Krapte op de arbeidsmarkt

Onlangs was er een nieuwsitem op het NOS-journaal over de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Er werd een mevrouw geïnterviewd die werkte bij Randstad, de uitzendmultinational. Op de vraag hoe het toch kwam dat er zo’n krapte is, antwoordde zij: ‘Er is meer vraag dan aanbod.’ Veel meer dan dat kwam er niet uit. Wat een orakel.

Met een vriendin was ik vorige week in Deventer op stap. Het was lunchtijd en we kregen honger. Bij het restaurant van onze keuze konden we echter niet terecht, hoewel er binnen nog plaats genoeg was. Maar ze hadden te weinig personeel. Dat was ook bij andere horecagelegenheden een probleem. ‘Zal ik dan toch maar weer eens een poging doen?’, opperde ik tegen die vriendin. Tenslotte beschik ik over horeca-ervaring. ‘Het is de vraag of ze je aannemen.’, somberde zij. Ik keek eens om mij heen en dacht: ‘Nee.’ Want 20 jaar was overal de gemiddelde leeftijd van het bedienende personeel.

Ik zie het probleem niet. Klanten kunnen zelf hun hapje en drankje afhalen, net zoals in een food court. Het enige wat je daar als ondernemer voor hoeft te doen, is er ‘een beleving’ van maken. Toch?

Waar onze overheid mee bezig is, is mij onderhand een raadsel. Iets met brandjes blussen in Afghanistan of zo. Maar hoe zit het nu met de afstemming van de vraag en het aanbod op onze nationale arbeidsmarkt?

Ik zou denken: onderzoek om te beginnen waar echt vraag naar is, en stel quota op voor opleidingen in richtingen waar amper toekomst in zit. Dat scheelt een hoop tijd, geld en energie en dan verkoop je gelijk geen illusies meer.

En kijk naar degenen die tijdens vorige crises op basis van dubieuze keuringen voor de rest van hun potentieel arbeidzame leven met een WAO-uitkering of andere regeling van de arbeidsmarkt zijn weggesluisd. Daar lopen er tienduizenden van rond. Ik hoor het die ene secretaresse nog zeggen tijdens een wandeling: ‘Ik had een burn-out, maar verder geen idee waarom ik meteen volledig werd afgekeurd. ‘ Ze vond dat wel best, overigens.

Of kijk eens naar welke bedrijven we hier echt willen hebben. We halen buitenlandse bedrijven binnen met enorme distributieloodsen, terwijl die bedrijven werk bieden waarvoor nauwelijks mensen te vinden zijn, omdat kennelijk niemand hier dat werk wil doen. Hevel dat werk dan over naar landen waar de arbeidsmigranten vandaan komen die de lacunes nu vullen.

Kijk vooral ook naar werk dat er echt toe doet. In Groningen gaat het overgrote deel van het geld voor de afhandeling van de schade naar consultants en adviseurs. Wat dragen zij bij aan de maatschappij? Deze mensen slokken fondsen op waarmee bouwtechnische innovatie en oplossingen hadden kunnen worden betaald, waarmee het werken in de bouwsector meteen aantrekkelijker, duurzamer en efficiënter had kunnen worden gemaakt.

Of kijk naar al degenen, die na tal van sollicitaties ontgoocheld zijn. Die geen pogingen meer wagen, terwijl zij nog best wat willen en kunnen doen. Zie ze eindelijk eens staan. Werk aan een arbeidsmarkt die echt inclusief is, functioneel, en ruimte voor alternatieve afspraken biedt, omdat iedereen recht heeft op zelf verdiende middelen van bestaan.

Zo moeilijk kan het toch niet zijn?

De Onfatsoenlijken

Er is nu een serie op Canvas die iedereen zou moeten zien. Hierin komen mensen aan het woord die zelden worden gehoord. Het zijn de boze burgers, ofwel ‘De Onfatsoenlijken’. Degenen ‘die vinden dat zijzelf en anderen in de steek gelaten worden door het establishment.’ Ze worden weggezet als het Europese equivalent van Trump-stemmers, omdat ze anders denken en communiceren dan hoogopgeleide mensen.

