Een zelfredzaam blog van een zelfredzame blogster

Sta je weleens stil bij wat er gebeurt met je blog, wanneer je er zelf even niet bent? De afgelopen weken kwam ik weinig aan logjes schrijven toe. Dit vanwege de samenstelling en voorbereiding van de foto-expositie, die ik namens ons buurtje organiseer. Toch blijven er bezoekers komen op Raam Open. Kennelijk staat hier al genoeg leesvoer. Sommige berichtjes, zoals ‘Ideale beroepen voor introverte mensen’ trekken de kar. Vanaf nu ga ik achterover leunen, want ik hoef niets meer te doen.

(Grapje.)

Het is best een ervaring; zo’n expositie samenstellen en organiseren. Ik ben mezelf ook meteen weer keihard tegengekomen. Want jawel: perfectio- nistisch. En jazeker: een doorzetter. En inderdaad: geeft niet op. Blijft net zo lang doorgaan tot alles compleet is en het er goed op staat. Dit alles uiteraard tot vervelens toe. Of liever: tot ik zelf zo moe ben dat ik er letterlijk misselijk van word.

Maar ja, dit is wel een droomklus natuurlijk. De kaders zijn duidelijk. Ik kan putten uit mijn gevarieerde en 35 jaar lange werkervaring. Het vergt creativiteit, én ik mag het allemaal zelf doen. Wat iets anders is dan op een eilandje zitten. Het is juist leuk om met onbekenden contact te leggen. Als het maar ergens over gáát. En echt iedereen werkt hier graag aan mee. Dus ontmoet ik boeiende mensen en kan ik naar eigen inzicht te werk gaan.

Het gaat trouwens goed. De lijsten zijn binnen en morgen haal ik de collages op. Ik heb een persbericht geschreven en een aankondiging voor op prikborden gemaakt. De andere leden van het feest-comité zijn onder de indruk van de collages en zij vinden mijn schrijfsels leuk.

Niet dat ik mij persoonlijk aan het bewijzen ben, hoor. Welnee, helemaal niet. Ik weet allang wat ik kan. Maar professioneel gezien is dit toch een behoorlijk grote middelvinger naar honderden werkgevers toe. Naar degenen die de afgelopen jaren schreven: ‘u past niet in ons profiel’.

Jammer hoor, voor die werkgevers dan.

Depeche Mode, waardering na 40 jaar

Onlangs zag ik Depeche Mode: SPiRiTS In The Forest, een concertfilm van Anton Corbijn. Eigenlijk had ik weinig op met die band en hun elektropop. Neem het nummer ‘Just can’t get enough’. Da’s typisch zo’n gangmaker voor feesten en partijen. Het vrolijke deuntje ligt makkelijk in het gehoor en is mij te gelikt. Maar Anton Corbijn staat garant voor kwaliteit. En als hij een film aan een band wijdt, dan moet die groep wel speciaal zijn. Dus nieuwsgierig geworden keek ik toch. Het werd een openbaring.

Depeche Mode bestaat al veertig jaar en krijgt nog altijd hele stadions vol. De film toont tegelijk een portret van enkele fans die desnoods de halve wereld over reizen om hun idolen te zien. De songteksten hebben een diepere, bijna spirituele betekenis voor hen. Het weerzien, de sfeer, de muziek en veertig jaar levenservaring: dit alles maakt elk concert intens.

Live speelt Depeche Mode rauwer en anders dan ik van hun hits gewend ben. Dit is één van die bands die er altijd al waren, maar die ik onvoldoende heb opgemerkt. Gewoon, omdat ik volledig in de ban was van U2. In werkelijkheid is Depeche Mode beter dan ik al die jaren heb gedacht.

Frappant genoeg valt in diverse nummers een uitwisseling van invloeden te bespeuren. Bij I feel you van het album Songs of Faith and Devotion uit 1993 hoor ik zang van Oasis en kort gitaarspel van The Edge. Barrel of a gun van het album Ultra uit 1997 roept bij aanvang associaties op met Miami van U2. Dat nummer stamt eveneens uit 1997. En mijn favoriet, Never Let Me Down Again, herinnert vagelijk aan een concert van Siouxsie and the Banshees.

