Voorbereiding herdenking Operatie Market Garden

Het is 18 september 2020 en de tijd begint te dringen. De expositie is vrijwel klaar, maar ik heb nog één collage te gaan. Deze collage is extra en zal geheel over de stellingen of loopgraven gaan. Er is genoeg fotomateriaal uit de Tweede Wereldoorlog. Maar ik heb nu snel aanvullende informatie nodig, want de oudere bewoners bewaren hier geen herinneringen aan.

Ik probeer mij voor te stellen wat er vroeger in onze straat is gebeurd en wie daarover meer kan vertellen. Hier vlakbij zijn ook voorbereidingen aan de gang. Bij de Airborne begraafplaats is het vanwege de komende herdenking van Operatie Market Garden een drukte van belang.

Gemeentewerkers zetten alvast hekken neer bij toegangswegen. Takken worden gesnoeid en perkjes nog gauw even aangeharkt. En er rijden allerlei functionarissen rond in auto’s met buitenlandse nummerborden.

Voor de collage over de stellingen of loopgraven maak ik een fotoreportage. Als leidraad staat de scherpste luchtfoto op mijn mobiele telefoon. Daarmee volg ik wandelend vanaf onze straat de oude zigzaglijnen naar het noorden toe. Het wordt een beeldverslag van exact dezelfde locaties in 1944/’45 en in 2020. Vanzelf kom ik langs de begraafplaats, want die is bovenop de zigzaglijnen aangelegd.

Het is lastig foto’s nemen zo, met al die mensen en dat gekrioel. En er staat ook nog een legertent op een veldje dat ik moet fotograferen. Tien meter daarvandaan zitten mensen om een tafel heen. Sommigen van hen zijn in burger en anderen dragen legerkleding.

Zouden zij weten …? Zal ik …? Dit is wellicht een kans die ik niet mag laten gaan.

Vanaf het naastgelegen bomenlaantje betreed ik het veld waarop de tafel en de legertent staan. Direct voelt het ongemakkelijk aan. Alsof ik privéterrein betreedt en over een onzichtbare lijn ben gestapt. Een lijn waaraan een bordje hangt met het opschrift ‘Private property. Trespassing forbidden’. En het duurt lang voordat ik bij het groepje ben.

Scenario 1.

Wanneer ik dichtbij kom, kijken twee mensen kort op. Zonder verder mijn aanwezigheid te erkennen, praten ze door. Vergadering. Ik vang iets op over ‘tv’. Twijfelend sta ik een paar seconden stil en keer daarna weer om.

Scenario 2.

Wanneer ik dichtbij kom, kijken twee mensen kort op. Eén van hen vraagt: ‘Can I help you?’ Het is een Engelsman in uniform en ik toon hem de foto op mijn mobiele telefoon.

Daarop ziet hij in zwart/wit exact de locatie waar hij nu zit. Maar dan zoals het ruim 75 jaar geleden was, met stellingen of loopgraven. Ze houden net pauze en hij nodigt mij uit om bij hen aan te schuiven. Nieuwsgierig vragen ze hoe ik aan die foto kom. Maar helaas kunnen zij mij weinig over vroeger vertellen.

Scenario 3.

Wanneer ik dichtbij kom, kijken twee mensen kort op. Eén van hen vraagt: ‘Can I help you?’ Het is een Engelsman in uniform en ik toon hem de foto op mijn mobiele telefoon.

Daarop ziet hij in zwart/wit exact de locatie waar hij nu zit. Maar dan zoals het ruim 75 jaar geleden was, met de stellingen of loopgraven. Ze houden net pauze en hij nodigt mij uit om even aan te schuiven. Nieuwsgierig vragen ze hoe ik aan die foto kom.

Ik vertel dat ik binnenkort een historische foto-expositie organiseer, en deze foto heb gevonden in het archief. Kennen zij het verhaal achter die zigzaglijnen? Nou, zijzelf niet precies. Maar sinds kort onderhouden ze contact met een jonge Duitse archivaris, die gespecialiseerd is in militaire geschiedenis. En hij zou hier wel eens meer over kunnen vertellen.

