Liefdewerk oud papier

Buren vragen wat er straks gebeurt met de collages, nu de einddatum van de foto-expositie nadert. Een bewoonster informeerde twee weken geleden al naar de lijsten. Ze schildert en noemt zichzelf ‘kunstenaar’. Zelf heeft ze de expositie nog niet bezocht en evenmin daarvoor fotomateriaal ingeleverd. Onze fondsenwerver vindt dat we de hele expositie aan de sponsor moeten overdragen. Als dankbetuiging en donatie. Want, zo meent hij, ‘die stichting heeft financieel de grootste bijdrage geleverd aan de expositie.’

Gisteren bracht hij het voor de tweede keer ter sprake. Deze keer tijdens een bijeenkomst waar leden van de feestcommissie en andere bezoekers bij zaten. Het bezorgde mij nogal een kater.

Want ik beschouw de collages als het gezamenlijke ‘erfgoed’ van de huidige en toekomstige bewoners van onze straat. Daarom moeten ze voor iedereen toegankelijk blijven. Gaan de collages naar de sponsor toe, dan verdwijnt alles uit beeld. Het Gelders Archief is naar mijn mening een veel betere bewaarder.

Bovendien rust er copyright op alle foto’s en collages. Daarom kan niets worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van alle makers of eigenaren. Zeker twintig mensen hebben materiaal aangeleverd, maar veruit de meeste foto’s heb ik zelf genomen of verzameld. De volledige organisatie en samenstelling van de expositie lag bij mij. En dan zou de sponsor de ‘grootste bijdrage’ hebben geleverd? Er zit een zee aan tijd in van mij.

Sommige mannen uit de bestuurderswereld beseffen pas werkelijk wat je vrijwillig hebt bijgedragen, wanneer je je werk voorziet van een prijskaartje. Daarom heb ik onze fondsenwerver een e-mail gestuurd met mijn plan voor de toekomstige bestemming van de expositiematerialen. Ik heb er een rekensommetje in opgenomen van al mijn uren x mijn vroegere zzp-tarief. Dit voor het geval de sponsor ‘eigenaar’ van de expositie wil worden.

Behoefte aan wijsheid

Het is nog vers en het voelt onwennig. Maar ik merk dat diverse mensen mij de rol van ‘wijze’ vrouw toekennen.

Wellicht komt dit door de woelige tijd waarin we leven. Er is behoefte aan duiding door iemand die stabiliteit uitstraalt. En tegenwoordig is het al een verdienste wanneer je niet met de waan van de dag meewaait.

Bij anderen kom ik in beeld door de foto-expositie die ik heb georganiseerd. Hierdoor zien buren en bibliotheekmedewerkers wat ik kan bedenken en heb gepresteerd. Vaak bouw je pas krediet op wanneer je iets doet wat voor anderen betekenis heeft.

En sommige mensen willen gewoon weer even kind zijn. Zodat een ervaren persoon de leiding neemt en de richting aangeeft.

‘Wijsheid’ is vaak gebaseerd op werk- en levenservaring. Dat bouw je op door vallen en opstaan. Zoek je een handzame leidraad? Leef je in, stel vragen en denk zelf na.

Een puntgaaf chilipepertje

Hij ligt buiten op het lage muurtje, naast de winkelwagens van de super-markt. Een rode chilipeper met een groene stengel. Hij is puntgaaf en vast door iemand vergeten. Of misschien gevallen bij het boodschappen overhevelen. Tegen het ruwe grijs van de betonnen muur steekt hij prachtig rood glanzend af. Er hangt geen naamlabel aan, dus stop ik hem in mijn tas.

Ik doe een mondkapje op, pak een wagentje, ontsmet mijn handen en ga naar binnen. Het is een filiaal van Albert Heijn. Melk, vlees, groenten, iets voor bij de koffie, brood, etc. Bij de zelfscankassa reken ik af. Vervolgens open ik het poortje met de barcode op de uitgeprinte kassabon. Even stop ik bij het prikbord en kijk daar rustig rond. De aankondiging van de foto-expositie hangt er nog. Daarna wandel ik naar buiten.

Pas thuis, wanneer ik alles opruim en het pepertje weer opduikt, besef ik waaraan ik ben ontkomen.

De minder zichtbare scheidslijn

Bij de voorbereiding van de expositie stel je je voor hoe het zal lopen na de opening. Je denkt na over de inhoud en de vorm van de presentatie. En je schrijft teksten die van de collages een samenhangend geheel maken. Maandenlang bekijk je foto’s door de ogen van denkbeeldige bezoekers. Je ziet hen voor je. Hoe ze halt houden bij elke collage. Hoe ze daar naar wijzen en zeggen: ‘Goh, kijk, daar staat Marietje.’ Of: ‘Weet je nog …?’

