Impressies van het defilé Wageningen 2019

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 04Op Bevrijdingsdag bezocht ik Wageningen voor het defilé van de veteranen. De stemming zat er goed in, zowel bij hen als bij het publiek.

Vermoedelijk komen er veel mensen op af die iets met defensie hebben. Of hadden. Naast mij stond een paar dat uit Den Helder afkomstig was.

 

Er reden tanks en oude legervoertuigen voorbij. Het paste allemaal maar net in het smalle straatje. Dit defilé is best aandoenlijk, vergeleken bij grootschalig Russisch machtsvertoon. De mevrouw naast mij beaamde dat: ‘Daar doen ze het vanuit plicht, hier vanuit gevoel.’ Het leek mij een rake observatie.

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 11

Ik zag diverse bekenden. Mathilde, van het blog Sprokkelen, stond aan de overkant. En er passeerde een museaal voertuig met het vertrouwde wapen van Leiden, mijn oude stad.Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen Leiden

En jawel hoor, daar kwam de Band Of Liberation al aan. 3 Oktober, 3 oktober! Oh nee.Band of Liberation in Wageningen

Ga eens op Bevrijdingsdag naar het defilé in Wageningen. Na afloop kan je bij bands op podia in de stad nog uitgebreid feestvieren.

Applaus voor militairen

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 09

Voor het eerst ga ik op Bevrijdingsdag naar Wageningen toe. Ik sta langs de route van het defilé; Hotel De Wereld is vlakbij. Zodra de eerste militairen naderen, begint het publiek te applaudisseren. Van de weeromstuit klap ik mee. Terwijl het toch niet mijn gewoonte is om te klappen wanneer ik militairen zie.

Militairen in het straatbeeld ken ik alleen van mijn verblijf in post-conflictgebieden. Van die oorden in het Midden-Oosten, waar ze met machtsvertoon over de gewapende vrede heersen. En in Afrikaanse landen, waar je militairen liever omzeilt. Want je weet nooit.

Ik weet hoe echte explosies klinken, in de verte. En ik weet dat je binnen moet blijven als de bevolking of de ambassade dat zegt. Verder reikt mijn ervaring niet met levensbedreigende conflicten. Ik was geen lid van de belangrijkste risicogroep. Of ik hoorde bij de ‘goeden’. Maar je weet het nooit, in dat soort oorden. De situatie kan zomaar veranderen. En misschien hebben ze geld nodig.

Je weet evenmin wat ze hebben meegemaakt en wat ze hebben gedaan. De mensen in het defilé zijn de ‘goeden’. Terwijl op bordjes namen staan van landen die vragen bij mij oproepen. Nu, met de huidige kennis van onze koloniale geschiedenis. In hun tijd werd daar anders tegenaan gekeken. Zij deden hun plicht en wat goed was.

Het moet wat met je doen, als je een wapen in handen hebt. Militairen hebben hun eigen codes en hun trots. Ik zou voorlopig niet zonder militairen willen.

Militairen hebben hun trauma’s. Ze zijn zelf pionnen op een schaakbord. Ze doen het vuile werk voor ons. Hoe lang nog?

Grenzen in de Wageningse uiterwaard

We zitten op het gras van het Belmonte Arboretum in Wageningen. In haar vorige baan had ze contact met asielzoekers. Hun verhalen hebben haar blikveld verruimd. En dankzij haar Zweeds-Nederlandse afkomst is ze al gewend om breder te kijken dan mensen uit een monocultuur. Herkenbaar. Ik ben gefascineerd door grenzen, snijpunten en tegenstellingen. Alsof het ene nodig is om het andere te definiëren. Wat later maak ik een wandeling over het dijkje langs de uiterwaard.

Nederland zit vol grenzen, gevormd door denkbeelden, lijnen en dijken. Ook hier in dit natuur-gebied pal naast de stad. Er staan hekken (met overstapjes). Er is schrikdraad (‘Pas op! Schrikdraad.’) Er ligt een strook asfalt (voor de fietsers) en er zijn paadjes (voor de wandelaars). Mocht je twijfelen; geen nood. Voor alle duidelijkheid staan overal bordjes bij, met verboden of aanwijzingen.

Ons land is eeuwenlang door mensenhanden geboetseerd, gekneed en in een mal gegoten. Op de speciaal daartoe aangewezen plaatsen mag het nu verruigen. Maar vaker moet het strak in het gareel blijven. Ik ben opgegroeid in een gebied waar elke vierkante centimeter een economisch doel heeft. Daarom hou ik van het ruige gebied in deze uiterwaard. Tegenstelling dus. Bovendien zit het hier vol grenzen en snijpunten.

