Even doorbijten en dan verdergaan

Vandaag heb ik een klus geklaard, waarvan ik vond dat ik die moest doen. Vooraf had ik al een vermoeden van wat mij te wachten zou staan. Namelijk iets vernemen wat ook bij sollicitaties gangbaar is. Dus 101 varianten op ‘U past niet in het profiel.’ Daarom moest ik mij mentaal wel even voorbereiden. Dat ging goed. Uiteindelijk werden het een paar varianten minder. Nu kan ik met mijn leven verdergaan.

Grappig trouwens, dat een van de organisaties streeft naar een wereld waarin iedereen meedoet.

Beste Lilianne Ploumen

Stem met je hart en met je verstand

Beste Lilianne,

Als zwevende kiezer zag ik je gisteren in de finale van het lijsttrekkersdebat. Wij kennen elkaar, we hebben voor dezelfde organisatie gewerkt. Ik onder meer als programmamedewerker en jij als directeur. We spraken elkaar soms bij de koffieautomaat in de hal. Nadat ik vlak bij ons kantoor door een auto op een zebrapad was geschept, informeerde je oprecht bezorgd hoe het nu ging met mijn hand. Diezelfde oprechte betrokkenheid zag ik gisteren bij je terug in het debat. Die is er dus nog. Ik heb even getwijfeld of ik toch weer zou stemmen op jouw partij.

Veertig jaar geleden mocht ik als achttienjarige voor het eerst stemmen en toen koos ik voor de PvdA. Het was 1981 en de tijd van de massale jeugdwerkeloosheid. Joop den Uyl was lijsttrekker en beloofde dat hij daar wat aan ging doen. Ik geloofde hem, maar werd door hem teleurgesteld. In mijn ogen maakte hij zijn belofte onvoldoende waar. Ik nam mij toen heilig voor om nooit meer te stemmen op de PvdA. Dat heb ik al die jaren ook niet meer gedaan.

Natuurlijk ben ik sindsdien wel wat wijzer geworden. Politiek bedrijven is een onderhandelingsspel. Je moet als kiezer zelf realistisch zijn. Tijdens verkiezingen worden er droomplannen voorgelegd. Met de beste bedoelingen weliswaar, maar pas daarna volgt in de Tweede Kamer het echte gevecht.

Kiezers die geloven dat politici doen wat ze tijdens de verkiezingen beloven, zijn gewoon naïef. Want hoezeer zo’n politicus ook voor zijn standpunt opkomt, hij heeft het nooit alleen voor het zeggen. Dat proces, dat zouden ze weleens wat beter aan beginnende stemmers mogen uitleggen. Maar ja, ik kwam in 1980 van de lagere huishoudschool en betwijfel ten zeerste of we het daar überhaupt over het politieke systeem hebben gehad.

Lilianne, ik zag je daar staan, gisteren. Ik bedoel: ik zag jou, als collega, als mens. Ik zag je terug in je oude rol, die mij zo vertrouwd was. De rol die je had binnen de internationale ontwikkelingssector. Ik zag het woord ‘VERBINDING’ in hoofdletters voor me.

Ik moest terugdenken aan alles wat we bij die organisatie heb mogen doen en leren. Ik herinner mij nog zo goed hoe we met ‘partnerorganisaties’ wilden omgaan. Respectvol. De ander in zijn waarde latend. Zoekend naar gedeelde belangen en werkend vanuit vertrouwen. Ook al hadden wij de grote zak met geld in handen; wij waren evengoed van hen afhankelijk voor de lokale kennis en goede uitvoering van plannen.

Lilianne, ik zag je gisteren terug in je nieuwe rol. Daarbij viel mij ineens de positie op, die je nu hebt ten opzichte van de anderen. De lijsttrekkers van de grootste partijen, bedoel ik. Je hebt absoluut lef, want het is me nogal een slangenkuil. Maar ik denk dat je hiervoor hebt gekozen uit volle overtuiging. Omdat er nog zulke scheve verhoudingen zijn en je wilt opkomen voor de zwakkeren. Omdat we niet mogen weglopen voor de grote en urgente vraagstukken. Omdat er nog veel valt te verbeteren en jij in deze positie echt wat kan betekenen.

En ik geloof in jou. In het debat zocht je toenadering en hield je op een sympathieke manier aan je standpunten vast. Ik kon aan de gezichts-uitdrukkingen van de andere lijsttrekkers zien dat je ontwapenend bezig was. Dat is zo belangrijk.

