Aan de slag voor het straatfeest

Onze straat is jarig en dat gaat worden gevierd. In een oproepje vragen twee buurtbewoners wat iedereen van hun voorstel vindt. Ik reageer per e-mail en raak zo onverwachts in de feestcommissie verzeild. (Nou vooruit, oké dan, waarom ook niet.) Dit is tenslotte een mooie gelegenheid om mijn straatgenoten beter te leren kennen. Toch ga ik schoorvoetend naar de eerste vergadering.

Het is altijd afwachten hoe zo’n bijeenkomst verloopt. Idealiter tref je professionele en creatieve enthousiastelingen met een doe-mentaliteit. Daarmee kan je alles van de grond krijgen. Maar in mijn vorige buurt waren het steeds dezelfde mensen die het meeste werk moesten doen.

Nu zijn de voortekenen gunstig. We beginnen met ideeën verzamelen voor een feestdag en een expositie. Alle aanwezigen reageren positief op suggesties en moedigen elkaar zo aan. Daarna verdelen we alvast wat taken om opties te verkennen. Hierbij wordt gelijk helder welke rollen ieder van ons wil vervullen. We hebben onder meer een initiator, een paar uitvoerders en een regelaar. Dit samenwerkingsverband is pril. Daarom ik neem in eerste instantie een afwachtende houding aan.

Eigenlijk is het best leuk, deze vergadering. Dit doet denken aan situaties uit mijn vroegere carrière, maar dan zonder werkdruk of gedoe. Die carrière stokte vier jaar geleden, waarna ik nog drie maanden heb gewerkt.

Vandaag heb ik mijn ‘taak’ uitgevoerd en binnenkort valt er nog meer te doen: feestprogramma invullen, contacten leggen, foto-research, interviews houden, verhalen opschrijven, pr verzorgen, expositie samenstellen en opening regelen, enzovoort. Er is genoeg voor iedereen. Dus op naar de volgende vergadering. Dan kan ik weer mijn slag slaan bij de taakverdeling.

Als ik later groot ben

‘Ik weet nog steeds niet wat ik zal worden als ik later groot ben.’ Dit zei mijn oud-collega, een vijftiger in 2015, toen we elkaar toevallig tegenkwamen. Zijn opmerking is en blijft een feest van herkenning. Want gisteren nog kon ik mij ternauwernood bedwingen. Ik had bijna iets zeer gênants op internet geslingerd.

Wellicht kwam het door mijn huis, waarin nu echt vrijwel al het kluswerk is gedaan. Of was het toch de invloed van Blue Monday? Hoe dan ook, ineens borrelde die ene onthutsende vraag op: ‘Wat zal ik nu weer eens gaan doen?’

Verveling. Eigenlijk had ik gehoopt op een meer verheven drijfveer. Maar dit is tenminste een begin.

Het wel en wee van de postbezorging

Op een dag komen er drie blauwe enveloppen tegelijk binnen met de post. Sinds de Belastingdienst manusje-van-alles is, kan dat gebeuren. Ik draai het stapeltje om en open de enveloppen aan de achterkant. Dan haal ik de eerste aanslag tevoorschijn. Oeps. Foutje van de postbode. Want dit is een aanslag voor de buren. Wat nu?

Onopvallend dichtplakken en snel in hun brievenbus stoppen? De envelop heeft al een scheurtje opgelopen. Of met plakband dichtplakken en die envelop ongezien hiernaast droppen? Uh uh. Resoluut doch beschroomd pak ik de hele stapel op en bel aan bij de buren. Zij vinden mijn gêne en uitleg wel amusant en zitten nergens mee.

Alleen blijft de verkeerd bezorgde post komen. Vandaag twee brochures voor adressen in andere straten. Zelfs de huisnummers komen niet overeen. Vorige week belde een postbode aan omdat hij een tijdschrift voor de andere buurman in mijn brievenbus had gedaan. En in januari kreeg ik zelfs een heel pakket voor een straat verderop in handen gedrukt. ‘Doei’, zei de bezorger en weg was ‘ie. Want hij was al te laat. Dat kon ik via mijn computer zien. Mijn eigen pakketje had namelijk voor die tijd afgeleverd moeten zijn. Na een snel telefoontje en een vlugge wisseltruc met een collega-bezorger kwam dat goed.

