Cao’s en al die andere rotzooi

Vlakbij het bos komt ze mij wandelend tegemoet. Een vrouw met een grote, bazige middelbruine hond. Zelf draagt ze kniehoge leren laarzen over haar pantalon. Ze matchen qua kleur; de hond en de laarzen. De vrouw spreekt geaffecteerd. Type golfclub, Rotary misschien. Haar stem heeft het volume van een misthoorn. Ze praat in haar eentje. Oh nee, ze heeft een smartphone.

Het woord ‘uitzendbureaus’ valt en ik spits mijn oren. Ze lijkt mij niet het type dat werk zoekt via een uitzendbureau. En inderdaad. ‘Het is zo een gedoe’, gaat ze verder, ‘met cao’s en al die andere rotzooi. ‘Ik wil ervan af’, heb ik tegen Ronald gezegd.’

Ronald zal het wel weer moeten opknappen, vermoed ik. Deze mevrouw houdt zich niet bezig met wetjes en personeel. Zij geeft enkel orders.

Ik vergeet het soms, wanneer ik genietend van mijn lommerrijke omgeving rondwandel. Dat er in die mooie kapitale villa’s hier zeer onaangename mensen kunnen wonen. Het geld moet tenslotte ergens vandaan komen.

Over bullshit jobs en nuttig bezig zijn

Afgelopen zondag was er een heerlijke aflevering van VPRO Tegenlicht: Mijn bullshitbaan. Onzinbanen zijn functies waarvan werknemers zelf zeggen dat die geen maatschappelijke meerwaarde hebben. De marketingsector scoort hoog en de managementlaag doet het ook bijzonder goed. In zijn boek telt antropoloog David Graeber vijf soorten onzinfuncties, namelijk: wachters, bullebakken, oplapwerkers, afvinkers en opzichters. Als je leest wat hij hiermee bedoelt, zal je er vast wat in herkennen. Ik tenminste wel.

Een wachter is bijvoorbeeld een frontdeskmedewerker, die binnenkomende telefoontjes doorverbindt hoewel dat een onnodige tussenstap is. Zo ben ik aan mijn carrière begonnen: als receptioniste op een kantoor dat nauwelijks bezoekers ontving. Wel kwamen er telefoontjes binnen. Bij deze baan heb ik geleerd hoe belangrijk het is om te doen alsof je het enorm druk hebt.

Een bullebak is iemand die agressief nutteloze dingen doet. En jawel, daar is ’ie: de telefonische verkoper. Gelukkig ben ik voor dat werk afgewezen. Mijn stem viel namelijk weg tijdens het telefonische sollicitatiegesprek. Thank goodness!

Oplapwerkers lappen de schade op ‘die door slordige of incompetente superieuren is aangericht.’ (Ik zeg niets. Nee, ik zeg helemaal niets.) Of ze besteden een groot deel van hun werkzame tijd aan het overtypen van getypte teksten die niet digitaal zijn opgeslagen. Boy, oh boy! Ik heb duizenden gedrukte pagina’s overgetypt. Daar had ik een bijna fulltime baan aan. Ze waren zo slecht gekopieerd, dat geen scanner er raad mee wist. Ik ben trouwens best goed in typen.

De categorie afvinkers bezorgt mij een zekere gewetensnood. Dit zijn ‘banen die voornamelijk bestaan ‘zodat een organisatie kan beweren dat ze voor de vorm aan een bepaalde eis heeft voldaan’.’ Oei. Ik heb aan de kant gezeten van de opdrachtgever die vanwege financiering eisen moest stellen. Wel probeerde ik het geturf te beperken tot nuttige gegevens waar de afvinkende organisatie zelf wat aan had. Maar ik ken ook de andere kant die een mens tot wanhoop kan drijven. Zoals in een strak geautomatiseerd systeem formuliertjes invullen, terwijl onduidelijk is waartoe deze dienen.

Tot besluit zijn er opzichters, de overbodige superieuren. Denk aan de zorgsector, denk aan het onderwijs. Zij zorgen voor extra veel formulieren en bureaucratie. Hm, ik heb weleens een formulier ontwikkeld. Maar dat was slechts kort in gebruik, dus dat telt niet.

