Meid, het is vreselijk

Toevallig dacht ik deze week aan een tekening van Peter van Straaten. Bij de werkgroep voor en door werkzoekenden heeft iemand van ons een flinke dip. Dat kan gebeuren. We maken het vroeg of laat allemaal mee. Ze zoekt al jaren naar werk. Het wil maar niet lukken en haar dochter is deze week erg nukkig. Dan moet ze ook nog fris en fruitig werkgevers benaderen. ‘Je moet er steeds maar op af gaan. Je moet jezelf telkens over de drempel krijgen. Je moet iedere keer weer bellen.’, verzucht ze.

‘Ja,’ beaam ik ‘af en toe word je er doodmoe van. Steeds weer die lijsten met vacatures doorspitten en pakkende brieven schrijven.’ Want als werkzoekende kan je makkelijk zwelgen in zelfbeklag. En dat mag. Alleen helpt het je niet verder. Ik wil haar graag een beetje oppeppen. Daarom vertel ik over diverse strategieën om jezelf te motiveren. Bijvoorbeeld: niet plichtmatig solliciteren, maar eerst dingen doen die je leuk vindt. Dat geeft namelijk inspiratie en energie. In mijn geval werkt bloggen goed. Daarna kan ik ook wel weer zo’n sollicitatie aan.

Ik vertel haar over mijn gebruikelijke werk ter relativering. ‘In mijn functies als secretaresse, planner en programmamedewerker werkt het net zo. Dan moet ik er ook steeds op af. Mensen achter hun vodden aan zitten, zorgen dan dingen gedaan worden, keer op keer nabellen en alles zelf regelen. Want daar werd ik juist voor aangenomen. Als ik daaraan denk, is solliciteren slechts een klusje op mijn takenlijst. Na gedane arbeid streep ik dat tevreden af.’

Toch baalden ik en mijn collega’s soms evenzeer van zulk werk. De management assistente van een vroegere werkgever had een toepasselijk plaatje gevonden. Een tekening van Peter van Straaten waarop twee rokende en koffie leutende vrouwen aan een bureau zijn te zien. Waarin de ene vrouw tegen de andere verzucht: ‘O meid, het is vreselijk. Je moet hier alles zelf doen.’ Het hing ter ooghoogte op haar deur. Toen ik later het secretaressehandboek voor onze afdeling schreef, scande ik het prominent op het voorblad.

Peter, bedankt!

Zonder inkomen geen extraatjes

In Gratis geld voor bedrijven (de Volkskrant, 9 september 2016) vraagt Koen Haegens zich af of het beter is om alle burgers in de EU 3.000 euro te geven. Zoiets lijkt mij prima, naast investeringen in een toekomstbestendige economie. Nu riskeert de ECB met zijn monetaire beleid instabiliteit van financiële markten en vastgoed. Terwijl spaargeld en een eigen woning voor mij juist gelden als zekerheid. Kennelijk houdt niemand in politiek Den Haag zich bezig met Nederlanders zonder inkomen.

Ik sta nog ingeschreven bij het UWV. Dat stuurde onlangs een bericht over scholingsvouchers voor werkzoekenden t.w.v. € 1.000. Die zijn echter voorbehouden aan mensen met een uitkering of arbeidscontract, en zelfstandigen. Verder zijn er extra voorzieningen en activiteiten voor mensen in de bijstand. Maar zonder bijstand gaan die aan je neus voorbij.

Er zit een rare gedachtekronkel in. Wie weinig inkomen heeft, krijgt extra’s. Wie helemaal geen inkomen heeft en verplicht inteert op vermogen, krijgt niets. Een werkloze kan via de WW een uitkering krijgen van maximaal € 35.000 per jaar. Zo iemand komt ook in aanmerking voor een scholingsvoucher. Maar verdwijn je uit de kaartenbak van de WW en zoek je aantoonbaar naar werk, dan krijg je die voucher niet. ‘Da’s toch niet normaal?’, zou Bennie vast zeggen.

