Wandeldroppings voor het onderzoek

Dit jaar ga ik een aantal wandeldroppings doen. Dat is een prima manier om het nuttige met het aangename te combineren. Bij een wandeldropping reis ik met openbaar vervoer naar een bepaald punt en vervolgens wandel ik weer terug naar huis. Of ik reis naar een halte bij een bezienswaardigheid en loop dan verder naar een andere plaats. Het droppingsgebied ligt ruwweg tussen de Duitse grens en Ede/Wageningen in.

In deze regio heb ik al veel wandeltochten gemaakt. Het gebied is mij wel vertrouwd, maar ken ik de meeste routes slechts fragmentarisch. Ter voorbereiding neem ik detailfoto’s van een VVV-recreatiekaart, maar ik ga proberen om voornamelijk op richtingsgevoel te lopen. De kaart en Google-maps dienen hooguit als back-up. Zo leer je een gebied namelijk veel bewuster kennen dan wanneer je steeds routeaanwijzingen volgt.

Afgelopen zaterdag heb ik zo’n wandeldropping gedaan. Eerst heb ik mijn oude laptop naar het afvalstation gebracht. Daarna ben ik via de Heelsumse Beek en de Wolfhezerbeek terug naar huis gegaan. Deze beken lopen deels parallel aan elkaar door een prachtig natuurgebied heen en de Heelsumse figureert in mijn onderzoeksverhaal. Vandaar.

Je kan het slechter treffen.

Glooiingen en rechte spoorlijnen

Denkend aan het Nederlandse landschap zie ik al snel strakke lijnen voor me. In de groene polders van mijn jeugd werden de kaarsrechte sloten tussen de weilanden al in de zestiende eeuw gegraven. Daar hoefde bij de ruilverkaveling weinig meer aan te worden gedaan. Zelfs het nabijgelegen kustgebied is nogal rechttoe rechtaan. Alleen tussen de duinen met hun zachte glooiingen waan je je in een natuurgebied. Al zijn ook die duinen gedeeltelijk het resultaat van menselijk ingrijpen.

De Veluwe kende ik als een bosgebied waar kaarsrechte spoorwegen doorheen liepen. Pas toen ik vijftien jaar geleden vaker ging wandelen, ontdekte ik dat ons land meer variatie biedt. Limburg, Twente en de Achterhoek staan om hun afwisselende landschap bekend.

Waar je minder gauw aan denkt, zijn de overloopgebieden langs de grote rivieren. Op verschillende plaatsen heeft het water sinds 1995 weer ruimte teruggekregen. Daar zie je een redelijk geslaagde nabootsing van het oorspronkelijke rivierlandschap.

Bij de Oosterbeekse spoorbrug over de Nederrijn lijkt het een strakke boel. Toch hadden de spoorbouwers hier iets extra’s aan hun hoofd. Vlak voor de brug daalt de spoorlijn vanuit Arnhem naar Nijmegen met een bocht af op een stuwwal. Hiervoor is een diepe geul in de helling uitgegraven. En om te voorkomen dat de treinen vervolgens door een ondergelopen uiterwaard moeten waden, zijn er honderden meters aan de brug vastgeknoopt. Wel 336, om precies te zijn, verdeeld over zes zogeheten aanbruggen. En dat terwijl de boogbrug over de rivier ‘slechts’ 132 meter lang is.

Zo, dan weet u dit ook weer. Ik heb het even opgezocht naar aanleiding van bovenstaande foto. Een winters plaatje van dezelfde brug staat hier.

Het Tolhuys in het land van Cleef

Circa 25 jaar geleden stuitte ik in Leiden op een voorouder die afkomstig was van ‘het Tolhuys in het land van Cleef’. Dat klonk best mysterieus. Zijn herkomst sprak dan ook meteen tot mijn verbeelding. De jongeman in kwestie was een bakkersknecht, geboren rond 1700. Van lieverlee werd duidelijk waar hij precies vandaan kwam. Want zijn zus vond eveneens een partner in Leiden en zij kwam uit ‘Lobith aan ’t Tolhuijs onder Pruijsen’. Lobith dus, waar vroeger een tolhuis stond.

Sinds die eerste vondst heeft een bezoek aan Lobith altijd op mijn verlanglijst gestaan. Maar ja, hoe gaat zoiets? Je maakt eens een reis rond de wereld. Daarna overwinter je een keer in Zuid-Frankrijk. Vervolgens ga je een halfjaar voor werk naar Kenia. En tussendoor bezoek je landen in Azië en Europa. Voordat je het weet, is er een kwart eeuw voorbij gegaan. Maar Lobith? Ach nou ja, dat is vlakbij en dat blijft daar nog wel even staan.

