Verder kijken dan het eigen ik

The problem with closed minded people, is that their mouth is always open.’ Anonymus.

Vorige week hadden we een gevalletje eenrichtingsverkeer in de wandelgroep. Zo noem ik iemand die helemaal vol in van zichzelf. Ik heb helaas geleerd dat je zulke mensen beter niet kan aankijken, hoe hard ze ook proberen om aandacht te krijgen. Om het even van wie. Dus toen we voor de lunch bij de herberg aankwamen, hadden zij en ik nog nauwelijks een woord gewisseld.

Binnen trek ik met veel moeite mijn natte regenbroek over mijn stroeve schoenen uit. Het is een gedoe en ik krijg het er warm van. Mevrouw heeft daar echter geen oog voor. Ze komt vlak voor me staan met haar smartphone en toont een foto. ‘Kijk eens wat een mooi pakje mijn dochter voor mijn kleinzoon heeft gemaakt!’ Ik ken deze vrouw dus amper. En zij kent mij al helemaal niet. Voor haar ben ik slechts een praatpaal.

Gelukkig is er deze keer een psychiatrisch verpleegkundige bij. ‘Ze kan niet verder kijken dan haar eigen ik.’, zegt zij even later tegen mij.

Autisme of een andere psychische aandoening in de persoonlijkheidssfeer ligt misschien voor de hand. Maar ik zoek al jaren naar alternatieve verklaringen voor dergelijk gedrag. Is het eenzaamheid, behoefte aan erkenning, leegte, stuurloosheid, onzekerheid, angst om zichzelf onder ogen te komen, PTSS, …? Wellicht spelen deze factoren mee in de volgende situaties:

TV5 wordt node gemist, KPN

Terwijl half Nederland vorig jaar zomer in Frankrijk zat, heeft KPN slinks TV5 geschrapt. Het is barbaars. TV5 Monde is een Franstalige zender met Nederlandse ondertiteling. Zo’n zender uit een ander taalgebied zorgt voor een verfrissende variatie in het aanbod. Want de bijbehorende cultuur krijg je er vanzelf bij. Van mij mag de EU uitwisseling van dergelijke zenders stimuleren, want meer inzicht in elkaars cultuur kan volken verbroederen.

TV5 is een kwaliteitszender waaraan ik al sinds 2002 verknocht ben. Dat jaar bracht ik een winter door in Montpellier en keek ik dagelijks naar TV5 op tv. Het was een goede aanvulling op de Franse taalles die ik daar volgde. Wat was ik blij toen deze zender ook thuis eindelijk in het tv-pakket verscheen.

TV5 biedt onder andere nieuws, films en documentaires. Die komen uit het hele Franse-taalgebied. En dat is groot. Op vrijwel elk continent zijn er Franstalige landen. Deze zender zorgt voor diversiteit qua programmering en tempert de Angelsaksische overmacht op de Nederlandse tv. Bovendien roept TV5 vaak zoete vakantieherinneringen op die aan de jaren zeventig doen terugdenken.

Voor mij voelt het alsof ze een navelstreng hebben doorgeknipt, daar bij KPN. Via TV5 liepen er lijntjes naar mijn geboortegronden, soortement van. Naar Noord-Franse voorouders en naar de Belgische Walen in mijn stamboom.

Vooral het filmaanbod kon ik waarderen. Neem nu de film van deze avond: Mobile Home van François Pirot, over twee Belgisch Waalse twintigers die de wijde wereld intrekken. Althans, dat is de bedoeling. Het wordt een reis die maar geen reis wil worden. Een droef-amusante vertelling over geklungel in het leven, gebaseerd op echte gebeurtenissen. Dat geklungel is toch herkenbaar.

Een alternatieve kijk op homoseksualiteit

Nashville, here we come, voor de brandstapel of voor de rozen.

‘Biologen weten al decennia dat zaadcellen geen actieve, heldhaftige zwemkampioenen zijn, maar eerder halfsneue spartelaars met in hun midden wat mazzelaars. En de eicel ligt niet passief te wachten; ze lokt en leidt de zaadjes met chemische signalen en vloeistofstromen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze kiest welk zaadje haar mag bevruchten. Een eitje is geen trofee voor de stoerste zaadcel; ze is een zakenpartner, en misschien zelfs wel de baas.’