In het begin bracht ik verkeerd bezorgde post nog naar de juiste adressen. Maar ik kan hier wel aan de gang blijven. Nu stop ik ze in de PostNL-bus. Als ze tenminste via PostNL verstuurd zijn. Want er komt de hele dag van alles langs. Ondertussen moet ik naar bedrijven bellen om te vragen waar mijn eigen post blijft. Want ik mis allerlei stukken. Is dit nu vooruitgang?

Vroegah, in Leiden, kende ik de postbode persoonlijk. Hij deed soms een bakkie bij de huismeester van ons kantoor (die ene van de vlo). Nadat ik daar in de buurt ging wonen, bezorgde deze bode ook bij mij thuis. Ruim 22 jaar lang deed hij dat in zijn eentje beter dan vijf postbodes en tien pakketbezorgers dat nu samen in een maand doen.

Die oude postbode had een vast contract en een handig karretje. Nu sjouwen postbodes zich een breuk en werken ze voor een onzeker hongerloontje. Want de postbezorging is een vechtmarkt. Er moesten zo nodig buitenlandse partijen worden toegelaten op ons terrein. Van mij had dat niet gehoeven. Ik zie liever dat de postbode met plezier langskomt. Ik wil dat hij minimaal Nederlandse straatnamen kan lezen en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden krijgt. Willen we nu werkelijk beknibbelen op een postzegel?

Prepensioen dankzij koopwoning

IMG_3831Nederlanders zijn als eekhoorntjes die net zo lang hun nootjes bewaren tot ze geen tanden meer hebben om ze op te knabbelen. (Belgisch grapje.)

Mijn vader mocht stoppen toen hij 54 jaar was en daar nam ik lange tijd een voorbeeld aan. Ik trof al vroeg maatregelen. Maar het mooie financiële product bleek een woekerpolis en er zitten gaten in mijn pensioen. Gelukkig heb ik tegelijk een alternatief pad bewandeld, want risico’s moet je spreiden. En waarom wachten met dingen die je altijd al hebt willen doen? Een klant van mijn eerste werkgever ging met pensioen en was drie maanden later dood. Dit zette mijn toekomstbeeld voorgoed op scherp. Je kan je dromen beter niet uitstellen.

Een voorschot in pensioentijd nemen
Vanaf het moment dat die klant overleed, zocht ik naar manieren om eerder verlof te krijgen. Bij hoogconjunctuur kneep ik er enkele malen tussenuit en ging reizen. Zelfs nadat ik een appartement had gekocht. Er was tenslotte werk genoeg. Die periodes leverden samen een voorschot aan pensioentijd op van 29 maanden. Je hoeft trouwens niet steeds een baan op te geven, want ik mocht ook een sabbatical nemen. Zo is een voorschot op je pensioen eveneens haalbaar.

Deeltijd prepensioen dankzij woning
Het moet gezegd: dat appartement kocht ik op het allerbeste moment in de afgelopen 400 jaar. Daarbij boden mijn ouders een steuntje in de rug. Vervolgens steeg de waarde 338% in twintig jaar. Dit, terwijl de hypotheeksom gelijk bleef. Na enkele salarisverhogingen kon ik eenvoudig rondkomen van een driedaagse werkweek. En na een salarisdaling van 40% lukt dat nog steeds. Welbeschouwd ben ik al sinds mijn dertigste met deeltijd prepensioen.

Dromen naar voren halen
Een bejaarde vriendin moest vanwege echtscheiding en verplichtingen steeds al haar reiswensen uitstellen. Nu zij met pensioen is, heeft ze lichamelijke ongemakken. Onlangs bezocht zij Japan en hield dat slechts met pijnstillers vol. Ik heb het precies andersom kunnen doen. Al voor mijn vijftigste werkte ik een complete verlanglijst met bestemmingen af. Met de huidige vooruitzichten is dat maar goed ook. Alles wat nu nog volgt, is extra. Bijvoorbeeld een maandenlange rondreis door de Verenigde Staten. Die hou ik graag tegoed, zodat er nog iets te wensen overblijft. Kortom, je kan je dromen ook alvast in stukjes en beetjes uitvoeren.

Zekerheid in bange dagen
Nu de arbeidsmarkt weinig houvast biedt en pensioenen onder druk staan, beschouw ik onroerend goed als laatste zekerheid. Een onderkomen heb je sowieso nodig en de bevolking zal voorlopig toenemen. In regio’s met werk blijft de vraag groot en daarmee de waarde hoog. Tijdens die sabbatical verhuurde ik mijn appartement. Dat bracht alvast wat op. In noodgevallen kan je je huis verkopen en in een caravan gaan wonen. Ik heb dit voor de verhuizing zeer serieus overwogen. Maar een hypotheekvrije en goed onderhouden woning is voordeliger qua maandlasten. Ja, zelfs goedkoper dan een middenklasse stacaravan op een Nederlands recreatiepark.

