Een vorm van vrouwenhaat

Qua kennis en kunde worden vrouwen standaard lager ingeschat dan mannen; zowel door mannen als door vrouwen. Een gevolg hiervan is dat vrouwen zich veel nadrukkelijker moeten bewijzen om serieus genomen te worden. Dat blijkt uit een onderzoek waarnaar eind vorig jaar werd verwezen in een krantenartikel over de positie van Nederlandse vrouwen. Het artikel heb ik niet bewaard. Wel herinner ik mij, dat er elders in die tekst het woord ‘vrouwenhaat’ staat.

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk is bij mij het kwartje gevallen. Dat artikel werd een openbaring en het werd een verlate gewaarwording. Want sinds dat artikel besef ik pas, dat het stelselmatig minder serieus nemen van vrouwen feitelijk één van de subtielere gedaanten vormt van vrouwenhaat. Daar moest ik dan bijna 58 jaar oud voor worden.

Vrouwenhaat heb ik altijd geassocieerd met de extremere uitwassen, zoals ik die voornamelijk ‘ken’ uit een aantal ontwikkelingslanden. Het woord riep bij mij ook beelden op van zwaar gefrustreerde blanke Amerikaanse mannen. Bepaalde ultra-conservatieve Trump-stemmers, bijvoorbeeld. Maar vrouwenhaat als fenomeen in Nederland? Daar had ik zelf geen ervaring mee, dus daar kon ik mij minder makkelijk iets bij voorstellen.

Tot dat artikel. Ineens vielen diverse raadselachtige puzzelstukjes op hun plek. En ineens verscheen daar die rode draad tussen de losse voorvallen.

Het is maar een spelletje, hoor

Vandaag heb ik mijn wekelijkse sportuurtje opgezegd. De directe aanleiding is het gedrag van een van de mannelijke deelnemers. Die bewaart namelijk geen afstand. Dat was trouwens al zo voordat de coronacrisis uitbrak.

Het gaat om kleine incidenten en er is weinig onbetamelijks aan. Al ben ik daar bij hem niet helemaal zeker van. Die twijfel, die argwaan, die roept hij zelf op. Door bij ieder incidentje gelijk te roepen: ‘Sorry’. Met zo’n onschuldig lachje er bij, alsof hij er ook niets aan kan doen. Om daarna meteen weer door te gaan.

Misschien hoort dat meteen doorgaan wel bij ‘sportief’ gedrag. Dan heb ik zeker een bepaalde code gemist. Medespelers kunnen dan zeggen: ‘Joh, maak er geen probleem van; hou het leuk.’ En bij bepaalde types is deze populair: ‘Het is maar een spelletje, hoor.’

Als je hoort wat zijn leeftijd is, dan geloof je dat nooit. Hij is tachtig, maar was vroeger gymleraar van beroep. Eerst dacht ik dat hij net met pensioen was, want hij is super fit. Dat geeft hem vast een kik. Hij etaleert zijn goede conditie graag en dat begrijp ik best. Het is toch machtig als je afgetrainde lichaam het op die leeftijd nog zo geweldig doet.

Ook is hij veruit de snelste en behendigste van ons allemaal. Daarom vraag ik mij wel af waarom hij bij balspelen zo vaak tegen medespelers op botst. En de anderhalve meter afstand regel geldt hier nog steeds. Ter verklaring zegt hij dat het gebeurt omdat hij zo ‘enthousiast’ is.

Soms neemt hij letterlijk de leiding over. Dan laat deze oud-gymleraar ons wel even zien hoe het moet. Afijn: toen hij vandaag secondenlang een medespeelster beetpakte voor een ‘instructie’, zonder dat er iemand ingreep, en hij dat vervolgens bij mij wilde doen, wist ik genoeg.

