basis van mijn ervaringen met drie verschillende mannen. Circa 80% komt van de betreffende man zelf, 10% komt van een andere bouwvakker en 10% komt van mijn buurman. Ik bewaar een aparte versie met aantekeningen van het gesprek met deze bouwvakker. Anders zou ik zomaar kunnen gaan geloven in de versie op Raam Open.

De levenslessen van Loesje

Loesje Arnhem teksten

Wie kent ze niet: de teksten van Loesje op posters, stickers en scheurkalenders? Loesje kwam eind jaren tachtig in mijn leven. Overal doken haar posters op met levenslessen en gevatte doordenkers. Zelfs in Australië, waar een landgenoot mij in 1990 een doorgeefboek gaf vol wijsheden. Haar woorden zijn vast nog even geliefd bij backpackers, want toepasselijk zijn ze zeker. Het was in die tijd voor iedereen een raadsel wie Loesje was en waar ze vandaan kwam.

Vandaag was ik in Arnhem, haar thuisbasis. Ik wandelde langs de Utrechtseweg tussen Lombok en de Nederrijn in. Vanuit een ooghoek herkende ik de vormgeving van deze sticker. Hij zit op een lantaarnpaal. Ik nam er een foto van terwijl een vrouw met een pitbull mij gadesloeg. Zij werd nieuwsgierig en las de tekst ook. Even was er contact tussen ons. Dat is nu het Loesje-effect.

Training geduld in limbo

Bestaan er mensen die graag in limbo verkeren? In limbo, dat is zoiets als in de wachtkamer zitten zonder dat je weet of aan de beurt komt. Ooit. Het is belangrijk, maar je hebt zelf geen invloed. Je bent van anderen afhankelijk en kan slechts hopen dat het goed afloopt. De meesten van ons zitten liever zelf achter het stuur en dóen iets. Maakt niet uit wat, als er maar vooruitgang is. Geduld is een aangeleerde eigenschap. Weinig maakt ons zo ongedurig, of bezorgt ons zo’n machteloos gevoel, als langdurig in limbo verkeren.

Zit je lang in de wachtkamer, dan wisselen geduld en ongedurigheid elkaar af. Geduld bestaat uit je verstand gebruiken en je hoofd koel houden. Rationeel zijn. Ongedurigheid ontstaat wanneer je je laat meeslepen en frustratie de overhand krijgt. Meestal ben je dan niet meer rationeel. Op zo’n moment kunnen je gedachten flink met je aan de haal gaan. Voordat je het weet, beeld je je zaken in die er niet zijn. In zo’n fase verkeert je geduld zelf ook in limbo.

Ik ken mezelf. Ik weet heel goed wanneer ik vooral niet moet bellen om te vragen hoe het ermee staat. Of er al voortgang is. (‘Al’? Hoezo: ‘al’? Moeten ze nu nog overleggen? Het besluit had toch allang gevallen moeten zijn?!!)

Rustig nou. Komt goed.