Feitelijk tonen boze burgers ons de keerzijde van beleid, of het ontbreken daarvan. Ze onthullen de vraagstukken waar politici geen adequaat antwoord op hebben en liever van wegkijken. Ze laten zien hoe politici andermans belangen voor laten gaan en daarom dingen verzwijgen.

Je hoeft het niet met deze boze burgers eens te zijn, maar probeer ze te begrijpen. Ik herken veel in hen.

Gemeenten gooien alles overboord

Sinds 2015 doen gemeenten de gekste dingen om te bezuinigen. Eeuwenoude panden worden verpatst en hele bomenrijen omgehakt. Handelaren in vastgoed slaan hun slag. Oorzaak is de jeugdzorg, waar gemeenten sinds 2015 voor opdraaien, terwijl de overheid het bijbehorende budget heeft gekort. Ook onze gemeente heeft nu een begrotingsgat. Het gaat om vijf miljoen euro. Daarom wordt aan bewoners gevraagd om mee te denken. Hoe kan de gemeente extra inkomsten genereren en waarop kan worden gekort?

Ik heb mij eens voor een burgerpanel aangemeld. Daarom kreeg ik onlangs een vragenlijst voorgelegd. De keuzes zijn best moeilijk, wanneer je over concrete mogelijkheden nadenkt. Een gemeente is geen bedrijf en de opties zijn wettelijk beperkt. Daarbij heb ik moeite met gesloten vragen. Je moet dan kiezen tussen a of b of c, terwijl er weinig ruimte is voor de bijbehorende nuancering. Maar bovenal mis ik optie d.

Optie d, dat is terug naar het begin. Terug naar het totaalplaatje. Optie d gaat over de oorzaak. Daar wordt, volgens mij, te weinig naar gekeken. En dat is nodig voordat men aan oplossingen denkt. Alles hangt met alles samen. Je kan de oorzaak niet ontwijken, ook al is de realiteit pijnlijk. Maar daar gaat men dus liever aan voorbij.

Mag ik even? Goed. Ik vind het te zot voor woorden dat er van alles rucksichtslos wordt opgeofferd voor de jeugdzorg. Zo, het is er uit. Er bestaan Nederlandse gemeenten waar 40% van de jeugd een beroep doet op hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdzorg. VEERTIG PROCENT!!! Kom op zeg! Uit pure ergernis heb ik het krantenartikel weggegooid waarin dat stond. [Correctie achteraf: Heerlen is koploper met 18% van de jeugd. Gemiddeld is het 10%. Maar we gaan verder, want de begrotingsproblemen bij de gemeenten zijn reëel. Circa 1 op de 5 gemeenten heeft een tekort van 40% op de jeugdzorg (april 2019).]

Om te beginnen: moet heel Nederland opdraaien voor elke kwaal in het DSM-handboek? Dat handboek voor de classificatie van psychische stoornissen is opgesteld door een specifieke beroepsgroep. Er hebben ongetwijfeld goedbedoelende deskundigen aan gewerkt. Maar ze creëren hiermee wel hun eigen markt.

Je hoeft mij niet te vertellen hoe de hulpverleningswereld in elkaar steekt, want daarin heb ik zelf gewerkt. U vraagt, wij draaien, terwijl het prijskaartje elders wordt neergelegd. Tot er van buitenaf grenzen worden gesteld. Over die grenzen zouden we het nog eens moeten hebben.

Bij de uitvoering van de jeugdzorg heb ik ook enkele bedenkingen. Zoals: waarom worden kinderen van ouders, met twee auto’s voor de deur, door een speciaal taxibusje vijf dagen per week naar school gebracht? Terwijl die ouders allebei parttime werken.