Dit is best logisch, want Siouxsie and the Banshees heeft Depeche Mode beïnvloed. Sterker, Siouxsie had daarvoor al Joy Division beïnvloed. En Joy Division kennen ze allemaal. Van die groep loopt er een regelrechte lijn naar U2, Depeche Mode, Oasis én Anton Corbijn.

Dank jullie wel, copyright jagers

Nog maar anderhalve week geleden moest ik een aantal afbeeldingen van Raam Open verwijderen. Voor de zekerheid. Ik had foto’s genomen van ruimtes waar ook andermans foto’s en schilderijen hingen. Die mag je niet zomaar op internet zetten. Voordat je het weet, krijg je een copyright claimende advocaat op je dak. Wel dacht ik dat plaatsing van enkele foto’s van Unsplash in orde was. Tenslotte is dat een gratis beeldbank. Maar toen las ik alwéér een alarmerend logje, van Martine Bakx dit keer.

Zelfs met foto’s van Unsplash kan je de mist in gaan. Want, zo schrijft Martine, rechten worden verkocht en foto’s kunnen worden verwijderd van een gratis beeldbank. Nou, da’s weer lekker dan. Naast Raam Open beheer ik nog twee websites. En vooral op mijn familiewebsite staan foto’s van schilderijen. Het is namelijk lastig tijdreizen en zelf foto’s nemen in 1584. Ik noem maar even een jaartal.

Maar mij krijgen ze niet, hoor. Want ik ben zo Leids als je zijn kan. En juist de rechtszaak tussen een uitgeverij en het Leidse stadsarchief over copyright is berucht en beroemd. (Zie internet.) Daar ga ik nu mooi mijn voordeel mee doen. Want het Erfgoed Leiden en Omstreken is heel voorzichtig geworden. Dus als er anno 2020 bij een afbeelding staat dat die rechtenvrij is, dan is dat zo. Zeker weten.

Vandaag ben ik al de hele dag zoet met fraaie plaatjes opduiken. En geloof mij, de beeldbank van het Leidse archief is een goudmijn. Alleen al de verzameling aquarellen en tekeningen van Jan Elias Kikkert bevat honderden juweeltjes. Die zijn doorgaans eigendom van het archief zelf. En daarom rechtenvrij!

Hierboven staat een ander aandoenlijk tafereel dat al uit de periode 1541-1545 stamt. Pieter Sluyter tekende dit boerderijtje op een kaart van landerijen in Alphen aan den Rijn. Die landerijen waren eigendom van het Leidse Catharina Gasthuis.

Over die regio schreef ik in De Lagewaard in Koudekerk aan den Rijn. Een van mijn Leidse bloedverwanten had ruim vier eeuwen geleden eveneens met het Catharina Gasthuis te maken. Uit het betreffende logje moest ik echter een oude plattegrond schrappen vanwege potentieel copyright gedoe. Maar nu zal het niet lang meer duren voordat ik een nóg betere afbeelding vind in het archief.

Over de bron van bovenstaande afbeelding: Erfgoed Leiden en Omstreken, signatuur PV71829.1. Voor alle duidelijkheid zet ik hier de link. (Klik daar op de website aan de linkerzijde op de ‘i’, dan verschijnt de rest van de informatie.)

La la la Leiden …

De onschuld voorbij met copyright

Als amateur blogger besef je nauwelijks welke risico’s je neemt. Stel dat je uit een YouTube-video een screenshot op je blog plaatst. In de tekst zet je keurig een link naar de video waar het om gaat. Uh uh. Foute boel. Mag niet. Daarvoor moet je toestemming hebben. Dit is zo’n situatie waar copyright jagers op azen. Voordat je het weet, leggen ze een claim van honderden euro’s bij je neer. Op de Blogacademie staat een waarschuwend artikel over de werkwijze van deze copyright jagers.