Ik wijt dit aan de onzichtbaarheid van mensen zonder inkomen. Pas bij de belastingaangifte in het volgende jaar wordt hun situatie helder. Middeling van inkomens lijkt de enige handreiking van de overheid als je noodgedwongen leeft van eigen vermogen.

UWV-computer says no

Misschien was die regel er vroeger ook al. En misschien was ik het een beetje vergeten. Gewoon omdat het eerder voor mij geen gevolgen had. Of werd het toen niet zo expliciet aangegeven. Ik weet het niet. Het had allemaal weinig uitgemaakt, want mijn functie is nu toch opgeheven.

Maar afgelopen maandag, op mijn eerste dag van werkloosheid, vroeg ik dus bij het UWV een uitkering aan. In de veronderstelling dat ik daarmee nog wel even vooruit zou kunnen. Dankzij mijn 35-jarige bijna onafgebroken loopbaan. Maar het werd een gevalletje computer says no.

Want in de afgelopen vijf jaar had ik twee jaar geen baan. Crisisperiode en zo. Er was  slechts zelfstandig ondernemerschap, tussen tijdelijk contract nummer 2 en tijdelijk contract nummer 3. Na afloop van tijdelijk contract nummer 4 zegt de computer van het UWV dan: u heeft recht op drie maanden. Dat is het dan.

Oeps. … Slik.
Heb ternauwernood een paniekaanvalletje onder controle gehouden. En een tweede.
Ben een paar dagen flink uit mijn doen geweest.
Dus daar gaan we weer, net als een paar jaar geleden. Toen de laatste drie maanden van mijn uitkering aanbraken.

Toch, er is een lichtpuntje. Want juist vandaag was er hier een netwerkcafé voor werkzoekenden. Een ontmoetingsplaats voor lotgenoten die elkaar praktische tips en mentale steun geven. Zo kon ik in een warm badje van de ergste schok herstellen. Bovendien komt mijn integratieproces nu in een stroomversnelling. Op één dag heb ik namelijk wel vier andere dorpelingen leren kennen.

Het is bijna jammer als ik snel een baan vind, want dan mis ik het netwerkcafé.

Geen geboortedatum in je CV

Een vriendin mailt dolblij dat zij een baan heeft gevonden. Ze is eind vijftig en was lang werkloos. Dan heeft het bedrijfsleven je vrijwel afgeschreven. In haar CV heeft zij bewust haar geboortedatum weggelaten. Ze kan makkelijk smokkelen, want door omstandigheden was ze al in de twintig toen zij haar mavo-diploma haalde. Dat gebruikt ze nu als begin, zodat ze twaalf jaar jonger lijkt.

Op internet staan tegengestelde meningen over een dergelijke stap. Veel mensen stellen dat het argwaan wekt wanneer je je geboortedatum weglaat. Maar misschien trekt de inhoud van je CV dan juist meer de aandacht.

Ondertussen zit ik met een andere vraag. Moet je wel zo ver willen gaan?

Optie: zzp’er worden

Op het ogenblik zit ik ziek thuis. Ik voel mij te goed om overdag naar bed te gaan. Maar ik ben te grieperig om mij lang te concentreren. Omdat de computer van mijn werkgever hier toch staat, heb ik wat urgente mailtjes afgehandeld. Dat geeft gemoedsrust. Personeel thuis laten werken heeft voor werkgevers onverwachte voordelen. Als ik naar kantoor had gemoeten, had ik nu niets gedaan. Was ik zzp’er geweest, dan had ik voor een lastige keuze gestaan. Want na een half uur krijgt grieperigheid weer de overhand.

In Sir Edmund van de Volkskrant stond onlangs een interview met José Kerstholt, hoogleraar psychologische besliskunde. Ze vertelt daarin over intrinsieke motivatie en persoonlijke overtuiging. ‘Stel jezelf de vraag waar jij gelukkig van wordt, wat je belangrijk vindt.’ Het is de eerste stap naar een mooie toekomst. Ik weet het antwoord inmiddels wel. Het knelpunt zit in de vraag naar specifieke beroepen en ideaalbeelden van gewenste kandidaten op de arbeidsmarkt. Daar sluit een en ander slecht bij aan.

