Afscheid van mijn favoriete trolleybuslijn

Op deze mistige winterse dag reed ik voor de allerlaatste keer mee, van het beginpunt tot het eind, in de Arnhemse trolleybus 1. Morgen gaat de nieuwe dienstregeling in. Dan vervalt de tweede helft van de route Velp – Arnhem – Oosterbeek. Voorgoed verleden tijd. Nu kan je denken: ‘Wie is er in hemelsnaam weemoedig om het verdwijnen van een stuk buslijn?’ Nou, het zal je verbazen, maar ik ben bepaald niet alleen. Op meerdere plaatsen langs de route stonden mannen met toeters van telelenzen foto’s te nemen zodra de bus verscheen. Viel mij nog mee dat er geen spandoeken hingen met hartenkreten en steunbetuigingen.

Er zijn meerdere krantenberichten verschenen over deze wijziging. Er zijn YouTube-films gemaakt en op de buurtapp gaan sommige mensen helemaal los. Een passagier heeft zelfs een requiem geschreven op rijm. Belanghebbenden kunnen een online petitie tekenen voor het behoud van de complete buslijn. We vormen een soort genootschap, want trolleybuslijn 1 heeft een vaste clientèle. De teller loopt nog steeds. Ook vanuit Frankrijk en Ghana reageren trouwe fans.

Lijn 1 was mijn eerste kennismaking met de karakteristieke bussen in deze omgeving. Ik had al eens in een Atheense trolleybus gezeten, maar dat barrel was onvergelijkbaar.

Toch. De ingreep zat eraan te komen; er reden te weinig mensen mee. Ik wijt dit volledig aan de slechte afstemming door twee eigengereide vervoersmaatschappijen. Want tussen Arnhem en Oosterbeek gingen lijn 1 en lijn 352 bijna gelijk op. En de gebrekkige informatie op OV9292 over lijn 1 hielp evenmin mee. Helaas zit de overblijvende bus 352 vaak stampvol kwetterende studenten. Het is voor corona een ideale setting.

Wat maakte trolleybuslijn 1 eigenlijk zo bijzonder? Misschien wel het feit dat deze stadsbus als enige van zijn soortgenoten het gekrioel van de stadsdrukte achter zich kon laten. Bij Mariëndaal voelde je de rust over de bus en zijn passagiers neerdalen. Alsof hij in het losloopgebied werd vrijgelaten en wij, de passagiers, genoten daarvan mee.

Inzichten uit het gewiste verleden van Raam Open (2)

Sterke wortels, stevige houvast.

Bij het opschonen van logjes op Raam Open kom ik ze weer tegen: rake observaties en citaten die het vermelden waard blijven. Als de rest van een tekst kan verdwijnen, bewaar ik de relevante delen. Meestal zijn dat inzichten en conclusies om even te laten bezinken. Hieronder staat een bescheiden bloemlezing uit overpeinzingen van filosofische aard.

Uit Gebruik van fietspaden en de stiltecoupé: ‘We schromen om iemand terecht te wijzen. Je krijgt al gauw een kwade reactie, in plaats van een welgemeend excuus. Bovendien voel je je ongemakkelijk wanneer je iets zegt van andermans gedrag. Dan lijkt het alsof je zelf degene bent die moeilijk doet. Terwijl de rest zich zwijgend verbijt, komen rauwdouwers al snel overal mee weg. Steeds wanneer zo iemand zijn zin krijgt, sterft er een stukje bindweefsel af.

Uit Een mooie spreuk uit de bijbel: ‘Antwoord een zot niet naar zijn dwaasheid.’ (Spreuken 26-4)

Uit Focus in, focus uit voor zingeving: ‘Verlangen naar veiligheid en gewild willen zijn, kan gekke dingen met ons doen. … We gaan heel ver voor onze wezenlijke en denkbeeldige behoeften. Daarbij verliezen we de zin van het leven uit het oog, wat dat ook moge zijn. Vriendschap misschien? Verbinding met alles om ons heen? Focus in, focus uit.’

Uit Onze behoefte aan houvast: ‘Houvast zit vooral in jezelf.’

