Sta je samen sterker?

De afgelopen week raakte ik een beetje uit balans. Het had te maken met langs elkaar heen praten. Met weinig inlevingsvermogen; vermoedelijk door desinteresse voor de persoon zelf. Zoiets schuurt. Het betrof mensen met wie ik een goede verstandhouding wil hebben, hoewel ze geen grote rol in mijn leven spelen. Er stond wel iets positiefs tegenover, maar het negatieve gaf de doorslag.

In de documentaire Zweden doen het anders zag ik dat Zweden gereserveerder zijn dan wij. Daar is weinig voor nodig, want Nederlanders gedragen zich tamelijk vrij. Ik begreep dat Zweden zich al jong onafhankelijk opstellen. Ze doppen hun eigen boontjes en kunnen zich kennelijk zonder anderen goed redden. In hun eentje ingesneeuwd in een afgelegen blokhut vermaken ze zich wel. Dat werk. Misschien hebben ze daar minder ‘huidhonger’ (het nieuwe modewoord). Dan is de mate daarvan deels aangeleerd en cultureel bepaald.

Met zijn tweeën sta je steviger dan alleen, dat is bij ons het idee. Leef je samen met een zielsverwant, dan is je basis zo stabiel, dat vrijwel niets of niemand je nog uit balans brengt. (Behalve natuurlijk die zielsverwant zelf.) In goed gezelschap verwerk je tegenslagen sneller. Ik ben benieuwd hoe zielsverwantschap past binnen het Zweedse model.

Persoonlijk ben ik selectief gereserveerd. Soms denk ik: ‘Ik kan er wel over praten, maar uiteindelijk moet ik het toch zelf oplossen.’ Bij de meeste mensen, echter, komt het hier op neer: ‘Ik kan er wel met jou over praten, maar het enige wat jij gaat doen, is mijn probleem gebruiken als kapstok voor je eigen verhaal. Dus laat dan maar.’

Waarschijnlijk kan ik het heel goed uithouden in Zweden.

Weer terug onder de mensen

De afgelopen periode heb ik een teruggetrokken leven geleid. Het begon met de lockdown. Die haalde een dikke streep door bijna alle afspraken in mijn agenda. Er kwamen alleen nog ‘noodzakelijke’ dienstverleners langs. Verder waren er ontmoetingen met buurtgenoten, een netwerkgesprek en drie sporturen in een park. Steeds keurig op anderhalve meter afstand. Maar dat was alles.

Voor een poosje vond ik deze afzondering wel prettig. Ik begon er zelfs aan te wennen. Er is zo veel ruis en zo veel eenrichtingsverkeer in het normale leven. Dat kan ik goed missen.

Misschien moeten we selectiever worden in onze ontmoetingen en in onze handelingen. Dan ontstaat er vanzelf meer ruimte voor wat we belangrijk vinden.

Hou dat ongevraagde advies maar

Een van de vrijwilligers voor werkzoekenden twijfelt al jaren welke kant zij op wil met haar carrière. Het lijkt voortdurend alsof zij om advies verlegen zit door de weifelende manier waarop zij praat. Dus is er altijd wel iemand die haar voorziet van goedbedoelde raad. Alleen dat is niet de bedoeling. ‘Advies is als een klap in mijn gezicht’. Zo ervaart zij dat. Ze beseft nauwelijks hoezeer haar houding bij anderen de behoefte oproept om advies te geven.

Ongevraagd advies geven is een riskante bezigheid. Toegegeven; ik maak mij er soms ook schuldig aan. Het wordt je vaak niet in dank afgenomen. Op de ontvanger komt het namelijk al gauw dominant, betuttelend en bemoeizuchtig over.

Zelf zit ik evenmin te wachten op ongevraagd advies. Toch denken anderen kennelijk dat ik daar behoefte aan heb. Een goede verstaander zou aan mijn toon of vertelstijl best kunnen afleiden dat advies onwenselijk is. Dan wil ik slechts mijn verhaal kwijt, meer niet. Maar veel raadgevers beginnen eerder met praten dan met luisteren, vandaar.

