Ze zullen niet oud worden

Aan het begin van de film over de Engelse soldaten in de Eerste Wereldoorlog zie je dat ze zich vrijwillig aanmelden. Peter Jackson vertelt hun verhaal in They shall not grow old chronologisch. Er komen jongens aan het woord van nog geen zestien jaar oud. Het is 1914. Wat weten ze van de wereld? Maar ze willen er bij zijn en het avontuur aangaan. Ze willen goed doen voor volk en vaderland.

Er is nog een reden. De gebitten van veel jongens en jonge mannen verraden de armoede waarin ze zijn opgegroeid. Rotte tanden hebben ze en menige lacher ontbloot een mond vol zwarte gaten. Ze willen het afstompende werk in de vuile fabriek achter zich laten. Het leger biedt gewoon een andere baan.

Goh, wat was alles strak georganiseerd. Laat dat maar aan de Britten over. Je ziet de rekruten aankomen bij verzamelplaatsen. Dan hebben ze hun sjofele burgerkleding nog aan. Een man in uniform houdt de onwennige kudde met een stok driftig in het gareel. Als de rekruten over een denkbeeldige streep heen lopen, krijgen ze een tikje met zijn cane. Ze laten dat toe en gehoorzamen gedwee. In 1914 was er orde, en standsverschil.

De mannen krijgen hun bepakking. Veel is het niet aan kleding. Alleen het hoogstnoodzakelijke gaat mee. Één extra onderbroek ter verschoning, scheergerei en een stuk zeep. Marcherend over landelijke zandwegen zeulen ze loodzware kilo’s aan wapens en munitie mee.

Het strijdveld komt nu in beeld. Of beter: de loopgraven, waarin een groot deel van hun nieuwe leven zich afspeelt. Aanvankelijk lijkt het alsof ze een weekendje kamperen met de padvinderij . Ferme jongens graven gangen uit, of worden door bestaande loopgraven heen geleid. Met een gids, want het is een doolhof. Ze kunnen zich tussen de aarden wallen boven ooghoogte moeilijk oriënteren. Daarboven liggen de uitgestrekte velden. En er groeien echt rode klaprozen. Rood ja, want dit zijn beelden in kleur.

In de loopgraven gaat het dagelijkse leven door. Er wordt gekookt, gewassen en geschoren. Er zijn pennen in de wand waaraan de mannen hun jas kunnen hangen. Het zijn jonge kerels onder elkaar. Beetje pesten hier, beetje geinen daar. Zo te zien zijn ze er klaar voor. Het is wel spannend, maar ze zijn gewend om op commando te presteren. Dat is net als in de mijnen en de fabriek, eigenlijk. Bovendien cultiveren Engelsen comradeship. Daar kunnen die Duitsers nog wat van leren.

O ja, de Duitsers. Ze zijn er wel, maar je ziet ze niet. Nog niet. Ze zitten daar ergens verderop. Je ziet af en toe wat explosies en zo. Doffe uitbarstingen doen de grond van akkers en velden in duizend brokken omhoogkomen. In gefilmde slow motion. Alsof je naar de theatrale schoonheid van een balletvoorstelling kijkt.

Het wordt kil en het gaat regenen, wekenlang. De loopgraven lopen onder. Er zijn nu heel veel explosies en bombardementen. Mannen naast je worden geraakt. De grond om je heen wordt aan gort geslagen. En het gaat maar door. Je moet continu terugschieten met loeiheet materieel en dat maakt een hels kabaal. Het wordt donker en totaal miserabel. Hoe erg het allemaal is, merk je pas veel later, na afloop, als het oorverdovend stil is. Luizen jeuken en alles is goor. Gangreen en kapotgeschoten lijken. Groen/blauw, vaalgrijs/rood. In kleur. Het krioelt van de ratten die afkomen op het menselijke voer.

[Is dit een film? Nee, dit is echt.]

Wat gaat er door een man heen nadat hij het bevel hoort en er geen weg terug is? In die laatste seconde voordat hij de loopgraaf uit klimt / te paard naar voren schiet / met schild en priemende lans recht op de vijand afstormt / zijn zwaard heft en rennend en brullend ten aanval gaat?

Ik heb mij dat jarenlang afgevraagd bij het zien van films over historische strijdtonelen en, uiteraard, bij The Lord of the Rings. Wat zou je zelf doen: bevriezen, vluchten of vechten? Bij Peter Jackson zijn film en werkelijkheid één. En hij toont het antwoord. De mannen vertellen het zelf.

‘Zodra je de loopgraaf uit kruipt en het strijdtoneel op rent, verdwijnt de angst en doe je wat je moet doen.’
[Als een artiest die het podium voor een afgeladen zaal bestijgt? Als een sporter die naar de allerhoogste plaats reikt?]
‘Je denkt niet meer na.’ ‘We werden als beesten.’ ‘Bij zulke massale slachtpartijen worden gewonden een last; ze kunnen beter dood zijn.’ ‘I put him out of is misery’.

