Zelfredzaamheid versus hulp accepteren

Door die bloedneus denk ik ineens terug aan de laatste dagen van mijn vader. Toen hij al in het ziekenhuis lag en heel zwak was, maar nog geen delier had. In zo’n situatie wordt je leven zo ongeveer door anderen overgenomen. Oh, iedereen praat nog wel met je. En ze vragen je wat je wilt. Alleen ben je te slap, te moe, te duf, of te veel van slag om alert te reageren. Toch moet dat wel, want de wereld blijft in het gangbare hectische tempo doordraaien. Ook in een ziekenhuis. Ook al zeggen ze dat je de tijd mag nemen. Alles moet doorgaan. Eigenlijk wil je alleen maar zo snel mogelijk naar huis terugkeren.

Na die bloedneus. In de behandelkamer van de huisartsenpost duurt het even voordat de duizeligheid over gaat. Ik wil wel opstaan, maar kan beter wat langer blijven zitten. Na een paar pogingen informeert de assistente of er iemand is die mij zou kunnen komen ophalen. Zoals ik daar zit, wil ze mij niet laten gaan. (Staat vast in het protocol: patiënt niet laten gaan indien: optie 1, 2, of 3.) Nu voel ik mij wel verplicht om iemand te noemen. Dus zeg ik: ‘De buurvrouw.’ Terwijl ik dat eigenlijk niet van plan ben.

Op de heenweg ben ik lopend en alleen naar de huisartsenpost gekomen. Dan kan ik ook wel weer zelf naar huis teruggaan. Gewoon stapje voor stapje, kalm aan. In vergelijkbare situaties heb ik dit al vaker gedaan. Soms is er namelijk geen andere mogelijkheid. Bijvoorbeeld wanneer je door voedselvergiftiging geveld bent en toch het vliegtuig in moet. Bovendien ben ik graag zelfredzaam. Als het even kan, vraag ik niet om hulp.

Zelfredzaamheid hangt nauw samen met onafhankelijkheid. En onafhankelijkheid vind ik uitermate belangrijk. Maar om hulp kunnen vragen is evengoed een vorm van zelfredzaamheid. Ergens ligt het omslagpunt tussen zelfredzaam zijn en eigenwijsheid.

Alles heeft echter zijn prijs. Altruïsme of behulpzaamheid is vaak een vorm van eigenbelang. Bewust of onbewust zoeken we daarbij steeds naar een balans. Dit in de trant van: ‘Doe ik wat voor jou, dan doe jij een volgende keer wat voor mij.’ En mijn buurvrouw? Haar maak ik maar wat blij met een hulpvraag van mij.

Contactadvertentie tussen de gevonden voorwerpen

In de dagelijkse feed van onze buurtapp verschijnt een enigszins ongebruikelijk bericht. Meestal staan hier gevonden voorwerpen en spullen te koop of gratis af te halen. Plus oproepjes voor klussers of gezamenlijke maaltijden en aankondigingen van culturele evenementen. Deze keer gaat het om een contactadvertentie. Een man met foto, (‘Ik ben een mooie jongen’), zoekt 50+ vrouwen voor een seksuele relatie. ‘Reacties graag via privé-bericht.’

Dat laatste is jammer, want ik ben nieuwsgierig. Naar hoe hierop wordt gereageerd, bedoel ik. Zal zijn contactadvertentie wel goed vallen? Zijn adres duidt op iemand met een ernstige lichamelijke of meervoudige handicap. De contactadvertentie is zichtbaar in zeventien buurten, maar vooralsnog blijft het ogenschijnlijk stil. Is dan niemand geïnteresseerd? Of houden mijn buren de adem in? Een dag later staan er achttien reacties onder zijn bericht.

Een kleine analyse. De eersten die reageren zijn zonder uitzondering boze mannen. ‘Het lijkt me duidelijk dat … niet voor sex advertentie,s is. Haal je oproep aub weg. Op de site van novamora kan je terecht voor je sexoproep.’ Goh, Novamora. Zo lees je nog eens wat, meneer De Moraalridder.