Ik ontmoet nogal wat oudere werkzoekenden die vrijwilligerswerk doen. Bijvoorbeeld op het vlak van zorg en welzijn, als taalmaatje voor een asielzoeker of als natuurbeheerder. Veelal hebben zij een lange loopbaan achter de rug. Sommigen van hen hebben nu pas het gevoel dat ze nuttig bezig zijn.

Ideale beroepen voor introverte mensen

Ongeveer één op de drie mensen is introvert. Introverte mensen zijn bedachtzaam en hebben weinig behoefte aan prikkels. Ze werken graag zelfstandig en hechten waarde aan diepgang. Ook kunnen ze goed vragen stellen en luisteren, focussen op inhoud en afwegingen maken. Ze zijn integer, kritisch en opmerkzaam. Een feit is dat groepsactiviteiten en kantoortuinen hun energie opslokken; daarvan worden ze hondsmoe. Toch zijn relaties en vriendschappen erg belangrijk voor hen. Welke beroepen zijn dan geschikt voor introverte mensen?

Hier kijken recruiters naar
Welk beroep bij jou past is een belangrijke vraag, want recruiters letten bij sollicitanten op vijf persoonlijkheidskenmerken. Voor je eigen welbevinden adviseer ik om dat zelf ook te doen. Extraversie versus introversie betreft het eerste persoonlijkheidskenmerk. Zelf ben ik een mengvorm van introvert met extraverte trekjes. De andere vier kenmerken zijn: servicegerichtheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen.

Waar jij tot je recht komt
Extraverte mensen werken graag intensief (samen) met anderen. Zij zijn competitief en laten zich gelden. In de huidige tijd wordt hun gedrag door werkgevers toegejuicht. Ben je overwegend introvert, zoek dan werk waarin je eigenschappen beter tot hun recht komen. Op internet staan lijstjes met aanbevolen beroepen voor introverte types. Of ze echt bij je passen, hangt onder meer af van je denkniveau en je overige persoonlijkheidskenmerken.

Aanbevolen beroepen
Deze beroepen (of functies van vergelijkbare aard) worden voor introverte mensen aanbevolen: softwareontwikkelaar, rechter, accountant, financieel adviseur, administratief medewerker, laborant, analist, onderzoeker, grafisch vormgever, vertaler, hulpmiddelenadviseur, psycholoog, assemblagemedewerker, monteur, operator, installateur, elektricien en veel andere technische beroepen, ambachtslieden, vrachtwagenchauffeur.

Kansrijke beroepen
Da’s leuk om te weten natuurlijk, maar bieden deze beroepen ook een redelijke tot uitstekende baangarantie? Het UWV publiceert regelmatig overzichten van kansrijke beroepen, zoals in dit rapport van najaar 2018 (pdf download). Er is zeker overlap met interessante beroepen voor introverte mensen. Ik zoek nog naar een goede match (planner?, onderzoek & gegevensbeheer? of toch een luisterend oor bieden als gezelschapsdame?). Maar wellicht kan jij al wat met de lijst.

Vraag en aanbod
Het is logisch dat een economie is gebaseerd op de vraag naar producten en de behoefte aan diensten. Al wil iedereen schrijver of fotograaf worden; er zit een limiet aan de hoeveelheid boeken en foto’s die anderen zullen kopen. En helaas zijn zeer veel ambachtelijke beroepen en administratieve functies verdwenen. Daarin voelden introverte mensen zich juist prima thuis. Ik ken genoeg werkzoekenden die alleen hebben gekeken naar wat bij hen past, terwijl er voor hun beroep weinig betaald werk is. Je komt dus niet om het principe van vraag en aanbod heen.

Wat doen werkgevers voor introverte werknemers?
Wel mogen we vragen wat werkgevers eigenlijk doen om introverte mensen volledig tot hun recht te laten komen. Vermijden ze bijvoorbeeld overbodige prikkels. Want neem nu die kantoortuinen; die zijn toch gewoon rampzálig? Vertel mij niet dat iemand daarin efficiënt kan werken; je wordt er constant uit je concentratie gehaald. En dan al dat e-mailverkeer. Hoeveel onzin zit daar wel niet tussen? Trouwens, al die vergaderingen. Gaan die nog ergens over of dienen ze vooral degenen die zichzelf willen horen? (Lees: het extraverte deel van de wereldbevolking.)