Bevriezen, vluchten of vechten. Ik maak me weinig illusies, mocht de situatie zich voordoen. Daarom hecht ik meer aan soft power als menswaardig alternatief. Met muziek van Radiohead om het mooi af te ronden. The Numbers, for consolation and a way out.

De reactieregels

Er is geen tekst op dit blog waar ik zo vaak aan heb gesleuteld als aan de reactieregels. Raam Open kreeg al direct na opening reactieregels. Want dat was nodig, blijkbaar.

Dat die reactieregels steeds zijn bijgesteld, herschreven, versoepeld en toch weer aangescherpt, heeft een reden. Bij sommige mensen kan je niet expliciet genoeg zijn. Het maakt niet uit welke vorm of bewoordingen je gebruikt. De boodschap komt niet aan. De inhoud dringt niet door. Want die regels gelden niet voor hen. Zij zijn toch speciaal? Zij zijn toch grappig en aardig? En ze bedoelen het toch zo goed allemaal? Dus mogen zij wel doorgaan.

Terwijl Raam Open mijn speeltuin is en ik een subtiele tekst verkies.

Sterker, ik heb mijn eigen ideeën. Al vijf jaar luidt de subtitel van Raam Open: ‘Een eigen(wijze?) kijk op alles.’ Of iets dergelijks. Sommige mensen hebben daar moeite mee. Want wat verwachten ze? Dat ik mij conformeer en hen naar de mond praat. Dat ik mij gedraag als hun vriendin.

Oké … een vriendin. Nu komen we ergens. Want zowel mannen als vrouwen kunnen menen dat zij hun vriendin bezitten. Onbewust misschien, maar toch. Dus moeten en zullen zij haar onverdeelde aandacht opeisen.

Nou, ook daarover hebben wij van Raam Open een eigen mening. En wij niet alleen. Als je even rondkijkt, kom je overal reactieregels tegen. Hele uitgebreide versies (speciaal voor de Amsterdammers) en heel bescheiden regels (speciaal voor de lezers van Raam Open). Want zo af en toe zijn ze toch nodig. Die reactieregels.

Zo, nu ga ik mij weer concentreren op ‘Fotografie, natuur, human interest.’ En speciaal voor Mathilde op een paar goede doordenkertjes. 😉

PS: De reactieregels hebben een vaste plek in het menu hierboven.

Plog – Tonderzwam maakt ommezwaai

Soms moet je meebewegen, van richting veranderen, een ander pad inslaan. Om te overleven of om het gezellig te houden. Zoals wanneer je iets afspreekt en achteraf blijkt dat de ander geen huiswerk heeft gedaan. Dan kan er zomaar drie kilometer bij komen, na een toch al lange wandeling. Gewoon omdat er zondags geen bussen rijden in Soestduinen. Gelukkig zijn mensen wendbaarder dan een tonderzwam. Die doet jaren over een ommezwaai.

Natuurfoto’s maken, samen of alleen?

Wanneer ik met anderen in natuurgebieden wandel, kijken we zelden goed om ons heen. Althans, we kijken wel, maar we zien niet veel. Dat komt omdat we geanimeerde gesprekken voeren en met onze gedachten elders zijn. Hooguit letten we op het te volgen pad. En foto’s nemen schiet er sowieso bij in.

Ik heb het wel geprobeerd, hoor. Om in gezelschap meer van het landschap te genieten. Maar als ik vriendin F op iets moois attendeer, is zij hooguit een seconde stil. Met vriendin E gaat het al net zo. In wandelgroepen is het helemaal onbegonnen werk. Die stampen gewoon door. En vergeet foto’s nemen maar, want daarvoor moet je langer dan een seconde stilstaan.

Uiteraard zou ik me bij een fotoclub kunnen aansluiten. Dat zou vast heel leerzaam zijn. Maar gesprekken over sluitertijden, diafragma’s en macro’s lijken mij mateloos vervelend. En dan sta ik daar met mijn smartphone. Bovendien gaan zulke mensen altijd precies op ‘mijn’ beoogde plekje staan voor elk object. Als zij dan ook nog vergelijkbare foto’s nemen, is mijn werk (ahum) niet meer origineel.

Natuurfoto’s neem ik het liefst alleen. Dan kan ik eindeloos rondjes draaien om een twee centimeter hoge koraalzwam. Zo wordt het een spel met licht en diverse achtergronden, afhankelijk van de hoek waaruit ik foto’s neem. Het geeft dan niet dat ik mijn handen moeilijk stil kan houden. Niemand die zucht als ik dertig foto’s van hetzelfde maak. En niemand die voortdurend mijn onverdeelde aandacht wil. Want dat is vaak het probleem.

Toch is mij dit jaar iets bijzonders opgevallen. Ik ben met drie vrouwen apart van elkaar op stap geweest en kon uitgebreid foto’s nemen in hun bijzijn. Ze gingen niet nadrukkelijk staan zuchten. Ze bleven op de achtergrond en keken zelf rustig om zich heen. Ze zeiden: ‘Neem je tijd, ik wacht wel.’ Toevallig hebben ze een ding gemeen. Alle drie hebben ze kinderen opgevoed. Zouden ze daarom zo geduldig zijn? Of zou het aan hun echtgenoten liggen?