Je verwacht trouwens dat er verschillende belangstellenden zullen verschijnen. Huidige en vroegere buurtbewoners. Evenals mensen van wie hier familie heeft gewoond. Zij zijn benieuwd naar hoe hun straat zal worden getoond. Daarnaast verwacht je andere dorpsbewoners en bezoekers die in geschiedenis geïnteresseerd zijn. En je hebt mensen uitgenodigd van wie je foto’s hebt gekregen, zoals makelaars en archiefmedewerkers.

Je weet dat bepaalde zaken onzichtbaar zullen blijven. De dieper liggende onderlinge relaties en de onbenoemde situaties. Dus kleur je zorgvuldig binnen de lijntjes om overal buiten te blijven.

Je creëert voldoende publiciteit en het resultaat mag er zijn.

Toch blijft het op de eerste dagen rustig. Heel rustig. Geleidelijk aan begin je het onzichtbare te zien. Ouderen durven niet langs te komen uit angst voor corona. En de ‘arbeiders’ uit de oorspronkelijke bevolking moeten de kost verdienen. Zij hebben meer te doen. Diverse buren zijn schuchter of verlegen. Zij komen zelden buiten hun vertrouwde kring. Sommigen van hen moet je persoonlijk uitnodigen, anders komen ze niet.

Maar er speelt nog iets. Vandaag sprak ik iemand van de sportclub, die hier geboren en getogen is. Zij woont aan de overzijde van de weg die het dorp door midden snijdt. Zij woont in het welvarende deel.

De weg is een N-zoveel, met zebrapaden en stoplichten. Je kan er makkelijk oversteken. Alleen niet als je bent opgegroeid in het welvarende deel. Want dan blijft de overzijde een gebied waar je niets te zoeken hebt. Te rauw. Althans, dat is nog steeds het heersende idee.

‘Wat is er eigenlijk zo bijzonder aan jullie straat?’, vroeg zij aan mij. Nou, precies dit: ‘Dat er van oudsher arbeiders wonen en die komen hier nooit in beeld.’

Doet AH aan profiling?

Bij de zelfscankassa van Albert Heijn is het voor de vijfde keer raak sinds corona uitbrak. Op het display verschijnt een melding dat ik moet wachten op een medewerker. Kort daarna staat er iemand naast mij: tassencontrole. Er is niets aan de hand, maar ik voel mij ongemakkelijk. Want hoe komt het dat ik er zo vaak wordt uitgepikt?

‘Ik’ is hier misschien te persoonlijk opgevat. Het is logisch dat er af en toe controles zijn. Waarschijnlijk verschijnen die meldingen willekeurig om de zoveel klanten en dan is deze frequentie gewoon toeval. Alleen … is dat wel zo?

Bij de tweede keer vertel ik de medewerkster dat het opmerkelijk wordt. Het is een vaste medewerkster, afkomstig uit Oost-Europa. Volgens haar ligt het ‘aan het systeem’. Oei. Zo’n standaardreden, uit de mond van iemand uit een voormalige communistische regio. Daar krijg ik acuut onaangename associaties bij.

Bovendien bestaat er niet zoiets als een neutraal systeem. Achter elk systeem gaan algoritmes schuil die door mensen van vlees en bloed ontwikkeld zijn. Dus welke criteria zijn er van hogerhand ingevoerd? Zij wijst op het toeval van een selectie ‘at random’.

Bij de derde keer vertelt een andere medewerkster dat het kan liggen aan mijn bonuskaart. Heb ik daar iets aan gekoppeld? Jawel, een Air Miles kaart. Zij raadt aan om een nieuwe bonuskaart te gebruiken, omdat er soms problemen zijn wanneer er airmiles gekoppeld zijn. Hier wacht ik nog even mee. Thuis check ik eerst wat Albert Heijn weet over mij. Voornaam, e-mailadres en woonadres. Dat is alles wat mijn klant‘profiel’ op internet laat zien.

Bij de vierde keer ben ik het zat en doe ik mijn beklag bij de servicebalie. Een medewerkster geeft mij het telefoonnummer van de filiaalmanager. Wanneer ik hem bel, weet hij niet hoe snel hij mij moet doorverbinden met een kassamedewerker. Deze medewerker vertelt na enig aandringen dat iemand vaker kan worden geselecteerd in geval van een eerdere ‘foutieve controle’. Hm, nu wordt het interessant. Ik heb nooit een ‘foutieve controle’ gehad. Bij mijn weten, althans.

Volgens diverse winkelmedewerkers kunnen zij niets doen om het probleem te verhelpen. Daarvoor moet ik contact opnemen met de klantenservice van Albert Heijn. Ik vraag aan enkele kennissen of zij regelmatig controle krijgen. Dat blijkt niet het geval. Enkele dagen verstrijken en prompt krijg ik bij het eerstvolgende winkelbezoek wéér controle!

Na die vijfde keer bel ik alsnog met de klantenservice van Albert Heijn. De medewerkster hoort mij aan en wijst eveneens op de willekeur van het systeem. Volgens haar kan niemand in de winkel via mijn bonuskaart mijn gegevens zien. En de zelfscankassa kan dat evenmin.