En waarom zitten er zo veel instellingen voor psychiatrische patiënten op lommerrijke locaties in luxueuze panden? Waarom is de zorg geprivatiseerd en mogen zorgaanbieders tot wel 40% winst maken? (Ander krantenartikel, ook uit grote ergernis weggegooid.)

Als we toch bezig zijn: waarom gaat er nu weer een half miljard euro extra naar het onderwijs, terwijl het zichzelf verrijkende deel van de manage- mentlaag ongemoeid blijft? Praat met de leraren die al die kinderen met ‘rugzakjes’ in overvolle klassen les geven. Ze benoemen allemaal de problemen met bureaucratie en de deels overbodige bestuurslaag.

Overigens mogen ouders ook wel even naar hun eigen houding kijken. Zijn de verwachtingen misschien een beetje doorgeschoten? Wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk voor welk deel van de opvoeding?

Terug naar die hoge percentages jongeren in de jeugdzorg. We leven in een doorgedraaide prestatiemaatschappij waarin iedereen van jongs af aan perfect moet zijn en dat is niet normaal. Het gevolg is dat kinderen onder meer als ‘hulpbehoevend’ worden aangemerkt, omdat ze niet aan hooggespannen verwachtingen voldoen.

Vervolgens betreden ze een arbeidsmarkt waar te weinig zinvolle banen zijn voor mensen die niet in een hokje passen of qua opleiding onderaan de maatschappelijke ladder staan. Daar zouden werkgevers eens wat aan moeten doen.

Onze prestatiemaatschappij doet mensen naar pijnstillers en verslavende middelen grijpen, met alle gevolgen van dien. Kinderen van verslaafde ouders zijn evengoed slachtoffer. Ook zij belanden bij jeugdzorg. Daarom moet naar de maatschappelijke oorzaak worden gekeken. En er moet bij de bron worden ingegrepen. Oh, toevallig zijn we Europa’s Narcostaat nummer één.

Verder: het wordt hier nogal vol. De VVD verwelkomt bedrijven en hoogopgeleiden, terwijl juist zij een onevenredig lage belastingaanslag en diverse voordeeltjes krijgen. Tegelijkertijd laat politiek links de deur liefdevol wagenwijd open voor ‘vluchtelingen’ van divers allooi. (Vreemd genoeg wordt mij daarover niets gevraagd.)

Het gevolg is dat we sinds 2014 met een paar honderdduizend volwassenen en kinderen opnieuw zijn begonnen vanuit een grote achterstand. Benodigd: scholing, psychosociale begeleiding, sociale huisvesting, traumaverwerking, zorgkosten en jarenlange bijstand. Uiteraard voor een deel bekostigd vanuit de jeugdzorg. Bepaalde groepen leven al dertig jaar van uitkeringen. Circa 70% van de volwassen Somaliërs zit langdurig in de bijstand. Dat percentage is echt schrikbarend.

Maar ja, daar mag ik natuurlijk niets over zeggen. Dus gaan we geld voor parkeervergunningen vragen. Alles is goed, zolang we de werkelijke oorzaken van de tekorten bij gemeenten en de snel stijgende (sociale) zorgkosten niet onder ogen hoeven komen.

Kortom: van mij mogen gemeenten op het Malieveld protesteren met deze boodschap: Beste regering, ga zelf eens passend beleid maken.

Over bullshit jobs en nuttig bezig zijn

Afgelopen zondag was er een heerlijke aflevering van VPRO Tegenlicht: Mijn bullshitbaan. Onzinbanen zijn functies waarvan werknemers zelf zeggen dat die geen maatschappelijke meerwaarde hebben. De marketingsector scoort hoog en de managementlaag doet het ook bijzonder goed. In zijn boek telt antropoloog David Graeber vijf soorten onzinfuncties, namelijk: wachters, bullebakken, oplapwerkers, afvinkers en opzichters. Als je leest wat hij hiermee bedoelt, zal je er vast wat in herkennen. Ik tenminste wel.