Uit Relatiedeskundige: ‘La beauté commence au moment où vous décidez d’être vous-même.’ (Coco Chanel)

Dan de spreuk die een vaste plaats heeft in de rechterbalk van dit blog. Het is een in 2018 geciteerd citaat, dat oorspronkelijk stond in Op de barricade? (2015): ‘Welbehagen gaat ogenschijnlijk niet samen met anarchisme, maar is het resultaat daarvan.’

Uit Dromen van de Achterhoek: ‘Soms is de situatie er gewoon niet naar. Ach, wat geeft dat. Een droom is mijn beste vriend. Hij steunt mij altijd, biedt perspectief en zal mij nooit verlaten. Wat wil je nog meer?’

Uit Aanvaarding in Brabant: ‘Aanvaarding is het mooist wanneer je er helemaal zelf voor kiest. Dan is het een soort voorstadium van tevredenheid. En tevredenheid is één van de hoogst haalbare mentale staten die ik ken.’

Opalescentie op een gevallen blad

Diamonds are a girls best friend, zegt men wel. Mij doe je een groter plezier met Australische opalen. Volgens Wikipedia vertonen opalescerende materialen een vrij sterke verstrooiing van zichtbaar licht. Kenmerkend is dat zij in de richting van de lichtbundel en loodrecht daarop verschillende kleuren vertonen. De waterdruppels op dit blad van een tulpenboom doen denken aan het betoverende effect van deze edelsteensoort. Ik vind het een mooi effect.

In de schaduw van de bomen

Voorheen was er meer sfeer en grandeur. Dit is zo’n dorp waar paarden langs de hekjes aan de brink stonden en een kapelaan met zwarte flapperende jas op de fiets voorbijkwam. Nou ja, dat verzin ik. Maar er komen pittoreske dorpstaferelen tevoorschijn zodra je de moderniteiten wegdenkt. Zoals de detonerende zonnepanelen op oranje daken of het blik van geparkeerde auto’s in knusse straatjes. Oorspronkelijk was dit een dorp van kleine luiden en keuterboertjes, met hier en daar een buitenverblijf op een groot landgoed. Omdat die landgoederen zelfs tot in de kern van de bebouwde kom lagen, was het dorp vroeger zeer groen.

Op mijn zomerse wandelrondjes in de omgeving heb ik een voorliefde voor routes met veel schaduw van bomen. Toen ik hier kwam wonen, was het mogelijk om hele trajecten op schaduwrijke stoepen en paden aan elkaar te knopen. Nu, zes jaar verder, vertonen die schaduwrijke routes gapende gaten. In slechts zes jaar tijd heb ik tal van bomen zien verdwijnen. Daar waren heel wat honderd jarigen en oudere bomen bij. Het was soms flink schrikken.

Eerst kapten ze een van de laatste stukjes bos op een voormalig landgoed. Dat lag centraal in het dorp en grensde aan onze buurt. Op warme dagen was het er onderweg naar de supermarkt heerlijk koel. Nu staat er een saaie flat. Verder zijn er parkeerplaatsen op het voorterrein aangelegd. De loofrijke beukenbomen zijn verdwenen. Wanneer ik nu met de boodschappen langs die massa steen en beton kom, loop ik te smoren in de zon.

Zo kan ik meer locaties aanwijzen. Een ruim opgezet vegetarisch woonpark voor senioren bijvoorbeeld, dat zichzelf op de eigen website aanprijst als gelegen ‘In een prachtige omgeving van monumentale bossen, groene heuvels en het rivierenlandschap van de Rijn.’ Juist ja. Geen woord over de dubbele rij monumentale oude beuken die werd gekapt op hun terrein. Daar kon ik altijd zo fijn onderlangs lopen, op de route naar het bos. Die bomen zijn nota bene in de vuurlinie beland tijdens de oorlog en daar toen fier blijven stáán.

Meer mensen maken zich zorgen over de (toenemende?) houtkap. In onze buurtapp verschijnen regelmatig paniekberichten over percelen waar bomen het veld moeten ruimen. Zoals op landgoed Groot Warnsborn en vorig jaar nog op landgoed Mariëndaal. Dit betreft meestal productiebos en daar worden de bomen door nieuwe aanplant vervangen. Maar soms betreft het monumentale bomenlanen. Als naburige bewoners zullen wij nooit meer kunnen aanschouwen hoe mooi eeuwenoude bomen daar staan.

