Het langzame schrijfproces

Je zou verwachten dat een blogger beschikt over een vlotte pen. Een blogger schrijft tenslotte regelmatig en oefening baart kunst. Het schrijven zou mij dus makkelijk moeten afgaan. Toch vordert het verhaal over het onderzoek maar langzaam. Een enkele keer betrap ik mezelf op de gedachte dat ik ‘weer aan de slag moet’ en dan onderdruk ik ternauwernood een zucht.

Een concept uitdenken, onderzoek verrichten en zo geleidelijk aan alle kanten van een verhaal ontdekken. Daar passend beeldmateriaal bij vinden en daarna over het geheel de eindredactie voeren. Dat vind ik leuk om te doen. Het schrijfproces verbindt alles met elkaar.

Ik focus op grote lijnen en op kleine details. Vooral die details kosten zeeën van tijd. Maar details worden onderschat. Het spoor van een raadselachtig detail volgen, is het equivalent van een avontuurlijke reis maken. Mensen van de grote lijnen beseffen dat niet. Menig onooglijk detail heeft mij al naar een belangrijke geschiedenis toegeleid.

Stel dat er voor dit monnikenwerk een softwareprogramma bestond. Een programma dat je met je gedachten kan aansturen, zodat het alle losse stukjes informatie tot een prettig leesbare tekst omvormt. Zou dat voldoening geven? Ik betwijfel of het resultaat beter zou zijn, want dankzij het schrijfproces komen nu ook de lacunes in mijn kennis tevoorschijn.

Soms kan ik niet wachten tot het moment daar is om het eindresultaat te tonen. Op andere momenten lijkt het mij spijtig als het eenmaal zo ver is. Want dan is het klaar.

Misschien zegt mijn ongeduld iets over de huidige tijd, waarin we zo gewend zijn geraakt aan snel resultaat. Het ging toch juist om ‘de weg ernaartoe’, en minder om het bereiken van een doel?

De kunst van het formulieren invullen

Hoe je formulieren moet invullen, is een van de nuttigste vaardigheden die ik bij mijn eerste werkgever heb opgedaan. Wordt hier tegenwoordig op school aandacht aan besteed? In mijn jeugd heb ik het helaas niet meegekregen, terwijl het toch zeer belangrijk is voor zelfredzaamheid in deze maatschappij.

Begrijp je eenmaal hoe ingevulde gegevens op een formulier worden verwerkt, dan blijft dat een voordeel gedurende de rest van je leven. Zelf heb ik deze cruciale kennis vooral opgedaan met het summum der bureaucratie: onze belastingdienst. Als je daar eenmaal goed mee om weet te gaan, kan je alles aan.

Aangiften inkomstenbelasting, vermogensbelasting, omzetbelasting en loonbelasting: honderden heb ik er op het accountantskantoor ingevuld. De aangiften vennootschapsbelasting waren voor de gevorderden onder mijn collega’s, maar die mocht ik na een paar jaar ook ‘doen’.

In het dagelijkse leven vullen we allemaal regelmatig formulieren in. Wanneer we een bankrekening openen, bijvoorbeeld, maar ook gewoon bij een online bestelling. Of denk aan het regelen van een lidmaatschap en het afsluiten van een verzekering. Dat kan je maar beter goed en volledig doen, anders loop je het risico dat je voor fraudeur wordt aangezien. De ouders van de toeslagenaffaire weten daar alles van.

Gisteren herbeleefde ik oude tijden bij het papierwerk voor de afkoop van een lijfrenteverzekering. Het werd een klassieke sessie met alles er op en er aan. Gegevens verzamelen, met pen formulier invullen (zie ook ommezijde!), papieren kopieën van bewijzen toevoegen, op alle documenten polis-nummer en relatienummer vermelden, datum invullen en handtekening plaatsen, alles nog eens goed controleren (niets vergeten, kloppen de cijfers en staat het BSN-nummer er wel bij?), de hele bundel in de envelop met antwoordnummer stoppen en tot slot deze voor de zekerheid met twee extra plakbandjes stevig dichtplakken. Heerlijk!

Ik kreeg er terstond heimwee van. Want ik hou van post en papier en de smaak van ouderwetse plakstroken op de klep van enveloppen. Van de meeste plakstroken althans; sommigen smaken ronduit goor. Bij mijn eerste werkgever hadden we daar in de typekamer kussentjes met natte sponsjes voor. Anders kon je wel blijven likken, zoveel post als er daar de deur uit ging.

