Ieder in zijn eigen bubbel

Wanneer we Klein Boeschoten bereiken, diep verscholen op de Veluwe, is Baudet al gepasseerd. We kunnen redelijk veilig praten over politiek. Toch heeft onze jarenlange vriendschap een paar kritieke momenten doorstaan. En immigratie was daarbij de splijtzwam. Want zij is uitgesproken links, terwijl ik iets meer naar het midden neig en zowel links als rechts ben. Dat verschilt per onderwerp.

Ik ben voor vrijheid en gelijkwaardigheid. Daarom zie ik geen verschil tussen een politieke hardliner (links of rechts) en een immigrant uit een conservatieve cultuur. Geen van beiden staan ze open voor de standpunten van de ander. En beiden wanen zich op basis van religie of ideologie superieur.

Problemen? Daar praten we niet over

De hel, dat zijn de anderen. J.P. Sartre.

We wandelen in een groepje langs mooie landgoederen wanneer ik iemand aanspreek die ik nog niet ken. Het is een oudere vrouw. Ze vertelt dat ze vorig jaar weduwe is geworden en zes maanden daarna haar zus heeft verloren. Het verdriet zit hoog. Daarenboven beëindigde haar vaste wandelvriendin na 25 jaar hun vriendschap.

Die breuk bezorgt haar een ander soort verdriet. Want ze hadden veel plezier samen en ze deelden een lange geschiedenis met elkaar. Ze bewaart plakboeken vol foto’s van plaatsen waar ze zijn geweest. Daarom kan ze de keuze van die vriendin moeilijk begrijpen en accepteren. Ik vraag welke reden zij heeft genoemd. ‘Ze vindt mij niet leuk meer.’

Jaren geleden had ik ook zo’n wandelmaatje. We hadden samen het Floris V-pad voltooid en nu waren we halverwege het Maarten van Rossumpad. Ineens vond zij het niet meer gezellig. Waar dat aan lag, heeft ze nooit uitgesproken. Ik zat toen middenin de nasleep van een reorganisatie.

Zulke mensen kunnen verhalen over problemen moeilijk aan. Zo lang het ‘lang leve de lol’ is, gaat alles prima. Maar oh wee als er een gevoeligheid naar buiten komt. Daar weten ze geen raad mee. Ik kan me wel voorstellen dat ze niet te vaak over problemen willen praten. Je gaat lekker een dagje wandelen en wil vooral ontspannen. Alleen geven ze hun grens niet aan. Of zo indirect, dat het je kan ontgaan.

Onwil of onvermogen om problemen te bespreken, kan een reden zijn om alles en iedereen op afstand te houden. Met zulke mensen gaat het altijd goed. Zij zitten nooit ergens mee. Er mankeert hooguit iets aan hun gezondheid. Dat is dan goed verklaarbaar en daar heeft iedereen begrip voor. Soms vinden zij problemen zo confronterend, dat ze in hun denken blokkeren. Dit speelt vermoedelijk bij deze wandelvriendinnen.

Toch horen problemen bij het leven. Het is logisch als je daarover wil praten. Zeker wanneer je alleen bent en het slepende kwesties betreft waarmee je geen raad weet.

Met anderen over problemen praten wordt pas echt een probleem als je mentaal vastzit. Als je zaken niet objectief kan bekijken. Als je geen alternatief kan bedenken. Als je maar in je boosheid en frustratie blijft hangen. En vooral: als je geen keuzes maakt en stappen zet. Zulke mensen ontmoet ik regelmatig. Zelf heb ik ook zo mijn periodes gehad, als een situatie ogenschijnlijk uitzichtloos was.

Nadat het hoge woord er uit kwam, schroomde die oudere vrouw om verder te vertellen. Ze wilde mij niet met haar verdriet opzadelen. En ik besefte dat dit een heel verhaal ging worden. Voordat je het weet, is er een uur voorbij. Ik ga dan zo in een gesprek op dat ik de omgeving nog nauwelijks opmerk.

Op zo’n moment hangt het sterk af van hoe iemand zich opstelt. Betreft het een drama queen vol onbegrip, of een persoon die redelijk en zelfbewust is? Want als iemand een probleem objectief kan bekijken, wordt zo’n gesprek vanzelf interessant.

Recent vond ik nog een oud berichtje van mijn vroegere wandelmaatje, ergens uit 2012. Ze schreef dat ze het toch jammer vond dat we waren gestopt. (Geen woord over het waarom.) Had ik toevallig zin om samen verder te gaan?

De pijn van het niet worden gezien

Op een zonovergoten zaterdag wandel ik met een vriendin op de Veluwe. We kennen elkaar goed, maar minder lang dan de vriendin die ze onlangs aan een ziekte verloor. Het verdriet van de laatste maand, het afscheid en de emoties hebben er ingehakt. Ook hebben gesprekken met de naaste familie en vrienden het nodige losgemaakt. Tijdens een uitvaart staan we vaak stil bij wat er vroeger is gezegd of voorgevallen.