Want, mijn God zeg, wat ben je toch op een apenrots beland. Neem nu die zelfingenomen VVD’ers, vertegenwoordigd door zo’n gladde prater als Mark Rutte. De arrogàntie van iemand die meent dat hij toch wel wint. Ik werd er onpasselijk van. Hij nam niet eens de moeite om wat rustiger te praten, zodat de gewone man hem ook kan verstaan. Maar ja, hij is voor de middenklasse en de ondernemers. De rest en de natuur kunnen verrekken. Hij zal de verdeeldheid alleen maar groter maken.

Lilianne, misschien ervaar jij je huidige positie nu net zo als ik mijn positie bij mijn laatste werkgever heb ervaren. Daar werkte ik te midden van een stel super intelligente jonge honden. Ik was aangenomen op basis van mijn kennis en uitgebreide werkervaring. Ze hadden er waardering voor, maar ik kon onmogelijk aan hen tippen. En ik kon ze niet meer bijbenen. Het werd mij pijnlijk duidelijk dat ik links en rechts was ingehaald. Dat mijn jarenlange bijscholing weinig meer uitmaakte.

Hier stond een nieuwe generatie. Bovendien waren mijn werkgevers strategisch zo veel gehaaider dan ik. Wat wil je ook: zij behoren tot de absolute top in de debatwereld. Maar toch. Ik kon er niet meer tegenop en ik zie dat het nu ook jou enige moeite kost.

Als ik het mij goed herinner, was jij al weg bij onze werkgever toen de reorganisatie werd doorgevoerd. Je hebt niet meegekregen hoe het mij daarna is vergaan. Over ons werk heb ik tientallen logjes geschreven op Raam Open. Omdat ik de kennis en inzichten die ik bij onze organisatie heb opgedaan, wilde blijven delen en gebruiken. Ik wilde ze inzetten om verandering te bewerkstelligen, hoe gering ook. In het onrecht dat mensen en de natuur overal ter wereld wordt aangedaan.

Heel even heb ik getwijfeld of ik toch weer zal stemmen op de PvdA. Niet voor die partij, nee, voor jou. Omdat ik in je geloof en je ook wil steunen. Maar ik heb toch te veel moeite met jouw partij. Ik ben oud genoeg om te beseffen dat je niet eindeloos vast moet houden aan een bezwering van veertig jaar geleden. Maar ik heb recent wel weer een zeer schofferende ervaring opgedaan. Als vrijwilliger, nota bene, wiens maandenlange inzet niet als waarde werd gezien.

Ik heb het over de foto-expositie, waarvan de penningmeester publiekelijk verkondigde dat de donor met zijn paar honderd euro een grotere bijdrage had geleverd dan ik. We hebben er drie maal over gesproken. Hij is onvermurwbaar in zijn standpunt. In zijn e-mail noemde hij mijn wens en voorstel ‘onfatsoenlijk’. Is het onfatsoenlijk, als ik het materiaal aan het provinciale archief wil doneren, in plaats van aan de financier van het printwerk en een paar lijsten? Deze meneer woont in het grootste huis van onze straat en voor zijn raam hangt een poster van jouw partij.

Maar als een voormalige lokale representant van de PvdA uitsluitend oog heeft voor het geld, en mijn vrijwillige arbeid voor lief neemt, dan is en blijft het voor mij een waardeloze partij.

Dus stem ik op een andere vrouw. Iemand achter wiens partij ik evenmin volledig sta. Zij heeft, net als jij en ik, ervaring opgedaan in een aan de ontwikkelingssector gerelateerde werkkring. Wat ik van haar in een documentaire over haar diplomatieke werk in moeilijke omstandigheden heb gezien, boezemt mij ontzag in. Ze lijkt mij wat harder dan jij bent, en dat zal nodig zijn. Strategisch gezien lijkt zij nu de beste keuze voor mij.

Wel overweeg ik om haar persoonlijk te schrijven, aangezien mensen in mijn positie niet worden genoemd in haar programma. Oh, wacht, ik zal je nog kort vertellen over mijn huidige situatie: geen werk, geen uitkering en geen inkomen. En dit, op een zzp-klus van drie maanden na, duurt al ruim vier jaar. Maar de onzichtbaarheid van mensen zoals ik speelt bij letterlijk iedere partij.

Lilianne, ik wens je alle succes. En als het niet leuk meer is, stop er dan mee. Je gezondheid is veel belangrijker dan die partij met de hele apenrots er bij.