Plog – Saluut van een vliegtuig

Na een zomer vol bijen, hommels en vlinders, volgen steevast in september de vliegtuigen. Geen gewone van de burgerluchtvaart, maar zeldzame uit de Tweede Wereldoorlog. Elk jaar komen zwaar ronkende Dakotas en Hercules toestellen over. Rond Arnhem en Wageningen zijn deze trekvogels bekende verschijningen. Ze zijn hier de airborne herdenkingen en brengen een saluut aan hun gesneuvelde makkers.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Wil jij weten wat er boven jouw hoofd vliegt? Je vindt actuele informatie over elk toestel op de Global Radar View van ADS-B Exchange.

Het verlies van hotel Dreijeroord

Vandaag komt de documentaire ‘Het verlies van Dreijeroord’ op TV Gelderland. Dit gaat over een Oosterbeeks hotel waaraan veteranen van WO II herinneringen bewaren. Ondanks internationaal protest is het tegen de vlakte gegaan. Er komt een verzorgingshuis voor dementerenden op die plaats. Volgens de projectontwikkelaar was het oude hotel niet meer geschikt te maken. Ook ik bewaar herinneringen aan hotel Dreijeroord, hoewel van recentere datum.

Het blijft bizar. Hier in de regio heerst nu zo’n landelijke rust, terwijl er in 1944 letterlijk om elke vierkante meter is gevochten. Dit vanwege operatie Market Garden, waarvan de Slag om Arnhem onderdeel was. Toen ik vier jaar geleden naar huizen zocht, wees een makelaar op ‘onschuldige’ scheuren in buitenmuren. Die waren door de luchtdruk bij explosies ontstaan. Ook voor mijn woning is kort na de oorlog een schaderapport opgemaakt.

Op 17 maart 2007 stond ik op een koele ochtend met een groep wandelgenoten voor hotel Dreijeroord. We snakten naar koffie met wat lekkers erbij. Maar ondanks aanbellen deed niemand open. Op een gegeven moment verscheen er een vrouwenhoofd uit een raam op de eerste verdieping. We riepen naar boven dat we graag koffie wilden. Mevrouw antwoordde dat ze daarin niet kon voorzien. ‘Er is momenteel te weinig personeel.’

Ik ben het nooit vergeten. Zowel de prachtige omgeving als dat gebouw in Zwitserse chaletstijl maakten indruk. Het betrof een wandeling van de Kreta-groep. Vrienden van een vakantie op een Grieks eiland, die nog elk halfjaar samen komen. Zojuist heb ik de datum gecheckt, want dat houden we bij. Die dag moet het eerste zaadje zijn geplant voor mijn verhuiswens naar het oosten. Nu wandel ik regelmatig langs de plek waar hotel Dreijeroord stond. En binnenkort komt de rest van de groep ook weer een dagje deze kant op.

Het OV; vaak valt het toch mee

Het is warm en vroeg in de nacht wanneer ik ontwaak. Ik verheug me niet zo op de komende dag. Er staat een reis van oost naar west op het programma, plus een ritje noord – zuid. Normaal gesproken is dat best te doen voor wie van treinen houdt. Maar nu ligt het streekvervoer weer grotendeels plat.

Daarom moet ik eerst de gebruikelijke drie treinen nemen. Dan bij gebrek aan busvervoer in de bloedhitte een uur heen én een uur terug wandelen. Dit alles voor een bezoekje in mijn oude dorp. Daarna met drie andere treinen een omweg maken voor een house warming party twee dorpen verderop. (Normaal is dat een busritje van dertig minuten.) Om tot besluit met vier treinen terug te keren. Het is waardeloos.

Maar vlak voor aankomst krijg ik een briljant idee. In plaats van wandelen, kan ik een OV-fiets nemen! Even lijkt het mis te gaan. Voor een OV-fiets moet je je OV-pas speciaal activeren en dat heb ik niet gedaan. Maar de beheerder is een Hindoestaan en die doet niet moeilijk over regels. Met het pasje als borg krijg ik de fiets zo mee, gratis.

Zo komt het dat ik op een toeristen ros door mijn oude leefgebied fiets. Dat heb ik al lang niet meer gedaan. Daarom neem ik gelijk de recreatieve route. Een poldergebied waar stadsmensen, sporters en honden lekker in het groen rondbanjeren. Het is een onverwacht genoegen.

De volgende omweg met drie treinen blijft weinig aanlokkelijk. Maar ook dat valt uiteindelijk mee, want sommige bussen rijden wel. Bovendien zie ik op het feest iemand terug die ik lang heb gemist. Iemand met wie ik onder allerlei omstandigheden heb gereisd. Hij is veel gewend. Toch leg ik hem maar even uit waarom ik van die lompe wandelschoenen aan heb.