Deze woorden, vooral die over de baas na de komma, zijn van Asha ten Broeke, wetenschapsjournalist voor de Volkskrant in haar column van 11 januari 2019. Laten we het nu eens hebben over die Nashville-verklaring.

Bij twijfel baseer ik mijn visie graag op de wetenschap. Weg met alle onzin; op zoek naar de kern. De ‘waarheid’ zo je wil. Wel vooropgesteld: ik was ff bezig met andere zaken en had geen tijd om die verklaring te lezen. Maar dat maakt niets uit, toch? Homoseksualiteit is een vrouwelijk woord met als betekenis: ‘seksuele gerichtheid op personen van hetzelfde geslacht’ (dus toch mannen en vrouwen, maar dan per soort).

Mijn stelling is als volgt: we weten nog niet goed waar homoseksualiteit vandaan komt.

Dit kan ik onderbouwen. Als bronnen gebruik ik mijn eigen referentiekader, zoals daar zijn: ouders en andere familieleden, vrienden, buren en collega’s. Verder heb ik weleens wat gelezen en toevallig ook nog iets met gender-studies gedaan. Dat laatste in het kader van man/vrouw-verhoudingen in de Arabische wereld en Afrika. Gewoon wat literatuur door gevlooid en ‘in het veld’ mijn ogen en oren open gehouden. Meer was het eigenlijk niet. O wacht, toch wel. Ik vergeet een onderzoekje naar vormen van polygamie wereldwijd. Interessant onderwerp, trouwens.

Een van mijn vroegere collega’s is een lesbische vrouw. Dat vernam ik pas vijftien jaar na vertrek bij onze werkgever, hoewel we steeds contact hadden gehouden. Ook zijzelf had het pas net ontdekt. Op het moment dat zij het vertelde, vielen ineens alle puzzelstukjes samen.

Want deze vrouw was voor mij een raadsel. Of liever, ik begreep maar niet waarom zij geen vriend had. Ze is sportief, zeer sympathiek, intelligent, leuk om te zien en bovendien heeft ze humor. Daar moeten mannen toch als vliegen op afkomen?

Ze is ook gevoelig en heeft mededogen. Zij ziet mensen voor wie ze zijn, beter dan menigeen. We leerden elkaar kennen toen we allebei in onze reisfase zaten. Met vrienden had ze in een oud barrel maandenlang door de VS gereisd. En voor haar afstudeerscriptie deed ze daar onderzoek naar een bekende regisseur. Op kantoor werkten wij intensief samen en dat ging prima.

Toch er was ook een intens duistere kant aan haar. Iets waar ze zelden, en dan nog slechts vaag, iets over liet doorschemeren. Pas veel later kwam het ogenschijnlijk en passant ter sprake. Zo van ‘Oh dat wist je toch wel, dat ene, met die buurman.’ Dat ene was jarenlang kindermisbruik in haar jeugd, door de buurman.

Ik kan mij voorstellen dat je het dan voorlopig even hebt gehad met mannen. En ja, seks met mannen werd een probleem voor haar, later, toen ze er wel de leeftijd voor had. Op een gegeven moment kreeg zij een vriend die veel van haar hield, en zij ook van hem. Maar meer dan platonisch werd het niet. Het ging gewoon niet, ze schoot finaal in een kramp. Een intieme relatie opbouwen met een man was onmogelijk geworden voor haar. Na een poos samenwonen gingen ze weer uit elkaar.

Nog weer later vertelde ze dus dat ze lesbisch was en een vriendin had. En ik dacht: ‘Daar geloof ik niets van.’ En nog steeds heb ik hevige twijfels bij haar. Dat ze ook op vrouwen kan vallen: ja. Alleen dat ze uitsluitend lesbisch is, kan ik zeer moeilijk aannemen. Het is een verschrikkelijk cliché idee, maar ik geloof oprecht dat dit anders was gelopen als ze in haar jeugd niet zo erg de verkeerde was tegengekomen.

