De afbraak van mijn vroegpensioen

Ik herinner mij nog hoe goed het voelde, toen. Zo’n dertig jaar geleden. Ik had weer een vast contract en ontving een aardig salaris. Het was nog niet modaal, maar ik kon elke maand sparen. Af en toe kreeg het personeel wat extra’s toegestopt en er waren leuke financiële regelingen. Spaarplannen met belastingvoordeeltjes, beleggingsproducten en lijfrentes.

In die gouden tijd was 65 jaar de pensioengerechtigde leeftijd. Mijn vader kon stoppen toen hij 54 werd en dat vond ik voor mezelf ook een goed moment.

Dus stak ik een bedrag in een spaarplan. Daarnaast kocht ik een premie-A-woning. En om wat aan mijn pensioengat te doen, deed ik een extra storting. Ik zou rond mijn 50ste een eerste eenmalig bedrag ontvangen, op mijn 58ste een tweede, en op mijn 60ste zou ik gedeeltelijk met pensioen kunnen gaan. Het betrof bescheiden investeringen. Maar ik voelde mij rijk met al deze voorzieningen.

Wel besefte ik dat alles anders kon lopen dan gedacht. Geld kan zijn waarde verliezen of er kan oorlog uitbreken. En jaren later, in ontwikkelingslanden, zag ik wat armoede echt betekent. Maar in Nederland zijn de instituties betrouwbaar. Hier verwacht je geen gedoe.

Toch, in 1995 ontstond de eerste scheur in dat beeld. Mijn werkgever draaide prima, maar de aandeelhouders eisten een hoger rendement. Minder dan 20% was onvoldoende. Dus volgde er een fusie en een verhuizing. En dus werd ons fijne team uit elkaar gerukt.

Tien jaar later kwam de volgende confrontatie. Dat spaarplan, waaruit ik op mijn 50ste de eerste eenmalige uitkering verwachtte, bleek in werkelijkheid een twijfelachtige belegging. Een financieel product binnen de woekerpolis affaire.

Vandaag heb ik nagetrokken wat er nog over is van mijn resterende voorzieningen. Volgend jaar word ik 58 en dan komt het tweede bedrag vrij. Gelukkig is dat geen belegging, maar een lijfrente. Dat is waardevast; er wordt slechts 52% voorheffing in mindering gebracht. Daar heb ik dan ruim twintig jaar op gewacht. Hopelijk heb ik volgend jaar nog steeds geen inkomen. Dan komt die voorheffing tenminste terug via de inkomstenbelasting.

Anders wordt het nettobedrag nog lager dan de 4.000 euro die ondernemers nu eenmalig bijgeschreven krijgen. Vanwege de coronacrisis, voor de vaste lasten. En mijn bedrag is lager dan de drie maanden bijstand die zzp’ers kunnen krijgen, ongeacht hun vermogen of hun partnerinkomen.

Ik ben niet pissig hoor. Nee echt, totaal niet. Alleen kan ik nu beter even niet denken aan die honderden afwijzingen die ik op vrijwel al mijn sollicitatiebrieven heb ontvangen. Van zulke ondernemers. Een fatsoenlijke reden voor afwijzing stond er meestal niet bij.

Dit zijn blijkbaar ondernemers die zelf niet financieel kunnen plannen en nauwelijks vooruit kunnen denken. Ze zijn lang niet zo flexibel als ze van sollicitanten eisen. Ze missen kennelijk ook de creativiteit en het ondernemerschap om snel op veranderingen in te spelen. En ze kunnen nog geen drie maanden overbruggen, want bij financiële tegenslag vallen ze gelijk om.

Ik heb sinds een paar jaar geen inkomen meer en moet nog tien jaar tot mijn pensioenleeftijd overbruggen. Toch kom ik nog steeds rond. Wel leef ik van minder dan bijstandsniveau, omdatondernemers’ mij geen baan wilden geven. Als ik nu zelfs maar dénk aan sollicitatiebrieven schrijven, voel ik mij compleet opgebrand, uitgekotst en afgeschreven.

