Konden alle bouwvakkers maar zo goed communiceren als de bouwmarkt en de transporteur

Hoe vaak zal ik dit nog moeten verzuchten: ‘Wanneer gaan ze in de opleiding van bouwvakkers aandacht besteden aan goede planning en heldere communicatie met de klant?’ Na vijf jaar klussen begin ik te twijfelen of zij daar wel toe in staat zijn. Dit, terwijl medewerkers van een bouwmarkt en een transporteur geen moeite hebben met plannen en communiceren.

Ik geef twee voorbeelden uit mijn dagelijkse leven.

Voorbeeld 1 De dakdekker
Het zink van mijn dakkapel is verouderd en dat wil ik laten vervangen. In november 2019 ontvang ik een offerte en ga ik met de prijs akkoord. [Dit is een tweede poging, aangezien er met een andere dakdekker geen afspraak te maken viel.] De geplande uitvoering is maart 2020, afhankelijk van het weer.
Begin maart 2020 blijft het stil. Dus ik bellen. Meneer is er niet, maar zijn vrouw bevestigt dat ik voor die maand in de planning zit. Vervolgens hoor ik niets meer.
Ik weer bellen, rechtstreeks met meneer deze keer. Meneer is elders bezig en zal terugbellen zodra hij gelegenheid heeft. Wederom blijft het stil.
Het wordt intussen 8 april. Dus bel ik opnieuw [zucht, ZUCHT] en zeg dat de planning maart was, dat ik gebeld heb, dat ik terug gebeld zou worden, maar dat ik niets meer heb vernomen.
Nu zou je verwachten dat meneer gaat zeggen: ‘Sorry, het was mij even ontschoten’, of iets dergelijks. Kan gebeuren. Maar nee hoor; geen enkele blijk van schuldbesef.
Hij meldt alleen dat hij nu even niets kan doen qua planning, want hij is bezig met een verbouwing en een verhuizing. Daarom zal hij mij nog terugbellen. Over een week, ongeveer …

Voorbeeld 2 De bouwmarkt en de transporteur
Het is 8 april en een belachelijk warme lentedag. Nu wil ik een parasol hebben. Op internet vind ik bij een grote bouwmarkt een mooi exemplaar. Bij gebrek aan eigen vervoermiddel, kies ik voor thuisbezorging. Ik plaats de bestelling rond 13.00 uur. Per artikel is keurig vermeld wanneer de vermoedelijke levering is. Ergens komende week.
Vervolgens ontvang ik: (1) direct een bedankje met een bevestiging; kort daarna (2) een optie voor keuze van het tijdstip van levering; verder (3) een bevestiging van de vervoerder dat het bestelde daar binnen is; (4) een bericht over de levering morgen [jawel: al de volgende dag]; plus (5) een nog specifieker bericht daarover met contactgegevens. En ook (6 + 7 + 8) een bericht in tweevoud plus een sms om 23:45 uur over het tijdvak waarbinnen zal worden geleverd; én, om 4:57 uur, (9) de rekening.

Oké, bij voorbeeld 2 is de hoeveelheid communicatie ietwat overdreven. Maar in dat geval weet ik wel precies waar ik aan toe ben. Sommige bouwvakkers kunnen hier echt nog wat van leren. (Sommige artsen trouwens ook, maar in de medische wereld werken ze tenminste aan een inhaalslag.)

Kiezen uit vier mannen

Verspreid over de dag ontvang ik reacties van vier mannen. Zij reageren op mijn oproepje in de buurtapp: ‘Gezocht: een sterke en handige persoon die vandaag kan helpen.’ Mijn nieuwe bed met toebehoren is vanwege de coronacrisis namelijk slechts tot de voordeur gebracht. Oorspronkelijk zou de leverancier alles monteren. Nu moeten de losse onderdelen nog naar boven worden gesjouwd en in elkaar worden gezet. Het is natuurlijk fijn dat vier heren dit willen doen. Alleen plaatsen ze mij wel voor een nieuw dilemma, want wie van hen zal ik kiezen?

Er zijn verschillende opties. Bijvoorbeeld gewoon de eerste kiezen die reageert. De eerste man schrijft echter: ‘Ik wil je graag helpen maar dat lukt niet vandaag. Is het morgen ook mogelijk?’ Hm, nou liever alleen als er geen andere gegadigde opdoemt.

