Het OV; vaak valt het toch mee

Het is warm en vroeg in de nacht wanneer ik ontwaak. Ik verheug me niet zo op de komende dag. Er staat een reis van oost naar west op het programma, plus een ritje noord – zuid. Normaal gesproken is dat best te doen voor wie van treinen houdt. Maar nu ligt het streekvervoer weer grotendeels plat.

Daarom moet ik eerst de gebruikelijke drie treinen nemen. Dan bij gebrek aan busvervoer in de bloedhitte een uur heen én een uur terug wandelen. Dit alles voor een bezoekje in mijn oude dorp. Daarna met drie andere treinen een omweg maken voor een house warming party twee dorpen verderop. (Normaal is dat een busritje van dertig minuten.) Om tot besluit met vier treinen terug te keren. Het is waardeloos.

Maar vlak voor aankomst krijg ik een briljant idee. In plaats van wandelen, kan ik een OV-fiets nemen! Even lijkt het mis te gaan. Voor een OV-fiets moet je je OV-pas speciaal activeren en dat heb ik niet gedaan. Maar de beheerder is een Hindoestaan en die doet niet moeilijk over regels. Met het pasje als borg krijg ik de fiets zo mee, gratis.

Zo komt het dat ik op een toeristen ros door mijn oude leefgebied fiets. Dat heb ik al lang niet meer gedaan. Daarom neem ik gelijk de recreatieve route. Een poldergebied waar stadsmensen, sporters en honden lekker in het groen rondbanjeren. Het is een onverwacht genoegen.

De volgende omweg met drie treinen blijft weinig aanlokkelijk. Maar ook dat valt uiteindelijk mee, want sommige bussen rijden wel. Bovendien zie ik op het feest iemand terug die ik lang heb gemist. Iemand met wie ik onder allerlei omstandigheden heb gereisd. Hij is veel gewend. Toch leg ik hem maar even uit waarom ik van die lompe wandelschoenen aan heb.

Raadsels uit de couveuse van mijn vroegste jeugd

Jaren geleden. Een collega geeft een afscheidsfeestje. Het is aan de vooravond van haar vertrek naar Afrika, waar ze al eerder heeft gewerkt. De meeste aanwezigen zijn ook expat geweest. Zoals een andere vrouwelijke collega, die van onze leeftijd is. Alle drie staan we tamelijk onafhankelijk in het leven, hoewel ik niet precies kan aangeven waar dat ‘m in zit. Op het feestje ontdekken we dat we nog iets delen. We zijn alle drie in de vroege jaren zestig couveusekinderen geweest.

Voor mij is het nog altijd een raadsel of, en zo ja, welk effect die periode heeft gehad. Bij mijn geboorte was ik (waarschijnlijk) gezond, maar veel te licht. Daarom moest ik eerst op gewicht komen. In die jaren mochten ouders hun kinderen op de couveuse-afdeling niet vasthouden. Ze konden alleen door glas naar de ruimte kijken waarin de couveuses stonden. Ik heb er bijna twee maanden doorgebracht.

De couveuses waren toen een soort veredelde broedmachines. Er brandden voortdurend warmtelampen. Ook stond er apparatuur te zoemen en de deurtjes gingen met een klap dicht. Zo’n couveuse moet een helverlicht, lawaaiig ding zijn geweest. Ik heb een bloedhekel aan herrie en aan schel licht. Maar in tropische warmte voel ik me juist helemaal geborgen. Dat zal wel uit die periode stammen.

Toch blijf ik met vragen zitten over het verblijf van een pasgeborene in zo’n couveuse. Heeft die periode fysieke en mentale sporen achtergelaten? Kan er later nog een specifieke lichamelijke klacht te voorschijn komen? Wat betekent het voor het hechtingsproces tussen ouders en kind? En werkt het door op andere relaties? Of is het toeval dat mijn vroegere collega’s en ik ons zo vrij en onafhankelijk opstellen?

Het beste gezelschap op het terras

Een dag langs Bossche terrasjes heeft voor helderheid gezorgd. Dat zit zo. Ik hou van terrasjes. Het is altijd leuk om met iemand naar de stad/het bos/het strand/de film of wat dan ook te gaan. Daar verwacht ik dan een terrasje bij. (Als het koud is mag het ook binnen zijn.) Het dilemma zit ‘m in mijn huidige vriendenkring. Die bestaat uit twee soorten mensen. 1. Zij die van de calvinistische soort zijn; en 2. de Bourgondiërs.