Een deel van de ondernemers die bijstand of 4.000 euro claimen, heeft dat geld helemaal niet nodig. Deze mensen hebben hun privé-vermogen in BV’s ondergebracht, bezitten meerdere huizen en hebben hun schaapjes al lang op het droge.

Wie van die vermogende ondernemers is solidair en maakt nu zijn of haar 4.000 euro naar mij over?

Iedereen wil coach zijn

Als je in kringen van oudere werkzoekenden verkeert, kom je ze nogal eens tegen. Mensen die coach willen worden of dat al zijn. Het viel mij in 2008 al op hoeveel mensen dit beroep ambiëren. In dat jaar volgde ik een coaching traject bij een gerenommeerd bureau. Het doel was herbezinning op mijn loopbaan, om daarna elders verder te gaan.

Dat traject heb ik als een warm bad ervaren. De locatie was een prachtige oude Haagse villa waar deelnemers in een prettige sfeer ervaringen konden uitwisselen. Er waren workshops, groepssessies, individuele persoonlijke gesprekken en volop kansen om te netwerken. Veel veertigers en vijftigers in mijn ‘lichting’ hadden een interessant verhaal. Een vaste vraag was of je al wist op welk beroep je je wilde oriënteren. Opvallend veel deelnemers ambieerden de zelfstandige functie van coach. Onze eigen coaches dienden als goed voorbeeld.

Vreemd is die keuze niet. Boven de veertig heb je al heel wat lief en leed meegemaakt. Je beschikt over de nodige levenservaring. Zo weet je waarover je praat als iemand met een vergelijkbaar probleem om hulp vraagt. Dat coachen lijkt aangenaam. Je gaat samen rustig en in vertrouwen het gesprek aan. En het is fascinerend om te zien welke beweegredenen andere mensen hebben en hoe ze met elkaar omgaan. Coaching is betekenisvol werk wanneer je iemand daadwerkelijk kan helpen. Misschien geeft dat wel veel meer voldoening dan het werk wat je eerder hebt gedaan.

Als bijkomend voordeel kan je zo beginnen en tegelijk werken aan je professionele ontwikkeling. Even inschrijven bij de Kamer van Koophandel en klaar. Terwijl je nog een vakinhoudelijke cursus volgt, start je gewoon alvast een bureau. Inmiddels telt het Handelsregister 63.000 coaches. Dat is een stijging van 66% sinds 2014. (Bron cijfers: ‘Het begrip coach is uitgehold’, de Volkskrant, 12 maart 2019.) Ik durf te wedden dat de stijging tussen 2008 en 2014 zeker even hoog was.

Sinds dat traject ontmoet ik nog regelmatig coaches. Bijvoorbeeld bij de werkgroep voor en door werkzoekenden. Al vijf jaar lang wordt daar om de week een workshop gegeven door vrijwilligers. Menige trainer is zelf coach of wil coach worden. Degenen die in nog opleiding zijn, ontmoeten er mensen om hun coaching talent mee te oefenen. En de coaches die al een praktijk hebben, zoeken er naar klandizie. Ik ben heel benieuwd hoeveel van die 63.000 coaches in realiteit parttime of volledig werkloos zijn.

Een administratie vol herinneringen

Een regenachtige dag is ideaal om de inkomstenbelastingaangifte in te vullen. Dankzij die aangifte houden we vaste rituelen in stand. Namelijk: de balans opmaken van het voorgaande jaar en nog één keer oude jaargangen van de administratie doorbladeren. Voor de privé-administratie is de bewaartermijn vijf jaar en voor bedrijfsadministraties zeven. Daardoor raakte ik diep verzonken in retrospectieve gedachten over 2018, 2013 en 2011.

