Dubbelzicht op de kunstroute (1)

Varens voor vijver

Komt het door die woorden over de weerspiegeling in het water? Of begint het met de dubbelzijdige glasobjecten van Marijke Schellekens, waarin twee beelden door elkaar heen zichtbaar zijn?

Glaskunst Marijke Schellekens 1

Ineens zie ik eenzelfde effect overal om mij heen. Terwijl de groep stilstaat bij elk kunstvoorwerp en opgaat in gebabbel over vormen en betekenissen, ben ik zoet met dubbele taferelen om ons heen. Zo gaan foto’s op in glasobjecten en worden glasobjecten met foto’s weer een met de natuur.

Glaskunst Marijke Schellekens 2

Afijn, kijk zelf maar. De varens groeien aan de oever van een vijver nabij het kasteel in Laag Keppel. En de getoonde glaskunst is van Marijke Schellekens. Haar werk is te zien tijdens de Kunstroute 2019 op landgoed Enghuizen in Hummelo.

Een kolonie stenen in het bos

a colony of stones in the wood

Deze kolonie stenen ligt op een wandelroute van Otterlo naar station Ede-Wageningen via de Mossel en de Ginkelse heide. Het is een tocht door bossen en over open vlaktes. Negentien kilometer lang, vooral rul zand. De stenen vormen een welkome pleisterplaats. Ze zijn van grijs graniet en gemaakt door Adri Verhoeven in opdracht van de gemeente Ede.

sitting stone resting place

Ze horen bij elkaar, die stenen, maar ze liggen apart. Ook bij mensen in een groep bestaat niet altijd samenhang.

We liepen later over een militair oefenterrein. De kogelhulzen lagen er voor het oprapen. Ik heb een glanzende koperen huls meegenomen. Verderop werd geoefend en geschoten met klappertjespistolen. Daarom kan ik het navertellen. Vertrouw nooit op een kaartlezer zonder oorlogservaring. Dat is de les van vandaag.

Later moest ik even de bosjes in duiken. Daardoor zag ik een wezeltje zitten. Hij keek mij recht aan en ik hem, seconden lang. Altijd fascinerend, oogcontact met een wild dier.

Verder weinig beleefd vandaag. De mensen spraken langs elkaar heen, zoals wel vaker. Doe mij dan liever die mooie stenen kolonie maar.

Cao’s en al die andere rotzooi

Vlakbij het bos komt ze mij wandelend tegemoet. Een vrouw met een grote, bazige middelbruine hond. Zelf draagt ze kniehoge leren laarzen over haar pantalon. Ze matchen qua kleur; de hond en de laarzen. De vrouw spreekt geaffecteerd. Type golfclub, Rotary misschien. Haar stem heeft het volume van een misthoorn. Ze praat in haar eentje. Oh nee, ze heeft een smartphone.

Het woord ‘uitzendbureaus’ valt en ik spits mijn oren. Ze lijkt mij niet het type dat werk zoekt via een uitzendbureau. En inderdaad. ‘Het is zo een gedoe’, gaat ze verder, ‘met cao’s en al die andere rotzooi. ‘Ik wil ervan af’, heb ik tegen Ronald gezegd.’

Ronald zal het wel weer moeten opknappen, vermoed ik. Deze mevrouw houdt zich niet bezig met wetjes en personeel. Zij geeft enkel orders.

Ik vergeet het soms, wanneer ik genietend van mijn lommerrijke omgeving rondwandel. Dat er in die mooie kapitale villa’s hier zeer onaangename mensen kunnen wonen. Het geld moet tenslotte ergens vandaan komen.

Had ik maar een psycholoog

Ik heb met iemand afgesproken, die ik ken van twee groepswandelingen. Dit wordt onze eerste wandeling samen en we gaan kijken hoe dat ons bevalt. Drie uur later weten we het antwoord. Dit is een mismatch, voor ons allebei. Ik kom thuis met een zeurende hoofdpijn en voel me gesloopt. De vraag is of we beter hadden kunnen weten.

Vermoedelijk kom ik bovengemiddeld vaak in contact met mensen waar ‘iets’ mee is. Bijvoorbeeld in wandelgroepen en op bijeenkomsten voor (langdurig) werkzoekenden. Maar ook in het dagelijkse leven.

Dat ‘iets’ duidt niet per sé op een psychiatrische aandoening. Wel betreft het mensen die zichzelf in de weg zitten. Bijvoorbeeld door een gebrek aan eigenwaarde, een beperkt blikveld en onwrikbare opvattingen, weinig zelfbewustzijn, onverwerkte trauma’s, egocentrisme, en soms autisme. Los daarvan is communicatie een vak en ben ook ik niet volleerd.

Onze afspraak loopt vanaf de start anders dan verwacht. De NS kampt met een stroomstoring, waardoor onze geplande wandelroute afvalt. Ik vraag haar uit te stappen op Arnhem CS. Dan kunnen we een struintocht maken door Sonsbeek, of de Warnsborn-route doen. Vandaag ben ik de kaartlezer en die route ken ik vrijwel uit mijn hoofd. Zij vindt dat goed.