Vrouwendag – Vaders dag

Het was me bijna ontgaan dat het Vrouwendag is. Dat komt omdat 8 maart de verjaardag van mijn overleden vader was. Zijn foto staat op tafel. Vanachter de laptop gezien is hij altijd dichtbij. Mijn vader was niet nadrukkelijk met zijn man-zijn bezig. Ik betwijfel of hij mij wezenlijk anders zou hebben behandeld indien ik een zoon was geweest. Waarschijnlijk vond mijn vader het vooral belangrijk dat ik mezelf kon zijn. Het vrouwen-bewustzijn komt van mijn moederskant. En dan met name het daaraan verbonden onrecht.

Ik doe mijn eigen ding en wat een ander daar van vindt, moet die ander maar weten. Mijn vader accepteerde mij meer zoals ik ben. Dit in tegenstelling tot mijn moeder, die van alles van mij vindt.

Mannen hebben mij zelden in de weg gezeten; vrouwen daarentegen vaker. Neem econome Heleen Mees, die maar blijft drammen dat vrouwen fulltime moeten willen werken. Of neem feministen, die het belachelijk vinden dat een man van mij best kostwinnaar mag zijn. Alsof je rol als vrouw dan per definitie minder voorstelt. Vrouwen die zo doorschieten in hun mening, nemen dezelfde houding aan als ouderwetse, belerende mannen doen.

Volgens mij is slechts één opvatting belangrijk, namelijk dat vrouwen binnen de algemene grenzen van vrijheid ongehinderd zichzelf mogen zijn.

Een alternatieve kijk op homoseksualiteit

Nashville, here we come, voor de brandstapel of voor de rozen.

‘Biologen weten al decennia dat zaadcellen geen actieve, heldhaftige zwemkampioenen zijn, maar eerder halfsneue spartelaars met in hun midden wat mazzelaars. En de eicel ligt niet passief te wachten; ze lokt en leidt de zaadjes met chemische signalen en vloeistofstromen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze kiest welk zaadje haar mag bevruchten. Een eitje is geen trofee voor de stoerste zaadcel; ze is een zakenpartner, en misschien zelfs wel de baas.’

Deze woorden, vooral die over de baas na de komma, zijn van Asha ten Broeke, wetenschapsjournalist voor de Volkskrant in haar column van 11 januari 2019. Laten we het nu eens hebben over die Nashville-verklaring.

Bij twijfel baseer ik mijn visie graag op de wetenschap. Weg met alle onzin; op zoek naar de kern. De ‘waarheid’ zo je wil. Wel vooropgesteld: ik was ff bezig met andere zaken en had geen tijd om die verklaring te lezen. Maar dat maakt niets uit, toch? Homoseksualiteit is een vrouwelijk woord met als betekenis: ‘seksuele gerichtheid op personen van hetzelfde geslacht’ (dus toch mannen en vrouwen, maar dan per soort).

Mijn stelling is als volgt: we weten nog niet goed waar homoseksualiteit vandaan komt.

Dit kan ik onderbouwen. Als bronnen gebruik ik mijn eigen referentiekader, zoals daar zijn: ouders en andere familieleden, vrienden, buren en collega’s. Verder heb ik weleens wat gelezen en toevallig ook nog iets met gender-studies gedaan. Dat laatste in het kader van man/vrouw-verhoudingen in de Arabische wereld en Afrika. Gewoon wat literatuur door gevlooid en ‘in het veld’ mijn ogen en oren open gehouden. Meer was het eigenlijk niet. O wacht, toch wel. Ik vergeet een onderzoekje naar vormen van polygamie wereldwijd. Interessant onderwerp, trouwens.

Een van mijn vroegere collega’s is een lesbische vrouw. Dat vernam ik pas vijftien jaar na vertrek bij onze werkgever, hoewel we steeds contact hadden gehouden. Ook zijzelf had het pas net ontdekt. Op het moment dat zij het vertelde, vielen ineens alle puzzelstukjes samen.

Want deze vrouw was voor mij een raadsel. Of liever, ik begreep maar niet waarom zij geen vriend had. Ze is sportief, zeer sympathiek, intelligent, leuk om te zien en bovendien heeft ze humor. Daar moeten mannen toch als vliegen op afkomen?