Administraties opschonen vind ik het leukste onderdeel van financieel-administratief werk. Al bladerend gaat er op papier een hele geschiedenis door je handen. Je vindt data terug van evenementen, foto’s van producten, en namen van mensen met wie je hebt samengewerkt. Je ziet welke successen je hebt behaald (en welke acties je liever snel vergeet). Wat mij bij het herlezen van oude stukken opvalt, is hoe druk we ons kunnen maken om details. Ze dienden ooit een doel, maar waren achteraf gezien nauwelijks van betekenis. Opschonen relativeert.

Ook hou ik van zaken afronden. Dat gebeurt vanzelf wanneer je de belastingaangifte invult. Het is weinig meer dan een overzicht van inkomsten en uitgaven, van bezittingen en schulden. Qua handeling vergelijkbaar met het opmaken van de balans. Vandaag was ik binnen een half uur klaar. Geen inkomen hebben, heeft zo zijn voordelen, dat blijkt maar weer.

Over bladeren gesproken: die hierboven is van een Amerikaanse eik.

Succes verplicht

Werkzoekenden en zzp’ers moeten zichzelf succesvol in de markt zetten. Maar zaken doen gaat niet iedereen goed af. Bovendien ben je met een eenmanszaak privé aansprakelijk. In Nederland kampen 130.000 zelfstandigen met zeer grote schulden. Daarnaast hebben veel zzp’ers te weinig opdrachten. Wat doe je dan: opgeven, strategie aanpassen, of doorgaan?

In 2Doc: Schone schijn was gisteren zo’n ondernemer te zien. Als een echte zakenman rijdt hij goed gekapt en strak in het pak in een zwarte BMW. Alleen zitten er gaten in zijn sokken en die wagen is van een vriend. Zijn vrouw doet de was met de hand; de machine is kapot. En er liggen stapels brieven van schuldeisers. Noodgedwongen haalt hij € 15 uit de spaarpot van zijn dochtertje voor zakelijke onkosten. Hoe diep moet je zinken?

Toch is deze man een ondernemer in hart en nieren. Tijdens de crisis raakte is hij in moeilijkheden, maar hij is gewend om grof geld te verdienen. Met twee startups tegelijk probeert hij weer omhoog te klimmen. Zakelijke netwerkborrel hier, gelikte presentatie daar. Afspraken met potentiële investeerders uit Nederland en Canada. Mannen van de wereld zijn het, met dure horloges en maatpakken. Het mag niet baten. Maar wanneer geef je op?

De afgelopen jaren heb ik heel wat mensen in vergelijkbare situaties ontmoet. Zoals de man in de documentaire houden ze de schone schijn op. Ze moeten wel, willen ze kans maken op een opdracht. Want wie doet er zaken met een ondernemer waarvan de zaken niet goed gaan? Uitstraling is alles. Een tegenslag kan iedereen overkomen. Maar wat als het aanhoudt en jaren gaat duren? Dan beland je in een neerwaartse spiraal.

Sinds ik zelf een tijdlang zelfstandig ondernemer ben geweest, heb ik extra respect voor mensen die zakelijk risico’s durven nemen. Want er komt veel kijken bij ondernemen. Ik heb ook de types ontmoet die er niet voor in de wieg zijn gelegd. Ze hebben wel een goed product, maar kunnen het niet aan de man brengen. Of ze hebben wel een goed verhaal, maar een product waar niemand voor wil betalen. Dat moet je zien.

Acceptatie van falen is een groot probleem. Als ondernemer ben je iemand. Je telt mee en hoort erbij. Als het lekker loopt, kan je je wentelen in luxe en voor deals de hele wereld over vliegen. Mooi hoor. Maar je moet het wel waarmaken.

Helaas geeft lang niet iedereen goede raad als het even minder gaat. Sowieso is het gênant om erover te praten. Je kan ook een innerlijke drijfveer hebben. Never give up! is er zo één. ‘Als je er echt in gelooft, dan lukt het wel’, is er nog één. Daarmee kan je jezelf jarenlang voor de gek houden.