De eerste signalen verschijnen snel. ‘Ik ben een angsthaas.’ (Over haar huiver voor slimme meters en sociale media.) ‘Ze vindt mij een zeur.’ (Over een buurvrouw die weinig merkt van geluidsoverlast). ‘‘Heb je haar weer’, denkt hij zeker.’ (Over de veerman die haar te lang laat wachten aan de overkant.) Aan het eind blijkt dat ze ook over mij het nodige veronderstelt. Maar iets verifiëren is er niet bij. Wanneer ik praat, onderbreekt ze mij herhaaldelijk halverwege een zin. Vervolgens vult ze de rest zelf in. Om gekweld en bestraft te kijken als ik aangeef dat ik wat anders bedoel.

Feitelijk ratelt ze non-stop, terwijl we hadden afgesproken dat dit gedeeltelijk een stiltewandeling zou worden. Ik besef dat het tijd wordt om haar daaraan te herinneren. Alleen is zij mij net voor.

En dan gaat het mis. Want ik merk op dat ik haar gepraat tot nu toe ‘als wat druk heb ervaren’. Meteen krijg ik de wind van voren. ‘Ja, maar jij praatte gelijk al veel vanaf het begin, dus dacht ik dat het wel kon.’ Mijn opmerking dat ik daar een ander beeld bij heb, valt even slecht. Maar ik geef openlijk toe dat ik belangstelling heb getoond voor haar verhaal en dat dat haar kan hebben aangemoedigd. En ook dat ik het stilte-idee wel wat eerder op de route had kunnen benoemen. Nu dit is uitgesproken, kunnen we alsnog een poosje zwijgend lopen. Dat doen we.

Pijnlijk is die stilte wel. Ze loopt nu stevig door, steeds anderhalve pas op mij voor. Op een fietspad loop ik uiterst links, terwijl zij uiterst rechts gaat wandelen, op twee meter afstand. Zo gaan we een tijdje bezwaard voort.

Al wandelend overpeins welk aandeel ik had in ons gesprek. Ofwel: op welke spaarzame momenten zij niet aan het woord was. Dit valt terug te brengen tot drie korte onderwerpen. Daarvan was het bespreken van de alternatieve route aan het begin van de wandeling de belangrijkste.

Maar ineens begrijp ik het. Voor wie aandacht wil, is een noodzakelijke onderbreking van één minuut al storend. Of mijn ‘praat’-aandeel nu 2% is, of 80%, maakt in haar beleving geen verschil. Ik praat hoe dan ook te veel.

Daarna hebben we nog meer besproken, waarbij ik het woord ‘aandacht’ zorgvuldig verzweeg. Maar zij hoefde niet te weten hoe ik zocht naar wederzijds begrip en verklaringen, want in haar eigen woorden had zij toch al ‘gefaald’. Tja.

Het leven valt mij soms best zwaar, zo zonder psycholoog.

Toch weer die bramenbladeren (2)

Geef het toe. Het aantal ontvangen likes op je logjes is van invloed op je bloggers gemoed. Je kan wel stug doorschrijven over iets wat niemand boeit, maar doe je dat? Eerlijk zeggen.

Statistisch gezien was het vorige plog over zonovergoten bramenbladeren een dieptepunt. Er kwam welgeteld één like op binnen. (Plus een lovende reactie, dat wel.) Dan vraag je je toch even af of je verder moet gaan met zo’n serie.

Nou, toevallig is het vandaag mijn feestje. Dus hier zijn ze weer, want ik vind ze mooi.

Rietlandschap in de Achterhoek, of de Liemers

Dit jaar staat de Achterhoek op mijn wandelprogramma. De Achterhoek is ruwweg het gebied ten oosten van Zutphen en Arnhem tot de Duitse grens. Ik beschouw het als één van de laatste mooie regio’s van Nederland waar nog veel te ontdekken valt. Je moet er alleen wel snel bij zijn.

Deze week ging de rondwandeling van Zevenaar langs Oude Rijnstrangen naar het Pannerdensch kanaal. In deze streek (feitelijk: de Liemers) liggen uitgestrekte rietvelden en graslanden waar duizenden ganzen en zeldzame vogels broeden.

Op een moeraslandje hoorde iemand een plons en zag ik een beverspoor. Te herkennen aan een modderig pad dat tussen het riet naar het water leidt. ’s Avonds meldde een nieuwsbericht dat de bever zijn territorium uitbreidt in Gelderland.

Ik ken dergelijk rietland uit Zuid-Holland en had dit niet in het oosten verwacht. Het oogt vertrouwd en tegelijk anders. Bijvoorbeeld door de kleur van de aarde en de vorm van de naburige stallen. Zelfs de kracht van de wind bovenop een dijk voelt zachter en warmer. Alles lijkt milder, terwijl het hier harder vriest. En de vliegtuigen ontbreken. Soms hoor je enkel het kalme getuf van een onzichtbaar vrachtschip verderop, dat zich een weg baant door een kromming van het land. Alleen de geur van gierwagens is overal hetzelfde. De boeren hadden het er druk mee.

Juist zij bezorgen mij een gevoel van urgentie. Want daar gaan ze weer, met hun te zware machines over de kwetsbare bodem. Het grasland naast de Oude Rijnstrangen is nu al te droog en de grondwaterstand te laag. Bovendien wordt de A15 verlengd. Die snelweg komt straks precies in dit gebied over het Pannerdensch kanaal heen. Need I say more? Ga dat zien, voordat de rust voorgoed verdwenen is.