De calvinisten zien koffiepauzes als noodzakelijk kwaad. Iets wat op zijn best puur functioneel moet zijn. Dus als we ergens komen, roepen zij alvast ‘Bestel voor mij maar cappuccino (ochtend)/rooibosthee (middag)’, terwijl ze naar het toilet rennen (dan hebben ze dat alvast gehad). En zodra de bestelling wordt gebracht, trekken ze meteen hun portemonnee om af te rekenen, hoewel de ober het bonnetje nog moet brengen.

Tussendoor kieperen ze het gloeiend hete vocht naar binnen, terwijl ze kijken op de kaart hoe de route verder gaat en daarna beginnen ze hun tas alvast weer op orde te maken voor de volgende etappe. Onderwijl met groeiend ongeduld en onverholen frustratie kijkend naar mij. Want ik moet dan nog aan mijn drankje beginnen. Laat staan dat ik al naar het toilet ben geweest.

In het allerergste geval heb ik honger. Dat komt best vaak voor. Tot hun afgrijzen bestel ik er dan een gebakje bij, of een saucijzenbroodje. En ik eet langzaam, hè. Heel langzaam. Ik krijg het namelijk niet snel weg en ik laat het mij goed smaken. Als ze slim zijn, stellen ze me dan geen vragen. Wanneer ik moet praten, eet ik namelijk nog trager.

Het zal duidelijk zijn, ik heb een gróte voorliefde voor Bourgondiërs. De levens-genieters. Degenen die het breed laten hangen als dat ook maar even kan. Zij die van zo’n dag een feestje maken. Alsof het de laatste is. En zo niet, dan hebben ze toch alvast maar weer genoten. Tijdens uitstapjes in elk geval. Juist omdat ze heel goed beseffen dat het niet elke dag feest kan zijn.

Voortaan ga ik na kennismaking met een potentieel nieuwe vriend of vriendin eerst de terrasjestest doen. Is het geen terrasjestype, dan is het meteen einde verhaal. Het leven is te kort om mijn tijd met zulke mensen te verdoen. Overigens staat mijn record op een afspraak in de Foreign Correspondent Club in Phnom Penh. Die begon om 10.00 uur en we vertrokken negen uur later.

Ook met vriendin M. zit het goed. De combinatie van een uur wandelen plus drie uur op drie verschillende terrasjes, is perfect. Nu alleen nog even die Bossche Bol verwerken. 😉

Geef aandacht en word gelukkig

Denk je dat je gelukkiger wordt in een andere baan of met een slanker postuur? Vergeet het maar. Je streeft naar de verkeerde doelen. Volgens onderzoek helpt het als je een beetje minder zelfzuchtig wordt. Meer tijd doorbrengen met vrienden of op bezoek gaan bij je oude buurvrouw. Dat werkt beter. Volgens de Duitse psycholoog Julia Rohrer is contact met anderen een belangrijke voorspeller voor geluk.

Omgekeerd smelten zelfs de nukkigste mensen als ze oprechte aandacht krijgen. Specialist ouderengeneeskunde Wilco Achterberg zegt het heel treffend. ‘Als iemand jou speciaal maakt, blijft het leven de moeite waard.’ (Die ene patiënt, Sir Edmund, 2 juni 2018.)

Zijn woorden doen mij denken aan een advies dat ik kreeg van iemand die eveneens in de ouderenzorg werkte. Tijdens een wandeling vertelde ik over mijn toenmalige werkgever, een jonge man. Hij had duidelijk narcistische trekken en was zeer moeilijk in de omgang. Ook bij collega’s riep hij veel weerstand op. Vanwege zijn machtspositie leek het soms of we met een potentiële psychopaat te maken hadden. Ze raadde me aan om extra aandachtig naar hem te luisteren. Als je een van de weinigen bent die zo iemand serieus neemt, kan dat de werkrelatie aanzienlijk verbeteren.

Op een bankje in de bus praat een vrouw met een man over ouderen. Hij merkt op dat er hier zoveel eenzame bejaarden zijn. ‘Maar’, zegt zij ‘ze blijven allemaal in hun eigen huisje zitten. Je moet ze echt over de drempel trekken om ze met elkaar in contact te brengen. Ze zijn alleen, maar zoeken geen anderen op die vlak naast hen wonen en ook eenzaam zijn.’ Sommigen behulpzame mensen spelen daar trouwens heel sluw op in.