Tegen de middag heeft er nog steeds verder niemand gereageerd. Daarom spreek ik een voicemailbericht in. Mocht er vandaag niemand anders kunnen, dan neem ik alsnog contact op met hem. Ik ga lunchen en daarna met mijn smartphone aan de wandel. Het blijft urenlang stil …

Pas tegen de avond reageren kort na elkaar drie nieuwe gegadigden. Eerlijk gezegd vind ik het onprettig om af te spreken wanneer het al donker is. Ik ken geen van deze mannen, dus wat voor persoon haal ik eigenlijk binnen? Toch zou het mooi zijn als het monteren die dag nog lukt. Dus neem ik deze drie mannen ook in overweging.

Kandidaat nummer 2 heet Ashraf en schrijft gebrekkig Nederlands. Zijn foto staat er bij. Het lijkt mij een sympathieke gast. Uit een snelle check op internet blijkt dat hij installatietechniek studeert aan een regionale ROC. Vermoedelijk heeft hij pas sinds kort een verblijfsvergunning. Verdient hij een kans?

Kandidaat nummer 3 heet Dirkjan en lijkt mij een zeer ongedwongen type. Leuke gast om te zien trouwens, volgens zijn profielfoto. Hij woont in de buurt en blijkt iets te doen met ayurveda plus verdovende middelen. Nu niet meteen oordelen, hè. Relax.

Kandidaat nummer 4 komt echt op de valreep binnen. Hij heet Thijs en dit is zo’n sportieve jonge hond die in de kracht van zijn leven is. Althans, dat is mijn indruk. Op de buurtapp staat dat hij als lid is uitgenodigd door een jonge vrouw die in Leiden studeert. Dit voelt voor mij gelijk vertrouwd.

Zoals iedereen, zoek ik iemand waarmee ik op de een of andere manier een band heb. Maar ja, soms ga ik daar wel flink de mist mee in. En een eerste indruk zegt niet alles. Trouwens, het wordt onderhand al bijna donker. Zal ik het hele gebeuren dan toch uitstellen en voor de eerste kandidaat gaan?

Kandidaat 1 heet Wilfred en hij is met cabaret en muziek actief in culturele sector. Lijkt mij een aardige man; ongeveer van mijn leeftijd. Ook hij woont in de buurt en in zijn reactie klinkt hij behulpzaam. Of hij daarbij sterk en handig is? Geen idee.

Voor wie zou jij gaan, en waarom?

Een keertje apart afspreken

Binnen de vrijwilligersgroep voor werkzoekenden drop ik dat ik mij soms verveel. Een van de aanwezigen vat dit op als een teken van eenzaamheid. ‘We kunnen wel een keer samen afspreken.’, oppert zij meteen. De rest schakelt alweer over op een ander onderwerp, waardoor ik niet gelijk reageer. Onze groep heeft altijd gespreksstof in overvloed. Naderhand stelt ze het nogmaals voor. ‘Dan kunnen we ook eens wat dieper over dingen doorpraten.’ Ze wil wel bij mij thuis langskomen.

Na de vorige vergadering had ik zelf ook al aan afspreken gedacht. Zij is een slimme, vriendelijke vrouw en beiden zijn we werkloos. Eind vorig jaar gingen zij en haar vriend uit elkaar. Haar huis heeft ze verkocht. Nu woont ze voorlopig bij haar moeder in, in het ouderlijke huis. Moeder is bejaard en gaat mentaal achteruit. Daarom lijkt dit misschien een mooie oplossing, maar ideaal is hun situatie niet.

Ik wil dus best samen afspreken; en toch is er ineens een lichte twijfel. Waarom toch? Komt het door slechte ervaringen in vergelijkbare situaties? De laatste jaren heb ik vaker met mensen apart afgesproken die ik tot dan toe alleen binnen een groep had meegemaakt. En steeds bleek achteraf dat er wat aan de hand was.

Valt een afspraak tegen, dan is dat meestal geen ramp. In zo’n geval heb je het geprobeerd en kan je zonder veel gedoe afscheid nemen van elkaar. Maar met deze vrouw blijft het contact via de vrijwilligersgroep in stand.

Vooral dat ‘dieper over dingen doorpraten’ zou een omineus signaal kunnen zijn. Het kan namelijk positief of negatief uitpakken. Als je duidelijke raakvlakken en gedeelde interesses hebt, is dit prima. Maar ik heb nog niet ontdekt of wij die hebben.

