Zwart geld

Binnenkort heb ik een familiereünie. Dat is erg leuk. Er komen allemaal mensen die ik goed ken. En er komen mensen die ik normaal gesproken straal voorbij zou lopen. Gewoon, omdat ik geen idee heb wie het zijn. Hoe dan ook, ik verheug mij op de ontmoeting. Alleen is er een klein probleem en dat is die ene vraag. Een vraag die mij al honderdduizend keer is gesteld. Een vraag die ik, afhankelijk van de toestand der zaken, meestal háát.

Het is een heel onschuldige vraag, hoor. Namelijk: ‘Wat doe jij eigenlijk?’ En dan bedoelen ze: voor de kost. Nou, momenteel niet zo veel. Maar dat kan ik natuurlijk niet zeggen. Of in elk geval: niet tegen iedereen. Sommigen weten af van mijn ‘toestand’. Dat zijn de intimi die er (vermoedelijk, hopelijk) begrip voor hebben. Daarnaast zijn er mensen van wie het mij weinig kan schelen wat ze denken. Maar nu gaat het om de diffuse groep er tussenin.

Uiteraard heb ik geoefend op antwoorden. Ze veranderen continu, afhankelijk van de actuele situatie, de vraagsteller en mijn humeur. Meestal heb ik mijn antwoord dus klaar. Sterker, ik kan kiezen uit een heel repertoire. Deze keer is er een complicerende factor. Want familie, daar is niets vrijblijvends aan. Voordat je het weet, gaan er verhalen rond waar je niet meer van af komt.

Dus wat moet ik nou? Het beste is een antwoord dat dicht bij de waarheid blijft. Daarmee loop ik weinig risico dat ik door een verspreking de mist in ga. En dat antwoord moet ik goed afstemmen op die onbekende neven van mij.

Ik moet zeggen, als de nood het hoogst is, is de redding echt nabij. Want vandaag er kwam een berichtje binnen van het organiserende comité. Dat zit in Brabant. U weet wel, the narco state of the Netherlands. En wat staat er in dat bericht? Jazeker, iets over zwart geld.

Nou, ik ben er uit hoor. Als ze mij vragen wat ik doe, dan zeg ik: ‘Iets met zwart geld. En dat ik verder geen details geef, dat begrijp je zeker wel.’ Blink, blink. Goed he?

Nou, dat begint al goed

Het is het weer zover. Ik kan bijna niet in slaap komen. Dat gebeurt vaker wanneer mijn arme hersentjes meer moeten verwerken dan ze in de tijdspanne van een dag aankunnen. En ik dacht gisteren nog wel: ‘Laat ik eens goed beginnen. Eerst de administratie van mijn eenmanszaak bijwerken en dan gelijk de aangifte omzetbelasting invullen. Als kleine ondernemer kom ik vast wel in aanmerking voor de korting.’

Want ik had een bescheiden omzet. De eerste drie kwartalen stelden weinig voor. En die opdracht afgelopen najaar vergde ook slechts twintig uur per week. Dus zou ik echt niet tot de groten der aarde op belastinggebied horen. Die kleineondernemersregeling zag ik al helemaal voor me. Grapje van mijn onbetrouwbare hersenen.

Want de omzet in het vierde kwartaal was wel de moeite waard. Het begint een rode draad in mijn leven te worden: net te jong, net te oud, net te weinig, net te veel. Dit jaar zal ik beter opletten, anders zit ik straks weer een week lang uitsluitend voor de belastingdienst te werken. Ik ben er een beetje onpasselijk van.

Verder lekt het zolderraam sinds de laatste sneeuwval en er spelen nog wat zaken. Toch loopt het volgens dit oudje allemaal wel los: Wijsheid komt echt met de jaren.

Ach, als ik Raam Open toch niet had …

Eerste werkdag nieuwe baan

Maandagochtend, de eerste werkdag bij je nieuwe werkgever. Hoe gaat dat meestal? Je zorgt dat je op tijd bij de receptie bent en dat er niets op je uiterlijk valt aan te merken. Daar moet je even wachten tot je door iemand wordt opgehaald. Bijvoorbeeld de HR-persoon, je nieuwe naaste collega, of de manager. Daarna begint het voorstelritueel, al dan niet gecombineerd met een rondleiding.