Een wachter is bijvoorbeeld een frontdeskmedewerker, die binnenkomende telefoontjes doorverbindt hoewel dat een onnodige tussenstap is. Zo ben ik aan mijn carrière begonnen: als receptioniste op een kantoor dat nauwelijks bezoekers ontving. Wel kwamen er telefoontjes binnen. Bij deze baan heb ik geleerd hoe belangrijk het is om te doen alsof je het enorm druk hebt.

Een bullebak is iemand die agressief nutteloze dingen doet. En jawel, daar is ’ie: de telefonische verkoper. Gelukkig ben ik voor dat werk afgewezen. Mijn stem viel namelijk weg tijdens het telefonische sollicitatiegesprek. Thank goodness!

Oplapwerkers lappen de schade op ‘die door slordige of incompetente superieuren is aangericht.’ (Ik zeg niets. Nee, ik zeg helemaal niets.) Of ze besteden een groot deel van hun werkzame tijd aan het overtypen van getypte teksten die niet digitaal zijn opgeslagen. Boy, oh boy! Ik heb duizenden gedrukte pagina’s overgetypt. Daar had ik een bijna fulltime baan aan. Ze waren zo slecht gekopieerd, dat geen scanner er raad mee wist. Ik ben trouwens best goed in typen.

De categorie afvinkers bezorgt mij een zekere gewetensnood. Dit zijn ‘banen die voornamelijk bestaan ‘zodat een organisatie kan beweren dat ze voor de vorm aan een bepaalde eis heeft voldaan’.’ Oei. Ik heb aan de kant gezeten van de opdrachtgever die vanwege financiering eisen moest stellen. Wel probeerde ik het geturf te beperken tot nuttige gegevens waar de afvinkende organisatie zelf wat aan had. Maar ik ken ook de andere kant die een mens tot wanhoop kan drijven. Zoals in een strak geautomatiseerd systeem formuliertjes invullen, terwijl onduidelijk is waartoe deze dienen.

Tot besluit zijn er opzichters, de overbodige superieuren. Denk aan de zorgsector, denk aan het onderwijs. Zij zorgen voor extra veel formulieren en bureaucratie. Hm, ik heb weleens een formulier ontwikkeld. Maar dat was slechts kort in gebruik, dus dat telt niet.

Ik ontmoet nogal wat oudere werkzoekenden die vrijwilligerswerk doen. Bijvoorbeeld op het vlak van zorg en welzijn, als taalmaatje voor een asielzoeker of als natuurbeheerder. Veelal hebben zij een lange loopbaan achter de rug. Sommigen van hen hebben nu pas het gevoel dat ze nuttig bezig zijn.

Iedereen wil coach zijn

Als je in kringen van oudere werkzoekenden verkeert, kom je ze nogal eens tegen. Mensen die coach willen worden of dat al zijn. Het viel mij in 2008 al op hoeveel mensen dit beroep ambiëren. In dat jaar volgde ik een coaching traject bij een gerenommeerd bureau. Het doel was herbezinning op mijn loopbaan, om daarna elders verder te gaan.

Dat traject heb ik als een warm bad ervaren. De locatie was een prachtige oude Haagse villa waar deelnemers in een prettige sfeer ervaringen konden uitwisselen. Er waren workshops, groepssessies, individuele persoonlijke gesprekken en volop kansen om te netwerken. Veel veertigers en vijftigers in mijn ‘lichting’ hadden een interessant verhaal. Een vaste vraag was of je al wist op welk beroep je je wilde oriënteren. Opvallend veel deelnemers ambieerden de zelfstandige functie van coach. Onze eigen coaches dienden als goed voorbeeld.