Een bijna-loopgravenoorlog

Er dreigde hier even een loopgravenoorlog, maar die heb ik kunnen voorkomen. Serieus. Volgens mijn overbuurman, (al eeuwen inwoner van dit dorp en vaste chroniqueur van de plaatselijke geschiedenis), waren hier namelijk geen loopgraven. Maar als het geen loopgraven waren, wat zien we dan wel op deze luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog? Zijn maat herinnert zich evenmin een loopgraaf in de achtertuin te hebben aangetroffen. En zijn familie keerde als eerste terug na de evacuatie.

Daar sta je dan als ‘import’. Na een avond lang foto’s bestuderen begint mij iets te dagen. Misschien noemen ze deze kronkellijnen wel ‘stellingen’, en niet ‘loopgraven’. Stellingen zijn minder diep uitgegraven geulen waarin soldaten tot hun middel kunnen staan. Zelf zie ik er verder weinig verschil in. Maar er bestaat vermoedelijk een ongeschreven hiërarchie. In dat geval hebben loopgraven de status van zware tanks, en stellingen slechts de status van Jeeps. Zoiets.

Nou, mijn ‘stellingen’ zijn toevallig wel véél langer dan alle ‘bewezen’ loopgraven hier samen. Kílometers langer zelfs.

Morgen gaan we naar het archief, de overbuurman en ik. Dan zullen we het navragen. Ik ben heel benieuwd!

(Bron uitsnede foto: Gelders Archief.)

Doet AH aan profiling?

Bij de zelfscankassa van Albert Heijn is het voor de vijfde keer raak sinds corona uitbrak. Op het display verschijnt een melding dat ik moet wachten op een medewerker. Kort daarna staat er iemand naast mij: tassencontrole. Er is niets aan de hand, maar ik voel mij ongemakkelijk. Want hoe komt het dat ik er zo vaak wordt uitgepikt?

‘Ik’ is hier misschien te persoonlijk opgevat. Het is logisch dat er af en toe controles zijn. Waarschijnlijk verschijnen die meldingen willekeurig om de zoveel klanten en dan is deze frequentie gewoon toeval. Alleen … is dat wel zo?

Bij de tweede keer vertel ik de medewerkster dat het opmerkelijk wordt. Het is een vaste medewerkster, afkomstig uit Oost-Europa. Volgens haar ligt het ‘aan het systeem’. Oei. Zo’n standaardreden, uit de mond van iemand uit een voormalige communistische regio. Daar krijg ik acuut onaangename associaties bij.

Bovendien bestaat er niet zoiets als een neutraal systeem. Achter elk systeem gaan algoritmes schuil die door mensen van vlees en bloed ontwikkeld zijn. Dus welke criteria zijn er van hogerhand ingevoerd? Zij wijst op het toeval van een selectie ‘at random’.

Bij de derde keer vertelt een andere medewerkster dat het kan liggen aan mijn bonuskaart. Heb ik daar iets aan gekoppeld? Jawel, een Air Miles kaart. Zij raadt aan om een nieuwe bonuskaart te gebruiken, omdat er soms problemen zijn wanneer er airmiles gekoppeld zijn. Hier wacht ik nog even mee. Thuis check ik eerst wat Albert Heijn weet over mij. Voornaam, e-mailadres en woonadres. Dat is alles wat mijn klant‘profiel’ op internet laat zien.

Bij de vierde keer ben ik het zat en doe ik mijn beklag bij de servicebalie. Een medewerkster geeft mij het telefoonnummer van de filiaalmanager. Wanneer ik hem bel, weet hij niet hoe snel hij mij moet doorverbinden met een kassamedewerker. Deze medewerker vertelt na enig aandringen dat iemand vaker kan worden geselecteerd in geval van een eerdere ‘foutieve controle’. Hm, nu wordt het interessant. Ik heb nooit een ‘foutieve controle’ gehad. Bij mijn weten, althans.

