Nest van roodborst is kunstwerk

Daar ligt het, op een bospad ergens tussen Heveadorp en Doorwerth. Een gevallen nestje van een roodborst. Het is geweven van plukjes paardenhaar, vermoedelijk gevonden bij het paardenpension verderop. Lange grijsbruine haren, vervlochten met stukjes groen mos. Alsof het om vervilte wol gaat. Dit materiaal vormt een warm en deels waterdicht holletje. Aan de bovenkant steken oranje veertjes uit. Verder is dit nestje brandschoon. Het is ovaal en aan de buitenkant ongeveer zeven bij vijf centimeter groot. Binnenin is de ruimte op zijn breedst vier centimeter. Als kunstwerk krijgt het een ereplaats te midden van mijn andere vondsten uit de naburige natuur.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Wandelen tot je conditie je terugfluit

Het is hartje zomer, zeker 28°C, en de zon schijnt ongenadig. We wandelen in een groepje over de glooiende heide van de Posbank. Er loopt een vrouw mee van 65 jaar. Ze is klein en te zwaar, maar typisch zo’n flinke meid die door blijft gaan. Hijgend loopt ze steeds verderop achteraan.

De Posbank voelt die dag als een heteluchtoven. Het zand is diep en rul; nergens schaduw. Toch moeten we wel doorgaan. Vanwege de flinke hoogteverschillen raken we zelf ook buiten adem. Onder een boom aan de rand wachten we op die vrouw. Iemand loopt even terug om haar aan te moedigen. Als ze eindelijk ons groepje bereikt, kán ze niet meer.

Dit wordt het uur van de waarheid voor haar, zo blijkt there and then. Want in de loop der jaren heeft ze steeds meer kwalen gekregen waardoor ze steeds vaker moeite heeft om de rest bij te benen. Terwijl ze altijd zo goed meekwam. Ja, zelfs voorliep op anderen. Ze deed vaak mee aan de Nijmeegse Vierdaagse. Veertig kilometer per dag marcheerde ze dan. Maar nu kan ze er niet langer omheen. Dat haar conditie niet meer is zoals vroeger. Dat ze keuzes moet maken. En daarom een paar voor haar belangrijke activiteiten moet laten gaan. Het is een hard gelag.

We zijn er ter plekke allemaal getuige van. Maar vreemd genoeg lijken we ook allemaal te denken dat het onszelf voorlopig niet overkomen zal.

Zomeravond na een lange rit

Na een lange reisdag op de motor/in de auto/bus/trein of het vliegtuig kom je eindelijk op je bestemming aan. Ergens in een klein dorpje of een uitgestrekt natuurgebied. Je bent plakkerig, hongerig, dorstig, stram van het lange zitten, duizelig en moe. Het loopt al tegen de avond. Het verkleurende landschap baadt nog in het warme licht van de traag ondergaande zon. Geen herrie, drukte of stank hier. Maar kalme plattelandsgeluiden, een verkoelend briesje en schone lucht.

Snel ga je naar je hotelkamer. Je dumpt je bagage, neemt een korte douche, zorgt dat je iets te eten krijgt en loopt dan gauw weer naar buiten. Je oren tuiten nog na van alle drukte. De adrenaline stroomt nog door je aderen. De omgeving waarin je plotseling bent aanbeland, geeft je na alle beweging het gevoel dat je in een onbegrensde ruimte staat. Dat klopt.

Een klein ommetje dan. Voordat de zon helemaal verdwijnt en de duisternis de mooie zomerdag verzwelgt die hier plaatshad terwijl jij onderweg was. Dat gevoel. Dat had ik net. Na een hele dag stilzitten. Mijn ogen strak gericht op websites vol ambtelijke teksten. Maar ik ben tevreden over mijn lijst met vondsten en opmerkingen. Het eerste tastbare resultaat is er.

Dus stap ik naar buiten. Omdat de zon nog schijnt. En wandel in een gebied zoals ik dat ken van buitenlandse vakantiebestemmingen. Ook al herinner ik me niet of daar ook maïsvelden waren. Langs een militaire begraafplaats vol bloemen en een stuk land met geurig drogend hooi. Langs twee meter hoog maïs, een al lege akker en een bosrand met nieuwe aanplant. Verder, langs oude bomen, een groenstrook voor vlinders en onder de boog door van de dubbele rij beuken. Ernaast hooiland met een verlaten blauwe tractor plus aanhanger. Precies tussen waar de hooibalen nog liggen en waar ze al zijn opgehaald. Avondetenstijd; de boer gaat straks weer verder. Zonnebloemen langs de rand.

Ze hoeven niet eens te weten hoe laat en op welke dagen ik werk. Zolang ik de klus maar naar eigen inzicht klaar. Dichter bij totale vrijheid in een werksituatie kom je niet. Doe wat je wil, het kan. Dan volgt de rest vanzelf. Kijk maar naar mij.

Een kwartiertje in stilte wandelen

Zoals vaker, wandel ik met een groepje mensen door een bosrijk gebied. Ik raak in gesprek met een vrouw van in de vijftig. We hebben ons zojuist aan elkaar voorgesteld en ze komt vriendelijk over. Wat al snel daarna opvalt, is dat zij van alles vreest. Zodra ik van het pad afwijk, roept ze bijvoorbeeld gelijk: ‘Pas op, het zit daar vol met teken.’ Aan elk onderwerp kleeft een gevaar, in meerdere opzichten. Binnen tien minuten buigt zij het gesprek naar ‘die buitenlanders’, in Nederland wel te verstaan.

Het is normaal om af en toe van gesprekspartner te wisselen. Dat doe ik ook. Soms loop ik even alleen van de omgeving te genieten. Aan het eind van de dag weet ze mij toch behoorlijk te verrassen. Want ze vertelt hoe onafhankelijk zij haar vakanties viert. Ze boekt een retourticket en een hotel voor de eerste nachten na aankomst. Voor de rest van de route vertrouwt zij op gegevens uit haar reisgids. Ik vind deze benadering best gewaagd voor iemand die bangig is.

Vanwaar die angsten? Ik weet het niet. Het voelt ongepast en ongemakkelijk om door te vragen. Vooral wanneer we als groep een kwartiertje in stilte wandelen. Na afloop zeg ik dat ik van zulke stilteperiodes hou. Stilte werkt haar echter op de zenuwen. ‘Dan ga ik nadenken.’, zegt zij.