Een wandeling langs de oudste migratieroutes

Veel wandelaars zijn al in hun nopjes wanneer zij een ‘lange afstand wandelroute’ volbrengen. Denk aan het Pieterpad (498 kilometer) of een bedevaartstocht naar Santiago de Compostella. Amerikaan en journalist Paul Salopek gaat een reuzestap verder. Hij wandelt sinds 2013 van Ethiopië via het Midden-Oosten en Azië naar het puntje van Zuid-Amerika. Zo volgt hij het spoor van de oudste menselijke migratieroutes.

Paul biedt een inkijkje in het dagelijkse leven van de hedendaagse bewoners die hij onderweg ontmoet. Hij schrijft al zeven jaar periodiek een uitvoerig artikel voor de National Geographic. Zijn verslagen lezen alsof je er zelf bij bent. Hij laat onderweg gewone mensen aan het woord en noteert terloops de ontwikkelingen die hij opmerkt.

Misschien is dit wel het belangrijkste voorteken. Langs de millennia oude migratieroutes stuit hij overal op hetzelfde fenomeen: een stuwmeer aan jongeren in plaatsen waar weinig toekomst voor hen is. Met hun vechtersmentaliteit grijpen ze elke mogelijkheid om vooruit te komen. Deze jongeren bezitten smartphones. Ze weten dus wat er speelt in de wereld. En ze popelen om weg te gaan. Weg uit hun dorpen. Weg uit stoffige, afgelegen oorden waar het een dooie bedoening is. Hun toekomst ligt elders, want thuis krijgen ze van de oude machthebbers geen kans.

Ik herken veel in zijn ervaringen van de tijd waarin ik zelf reisde en maandenlang in het buitenland verbleef. In 2013 schreef ik over de wensen en verwachtingen van jonge Afrikanen. Vijf jaar later geeft een onderzoek onder Keniaanse jongeren een vergelijkbare uitkomst. Afrika heeft als continent veel te bieden aan de eigen bevolking, maar jongeren met diploma’s staan nog altijd aan de kant. Ook in het Midden-Oosten en in Azië willen massa’s jongeren aan de slag.

Het is de vraag of zij in Paul’s voetsporen zouden willen treden. Maar zijn gesponsorde wandeling is zonder meer een buitenkans voor elke avonturier of journalist.

PS: Ben je op zoek naar dingen om te doen bij verveling? Dan heb ik een tip. Lees deze post op Fevered Mutterings. Hier vond ik het verhaal over Paul Salopek’s wandeltocht, de link naar Wait But Why in mijn logje van gisteren, en héél veel meer.

Wilgen in de mist

Mist. Hoe dichter bij de rivier, hoe dichter de mist wordt. Laaghangende wolken slokken mij op. Gedempt gebrom van een onzichtbaar schip. Een man met een zonnebril op komt mij tegemoet. ‘Goedemiddag, jongedame.’ Ach ja. Twee schimmen verderop. Ze roepen naar een hond en ik trap in de stront. De wilgen staan er stil bij en zeggen geen woord.

Was het een geheime rendez-vous?

Het gebeurt op een landgoed in de buurt. Regendruppels glinsteren op de donkere grond van een kale akker. De beuken aan de overkant zijn in nevelen gehuld. Het is stil vandaag. De lucht is grauw en het druilt zacht. Langs een slingerend pad heeft een ploeg sierlijke lijnen in de aarde getrokken. Dat pad wordt aan weerszijden omzoomd door eiken. Ze staan nog vol met kleurend blad.

Ik stap tussen een dubbele rij beuken uit en loop naar de rand van de akker. Daar neem ik foto’s van de diepe voren. Een stuk verderop, tussen de eiken langs diezelfde akker, wandelt een jonge man met een grote hond het frame van mijn camera binnen. Hij draagt een baseball pet en lijkt wat te dollen met zijn hond. Zulke types kom je hier als wandelaar weinig tegen. Direct bekruipt mij de gedachte dat ik geen foto’s met hem in beeld moet nemen. Ik voel mij in zijn plaats betrapt.