Van Raam Open heb ik alle riskante afbeeldingen weggehaald. Zoals screenshots van websites met statistieken en grafieken. Ook eigen foto’s van een plattegrond, van een boekomslag en van diverse krantenartikelen zijn geschrapt. Plus diverse afbeeldingen, die ik van internet had geplukt. Zelfs een foto van een muur uit mijn vorige huis moest eraan geloven. Die muur was namelijk volledig behangen met kalenderplaten. Ofwel: met andermans foto’s. Nu mis ik een toepasselijk plaatje voor de Pronkkamer.

Ik vraag mij af hoe ver zo’n claimorganisatie kan gaan. Stel dat je een foto plaatst van een restaurant waar onopvallend in een hoekje een foto aan de muur hangt. Mag dat dan, of niet?

Hoe zit het trouwens met foto’s van VIP’s? Ik bezit namelijk een foto van Queen Elisabeth II van hoogsteigen makelij. Althans, die foto is met mijn toestel gemaakt door een Engelse mevrouw op de voorste rij. Van wie is dan de foto? En mag ik deze foto van her highness zomaar plaatsen? Het lijkt mij namelijk best ingewikkeld om 32 jaar na dato om toestemming te vragen. Zowel aan de koningin als aan die onbekende mevrouw.

Het is niet leuk om foto’s weg te halen. Van sommige logjes blijft er weinig over zonder foto, omdat de tekst daarover gaat. Bovendien heb ik soms veel moeite gedaan om een goed screenshot te maken. Zoals van een prachtige luchtopname van een scherpe bergkam in de Eagle-videoclip van ABBA. Ik kan die videoclip wel in een log ‘embedden’, maar dan blijft die bergkam (op 3 minuten en 41 seconden) onzichtbaar.

Overigens is het prima dat copyright bestaat. Hoe kan je eigenlijk zien of iemand anders met jouw foto’s aan de haal gaat?

Wees informatief, interessant en amusant

Voor thuiszittende bloggers in coronatijd is boeiend blijven bloggen best een uitdaging. Je wereld wordt kleiner en alle inspiratie moet uit jezelf komen. Oké, je kan je eigen ditjes en datjes delen in blogvorm. We lezen daarin graag iets herkenbaars. Of we zoeken een inkijkje in een leven dat juist verrassend anders is dan het onze. In elk geval moeten onze logjes informatief zijn, interessant en/of amusant. Althans, willen ze op de lange duur de moeite waard blijven voor anderen.

Hierover schrijft Tim Urban op Wait But Why. Eerlijk gezegd is zijn post 7 Ways to Be Insufferable on Facebook nogal confronterend. Voor mij dan. Na 6 ½ jaar vind ik logjes schrijven nog steeds zo leuk, dat ik elke dag wel iets wil publiceren. Alleen mis ik soms een goed onderwerp. Of ik heb wel een idee, maar kan er geen pakkend verhaal van maken. Blijkbaar ben ik zo verslaafd, dat ik dan toch zo’n krakkemikkig stuk plaats. Desnoods publiceer ik een wauwel verhaaltje over mezelf. (Je moet wat, nietwaar?)

Nou, daar rekent Tim Urban genadeloos mee af. Want, schrijft hij: ‘A Facebook status is annoying if it primarily serves the author and does nothing positive for anyone reading it.’ Ja, Tim, dat weet ik ook wel, maar ik … Nee, nu ff geen smoesjes.

Er is geen ontkomen aan. Irritante berichten op Facebook (of in mijn geval op dit blog) rieken volgens Tim naar een of meer van deze vijf achter-liggende drijfveren: eigen imago opbouwen, narcisme, behoefte aan aandacht, bij anderen jaloezie willen opwekken, of eenzaamheid. Nu kan je denken dat je je hieraan niet schuldig maakt. Totdat je de voorbeelden herkent die hij geeft van het bijbehorende gedrag.

Nou, lekker dan. Hier kunnen we het mee doen. Ik schrijf niks meer vandaag.