Over ideaalbeelden gesproken. Het is dat ik geen allochtoon ben, anders zou ik onderaan de ladder bungelen. Uit recent onderzoek blijkt dat de meeste armoede bij oudere werkzoekenden zit. Zelfs gepensioneerden hebben meer te besteden. En minder vrouwen dan mannen van boven de 35 vinden een baan die past bij hun opleidingsniveau. Intussen doemt er een nieuwe uitdaging op. Steeds meer werkgevers vragen van sollicitanten een videopresentatie. Uh … met mijn grieperige kop? In dat licht is de geluksvraag een luxe en moeten we misschien nemen wat we kunnen krijgen.

Mijn gevoel zegt dat ik qua leeftijd en werkervaring als zzp’er meer gewenst ben dan als werknemer op contractbasis. Sterker, mijn werkgever wil dat ik voor minder uren (en weinig geld) als zzp’er verder ga. Dit is in vijf jaar tijd de tweede keer dat ik voor zo’n keuze sta.

Eerder betrof het een goed betaalde vervolgopdracht van drie maanden bij een andere tijdelijke werkgever. Het was midden in de crisis en ik durfde het financiële risico niet aan. Want dan had ik eerst een netwerk van (potentiële) klanten moeten opbouwen. Zoiets kost tijd en de uitkomst was ongewis. O ja: en een heel geniepig stemmetje vroeg of ik wel goed genoeg was. Was het een goede beslissing? Na afloop van dat contract bleef ik 2 ½ jaar werkloos. ‘Gelukkig ben ik nu geen zzp’er’, dacht ik vaak. Maar wellicht was het dan toch anders gelopen.

Realistisch gezien verwacht ik weinig van solliciteren naar een reguliere baan. Moet ik daarom toch voor zelfstandigheid gaan? Ook nu zou ik vanuit het niets een netwerk moeten opbouwen. Waar te beginnen en wat bied ik aan? Weinig anders dan wat veel concullega’s al bieden: de boekhouding doen, facturering, secretarieel werk, planning en correspondentie, en webredactie natuurlijk. De concurrentie is enorm en het zegt weinig over mijn interesses. Bovendien blijft mijn meerwaarde onbenut. Die schuilt in een unieke combinatie van kennis en vaardigheden dankzij levenservaring. Zie daar eens een beroep van te maken dat voldoende inkomsten genereert.

Er zitten beslist voordelen aan werken als zelfstandige. Zelf beslissingen nemen, eigen baas zijn, je tijden bepalen, vanuit huis werken, ga maar door. Als ik een beroep met perspectief had, zou ik er direct voor gaan. Wel moet je als zzp’er bruisen van energie en steeds nieuwe opdrachten binnen halen. Dat lijkt mij behoorlijk zwaar.

Zonder overdrijven krijg ik vaak bewonderende reacties van mensen vanwege keuzes die ik eerder heb gemaakt. Zoals de recente verhuizing van het westen naar het oosten. Persoonlijk vind ik het wel meevallen. In die situaties had ik tenslotte het meeste in eigen hand. Zzp’er worden; dat is pas werkelijk een enorme stap.

Werk blijven zoeken

Vanmorgen had ik een gesprek met een collega-werkzoekende. Hij zoekt een baan in de non-profit sector en misschien had ik nog tips. Hij is sinds kort op zoek en vol goede moed. Ik kon hem aan de hand van zijn CV en brieven verschillende suggesties doen. Kennelijk wilde hij ook een soort tegenprestatie leveren. Daarom gaf hij mij ongevraagd advies. Met de beste bedoelingen, hoor. Ik hoorde het aan en zei dat ik zijn tips waardeerde. Eigenlijk bedoel ik daarmee zijn poging om te helpen. Want die adviezen kan ik niet meer hóren.