In het Volkskrant Magazine stond onlangs een artikel over Viktor en Rolf, de ontwerpers. Ze vormen het ideale duo. Ze zijn vrienden, zitten op dezelfde lijn en vullen elkaar aan. Het is samen zijn te midden van de gekte waarin ze werken. Bovendien voelen ze elkaar perfect aan. ‘Viktor: ‘Vicky [een Jack Russell terriër] was een geschenk van Rolf. Ik schrok me dood. Ik woonde toen nog op een kamer, ik deelde een huis met een vriendin en opeens kregen we een hond. Maar ik was er stapelgek op. Die hond ging altijd mee.’’

Behulpzaamheid kan je het beste gepast doceren. Dat is prettig voor zowel de hulpgever als de hulpontvanger. Kinderen krijgen complimentjes als ze helpen. Zo leren ze sociaal wenselijk gedrag aan. Ik vind wel dat kinderen er ook mogen zijn op de momenten dat ze niet helpen en gewoon zichzelf zijn.

Donderdag. Ik wandel met een groepje naar kasteel Doorwerth. Er is een nieuwe man bij die blijkbaar als doel heeft om mij speciale aandacht te geven. Of is hij eenkennig en klampt hij zich vast aan de eerste die hij spreekt? Hij is psycholoog. Ik vraag me af of hij beseft dat hij vandaag een vrije dag heeft.

Als ik zo rond mijn zeventigste geen partner heb, neem ik een hond. Gezien onze levensverwachtingen worden we dan samen tegelijk gelukkig oud.

De vriend van een vriendin

Ze zijn een stel wanneer we elkaar op Schiphol voor het eerst ontmoeten voor een groepsvakantie. Onze bestemming is ongebruikelijk en juist dat past bij hen, avontuurlijk als ze zijn. Met beiden kan ik het goed vinden. Zij is de verbindende factor en jonger dan ik; energiek en intelligent. Hij is wat bedachtzamer. Alle drie zitten we op dezelfde golflengte qua humor en interesses. En de reis die volgt, zorgt voor een stevig fundament.

Na thuiskomst houden we contact en zien we elkaar regelmatig. In die tijd gaan we naar films, festivals en tal van restaurants. We delen een voorliefde voor het Midden-Oosten, dus wagen we ons aan gezamenlijke vakanties. Met z’n drieën. De eerste keer is dat een risico, maar het gaat wonderwel goed.

Ter plekke zorg onze combinatie voor grappige en verwarrende situaties. Want al is een man met twee vrouwen daar vrij normaal; men verwacht dit niet bij westerlingen. Hoe het precies tussen ons zit, is voor lokale mensen moeilijk te vatten. Die kunnen zich nauwelijks voorstellen dat we gewoon bevriend zijn: een stel en een vriendin. Sommigen stappen vragen ronduit wat onze relatie is. Als deze vriendin een middag in het hotel blijft en ik samen met haar vriend op stap ga, zie ik ze denken.

Een jaar of zeven geleden gingen ze ineens uit elkaar. Ik wist dat hun relatie niet gelijkwaardig was, maar dit had ik niet voorzien. Met name voor hem was het zeer pijnlijk allemaal. Wan zij hield minder van hem dan hij van haar. En de volgende man stond al klaar.

Het is iemand die ik al kende; een leuke en stoere vent. Eentje die op alle terreinen een succesvol leven leidt. Behalve op het gebied van relaties dan. Want de scheiding van zijn vrouw met kinderen was messy en op dat moment gaande. Ruim een jaar na het begin van hun nieuwe relatie gaan deze vriendin en hij ook uit elkaar.

Vrij kort daarna dient de volgende man zich aan. Wederom moet er nog een scheiding worden afgewikkeld aan mannelijke zijde. En opnieuw zijn er kinderen bij betrokken. Nu leven ze alweer een tijd samen en met zijn kinderen erbij lijkt het goed te gaan. Alleen heb ik weinig met deze man.

En eigenlijk zit ik er nog mee. Dat ik haar vroegere vriend nooit meer heb gezien. Terwijl hij voor mij ook een vriend was, zij het anders. Maar nadat ze uit elkaar gingen, was een ontmoeting te pijnlijk voor hem. Want hij associeerde mij sterk met haar.