Hartelijke groet,

Karin

Over bullshit jobs en nuttig bezig zijn

Afgelopen zondag was er een heerlijke aflevering van VPRO Tegenlicht: Mijn bullshitbaan. Onzinbanen zijn functies waarvan werknemers zelf zeggen dat die geen maatschappelijke meerwaarde hebben. De marketingsector scoort hoog en de managementlaag doet het ook bijzonder goed. In zijn boek telt antropoloog David Graeber vijf soorten onzinfuncties, namelijk: wachters, bullebakken, oplapwerkers, afvinkers en opzichters. Als je leest wat hij hiermee bedoelt, zal je er vast wat in herkennen. Ik tenminste wel.

Een wachter is bijvoorbeeld een frontdeskmedewerker, die binnenkomende telefoontjes doorverbindt hoewel dat een onnodige tussenstap is. Zo ben ik aan mijn carrière begonnen: als receptioniste op een kantoor dat nauwelijks bezoekers ontving. Wel kwamen er telefoontjes binnen. Bij deze baan heb ik geleerd hoe belangrijk het is om te doen alsof je het enorm druk hebt.

Een bullebak is iemand die agressief nutteloze dingen doet. En jawel, daar is ’ie: de telefonische verkoper. Gelukkig ben ik voor dat werk afgewezen. Mijn stem viel namelijk weg tijdens het telefonische sollicitatiegesprek. Thank goodness!

Oplapwerkers lappen de schade op ‘die door slordige of incompetente superieuren is aangericht.’ (Ik zeg niets. Nee, ik zeg helemaal niets.) Of ze besteden een groot deel van hun werkzame tijd aan het overtypen van getypte teksten die niet digitaal zijn opgeslagen. Boy, oh boy! Ik heb duizenden gedrukte pagina’s overgetypt. Daar had ik een bijna fulltime baan aan. Ze waren zo slecht gekopieerd, dat geen scanner er raad mee wist. Ik ben trouwens best goed in typen.

De categorie afvinkers bezorgt mij een zekere gewetensnood. Dit zijn ‘banen die voornamelijk bestaan ‘zodat een organisatie kan beweren dat ze voor de vorm aan een bepaalde eis heeft voldaan’.’ Oei. Ik heb aan de kant gezeten van de opdrachtgever die vanwege financiering eisen moest stellen. Wel probeerde ik het geturf te beperken tot nuttige gegevens waar de afvinkende organisatie zelf wat aan had. Maar ik ken ook de andere kant die een mens tot wanhoop kan drijven. Zoals in een strak geautomatiseerd systeem formuliertjes invullen, terwijl onduidelijk is waartoe deze dienen.

Tot besluit zijn er opzichters, de overbodige superieuren. Denk aan de zorgsector, denk aan het onderwijs. Zij zorgen voor extra veel formulieren en bureaucratie. Hm, ik heb weleens een formulier ontwikkeld. Maar dat was slechts kort in gebruik, dus dat telt niet.

Ik ontmoet nogal wat oudere werkzoekenden die vrijwilligerswerk doen. Bijvoorbeeld op het vlak van zorg en welzijn, als taalmaatje voor een asielzoeker of als natuurbeheerder. Veelal hebben zij een lange loopbaan achter de rug. Sommigen van hen hebben nu pas het gevoel dat ze nuttig bezig zijn.

Iedereen wil coach zijn

Als je in kringen van oudere werkzoekenden verkeert, kom je ze nogal eens tegen. Mensen die coach willen worden of dat al zijn. Het viel mij in 2008 al op hoeveel mensen dit beroep ambiëren. In dat jaar volgde ik een coaching traject bij een gerenommeerd bureau. Het doel was herbezinning op mijn loopbaan, om daarna elders verder te gaan.

Dat traject heb ik als een warm bad ervaren. De locatie was een prachtige oude Haagse villa waar deelnemers in een prettige sfeer ervaringen konden uitwisselen. Er waren workshops, groepssessies, individuele persoonlijke gesprekken en volop kansen om te netwerken. Veel veertigers en vijftigers in mijn ‘lichting’ hadden een interessant verhaal. Een vaste vraag was of je al wist op welk beroep je je wilde oriënteren. Opvallend veel deelnemers ambieerden de zelfstandige functie van coach. Onze eigen coaches dienden als goed voorbeeld.

Vreemd is die keuze niet. Boven de veertig heb je al heel wat lief en leed meegemaakt. Je beschikt over de nodige levenservaring. Zo weet je waarover je praat als iemand met een vergelijkbaar probleem om hulp vraagt. Dat coachen lijkt aangenaam. Je gaat samen rustig en in vertrouwen het gesprek aan. En het is fascinerend om te zien welke beweegredenen andere mensen hebben en hoe ze met elkaar omgaan. Coaching is betekenisvol werk wanneer je iemand daadwerkelijk kan helpen. Misschien geeft dat wel veel meer voldoening dan het werk wat je eerder hebt gedaan.