Ik geloof niet dat zij lesbisch is geboren, maar dat zij lesbisch is geworden. Namelijk door een traumatische ervaring waar ze nooit meer overheen is gekomen. En dan toch, neem nu die wetenschap van dat eitje en die zaadcellen. Wat weten we inmiddels werkelijk over de chemische processen van aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen? Of tussen mannen en mannen? Of tussen vrouwen en vrouwen?

Uit het gekrakeel over die Nashville-verklaring maak ik op dat het een nogal conservatief Hill Billy-gedoe is. Heisa van een roedel achtergebleven white angry men and women. De laatste stuiptrekkingen, misschien, gevoed door angst voor de toekomst. Zogenaamd Christelijk tegenwicht voor de oprukkende Islam, wellicht. Of voor het gevaar uit China, want daar zijn ze ook bang voor. Wat mij betreft kunnen ze zich beter richten op hun eigen zonden, want er ligt vast nog wel wat onder het vloerkleed verborgen.

Jammer dat ze daar in country-minnend Nashville zo zelden luisteren naar Radiohead: I Might be Wrong.

Modern + man + vrouw = androgeen

Mijn vader had grote handen en voeten. Voor zijn schoenen moest hij in speciaalzaken zijn. Dus toen ik als pubermeisje een groeispurtje kreeg, vreesde ik dat mijn handen en voeten als die van hem zouden worden. In die levensfase wil je vooral normaal blijven en niet van de vrouwelijke norm afwijken. Wat die norm op enig moment ook moge zijn. Uiteindelijk viel het mee. Ik ben zeer tevreden met mijn schoenmaat 37, al heb ik wel iets grotere handen dan veel gendergenoten.

Want dat doen we natuurlijk: vergelijken. En niet alleen wanneer we pubers zijn. Gisteren schreef ik over hoe mannen denken. Dat logje staat bol van de clichés, inclusief opmerkingen over seks. Ingrid reageerde direct met: ‘Ik herken mezelf wel in zo’n opmerking (maar ik heb ook nogal wat mannelijke trekjes). Hoe meer ad-rem, hoe meer je erbij hoort tegenwoordig.’

Dat brengt mij bij Mack. Niet dat dat hij zo androgeen is, vermoedelijk. Maar hij schreef eerder dat hij moeite heeft om bloggers te volgen die hij niet persoonlijk kent. Dat maakt zeker verschil. Want Ingrid en ik kennen elkaar al jaren via een werkgever. Dus heb ik voorkennis bij haar zin over die opmerking. En ondanks mijn zandlopermodel en haar bescheidenheid hebben wij allebei licht androgene trekjes in uiterlijk en karakter.

Inderdaad hoor ik Ingrid meteen zo’n opmerking droppen. Waarna anderen even denken van: ‘Huh? Komt dat uit de mond van een vrouw?’ Als je daarna vraagt wat zij bedoelt, volgt er steevast een nuchtere afweging. Die zomaar kan indruisen tegen wat je verwacht van een tenger iemand als zij. Van een moeder, van een vrouw met haar achtergrond en baan. Achter haar ad-rem gedrag gaat een weldoordachte levensvisie schuil. Daarbij doorbreekt zij onder andere rolmodellen voor mannen en vrouwen. Ook haar man is anders dan de meeste mannen die ik ken uit zijn land. Geen macho. Maar is hij daarom minder mannelijk? En is zij dan minder vrouwelijk?

Het feminisme kan ik af en toe wel schieten. Want mannen en vrouwen zijn soms echt in verwarring over hoe ze met het andere geslacht ‘moeten’ omgaan. Zelf ben ik nog opgevoed met het idee dat de man de kostwinnaar wordt. Nu zorg ik voor mezelf en twijfel ik eveneens welke houding ik tegenover mannen moet aannemen. Want wat zijn ze: conservatief, modern, of een mix daarvan? Vooral zo’n gemixte man geeft signalen af die alle kanten op gaan. Ik wring mij dan in bochten om goed contact te maken en aansluiting te vinden.