In vergelijkbare situaties met andere mensen kreeg ik te maken serieuze dilemma’s. Zoals: ernstige psychische problemen, een uiterst pijnlijk gebrek aan zelfvertrouwen, spraakwatervallen, en types die mij als coach of therapeut beschouwen. Terwijl ik psychiater noch coach noch praatpaal ben. En dan was er nog een griezel die tijdens een boswandeling eindeloos over spiritualiteit doorging. Brrr.

Wellicht is het enige probleem dat deze vrouw in staccato tempo denkt en praat. Daarvan raak ik fysiek en mentaal snel buiten adem. Nou ja, we zullen zien. Met mensen omgaan blijft een uitdaging, maar alleen vermaak ik mij ook prima. Meestal dan toch.

Bedgeheimen en een levensvraag

Het is zo’n beddenzaak van de luxere soort, waar ik naar binnen stap. Zachte sfeerverlichting. De boxsprings en ledikanten zijn smaakvol opgemaakt met kwalitatief goed linnen. Levensgrote foto’s van kasteelachtige interieurs en natuurtaferelen op de tussenwanden. Elk bed komt mooi tot zijn recht in een eigen hoekje. Discreet staan enkele aanbiedingen vermeld. Het zijn er slechts een paar; ze doen hier onnadrukkelijk mee aan de wintersales.

Dit is de eerste van drie winkels die ik vandaag wil bezoeken. Elders is nog een andere woonboulevard met beddenzaken. Ik wil een weloverwogen keuze maken; een goed bed luistert nauw. En een degelijk bed gaat lang mee. Zo lang, dat dit weleens het laatste bed in mijn leven kan worden. Misschien slaap ik er nog op wanneer ik al hoogbejaard ben. Het is een wat vreemde gedachte.

Die lange levensduur plaatst mij wel voor een acuut dilemma. Daar is die prangende vraag: blijf ik alleen wonen, of komt er in de toekomst een partner? Da’s toch handig om vooraf te weten. Ik moet namelijk kiezen tussen een éénpersoons- of een tweepersoonsbed en gelijk de gewenste maten doorgeven. Bovendien is een goed bed nu meer dan ooit maatwerk. Dat blijkt even later.

Bij het betreden van de winkel verkeer ik nog in de oriënterende fase. ‘Eens kijken wat er allemaal te koop is.’, denk ik. Nou, elk bed biedt een scala aan mogelijkheden. Wil je een bed met of zonder hoofdbord en/of voetenbord? En welke van de drie soorten pootjes (desgewenst op aangepaste hoogte) in welke van de acht kleuren mag het worden? Ook de bekleding is in verschillende stoffen verkrijgbaar. Het aanbod bestaat uit zestig kleuren.

De winkelier laat mij rustig rondwandelen. Hij heeft feilloos door hoe en wanneer hij mij moet benaderen. Juist als ik wat langer om een specifiek bed heen draai. Dan staat hij ineens naast me. En dan begint het keuzeproces pas echt.

Voor een passende bedbodem en het matras wordt eerst je slaap-DNA in kaart gebracht. Ja heus, dat is een persoonlijk slaapprofiel. De winkel heeft hiervoor speciale cabines met bedden beschikbaar. Het is best vermakelijk en comfortabel allemaal, terwijl ik liggend de video-instructies opvolg. Ondertussen doen de sensoren hun meetkundige werk. Ze registreren precies waar en hoe groot de drukverdeling is op het matras.

‘Dit zien we niet vaak’, zegt de winkelier achteraf, als hij mij de uitgeprinte details overhandigt. Ik heb weer eens een uitzonderlijk profiel.

Oh, en ik heb wat moois gezien, waardoor ik gelijk niets anders meer wil. Vanzelfsprekend valt mijn keuze in de hoogste prijscategorie. Deze keer speelt er nog iets mee. Want heb je eenmaal het comfort ervaren van een speciaal op jouw profiel ingestelde lattenbodem met meebuigend matras, volledig afgestemd op jouw hoogsteigen slaap-DNA, dan wil je echt geen standaard bed meer. Dus.

Nu moet ik kiezen tussen een één- of een tweepersoonsbed. Het maakt qua prijs opvallend weinig verschil. Maar bij een tweepersoonsbed horen een extra bodem, matras en dekbed. Alles meegerekend, tikt het flink aan. (En welke maten hou je aan voor een nog onbekende eventueel toekomstige partner?)

