Overpeinzing in kasteel Slangenburg

Op het informatiebordje bij de brug over de slotgracht om kasteel Slangenburg wordt er met geen woord over gerept. Toch is hier in september 1944 een van de belangrijkste militaire beslissingen genomen zonder welke de koers van de Tweede Wereldoorlog heel anders had kunnen lopen. Als … dan …

Als kind dacht ik dat we in Nederland Duits zouden zijn geweest als de geallieerden ons niet zouden hebben bevrijd. Wat dat ‘Duits zijn’ dan zou inhouden, daar kon ik mij moeilijk een voorstelling van maken. Pas sinds kort weet ik dat die gedachte onjuist was. We zouden niet Duits zijn geweest; we zouden door de Russen onder de voet zijn gelopen.

Ik heb de tijd van het IJzeren Gordijn nog bewust meegemaakt en had niet graag aan de andere kant willen wonen. Toch zijn mijn gedachten allemaal gebaseerd op propaganda en suggestieve beeldvorming. Rusland staat al jaren op mijn verlanglijst als toekomstige reisbestemming.

De oudste broer van mijn moeder was in 1944 gedwongen werkzaam in Berlijn. Dat was in het kader van de Arbeitseinsatz. In die stad moet hij het nodige mee hebben gemaakt. Wat precies; daar heb ik nooit naar gevraagd. Hij overleed in 1996 en nu is het te laat.

Wat ik wel weet, is dit. Hij was verliefd op een Russin, die daar ook werkzaam was. Toen hij na de bevrijding in Nederland terugkwam, had hij nog steeds met haar contact. Mijn oma heeft altijd een foto van haar bewaard. Het was een mooie vrouw met donker haar.

Maar mijn oom moest het uitmaken van mijn opa, omdat zij niet katholiek was. In die tijd hadden vaders nog gezag. En in plaats van met een Russin, is mijn oom met een Italiaanse getrouwd.

Daarom vraag ik het mij nu nog weleens af: wat … als …

Wegdromen met muziek

Er hangt een mooie jurk in de etalage en ik loop de winkel in. Binnen zijn er nog meer feestelijke kledingstukken te zien. Uitgaanskleding die ik associeer met nachten doorgaan en vertier. Gedachten doemen op door een lied op dat achtergrond klinkt. Het nummer vangt mijn aandacht, neemt de regie en sleept me mee. Dat overkomt mij wel vaker met muziek.

Zonder nog iets te zien, blijf ik rond dralen, net zolang totdat het nummer afgelopen is. Ik ken de melodie wel, maar de titel helaas niet. Daarom prent ik een fragment uit het refrein in mijn brein:

‘Sugar, how you get so fly?’

‘Sugar, how you get so fly?’ Wat een rare zin. Toch zit er duidelijk een ‘f’’ in. Even later verheldert Google alles. En de videoclip? Die is heel puberaal en cliché-achtig, maar ook herkenbaar en best wel grappig. Moet je gewoon ff zien. 😉

Het andere pad, over de rivier

Na een afspraak in het Belmonte Arboretum wil ik het centrum van Wageningen bezoeken. Maar in plaats van naar rechts te gaan, besluit ik eens een onbekend pad in te slaan. De weg leidt naar de aanlegplaats van het Lexkesveer.

Zo beland ik ineens aan de overkant. Voor mij een lange brug over een ruimte voor de rivier. Achter mij het pont, dat rechtsomkeert.

Iedereen is weg. De plek is verlaten. Even voelt het alsof ik op een vakantiebestemming ben beland, zonder precies te weten wat ik ervan kan verwachten.

In de buurt ligt Randwijk, een klein plaatsje in de Betuwe. Op de dijk wordt de nieuwe oogst aangekondigd: ‘Kersen te koop. Na 150 meter rechts.’ Je kan het niet missen. Ik neem een pondje.

Daarna volgt een wandeling over de dijk richting Heteren met een pauze bij de weg naar het Renkumse Veer. Het is goed kersen eten hier.