Van mijn stuk of dertig banen ben ik de meeste eerste dagen vergeten. Behalve één. Het was in Den Haag bij een nieuwe organisatie waarin net drie oude waren opgegaan. Ik werd bij de receptie opgehaald door iemand die wel een secretaresse kon gebruiken. Eenmaal op de afdeling aanbeland, bleek dat zij mij voor de neus van ander team had weggekaapt. Er ontstond bijna een schermutseling.

Na die aanvankelijke consternatie werd ik alsnog naar de kamer van het juiste team gelokt. Die dag moest iedereen aan zijn nieuwe plekje wennen. Daarna kreeg ik een rondleiding van een teamlid. Zij wilde gelijk uitvinden waar haar oude én nieuwe collega’s in dat fris geverfde gebouw zaten. Dus gingen we samen op pad. Langs, echt waar, zonder overdrijven, ruim driehonderd man. Het was heel gezellig, maar ik heb toen weinig namen onthouden.

De organisatie waarvoor ik vandaag aan een nieuwe opdracht begin, zit ook in Den Haag. Er werken een paar duizend mensen. Ik vreesde dus al het ergste. Maar bij de receptie ben ik niet geweest. Zelfs het gebouw heb ik nog niet van binnen gezien. De afspraak was namelijk in een koffiezaak recht tegenover de ingang. Ook nu werd het gezellig. We hadden zelfs tijd om wat werk te bespreken. Prettig hoor, samenwerken met oude bekenden.

Vrijdag de dertiende

Wat een dag vandaag. Iemand heeft mij gevraagd om iets te doen. Er zitten wel een paar voorwaarden aan vast. Belangrijke zaken, met potentieel grote consequenties. Ik kan ze niet negeren en ze zijn urgent. Die persoon is weken geleden een puntje vergeten. Nu mag ik alles halsoverkop rechtbreien. Zo gaat dat altijd, hè, het lijkt wel werk. Want mijn deadline blijft ondertussen staan op de eerder afgesproken plek. Kortom: ik heb die opdracht.

Al om 7:15 uur zit ik startklaar achter mijn laptop. Eerst een kort e-mailtje sturen. Dat gaat vlot. Maar dan. Ik hoor niets van mijn bel-mij-terug-afspraak tussen 9 en 12. Wat blijkt? De batterijen van mijn vaste telefoon zijn lek. Ik moet een heel lijstje afwerken om tijdig vervolgstappen te kunnen zetten. De ene website werkt niet, de andere lijn valt even weg. Ik krijg geen e-mail met grote bijlagen verzonden en sta tijden in de wacht. Wanneer ik een document wil afdrukken, loopt mijn printer vast. En zo voort, en zo verder, de hele dag lang.

Weet je wat nu zo raar is? Op vrijdagen de dertiende heb ik hier nooit last van.

Verder ben ik blij, hoor. Ik ga weer een paar maanden aan de slag.

Stoeien met thema’s en plugins van WordPress

Je zou toch zeggen dat het heel makkelijk is: ff een website maken met WordPress. Dat is het ook wel, normaal gesproken. Alleen wil ik natuurlijk weer net wat anders dan het standaard format. En omdat het voor mijn bedrijf is, moet het goed zijn ook. Jullie denken vast dat ik in het stenen tijdperk der websites ben blijven hangen. Tenminste, als je kijkt naar het thema van Raam Open in 2017. Twenty Ten heet het. Oftewel, de vormgeving van dit blog is van zeven jaar geleden. Uit de prehistorie dus. Maar op mijn andere sites ben ik al verder, hoor.

