Plog – Rietlandschap in de Achterhoek, of de Liemers

Dit jaar staat de Achterhoek op mijn wandelprogramma. De Achterhoek is ruwweg het gebied ten oosten van Zutphen en Arnhem tot de Duitse grens. Ik beschouw het als één van de laatste mooie regio’s van Nederland waar nog veel te ontdekken valt. Je moet er alleen wel snel bij zijn.

Deze week ging de rondwandeling van Zevenaar langs Oude Rijnstrangen naar het Pannerdensch kanaal. In deze streek (feitelijk: de Liemers) liggen uitgestrekte rietvelden en graslanden waar duizenden ganzen en zeldzame vogels broeden.

Op een moeraslandje hoorde iemand een plons en zag ik een beverspoor. Te herkennen aan een modderig pad dat tussen het riet naar het water leidt. ’s Avonds meldde een nieuwsbericht dat de bever zijn territorium uitbreidt in Gelderland.

Ik ken dergelijk rietland uit Zuid-Holland en had dit niet in het oosten verwacht. Het oogt vertrouwd en tegelijk anders. Bijvoorbeeld door de kleur van de aarde en de vorm van de naburige stallen. Zelfs de kracht van de wind bovenop een dijk voelt zachter en warmer. Alles lijkt milder, terwijl het hier harder vriest. En de vliegtuigen ontbreken. Soms hoor je enkel het kalme getuf van een onzichtbaar vrachtschip verderop, dat zich een weg baant door een kromming van het land. Alleen de geur van gierwagens is overal hetzelfde. De boeren hadden het er druk mee.

Juist zij bezorgen mij een gevoel van urgentie. Want daar gaan ze weer, met hun te zware machines over de kwetsbare bodem. Het grasland naast de Oude Rijnstrangen is nu al te droog en de grondwaterstand te laag. Bovendien wordt de A15 verlengd. Die snelweg komt straks precies in dit gebied over het Pannerdensch kanaal heen. Need I say more? Ga dat zien, voordat de rust voorgoed verdwenen is.

Plog – Doorgroefd landschap van boomschors

Je wandelt door een park en ineens valt het je op: ‘Wow, wat heeft die boom een bijzondere schors!’ Van dichtbij gezien vormt de structuur een waar landschap. Daarom neem je er een foto van. Maanden gaan voorbij, wanneer je opnieuw een fraaie boomschors ziet. Van een andersoortige boom deze keer. En weer neem je een foto.

Vandaag viel mijn oog op de prachtige schors van een grove den. Dit was de derde en nu is het raak. Zo ontstaat dus een thematische fotoserie. Meer specifiek gaat deze serie over boomschorsen en/of –basten. De bast zit namelijk direct onder de schors en bij sommige bomen zijn ze tegelijk of apart zichtbaar.

Als eerste verschijnt de schors van de roodbruine grove den, mooi dooraderd met mos. Hij staat in de buurt van de Duizendjarige Den in het bos van Wolfheze. Toevallig weerspiegelt deze schors de structuur van het omliggende terrein, want dat is evenzeer gelaagd en doorgroefd met kunstmatige beken voor de vroegere papierindustrie.

Plog – Onder is boven langs dit spoor bij Arnhem

Al decennialang vind ik de regio rond Arnhem bijzonder. Vanuit Leiden kwam ik er weleens met de trein. Onderweg verandert het uitzicht geleidelijk van weilanden-met-slootjes in velden-met-bosgrond. Na Ede-Wageningen begint het glooiende terrein. Hier verschijnen grote aaneengesloten bospercelen. Helemaal buitenlands wordt het voordat je in Arnhem aankomt. Want daar moet de trein eigenlijk een stuwwal op. Hij verdwijnt echter in een diepe aardenwallen sleuf, min of meer ondergronds. Die sleuf is zo diep, dat je als passagier geen buitenlucht meer ziet. Vervolgens komt de trein vlak voor het station weer boven.