Bij bedden werkt het net zoals bij hotelovernachtingen. Neem je een éénpersoonskamer, dan betaal je vrijwel evenveel als een echtpaar. Soms vind ik dergelijke situaties gênant. Het lijkt wel alsof een alleenstaande niet serieus meetelt. Alsof je een soort tweederangsburger bent. Of nog niet helemaal volwassen. Alleenstaanden moeten kiezen tussen een kinderbed of een bed voor hoogbejaarden. Tot deze twee opties blijft het assortiment éénpersoonsbedden beperkt. Dat is vreemd.

Volgens het CBS telt Nederland wel 2,8 miljoen alleenstaanden en hun aantal groeit. Blijkbaar is deze ontwikkeling nauwelijks tot de beddenbranche doorgedrongen. Slapen alle alleenstaanden dan in een tweepersoonsbed? Rekenen ze na een scheiding weer op een nieuwe partner? Vermoedelijk kopen weinig mensen tussen de 21 en 75 jaar oud een éénpersoonsbed. Volgens mij bepaalt het aanbod hier de vraag. Of is er sprake van een taboe dat angstvallig wordt verzwegen?

Over man/vrouw-prestaties gesproken

Geef drie voorbeelden van iets wat niet is gelukt in je leven. Dat vroeg Elizabeth Day aan succesvolle mensen. Zij is auteur van het boek Durf te falen. Volgens haar kijken mannen wezenlijk anders naar het concept ‘falen’ dan vrouwen.

Vrijwel alle vrouwen ‘zeiden ze dat ze zo veel mislukkingen hadden gekend dat ze geen idee hadden hoe ze die tot de vereiste drie moesten terugbrengen.’ De meeste (maar zeker niet alle) mannen daarentegen ‘antwoordden dat ze zich afvroegen of ze wel echt ergens in mislukt waren en dat ze wellicht niet helemaal de juiste gast voor haar podcast waren.’ (Artikel Succes met falen, VPRO-gids # 4.)

Vrouwen wijten mislukkingen vaak aan zichzelf, terwijl mannen sneller wijzen naar anderen of omstandigheden. Ook kunnen vrouwen falen doordat zij zich onvoldoende profileren. Vroeger was bescheidenheid een vrouwelijke deugd; nu is dat een probleem. Je moet zichtbaar maken wat je presteert, anders worden je daden over het hoofd gezien.

Sommige mannen gaan nog een stap verder. Die beweren al dat ze wat presteren voordat ze ook maar iets hebben gedaan.

Aan die mannen heb je ook niks

Maandagochtend. Ik heb een afspraak met de klusser die hier vorig jaar al kwam. Vandaag gaan we de nieuwe wasmachine op zolder verplaatsen. Dan komt het apparaat precies boven twee draagbalken te staan, die (hopelijk) wèl in de stenen muur verankerd zijn. Nu staat de wasmachine namelijk op een zwevend vloerdeel. De trillingen gaan bij het centrifugeren dwars door mijn hele huis heen. Hier tob ik al weken mee.

Het is nogal een gepuzzel om de beste plek te vinden. De meeste draagbalken gaan schuil tussen vloerbedekking, planken en verlaagde plafonds. Wel is er een schuine steunbalk zichtbaar nabij het zolderdak. Die balk loopt door boven de trap. Staand in het trapgat kan ik opmeten waar een vloerdraagbalk op de overloop zich bevindt ten opzichte van die schuine balk. Eerst recht naar beneden en dan vier centimeter naar links tot de rand van de vloerbalk. De vloerbalk is zes centimeter breed. Ongeveer zestig centimeter verderop zit de volgende draagbalk.

Kortom, ik popel om de wasmachine te verplaatsen, in de hoop dat er dan minder trilling ontstaat. Vandaag dus. Echter, wie er ook komt, niet meneer de klusser. Het is weer zover. Hij is van goede wil, maar met afspraken totaal onberekenbaar. Deze keer is hij verkouden en moet hij veel hoesten. Ach gossie toch. Zeggen kerels daar nu ook al voor af?!

Oh, wat frustreert mij dit toch weer. Want wie anders kan ik nu vragen? Moet ik voor hulp naar de lokale witgoedboer gaan? Moet ik soms de timmerman bellen die hier onlangs een deur ophing? Of moet ik gelijk maar een loodgieter inschakelen en de aansluitingen in de keuken gereed laten maken? Al is het uitermate onhandig wanneer de wasmachine daar moet staan. Ik baal zo van de hele situatie dat ik er depressief van word. En vervolgens word ik nog beroerder van mijn moedeloze gevoel.