Daarom wend ik mij af en poseer nadrukkelijker richting de akker. Even later keert hij om. Apart. Want die plek is halverwege het een en het ander. Het is onlogisch om op dat punt terug te gaan. Tenzij hij vindt dat hij genoeg heeft gewandeld. Er is tenslotte een parkeerplaats verderop. Unheimisch is de situatie niet. En toch. Het is wel heel erg stil vandaag. De mist dempt alle geluiden.

Nu wandel ik zelf op het pad tussen de eiken langs de akker, daar waar de man zojuist liep met zijn hond. Het ligt op mijn route naar huis.

Dan komt een jonge vrouw met een rode jas mij tegemoet. We groeten elkaar vriendelijk in het voorbijgaan. Ze kijkt mij met een brede glimlach aan en ik glimlach terug. Haar kleding is veel vrouwelijker dan wandelaars gewoonlijk dragen. Later zal ik mij afvragen wat voor schoenen ze droeg. Had ze leren laarsjes met hakken aan? Waren ze zwart?

Intussen bereik ik tussen de eiken de laatste bocht voor de parkeerplaats. Er staat daar slechts één zwarte auto geparkeerd, vlak naast het pad. Het is een grote Amerikaan die sterk lijkt op een Dodge RAM. Wanneer ik op het pad langszij kom, start iemand de zwaar ronkende motor. De bestuurder draagt een baseball pet. Ik zie zijn gezicht niet goed, maar het is die man.

Hij kijkt naar het dashboard of stopt iets in een kastje. Ik weet niet of hij heeft gezien dat ik naderbij kom. Het parkeerterrein is verder helemaal verlaten. Wij zijn de enigen hier, samen met de hond en de auto. Vlakbij zijn honderden mensen begraven. De auto maakt een diep ronkend geluid. Ik hou van dat geluid, maar de situatie is onduidelijk.

Ik moet voor de man langs, terwijl hij daar langer met zijn auto stationair blijft staan dan ik verwacht. Heeft hij mij foto’s zien nemen? Is er iets verdachts voorgevallen? Even flitst een sinistere gedachte door mijn hoofd: ‘Heeft hij mij opgewacht?’

Nog slechts anderhalve meter ben ik nu bij zijn motorkap vandaan. Ineens trekt hij op en slaat loom rechtsaf. Langzaam rijdt hij voor mij uit. Mogelijk ziet hij mij zijn auto nastaren, via de spiegel door de achteruit. Op die achterruit hou ik mijn ogen strak gericht, terwijl mijn mond woorden vormt die hij niet kan horen.

Wilde hij juist in zijn auto worden opgemerkt, of zag hij mij niet?
Zag ik te veel? Was ik dan getuige van de sporen van een rendez-vous die verborgen moest blijven?

Foto’s nemen tijdens een groepswandeling

paarden in de Ooipolder bij Nijmegen

Goede foto’s nemen tijdens een groepswandeling is best moeilijk. Ik ken mensen die onderweg snel-snel hun fototoestel tevoorschijn halen en zo uit de losse pols perfecte plaatjes maken. Dat lukt mij nou nooit en daar zijn meerdere redenen voor. Ik zal ze eens opsommen.

  1. Eerst moet ik halt houden en de ideale positie innemen ten opzichte van het te fotograferen object. Dit terwijl ik alvast mijn mobiele telefoon uit mijn rugtas graaf, dan wel opdiep uit mijn jaszak. (Met een beetje geluk heb ik niet juist op dat moment een boterham in mijn hand, want waar laat je dan zo’n boterham?) Daarna moet ik een veegbeweging maken, een viercijferige pincode invoeren en op ‘OK’ drukken. Vervolgens raak ik het knopje ‘camera’ aan. Tegen die tijd is de groep al vijftig meter doorgelopen.
  2. Als volgende uitdaging moet ik mijn ademhaling onder controle krijgen, want als ik te hard adem haal, klopt mijn hart sneller en dan trillen mijn handen nog meer dan anders. Intussen is de afstand tot de groep al gevorderd tot honderd meter.
  3. Dan kan ik foto’s nemen. Met een beetje geluk wil de lens van de camera een beetje vlot scherp stellen. Zo niet, dan moet ik bij een macrofoto eerst wat meer afstand tot het object houden en langzaam met mijn camera dichterbij komen. Je snapt dat de afstand tot mijn wandelgenoten almaar toeneemt.
  4. Zodra ik foto’s heb genomen (altijd een paar extra voor de zekerheid), moet ik op een holletje achter de groep aan rennen. Waardoor mijn hart weer harder gaat kloppen en bijgevolg mijn handen heviger gaan trillen. Dus dan hoop ik maar dat er onderweg voorlopig even weinig interessants is te zien.