Bovendien lopen mannen meer risico om diep in de schulden te raken dan vrouwen. Gewoon, omdat ze meer lef hebben en het sneller groot aanpakken. Terwijl vrouwen voorzichtiger handelen en iets minder statusgevoelig zijn. Wellicht hebben vrouwen ook meer zelfkennis. Het kan enorm veel geld en ellende schelen wanneer je tijdig onder ogen komt dat je beter kan stoppen.

Persoonlijk vind ik mannen die door schade en schande zelfkennis hebben verkregen vaak een stuk interessanter dan succesvolle zakenmannen. Maar dit terzijde.

(Photo by rawpixel on Unsplash.)

Slim bezig

Rondom de koffietafel zit Hollands welvaren. De meeste tafelgenoten hebben hard gewerkt en hun schaapjes op het droge. Hun kinderen kregen een goede opleiding en bezitten eveneens een koopwoning. Daar zit nog wel een hypotheek op. Het gaat allemaal prima. Al dringt het wereldwijde spel van vraag en aanbod sluipenderwijs hun leven binnen. Want als je slim bent, koop je je spullen op Alibaba voor een tiende van de normale prijs.

Gisteren kwam VPRO Tegenlicht met de klik- en kluseconomie op tv. Daarin laat Roland Duong zien hoe een online platform werkt. Stel, je bent tekstschrijver of websiteprogrammeur en Engels is jouw werktaal. Dan concurreer je met de hele wereld op zo’n platform. Ik heb dat ook even overwogen. Maar hoe wil je rondkomen van het bedrag waarvoor een Indiër zo’n klus uitvoert?

Ik hou mijn mond over de gevolgen van bestellen bij Alibaba. Over dergelijke onderwerpen hebben we het al vaker gehad. Veel mensen voelen zich bekocht als ze een ‘eerlijke’ prijs betalen. En de buurman doet het toch ook? Zelf sta ik bij een aankoop evengoed weleens in dubio.

Ik betwijfel daarom of de huidige vorm van democratie nog het antwoord biedt op vraagstukken over een gezamenlijke toekomst. Misschien hebben we een Commissie van Wijzen nodig en een mengvorm met een Sterke Man. Maar dan wel een m/v die zich wereldwijd inzet voor het algemeen belang.

Werkzoekende death by algorithm

Vriendin en manager E. wil weten hoe het nu staat met werk vinden. ‘Werk’ is een onderwerp waar ik verschillend op reageer. Afhankelijk van mijn gesprekspartner en stemming is dat berustend, verbolgen, bevlogen of zwaar gefrustreerd. Ik vertel over de barrières op de arbeidsmarkt en over de mitsen en maren. Zoals dat ik niet door het systeem heen kom. ‘Wat erg toch, want je kan zo veel. Daar zal toch vraag naar zijn.’, zegt zij.

Ook E. loopt als manager tegen barrières op. Want haar werkgever (de overheid) wil het aantal fte’s beperkt houden. Dus moet zij waanzinnig dure zzp’ers inhuren en voor elke flutklus een vreselijk bureaucratische aanvraag- en goedkeuringsprocedure doorwerken. Mocht er weer een klus komen, dan zouden we allebei liever kiezen voor een tijdelijk dienstverband.

Het systeem leidt tot een enorme verspilling van kwaliteiten, zowel die van haar als van mij. Want bij haar zijn de ondersteunende medewerkers wegbezuinigd. Dus moet ze zelf formuliertjes invullen. En mijn kwaliteiten kunnen bij diverse werkgevers goed worden ingezet. Maar er ontstaat geen match, omdat ze blindvaren op algoritmes voor werving- en selectie-doeleinden. Mijn CV past niet in een digitaal hokje en ikzelf evenmin. Er bestaat zelfs een uitdrukking voor deze situatie: death by algorithm.

Gelukkig begint de krapte op de arbeidsmarkt nu zodanig te wringen dat zelfs werkgevers aan introspectie doen. Zou er dan toch iets verkeerd gaan? Misschien schrijven ze wel te veel mensen bij voorbaat af. Misschien zijn de huidige algoritmes toch te beperkt. En misschien, heel misschien, is werving en selectie ook mensenwerk.