Na mijn verhuizing in 2015 naar een dorp bij Arnhem kwam ik al dichter in de buurt. Zo waren er een boottocht naar Fort Pannerden en een wandeling in de Millingerwaard. Dat zijn twee locaties in de buurt van Lobith aan de overzijde van de rivier. Ook kwam ik net over de grens in Elten en bij Aerdt  onder Oud-Zevenaar. Maar Lobith bleef een plaats die vooral in mijn gedachten bestond en dan verandert zo’n plaats uit de geschiedenis al snel in een mythologisch oord.

Afijn, Lobith dus, op 2 maart 2021. Ik trof er welgeteld twee bouwwerken aan die daar al in de tijd van mijn voorouders stonden: het gereformeerde kerkje en de schipperspoort. Dat poortje is het allerlaatste overgebleven restje Tolhuis. Gelukkig hebben we het schilderij uit 1672 nog.

Wandeling in de mist

Na het zoveelste wandelrondje in de buurt ben ik toe aan iets nieuws. Maar buiten is het koud, nat en mistig, dus blijf ik liever thuis. Jammer, want deze elementen bieden juist een ongebruikelijk perspectief. Vandaag moest ik op pad en hierdoor besefte ik gelijk hoe aangenaam mist ook kan zijn. Mist verkleint ons blikveld, vervaagt felle kleuren en dempt ieder geluid. Dat is soms prima, want daardoor verdwijnt ook alle ruis. Deze foto’s geven een impressie van de wandeling terug naar huis.

Zwanenbrug over de St Jansbeek in park Sonsbeek, Arnhem.

Fietspad tussen de beuken op Mariëndaal.

Doorkijkje spoortunnel landgoed Mariëndaal.

Wat vrouwen soms uithalen

We hebben al driekwart afgelegd van mijn favoriete landgoedwandelroute, mijn oude vriendin en ik. Wanneer zij haar smartphone tevoorschijn haalt en mij de zojuist afgelegde route op het scherm laat zien. Dat zij ons traject heeft getrackt, komt voor mij als een verrassing. Op dat moment voel ik er weinig bij. Maar veel gidsen van wandelgroepen vinden het minder prettig als meelopers hun zelfbedachte routes vastleggen.

Heb ik een fout begaan? Tenslotte heb ik ook jarenlang aan iedereen verteld hoe geweldig ik Australië vind. Daar begon ik mee in 1986, toen er nog amper iemand voor vakantie heen ging. En kijk nu eens. Onderhand viert bijna elke student een tussenjaar in dat land. Ik had mijn mond moeten houden, want zo heb ik aan een enorme CO2-uitstoot bijgedragen.

Of neem die rondreis in Madagaskar, zestien jaar geleden. Het was een groepsreis van SNP en daar zaten een paar vinnige meiden bij. De ‘leukste’ (te merken aan de reacties van de mannen) was behoorlijk bijdehand. Als Brabantse droeg ze een aura van gezelligheid mee. En ze had uitzonderlijk veel interesse voor het werk wat ik toen deed.

Geleidelijk schakelde ze van een belangstellend vraaggesprek over op een vorm van uithoren. En twee jaar later dook zij als nieuwe kracht op bij mijn toenmalige werkgever, in een sector waar je moeilijk tussen komt. Kennelijk was mijn informatie haar goed van pas gekomen. Ze kwam binnen op een andere afdeling en heeft nooit meer met mij contact opgenomen.

Mijn oude vriendin en ik kennen elkaar twintig jaar. Tien jaar geleden voerde ik via payrolling een project uit bij haar werkgever. Daar werkte ook een Brabantse vrouwelijke collega als zzp’er, die bijzonder geïnteresseerd was in ons gedeelde verleden. De oude vriendin en ik hebben allebei veel gereisd en een enigszins alternatieve kijk op het leven. Steeds wanneer ik voor een pauzewandeling naar buiten ging, wilde die collega mee.

Dat zij later een vergelijkbaar geintje ging uithalen als haar provinciegenoot van die groepsreis, zag ik dus al aankomen. En daar zit ik niet mee.

Alleen vind ik het nu toch wat minder dat ik mijn oude vriendin heb laten zien waar de mooiste paddenstoelen langs de route groeien. Het is er sinds coronatijd al druk genoeg.