De man van de contactadvertentie reageert beheerst en de boze meneer gaat aan de organisatie van de buurtapp vragen of de oproep kan worden gewist. ‘Ik heb hier geen behoefde aan. Ook kinderen kijken hier naar de oproepen of advertentie ,s.’ Dat de boze meneer hier geen behoefde aan heeft, is duidelijk. Hij heeft trouwens wel een serieus probleem met spelling en interpunctie. Dit in tegenstelling tot de adverteerder. Die is zelfs bereid om zijn advertentie te controleren op aanstootgevende bewoordingen.

Na deze schriftelijke schermutseling tussen heren onderling, stromen de reacties van dames binnen. Aanvankelijk zijn die wisselend van aard. Totdat een vrouw (50-) onder andere dit schrijft: ‘waarom mag een mens wel vragen om iemand die hem/haar helpt met klussen of tuinwerkzaamheden en niet voor lichamelijk contact…? Is ook een legitieme en wezenlijke menselijke behoefte hoor, kom op mensen het is bijna 2020… ;).’ Zij krijgt wel twintig digitale bossen bloemen, hartjes en andere bedankjes.

Een paar uur geleden schreef een vrouw (die te jong is voor de doelgroep) nog dit: ‘Hi N. Dapper van je dat je zo eerlijk bent. Ik hoop dat je zoekt wat je wilt. Het is in nette woorden beschreven. Jammer dat mensen er stom, grappig of negatief op reageren.’ Hier ben ik het helemaal mee eens. Opvallend is dat zij ‘Ik hoop dat je zoekt wat je wilt.’ heeft geschreven. Dat vraag ik mij namelijk eveneens af.

De laatste ronde voor mijn trouwe wasmachine

AEG laat je niet in de steek, luidt een welbekende oude reclameslogan. Wat mijn wasmachine betreft, is dit zeker waar. Alleen heeft mijn apparaat het zwaar sinds hij hier op een houten vloer staat. Wassen en spoelen doet hij zachtjes, maar dan dat centrifugeren. In de woonkamer klinkt het alsof er een helikopter van zolder opstijgt. En steeds maakt dat geluid mij ongerust, want de vloer trilt even hard mee. Vorige week leek het nog erger dan anders. Het haperen is begonnen.

Nu komt er een nieuwe Asko-wasmachine. Eentje die speciaal voor houten vloeren is gemaakt. Hij heeft vier schokdempers en wordt volgende week geplaatst. De verkoper benadrukte dat ik ‘een premium product’ heb aangeschaft, waarvan ‘de techniek ook in bedrijfsapparaten wordt toegepast.’ Zo, nou, we gaan het zien. Het was uiteraard wel weer de duurste optie van de ‘basic’ machines.

Vandaag heeft mijn veertien jaar oude wasmachine zijn laatste wasje gedraaid. Alsof het zo moest zijn, maakte hij nauwelijks geluid. Veertien jaar. Dat apparaat is een kwart van mijn leven huisgenoot geweest. Al die tijd was het wat wassen betreft mijn steun en toeverlaat. Het voelt bijna alsof ik nu mijn AEG in de steek laat. Daarom gaat ons afscheid mij toch een beetje aan het hart.

Zij kijken over mijn schouder mee

Drie Maori op filmposter kijken mee naar de tv

Krijg je soms het gevoel dat je wordt bespied? Dat kan kloppen. Vooral als er foto’s van geliefden in je woonkamer staan. Wanneer de geportretteerden recht in de lens kijken, staren ze jou overal na, ongeacht waar je naartoe gaat. Je zou kunnen denken dat zij jouw handelingen werkelijk volgen. Dat ze mentaal bij je zijn. Dat klinkt wellicht als onzin. Maar nu de drie Maori op mijn filmposter in de woonkamer hangen, voel ik hun aanwezigheid. En ze kijken over mijn schouder mee.