We hebben een poos de lichte, cleane websites gehad. Schermbreed en handig voor op een mobiele telefoon. Maar die zijn inmiddels ook behoorlijk passé. Wat je nu moet hebben is zo’n thema met schermbrede foto’s en waarmee je eindeloos naar beneden kan scrollen. Daarmee lijkt het net alsof er steeds een ander blad tevoorschijn komt. Ze hebben vaak drie of vier kolommen en mooie ronde knoppen van tekst op plaatjes.

Dus als je, zoals ik, net wil doen alsof je helemaal bij bent, dan kies je zo’n thema voor je nieuwe site. Maar ja, dat kan ik niet meer. Want toen mijn nieuwste website nog als een tabula rasa op het scherm stond, viel ik als een blok voor het Graphy-thema. Het is zo’n stijlvolle variant, met een bijna schreefloos lettertype dat doet denken aan oude reisverhalen. Ik had er natuurlijk ook niet gelijk een foto van een Italiaanse villa aan de Amalfikust op moeten zetten. Want dat is een dierbaar vakantie-aandenken. Nu kan ik helemaal niet meer terug.

Ik heb het wel geprobeerd hoor, met andere thema’s. Maar aan de een mankeert dit en aan de ander schort dat. Alleen al dat experimenteren duurde een halve dag. En als je wil, kan je er de rest van je leven mee vullen. Want wat WordPress allemaal te bieden heeft, is gigantisch. Er zijn minstens 4.400 verschillende thema’s.

Maar Graphy moet en zal het blijven. Alleen oogt dat thema een beetje kaal voor wie een state-of-the-art website verwacht. Daarom moet ik er wel aan geloven. Na drie jaar sober geblog met WordPress ben ik gedwongen zelf mijn ideale website te bouwen. Met plugins. Heel veel plugins.

Hebben jullie enig idee hoeveel er daarvan zijn? Echt, het is ronduit beangstigend. Duizenden en duizenden. Klik maar eens op de selectie plugins voor geavanceerde statistieken. Voordat je die allemaal hebt geprobeerd, is er zo weer een maand voorbij. En ze lijken zichzelf wel te vermenigvuldigen. Kijk je een uur later, dan staan er zomaar twee nieuwe bij.

Maar goed, het moet en het zal Graphy blijven. Dus heb ik zelfs met HTML-codes gestoeid. Ongelofelijk, want eigenlijk ben ik doodsbang voor die dingen. Ik denk altijd dat wanneer je maar één tekentje wijzigt, de halve website in elkaar stort. Dat valt mee, want WordPress is onverwoestbaar. Gisteren kreeg ik zelfs een helder moment. Of eigenlijk kwam er een herinnering boven, uit het echte stenen computertijdperk. Zo rond 1990 was het.

In elk geval wilde ik kolommen invoegen waar dat normaal niet kan. Ik een plugin uitgezocht en geïnstalleerd. En aan de slag. Eerst dacht ik dat je woorden moest typen achter de codes. Maar dat werkte niet. Toen heb ik woorden onder de codes getypt. Maar dat deed ook niks. En toen kwam het: [one_third] Proef [/one_third][one_third] Ook proef. [/one_third][one_third_last]  En nog een proef. [/one_third_last]. Op dit blog gebruik ik die plugin niet, dus zie je niets bijzonders. Maar op die andere site staat het helemaal goed.

Werkelijk, ik word een WordPress-expert!

Druk baasje

Ja, sorry hoor, ik kan niet alles tegelijk. Dus was het even stil aan deze kant. Want ik heb het momenteel zo druk als een klein baasje. Dat komt ervan als je voor jezelf begint. Loop ik al jaren te verkondigen dat ik zweer bij parttime werk, zit ik nu prompt vijftig uur per week achter de computer. Ik kan dat ding onderhand niet meer zíen. Maar ja, dan schiet mij weer iets te binnen en ga ik toch verder.

Afijn, een nieuw bedrijf. Dan geldt: je bestaat pas echt als je een website hebt. En websites worden onderdeel van mijn nieuwe werk. Om voor expert door te gaan, moet ik alleen nog mijn kennis van WordPress op professioneel niveau brengen. Daar ben ik wel zoet mee, zeg.

