De feiten onder ogen komen

Tja, hoe gaat zoiets? Je bent inmiddels tachtig en lang geleden heb je stamboomonderzoek verricht. In je familie werd er al vroeg naar voorouders gezocht. Je vader heeft ooit een poging gedaan en je bewaart nog aantekeningen in zijn hoekige handschrift. Je zegt het niet hardop, maar eigenlijk ben je best trots op je familiegeschiedenis. Of beter: op wat daarvan is overgeleverd. Je weet dat je overgrootvader uit Duitsland kwam en zich rond 1815 vestigde in Arnhem. Het was een vakman. Datzelfde vakmanschap zie je tot op de dag van vandaag terug in de huidige generatie.

Jaren later kijk je wat er nog meer over het voorouderlijke geslacht te vinden is. Inmiddels staat er van alles op internet. Daar stuit je op een zekere Karin, die ook onderzoek heeft verricht en naar jouw familienaam op zoek is. Binnen haar familie was lang onbekend wie haar betovergroot-ouders waren. Sinds zij hun namen kent, wil ze graag meer te weten komen. Je neemt contact met haar op en zo begint een e-mailuitwisseling.

Je schrijft dat jij de gezamenlijke voorouders hebt getraceerd tot 1660. Zij is niet verder gekomen dan Arnhem. En je hebt een boek over de familie gepubliceerd. Als zij belooft dat ze jouw vondsten niet op haar familie-website plaatst, wil jij Karin de gegevens wel toesturen. Zij belooft het. Zelf heeft zij onder meer dertig pagina’s ongepubliceerde aantekeningen over de familie. Die gegevens en andere recente vondsten wil ze na ontvangst van de boektekst wel met je delen.

Maar, schrijft zij er waarschuwend bij, haar documentatie bevat controversiële informatie. Voor Karin betreft dit een verre verwant in een zijtak. Meer specifiek: een achterkleinzoon van haar betovergrootvader. Weliswaar heeft zij die informatie openlijk op internet aangetroffen. Maar het verband met jullie gezamenlijke voorvader wordt pas duidelijk als je de onderlinge relatie kent. Ze wil niet dat hierover wordt gepubliceerd zo lang de generatie van haar moeder leeft. Haar moeder is nu 86 en heeft als kind de oorlog meegemaakt.

Je wordt nieuwsgierig; misschien ben je ook een tikkeltje ongerust. Jou is niets bekend over een controversiële kwestie. Het betreft een man die ook voor jou in een zijtak zit. Hij en jij dragen wel dezelfde Duitse achternaam. Een naam die in Nederland weinig voorkomt. Heel even flitsen de gezichten van alle levende naamdragers door je hoofd. Je kinderen, je kleinkinderen, je neven en nichtjes. Sommigen zijn nog zo klein. En er zitten zo veel mensen bij met een succesvolle carrière. Want het vakmanschap en precisiewerk is in de genen doorgegeven.

Je was trouwens zelf een klein kind in de oorlog. En je hebt de verhalen zo vaak gehoord. Ze werden steeds weer verteld. Van dat goedlopende bedrijf in de Rotterdamse binnenstad. Het was zo wrang. Je vond nog een advertentie waarin reclame werd gemaakt voor sleutels van goede kwaliteit. Een sleutel, dat is het enige wat er restte na het bombardement.

Ze stuurt je het aantekeningendocument. Je ziet er iets in staan over een oorlogsverleden. Maar nee, jou is niets bekend over een zekere J. Die komt niet voor in jouw stamboom. En van zijn beroep had je ook nog nooit gehoord binnen de familie. Je schrijft die Karin gelijk terug dat dit niet kan kloppen. Al heb je haar documenten op dat moment slechts globaal gelezen. Dat schrijf je haar even snel tussen de boodschappen en het bezoek van de kleinkinderen door.

En Karin, die merkt dat het stil wordt in de e-mailcorrespondentie. Wetend dat je nu ook de rest hebt gelezen.

Volgers weren van je blog

Beginnende bloggers hopen vaak op veel volgers. Zodra het aantal ergens op lijkt, zie je de teller trots prijken op hun site. Ook geven (succesvolle?) bloggers tips over hoe je zo veel mogelijk volgers krijgt. Want veel = succes, blijkbaar. Vandaag ga ik tegen deze gangbare stroom in. Want hoe leuk is het eigenlijk om veel volgers te hebben? En is reacties ontvangen altijd wel zo fijn?

Sinds de lancering van Raam Open komen er regelmatig nieuwe volgers bij. Na twee weken schreef ik in Jubileum van mijn weblog over mijn eerste ervaringen daarmee. Een half jaar later volgde Diepgang op een blog, onder meer over hoe onvoorspelbaar volgers kunnen zijn. En in Wanhopig op zoek naar aandacht? klinkt het eerste geluid over de keerzijde van ‘populair’ zijn. Want door sommige mensen wil je niet worden gevonden.

