Een rijkdom aan wilde plantensoorten

Zicht op de Waal bij Ewijk

Die Trage Tocht bij Ewijk van afgelopen zondag is er een om van na te genieten. De cirkelwandeling start bij Slot Doddendael, dat al figureerde in de Tachtigjarige Oorlog. Eerst kom je door een bosje en over een dijk. Daarna volgt een afwisselende struintocht langs de Waal in de uiterwaard. Dit gebied werd in 1989 teruggegeven aan de natuur. En dat is goed te merken. Je wandelt er tussen soms manshoge planten in een rijke variatie aan soorten. De smalle paden zijn uitgestippeld door runderen die hier vrij rondbanjeren.

Een bioloog kan er zijn hart ophalen. Zelf weet ik weinig af van wilde planten. Ik heb geprobeerd een aantal soorten via internet te benoemen, maar laat dit liever aan kenners over. Een kleine greep uit wat er in elk geval groeit: kamille, chicorei, moeraskruiskruid, kruisdistel en kaardenbol, vergeet-mij-nietjes, wollige munt, boerenwormkruid, fluitekruid, weidekervel, akkerhoornbloem, heksenmelk, absintalsem, wilde marjolein, ijzerhard en zuring, plus watergentiaan in een strang.

Wie alles wil weten over de planten, vogels, insecten en vissen in de uiterwaard, kan deze gebiedsrapportage downloaden. Het rapport bevat ook een beschrijving van de recente ontstaansgeschiedenis.

Struinen bij Ewijk over smalle paden

Trage tocht in ruige uiterwaard

Uiterwaard Waal Ewijk trage tocht

Na een paar duizend wandelkilometers in Nederland ben ik aardig verwend geraakt. De landelijkste routes, geheimzinnige bossen met heuvels en dalen, statige beukenlanen, meanderende uiterwaarden, en het meest weidse zeegezicht: ik heb het allemaal gezien. Daarom verrast een gebied mij nog zelden. Maar gisteren was het raak, op de trage tocht bij Ewijk in de ruige uiterwaard langs de Waal.

De Waal, dat is toch die druk bevaren rivier; een soort vrachtsnelweg van en naar Rotterdam? Eh ja, de containerschepen varen af en aan. Maar ik kan intens genieten van het kalme getuf van mammoetschepen op het water. Het geluid is rustgevend en hoort er voor mij bij.

Bij Ewijk is een stukje land ‘teruggegeven aan de natuur’. Hier geen strak gemaaid gras, waar andere gewassen geen kans maken. Een brede strook langs het water is tot heuse wildernis omgetoverd. Er loopt trouwens ook echt groot wild rond. Wat een plantensoortenrijkdom tref je daar aan. Er groeien zo veel geurende kruiden, dat je je bij een warme windvlaag op een weide aan de Middellandse Zee waant.

Ik heb weinig scherpe foto’s kunnen maken, want het waaide en de groep liep door. Misschien een volgende keer. Deze wandeltocht is namelijk een aanrader, maar dan in het juiste tempo: traag.

Over een overlijdensbericht

Terwijl ik een logje schrijf, verschijnt er een overlijdensbericht. Het komt van de organisatie waarmee ik vaak op pad ga. Een van de vrijwillige organisatoren van wandeltochten is overleden. Zijn naam klinkt mij bekend, al was de laatste van drie wandelingen met hem vier jaar geleden. Ik had toen geen idee wat er speelde.

Had ik echt geen idee? Was er niets over bekend? Of heb ik signalen en opmerkingen gemist, die een hint hadden kunnen geven?

Hoe goed ken je iemand waarmee je toevallig een dagje samen oploopt? Vaak praat je onderweg wat langer met een of twee mensen in de groep. Soms gaan die gesprekken regelrecht de diepte in, omdat je belangrijke raakvlakken deelt. Met deze man heb ik geen persoonlijke gesprekken gevoerd, denk ik. Maar helemaal zeker weet ik dat niet meer.

We hebben wel over zijn hondje gesproken. Of liever: het hondje van een oude dame dat hij die dag uit wandelen meenam. Vrijwillig, omdat zij er vanwege haar gezondheid niet meer toe kwam. Voor dat hondje was het een groot feest. Ik schreef zelfs een logje over dat beestje, waar de nu overleden man ook terloops in voor kwam. Vorig jaar heb ik dat van Raam Open gehaald. Nu is het net alsof het nooit heeft bestaan.

Bij een andere groepswandeling kwamen we hem in een heideveld tegen. Meerdere mensen uit onze groep kenden hem. We zeiden gedag tegen hem, en achteraf tegen elkaar: ‘Dat is E. Da’s een sympathieke man. En heb je S. weleens gezien? Het hondje dat hij steeds meebrengt.’ Ja, S. kenden we ook allemaal.

Hij was vier jaar ouder dan ik en geboren in Perth, Australië. Ik herinner mij niet dat die stad ter sprake kwam op onze wandelingen. Terwijl Perth wat mij betreft wel een raakvlak was. Misschien was ik tijdens de derde wandeling met mijn gedachten te veel bij mijn nieuwe woonplaats to be. Want hier, op nog geen 500 meter van mijn huidige woning, begon onze laatste gezamenlijke wandeltocht. Het was twee maanden voor de verhuizing. Wist ik veel wat er toen al bij hem speelde.