Niet alleen door bomenkap verdwijnen schaduwrijke plekken. Ook het gebladerte van enkele boomsoorten is nu aanmerkelijk dunner dan normaal. Deze week liep ik op een lommerrijk pad waar de zon opvallend fel door het gebladerte heen kwam. Sommige bomen hebben alleen nog wat plukjes blad in hun kruin. Eiken en naaldbomen staan te verdrogen op de hoge zandgronden van de Veluwezoom. De naaldbomen zien er dof uit en het blad van de eiken zit vol gaten. Vermoedelijk zijn recente hagelbuien en vraat van rupsen hiervan de oorzaak. Maar alles valt nu samen: periodes van droogte en hitte en onregelmatiger weer, waardoor bomen verzwakken en vatbaarder worden voor plaagdieren, die in grotere getale verschijnen, enzovoort.

Zes jaar geleden vond ik de omgeving idyllisch en nog altijd is het hier prachtig. Alleen weet ik nu meer.

Het kappen van eeuwenoude bomen, enkel omdat die de bouw van een garage of woning in de weg staan, vind ik crimineel. Mensen die blijk geven van zo’n wansmaak en gebrek aan respect voor de natuur, horen op een industrieterrein thuis; niet hier.

Het hart als symbool

Op een zonnige, warme lentedag staat een hart symbool voor de liefde. Zo’n lentedag kan misleidend zijn. Want hoe veel mensen hebben hartzeer, zonder dat we het zien?

Twee dagen geleden stierf de ‘liefste’ buurvrouw in ons straatje. ‘Liefste’ is hier een raar woord. Maar toch. Zij was voor mij van alle buren de meest dierbare persoon. Een stukje uit de tekst op haar kaart:

‘… En zag
Dat ik ook in dit leven hoor
Bij het grote geheel,
Bij de oorsprong van alle natuur
En dat ik elk uur
De rest van dit bewuste leven
Liefde ga zijn en liefde ga geven
Schoonheid ga zoeken
In alle gaten en hoeken …’

Zoals ik haar in korte tijd heb meegemaakt, is dit precies hoe zij in het leven stond.

(Bron citaat: Jochem Myjer.)

Snakken naar een restaurant

Je zal mij niet gauw horen mopperen over die coronamaatregelen. Ik heb mij voorgenomen om er zo min mogelijk over na te denken. Daarom laat ik alles tamelijk gelaten over mij heen komen. Ut mot maar. Zoiets. En die avondklok? Het zal wel. Ik ga toch zelden naar buiten als het koud en donker is. Bovendien zijn er wel ergere dingen in de wereld.

Trouwens, in mijn jeugd, ruim veertig jaar geleden, waren winkels en veel cafés op zondag ook gesloten. Je was al blij met een pakje sigaretten uit een gevelautomaat.  Echt, ik heb barre tijden meegemaakt. Kan je na gaan welk effect dat op de ontwikkeling van mijn hersenen heeft gehad.

Maar er is één ding waar ik nu wel zeer naar verlang, en dat is de heropening van de restaurants. Ik zou bijna zeggen: zorg dat je wat gaat mankeren, zodat je naar het ziekenhuis mag. Want ziekenhuizen hebben restaurants. Vorige maand had ik mazzel, want toen had ik afspraken in het Radboud ziekenhuis. En je raadt het al, in het hoofdgebouw … hebben ze een zelfbedieningsrestaurant! Yes! Nou, dat was genieten, hoor.

Beeld je eens in. Bij het begin van het pad langs de zelfbedieningsbalie mag je zelf een dienblaadje pakken. Daarna loop je op je gemak langs al die vitrines met lekkere hapjes en andere dingen. Uiteindelijk reken je bij de kassa af. (Ik heb er een cappuccino en een saucijzenbroodje genomen. Dat weet ik nog precies.) Vervolgens wandel je met je dienblad naar het tafeltje waarop het serviesgoed en de servetjes liggen. Hier mag je ook weer zelf een selectie uit maken.

Uiteindelijk ben ik aan een tweepersoonstafeltje neergestreken met zicht op alle mensen die daar rondliepen. Echt, het gevoel dat zo’n restaurant je dan geeft. Het besef dat jij daar zit. Het was gewoon bijzonder. Wat had ik dát gemist.