Vreemd is die keuze niet. Boven de veertig heb je al heel wat lief en leed meegemaakt. Je beschikt over de nodige levenservaring. Zo weet je waarover je praat als iemand met een vergelijkbaar probleem om hulp vraagt. Dat coachen lijkt aangenaam. Je gaat samen rustig en in vertrouwen het gesprek aan. En het is fascinerend om te zien welke beweegredenen andere mensen hebben en hoe ze met elkaar omgaan. Coaching is betekenisvol werk wanneer je iemand daadwerkelijk kan helpen. Misschien geeft dat wel veel meer voldoening dan het werk wat je eerder hebt gedaan.

Als bijkomend voordeel kan je zo beginnen en tegelijk werken aan je professionele ontwikkeling. Even inschrijven bij de Kamer van Koophandel en klaar. Terwijl je nog een vakinhoudelijke cursus volgt, start je gewoon alvast een bureau. Inmiddels telt het Handelsregister 63.000 coaches. Dat is een stijging van 66% sinds 2014. (Bron cijfers: ‘Het begrip coach is uitgehold’, de Volkskrant, 12 maart 2019.) Ik durf te wedden dat de stijging tussen 2008 en 2014 zeker even hoog was.

Sinds dat traject ontmoet ik nog regelmatig coaches. Bijvoorbeeld bij de werkgroep voor en door werkzoekenden. Al vijf jaar lang wordt daar om de week een workshop gegeven door vrijwilligers. Menige trainer is zelf coach of wil coach worden. Degenen die in nog opleiding zijn, ontmoeten er mensen om hun coaching talent mee te oefenen. En de coaches die al een praktijk hebben, zoeken er naar klandizie. Ik ben heel benieuwd hoeveel van die 63.000 coaches in realiteit parttime of volledig werkloos zijn.

Ideale beroepen voor introverte mensen

Ongeveer één op de drie mensen is introvert. Introverte mensen zijn bedachtzaam en hebben weinig behoefte aan prikkels. Ze werken graag zelfstandig en hechten waarde aan diepgang. Ook kunnen ze goed vragen stellen en luisteren, focussen op inhoud en afwegingen maken. Ze zijn integer, kritisch en opmerkzaam. Een feit is dat groepsactiviteiten en kantoortuinen hun energie opslokken; daarvan worden ze hondsmoe. Toch zijn relaties en vriendschappen erg belangrijk voor hen. Welke beroepen zijn dan geschikt voor introverte mensen?

Hier kijken recruiters naar
Welk beroep bij jou past is een belangrijke vraag, want recruiters letten bij sollicitanten op vijf persoonlijkheidskenmerken. Voor je eigen welbevinden adviseer ik om dat zelf ook te doen. Extraversie versus introversie betreft het eerste persoonlijkheidskenmerk. Zelf ben ik een mengvorm van introvert met extraverte trekjes. De andere vier kenmerken zijn: servicegerichtheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen.

Waar jij tot je recht komt
Extraverte mensen werken graag intensief (samen) met anderen. Zij zijn competitief en laten zich gelden. In de huidige tijd wordt hun gedrag door werkgevers toegejuicht. Ben je overwegend introvert, zoek dan werk waarin je eigenschappen beter tot hun recht komen. Op internet staan lijstjes met aanbevolen beroepen voor introverte types. Of ze echt bij je passen, hangt onder meer af van je denkniveau en je overige persoonlijkheidskenmerken.

Aanbevolen beroepen
Deze beroepen (of functies van vergelijkbare aard) worden voor introverte mensen aanbevolen: softwareontwikkelaar, rechter, accountant, financieel adviseur, administratief medewerker, laborant, analist, onderzoeker, grafisch vormgever, vertaler, hulpmiddelenadviseur, psycholoog, assemblagemedewerker, monteur, operator, installateur, elektricien en veel andere technische beroepen, ambachtslieden, vrachtwagenchauffeur.

Kansrijke beroepen
Da’s leuk om te weten natuurlijk, maar bieden deze beroepen ook een redelijke tot uitstekende baangarantie? Het UWV publiceert regelmatig overzichten van kansrijke beroepen, zoals in dit rapport van najaar 2018 (pdf download). Er is zeker overlap met interessante beroepen voor introverte mensen. Ik zoek nog naar een goede match (planner?, onderzoek & gegevensbeheer? of toch een luisterend oor bieden als gezelschapsdame?). Maar wellicht kan jij al wat met de lijst.