Sindsdien hoor ik soms hoe het met hem gaat. Lange tijd heeft hij het moeilijk gehad met de situatie. Gelukkig kreeg hij weer een relatie en inmiddels is hij getrouwd. Het gaat goed en daar ben ik blij om. Maar gevoelsmatig is het voor een weerzien in zijn nieuwe leven nu te laat.

In psychische nood

Zeven jaar geleden ontmoette ik een leeftijdgenoot tijdens een korte vakantie. Na een toevallig weerzien hebben we nu voor het eerst een wandelafspraak. De zon schijnt en ik verheug me erop. We gaan gezellig een middagje bijkletsen. Althans, dat is mijn verwachting. Maar vrijwel direct komt het hoge woord er uit. Ze heeft twee maanden geleden haar relatie verbroken. In feite is ze minder van slag door liefdesverdriet dan door de existentiële pijn van het plotseling weer alleen zijn.

Het zit zeer dicht onder het oppervlak. Ze vertelt over haar angst- en paniekaanvallen. Die zijn in alle hevigheid teruggekeerd. Want daar had ze ook al last van voor die relatie, begrijp ik nu. En ze vertelt over haar bezoek aan de huisarts, over medicijnen en over psychotherapie. Ze heeft een ruim netwerk van vrienden en familie. Dat kan kennelijk toch onvoldoende in haar behoeften voorzien. Intussen zijn haar gedachten elders. De zonovergoten omgeving ontgaat haar volledig.

Ging dit maar over liefdesverdriet. Dat is voor velen bekend terrein. Maar iemand die het leven zelf niet alleen aankan, da’s een ander verhaal. Zo iemand laat je achter met een machteloos gevoel.

Degene die achter de leider staat

Als je een kritische volger van de leider bent, zoals ik, dan moet je soms schipperen. Wat zeg je wel, wat zeg je niet? En als je wat zegt: wanneer doe je dat en op welke manier? Na het logje van gisteren volgt een wandeling met een groep. De kaartlezer of leider is een sympathieke man. Hij is relaxed in de omgang.

Ik ben tweemaal eerder met hem op stap geweest. Soms dwaalde hij toen een beetje af. Maar steeds bracht zijn richtingsgevoel ons terug op het juiste pad. Wel scheen de zon op die dagen, terwijl het nu regent. En de vorige keren was zijn vriendin er ook bij. Misschien hielp zij hem. We wandelen deze keer van Oosterbeek via kasteel Doorwerth over de stuwwal naar Renkum. Althans, dat is de bedoeling.

Onderweg naar het oude kerkje vertelt hij dat hij een oude beschrijving heeft meegebracht. Hm. Er kan in een paar jaar veel veranderen. Maar hij heeft ook een plattegrond waarop ik vluchtig veel kronkels zie. Ik ken deze ongemarkeerde route niet, maar het gebied wel globaal. Al snel loopt hij anders dan verwacht. Want hij heeft hardop gelezen dat we links van water moeten komen, terwijl hij zelfverzekerd naar een pad rechts van een vijver stapt. ‘Geen punt,’ denk ik,’ als het fout gaat, komen we verderop bij bruggetjes, en hou mijn mond.

Voor een kaartlezer is het vervelend als anderen zich ongevraagd met de route bemoeien. Al snel merkt hij zelf dat we verkeerd lopen. Bij het eerstvolgende bruggetje gidst hij ons naar de overkant. Niets aan de hand, hij pikt het spoor weer op. Toch lopen we een uur later nog steeds bij Oosterbeek rond. Mijn richtingsgevoel is in een bos zeer onbetrouwbaar. Maar als ik voor de tweede keer dezelfde auto zie staan, weet ik zeker dat we fout gaan. Dat valt hem ook op.

Achter zijn rug beginnen enkele mensen te morren. Zij zijn vanuit de Randstad anderhalf uur onderweg geweest om hier te wandelen. Kaartlezen doe je vrijwillig, maar er worden wel eisen gesteld. Ik vertel aan de achterhoede dat ik hem ken en dat het steeds goed kwam. Hij past de richting aan en nu lijken we wel naar het zuidwesten te gaan. Tot we bij de Utrechtseweg uitkomen, in het noorden.

Ik heb om minder wandelgroepen zien muiten. Het is ook geen enkele kunst om een groep in zo’n situatie op te ruien. Soms ligt de ware macht niet bij de leider, maar bij degene die achter hem staat.