Volgens diverse winkelmedewerkers kunnen zij niets doen om het probleem te verhelpen. Daarvoor moet ik contact opnemen met de klantenservice van Albert Heijn. Ik vraag aan enkele kennissen of zij regelmatig controle krijgen. Dat blijkt niet het geval. Enkele dagen verstrijken en prompt krijg ik bij het eerstvolgende winkelbezoek wéér controle!

Na die vijfde keer bel ik alsnog met de klantenservice van Albert Heijn. De medewerkster hoort mij aan en wijst eveneens op de willekeur van het systeem. Volgens haar kan niemand in de winkel via mijn bonuskaart mijn gegevens zien. En de zelfscankassa kan dat evenmin.

Nu is er één probleem: dit geloof ik niet meer. Ik denk dat Albert Heijn aan ‘profiling’ doet en mijn straat te min vindt. Zo ver is het nu dus al gekomen.

Of zou het toch aan die gekoppelde Air Miles kaart liggen? (Maar als dat een algemeen bekend probleem is, waarom lossen ze het dan niet op? En waarom krijg ik regelmatig de standaardvraag of ik airmiles wil verzilveren, waarna ik op ‘Ja’ klik en dan lees dat er onvoldoende saldo is? Volgens de kassamedewerker is dat ‘normaal’ in het systeem. Hier kunnen de winkelmedewerkers ook niets aan veranderen.)

Of zou ik te veel ‘ongebruikelijke’ bewegingen maken bij de zelfscankassa? Zoals: een lege tas uit een lege tas halen. Of: de bonuskaart uit mijn portemonnee vissen en daarna diezelfde portemonnee in mijn jaszak stoppen. Of, nog gekker: met een struikje broccoli naar de weegschaal lopen voor een prijskaartje met een streepjescode. Camera’s registreren tenslotte alles. Hoeveel ‘unauthorised movements’ zou je mogen maken bij de zelfscankassa voordat je als ‘suspect object’ wordt aangemerkt?

Echt, na vijf meldingen ga je de raarste dingen verzinnen. Maar ik heb inmiddels wel van de klantenservice begrepen dat de winkelmanager de ‘strengheid’ van het controlesysteem zelf kan instellen.

Zo druk je die plannen er wel door

Vergaderen lijkt zo eenvoudig. Je zit met wat mensen om tafel en bespreekt een aantal zaken. Daarbij volg je een agenda. Om de beurt vertel je wat je doet en lever je professionele input. Wanneer iemand spreekt, luisteren de anderen. Daarna neem je gezamenlijk besluiten. Je verdeelt nieuwe taken en noteert belangrijke afspraken. Dat is alles. De vergaderingen van ons vrijwilligersclubje echter, verlopen een beetje anders. Wat zeg ik? Het is totale chaos!

Persoonlijk vind ik dat je eerst een opleiding psychologie moet doen, voordat je aan vergaderingen begint. Want je denkt misschien dat het over de agendapunten gaat, maar dat is niet altijd zo. Het draait evenzeer om belangen, om gevoelens en om onuitgesproken verwachtingen. Bovendien brengt iedere deelnemer zijn eigenaardigheden mee. In dat opzicht helpt de Belbin test, en het bestuderen van de Roos van Leary.

Daarnaast vind ik dat een studie politicologie vereist is. Tenminste, wanneer je met door de wol geverfde types in een vergadering zit. Je zou het bij onze gemoedelijke vergadering niet verwachten, maar hier speelt de hogere kunst van het plannen erdoor duwen. En het gaat er soms behoorlijk slinks aan toe.

Wat bijvoorbeeld goed werkt, is een onrustige sfeer creëren. Sta midden in de bespreking van een agendapunt op om voor iedereen koffie te gaan halen. Of beter: hou met een of twee deelnemers onderonsjes, terwijl de vergadering gaande is. Dat leidt af en zorgt later voor twijfel. Dan kan je de volgende keer zeggen: ‘Oh, maar dat hebben we de vorige keer al besproken.’ Hoe chaotischer, hoe beter. Met wat geluk mist de notulist dan precies de besluiten die jou minder goed uitkomen.