Kon ik het weten? Viel er niets aan de blik in zijn ogen af te lezen?

De zeven diehards en de zeven watjes

Vandaag werd weer eens duidelijk hoezeer het Nederlandse volk is gedegenereerd. We gingen namelijk wandelen en volgens Buienradar zou het een beetje gaan regenen. Er was inderdaad een beetje motregen, gevolgd door een beetje meer regen en een beetje minder regen, enkele bijna droge minuten en daarna weer langdurige motregen. We zouden met zijn veertienen op pad gaan. Uiteindelijk kwamen er slechts zeven wandelaars opdagen. Belachelijk toch?

Wie zijn nu de zeven diehards? Allereerst de kaartlezer en zijn vriendin. Verder is er een Friezin. Friezen zijn stijfkoppen die zich niet laten weerhouden. Nummer vier is een ouwe taaie. Da’s een vrouw op leeftijd die altijd pruttelt en achteraan loopt, maar wel volhoudt. Ook wandelen twee ex-militairen mee, een man en een vrouw. Zij zeuren nooit en blijven opgewekt in weer en wind. En vanzelfsprekend ben ik er bij.

Ik weet ook wie de zeven anderen zijn, ze staan op een lijst. De watjes. Die spelbrekers. Dat zooitje losers. Die kwezels zonder karakter. Die weekdieren zonder ruggengraat. Bah. Als ze maar niet denken dat ze ooit nog bij mij hoeven komen met verhalen over hun zogenaamde ‘wandelexpedities’. Want ik onthoud alles. Stelletje afvalligen.

Overigens hebben we genoten van koffie met taart bij de open haard van een monumentale herberg in Bronkhorst. Het was er heerlijk warm en na de wandeling smaakte alles extra lekker. Wat jammer toch dat die zeven dat nu hebben moeten missen.

Sneeuwwit met goud (2)

Die (1) achter Plog – Sneeuwwit met goud gisteren was enigszins voorbarig, achteraf gezien. Want iedereen verwacht dan meteen nog zo’n log met natuurfoto’s van goudgele accenten in de sneeuw. Maar de lat ligt hoog als je links en rechts bij andere bloggers kijkt. En eigenlijk had ik mijn kruit al verschoten in deel 1. Daar stonden de beste foto’s. Van armoe ben ik vandaag maar weer op pad gegaan, nu naar de Hemelse Berg. Hopelijk kan het er mee door.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Wandelen in een groep

Al vijftien jaar wandel ik met groepen mee. Eerst tijdens vakanties, nu vaak op dagtochten in Nederland. Is het een uitstapje met vrienden, dan weet ik globaal hoe zo’n dag zal verlopen. Maar in een groep met een onbekende gids sta ik nog weleens voor verrassingen. Verschillende factoren kunnen een wandeling veraangenamen of vermoeiend maken. Dat bleek gisteren weer.

Bereikbaarheid, tempo en wandelafstand zijn belangrijk. Ik wandel veel in Gelderland, Utrecht en Overijssel en kies routes van twaalf tot achttien kilometer. Langer kan, als ik mijn eigen tempo mag aanhouden en genoeg pauzes krijg. Dat luistert nauw. Het weer en het gezelschap zijn uiteraard ook van invloed. Net als de route zelf. En ik stop graag bij goede horeca.

In een groep moet je rekening houden met elkaar. Daarom hoop ik altijd maar dat de anderen vergelijkbare wensen hebben. Soms is dat niet het geval. Dan willen ze bijvoorbeeld sneller wandelen, of langzamer, of om de haverklap stilstaan, of continu doorlopen, of al vertrekken wanneer ik mijn koffie nog niet op heb. Je kan ook gidsen treffen die geen smaak hebben. Die blijven te lang bij een snelweg lopen of lunchen in een armoedig café.

Gisteren maakte ik iets nieuws mee. De gids had een mooie route uitgestippeld door een gebied waarin hij was opgegroeid. Het ligt er vol lusthoven en warandes. Dat klonk best goed. Maar al kort na de start hield meneer halt zodat hij zijn verhaal kon doen. Daarna vertrokken we weer en even later stonden we wéér stil. Dat gebeurde een keer of tien achter elkaar. Ik werd hondsmoe en was na twee kilometer al heel erg aan koffie toe.

Het scheelt in zo’n situatie als de gids iets bijzonders te melden heeft. Maar deze man deed niks anders dan over zichzelf vertellen. Dáár, in dat huis had zijn tante gewoond. En daar had hij met een vriendje gespeeld. Oh, en hier had hij, toen hij nog op de lagere school zat (belangrijk detail), gezwommen. Et cetera. De anderen bleven keurig naar hem luisteren. Zij vonden zijn verhaal kennelijk interessant. Ik dacht nog: ‘Is die man beroemd of zo?’ Want ik ben wel vaker slecht op de hoogte van zulke feiten.

Het zal aan mij liggen, maar eigenlijk kon de omgeving mij meer bekoren.
En volgens Google is hij geen beroemdheid.