Als bijkomend voordeel kan je zo beginnen en tegelijk werken aan je professionele ontwikkeling. Even inschrijven bij de Kamer van Koophandel en klaar. Terwijl je nog een vakinhoudelijke cursus volgt, start je gewoon alvast een bureau. Inmiddels telt het Handelsregister 63.000 coaches. Dat is een stijging van 66% sinds 2014. (Bron cijfers: ‘Het begrip coach is uitgehold’, de Volkskrant, 12 maart 2019.) Ik durf te wedden dat de stijging tussen 2008 en 2014 zeker even hoog was.

Sinds dat traject ontmoet ik nog regelmatig coaches. Bijvoorbeeld bij de werkgroep voor en door werkzoekenden. Al vijf jaar lang wordt daar om de week een workshop gegeven door vrijwilligers. Menige trainer is zelf coach of wil coach worden. Degenen die in nog opleiding zijn, ontmoeten er mensen om hun coaching talent mee te oefenen. En de coaches die al een praktijk hebben, zoeken er naar klandizie. Ik ben heel benieuwd hoeveel van die 63.000 coaches in realiteit parttime of volledig werkloos zijn.

Altruïsme is ook eigenbelang

Je leest weleens over mensen die een jaar lang elke dag een goede daad verrichten. Het kan een hele opgave zijn, maar vaak hebben ze er zelf plezier in. Ik vind zoiets ontzettend sympathiek. Goede daden verrichten, brengt mensen samen. Het maakt het leven wat makkelijker voor iemand die het zwaar heeft. En je eigen leven wordt er een beetje minder voorspelbaar door. Dat kan een voordeel zijn. Je leest het hier al: in altruïsme schuilt eigenbelang.

Hoewel ik niet voorop loop qua vrijwilligerswerk, haal ik deze week een prima score. Ik heb de kat van de rechterburen eten en aaitjes gegeven, een pakje aangenomen voor de overburen, de website van de werkkring bijgewerkt en zojuist het onkruid voor de linkerbuurman gewied. Hij is oud en chronisch ziek, en kan dat moeilijk zelf doen. De kat hielp trouwens een pootje mee, op zijn manier dan. Dat is toch gewoon aardig en behulpzaam, zou je denken. Lees verder “Altruïsme is ook eigenbelang”

Communiceren met de fotograaf

Op een dag verschijnt er een onbekende man op de wekelijkse bijeenkomst voor en door werkzoekenden. Omdat hij alleen staat in de pauze, knoop ik met hem een praatje aan. Hij komt erg dicht bij me staan en kijkt mij nogal indringend aan. Aandacht. Dat eist hij van mij.  Al direct overschrijdt hij de grens van mijn comfort zone. En daarbij: hij heeft een slechte adem. Ik doe onmerkbaar een stapje achteruit, maar hij volgt mij.

En hij praat, hè. Hij praat. Heel dwingend. Over zijn werk. Hij is fotograaf. Aan een stuk door ratelt hij over de pech die hem achtervolgt. Geen werk, scheiding, huis verkocht. Nu zit hij in de bijstand en is hij veel geld aan huur kwijt. Hij vraagt niet naar mijn verhaal, dat begrijp je vast wel.

Ik weet genoeg en loop hem vervolgens steeds mis. Gelukkig zijn er genoeg anderen bij wie hij zich kan beklagen. Want dat doet hij continu. Als hij geen luisterend oor vindt, doet hij zijn eigen ding en houdt hij zijn mond.

Enige tijd later werpt hij zich op als vrijwillig fotograaf. Daarom brengt hij zijn fotoapparatuur mee. Grote toestellen met telelenzen. ‘P. maakt vandaag foto’s, onder andere voor de website’, wordt er medegedeeld. Mijn haren staan nog net niet overeind. Dit is een bijeenkomst waar mensen zich veilig moeten voelen. Niemand wil ermee te koop lopen dat hij geen werk heeft. Ik weet dat meer dan een persoon hiertegen bezwaar heeft. En wacht af. Maar niemand zegt er iets van, terwijl de gespreksleider al met haar verhaal aanvangt. De fotograaf gaat zijn gang.