Ik was dan ook zeer bedreven in het vouwen van vellen postzegels en het afscheuren in stroken, zodat de zegels zich handzaam en snel één voor één op enveloppen lieten plakken. Echt, er is met de komst van het internet heel wat verloren gegaan.

De noodzaak en luxe van rebellie

Waarom wordt iemand een rebel of dwarsdenker en hoe wenselijk is dat voor de persoon zelf? De Boekenweek staat dit jaar in het teken van rebelse schrijvers. Zij hebben het lef om taboes te doorbreken en tegen de stroom in te gaan. Dat gaat verder dan woorden alleen. Ze leven naar de keuzes die ze maken. Hierdoor staat er voor hen persoonlijk iets op het spel. Voor rebellie hoef je overigens niet meteen de barricades op te gaan. Je kan het ook bescheiden aanpakken.

Rebels word je uit noodzaak, omdat je niet anders kan. Omdat je trouw moet blijven aan jezelf en aan je overtuigingen. Vermoedelijk zegt geen enkele rebel: ‘Kom, laten we vandaag eens rebel worden.’ Er kan een acute aanleiding zijn. Vaker gaat er een geleidelijk proces aan vooraf van bewustwording, groeiend ongemak en/of verontwaardiging. Rebellie draait om de essentiële zaken waar je pal voor staat. Zoals zeggenschap over je eigen leven, maar ook de leefbaarheid van onze planeet.

Rebelsheid ontstaat binnen relaties, en breder zodra je afwijkt van algemeen heersende opvattingen. Machthebbers rebelleren zelden in eigen land, want daar bepalen zij zelf de regels. Dan heet het visie en beleid.

Vanwege de consequenties is het bepaald lastig om rebel te zijn. In het gunstigste geval vervreemd je van enkele mensen om je heen. In het ergste geval bekoop je het met de dood en breng je je familie in gevaar. Binnen een dictatuur zou ik niet gauw de held gaan uithangen. Daarmee vergeleken lijkt rebellie in ons land op kinderspel.

Lijkt. Want steeds wanneer ik denk dat hier onderhand alles mogelijk is, blijkt dat toch anders te liggen. Zelfs onschuldig ogende keuzes en situaties zijn zonder meer confronterend voor sommige mensen om mij heen.

Zeg het volgende maar eens hardop:

  • ‘Eerlijk gezegd wandel ik hier in de natuur liever een poosje in stilte. Ja, ook al is dit een groepswandeling. We kunnen straks bij de horeca wel verder praten.’
  • [Impliciet.] ‘Ik wil uitsluitend parttime werken. Maximaal anderhalve dag per week. Ik leef super low-budget en heb voorlopig voldoende.’
  • [Expliciet.] ‘Heb je eenmaal een basis opgebouwd, zoals jij hebt gedaan, dan heb je heel weinig nodig om aangenaam te kunnen leven. Dus waarom werk je nog zo veel als je dat zo zat bent?’
  • ‘Ik vind dat Nederland veel te vol is met mensen en bedrijven, en wil dat we een flinke rem zetten op de bevolkingsgroei en de alles bepalende economie.’ [Oh yes, bepaalde mensen kunnen mijn bloed wel drinken.]
  • [Na een projectoverleg met carrière makende topverdieners in Den Haag, waar ik als zzp-er tijdelijk bij betrokken was:] ‘Nee, voor vanmiddag heb ik geen andere afspraak staan. Maar ik zie dat het zonnetje lekker schijnt. Daarom ga ik nu mooi even naar Scheveningen toe voor een strandwandeling.’

Terug naar de filosofie achter rebellie. Onlangs sprak ik een familielid over typerende ervaringen. We kwamen tot de conclusie dat andere mensen ons vaak harder nodig hebben dan wij hen. Rebellie is een noodzaak … en een luxe.

Als ik later groot ben

‘Ik weet nog steeds niet wat ik zal worden als ik later groot ben.’ Dit zei mijn oud-collega, een vijftiger in 2015, toen we elkaar toevallig tegenkwamen. Zijn opmerking is en blijft een feest van herkenning. Want gisteren nog kon ik mij ternauwernood bedwingen. Ik had bijna iets zeer gênants op internet geslingerd.

Wellicht kwam het door mijn huis, waarin nu echt vrijwel al het kluswerk is gedaan. Of was het toch de invloed van Blue Monday? Hoe dan ook, ineens borrelde die ene onthutsende vraag op: ‘Wat zal ik nu weer eens gaan doen?’