Ze is ook gevoelig en heeft mededogen. Zij ziet mensen voor wie ze zijn, beter dan menigeen. We leerden elkaar kennen toen we allebei in onze reisfase zaten. Met vrienden had ze in een oud barrel maandenlang door de VS gereisd. En voor haar afstudeerscriptie deed ze daar onderzoek naar een bekende regisseur. Op kantoor werkten wij intensief samen en dat ging prima.

Toch er was ook een intens duistere kant aan haar. Iets waar ze zelden, en dan nog slechts vaag, iets over liet doorschemeren. Pas veel later kwam het ogenschijnlijk en passant ter sprake. Zo van ‘Oh dat wist je toch wel, dat ene, met die buurman.’ Dat ene was jarenlang kindermisbruik in haar jeugd, door de buurman.

Ik kan mij voorstellen dat je het dan voorlopig even hebt gehad met mannen. En ja, seks met mannen werd een probleem voor haar, later, toen ze er wel de leeftijd voor had. Op een gegeven moment kreeg zij een vriend die veel van haar hield, en zij ook van hem. Maar meer dan platonisch werd het niet. Het ging gewoon niet, ze schoot finaal in een kramp. Een intieme relatie opbouwen met een man was onmogelijk geworden voor haar. Na een poos samenwonen gingen ze weer uit elkaar.

Nog weer later vertelde ze dus dat ze lesbisch was en een vriendin had. En ik dacht: ‘Daar geloof ik niets van.’ En nog steeds heb ik hevige twijfels bij haar. Dat ze ook op vrouwen kan vallen: ja. Alleen dat ze uitsluitend lesbisch is, kan ik zeer moeilijk aannemen. Het is een verschrikkelijk cliché idee, maar ik geloof oprecht dat dit anders was gelopen als ze in haar jeugd niet zo erg de verkeerde was tegengekomen.

Ik geloof niet dat zij lesbisch is geboren, maar dat zij lesbisch is geworden. Namelijk door een traumatische ervaring waar ze nooit meer overheen is gekomen. En dan toch, neem nu die wetenschap van dat eitje en die zaadcellen. Wat weten we inmiddels werkelijk over de chemische processen van aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen? Of tussen mannen en mannen? Of tussen vrouwen en vrouwen?

Uit het gekrakeel over die Nashville-verklaring maak ik op dat het een nogal conservatief Hill Billy-gedoe is. Heisa van een roedel achtergebleven white angry men and women. De laatste stuiptrekkingen, misschien, gevoed door angst voor de toekomst. Zogenaamd Christelijk tegenwicht voor de oprukkende Islam, wellicht. Of voor het gevaar uit China, want daar zijn ze ook bang voor. Wat mij betreft kunnen ze zich beter richten op hun eigen zonden, want er ligt vast nog wel wat onder het vloerkleed verborgen.

Jammer dat ze daar in country-minnend Nashville zo zelden luisteren naar Radiohead: I Might be Wrong.

Teksten recyclen is ook duurzaam

Sinds kort prijkt Raam Open op de lijst met blogs over duurzaamheid op Vlasleeuwenbekje’s Blogspot. Daar ben ik blij om. Dit blog verbleef namelijk al vijf jaar in de diepste krochten van internet en werd door weinig mensen opgemerkt. Nu komen er meer bezoekers. Behalve recente logjes, toveren zij ook het oudere werk tevoorschijn. Daar zit menig bericht tussen waarin ik mijn visie deel volgens de ‘People Planet Profit’-strategie. Het zijn pleidooien voor een duurzamere samenleving en economie. Veelal zijn ze geïnspireerd door mijn ervaringen binnen de internationale ontwikkelingssector in Afrika.

‘Duurzaamheid’ is één van de meest uitgekauwde termen van deze tijd. Het is een containerbegrip dat regelmatig door handige marketeers wordt misbruikt. Vandaag zag ik een advertentie voor ‘duurzame’ vakanties van twee weken naar Azië. Alsof er ook maar iets duurzaams is aan vliegreizen. Sommige mensen kunnen het woord niet meer hóren. Maar er bestaat geen alternatief voor een ‘duurzame’ toekomst. Dus zou ik zo zeggen: ‘Wen er maar aan, aan de noodzaak van duurzaamheid.’