Naast het uitzoeken van een digitale voicerecorder, trouwens. Nu ik toch bezig ben, kan er gelijk een nieuwe smartphone bij. Je wil als ondernemer toch een beetje serieus voor de dag komen, nietwaar? Maar die apparaten koop ik pas als de zaak bij de KvK geregistreerd staat. Kan ik ze gelijk als bedrijfskosten opvoeren, ha.

Zo werkt dat dus als je ondernemer wordt. Het is nu best handig dat ik al een bedrijf heb gehad. Ik volg gewoon het gebaande pad. Het bedrijfsplan schreef ik in een middag. En de Algemene Voorwaarden zijn ook zo goed als af. Nu het ontwerp voor de visitekaartjes nog.

Dan moet je wel eerst weten hoe de zaak gaat heten. Daar heb ik nog het langst over nagedacht. Ik probeerde van alles. Maar steeds klonken de namen te gecompliceerd of te slap. Tot er plots in de vroege ochtend zo’n lumineuze ingeving kwam. Daarbij helpt Vista Print echt. Want dat bedrijf geeft een briljant voorbeeld van show, don’t tell. Als je een naam invoert, toont het op een keur aan kaartjes direct hoe dat eruit gaat zien. Dan is het net alsof je bedrijf al jaren bestaat.

Maar eerst ben ik dus nog even bezig met de oprichting daarvan. Wordt vervolgd.

Verschil langdurig ziek of werkloos

Het verschil in benadering van mensen die ziek of werkloos zijn, verwondert mij. Het lijkt alsof iedereen vindt dat je buiten je schuld ziek wordt. Ben je ernstig en langdurig ziek, dan is er de WAO. Maar ben je tijdens een ernstige crisis langdurig werkloos, dan is dat vast je eigen schuld. Ben je 45 jaar of ouder en is de situatie uitzichtloos? Dan wacht uiteindelijk de bijstand, nadat je eerst je huis en ander vermogen hebt opgegeten. In de WAO mag je je huis houden. Er is ongelijkheid alom.

Vaak is het verschil in situaties grijs, in plaats van zwart/wit. Ik geef wat voorbeelden.

  • Je houdt van extreme sporten en flinke uitdagingen. Je vindt de skipiste oersaai, die is voor watjes. Dus ga je buiten de banen skiën. Jij weet toch goed wat er mogelijk is. En dan gaat er iets ernstig mis.
  • Je houdt van duiken. Je hebt de belangrijke cursussen doorlopen en je controleert de uitrusting voor elke duik. Veiligheidsmaatregelen zijn heilig. Toch gaat er onverwacht iets fout.
  • Je bent 45 jaar oud. Je werkt bij een organisatie en er is veel gedoe na de fusie. De spanningen lopen op en je merkt dat je het niet meer trekt. Voor een redelijk alternatief is geen ruimte. In jouw beroep is weinig werk. Je bent er nu letterlijk ziek van. Wat nu?
  • Je bent dertig jaar oud. Er zijn wat onverwerkte zaken uit je jeugd die je niet onder ogen wilt komen. En dan raak je compleet overspannen. Na de ziektewet beland je uiteindelijk in de WAO. Maar voor hoe lang?
  • Je bent net 47 jaar en er zijn 685.000 werkzoekenden. Het bedrijf waar jij al dertig jaar werkt, gaat failliet. Er valt helaas weinig te halen.
  • Je bent jong en net in de bouw gestart als zzp’er. Je verdient nog niet genoeg voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dan krijg je thuis een ongeluk en raak je verlamd.

Het verschil tussen ziekte en werkloosheid is niet eenduidig. Het lijkt mij eerlijker als regelingen elkaar naderen qua voorwaarden en bedragen. Waar ligt de verantwoordelijkheid bij ziekmakende werksituaties? Ik zie liever een algemeen sociaal vangnet, dat rekening houdt met mogelijkheden en verantwoordelijkheden.

Dit bericht is bedoeld als food for thought, meer niet.