Verveling. Eigenlijk had ik gehoopt op een meer verheven drijfveer. Maar dit is tenminste een begin.

Het wel en wee van de postbezorging

Op een dag komen er drie blauwe enveloppen tegelijk binnen met de post. Sinds de Belastingdienst manusje-van-alles is, kan dat gebeuren. Ik draai het stapeltje om en open de enveloppen aan de achterkant. Dan haal ik de eerste aanslag tevoorschijn. Oeps. Foutje van de postbode. Want dit is een aanslag voor de buren. Wat nu?

Onopvallend dichtplakken en snel in hun brievenbus stoppen? De envelop heeft al een scheurtje opgelopen. Of met plakband dichtplakken en die envelop ongezien hiernaast droppen? Uh uh. Resoluut doch beschroomd pak ik de hele stapel op en bel aan bij de buren. Zij vinden mijn gêne en uitleg wel amusant en zitten nergens mee.

Alleen blijft de verkeerd bezorgde post komen. Vandaag twee brochures voor adressen in andere straten. Zelfs de huisnummers komen niet overeen. Vorige week belde een postbode aan omdat hij een tijdschrift voor de andere buurman in mijn brievenbus had gedaan. En in januari kreeg ik zelfs een heel pakket voor een straat verderop in handen gedrukt. ‘Doei’, zei de bezorger en weg was ‘ie. Want hij was al te laat. Dat kon ik via mijn computer zien. Mijn eigen pakketje had namelijk voor die tijd afgeleverd moeten zijn. Na een snel telefoontje en een vlugge wisseltruc met een collega-bezorger kwam dat goed.

In het begin bracht ik verkeerd bezorgde post nog naar de juiste adressen. Maar ik kan hier wel aan de gang blijven. Nu stop ik ze in de PostNL-bus. Als ze tenminste via PostNL verstuurd zijn. Want er komt de hele dag van alles langs. Ondertussen moet ik naar bedrijven bellen om te vragen waar mijn eigen post blijft. Want ik mis allerlei stukken. Is dit nu vooruitgang?

Vroegah, in Leiden, kende ik de postbode persoonlijk. Hij deed soms een bakkie bij de huismeester van ons kantoor (die ene van de vlo). Nadat ik daar in de buurt ging wonen, bezorgde deze bode ook bij mij thuis. Ruim 22 jaar lang deed hij dat in zijn eentje beter dan vijf postbodes en tien pakketbezorgers dat nu samen in een maand doen.

Die oude postbode had een vast contract en een handig karretje. Nu sjouwen postbodes zich een breuk en werken ze voor een onzeker hongerloontje. Want de postbezorging is een vechtmarkt. Er moesten zo nodig buitenlandse partijen worden toegelaten op ons terrein. Van mij had dat niet gehoeven. Ik zie liever dat de postbode met plezier langskomt. Ik wil dat hij minimaal Nederlandse straatnamen kan lezen en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden krijgt. Willen we nu werkelijk beknibbelen op een postzegel?

Prepensioen dankzij koopwoning

IMG_3831Nederlanders zijn als eekhoorntjes die net zo lang hun nootjes bewaren tot ze geen tanden meer hebben om ze op te knabbelen. (Belgisch grapje.)

Mijn vader mocht stoppen toen hij 54 jaar was en daar nam ik lange tijd een voorbeeld aan. Ik trof al vroeg maatregelen. Maar het mooie financiële product bleek een woekerpolis en er zitten gaten in mijn pensioen. Gelukkig heb ik tegelijk een alternatief pad bewandeld, want risico’s moet je spreiden. En waarom wachten met dingen die je altijd al hebt willen doen? Een klant van mijn eerste werkgever ging met pensioen en was drie maanden later dood. Dit zette mijn toekomstbeeld voorgoed op scherp. Je kan je dromen beter niet uitstellen.

Een voorschot in pensioentijd nemen
Vanaf het moment dat die klant overleed, zocht ik naar manieren om eerder verlof te krijgen. Bij hoogconjunctuur kneep ik er enkele malen tussenuit en ging reizen. Zelfs nadat ik een appartement had gekocht. Er was tenslotte werk genoeg. Die periodes leverden samen een voorschot aan pensioentijd op van 29 maanden. Je hoeft trouwens niet steeds een baan op te geven, want ik mocht ook een sabbatical nemen. Zo is een voorschot op je pensioen eveneens haalbaar.