Ik kan nu een heel lang verhaal afsteken over wat ik allemaal heb bedacht, geprobeerd, gedaan, etc. Ik kan mijzelf de schuld geven, de regering verwijten, werkgevers uitschelden en tegen uitzendbureaus aanschoppen. Als hij nog wordt uitgegeven, kan ik (letterlijk) voor de vierde keer de hele Elsevier beroepenalmanak van A tot Z doorspitten. En kijken of er tóch een ander passend beroep is, waarmee ik zo de huidige arbeidsmarkt op kan. Ik kan extra netwerken, een vierde coaching traject doen, de vijfde sollicitatiecursus volgen, nog een vrijwilligersbaan nemen, en weer open sollicitaties versturen. Kan allemaal. Maar wat ik beter niet kan doen, is met enthousiaste werkzoekenden praten. Want daar word ik nogal depressief van.

Nee, doe mij maar intens trieste berichten vol rampspoed en doemscenario’s. Daar knap ik helemaal van op. Mijn huis als een wervelwind schoonmaken, helpt ook. Gelukkig, de redding is weer nabij. Bij thuiskomst lees ik dit: ANP – De werkloosheid is in maart licht gedaald met 7.000 tot 684.000 personen. Dit komt doordat mensen zich terugtrokken van de arbeidsmarkt, niet doordat meer mensen betaald werk kregen. Het aantal mensen met betaald werk nam in maart opnieuw af. Dit blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van het CBS. Ton Heerts van de FNV: ‘Terneergeslagen en moedeloos gooien zij het bijltje erbij neer.’

Zo, he he. Nu kan ik er tenminste weer tegen.

Verschil langdurig ziek of werkloos

Het verschil in benadering van mensen die ziek of werkloos zijn, verwondert mij. Het lijkt alsof iedereen vindt dat je buiten je schuld ziek wordt. Ben je ernstig en langdurig ziek, dan is er de WAO. Maar ben je tijdens een ernstige crisis langdurig werkloos, dan is dat vast je eigen schuld. Ben je 45 jaar of ouder en is de situatie uitzichtloos? Dan wacht uiteindelijk de bijstand, nadat je eerst je huis en ander vermogen hebt opgegeten. In de WAO mag je je huis houden. Er is ongelijkheid alom.

Vaak is het verschil in situaties grijs, in plaats van zwart/wit. Ik geef wat voorbeelden.

  • Je houdt van extreme sporten en flinke uitdagingen. Je vindt de skipiste oersaai, die is voor watjes. Dus ga je buiten de banen skiën. Jij weet toch goed wat er mogelijk is. En dan gaat er iets ernstig mis.
  • Je houdt van duiken. Je hebt de belangrijke cursussen doorlopen en je controleert de uitrusting voor elke duik. Veiligheidsmaatregelen zijn heilig. Toch gaat er onverwacht iets fout.
  • Je bent 45 jaar oud. Je werkt bij een organisatie en er is veel gedoe na de fusie. De spanningen lopen op en je merkt dat je het niet meer trekt. Voor een redelijk alternatief is geen ruimte. In jouw beroep is weinig werk. Je bent er nu letterlijk ziek van. Wat nu?
  • Je bent dertig jaar oud. Er zijn wat onverwerkte zaken uit je jeugd die je niet onder ogen wilt komen. En dan raak je compleet overspannen. Na de ziektewet beland je uiteindelijk in de WAO. Maar voor hoe lang?
  • Je bent net 47 jaar en er zijn 685.000 werkzoekenden. Het bedrijf waar jij al dertig jaar werkt, gaat failliet. Er valt helaas weinig te halen.
  • Je bent jong en net in de bouw gestart als zzp’er. Je verdient nog niet genoeg voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dan krijg je thuis een ongeluk en raak je verlamd.

Het verschil tussen ziekte en werkloosheid is niet eenduidig. Het lijkt mij eerlijker als regelingen elkaar naderen qua voorwaarden en bedragen. Waar ligt de verantwoordelijkheid bij ziekmakende werksituaties? Ik zie liever een algemeen sociaal vangnet, dat rekening houdt met mogelijkheden en verantwoordelijkheden.

Dit bericht is bedoeld als food for thought, meer niet.