Het kan erger dan een volger krijgen die zich mooier voordoet dan hij is. Enkele bloggers hebben last van spammers, zo weet ik. Dat zijn mensen die doorlopend reageren en hen achtervolgen op ieder forum. Anderen krijgen een lading bagger over zich heen, omdat hun mening afwijkt van ‘de norm’.

Zelf heb ik een paar volgers gehad met tamelijk extreme opvattingen. Ik wilde niet met hen worden geassocieerd en daarvoor heeft WordPress een oplossing. Achter elke naam op de volgerslijst staat een rode knop met ‘verwijderen’. Dat die knop bestaat, zegt al genoeg.

Volgers hebben hun eigen motieven om je blog te lezen en daar op te reageren. Sommigen gedragen zich als een vriendin of deskundige, terwijl ze jou niet kennen. Dat kan flink gaan schuren. Zie Over confrontaties en onuitgesproken verwachtingen. Ook in Bloggen over gevoelige onderwerpen benoem ik minder leuke kanten, zoals agressieve reacties ontvangen. Gelukkig komen die zelden voor.

Volgers kunnen zich echter onbedoeld hinderlijk gedragen en juist daar worstel ik mee. Ik schrijf onder meer over persoonlijke zaken. Het is dan tamelijk storend wanneer iemand zomaar wat roept dat er niet toe doet. Of erger: als iemand steevast met zijn eigen verhaal reageert en verder mijn bestaan negeert. Ik wil mij als blogger prettig voelen bij mensen die meelezen.

Overigens besef ik dat zulke reacties kunnen voortkomen uit eenzaamheid. Uit sociale onhandigheid, autisme, of gewoon onbewust gedrag. Maar als dezelfde volger herhaaldelijk zo reageert, krijg ik daar onherroepelijk moeite mee. En dan verlies ik de lust om nog langer te bloggen.

Als blogger moet je soms keuzes maken. Zie je lijdzaam toe hoe een volger het reactieveld van jouw blog steeds gebruikt op een manier die jou stoort? Of grijp je in?

Tien favoriete geurtjes

Hooiland in de uiterwaard

Op een wandelingetje waait mij een heerlijke geur tegemoet. Het is een natuurlijk parfum dat herinneringen aan de zomers uit mijn jeugd oproept. Ergens op het platteland in Nederland, of op vakantie in Frankrijk. Denk aan zo’n zalige lome dag à la campagne, met leeuweriken in het veld. Wat ik ruik, is de geur van hooi, gedroogd gras. De boer is net klaar met balen verzamelen.

Als ik een lijstje van favoriete geurtjes samenstel, dan wordt dit het wel:

  • Pas gemaaid gras.
  • Vers hooi op het land.
  • Sinaasappelbloesem (lijkt op jasmijn).
  • Frangipani.
  • Swiffer duster met Ambi pur.
  • Wierook.
  • Zojuist gemalen koffie.
  • Soms: een vleug sigarettenrook.
  • Perzik (op de markt in Frankrijk).
  • De aftershave van een ex-vriend.

En het geluid bij die lome zomerse dag klinkt ongeveer zo:

Impressies van het defilé Wageningen 2019

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 04Op Bevrijdingsdag bezocht ik Wageningen voor het defilé van de veteranen. De stemming zat er goed in, zowel bij hen als bij het publiek.

Vermoedelijk komen er veel mensen op af die iets met defensie hebben. Of hadden. Naast mij stond een paar dat uit Den Helder afkomstig was.

 

Er reden tanks en oude legervoertuigen voorbij. Het paste allemaal maar net in het smalle straatje. Dit defilé is best aandoenlijk, vergeleken bij grootschalig Russisch machtsvertoon. De mevrouw naast mij beaamde dat: ‘Daar doen ze het vanuit plicht, hier vanuit gevoel.’ Het leek mij een rake observatie.

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 11

Ik zag diverse bekenden. Mathilde, van het blog Sprokkelen, stond aan de overkant. En er passeerde een museaal voertuig met het vertrouwde wapen van Leiden, mijn oude stad.Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen Leiden

En jawel hoor, daar kwam de Band Of Liberation al aan. 3 Oktober, 3 oktober! Oh nee.Band of Liberation in Wageningen

Ga eens op Bevrijdingsdag naar het defilé in Wageningen. Na afloop kan je bij bands op podia in de stad nog uitgebreid feestvieren.

Applaus voor militairen

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 09

Voor het eerst ga ik op Bevrijdingsdag naar Wageningen toe. Ik sta langs de route van het defilé; Hotel De Wereld is vlakbij. Zodra de eerste militairen naderen, begint het publiek te applaudisseren. Van de weeromstuit klap ik mee. Terwijl het toch niet mijn gewoonte is om te klappen wanneer ik militairen zie.