Ben jij ook zo iemand die ongevraagd advies wil geven? Vraag jezelf dan eerst af waarom je dat wil. Want wat zijn je achterliggende beweeg-redenen? Wil je de ander werkelijk helpen? Of wil je jezelf bewijzen? Wil je de ander afhankelijk maken? Voel je je soms superieur? Zie je de ander wel staan? Misschien wil je die ander vooral corrigeren op basis van je eigen normen en waarden. Deze zouden weleens kunnen afwijken van wat de adviesontvanger belangrijk vindt.

En als je beslist advies wil geven, vraag jezelf dan ook eerst af of je goed hebt geluisterd naar de ander. Klopt het wat je denkt dat je begrepen hebt? Verifieer dit gewoon. Want voordat je het weet, ontstaat er een misverstand.

En als je dan toch per sé advies moet geven, weet dan dat de ander volledig vrij is om het advies naast zich neer te leggen. Want die ander heeft helemaal niet om jouw advies gevraagd. En het gaat tenslotte om zijn of haar eigen leven.

Voor de goede orde: ik heb niemand gedwongen om tot hier te lezen. Daarom volgt hier mijn welgemeende raad over advies geven. 😉

Wees oprecht belangstellend. Luister. Leef je in. Begin niet gelijk over jezelf. (Nee, ook niet met voorbeelden uit je eigen leven.) Toon begrip en vel geen oordeel. En tot besluit: check of de ander advies wenst. Dan help je iemand echt.

Tisniewaar! Bentenge stopt?

Er zijn situaties waarvan ik vind dat ze ruim van tevoren moeten worden aangekondigd, voordat ik ermee wordt geconfronteerd. Want wat lees ik nu? Bentenge stopt! Pardon? Daar was ik niet op voorbereid.

Hoewel? Misschien waren de signalen er al.
1. Een man van rond de vijftig, die plotseling (plotseling?) zijn baan opzegt.
2. Een man van wie zijn dochter nu ongeveer achttien jaar oud is. (Taak volbracht?)
3. Een man die vaak in raadselen schrijft; althans voor mij dan. Misschien zat er een Kortrijkse kwinkslag in die mij ontging.
4. En een man die in geheel eigen stijl op logjes reageert. Vaak met een opmerking die bij mij weer een tegenvraag opriep. En als ik dan om opheldering vroeg, bleef het stil. Hij liet blijken dat ook mijn teksten hem aan het denken hebben gezet. Althans, zo was het toch?

Een tijd lang geloofde ik dat Bentenge de man op die vage foto was. Soms twijfelde ik: man/vrouw … Wie gaat er werkelijk achter schuil? Nu is en blijft Bentenge helemaal een raadsel. Een enigma.

Voor de zekerheid heb ik snel een screenshotje van zijn website gemaakt. Om hier te bewaren, als aandenken.

Twee jaar geleden dook hij hier voor het eerst op bij de reacties. Of had ik hem zelf even daarvoor gevonden? Hoe dan ook; hij reageerde onder het logje Nog even over dat seksfeest. Mag ik nu zeggen: hoe typerend voor Bentenge? 😉

Ik had hem trouwens bijna van mijn blog gegooid, want ik dacht dat hij een rare vent was. Maar Bentenge kan serieus zijn. Bij hem heb ik altijd het gevoel gehad dat je tussen de regels door moet lezen. Dat je moet begrijpen wat hij onvermeld laat. Hij zwijgt uit diplomatieke overweging of uit voorzichtigheid. Zal vast iets Belgisch zijn, vermoed ik. Al ken ik Vlamingen die meer uitgesproken hun mening verkondigen dan ik als Nederlandse. (Voor deze ene keer mag een B/N-N/B-vergelijking hopelijk wel.)

En nu? Wat gebeurt er indien Bentenge Bentenge delete? Verdwijnen dan gelijk ook al zijn 202 reacties hier? Ik doe een greep:

