Werkzoekende death by algorithm

Vriendin en manager E. wil weten hoe het nu staat met werk vinden. ‘Werk’ is een onderwerp waar ik verschillend op reageer. Afhankelijk van mijn gesprekspartner en stemming is dat berustend, verbolgen, bevlogen of zwaar gefrustreerd. Ik vertel over de barrières op de arbeidsmarkt en over de mitsen en maren. Zoals dat ik niet door het systeem heen kom. ‘Wat erg toch, want je kan zo veel. Daar zal toch vraag naar zijn.’, zegt zij.

Ook E. loopt als manager tegen barrières op. Want haar werkgever (de overheid) wil het aantal fte’s beperkt houden. Dus moet zij waanzinnig dure zzp’ers inhuren en voor elke flutklus een vreselijk bureaucratische aanvraag- en goedkeuringsprocedure doorwerken. Mocht er weer een klus komen, dan zouden we allebei liever kiezen voor een tijdelijk dienstverband.

Het systeem leidt tot een enorme verspilling van kwaliteiten, zowel die van haar als van mij. Want bij haar zijn de ondersteunende medewerkers wegbezuinigd. Dus moet ze zelf formuliertjes invullen. En mijn kwaliteiten kunnen bij diverse werkgevers goed worden ingezet. Maar er ontstaat geen match, omdat ze blindvaren op algoritmes voor werving- en selectie-doeleinden. Mijn CV past niet in een digitaal hokje en ikzelf evenmin. Er bestaat zelfs een uitdrukking voor deze situatie: death by algorithm.

Gelukkig begint de krapte op de arbeidsmarkt nu zodanig te wringen dat zelfs werkgevers aan introspectie doen. Zou er dan toch iets verkeerd gaan? Misschien schrijven ze wel te veel mensen bij voorbaat af. Misschien zijn de huidige algoritmes toch te beperkt. En misschien, heel misschien, is werving en selectie ook mensenwerk.

Dat er bij werkgevers iets begint te dagen, blijkt uit ‘Onze kijk op werk is gedateerd’ op pagina 15 van hun rapport Wegwerkzaamheden. Tien ideeën voor de wereld van werk. De ideeën in het rapport zijn lezenswaardig. Al zullen sommige daarvan déjà vu gevoelens oproepen bij trouwe volgers van Raam Open.

Werkloosheid – Never give up

Deel 1 – Altijd blij en positief

Een groot deel van mijn leven droomde ik van emigreren naar Australië. Ik ben er vijf maal geweest en vond alles prachtig. Echt waar. De natuur, het klimaat, de mogelijkheden van het zonnige en vrolijke leven daar. De Australiërs zeurden nooit. Altijd waren ze happy, vriendelijk en opgewekt. Het leek het aardse paradijs. Qua beroep en opleiding zat emigratie er voor mij niet in. Dat was een feit. Misschien was dat maar goed ook. Want het is de vraag of ik zo veel blijdschap aan kan.

Ondanks mijn gedweep met Australië vroeger, was er ook een klein stemmetje dat wees op mijn behoefte aan ‘problemen’. Een dag zonder spanning of belangrijke vraagstukken is een dag niet geleefd, zoiets. Komt vast door de 48 kruisraketten en alle zure regen die toen op de achtergrond meespeelden. In ons oude, afgeragde Europa gebeurt altijd wat wezenlijks. En het leven is geen Disneyland. Het moet ergens over gaan, vind ik.

In onze huidige samenleving zit een vergelijkbare schizofrenie. Als werkzoekende kan ik een workshop volgen. Daarin leer je hoe je tijdens een sollicitatiegesprek ‘‘het vlammetje in je ogen’ kan laten branden, om echt contact te maken.’ Deze tekst komt van een voormalige HR-manager.

Hoe goed bedoeld ook, van zo’n benadering ga ik compleet over mijn nek. Want in Nederland zoeken, naast de officiële werklozen, nog ruim drie keer zoveel mensen naar (meer) werk. De reële werkloosheid bedraagt zo’n 20%. En alles wijst er wereldwijd op dat dit percentage in de toekomst oploopt.