Lage vaste lasten door verstandig investeren
De situatie op de arbeidsmarkt mag voor vijftigers zorgelijk zijn, lage vaste lasten geven wel gemoedsrust. Die kan je op allerlei manieren in bedwang houden. Denk aan tussentijds aflossen, je huis op tijd een lik verf geven, isolatiemateriaal aanbrengen, je gezondheid op peil houden, een deelauto gebruiken en spullen van goede kwaliteit kopen. Via duurzaam investeren bespaar je geld of verdien je het zelfs terug. Bovendien levert spaarrente voorlopig bedroevend weinig op. En wat heb je nu echt nodig om aangenaam te leven?

UWV-computer says no

Misschien was die regel er vroeger ook al. En misschien was ik het een beetje vergeten. Gewoon omdat het eerder voor mij geen gevolgen had. Of werd het toen niet zo expliciet aangegeven. Ik weet het niet. Het had allemaal weinig uitgemaakt, want mijn functie is nu toch opgeheven.

Maar afgelopen maandag, op mijn eerste dag van werkloosheid, vroeg ik dus bij het UWV een uitkering aan. In de veronderstelling dat ik daarmee nog wel even vooruit zou kunnen. Dankzij mijn 35-jarige bijna onafgebroken loopbaan. Maar het werd een gevalletje computer says no.

Want in de afgelopen vijf jaar had ik twee jaar geen baan. Crisisperiode en zo. Er was  slechts zelfstandig ondernemerschap, tussen tijdelijk contract nummer 2 en tijdelijk contract nummer 3. Na afloop van tijdelijk contract nummer 4 zegt de computer van het UWV dan: u heeft recht op drie maanden. Dat is het dan.

Oeps. … Slik.
Heb ternauwernood een paniekaanvalletje onder controle gehouden. En een tweede.
Ben een paar dagen flink uit mijn doen geweest.
Dus daar gaan we weer, net als een paar jaar geleden. Toen de laatste drie maanden van mijn uitkering aanbraken.

Toch, er is een lichtpuntje. Want juist vandaag was er hier een netwerkcafé voor werkzoekenden. Een ontmoetingsplaats voor lotgenoten die elkaar praktische tips en mentale steun geven. Zo kon ik in een warm badje van de ergste schok herstellen. Bovendien komt mijn integratieproces nu in een stroomversnelling. Op één dag heb ik namelijk wel vier andere dorpelingen leren kennen.

Het is bijna jammer als ik snel een baan vind, want dan mis ik het netwerkcafé.

Toegepaste psychologie verandert gedrag

Stel als winkelier een andere vraag en je klant ziet af van een tasje. Volgens Trouw kan het zo eenvoudig zijn. Sinds 1 januari krijgen we geen gratis plastic tasje meer als we boodschappen doen. Voorheen vroegen winkeliers: ‘Wilt u er een tasje bij?’ en dan zeiden wij meestal ‘ja’. Nu vragen ze: ‘Gaat het zo mee?’ en dan zeggen we eveneens ‘ja’. Want ‘ja’ zeggen willen we graag. Daardoor passen we zelfs ons gedrag aan.

Ik vind dat wel hoopgevend. Er zijn genoeg problemen die onoplosbaar lijken. Omdat mensen niet mee willen werken, er geen oog voor hebben, of niets zeggen te kunnen doen. Ook over het verbod op gratis plastic tasjes is jaren gesteggeld. Maar nu zien we: het werkt.

Dit soort lichtpuntjes heb ik af en toe nodig. Er zijn genoeg actuele ontwikkelingen die de verkeerde kant op dreigen te gaan. Voordat je het weet, ga je doemdenken. Of erger nog: denken in dogma’s. Bijvoorbeeld over de arbeidsmarkt, waar iemand als ik geen schijn van kans lijkt te maken. Over anderhalve week sta ik weer op straat. En wie zit er nu te wachten op een 53-jarige semi-oude taart? Geen hond dus. Daarom moet ik er zelf wat van maken. Gewoon met een beetje toegepaste psychologie.