  • Nee, geloven is een moeilijke materie.
  • Hehe 🙂
  • Aan lijstjes doe ik niet. Dat mijn hersenen niets meer opslaan en ook niet meer terughalen baart me bijna dagelijks zorgen. Maar toch ga ik niet aan de lijstjes. Wat voorbij is is voorbij. Interessant logje dit.
  • Verdjerrie zeg, nu zit ik wel even voor me uit te staren. het nadenken is voor straks. Niets is echt belangrijk behalve een goed mens zijn. Dat is wat ik nu even denk. [Onder log: We blijven jagers en verzamelaars.]
  • Wa is me da hier ? 🙂 Nu denk ik even na of ik een “control freak” ben en toe ben aan een momentje. [Onder log: Momentjes van overgave.]
  • Zeer juist. Het bredere “achter elke sterke man staat een sterke vrouw” principe. [Mijn gedachte: Bentenge is best geëmancipeerd.]
  • Moments like that make us feel alive, don’t they? 🙂 [Onder log: Was het een geheime rendez-vous?]
  • Ai ai ai. Ik ben ook direct en eerlijk denk ik. [Mijn gedachte: Bentenge, dit méén je niet.]
  • Ik stal ooit eens een playmobil ridder. Dat is ook een manier van vooruit komen 😉 [Ja toch die eerlijkheid.]
  • Dit is een complex stukje. Ik weet niet wat ik er mee aan moet. Moet ik nu zus of moet ik nu zo ? Ik denk dat ik dus niet lui ben maar faalangst heb. [Dit is één van zijn reacties op de serie over de zeven hoofdzonden.]
  • De dobbelsteentjes der relaties tuimelen soms vreemd, met alle gevolgen van dien. That’s how life goes.
  • Wel wel wel. Het is me wat 🙂
  • Goeie vraag. Wat een goeie vraag. Mijn pet hangt van de dag af denk ik. Maar wat jouw blog betreft doe ik telkens weer een inspanning om aandachtig te lezen. Want wat je hierboven schrijft klopt als een bus. Jij gaat net die extra mile als het om maatschappelijke thema’s gaat. Daarom kom ik hier ook heel graag. [Onder log: Over confrontaties en onuitgesproken verwachtingen.]
  • Persoonlijk denk ik dat het niet zo goed is. Op zaterdag 13/10/2018 was onze buurvrouw in bikini in de tuin aan het werken. Persoonlijk kan ik dat wel hebben, maar toch… een echt goed teken is dat niet.
  • Kunnen vrouwen echt al eeuwen landgoederen bezitten? Hmmm, interessant.
  • Dit is een bevreemdend logje.
  • Ik kon dat vroeger al goed en kan dat nog altijd heel goed alleen zijn. Heb niet zo veel nood aan contact. Maar goed, ik heb natuurlijk wel een echtgenote en een dochter.
    Maar het is een interessante vraag… hoeveel mensen heb je minimaal nodig en hoe kwalitatief moeten die relaties dan zijn? [Onder log Goed alleen kunnen zijn.]
  • En Ofra Haza is leuke muziek. [Mijn gedachte: Een mooie vrouw, bedoel je.]
  • Nu denk ik gelijk na over het juiste pad 🙂 Even nadenken: huwelijksgelofte ? v = check. Niet toegeven aan onmatigheid op alcoholgebied ? Euh. x. Volhouden op je werk ….. Euh. X [Bentenge’s reactie op 3 februari 2019.]
  • Soms is officialiseren een absoluut noodzakelijke vorm van communiceren.
  • Het klinkt leuk maar ik begrijp er bijna geen snars van 🙂

Ach, Bentenge, het ga je goed.
Ik mis je nu al.

Een keertje apart afspreken

Binnen de vrijwilligersgroep voor werkzoekenden drop ik dat ik mij soms verveel. Een van de aanwezigen vat dit op als een teken van eenzaamheid. ‘We kunnen wel een keer samen afspreken.’, oppert zij meteen. De rest schakelt alweer over op een ander onderwerp, waardoor ik niet gelijk reageer. Onze groep heeft altijd gespreksstof in overvloed. Naderhand stelt ze het nogmaals voor. ‘Dan kunnen we ook eens wat dieper over dingen doorpraten.’ Ze wil wel bij mij thuis langskomen.

Na de vorige vergadering had ik zelf ook al aan afspreken gedacht. Zij is een slimme, vriendelijke vrouw en beiden zijn we werkloos. Eind vorig jaar gingen zij en haar vriend uit elkaar. Haar huis heeft ze verkocht. Nu woont ze voorlopig bij haar moeder in, in het ouderlijke huis. Moeder is bejaard en gaat mentaal achteruit. Daarom lijkt dit misschien een mooie oplossing, maar ideaal is hun situatie niet.