Nu is er één probleem: dit geloof ik niet meer. Ik denk dat Albert Heijn aan ‘profiling’ doet en mijn straat te min vindt. Zo ver is het nu dus al gekomen.

Of zou het toch aan die gekoppelde Air Miles kaart liggen? (Maar als dat een algemeen bekend probleem is, waarom lossen ze het dan niet op? En waarom krijg ik regelmatig de standaardvraag of ik airmiles wil verzilveren, waarna ik op ‘Ja’ klik en dan lees dat er onvoldoende saldo is? Volgens de kassamedewerker is dat ‘normaal’ in het systeem. Hier kunnen de winkelmedewerkers ook niets aan veranderen.)

Of zou ik te veel ‘ongebruikelijke’ bewegingen maken bij de zelfscankassa? Zoals: een lege tas uit een lege tas halen. Of: de bonuskaart uit mijn portemonnee vissen en daarna diezelfde portemonnee in mijn jaszak stoppen. Of, nog gekker: met een struikje broccoli naar de weegschaal lopen voor een prijskaartje met een streepjescode. Camera’s registreren tenslotte alles. Hoeveel ‘unauthorised movements’ zou je mogen maken bij de zelfscankassa voordat je als ‘suspect object’ wordt aangemerkt?

Echt, na vijf meldingen ga je de raarste dingen verzinnen. Maar ik heb inmiddels wel van de klantenservice begrepen dat de winkelmanager de ‘strengheid’ van het controlesysteem zelf kan instellen.

Zo druk je die plannen er wel door

Vergaderen lijkt zo eenvoudig. Je zit met wat mensen om tafel en bespreekt een aantal zaken. Daarbij volg je een agenda. Om de beurt vertel je wat je doet en lever je professionele input. Wanneer iemand spreekt, luisteren de anderen. Daarna neem je gezamenlijk besluiten. Je verdeelt nieuwe taken en noteert belangrijke afspraken. Dat is alles. De vergaderingen van ons vrijwilligersclubje echter, verlopen een beetje anders. Wat zeg ik? Het is totale chaos!

Persoonlijk vind ik dat je eerst een opleiding psychologie moet doen, voordat je aan vergaderingen begint. Want je denkt misschien dat het over de agendapunten gaat, maar dat is niet altijd zo. Het draait evenzeer om belangen, om gevoelens en om onuitgesproken verwachtingen. Bovendien brengt iedere deelnemer zijn eigenaardigheden mee. In dat opzicht helpt de Belbin test, en het bestuderen van de Roos van Leary.

Daarnaast vind ik dat een studie politicologie vereist is. Tenminste, wanneer je met door de wol geverfde types in een vergadering zit. Je zou het bij onze gemoedelijke vergadering niet verwachten, maar hier speelt de hogere kunst van het plannen erdoor duwen. En het gaat er soms behoorlijk slinks aan toe.

Wat bijvoorbeeld goed werkt, is een onrustige sfeer creëren. Sta midden in de bespreking van een agendapunt op om voor iedereen koffie te gaan halen. Of beter: hou met een of twee deelnemers onderonsjes, terwijl de vergadering gaande is. Dat leidt af en zorgt later voor twijfel. Dan kan je de volgende keer zeggen: ‘Oh, maar dat hebben we de vorige keer al besproken.’ Hoe chaotischer, hoe beter. Met wat geluk mist de notulist dan precies de besluiten die jou minder goed uitkomen.

Beter nog is om zaken voor te bespreken met een invloedrijk persoon. Je merkt snel genoeg wie dat is. En verwacht je van iemand een tegenstem, zorg dan dat de dwarsligger pas tijdens de vergadering informatie krijgt, terwijl de rest al op de hoogte is. Moffel kritieke punten diep weg in een tekst. Wellicht lukt het om je document meteen al in stemming te brengen.

Wat ook helpt, is dit. Benader een enthousiaste trainer en hou die een wortel voor. Beloof bijvoorbeeld ruimte voor exposure, ook al ga jij daar niet over. Vervolgens laat je de trainer met verve een workshopvoorstel presenteren. Dat vergroot de gunfactor. Degene die dan bezwaren uit, wordt vanzelf gezien als spelbreker.

Maar de beste manier is structureel elk tegengeluid negeren, en steeds opnieuw hetzelfde oude voorstel indienen. Desnoods drie keer. Stuur het gauw per ongeluk ongewijzigd naar een fonds voor subsidie. Dan kan je achteraf zeggen: ‘Oeps, het stond nog in het plan. En ze hebben het al goedgekeurd. Nu moeten we het wel zo uitvoeren.’

Ruim zicht boven op de stuwwal

Overzicht. Daar hou ik van. En van ruim zicht. Uitzicht. Inzicht.

Duidelijkheid en helderheid. Weten waar ik aan toe ben.

Vergezicht.

De zaak in de hand hebben. Er boven staan. Het voor zijn.

Niet te verwarren met verlangen naar controle. Dat is wat anders.

Luciditeit. Dat specifieke moment waarop het Raam Open gaat.

Laat mij maar lekker boven op de stuwwal staan.