We zoeken voortdurend naar veiligheid, zekerheid en een utopie. Alle drie zijn ze hooguit tijdelijk haalbaar. Toch houden we onszelf voor dat we het leven naar onze hand kunnen zetten. We mogen niet toegeven aan tegenslagen. En als ze ons toch overkomen, moeten we er niet lang bij stilstaan. Want hebben we tegenslag soms aan onszelf te wijten? Nee, laten we liever optimistisch blijven. Dat is beter voor iedereen.

Deel 2 – Never give up

Onze berichtjes op Twitter, Facebook en LinkedIn staan er vol mee. Met ‘voorbeelden van de tsunami aan positieve, motiverende en inspirerende spreuken waarin je dag in dag uit verzuipt. Never give up. Life is about moments. Don’t wait for them, create them. Dream it, wish it, do it.’ Jacq. Veldman schrijft erover in het Volkskrant magazine van deze week.

Wat doen al die kreten en spreuken eigenlijk met ons? Bij hoeveel mensen bereiken ze het tegenovergestelde van wat ermee wordt beoogd? Never give up heeft menigeen een complex bezorgd. Want als je opgeeft, dan ben je een loser, een nietsnut, een minkukel. Toch? Je moet ten minste tot het uiterste zijn gegaan, en daar voorbij.

Never give up is heel lang mijn leidraad geweest wat Australië betreft. Zelfs toen ik al niet meer zeker wist of ik er wilde wonen, deed ik nog een ultieme poging. De tijd drong omdat er voor immigratie een leeftijdgrens is. Dus nam ik contact op met een immigratie-consulent. Feitelijk werd ik gedreven door een reclameslogan en een Hollywood-droom.

Of is het meer dan illusie? Een spreuk als Never give up kan je aanzetten tot grootse daden. Een daadkracht die je van jezelf niet verwacht. In de juiste omstandigheden en met veel wilskracht kan je jezelf zeker ontstijgen. Volgens de film komen er altijd moeilijkheden op je pad die je moet overwinnen. En als het helemaal lijkt te mislukken, is daar alsnog de redding. Zo hoort het te gaan.

Alleen loopt het in werkelijkheid weleens anders. Dan bereik je op een gegeven moment een persoonlijk kantelpunt. En rest je slechts de keuze tussen twee vragen. Namelijk: is er nog een piepkleine kans op succes?, versus: is het zinloos om door te gaan? Niemand die het je echt kan zeggen. Daarop moet je zelf het antwoord bedenken.

Eerder heb ik dingen bereikt die anderen en ikzelf nooit voor mogelijk hadden gehouden. Daarom geloof ik dat als je iets echt wilt en als het binnen je macht ligt, je het kunt bereiken. In die zin is de gedachte achter Never give up waar.

Het wordt pas een leugen als anderen het onder valse voorwendselen gebruiken. Als het geen welgemeende aanmoediging is, maar een marketingtruc of een verkapt oordeel inhoudt. Wanneer je blij en optimistisch móet zijn, in andermans belang. Ik beschouw dat als een ontkenning van ons menszijn. Voor opgeven en de consequenties daarvan, is soms veel moed nodig. Opgeven is ons goed recht, vind ik. Opdat we positief kunnen blijven.

Schuldgevoel bij vrouwen

‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.’ Wie kent deze slogan nog? In 1989 voerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid campagne. Veel gescheiden vrouwen waren afhankelijk van de bijstand en dat moest veranderen. Daarom stimuleerde het ministerie meisjes om een vak te leren. Zodat ze later voldoende geld konden verdienen. Kortom: economische onafhankelijkheid als hoogste doel. Nu is de norm dat vrouwen een baan hebben en niet hun hand bij hun partner ophouden. Of in de WW zitten. Of op een bijstandsuitkering teren.

Voor mijn toekomstbeeld kwam die campagne te laat. Ik ben er van jongs af aan van uit gegaan dat ik een man zou krijgen die voor het geld zou zorgen. Toen dat anders liep, was dat wel slikken. Erg slikken. Want ik heb betaald werk altijd beschouwd als iets wat eigenlijk niet de bedoeling was. Als tussendoortje of vrijwillig: oké. Maar in mijn leven is er wel meer een beetje verkeerd gegaan.