En wat te denken van callcenterwerk in ploegendienst tot 23:00 uur? Schei uit. Als mensen iets willen vragen of bestellen, doen ze dat maar tussen 08:00 en 18:00 uur. Dat deden we vroeger toch ook? En als klanten zeggen dat ze in die periode moeten werken, zou ik zeggen: neem lekker een parttime baan. Kan je tussen het werk door heerlijk bijkomen en je eigen ding doen. Oeps, pijnlijk onderwerp. Want ik leur al jaren om flexibiliteit bij werkgevers. Nog steeds betreft 80% van alle vacatures een fulltime baan.

Kortom: het kan een flinke zoektocht worden om een passend beroep te vinden, maar zit je eenmaal goed, dan hou je het vol tot je pensioen.

(Bron afbeelding: Venveo op Unsplash.)

Werkzoekende death by algorithm

Vriendin en manager E. wil weten hoe het nu staat met werk vinden. ‘Werk’ is een onderwerp waar ik verschillend op reageer. Afhankelijk van mijn gesprekspartner en stemming is dat berustend, verbolgen, bevlogen of zwaar gefrustreerd. Ik vertel over de barrières op de arbeidsmarkt en over de mitsen en maren. Zoals dat ik niet door het systeem heen kom. ‘Wat erg toch, want je kan zo veel. Daar zal toch vraag naar zijn.’, zegt zij.

Ook E. loopt als manager tegen barrières op. Want haar werkgever (de overheid) wil het aantal fte’s beperkt houden. Dus moet zij waanzinnig dure zzp’ers inhuren en voor elke flutklus een vreselijk bureaucratische aanvraag- en goedkeuringsprocedure doorwerken. Mocht er weer een klus komen, dan zouden we allebei liever kiezen voor een tijdelijk dienstverband.

Het systeem leidt tot een enorme verspilling van kwaliteiten, zowel die van haar als van mij. Want bij haar zijn de ondersteunende medewerkers wegbezuinigd. Dus moet ze zelf formuliertjes invullen. En mijn kwaliteiten kunnen bij diverse werkgevers goed worden ingezet. Maar er ontstaat geen match, omdat ze blindvaren op algoritmes voor werving- en selectie-doeleinden. Mijn CV past niet in een digitaal hokje en ikzelf evenmin. Er bestaat zelfs een uitdrukking voor deze situatie: death by algorithm.

Gelukkig begint de krapte op de arbeidsmarkt nu zodanig te wringen dat zelfs werkgevers aan introspectie doen. Zou er dan toch iets verkeerd gaan? Misschien schrijven ze wel te veel mensen bij voorbaat af. Misschien zijn de huidige algoritmes toch te beperkt. En misschien, heel misschien, is werving en selectie ook mensenwerk.

Dat er bij werkgevers iets begint te dagen, blijkt uit ‘Onze kijk op werk is gedateerd’ op pagina 15 van hun rapport Wegwerkzaamheden. Tien ideeën voor de wereld van werk. De ideeën in het rapport zijn lezenswaardig. Al zullen sommige daarvan déjà vu gevoelens oproepen bij trouwe volgers van Raam Open.

Beoordelen, oordeel, veroordelen

Esther Gerritsen is voor mij als denker een groot voorbeeld. Zij schrijft deze week in de VPRO-gids over een nieuw fenomeen. Bij Uber is ze namelijk als klant beoordeeld. ‘… nu heb ik dus ook een beoordeling gekregen van mijn chauffeurs. Passagiersbeoordeling: 4.89 uit vijf. ‘Je doet het geweldig,’ stond erbij in de mail. Zelfs als passagier kun je falen en slagen.’ Vertwijfeld vraagt Esther zich af hoe zij die 0.11 punten heeft verloren. ‘Hoe word je een perfecte klant? Moet je een perfecte klant willen zijn?

Een kernteamlid van de werkgroep voor en door werkzoekenden stuurt een tip door. Op LinkedIn is een recruiter aan het woord. Motivatiebrieven worden nauwelijks gelezen, vertelt zij. Recruiters kijken hoofdzakelijk naar CV’s. Eigenlijk is een motivatiebrief passé. Je moet een videosollicitatie insturen, daar maak je kans mee.