Het landje voorbij de achtertuin

Toen ik zeven jaar geleden op zoek ging naar een andere woning, was rondkijken op Funda nog echt leuk. Er stonden huizen op waarin de tijd soms wel een halve eeuw had stilgestaan. Aan de interieurs kon je de interesses en het hele verleden van de bewoners aflezen. Oranje/bruin uit de jaren zeventig. Het witte tv-kastje uit de jaren tachtig. Een zithoek met ingezakte kussens uit de jaren negentig. Boeken uit alle jaren en een complete encyclopedie: nooit gelezen. Zo’n interieur werd dan voor de foto even opgeleukt met een boeketje.

Tegenwoordig krijgt elk huis een complete make-over, want ze moeten Funda-waardig zijn. Dus wordt alles strak getrokken, of juist niet, wanneer iets quasi rommelig moet zijn.

Ook de tuinen moeten er aan geloven. Hier wordt voorafgaand aan de verkoop doorgaans minder aandacht aan besteed. Maar zodra er nieuwe bewoners komen, wordt de tuin flink onderhanden genomen.

Tuincentra spelen handig in op de behoefte om de sfeer van de woonkamer naar buiten te brengen. Daarom verkopen ze vooral stoelen, windschermen, paviljoens en allerhande materialen om de tuin ‘gezellig’ aan te kleden. Het creëert een beeld van luxe. Er zit alleen bijzonder weinig ‘groen’ bij.

Mijn idee van luxe is heel anders. Volgens mij is er sprake van echte weelde wanneer je zoveel ruimte hebt, dat je de grond om je tuin heen kan laten verwilderen. De achtertuin van een huisje aan de rand van landgoed Warnsborn geeft hiervan een mooi voorbeeld.

Het lapje grond voorbij de weggemoffelde afvalbakken is feitelijk de achtertuin van de achtertuin. Hier mogen vergeten narcissen vrijelijk groeien. Hier kan een overtollig hek voorlopig tegen een boom aan blijven leunen. En hier mag het verder gewoon ‘natuurlijk’ rommelig zijn. Ik ken dit soort landjes vooral van de boerderijen uit mijn jeugd. De bijbehorende sfeer is in geen enkel tuincentrum te verkrijgen.

Snakken naar een restaurant

Je zal mij niet gauw horen mopperen over die coronamaatregelen. Ik heb mij voorgenomen om er zo min mogelijk over na te denken. Daarom laat ik alles tamelijk gelaten over mij heen komen. Ut mot maar. Zoiets. En die avondklok? Het zal wel. Ik ga toch zelden naar buiten als het koud en donker is. Bovendien zijn er wel ergere dingen in de wereld.

Trouwens, in mijn jeugd, ruim veertig jaar geleden, waren winkels en veel cafés op zondag ook gesloten. Je was al blij met een pakje sigaretten uit een gevelautomaat.  Echt, ik heb barre tijden meegemaakt. Kan je na gaan welk effect dat op de ontwikkeling van mijn hersenen heeft gehad.

Maar er is één ding waar ik nu wel zeer naar verlang, en dat is de heropening van de restaurants. Ik zou bijna zeggen: zorg dat je wat gaat mankeren, zodat je naar het ziekenhuis mag. Want ziekenhuizen hebben restaurants. Vorige maand had ik mazzel, want toen had ik afspraken in het Radboud ziekenhuis. En je raadt het al, in het hoofdgebouw … hebben ze een zelfbedieningsrestaurant! Yes! Nou, dat was genieten, hoor.

Beeld je eens in. Bij het begin van het pad langs de zelfbedieningsbalie mag je zelf een dienblaadje pakken. Daarna loop je op je gemak langs al die vitrines met lekkere hapjes en andere dingen. Uiteindelijk reken je bij de kassa af. (Ik heb er een cappuccino en een saucijzenbroodje genomen. Dat weet ik nog precies.) Vervolgens wandel je met je dienblad naar het tafeltje waarop het serviesgoed en de servetjes liggen. Hier mag je ook weer zelf een selectie uit maken.

Uiteindelijk ben ik aan een tweepersoonstafeltje neergestreken met zicht op alle mensen die daar rondliepen. Echt, het gevoel dat zo’n restaurant je dan geeft. Het besef dat jij daar zit. Het was gewoon bijzonder. Wat had ik dát gemist.