Creëer je door de lens van je camera een tunnelvisie, dan waan je je in een wildernis. Alsof er geen stad achter je ligt. En alsof er geen oude steenfabriek is, of moderne industrie. Verpruts je daarbij je scherpe foto’s door ze op te slaan in een te lage resolutie, dan zie je ook geen hoogspanningsmasten meer. Da’s toch weer handig.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting. Oeps, aanwijzing.)

Naar Wageningen op stakingsdag

In onze regio staken de chauffeurs van het openbaar vervoer. Maar op een aantal lijnen rijden ze toch. Zoals busdienst 352 naar Wageningen, waar ik vandaag heen wil. Alleen zullen er minder bussen zijn. ‘We zien wel, denk ik, en wandel naar de halte. Het is een risico.

De bus is ruim op tijd en grotendeels leeg. De heenrit gaat voorspoedig. Na een wandeling met bekenden ben ik weer bij een halte aan de rand van Wageningen. Nu wordt het afwachten. Komt de bus naar Arnhem: ja of nee. Ik zou niet graag het hele eind naar huis willen lopen.

De halte staat naast een drukke weg en er wacht al een jonge metalhead. Onderuitgezakt luistert hij naar muziek op zijn telefoon. Na verloop van tijd wordt hij onrustig; hij moet op tijd in Arnhem zijn. Ook bezorgt deze locatie ons een dubbel gevoel. Want het verkeer raast continu langs ons heen, terwijl wij niet verder komen.

Geen bus te zien op de weg. Op het elektronische informatiebord passeert trouwens wel de ene na de andere bus. ‘Nog 8 minuten’, ‘nog 6 minuten’, ‘nog 3 minuten’, nog 2, ‘bus vertrekt’, weer: ‘nog 2 minuten’, ‘nog 1 minuut’. Vervolgens verschijnt – – en schuift de bus daaronder naar boven. ‘Nog 12 minuten’, enzovoort. Daar zitten we dan.

Ik wil niet als verstekeling in Wageningen achterblijven. Dus wat is wijsheid? Hier wachten of naar het busstation lopen? Daar vertrekt lijn 88 van een andere maatschappij naar het treinstation. Als die bus rijdt, tenminste. Maar o wee als ik naar het busstation wandel en bus 352 mij passeert. En stel dat de volgende pas over drie uur gaat? Hm.

Na een half uur vraag ik aan de metalhead hoe lang hij al wacht. Tien minuten langer. Opnieuw verspringt de aangekondigde tijd van – – naar ‘Nog 12 minuten’ . Het is genoeg geweest. Hij geeft het op en haalt zijn fiets van het slot. Terwijl ik het erop waag en naar het busstation loop. Hopend dat de bus niet uitgerekend nu langs zal komen.

Het wordt een soort honkbalspel. Verderop is namelijk nog een bushalte. Even overweeg ik om er te blijven, maar ik loop toch door. Het is een gok. Daarom hou ik mijn ogen gefixeerd op het tegemoetkomende verkeer. Want als daar iets rozigs bovenuit steekt, moet ik razendsnel terug naar dit honk.

Juist wanneer ik een druk kruispunt heb gepasseerd, doemt alsnog het langverwachte roze op. Nu ben ik al een eindje voorbij de halte. Ik sprint terug, ren links en rechts kijkend door rood, dwars over een grasperk heen, al omziend naar de bus en wapperend met mijn pas, zodat de chauffeur mij niet passeert, voordat ik die laatste halte weer bereik.

Meer sport dan stress; niet slecht op een stakingsdag van het openbaar vervoer.

Je moet er wel oog voor hebben

In bepaalde opzichten ben ik zo’n ongelofelijke sukkel. Neem nou vandaag. We wandelen als groepje in ganzenpas over een pad op een stuwwal. Ik loop achteraan naast een nieuwe wandelaarster, wanneer twee joggers willen passeren. Zij roept naar degenen vooraan dat ze een beetje opzij moeten gaan. Een slanke man in zwarte sportkleding jogt voorbij, samen met een vrouw in een geel hesje.

Even later zien we ze weer naderen, nu van de andere kant. Kort daarna komen we die twee alwéér tegen. De wandelaarster naast me roept hen toe: ‘Drie keer is scheepsrecht. Dat wordt trakteren op koffie!’ Waarop de vrouw in het gele hesje reageert met een jolig antwoord.

Even is mijn wandelgenoot stil. Dan zegt ze: ‘Wat een mooie man. Die loopt hier zomaar los. Daarvoor moet je dus in Wageningen zijn.’ Hm, zo goed had ik hem nog niet bekeken. En volgens mij liep hij niet los rond. Er was toch een vrouw bij.