Het voordeel van mijn opvatting is dat ik geen schuldgevoel heb als ik niet werk. Natuurlijk, een uitkering schept verplichtingen. Aangezien ik die evenmin heb, hoef ik ook geen verantwoording af te leggen. Hoe anders is dat bij vrouwen die een partner of kinderen hebben. Die worden gekweld door hun schuldgevoel.

Ik ken werkzoekende vrouwen die het vreselijk zouden vinden als zij geen betaalde baan meer vinden. Ieder om een andere reden.

  • Omdat ze dan haar dochter van paardrijles af moet halen.
  • Omdat ze dan van haar mans inkomen moet leven. En dat geld nauwelijks aan zichzelf durft te besteden.
  • Omdat ze dan niet ‘nuttig bezig is’, ondanks dat ze twintig uur per week vrijwilligster is.
  • Omdat zij dan thuis leuke dingen doet, terwijl haar partner hard werkt.

Maar kijk eens naar die dochter met paardrijles, die kennelijk zo op het gemoed van haar moeder werkt. Heeft zij nooit geleerd dat je niet altijd alles kunt hebben? Ze komt er snel genoeg achter zodra zij zelf werkt. Dan kan ze toch beter mentaal voorbereid zijn, lijkt mij.

En waarom zou een vrouw het geld dat haar echtgenoot verdient, niet mogen uitgeven? Misschien vindt hij het wel prettig als hij haar een aangenaam leven kan bieden. En ze zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd? Het is toch in voor- en tegenspoed? Voor hetzelfde geld zijn de rollen over een jaar omgedraaid.

Gaat het dan wel om schuldgevoelens, of gaat het om een machtsstrijd? Ontbreekt wederzijds begrip? Over de druk die werkzoekende mannen ervaren, kan ik namelijk ook een heel log volschrijven. Misschien wordt het tijd voor een nieuwe campagne.

Jij zit toch maar niks te doen

Het beeld dat werkzoekenden thuis niets zitten te doen, is vrij hardnekkig. Daar ben ik nu wel achter. Regelmatig word ik ermee geconfronteerd, direct of indirect. Deze indruk leeft vooral onder werkenden. En specifiek bij mensen die zelf nooit in mijn situatie hebben gezeten. Toch wil ik dat clichébeeld wel even bevestigen.

Ik kies namelijk al jaren welbewust voor parttime werk. Van 24 uur per week kan ik prima leven bij een normaal salaris. Dus hou ik doorgaans zeeën van tijd over om op de bank te hangen. Als werkzoekende besteed ik nu 15 uur per week aan een bezigheid vinden waarmee ik mijn kostje kan verdienen. Naar verhouding is 15 uur zoektijd voor 24 uur werk onevenredig veel. Vind ik dan.

struik met rode besjesDaarom neem ik verder alle tijd om te genieten van de geneugten des levens. Bijvoorbeeld wandelen zodra de zon schijnt en het winterlandschap extra mooi is. Bij grote voorkeur op doordeweekse dagen. Dan geniet ik er nog meer van. Want ik herinner mij maar al te goed hoe het voelde als ik vast zat op kantoor en niet naar buiten mocht.

Ik heb nooit gekozen voor onze dolgedraaide consumptiemaatschappij en 24-uurs economie. Degenen die daarin verstrikt raken, hoeven mij niets te verwijten. Integendeel, ze kunnen beter solidair zijn met mij als ze een prettiger leven willen.

Werkloze 50-plusser in armoedeval

‘Pechtold, je moet een kopschot hebben.’, schrijft Johnny R. (51) op Facebook. ‘Waarom deed u dat nou?’, vraagt de rechter in Leeuwarden aan de verdachte. ‘Ik was net voor honderd procent afgekeurd en was mijn baan kwijt. Dan reageer je zo.’, las ik gisteren in de Volkskrant. Johnny is vader en moest onlangs zijn huis verkopen. Zijn gezin heeft nu een schuld van 51 duizend euro.