Natuurlijk, de recruiters van nu zijn hooguit 25 jaar oud. Die zijn met internet vertrouwd. Zij zijn het gewend om zich, naar Amerikaans voorbeeld, continu voor het oog van de lens te presenteren. Is er überhaupt iets veranderd? We beoordelen en veroordelen elkaar toch altijd al doorlopend. Vergeleken met dertig jaar geleden zijn hooguit de middelen veranderd. Maar ik verdom het. Hier ga ik niet meer in mee.

Zal ik dan eens vertellen over mijn laatste sollicitatiegesprek, nu anderhalf jaar geleden? Het ging om een baan als projectondersteuner waarvoor ik door een uitzendbureau was voorgedragen. De intercedent had zowel mij als de potentiële werkgever nog nooit ontmoet. Ik had vooraf wel vragen, maar die kon zij niet beantwoorden. Ik moest maar gewoon op gesprek gaan.

Op de afgesproken tijd kom ik bij het bedrijf aan. De persoon met wie ik de afspraak heb, staat mij al bij de ingang op te wachten. Het kantoor zit in zo’n bedrijfsverzamelgebouw waarvan de receptionist is wegbezuinigd. We lopen de trap op naar de tweede verdieping en daarna een lange gang door naar een vergaderkamer. Hij vraagt wat ik wil drinken (koffie) en gaat naar een andere ruimte om dat te halen.

Het duurt wel een minuut of vijf voordat hij terugkomt. Terwijl ik wacht, denk ik dat hij nog wat documenten moet verzamelen. Redelijk kalm geniet ik intussen van het uitzicht. Maar wanneer hij terugkomt, blijkt dat hij zijn conclusie al heeft getrokken. Hij zegt meteen dat hij heeft besloten dat het niets wordt. Voordat ik een slok van de koffie heb kunnen nemen, kan ik weer gaan.

Alleen doe ik dat niet. Daarvoor heb ik al veel te veel sollicitatieprocedures moeten doorstaan. Veel te veel. Veel meer dan mij door voorbarige oordelen van anderen had moeten worden aangedaan.

Dus blijf ik zitten en maak ik rustig een belangstellend praatje. Hij mag dan de directeur zijn van een internationaal opererend bedrijf, hij zit zichtbaar met de situatie in zijn maag. Uiteindelijk ontspant hij een beetje en wordt de sfeer best aangenaam. Nadat ik mijn koffie heb opgedronken, pak ik mijn tas en neem ik vriendelijk afscheid. Daarna ben ik opgestaan en weggegaan.

Boze Witte Vrouw

22 augustus 2018

Geachte heer Kalshoven,

Aangezien ik mij weer zeer boos heb gemaakt over een van uw suggesties in uw column #Hoedan (2) onlangs in de Volkskrant, wil ik u wijzen op een paar omissies in uw denkwijze. Het gaat mij als nugger zonder werk of inkomen om maatregel 7: ‘Stuur volwassenen zonder werk en zonder uitkering jaarlijks een pro-formabelastingaanslag. Waarom: ook deze mensen hebben profijt van publieke goederen in Nederland, zoals wegen, de politie, de dijken en defensie. Maar ze leggen de rekening nu bij anderen. Het minste wat we kunnen doen, is dit onder hun aandacht brengen.’

Ik vind dit echt godgeklaagd. U doet mij geen enkel recht door mij als een parasiet weg te zetten. Ik ben een nugger die al 35 jaar heeft gewerkt (begonnen op mijn 17de, toen u wellicht nog een luizenleventje had als student) en in dit land belasting heeft betaald, maar nu toevallig de pech heeft om tussen alle regeltjes in te vallen. Bovendien leef ik van eigen middelen en woon ik in een afbetaald huis van normale proporties, dat ik door werken, ja u leest het goed: door werken en verstandig geldbeheer nu hypotheekvrij heb.

Wijs liever de maatschappij op werkgevers die roepen dat er geen personeel te krijgen is, terwijl ze nauwelijks bereid zijn om aan behoeften van oudere werknemers te voldoen. (Ik hou geen fulltime werkweek of avonddiensten vol.)

