Cao’s en al die andere rotzooi

Vlakbij het bos komt ze mij wandelend tegemoet. Een vrouw met een grote, bazige middelbruine hond. Zelf draagt ze kniehoge leren laarzen over haar pantalon. Ze matchen qua kleur; de hond en de laarzen. De vrouw spreekt geaffecteerd. Type golfclub, Rotary misschien. Haar stem heeft het volume van een misthoorn. Ze praat in haar eentje. Oh nee, ze heeft een smartphone.

Het woord ‘uitzendbureaus’ valt en ik spits mijn oren. Ze lijkt mij niet het type dat werk zoekt via een uitzendbureau. En inderdaad. ‘Het is zo een gedoe’, gaat ze verder, ‘met cao’s en al die andere rotzooi. ‘Ik wil ervan af’, heb ik tegen Ronald gezegd.’

Ronald zal het wel weer moeten opknappen, vermoed ik. Deze mevrouw houdt zich niet bezig met wetjes en personeel. Zij geeft enkel orders.

Ik vergeet het soms, wanneer ik genietend van mijn lommerrijke omgeving rondwandel. Dat er in die mooie kapitale villa’s hier zeer onaangename mensen kunnen wonen. Het geld moet tenslotte ergens vandaan komen.

Werkzoekende death by algorithm

Vriendin en manager E. wil weten hoe het nu staat met werk vinden. ‘Werk’ is een onderwerp waar ik verschillend op reageer. Afhankelijk van mijn gesprekspartner en stemming is dat berustend, verbolgen, bevlogen of zwaar gefrustreerd. Ik vertel over de barrières op de arbeidsmarkt en over de mitsen en maren. Zoals dat ik niet door het systeem heen kom. ‘Wat erg toch, want je kan zo veel. Daar zal toch vraag naar zijn.’, zegt zij.

Ook E. loopt als manager tegen barrières op. Want haar werkgever (de overheid) wil het aantal fte’s beperkt houden. Dus moet zij waanzinnig dure zzp’ers inhuren en voor elke flutklus een vreselijk bureaucratische aanvraag- en goedkeuringsprocedure doorwerken. Mocht er weer een klus komen, dan zouden we allebei liever kiezen voor een tijdelijk dienstverband.

Het systeem leidt tot een enorme verspilling van kwaliteiten, zowel die van haar als van mij. Want bij haar zijn de ondersteunende medewerkers wegbezuinigd. Dus moet ze zelf formuliertjes invullen. En mijn kwaliteiten kunnen bij diverse werkgevers goed worden ingezet. Maar er ontstaat geen match, omdat ze blindvaren op algoritmes voor werving- en selectie-doeleinden. Mijn CV past niet in een digitaal hokje en ikzelf evenmin. Er bestaat zelfs een uitdrukking voor deze situatie: death by algorithm.

Gelukkig begint de krapte op de arbeidsmarkt nu zodanig te wringen dat zelfs werkgevers aan introspectie doen. Zou er dan toch iets verkeerd gaan? Misschien schrijven ze wel te veel mensen bij voorbaat af. Misschien zijn de huidige algoritmes toch te beperkt. En misschien, heel misschien, is werving en selectie ook mensenwerk.

Dat er bij werkgevers iets begint te dagen, blijkt uit ‘Onze kijk op werk is gedateerd’ op pagina 15 van hun rapport Wegwerkzaamheden. Tien ideeën voor de wereld van werk. De ideeën in het rapport zijn lezenswaardig. Al zullen sommige daarvan déjà vu gevoelens oproepen bij trouwe volgers van Raam Open.

Levenslessen van andere mensen

Soms denk ik: ‘Stel dat die reorganisatie er niet was geweest. Dan had ik ook niet …’ Gevolgd door allerlei zaken die ik niet had willen missen. Zoals het leven in mijn huidige woonplaats. En de gesprekken met deelnemers in de groep voor werkzoekenden. Regelmatig leer ik nog van deze mensen. Omdat zij een ander leven leiden dan ik. Omdat zij ook van alles meemaken, maar daar anders mee omgaan. Of omdat ze andere beroepen en interesses hebben. Zonder die reorganisatie hadden we elkaar waarschijnlijk nooit ontmoet.