‘Nou,’ denk ik, ‘dan ga ik het zelf wel doen!’ (Nou ja, even doen …) De wasmachine weegt 75 kilo en hij staat met rubber pootjes op stroeve vloerbedekking. Ik gooi er mijn volle 56 kilo tegenaan, maar hij verroert geen vin. Dan maar slim zijn. Tenslotte heb ik al eerder hele kasten versleept op stukken karton. Deze keer blijkt laminaat het beste transportmiddel.

Eerst wurm ik twee planken onder de pootjes. Daarna zet ik mij schrap en duw ik uit alle macht, diagonaal tegen de wasmachine hangend. Het enige wat er gebeurt, is dat ik uit mijn pantoffels glij. Dus schop ik mijn pantoffels opzij om op sokken verder te gaan. Waarna ik ook uit mijn sokken glij. Dan maar helemaal naar beneden lopen, schoenen met rubber zolen aandoen, en verder duwen. Eindelijk komt er beweging in. Ik duw en sjor net zo lang tot de wasmachine op het juiste aantal centimeters van de schuine balk af staat. Tadáa!

Ach, wat heb je ook eigenlijk aan mannen?

Contactadvertentie tussen de gevonden voorwerpen

In de dagelijkse feed van onze buurtapp verschijnt een enigszins ongebruikelijk bericht. Meestal staan hier gevonden voorwerpen en spullen te koop of gratis af te halen. Plus oproepjes voor klussers of gezamenlijke maaltijden en aankondigingen van culturele evenementen. Deze keer gaat het om een contactadvertentie. Een man met foto, (‘Ik ben een mooie jongen’), zoekt 50+ vrouwen voor een seksuele relatie. ‘Reacties graag via privé-bericht.’

Dat laatste is jammer, want ik ben nieuwsgierig. Naar hoe hierop wordt gereageerd, bedoel ik. Zal zijn contactadvertentie wel goed vallen? Zijn adres duidt op iemand met een ernstige lichamelijke of meervoudige handicap. De contactadvertentie is zichtbaar in zeventien buurten, maar vooralsnog blijft het ogenschijnlijk stil. Is dan niemand geïnteresseerd? Of houden mijn buren de adem in? Een dag later staan er achttien reacties onder zijn bericht.

Een kleine analyse. De eersten die reageren zijn zonder uitzondering boze mannen. ‘Het lijkt me duidelijk dat … niet voor sex advertentie,s is. Haal je oproep aub weg. Op de site van novamora kan je terecht voor je sexoproep.’ Goh, Novamora. Zo lees je nog eens wat, meneer De Moraalridder.

De man van de contactadvertentie reageert beheerst en de boze meneer gaat aan de organisatie van de buurtapp vragen of de oproep kan worden gewist. ‘Ik heb hier geen behoefde aan. Ook kinderen kijken hier naar de oproepen of advertentie ,s.’ Dat de boze meneer hier geen behoefde aan heeft, is duidelijk. Hij heeft trouwens wel een serieus probleem met spelling en interpunctie. Dit in tegenstelling tot de adverteerder. Die is zelfs bereid om zijn advertentie te controleren op aanstootgevende bewoordingen.

Na deze schriftelijke schermutseling tussen heren onderling, stromen de reacties van dames binnen. Aanvankelijk zijn die wisselend van aard. Totdat een vrouw (50-) onder andere dit schrijft: ‘waarom mag een mens wel vragen om iemand die hem/haar helpt met klussen of tuinwerkzaamheden en niet voor lichamelijk contact…? Is ook een legitieme en wezenlijke menselijke behoefte hoor, kom op mensen het is bijna 2020… ;).’ Zij krijgt wel twintig digitale bossen bloemen, hartjes en andere bedankjes.

Een paar uur geleden schreef een vrouw (die te jong is voor de doelgroep) nog dit: ‘Hi N. Dapper van je dat je zo eerlijk bent. Ik hoop dat je zoekt wat je wilt. Het is in nette woorden beschreven. Jammer dat mensen er stom, grappig of negatief op reageren.’ Hier ben ik het helemaal mee eens. Opvallend is dat zij ‘Ik hoop dat je zoekt wat je wilt.’ heeft geschreven. Dat vraag ik mij namelijk eveneens af.