Militairen in het straatbeeld ken ik alleen van mijn verblijf in post-conflictgebieden. Van die oorden in het Midden-Oosten, waar ze met machtsvertoon over de gewapende vrede heersen. En in Afrikaanse landen, waar je militairen liever omzeilt. Want je weet nooit.

Ik weet hoe echte explosies klinken, in de verte. En ik weet dat je binnen moet blijven als de bevolking of de ambassade dat zegt. Verder reikt mijn ervaring niet met levensbedreigende conflicten. Ik was geen lid van de belangrijkste risicogroep. Of ik hoorde bij de ‘goeden’. Maar je weet het nooit, in dat soort oorden. De situatie kan zomaar veranderen. En misschien hebben ze geld nodig.

Je weet evenmin wat ze hebben meegemaakt en wat ze hebben gedaan. De mensen in het defilé zijn de ‘goeden’. Terwijl op bordjes namen staan van landen die vragen bij mij oproepen. Nu, met de huidige kennis van onze koloniale geschiedenis. In hun tijd werd daar anders tegenaan gekeken. Zij deden hun plicht en wat goed was.

Het moet wat met je doen, als je een wapen in handen hebt. Militairen hebben hun eigen codes en hun trots. Ik zou voorlopig niet zonder militairen willen.

Militairen hebben hun trauma’s. Ze zijn zelf pionnen op een schaakbord. Ze doen het vuile werk voor ons. Hoe lang nog?

Als je afhankelijk bent

Onafhankelijk zijn, dat is toch wat de meesten van ons willen. Zelfs binnen een relatie ben je graag autonoom. Je wil je eigen inkomen hebben en als volwaardig worden gezien. Af en toe heb je wel iemand anders nodig. Voor de verbouwing van je keuken, bijvoorbeeld, of in een juridische zaak. Dan hoop je dat de betrokken persoon betrouwbaar is en van goede wil. Want wie zegt er dat jouw belang ook zijn belang is? Misschien laat jouw behoefte hem wel compleet onverschillig.

Ik ben opgegroeid met het idee dat onafhankelijkheid een belangrijke voorwaarde is voor volwassenheid. Dit past in ons westerse gedachtegoed. Daarom voel ik mij ongemakkelijk wanneer ik in een afhankelijke situatie beland. Is het tijdelijk, dan gaat het nog. Wellicht kan ik in de toekomst wat terugdoen voor de persoon van wie ik afhankelijk ben. Zodat de onderlinge verhouding weer ‘in balans’ komt.

Maar bij volwassenheid hoort eveneens dat je hulp vraagt wanneer dit nodig is. En in bepaalde situaties ontkom je sowieso niet aan de welwillendheid van anderen. Heb je ergens hulp bij nodig, dat wil je waarschijnlijk precies dat. Niet meer en niet minder. Want gaat de ander meer hulp bieden dan je eigenlijk wil, dan neemt die de regie over. Dus moet je nog duidelijk grenzen stellen ook. En krijg je te weinig hulp of de verkeerde hulp, dan moet je evengoed voor jezelf opkomen. Het kan best lastig zijn om hulp te ontvangen.

Soms ben je van iemand afhankelijk voor wie je nooit iets terug zal kunnen doen. Gewoon, omdat het bij zijn functie hoort om zich voor jou in te zetten. Maar wat als die persoon het enorm druk heeft en jouw hulpvraag minder urgent vindt? Dan hoop je dat er een norm of regel is, die hem aanspoort. Een uiterste datum, bijvoorbeeld.

Ik verkeer nu in zo’n situatie. Een ‘grijs gebied’ wordt dit genoemd, want er geldt geen officiële termijn voor. Het enige wat nu kan werken volgens een juriste, (een andere dan de jurist waarvan ik afhankelijk ben), is een aanpak volgens het ‘piepsysteem’. Hadden jullie daar al eens van gehoord?

Ieder in zijn eigen bubbel

Wanneer we Klein Boeschoten bereiken, diep verscholen op de Veluwe, is Baudet al gepasseerd. We kunnen redelijk veilig praten over politiek. Toch heeft onze jarenlange vriendschap een paar kritieke momenten doorstaan. En immigratie was daarbij de splijtzwam. Want zij is uitgesproken links, terwijl ik iets meer naar het midden neig en zowel links als rechts ben. Dat verschilt per onderwerp.

Ik ben voor vrijheid en gelijkwaardigheid. Daarom zie ik geen verschil tussen een politieke hardliner (links of rechts) en een immigrant uit een conservatieve cultuur. Geen van beiden staan ze open voor de standpunten van de ander. En beiden wanen zich op basis van religie of ideologie superieur.