Ik maak een mentale aantekening om dit aan te kaarten. Aangezien ik zelf de websitebeheerder ben, zal er geen foto op komen zonder toestemming. In de pauze vertelt de fotograaf aan iemand van de kerngroep hoe hij opereert. ‘Ik werk altijd onopvallend. Eerst maak ik foto’s en eventueel vraag ik daarna pas om  toestemming. Dan heb ik zeker de foto die ik hebben wil.’ En: ‘Ik kan erg goed met mensen omgaan en ik ben heel soepel.’ Iets dergelijks staat ook op zijn website.

vergeetmijnietjeEnkele dagen later ontvang ik een bestand met zijn foto’s. Het gaat om 53 MB aan voornamelijk onbruikbaar materiaal. Slechte belichting, onscherpe stukken, verkeerde compositie, tegenlicht, mensen die er niet flatteus op staan, en ga zo maar door. Als amateur maak ik met mijn mobieltje betere foto’s dan hij. Al zeg ik het zelf.

Maar ja, enkele leden van de kerngroep zijn toch enigszins over de foto’s te spreken en willen ze voor de website hebben. We maken een selectie waarbij een flink deel af valt. De rest gaat nog wel. Ook al had ik voor onze website wat beters gewenst.

En dan begint het gesteggel. Want iemand van de kerngroep mailt hem dat hij zelf mag aangeven hoe zijn naam overal bij zijn foto’s op de website moet worden vermeld. Tuurlijk. Geef een narcist de vrije hand en hij zal je hele website vol kalken. Ik spreek uit ervaring met mensen, websites en geurvlaggen. En ja hoor, dat is precies wat hij wenst. Zijn logo moet pontificaal in de hele rechterhoek van elke foto worden getoond. Als ik hem op andere gedachten probeer te brengen, blijft hij op zijn strepen staan. Want: ‘dit is de beste reclame’. Voor hemzelf, denkt hij. Het is maar hoe je dat bekijkt.

Nachttrein naar Lourdes

Gisteravond zag ik de ontroerende documentaire ‘Enkeltje hemel’ van Jan Thijssen. Die gaat over één van de laatste ritten met een Belgische trein van Maastricht naar Lourdes. De trein wordt speciaal gecharterd voor zieke en oude mensen. Hij is net zo krakkemikkig als zijn passagiers en valt langzaam uit elkaar. Ook enkele jonge bedevaartgangers komen mee. Eenieder heeft zijn eigen reden om mee te gaan. Ze worden begeleid door een geestelijke en door hartverwarmende vrijwilligers. De Franse spoorwegen geven toestemming voor gebruik van het spoor tot 2017. Daarna gaat de TGV voor.

Nu gaat het niet zo snel. Een deel van de passagiers moet naar binnen worden gedragen. Het is zo’n trein met een gang aan de zijkant en coupés waar zes personen op banken kunnen zitten en slapen. Voorbij de Belgische grens moet een locomotief van de SNCF worden gekoppeld. Maar die is te ver doorgereden en staat zonder stroom. Dat wordt bellen, technici regelen en stilstaan. Ook dit is Europa. Ergens op een onooglijk verlaten station tegen het vallen van de nacht. Een treinlading zieke en oude mensen wacht. Ze ondergaan het gelaten en hervatten de rit met flinke vertraging.

De trein rijdt langs huizen waarin niemand beseft dat er een bijzonder universum passeert. Lokale inwoners ontgaat het fragiele gezang begeleid door akoestische gitaar. Evenals de saamhorigheid en hoe men de moed erin houdt. Ondanks alle tegenslag. De broze liedjes zijn van een kwetsbare schoonheid uit een bijna verloren tijdperk. Dat maakt weemoedig. Even moet ik denken aan het doorspelende orkest op de Titanic.

Alles van waarde is weerloos. De hulp van vrijwilligers en verpleegkundigen komt voort uit pure betrokkenheid. In die trein gebeurt iets waar de professionele zorgsector weinig tijd meer voor heeft. Men weet van de misstanden in de kerk. Maar hier zie je het katholieke geloof van zijn allerbeste kant. Het staat in zo’n schril contrast met agressie en onverdraagzaamheid. Voor deze mensen is het geloof soms hun laatste houvast en kracht.

Van mijn generatie hoor je zelden iemand spontaan in het openbaar zingen of fluiten. Zoals een jonge Spanjaard rustig in een vol restaurant een liedje zingt voor een geliefde. Alles komt uit versterkers, liefst zo luid mogelijk. Want dat wil de massa. De ouderen hadden in hun jeugd thuis geen tv. Dus zorgden ze zelf voor vermaak. Misschien geven vrijwilligers de liederen en levenskunst van de ouderen door aan volgende generaties. Daar in het katholieke zuiden.