Ik wijs haar op de aanwezigheid van die vrouw. Maar zij heeft haar totaal niet opgemerkt. Vreemd. Voordat ik wat kan zeggen, praat zij alweer over iets anders, namelijk mannen en haar single status. Het valt me inmiddels wel op hoe vol ze is van zichzelf. En het scheelt dat ze interessante opmerkingen maakt, anders was ik al afgehaakt.

Maar die zin over die mooie man blijft hangen. Dat ik dat niet heb gezien. Ik kan mij zijn gezicht zelfs niet herinneren. Daar heb ik in het snelle voorbijgaan amper op gelet.

Eenmaal thuis, schiet mij een raadselachtig voorval van vroeger te binnen. Het gebeurde tijdens een boottocht in Venetië, waar ik met mijn toenmalige vriend was. Tussen de medepassagiers zat een Mediterraans stel van onze leeftijd. Ze benaderden ons en we raakten in gesprek. Meteen daarna begon de vrouw ongegeneerd met mijn vriend te flirten. Niet te weinig ook. Het was echt een bizarre vertoning. Alsof ik lucht was en alsof haar vriend niet bestond.

Mijn vriend bleef kalm, maar vond het zichtbaar gênant. Haar vriend en ik keken elkaar alleen maar aan. Hij met een schaapachtige grijns, alsof hij dit gedrag van zijn vriendin gewend was. Terwijl ik met een blik op haar alleen maar dacht: ‘Je krijgt hem zo toch niet.’ Achteraf vroegen we ons wel af wat er met dat stel aan de hand was.

Pas nu, 35 jaar later, valt bij mij het kwartje. Ik ben net als die twee vrouwen gewoon een beetje blind. Maar dan anders. Want toen ik die vriend leerde kennen, zag ik hem in het begin ook niet staan. Dat had onder andere te maken met zijn auto’s. Die hadden de verkeerde kleuren. De ene was fel blauw en de andere was wit. Ik heb daar niks mee.

Maar sinds kort staat er verderop in de straat af en toe een nogal ruige auto. Geen idee wat voor merk het is en van wie hij is. Maar hij is mat zwart. Ik vind hem echt woest aantrekkelijk.

Vliegveld Lelystad: zat Gelderland te slapen?

Toen ik gisteren de kaart met de nieuwste vliegroutes vanaf Lelystad zag, schrok ik me wezenloos. Maar liefst zes routes gaan over de provincie Gelderland. Waarvan drie op vijf tot tien kilometer van mijn woning. Ook krijgt de provincie er een nieuwe wachtlus bij. Blijkbaar vooral door toedoen van het assertieve Overijssel. Dat komt nu met slechts drie armzalige vliegroutes weg. Fijne buren, zeg.

Hebben ze soms zitten slapen in ons provinciehuis? Hadden ze werkelijk het idee dat hun beschaafde brieven serieus zouden worden genomen, daar in Den Haag? In de zienswijze van Gelderland worden slechts zorgen geuit. Plus de hoopvolle verwachting dat de regering vanwege de Veluwe geen afbreuk zal doen aan paragraaf 3.5 Leefomgeving in het regeerakkoord. Onze provincie had met de vuisten op tafel mogen slaan en met voorstellen mogen komen, als je het mij vraagt.

Gelderse provinciebestuurders zijn véél te lief (of naïef). Twee routes gaan toch wel dwars over ons nationale park heen. Precies zoals de regering over de provincie en de hele Nederlandse bevolking heen walst. Met name zodra men de hijgende adem in de nek voelt van het grootkapitaal op Schiphol. Dat is nooit anders geweest. Met 22 jaar bewonerservaring onder de rook van de Kaagbaan weet ik wat beloftes waard zijn.

Ondertussen denk iederein an zèn ège, in goed Haags. De Flevopolder is boos over het uitstel. Terwijl wethouder Leon Meijer van de gemeente Ede de victorie kraait. Want twee routes zijn nu oostwaarts verlegd en gaan niet langer over zijn gemeente heen. Gefeliciteerd ermee. Wedden dat de rust in Ede van korte duur zal zijn?

Dankzij meneer Meijer mogen Wageningen, Bennekom en de gemeente Renkum straks creperen. Want die krijgen dan het tweerichtingsverkeer dat eerder boven Ede was gepland. Toevallig was ik net in 2015 naar die omgeving verhuisd. Onder meer om van Schiphol af te komen.

Volgens minister Van Nieuwenhuizen is er zoveel mogelijk geluisterd naar de wensen van de omwonenden. Dat zal best. Maar ons land is gewoon te klein voor de grootheidswaan van het bedrijfsleven. Dat is de kern van het probleem en juist daar doet niemand wat aan.

Bron afbeelding: de Volkskrant/maps4news – tb/wm Bron: rijksoverheid.nl.