Vraag en aanbod
Het is logisch dat een economie is gebaseerd op de vraag naar producten en de behoefte aan diensten. Al wil iedereen schrijver of fotograaf worden; er zit een limiet aan de hoeveelheid boeken en foto’s die anderen zullen kopen. En helaas zijn zeer veel ambachtelijke beroepen en administratieve functies verdwenen. Daarin voelden introverte mensen zich juist prima thuis. Ik ken genoeg werkzoekenden die alleen hebben gekeken naar wat bij hen past, terwijl er voor hun beroep weinig betaald werk is. Je komt dus niet om het principe van vraag en aanbod heen.

Wat doen werkgevers voor introverte werknemers?
Wel mogen we vragen wat werkgevers eigenlijk doen om introverte mensen volledig tot hun recht te laten komen. Vermijden ze bijvoorbeeld overbodige prikkels. Want neem nu die kantoortuinen; die zijn toch gewoon rampzálig? Vertel mij niet dat iemand daarin efficiënt kan werken; je wordt er constant uit je concentratie gehaald. En dan al dat e-mailverkeer. Hoeveel onzin zit daar wel niet tussen? Trouwens, al die vergaderingen. Gaan die nog ergens over of dienen ze vooral degenen die zichzelf willen horen? (Lees: het extraverte deel van de wereldbevolking.)

En wat te denken van callcenterwerk in ploegendienst tot 23:00 uur? Schei uit. Als mensen iets willen vragen of bestellen, doen ze dat maar tussen 08:00 en 18:00 uur. Dat deden we vroeger toch ook? En als klanten zeggen dat ze in die periode moeten werken, zou ik zeggen: neem lekker een parttime baan. Kan je tussen het werk door heerlijk bijkomen en je eigen ding doen. Oeps, pijnlijk onderwerp. Want ik leur al jaren om flexibiliteit bij werkgevers. Nog steeds betreft 80% van alle vacatures een fulltime baan.

Kortom: het kan een flinke zoektocht worden om een passend beroep te vinden, maar zit je eenmaal goed, dan hou je het vol tot je pensioen.

Slim bezig

Rondom de koffietafel zit Hollands welvaren. De meeste tafelgenoten hebben hard gewerkt en hun schaapjes op het droge. Hun kinderen kregen een goede opleiding en bezitten eveneens een koopwoning. Daar zit nog wel een hypotheek op. Het gaat allemaal prima. Al dringt het wereldwijde spel van vraag en aanbod sluipenderwijs hun leven binnen. Want als je slim bent, koop je je spullen op Alibaba voor een tiende van de normale prijs.

Gisteren kwam VPRO Tegenlicht met de klik- en kluseconomie op tv. Daarin laat Roland Duong zien hoe een online platform werkt. Stel, je bent tekstschrijver of websiteprogrammeur en Engels is jouw werktaal. Dan concurreer je met de hele wereld op zo’n platform. Ik heb dat ook even overwogen. Maar hoe wil je rondkomen van het bedrag waarvoor een Indiër zo’n klus uitvoert?

Ik hou mijn mond over de gevolgen van bestellen bij Alibaba. Over dergelijke onderwerpen hebben we het al vaker gehad. Veel mensen voelen zich bekocht als ze een ‘eerlijke’ prijs betalen. En de buurman doet het toch ook? Zelf sta ik bij een aankoop evengoed weleens in dubio.

Ik betwijfel daarom of de huidige vorm van democratie nog het antwoord biedt op vraagstukken over een gezamenlijke toekomst. Misschien hebben we een Commissie van Wijzen nodig en een mengvorm met een Sterke Man. Maar dan wel een m/v die zich wereldwijd inzet voor het algemeen belang.