We worden steeds meer androgeen in uiterlijk en gedrag. Die verandering zie je het best bij opeenvolgende generaties. Vaders die openlijker hun zachtere kanten tonen in de opvoeding van hun kinderen. Moeders die stoere dingen doen. Ouders die hun kroost veel vrijer laten in hun beroepskeuze, ongeacht of dat metier ‘hoort’ bij een man of een vrouw.

Veranderende genderrollen dragen bij aan de algehele verwarring in deze toch al woelige tijd. Maar er zullen altijd behoudende en vrijdenkende mensen blijven. Qua man-vrouwverhoudingen zijn deze groepen in Nederland wat dichter naar elkaar toe gegroeid. Van mij mogen er uiterlijk duidelijke verschillen blijven; en clichés eveneens. Maar meer begrip voor, en inzicht in het andere geslacht, juich ik toe. Of deze ontwikkeling doorzet, zal blijken. We zijn er wel zelf bij.

PS: Van alle bloggers die ik volg, is Bentenge voor mij de meest raadselachtige man. Vooral vanwege die foto dan. 😉

Mag die foto hier blijven?

De les van een verloren gouden armband

Een paar weken geleden verloor ik mijn gouden schakelarmband. Dat was gouden armband nummer twee. Ik ontdekte het pas toen ik na een wandeling bij de voordeur stond. Ineens voelde mijn pols ‘kaal’ aan. Voor de zekerheid waren er al eerder vier schakels tussenuit gehaald, omdat hij anders zo van mijn hand af kon rollen. Deze armband kocht ik in 1998, kort nadat ik die eerste had verloren.

Vreemd genoeg mis ik vooral de aanwezigheid van mijn armband. Het vertrouwde gevoel van het gladde metaal op mijn huid. Bij elke beweging rolden de schakeltjes omhoog of omlaag langs mijn pols. De afgelopen twintig jaar droeg ik hem continu bij me. Alleen tijdens een half jaar in Kenia liet ik mijn gouden sieraden thuis.

Toch was er steeds het risico van verlies. Wanneer ik mijn rugtas afdeed, trok ik die armband soms tegelijk met het hengsel van mijn arm. En met handschoenen afdoen moest ik ook opletten. Een enkele keer rolde hij dan mee van mijn pols.

Na de ontdekking heb ik direct op de fiets nog eens het wandeltraject afgelegd. Maar de route lag bezaaid met opdwarrelende blaadjes en het werd vroeg donker. Nu is ook deze gouden armband verdwenen.

De pijn zit niet in de financiële waarde. Al is het een verlies, want ik heb in goud een oeroud vertrouwen. Wanneer alles instort, zijn die gouden sieraden er tenminste nog. Daarvan weet je dat ze onder alle omstandigheden een zekere waarde behouden. Je kan ze makkelijk meenemen en verkopen. Goud is ideaal bij noodtoestanden.

Het verlies van deze armband hoort wel bij een natuurlijke gang van zaken. Want vanaf onze geboorte zijn we bezig met opbouwen en vergaren. Vervolgens pieken we tijdens onze middelbare jaren. En daarna gaat het allemaal weer bergafwaarts. Denk aan de trap des ouderdoms. Alleen wij ijdele 21ste eeuwers willen de achterliggende filosofie niet accepteren. ‘Des menschen op- en nedergangh, valt d’ene soet en d’ander bangh.’ Dat is alles.

Communiceren is ook een vak

Dat het met de buurman tot formele brieven moest komen, zit mij behoorlijk dwars. Vandaag zijn ze aangetekend bezorgd en nam hij ze in ontvangst. Terwijl ik besef dat dit geen ideale manier van communiceren is. Maar als rede afketst en je het jarenlang met praten hebt geprobeerd, rest er soms geen andere weg. Ik zie die brieven als een breekijzer; als een wake-up call. Als een manier om door te dringen en hem te laten beseffen: ‘Nu kan het zo echt niet meer.’ Het is voor hem ongetwijfeld een bittere pil.