Tegenwoordig wandel ik af en toe om die aardenwallen sleuf heen. Twee spoorbruggen verbinden de wallen, zodat je een rondje kan maken van brug naar brug. Je passeert er een woonwijk, een speelweide, een laan met vrijstaande huizen en de Airborne begraafplaats. Maar het mooiste vind ik de rand van landgoed Boschveld met akkers en bospaden. Op het hoogste punt ligt het spoor hier circa vijftien meter diep. Daarvoor is in de negentiende eeuw met schep en kruiwagen een enorme berg grond uitgegraven.

Op deze foto’s is de ondergrond boven en het spoor beneden. Een rondje van spoorbrug naar spoorbrug in Oosterbeek. Nu de bomen kaal zijn, kan je zelfs de overzijde zien.

Naar de sportschool

Het jaar is net begonnen en er wordt een interessante activiteit aangekondigd. Zo’n sportactiviteit waarvan je denkt: ‘Dat zou ik nu eindelijk eens moeten proberen.’ Vol goede moed geef je je op en daarna vergeet je het weer. Totdat je een bladzijde in je agenda omslaat en ineens de betreffende datum ziet. ‘S**t,’ denk je dan, ‘heb ik mij dáár voor aangemeld? In een spòrtschool …? Ik? Dat kan niet waar zijn!’ Maar het is echt zo.

Wat een ellende. Ik heb er gewoon slecht van geslapen. Wie meldt zich nu aan voor een fitheidstest op zondagochtend? Het moet gezegd: bij aanmelding leek het best aanlokkelijk. Vanuit de gemeente wordt dit speciaal voor 50-plussers georganiseerd. Wel was een minpuntje dat die test zou plaatsvinden in een sportcomplex in een ander dorp. Maar dat is met twee buslijnen bereikbaar, dus dat mocht geen bezwaar zijn.

Zoiets is dan wel buiten mezelf gerekend, want ik maak elke sportactiviteit vanzelf ingewikkeld. In de bevestigingsbrief staat namelijk dat ze soepele kleding aanbevelen. En je mag de sporthal alleen met schone schoenen betreden. Die moeten bovendien lichte zolen hebben. Kijk, dat is een probleem. Want ik heb wel vijf paar wandelschoenen voor alle weersomstandigheden en ondergronden. Maar de vloer van een sportzaal zit daar niet bij. En ik hou van zwart, hè. Enkel mijn crèmekleurige ballerina’s kunnen er enigszins mee door. Alleen zijn die bedoeld voor stadswandelingen.

Dan de kleding. Als je zo van de voordeur hop in je auto stapt, kan je gerust je badpak aantrekken. Handdoekje omslaan en klaar. Maar ik moet met openbaar vervoer. En de enige bus die op het juiste moment daar bij de sporthal aankomt, stopt aan de andere kant van ons dorp. De halte is wel een kilometer lopen. Daar worden schoenen vuil van.

Even terug naar de kleding. Ik laat mijn spullen niet graag onbewaakt achter. Dus waar stop je je smartphone? (Nodig voor de route en de bustijden.) Waar laat je je huissleutel? Is het beter om portemonnee en pasjes etui thuis te laten? (Dan wel het pasje voor openbaar vervoer meenemen.) Zouden er kluisjes zijn? Zo ja, gaat daar een euro in? (In dat geval muntgeld meenemen, en wat papiergeld voor de zekerheid.) Of krijg je het sleuteltje zo mee? (Nogmaals: waar laat je dat?) Ik wil graag iets aantrekken met zakken waar sleutels in passen. Alleen hebben mijn leggings geen zakken, terwijl leggings in alle opzichten ideaal zijn.

Et cetera.

En wat denk je van de weersverwachting? Dat is ook een complicerende factor. Want ’s nachts in bed kan ik het gekletter al horen. Er wordt zeer veel regen en wind voorspeld. Voordat ik straks de bushalte bereik, ben ik al verwaaid en doorweekt. Zo wil je toch niet verschijnen?