Deeltijd prepensioen dankzij woning
Het moet gezegd: dat appartement kocht ik op het allerbeste moment in de afgelopen 400 jaar. Daarbij boden mijn ouders een steuntje in de rug. Vervolgens steeg de waarde 338% in twintig jaar. Dit, terwijl de hypotheeksom gelijk bleef. Na enkele salarisverhogingen kon ik eenvoudig rondkomen van een driedaagse werkweek. En na een salarisdaling van 40% lukt dat nog steeds. Welbeschouwd ben ik al sinds mijn dertigste met deeltijd prepensioen.

Dromen naar voren halen
Een bejaarde vriendin moest vanwege echtscheiding en verplichtingen steeds al haar reiswensen uitstellen. Nu zij met pensioen is, heeft ze lichamelijke ongemakken. Onlangs bezocht zij Japan en hield dat slechts met pijnstillers vol. Ik heb het precies andersom kunnen doen. Al voor mijn vijftigste werkte ik een complete verlanglijst met bestemmingen af. Met de huidige vooruitzichten is dat maar goed ook. Alles wat nu nog volgt, is extra. Bijvoorbeeld een maandenlange rondreis door de Verenigde Staten. Die hou ik graag tegoed, zodat er nog iets te wensen overblijft. Kortom, je kan je dromen ook alvast in stukjes en beetjes uitvoeren.

Zekerheid in bange dagen
Nu de arbeidsmarkt weinig houvast biedt en pensioenen onder druk staan, beschouw ik onroerend goed als laatste zekerheid. Een onderkomen heb je sowieso nodig en de bevolking zal voorlopig toenemen. In regio’s met werk blijft de vraag groot en daarmee de waarde hoog. Tijdens die sabbatical verhuurde ik mijn appartement. Dat bracht alvast wat op. In noodgevallen kan je je huis verkopen en in een caravan gaan wonen. Ik heb dit voor de verhuizing zeer serieus overwogen. Maar een hypotheekvrije en goed onderhouden woning is voordeliger qua maandlasten. Ja, zelfs goedkoper dan een middenklasse stacaravan op een Nederlands recreatiepark.

Lage vaste lasten door verstandig investeren
De situatie op de arbeidsmarkt mag voor vijftigers zorgelijk zijn, lage vaste lasten geven wel gemoedsrust. Die kan je op allerlei manieren in bedwang houden. Denk aan tussentijds aflossen, je huis op tijd een lik verf geven, isolatiemateriaal aanbrengen, je gezondheid op peil houden, een deelauto gebruiken en spullen van goede kwaliteit kopen. Via duurzaam investeren bespaar je geld of verdien je het zelfs terug. Bovendien levert spaarrente voorlopig bedroevend weinig op. En wat heb je nu echt nodig om aangenaam te leven?

UWV-computer says no

Misschien was die regel er vroeger ook al. En misschien was ik het een beetje vergeten. Gewoon omdat het eerder voor mij geen gevolgen had. Of werd het toen niet zo expliciet aangegeven. Ik weet het niet. Het had allemaal weinig uitgemaakt, want mijn functie is nu toch opgeheven.

Maar afgelopen maandag, op mijn eerste dag van werkloosheid, vroeg ik dus bij het UWV een uitkering aan. In de veronderstelling dat ik daarmee nog wel even vooruit zou kunnen. Dankzij mijn 35-jarige bijna onafgebroken loopbaan. Maar het werd een gevalletje computer says no.

Want in de afgelopen vijf jaar had ik twee jaar geen baan. Crisisperiode en zo. Er was  slechts zelfstandig ondernemerschap, tussen tijdelijk contract nummer 2 en tijdelijk contract nummer 3. Na afloop van tijdelijk contract nummer 4 zegt de computer van het UWV dan: u heeft recht op drie maanden. Dat is het dan.

Oeps. … Slik.
Heb ternauwernood een paniekaanvalletje onder controle gehouden. En een tweede.
Ben een paar dagen flink uit mijn doen geweest.
Dus daar gaan we weer, net als een paar jaar geleden. Toen de laatste drie maanden van mijn uitkering aanbraken.

Toch, er is een lichtpuntje. Want juist vandaag was er hier een netwerkcafé voor werkzoekenden. Een ontmoetingsplaats voor lotgenoten die elkaar praktische tips en mentale steun geven. Zo kon ik in een warm badje van de ergste schok herstellen. Bovendien komt mijn integratieproces nu in een stroomversnelling. Op één dag heb ik namelijk wel vier andere dorpelingen leren kennen.

Het is bijna jammer als ik snel een baan vind, want dan mis ik het netwerkcafé.