Wat meespeelt, is dat we een trio vormen en ik qua communicatiestijlen tussen twee persoonlijkheden in woon. De een is directief; de ander is meer een beschouwend type. Zelf ben ik een mix van beschouwend met coöperatieve trekjes, en met vleugjes van het directieve en expressieve soort. Die laatste twee hangen af van hoe het uit komt. Bijna niemand is alleen maar dit of dat. Daarom is het soms zo moeilijk om mensen goed in te schatten.

Wat assertieve communicatie betreft (helder en respectvol), heb ik een lange weg afgelegd. Goed communiceren is mij niet met de paplepel ingegoten. Dan leer je zoiets met vallen en opstaan. Of nooit, dat kan ook. Bij mijn buurman is dit het geval. Het is geen kwaaie, maar hij is sociaal nogal onhandig. Juist daarom zit de noodzaak van die brieven mij dwars.

Want ik zie het toch gebeuren? Ik weet toch wat er bij hem speelt? Ik begrijp toch waar hij moeite mee heeft? En ik kan toch zelf improviseren? Maar het lukt mij niet om er een betere wending aan te geven. Om hem bij poging nummer vier de ernst van de problemen te doen inzien. En om hem tot medewerking te bewegen. Waarschijnlijk omdat mijn geduld na 3 ½ jaar op is. Dan is de rek er uit.

Maar ik heb nog wat communicatiestrategietjes achter de hand. Nu is de buuf aan zet. Creatief en stimulerend dirigeren noem ik dat.

Een persoonlijke muziekcatalogus

De afgelopen veertig jaar veranderde er veel voor wie thuis naar favoriete muziek luistert. Na de platenspeler verschenen bandrecorders, cassettebandjes, cd’s, mp3-spelers, iPods en muziek streaming services. Een deel daarvan sloeg ik zelf over. Voorlopig ben ik geëindigd bij cd’s en YouTube. Met elke verandering rijst echter de vraag wat je aan moet met al die muziek op verouderde geluidsdragers.

Mijn platencollectie en bandrecorder gingen al eerder de deur uit. Steeds zette ik de beste nummers over op bandjes via het krakkemikkige microfoontje van mijn cassetterecorder. Maar elke volgende recorder en walkman had een iets andere snelheid. Vandaar dat het beluisteren van die bandjes een tenenkrommende ervaring wordt. Na schifting bewaar ik nog ruim 100 cassettebandjes met 90 minuten elk. Ik heb ze al jaren niet meer aangeraakt, terwijl er toch geweldige muziek op staat. Dus moet ik weer een keuze maken.

Het merendeel van de muziek bestaat uit radio-opnamen. Vaak zijn de artiesten en titels wel bekend. Maar er staan ook nummers tussen waarvan ik geen flauw idee heb van wie ze zijn. Dan schreef ik een zinnetje op waarvan ik dacht dat dat de titel was. Vooral wanneer dat telkens terugkwam in het refrein. En als ik de taal niet beheerste, maakte ik fonetische aantekeningen. Daarom vormen de Arabische en Afrikaanse liedjes een probleem.

Natuurlijk is er Shazam. Maar ik kom de gekste dingen tegen. Sowieso dj’s die overal doorheen ratelen. (Wat vindt die beroepsgroep zichzelf toch interessant.) Maar ook stukjes Franse les. Het bijzonderst is de oproep tot het gebed van de muezzin van de Kaäba in Mekka. Dat vond ik namelijk mooi klinken. Vermoedelijk is het een opname van voor 9/11. Je kan je toch nauwelijks voorstellen dat zoiets nu nog op een Nederlandse radiozender te horen is.

Inmiddels weten we allemaal hoe vergankelijk geluidsdragers zijn. Daarom grijp ik terug naar een beproefd ouderwets middel. In een ordinair Word-document verzamel ik chronologisch de namen van alle artiesten en bands die ik goed vind. Daarbij noteer ik de titels van hun beste nummers en plak ik de betreffende link naar YouTube. Van dat document maak ik periodiek een back-up.

Maar ja, nu nog die 100 cassettebandjes doorploegen. Je moet toch wat om de pareltjes er tussenuit te vissen.