In de knel
Zoals Johnny zitten veel meer vijftigers in de knel. Deze mensen hebben decennialang gewerkt, voor hun gezin gezorgd en hun huis (grotendeels) afbetaald. Nu zitten ze thuis en is de arbeidsmarkt sterk veranderd. Ze komen moeilijk aan de slag, zelfs als de economie aantrekt. Intussen gaan ze er financieel hard op achteruit. Snel omschakelen valt niet mee en sommigen verliezen grip op hun situatie. Schuldgevoel en schaamte verergeren dat alleen maar.

Niet worden gezien
Zelfs wanneer je anderen vertelt over je situatie, word je regelmatig niet gezien of gehoord. Dat merk ik al maanden. Mensen zonder inkomen in Nederland? Dat bestaat niet. En heb je eigenlijk wel genoeg uitzendbureaus benaderd? Of ze gaan zich ineens druk maken over hun eigen 30% lagere uitkering. Die doorloopt tot hun pensioen. Terwijl ik er 100% op achteruit ben gegaan en pas over veertien jaar AOW krijg. Althans, dat hoop ik maar.

Het halve verhaal
Onlangs schoot ik, net als Johnny R, wat politici aan. Op mijn manier dan. Want het UWV kwam met jubelnieuws in een half verhaal. ‘Het totaal aantal WW-uitkeringen aan 50-plussers is gedaald tot net iets boven de 200.000.’ (stand eind oktober). Dat schrijft deze instantie op 29 november 2016 in haar persbericht Daling 50-plussers in de WW zet door. Die tekst is klakkeloos overgenomen door onder meer de Volkskrant, Nu.nl, Gemeente.nu, Divosa en ons lokale sufferdje.

Het hele verhaal
Kennelijk zijn journalisten een gouden regel uit hun vakgebied vergeten. Ik heb er even de Rapportage WW 50plus, oktober 2016 bij gehaald. Daarin schrijft hetzelfde UWV dit: WW-uitkeringen beëindigd in oktober 2016: 12.282. Waarvan wegens het bereiken van de maximale uitkeringsduur: 4.268. Van januari tot/met oktober 2016 beëindigde uitkeringen van 50-plussers wegens maximale uitkeringsduur: 44.586. Hebben deze mensen later alsnog werk gevonden? Zitten ze nu in de bijstand? Worden ze financieel onderhouden door hun partner? Of hebben ze geen baan én geen inkomen? Ik ben namelijk een van die 44.586 mensen.

Aantallen
Na mijn ingezonden reactie met bovenstaande cijfers, volgt daarvan in de Volkskrant geen publicatie. Aangezien ik toch alle tijd heb, bel ik zelf met de statisticus van het CBS en met de communicatiespecialist van het UWV. Het blijkt dat niemand goed zicht heeft op die 44.586 mensen. Cijfers van het CBS geven aan dat tussen 2001 – 2014 zo’n 9.000 tot 14.000 mensen zonder inkomen in Nederland leefden. Dit is gebaseerd op belastinggegevens. Dus illegalen en dergelijke ontbreken. Momenteel zoeken ruim een miljoen mensen actief naar werk, volgens de meneer van het UWV. Denk aan mensen met WW of bijstand, herintreders en degenen die een andere baan met meer uren zoeken.

Volgens het Centraal Planbureau is de kans dat een 55-plusser vanuit een WW-uitkering weer aan het werk komt 10 procent. Voor een 60-plusser is dat nog maar 3 procent.’ NRC juni 2016. Deze week alleen ontving ik al zes afwijzingen.

Aandacht
Kennelijk namen een raad en een inspectie eerder wel de moeite om over mijn groep te schrijven. Dat werd opgepakt door het Nederlands Dagblad en Hart van Nederland:

15.000 Nederlanders zonder inkomen
Gepubliceerd: 1 mei 2012 om 06:52 Update: 23 januari 2015 om 15:29
‘Naar schatting zo’n 15.000 mensen hebben jaarlijks structureel geen inkomen nadat ze zijn afgehaakt bij een bijstandsaanvraag. Daarmee opent het Nederlands Dagblad. Het is nauwelijks bekend hoe zij overleven, omdat gemeenten verzuimen onderzoek te doen naar deze groep. De Raad voor Werk en Inkomen [inmiddels opgeheven] en de voormalige Inspectie Werk en Inkomen hebben meerdere malen geadviseerd dat wel te doen. In 2008 en 2009 concludeerden beide organisaties dat maar liefst 30 procent van alle afhakers een jaar na dato nog steeds zonder enige vorm van inkomen zit. Ze leven van geld van anderen, spaargeld of werken zwart.’