Wijs liever de overheid er op, dat zij bij opleidingsmogelijkheden even hard aan leeftijdsdiscriminatie doet. En dat vooral waar het nuggers betreft. Zie deze link naar de website van de Rijksoverheid over de financierings-regeling voor levenlangleren, die, u raadt het nu vast al, mij als 55-jarige vanzelfsprekend aan de neus voorbij gaat.

Tot slot wil ik u wijzen op een groeiende groep nieuwe inwoners die in dit land nog geen dag heeft gewerkt of belasting heeft betaald, maar vreemd genoeg wel overal voor in aanmerking komt. En nee, ik stem niet op de PVV. Dit laatste schrijf ik er maar even bij voor het geval dat ik, naast parasiet, ook nog als racist wordt weggezet.

Het wordt tijd dat u (en de overheid) nuggers als realisten gaat zien. 55-Plussers worden namelijk nog altijd massaal afgeschreven.

Jammer dat onze regering het te druk heeft met voordeeltjes voor multinationals en het binnenhalen van nog meer jonge buitenlandse werknemers in een land waar bijna geen auto of trein meer bij past, om dat te zien.

Met vriendelijke groet,

Karin

(Dit begon met het idee om de termen ‘informatiebeheer’ en ‘functioneel informatiebeheer’ op mijn LinkedIn-pagina te zetten. Daarna dacht ik: ‘zijn dat wel de juiste termen, wat houdt dit werk precies in?’ Vervolgens las ik op de website van een headhunter in die branche welke vereisten er bij vacatures zijn. Daarna ging ik eens kijken naar opleidingen en toen kwam ik op die webpagina van de Rijksoverheid. De column van Frank had ik al eerder uitgeknipt en een paar dagen later boos weggegooid. Zojuist heb ik hem weer tussen de beschimmelde bramensap en vieze zakdoekjes uit de vuilnisbak gevist. En nu heb ik dus gereageerd.)

Zorgen dat de boel op orde komt

Op donderdagavond kan het weekend beginnen. Het huis is schoon en opgeruimd. De planten hebben water en de was hangt te drogen. Met de ramen en deuren open profiteer ik van de frisse wind die door alle ruimten waait, van kelder tot zolder. Er zijn geen dringende klussen en de administratie is gedaan. Kortom, de boel is op orde en dat geeft mij een intens tevreden gevoel. Daarom is het me een raadsel waarom we niet allemaal zo in het leven staan.

Er is een groenjournalist aan het woord op Radio Gelderland. De gemeente heeft 450 bomen geplant op de weg tussen Dieren en Ellecom. Daarvan is nu een derde dood. Daarnaast is een derde stervend en een derde leeft nog net. Ze zijn geplant toen de grond bevroren was. De wortels werden niet beschermd tegen de kou en ze kregen te laat water. Kwestie van ambtelijke onverschilligheid. Of van mismanagement bij de aannemer. Ach, die is toch verplicht om de dode aanplant te vervangen. Dus who cares?

Nou, ik, toevallig. Het overgrote deel van mijn werk, ongeacht waar dat uit bestond, draaide om zorgen dat de boel op orde kwam. Ik heb daarover een slogan op mijn CV staan. Lang heb ik gedacht dat werkgevers hieraan wel behoefte zouden hebben. Het is toch prettig als iemand zorgt dat alles op tijd wordt geregeld. Dat gegevens vindbaar zijn en kloppen. Dat belanghebbenden eerlijk worden behandeld en gehoord. Dat processen logisch en eenvoudig in elkaar steken. Dat iedereen de juiste informatie heeft en dat afspraken worden nageleefd? Bovendien: dat er iemand is die vooruit denkt en beleid kan helpen ontwikkelen. Gewoon, om het bestaan wat aangenamer te maken. En zodat we niet steeds opnieuw het wiel hoeven uitvinden.

Het lastige van mijn behoefte om de boel op orde te krijgen, is de afbakening ervan. Ik bedoel, in en rond huis gaat nog wel. Ook mijn leven is redelijk behapbaar. Maar dan de rest, hè. Die buitenwereld. Soms denk ik dat er geen beginnen aan is.