Nou ja, ik ben dus geweest. Het was best aardig. Op een gegeven moment zat ik met een rijtje vijftigers op een bankje herinneringen op te halen aan de gymlessen uit onze jeugd. ‘Apenkooien’ was het sleutelwoord. Dat vonden we allemaal leuk.

Mijn aversie tegen sportscholen is direct herleidbaar naar de middelbare-schooltijd. Die periode waarin je als de dood bent dat je afwijkt. Afwijkt waarvan, weet ik niet. Het gemiddelde of zo? Ik heb geen idee hoe dat gemiddelde er uit ziet.

Daarom kon het mij vandaag weinig schelen. En plein public ben ik in mijn legging en korte rokje helemaal vanaf de halte aan de andere kant van het dorp terug naar huis gewandeld. Geen mens dat onderweg raar naar mijn benen keek. Ze zien er toch wel normaal uit, geloof ik.

De zeven diehards en de zeven watjes

Vandaag werd weer eens duidelijk hoezeer het Nederlandse volk is gedegenereerd. We gingen namelijk wandelen en volgens Buienradar zou het een beetje gaan regenen. Er was inderdaad een beetje motregen, gevolgd door een beetje meer regen en een beetje minder regen, enkele bijna droge minuten en daarna weer langdurige motregen. We zouden met zijn veertienen op pad gaan. Uiteindelijk kwamen er slechts zeven wandelaars opdagen. Belachelijk toch?

Wie zijn nu de zeven diehards? Allereerst de kaartlezer en zijn vriendin. Verder is er een Friezin. Friezen zijn stijfkoppen die zich niet laten weerhouden. Nummer vier is een ouwe taaie. Da’s een vrouw op leeftijd die altijd pruttelt en achteraan loopt, maar wel volhoudt. Ook wandelen twee ex-militairen mee, een man en een vrouw. Zij zeuren nooit en blijven opgewekt in weer en wind. En vanzelfsprekend ben ik er bij.

Ik weet ook wie de zeven anderen zijn, ze staan op een lijst. De watjes. Die spelbrekers. Dat zooitje losers. Die kwezels zonder karakter. Die weekdieren zonder ruggengraat. Bah. Als ze maar niet denken dat ze ooit nog bij mij hoeven komen met verhalen over hun zogenaamde ‘wandelexpedities’. Want ik onthoud alles. Stelletje afvalligen.

Overigens hebben we genoten van koffie met taart bij de open haard van een monumentale herberg in Bronkhorst. Het was er heerlijk warm en na de wandeling smaakte alles extra lekker. Wat jammer toch dat die zeven dat nu hebben moeten missen.

Op het juiste pad blijven

Tijdens een wandeling in de omgeving van Almen stuiten we op dit mooie pad. Het wordt geflankeerd door welig diepgroen mos waar zonlicht zacht overheen strijkt. Aan weerszijden liggen ondiepe sloten. Je kan hier niet verdwalen; dit pad leidt je vanzelf in de goede richting. Veel landgoederen hebben dergelijke laantjes, al dan niet afgebakend door water. Zelfs een blinde vindt hier vlot de weg. Want zodra je afwijkt, geeft de veranderende ondergrond aan dat je beter naar het midden terug kan gaan. Het is bijna ideaal.

Dergelijke lanen stammen uit een periode waarin het leven strikt werd gereguleerd. Je hoorde bij een specifieke klasse of groep en daar paste een tot in detail omschreven leefstijl bij. Makkelijk zat. Hoefde je nooit te twijfelen. In onze tijd vind je dit alleen nog zo sterk binnen extreme stromingen van ideologieën en religies. Duidelijkheid over de juiste weg heeft een grote aantrekkingskracht op mensen die zoekende zijn. Vooral wanneer ze in onzekerheid leven of in verwarring zijn.

Ik wandel ook wel graag over deze paden. Met name wanneer ik mijn gedachten de vrije loop wil laten. Dan hoef ik tenminste niet na te denken over welke kant ik op zal gaan.