Deze week kwam het log ‘Geboortebeperking als redding’ weer voorbij in de statistieken. Niet verwonderlijk, als je het nieuws volgt. Er is namelijk ophef over VVD-Tweede Kamerlid Wybren van Haga. Hij wil meer investeren in geboortebeperking in Afrika. Er worden twee miljard extra geboorten op dat continent verwacht, bovenop eerdere voorspellingen door de VN.

Wat mij betreft kan het genoemde log niet vaak genoeg worden gelezen. Het staat al jaren in de top 10 van de Pronkkamer om er blijvend aandacht op te vestigen. Gewoon, omdat het gaat over cruciale vrouwenrechten. En die hebben weer alles te maken met duurzaamheid. Hopelijk leidt deze recyclingactie tot aandacht voor de vele facetten daarvan. 😉

Bewust kinderloos

Eind jaren tachtig sprak ik een collega over haar plannen voor het leven. Ze was begin twintig, afgestudeerd en tamelijk evenwichtig. Wat ze in haar carrière wilde bereiken, ben ik vergeten, maar een ding is mij goed bijgebleven. Kinderen wou ze niet. Ze had haar huisarts al gevraagd om sterilisatie. Hij wilde daar voorlopig niet aan meewerken. Want, zo vond hij, ze was nog jong. Wat als ze zich later zou bedenken? Maar zij was heel stellig in haar keuze. En ze wilde geen ander voorbehoedsmiddel. Daarom kon ze amper begrip opbrengen voor zijn visie.

Dertig jaar en talloze ontmoetingen later is zij nog altijd een zeldzaamheid. Zeker tot in de jaren negentig was willen trouwen en kinderen krijgen de norm. Inmiddels ken ik wat meer vrouwen zonder kinderen. Voor een deel is dat ongewenst. Bij twee andere vijftigers betreft het een bewuste keuze. Ik betwijfel of ze mij dat zo openlijk hadden verteld als ik zelf moeder was geweest. Misschien heb ik het mis, maar geen kinderen wensen zit in de taboesfeer.

Wat ik veel erger vind, is dat talloze vrouwen ongewenst kinderen hebben gekregen. Vooral bij de generatie van mijn moeder kom je ze nog weleens tegen. Of liever, ik ontmoet hun dochters. Veel vijftigers moeten na baanverlies eerst in het reine komen met hun verleden. Onlangs hoorde ik weer een verhaal.

Over een nu negentig jarige moeder, die na haar trouwen zeven kinderen kreeg. Haar aspiraties voor een artistieke carrière moest ze vergeten. Vervolgens maakte ze thuis nogal nadrukkelijk de dienst uit. Waarna haar dochter al jong in therapie ging. En daarmee doorgaat tot in het heden. Deze dochter schiet in een kramp zodra de aandacht op haar wordt gevestigd. Dan wiebelt ze op haar stoel en wringt ze met haar handen. Zelfs in gesprek met bekenden durft ze haar mond nauwelijks open te doen. Bang dat ze, zoals ze het letterlijk zegt, ‘weer lastig is’. Terwijl ze er zo mag zijn.

Twee vrouwen, beiden slachtoffer van de tijd en een keuze die ze nooit kregen.

Anne

Anne
Sweet Dreams
Van de Eurythmics
25 was ik, net als jij

Zwieren op de motor
Slalommen tussen strepen door
Op een verlaten snelweg
Zo ver als het oog reikt
Ultieme vrijheid down under

Struinen over een bospad
Luisteren naar tropische vogels
Kikkers kwaken bij een stroompje op een kei
Een duik in de rivier, zonder kledij
Er is toch niemand bij

Maar altijd, altijd, altijd
Gespitst op het geluid
Van naderende mensen
Onmiddellijk op mijn qui-vive
Mij soms verbergend achter bomen

Want als ze dan toch komen
In de vrije natuur
Zijn wij vrouwen nooit volledig vrij
Nooit