Soms doet zich een alternatieve situatie voor. Dan loop ik vooraan en bereik ik als eerste de beste foto-neem-positie. In een groep ben je echter nooit lang alleen. Daarom probeer ik in een razend tempo stap 1 tot en met 4 te doorlopen. Want voordat je het weet, gebeurt er datgene wat je ziet op bovenstaande foto. Néé!

Een rijkdom aan wilde plantensoorten

Zicht op de Waal bij Ewijk

Die Trage Tocht bij Ewijk van afgelopen zondag is er een om van na te genieten. De cirkelwandeling start bij Slot Doddendael, dat al figureerde in de Tachtigjarige Oorlog. Eerst kom je door een bosje en over een dijk. Daarna volgt een afwisselende struintocht langs de Waal in de uiterwaard. Dit gebied werd in 1989 teruggegeven aan de natuur. En dat is goed te merken. Je wandelt er tussen soms manshoge planten in een rijke variatie aan soorten. De smalle paden zijn uitgestippeld door runderen die hier vrij rondbanjeren.

Een bioloog kan er zijn hart ophalen. Zelf weet ik weinig af van wilde planten. Ik heb geprobeerd een aantal soorten via internet te benoemen, maar laat dit liever aan kenners over. Een kleine greep uit wat er in elk geval groeit: kamille, chicorei, moeraskruiskruid, kruisdistel en kaardenbol, vergeet-mij-nietjes, wollige munt, boerenwormkruid, fluitekruid, weidekervel, akkerhoornbloem, heksenmelk, absintalsem, wilde marjolein, ijzerhard en zuring, plus watergentiaan in een strang.

Wie alles wil weten over de planten, vogels, insecten en vissen in de uiterwaard, kan deze gebiedsrapportage downloaden. Het rapport bevat ook een beschrijving van de recente ontstaansgeschiedenis.

Struinen bij Ewijk over smalle paden

Trage tocht in ruige uiterwaard

Uiterwaard Waal Ewijk trage tocht

Na een paar duizend wandelkilometers in Nederland ben ik aardig verwend geraakt. Weidse zeegezichten, meren en meanderende uiterwaarden. Plus landelijke routes met statige beukenlanen, geheimzinnige bossen, heuvels en dalen. Ik heb het gezien. Daarom verrast een gebied mij nog zelden. Maar gisteren was het raak. Op de trage tocht bij Ewijk in de ruige uiterwaard langs de Waal.

De Waal, dat is toch die druk bevaren rivier? Een soort vrachtsnelweg van en naar Rotterdam? Eh ja, de containerschepen varen inderdaad af en aan. Maar ik kan intens genieten van kalm tuffende mammoetschepen op het water. Het geluid is rustgevend en hoort er bij.

Bij Ewijk is een stukje land ‘teruggegeven aan de natuur’. Hier geen strak gemaaid gras, waar andere gewassen geen kans maken. Integendeel. Een brede strook langs het water is tot heuse wildernis omgetoverd. Er loopt trouwens ook echt groot wild rond. En wat een plantensoortenrijkdom tref je daar aan. Er groeien zo veel geurende kruiden, dat je je bij een warme windvlaag op een weide aan de Middellandse Zee waant.

Ik heb weinig scherpe foto’s kunnen maken, want het waaide en de groep liep door. Misschien een volgende keer. Deze wandeltocht is namelijk een echte aanrader, maar dan wel in het juiste tempo: traag.