Dat er bij werkgevers iets begint te dagen, blijkt uit ‘Onze kijk op werk is gedateerd’ op pagina 15 van hun rapport Wegwerkzaamheden. Tien ideeën voor de wereld van werk. De ideeën in het rapport zijn lezenswaardig. Al zullen sommige daarvan déjà vu gevoelens oproepen bij trouwe volgers van Raam Open.

Boze Witte Vrouw

22 augustus 2018

Geachte heer Kalshoven,

Aangezien ik mij weer zeer boos heb gemaakt over een van uw suggesties in uw column #Hoedan (2) onlangs in de Volkskrant, wil ik u wijzen op een paar omissies in uw denkwijze. Het gaat mij als nugger zonder werk of inkomen om maatregel 7: ‘Stuur volwassenen zonder werk en zonder uitkering jaarlijks een pro-formabelastingaanslag. Waarom: ook deze mensen hebben profijt van publieke goederen in Nederland, zoals wegen, de politie, de dijken en defensie. Maar ze leggen de rekening nu bij anderen. Het minste wat we kunnen doen, is dit onder hun aandacht brengen.’

Ik vind dit echt godgeklaagd. U doet mij geen enkel recht door mij als een parasiet weg te zetten. Ik ben een nugger die al 35 jaar heeft gewerkt (begonnen op mijn 17de, toen u wellicht nog een luizenleventje had als student) en in dit land belasting heeft betaald, maar nu toevallig de pech heeft om tussen alle regeltjes in te vallen. Bovendien leef ik van eigen middelen en woon ik in een afbetaald huis van normale proporties, dat ik door werken, ja u leest het goed: door werken en verstandig geldbeheer nu hypotheekvrij heb.

Wijs liever de maatschappij op werkgevers die roepen dat er geen personeel te krijgen is, terwijl ze nauwelijks bereid zijn om aan behoeften van oudere werknemers te voldoen. (Ik hou geen fulltime werkweek of avonddiensten vol.)

Wijs liever de overheid er op, dat zij bij opleidingsmogelijkheden even hard aan leeftijdsdiscriminatie doet. En dat vooral waar het nuggers betreft. Zie deze link naar de website van de Rijksoverheid over de financierings-regeling voor levenlangleren, die, u raadt het nu vast al, mij als 55-jarige vanzelfsprekend aan de neus voorbij gaat.

Tot slot wil ik u wijzen op een groeiende groep nieuwe inwoners die in dit land nog geen dag heeft gewerkt of belasting heeft betaald, maar vreemd genoeg wel overal voor in aanmerking komt. En nee, ik stem niet op de PVV. Dit laatste schrijf ik er maar even bij voor het geval dat ik, naast parasiet, ook nog als racist wordt weggezet.

Het wordt tijd dat u (en de overheid) nuggers als realisten gaat zien. 55-Plussers worden namelijk nog altijd massaal afgeschreven.

Jammer dat onze regering het te druk heeft met voordeeltjes voor multinationals en het binnenhalen van nog meer jonge buitenlandse werknemers in een land waar bijna geen auto of trein meer bij past, om dat te zien.

Met vriendelijke groet,

Karin

(Dit begon met het idee om de termen ‘informatiebeheer’ en ‘functioneel informatiebeheer’ op mijn LinkedIn-pagina te zetten. Daarna dacht ik: ‘zijn dat wel de juiste termen, wat houdt dit werk precies in?’ Vervolgens las ik op de website van een headhunter in die branche welke vereisten er bij vacatures zijn. Daarna ging ik eens kijken naar opleidingen en toen kwam ik op die webpagina van de Rijksoverheid. De column van Frank had ik al eerder uitgeknipt en een paar dagen later boos weggegooid. Zojuist heb ik hem weer tussen de beschimmelde bramensap en vieze zakdoekjes uit de vuilnisbak gevist. En nu heb ik dus gereageerd.)