Politieke partijen
Vorige week heb ik hiervoor bij zeven politieke partijen aandacht gevraagd. 50PLUS, VVD, PvdA, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks zijn benaderd. Tot nu toe heeft alleen 50PLUS inhoudelijk gereageerd. Ik zeg het alvast: de kans is groot dat de overige partijen mijn stem in maart kunnen vergeten als er geen fatsoenlijk antwoord komt. Dan maar een irrationele keuze. Dat komt er nu van als je mensen niet wil horen en ze compleet negeert.

Eigen huis eerst
Ik zou niet graag met Johnny en zijn schulden willen ruilen. Bij hem vergeleken sta ik er nog redelijk voor. Maar het steekt mij enorm dat 50-plussers die al decennialang hebben gewerkt, hun huis moeten ‘opeten’ om bijstand te krijgen. Even voor de goede orde: een huurwoning kost al gauw € 700 per maand. Zolang ik in mijn huis kan blijven, bespaar ik de samenleving een flinke som aan huursubsidie. En ik claim geen woning in de sociale sector. Bovendien blijven mijn vaste lasten dankzij dat afbetaalde huis nog enigszins behapbaar. We moeten in Nederland toch zelfredzaam zijn?

Oproep
Ik zoek contact met 50-plussers die in precies dezelfde situatie zitten. Dus:

  • 50-plusser met een eigen woning die al tijden werk zoekt en die
  • sinds de afloop van een contract of uitkering geen enkel inkomen heeft,
  • met spaargeld of beleggingsopbrengsten de tijd tot de pensioengerechtigde leeftijd niet kan overbruggen,
  • op termijn de eigen woning moet verkopen om voor bijstand in aanmerking te komen, én
  • alleenstaand is, of stellen waarvan beide partners geen inkomen hebben.

Onvoorwaardelijk basisinkomen

Op maandagochtend maak ik een inspirerende wandeling met iemand van het netwerk voor werkzoekenden. We pauzeren in de mist op het terras van de Westerbouwing wanneer onder de opstijgende wolkenflarden ineens een zonovergoten rivierlandschap verschijnt. Dan denk je echt: wat is nu eigenlijk het probleem? Thuis wacht een e-mail over een petitie voor het basisinkomen. Om diverse redenen ben ik daar voorstander van.

Over de hoogte van het bedrag, de wijze van financiering en de minimaal benodigde criteria valt nog best wat te zeggen. Denk aan maandelijks circa € 1.200 voor iedere Nederlandse staatsburger boven de 18 jaar. Dan zie ik deze voordelen van een onvoorwaardelijk basisinkomen:

  1. De WW, WAO, AOW, ziektewet, bijstand, studiefinanciering en veel aanvullende randvoorzieningen worden overbodig. Dat scheelt een enorme administratieve rompslomp voor de overheid. En het bespaart uitkeringsgerechtigden betutteling, frustratie en ergernis. Een deel van de aan stress gerelateerde zorgkosten valt weg. Premies voor ziektekostenverzekeringen kunnen omlaag. Een deel van de landbouwsubsidies kan worden afgebouwd.
  2. Alle huisvrouwen/-mannen, vrijwilligers en mantelzorgers worden automatisch betaald. Dat is erkenning en waardering voor hun sociale en maatschappelijke werk. Een deel van de kosten voor kinderopvang kan vervallen. Mensen krijgen meer tijd voor vrijwilligerswerk, de zorg voor kinderen en voor elkaar. Er ontstaat meer ruimte voor sport, cultuur en natuurbeheer. Dat levert ook financieel winst op. Het mooiste werk is in ons land vaak onbetaald.
  3. Je kan gewoon blijven werken en daarmee extra geld verdienen. Leuk voor degenen die van luxe houden, dure hobby’s hebben of ambitieus en competitief zijn.
    (Uit onderzoek blijkt dat mensen die twintig jaarlijkse cheques van USD 25.000 in een loterij winnen, meer sparen en iets minder gaan werken. De meesten blijven aan de slag. Bron: Guido Imbens, de Volkskrant 10 oktober 2016.)
  4. Met een basisinkomen heb je minder zorgen. Ontspannen mensen hebben de mentale ruimte om echt innovatieve ideeën te ontwikkelen voor de toekomst van de arbeidsmarkt. Daar is nu een grote behoefte aan.
  5. Je kan stoppen met werken wanneer je dat zelf wilt, want de AOW-leeftijd is voortaan onbelangrijk. De ‘concurrentie’ tussen generaties op de arbeidsmarkt neemt af. Voor mij zou dat een opluchting zijn. Ondanks mijn vier beroepen vind ik trouwens moeilijk werk. Dit komt mede door automatisering, overheveling van werk naar het buitenland en structurele bezuinigingen. Veel functies werden complexer en de omstandigheden zijn nu hectischer. Een deel van de bevolking kan dat gewoon niet (meer) aan.
  6. Je kan een voltijdsstudie voor een kansrijk beroep volgen wanneer je al vijftig bent en je zo omscholen. Daarna ben je weer beter inzetbaar op de arbeidsmarkt.
  7. Mensen die nu geen of nauwelijks inkomen hebben en zwaar interen op hun vermogen, krijgen een vangnet. Ze vallen nu tussen de wal en het schip.
  8. Als je een bescheiden inkomen gewend bent, hoef je bij tegenslag (langdurige ziekte, werkloosheid, faillissement) minder snel je huis te verkopen.
    Anderzijds kan een basisinkomen mensen makkelijker aan een hypotheek helpen. Dat is weer gunstig voor de huizenmarkt en aanverwante sectoren.
  9. Vermoedelijk neemt criminaliteit af. (In verschillende voorstellen krijgen gevangenen overigens geen basisinkomen.) Dit leidt tot een veiliger gevoel.
  10. En misschien wel het grootste voordeel (van basisinkomen2018.nl): Het monopolie van betaalde arbeid als zou het de hoogste vorm van zingeving zijn, zal verminderen. (Hear, hear!)

GroenLinks wil in onze gemeente een basisinkomen experiment uitvoeren met mensen in de bijstand. Na wat heen en weer ge-e-mail leer ik dat bijstandsgerechtigden voor de lokale politiek extra interessant zijn. Daar baal ik van, want zo gaat die partij op verkeerde wijze met het plan aan de haal. Het onvoorwaardelijk basisinkomen is bedoeld voor iedereen. Dus ook voor mensen met een parttime baan, voor een tweeverdiener en voor een miljonair. Met een beperkt gedefinieerde doelgroep krijg je onbetrouwbare resultaten en ondermijn je de steun van mensen die uitgesloten zijn. Daarom vind ik dat ze een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking moeten nemen.

Bij de petitie van GroenLinks ontbreken concrete cijfers voor de financiering. Maar op internet staan berekeningen voor een landelijk basisinkomen. De een wil het geld halen bij banken en nutsbedrijven. De ander kijkt naar microbelasting van financiële transacties. Logischer is onder andere een samenvoeging van de budgetten voor alle sociale voorzieningen en verwachte besparingen. Dat zal echter niet genoeg zijn. (Een overzicht van diverse opties en berekeningen stond op basisinkomenvoordummies.nl.) Ik ben ervan overtuigd dat de financiering rond kan komen. Alleen al omdat de ECB een zinvolle(re) bestemming voor vers geperst geld nodig heeft.

Het initiatief van GroenLinks past in een beweging die ook elders in het land opduikt. Men wil eerst lokaal experimenteren en het basisinkomen vervolgens nationaal invoeren. In dat geval gaan onmiddellijk andere factoren meespelen. Zoals een internationaal aanzuigende werking.

Ik denk dat linkse partijen er goed aan doen om rechtse partijen al bij voorbaat de wind uit de zeilen te nemen. Dat kan door rechts te denken en passende voordelen klaar te hebben. Maar dan moet links de vaak terechte zorgen van rechts wel serieus nemen. Want zo’n proef is op termijn de kans om uiteindelijk wereldwijd bestaanszekerheid te bereiken.