Ik wil dus best samen afspreken; en toch is er ineens een lichte twijfel. Waarom toch? Komt het door slechte ervaringen in vergelijkbare situaties? De laatste jaren heb ik vaker met mensen apart afgesproken die ik tot dan toe alleen binnen een groep had meegemaakt. En steeds bleek achteraf dat er wat aan de hand was.

Valt een afspraak tegen, dan is dat meestal geen ramp. In zo’n geval heb je het geprobeerd en kan je zonder veel gedoe afscheid nemen van elkaar. Maar met deze vrouw blijft het contact via de vrijwilligersgroep in stand.

Vooral dat ‘dieper over dingen doorpraten’ zou een omineus signaal kunnen zijn. Het kan namelijk positief of negatief uitpakken. Als je duidelijke raakvlakken en gedeelde interesses hebt, is dit prima. Maar ik heb nog niet ontdekt of wij die hebben.

In vergelijkbare situaties met andere mensen kreeg ik te maken serieuze dilemma’s. Zoals: ernstige psychische problemen, een uiterst pijnlijk gebrek aan zelfvertrouwen, spraakwatervallen, en types die mij als coach of therapeut beschouwen. Terwijl ik psychiater noch coach noch praatpaal ben. En dan was er nog een griezel die tijdens een boswandeling eindeloos over spiritualiteit doorging. Brrr.

Wellicht is het enige probleem dat deze vrouw in staccato tempo denkt en praat. Daarvan raak ik fysiek en mentaal snel buiten adem. Nou ja, we zullen zien. Met mensen omgaan blijft een uitdaging, maar alleen vermaak ik mij ook prima. Meestal dan toch.

Zelfredzaamheid versus hulp accepteren

Door die bloedneus denk ik ineens terug aan de laatste dagen van mijn vader. Toen hij al in het ziekenhuis lag en heel zwak was, maar nog geen delier had. In zo’n situatie wordt je leven zo ongeveer door anderen overgenomen. Oh, iedereen praat nog wel met je. En ze vragen je wat je wilt. Alleen ben je te slap, te moe, te duf, of te veel van slag om alert te reageren. Toch moet dat wel, want de wereld blijft in het gangbare hectische tempo doordraaien. Ook in een ziekenhuis. Ook al zeggen ze dat je de tijd mag nemen. Alles moet doorgaan. Eigenlijk wil je alleen maar zo snel mogelijk naar huis terugkeren.

Na die bloedneus. In de behandelkamer van de huisartsenpost duurt het even voordat de duizeligheid over gaat. Ik wil wel opstaan, maar kan beter wat langer blijven zitten. Na een paar pogingen informeert de assistente of er iemand is die mij zou kunnen komen ophalen. Zoals ik daar zit, wil ze mij niet laten gaan. (Staat vast in het protocol: patiënt niet laten gaan indien: optie 1, 2, of 3.) Nu voel ik mij wel verplicht om iemand te noemen. Dus zeg ik: ‘De buurvrouw.’ Terwijl ik dat eigenlijk niet van plan ben.

Op de heenweg ben ik lopend en alleen naar de huisartsenpost gekomen. Dan kan ik ook wel weer zelf naar huis teruggaan. Gewoon stapje voor stapje, kalm aan. In vergelijkbare situaties heb ik dit al vaker gedaan. Soms is er namelijk geen andere mogelijkheid. Bijvoorbeeld wanneer je door voedselvergiftiging geveld bent en toch het vliegtuig in moet. Bovendien ben ik graag zelfredzaam. Als het even kan, vraag ik niet om hulp.

Zelfredzaamheid hangt nauw samen met onafhankelijkheid. En onafhankelijkheid vind ik uitermate belangrijk. Maar om hulp kunnen vragen is evengoed een vorm van zelfredzaamheid. Ergens ligt het omslagpunt tussen zelfredzaam zijn en eigenwijsheid.

Alles heeft echter zijn prijs. Altruïsme of behulpzaamheid is vaak een vorm van eigenbelang. Bewust of onbewust zoeken we daarbij steeds naar een balans. Dit in de trant van: ‘Doe ik wat voor jou, dan doe jij een volgende keer wat voor mij.’ En mijn buurvrouw? Haar maak ik maar wat blij met een hulpvraag van mij.