Beter nog is om zaken voor te bespreken met een invloedrijk persoon. Je merkt snel genoeg wie dat is. En verwacht je van iemand een tegenstem, zorg dan dat de dwarsligger pas tijdens de vergadering informatie krijgt, terwijl de rest al op de hoogte is. Moffel kritieke punten diep weg in een tekst. Wellicht lukt het om je document meteen al in stemming te brengen.

Wat ook helpt, is dit. Benader een enthousiaste trainer en hou die een wortel voor. Beloof bijvoorbeeld ruimte voor exposure, ook al ga jij daar niet over. Vervolgens laat je de trainer met verve een workshopvoorstel presenteren. Dat vergroot de gunfactor. Degene die dan bezwaren uit, wordt vanzelf gezien als spelbreker.

Maar de beste manier is structureel elk tegengeluid negeren, en steeds opnieuw hetzelfde oude voorstel indienen. Desnoods drie keer. Stuur het gauw per ongeluk ongewijzigd naar een fonds voor subsidie. Dan kan je achteraf zeggen: ‘Oeps, het stond nog in het plan. En ze hebben het al goedgekeurd. Nu moeten we het wel zo uitvoeren.’

Ruim zicht boven op de stuwwal

Overzicht. Daar hou ik van. En van ruim zicht. Uitzicht. Inzicht.

Duidelijkheid en helderheid. Weten waar ik aan toe ben.

Vergezicht.

De zaak in de hand hebben. Er boven staan. Het voor zijn.

Niet te verwarren met verlangen naar controle. Dat is wat anders.

Luciditeit. Dat specifieke moment waarop het Raam Open gaat.

Laat mij maar lekker boven op de stuwwal staan.

Wees informatief, interessant en amusant

Voor thuiszittende bloggers in coronatijd is boeiend blijven bloggen best een uitdaging. Je wereld wordt kleiner en alle inspiratie moet uit jezelf komen. Oké, je kan je eigen ditjes en datjes delen in blogvorm. We lezen daarin graag iets herkenbaars. Of we zoeken een inkijkje in een leven dat juist verrassend anders is dan het onze. In elk geval moeten onze logjes informatief zijn, interessant en/of amusant. Althans, willen ze op de lange duur de moeite waard blijven voor anderen.

Hierover schrijft Tim Urban op Wait But Why. Eerlijk gezegd is zijn post 7 Ways to Be Insufferable on Facebook nogal confronterend. Voor mij dan. Na 6 ½ jaar vind ik logjes schrijven nog steeds zo leuk, dat ik elke dag wel iets wil publiceren. Alleen mis ik soms een goed onderwerp. Of ik heb wel een idee, maar kan er geen pakkend verhaal van maken. Blijkbaar ben ik zo verslaafd, dat ik dan toch zo’n krakkemikkig stuk plaats. Desnoods publiceer ik een wauwel verhaaltje over mezelf. (Je moet wat, nietwaar?)

Nou, daar rekent Tim Urban genadeloos mee af. Want, schrijft hij: ‘A Facebook status is annoying if it primarily serves the author and does nothing positive for anyone reading it.’ Ja, Tim, dat weet ik ook wel, maar ik … Nee, nu ff geen smoesjes.

Er is geen ontkomen aan. Irritante berichten op Facebook (of in mijn geval op dit blog) rieken volgens Tim naar een of meer van deze vijf achter-liggende drijfveren: eigen imago opbouwen, narcisme, behoefte aan aandacht, bij anderen jaloezie willen opwekken, of eenzaamheid. Nu kan je denken dat je je hieraan niet schuldig maakt. Totdat je de voorbeelden herkent die hij geeft van het bijbehorende gedrag.

Nou, lekker dan. Hier kunnen we het mee doen. Ik schrijf niks meer vandaag.