Werkloos raken schudt de meest stabiele personen door elkaar. Vooral na een lange carrière. Je hele toekomst wordt onzeker. En vaak moet je voor het eerst in jaren je zelfbeeld herzien. Als daarbij het pantser eenmaal wegvalt, kom je tot de kern. Ik als lotgenoot tenminste wel. Dan kunnen we praten over zaken die er werkelijk toe doen. Ik kan slechts raden hoe zij zich in een werksituatie gedragen. Maar vermoedelijk weet ik na een gesprek al beter wat hen beweegt, dan hun vroegere collega’s na een jaar.

Gesprekken met mensen die anders in het leven staan, vind ik eveneens boeiend. Ze trekken me uit mijn eigen beperkte denkwereld en bieden alternatieve zienswijzen. Daarbij moet ik wel moeite doen om ze goed te begrijpen. Want ik denk toch vanuit mijn eigen referentiekader. Te snel of verkeerde conclusies trekken, is zo gebeurd. Als ik me daarvan bewust ben, blijf ik doorvragen. Hoe, wat, waarom, … en toen? Tot alles helder is. Zij zetten mij vaak aan het denken. En ik hen.

Verborgen werkloosheid

Net gezien in Hollandse Zaken. De aflevering begint met de economie, die weer draait als een tierelier. Dus waarom lukt het die 45-plussers dan niet om massaal aan werk te komen? Ik ga het niet eens meer uitleggen. Wat mij boeit is dit.

We zien een filmpje over politici die vragen stellen over het gegoochel met de werkloosheidscijfers. Die cijfers waarin niet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) en andere randfiguren ontbreken. Het gaat om een slordige 700.000 onzichtbare werkzoekenden volgens het CBS. Dat cijfer is al vier jaar stabiel.

Léon de Jong, van de PVV nota bene, stelt er relevante vragen over in een commissie. We zien Lodewijk Asscher zwijgend met zijn mobieltje spelen. In het volgende fragment vertelt presentator Cees Grimbergen wat Asscher hem naderhand desgevraagd heeft geantwoord. ‘Dit is gewoon de definitie en die moeten we zo houden.’

Of hij daar nog iets aan heeft toegevoegd, weet ik niet.

Werkloosheid – Never give up

Deel 1 – Altijd blij en positief

Een groot deel van mijn leven droomde ik van emigreren naar Australië. Ik ben er vijf maal geweest en vond alles prachtig. Echt waar. De natuur, het klimaat, de mogelijkheden van het zonnige en vrolijke leven daar. De Australiërs zeurden nooit. Altijd waren ze happy, vriendelijk en opgewekt. Het leek het aardse paradijs. Qua beroep en opleiding zat emigratie er voor mij niet in. Dat was een feit. Misschien was dat maar goed ook. Want het is de vraag of ik zo veel blijdschap aan kan.

Ondanks mijn gedweep met Australië vroeger, was er ook een klein stemmetje dat wees op mijn behoefte aan ‘problemen’. Een dag zonder spanning of belangrijke vraagstukken is een dag niet geleefd, zoiets. Komt vast door de 48 kruisraketten en alle zure regen die toen op de achtergrond meespeelden. In ons oude, afgeragde Europa gebeurt altijd wat wezenlijks. En het leven is geen Disneyland. Het moet ergens over gaan, vind ik.

In onze huidige samenleving zit een vergelijkbare schizofrenie. Als werkzoekende kan ik een workshop volgen. Daarin leer je hoe je tijdens een sollicitatiegesprek ‘‘het vlammetje in je ogen’ kan laten branden, om echt contact te maken.’ Deze tekst komt van een voormalige HR-manager.

Hoe goed bedoeld ook, van zo’n benadering ga ik compleet over mijn nek. Want in Nederland zoeken, naast de officiële werklozen, nog ruim drie keer zoveel mensen naar (meer) werk. De reële werkloosheid bedraagt zo’n 20%. En alles wijst er wereldwijd op dat dit percentage in de toekomst oploopt.