‘Wat zouden ze van mijn tv-programmakeuze vinden?’, vraag ik me af in het weekend. De tv staat namelijk recht tegenover de bank, dus kijken zij ook tv. Misschien vinden ze de filmselectie best interessant.

Op zaterdag zien we Misa en de wolven, een Zweedse kinderfilm. Die gaat over een stadsmeisje dat na haar moeders’ overlijden naar oma in het hoge noorden trekt. Daar heeft ze absoluut geen zin in. Maar dit is een kinderfilm, dus sluit ze uiteindelijk vriendschap met een jongen uit de Sami-gemeenschap. En ze beschermt een wolvin met twee pups tegen een stel gemene jagers. De les is helder: koester de natuur en waardeer inheemse culturen.

’s Avonds volgt Wind River, een veel rauwere film die qua thema vergelijkbaar is. De setting is een indianenreservaat in freezing Wyoming, waar een Indiaans meisje dood wordt aangetroffen. Tough girl FBI-agente Jane krijgt hulp van Cory, een stoere blanke jager die een goede band heeft met de inheemse gemeenschap. Het harde bestaan in een frontier town, de misstanden rond oliewinning en de vele nooit opgehelderde verdwijningen van Indiaanse vrouwen zijn reëel. Hier staat de kwetsbaarheid van relaties en samenlevingen centraal. Het gevaar dreigt minder van de rondcirkelende hongerige wolven dan van de mens zelf.

Op zondag moeten we kiezen. Kijken we naar Na ons de zondvloed, een documentaireserie van Kadir van Lohuizen? Of gaan we voor de eerste aflevering van Keizersvrouwen? Dit is wanneer ik de aanwezigheid van die drie Maori het sterkst voel. Want Kadir toont ons de leefsituatie van Polynesische bewoners op de Marshalleilanden in de Stille Zuidzee. Zij zijn praktisch familie van Maori en ze worden bijna weggespoeld. Zoals ook de cultuur van de Sami, de indianen, en de Maori bijna is weggevaagd door hebzucht en het westerse verdienmodel.

Misschien helpt het als staatshoofden dat poster ook aan de muur hangen.

De grenzen van je invloedssfeer

Met een vriendin bespreek ik de plus- en minpunten van de klusser die in huis bezig is. Zij is ervaringsdeskundige als eigenaresse van twee woningen. Ik vertel hoe vaak hij zich ziek meldt (vaak) en hoe vaak dat bij mij twijfels oproept (regelmatig). Bij twijfel werkt een last-minute afmelding flink op mijn gemoed. Dan is het alsof ik geen grip heb op de situatie.

Deze vriendin kent dit dilemma. Wij kunnen ons allebei in iemand inleven en we tonen begrip. Dat is riskant. Een gevolg kan zijn dat een ander gaat denken: ‘Ach, ik kan het mij permitteren, want zij begrijpt dit wel.’ Voordat je het weet, neemt zo iemand een loopje met je. ‘We zijn te aardig.’, verzucht vriendin. Zij is nota bene manager van een heel team.

Ligt de oplossing binnen je invloedssfeer, dan kan je er wat aan doen. Ligt de oplossing buiten je macht, dan moet je met de situatie leren leven. We weten het allebei. Alleen duurt het soms even voordat duidelijk is waar de grenzen van mijn invloedssfeer liggen. En voordat ik die grenzen accepteer. Tot dan weeg ik belangen af en slik ik een heleboel woorden in. Vooralsnog bereik ik met een milde confrontatie op zijn tijd en een enkel woordje commentaar bij deze klusser meer.

Hoe ga jij om met de grenzen van jouw invloedssfeer?

Hop in het riet

Hop in het riet

Ik zou wel willen bloggen, maar ben er te rusteloos voor. Te veel gedachten, te veel belevenissen, en dan die twee mannen over de vloer. (Behalve de klusser was ook de meneer van de rioolservice er weer.) Alles ten goede, hoor. Alleen word ik altijd een beetje hyper van te veel voorspoed. Daarom hou ik het bij deze foto. Bloeiende hop in het riet. Beschouw de hop maar als een soort feestslinger.