We zoeken voortdurend naar veiligheid, zekerheid en een utopie. Alle drie zijn ze hooguit tijdelijk haalbaar. Toch houden we onszelf voor dat we het leven naar onze hand kunnen zetten. We mogen niet toegeven aan tegenslagen. En als ze ons toch overkomen, moeten we er niet lang bij stilstaan. Want hebben we tegenslag soms aan onszelf te wijten? Nee, laten we liever optimistisch blijven. Dat is beter voor iedereen.

Deel 2 – Never give up

Onze berichtjes op Twitter, Facebook en LinkedIn staan er vol mee. Met ‘voorbeelden van de tsunami aan positieve, motiverende en inspirerende spreuken waarin je dag in dag uit verzuipt. Never give up. Life is about moments. Don’t wait for them, create them. Dream it, wish it, do it.’ Jacq. Veldman schrijft erover in het Volkskrant magazine van deze week.

Wat doen al die kreten en spreuken eigenlijk met ons? Bij hoeveel mensen bereiken ze het tegenovergestelde van wat ermee wordt beoogd? Never give up heeft menigeen een complex bezorgd. Want als je opgeeft, dan ben je een loser, een nietsnut, een minkukel. Toch? Je moet ten minste tot het uiterste zijn gegaan, en daar voorbij.

Never give up is heel lang mijn leidraad geweest wat Australië betreft. Zelfs toen ik al niet meer zeker wist of ik er wilde wonen, deed ik nog een ultieme poging. De tijd drong omdat er voor immigratie een leeftijdgrens is. Dus nam ik contact op met een immigratie-consulent. Feitelijk werd ik gedreven door een reclameslogan en een Hollywood-droom.

Of is het meer dan illusie? Een spreuk als Never give up kan je aanzetten tot grootse daden. Een daadkracht die je van jezelf niet verwacht. In de juiste omstandigheden en met veel wilskracht kan je jezelf zeker ontstijgen. Volgens de film komen er altijd moeilijkheden op je pad die je moet overwinnen. En als het helemaal lijkt te mislukken, is daar alsnog de redding. Zo hoort het te gaan.

Alleen loopt het in werkelijkheid weleens anders. Dan bereik je op een gegeven moment een persoonlijk kantelpunt. En rest je slechts de keuze tussen twee vragen. Namelijk: is er nog een piepkleine kans op succes?, versus: is het zinloos om door te gaan? Niemand die het je echt kan zeggen. Daarop moet je zelf het antwoord bedenken.

Eerder heb ik dingen bereikt die anderen en ikzelf nooit voor mogelijk hadden gehouden. Daarom geloof ik dat als je iets echt wilt en als het binnen je macht ligt, je het kunt bereiken. In die zin is de gedachte achter Never give up waar.

Het wordt pas een leugen als anderen het onder valse voorwendselen gebruiken. Als het geen welgemeende aanmoediging is, maar een marketingtruc of een verkapt oordeel inhoudt. Wanneer je blij en optimistisch móet zijn, in andermans belang. Ik beschouw dat als een ontkenning van ons menszijn. Voor opgeven en de consequenties daarvan, is soms veel moed nodig. Opgeven is ons goed recht, vind ik. Opdat we positief kunnen blijven.

Bron afbeelding: Just give up – James Victore, Volkskrant magazine, 29 april 2017.

Schuldgevoel bij vrouwen

‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.’ Wie kent deze slogan nog? In 1989 voerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid campagne. Veel gescheiden vrouwen waren afhankelijk van de bijstand en dat moest veranderen. Daarom stimuleerde het ministerie meisjes om een vak te leren. Zodat ze later voldoende geld konden verdienen. Kortom: economische onafhankelijkheid als hoogste doel. Nu is de norm dat vrouwen een baan hebben en niet hun hand bij hun partner ophouden. Of in de WW zitten. Of op een bijstandsuitkering teren.

Voor mijn toekomstbeeld kwam die campagne te laat. Ik ben er van jongs af aan van uit gegaan dat ik een man zou krijgen die voor het geld zou zorgen. Toen dat anders liep, was dat wel slikken. Erg slikken. Want ik heb betaald werk altijd beschouwd als iets wat eigenlijk niet de bedoeling was. Als tussendoortje of vrijwillig: oké. Maar in mijn leven is er wel meer een beetje verkeerd gegaan.

Het voordeel van mijn opvatting is dat ik geen schuldgevoel heb als ik niet werk. Natuurlijk, een uitkering schept verplichtingen. Aangezien ik die evenmin heb, hoef ik ook geen verantwoording af te leggen. Hoe anders is dat bij vrouwen die een partner of kinderen hebben. Die worden gekweld door hun schuldgevoel.

Ik ken werkzoekende vrouwen die het vreselijk zouden vinden als zij geen betaalde baan meer vinden. Ieder om een andere reden.

  • Omdat ze dan haar dochter van paardrijles af moet halen.
  • Omdat ze dan van haar mans inkomen moet leven. En dat geld nauwelijks aan zichzelf durft te besteden.
  • Omdat ze dan niet ‘nuttig bezig is’, ondanks dat ze twintig uur per week vrijwilligster is.
  • Omdat zij dan thuis leuke dingen doet, terwijl haar partner hard werkt.

Maar kijk eens naar die dochter met paardrijles, die kennelijk zo op het gemoed van haar moeder werkt. Heeft zij nooit geleerd dat je niet altijd alles kunt hebben? Ze komt er snel genoeg achter zodra zij zelf werkt. Dan kan ze toch beter mentaal voorbereid zijn, lijkt mij.

En waarom zou een vrouw het geld dat haar echtgenoot verdient, niet mogen uitgeven? Misschien vindt hij het wel prettig als hij haar een aangenaam leven kan bieden. En ze zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd? Het is toch in voor- en tegenspoed? Voor hetzelfde geld zijn de rollen over een jaar omgedraaid.

Gaat het dan wel om schuldgevoelens, of gaat het om een machtsstrijd? Ontbreekt wederzijds begrip? Over de druk die werkzoekende mannen ervaren, kan ik namelijk ook een heel log volschrijven. Misschien wordt het tijd voor een nieuwe campagne.

De PVV wordt salonfähig

Op een feestje van een paar jaar geleden spreek ik een goede bekende. We nemen de wereld door en belanden bij de politiek en de PVV. ‘Weet je,’ zegt hij, ‘ik vermoed dat een of meer familieleden van mijn vrouw wel PVV stemmen.’ Hij zegt het met een klein verontschuldigend lachje. Zo van: ik kan dat ook niet helpen. Misschien vinden we stemmen op de PVV binnenkort niet meer gênant. Als we de peilingen en voorspellingen tenminste mogen geloven uit de krant. Die partij is hard op weg om salonfähig te worden. Dat is wel zo prettig. Ik hou namelijk van openheid.

Op dit blog deel ik mijn visie en mening. Aan waarheidsgetrouwe verhalen voeg ik soms een beetje zelfspot of fantasie toe. Dus neem niet alles serieus.’ Dit schreef ik bij de lancering van Raam Open. De vrijheid om een loopje met de waarheid te kunnen nemen, is een groot goed. Het komt van pas wanneer onderwerpen echt taboe zijn en ik er toch iets over wil schrijven. En een beetje fantasie is handig als dat een verhaal vlotter leesbaar maakt.

Neem ‘Jij zit toch maar niks te doen (1)’. Het logje gaat eigenlijk over een gesprek met een aangetrouwd familielid. En familie is als onderwerp vrijwel taboe. In de oorspronkelijke versie schetste ik de persoon met een opmerking over de PVV. Want noem PVV en mensen hebben direct een beeld bij de aanhangers daarvan. Zo kan ik een omslachtig betoog, waarin ik specifieke zaken en personen zou moeten benoemen, samenvatten in een enkel woord. Of het algemene beeld van de PVV-aanhang correct is, staat overigens volop ter discussie.

Ik had gelijk ook de alternatieve benadering van professionele schrijvers kunnen toepassen. Namelijk persoonlijke ervaringen in een fictief verhaal verwerken. Een roman, een thriller of een gedicht. Zo van: ‘Thomas kwam de kamer binnen en zag Sanne met Mark praten …’ Daarmee kun je alles verhullen. Behalve voor de goede verstaander.

Wie gelooft nu nog dat ik in de eerste alinea over een goede bekende schrijf?