Opeens, onderweg langs een bosrand, komt het er uit. De ontboezeming die alles verklaart. Alles waar ik al jaren vragen over heb. Situaties uit verhalen en opmerkingen waarvan ik denk: ‘Waarom reageer je zo? Waar komt dit vandaan? Er moet iets zijn gebeurd. Lang geleden of in kleine voorvallen tijdens de loop van je leven.’

Verbaasd dat de herinnering nu zo plotseling opdoemt, overdenkt ze haar houding naar haar jongere zusje toe, vroeger, en wat daarachter schuilging. Ik wacht af of het kwartje valt, want dit is nogal een kwestie. In zo’n situatie komt het volledige besef pas als je kan bedenken welke impact je eigen gedrag op de ander heeft gehad. En als je daarna onder ogen komt wat daarvan de gevolgen zijn voor beide partijen.

We blijken iets te delen. We kennen allebei de pijn van het niet worden gezien. Bij haar begon dat met haar zusje, dat een niet verlegen lachebekje was. Bij mij begon het op een onbekend moment. Maar ik weet hoe het voelt als er steeds iemand anders geliefder is dan jij. (Ongeacht of dit werkelijk zo is of niet.) Denk aan het mooiste meisje van de klas. Zo iemand die als een magneet alle aandacht naar zich toetrekt en de beste kansen krijgt.

Er is ook een verschil. Ik ben vast weleens jaloers geweest, maar ik herinner mij vooral gelatenheid en pijn. En ik herinner mij nog iets. Namelijk dat het leven van het mooiste meisje van de klas evengoed strontvervelend kan zijn.

Mijn schoolvriendinnetje op de kleuterschool had blonde krullen en guitige kuiltjes in haar wangen. Zij kwam uit een groot gezin met veel broers die haar op handen droegen. Op de lagere school blonk datzelfde vriendinnetje uit in sport. Ik kon haar onmogelijk bijbenen. Bij andere schoolvriendinnen waren de verschillen kleiner.

Toen de pubertijd begon, veranderde alles. Te beginnen met een grote school waar ik mij verloren voelde tussen de veel gehaaidere stadskinderen. En ineens werden jongens belangrijk, dus ook mijn uiterlijk. Het is niet zo dat ik onopgemerkt bleef. Andere meisjes waren wel extraverter of sociaal vaardiger. En een aantal van hen zag er al vroeg vrouwelijker uit. Daarnaast kregen zij meer nieuwe kleding en accessoires van hun ouders dan ik. Maar bovenal wist ik mezelf geen houding te geven en leefde ik in een fantasiewereld.

Nog altijd kan ik die periode moeilijk doorgronden. Maar toen is het fundament gelegd voor een overtuiging waar ik lang in heb geloofd. Namelijk dat het niet uitmaakte wat ik deed, omdat er toch altijd iemand anders leuker, intelligenter of aantrekkelijker was dan ik. En het is in werkelijkheid vaak genoeg gebeurd. Dat ik net in gesprek was met een leuke man en dat er dan weer zo’n vrouw tussenbeide kwam. Bepaalde vrouwen gaan over lijken om hun zin te krijgen. En sommige mannen zijn zo godsgruwelijk simpel als ze worden geconfronteerd met vrouwelijke schoon.

Dat werd mij pas goed duidelijk toen ik zelf de school- en uitgaansvriendin werd van het mooiste meisje van de klas. Misschien ben ik daar de ideale persoon voor. Want zo’n meisje heeft weinig echte vriendinnen. Veel jongens zijn verliefd op haar. Maar hoe leuk zijn die jongens als je ze beter leert kennen? En wie kijkt voorbij haar uiterlijk en ziet haar als persoon?

In die periode was ik herhaaldelijk blij dat ik minder aantrekkingskracht had dan zij. Mannen kunnen irritant opdringerig worden en zich bij afwijzing obsessief gedragen. (Feitje: mannen die op vrouwen met grote borsten vallen, zijn relatief vaker seksistisch en agressief naar vrouwen toe.) Daarnaast hoef ik niet in het middelpunt van alle belangstelling te staan. Later was het in het buitenland soms een groot voordeel dat ik minder snel opval. Mijn donkere haar en gewonere uiterlijk hebben diverse onveilige situaties voorkomen.

Toch wil iedereen graag worden gezien en gehoord. ‘Kreeg ik maar eens de kans om uitgebreid met een man kennis te maken zonder dat er andere vrouwen bij zijn’, dacht ik op een gegeven moment. Toen die kans zich eindelijk voordeed, was het gelijk raak ook. We zaten urenlang vastgegespt naast elkaar in het vliegtuig van Athene naar Singapore en konden geen kant uit. 😉

Evengoed krijg ik soms een hele dwarse oprisping. Met name bij succesvolle mannen. Van die goed verzorgde types die al vroeg een imponerende functie krijgen, en dus geld, en het vanzelfsprekend vinden dat hen een mooie vrouw toekomt. Ik was niet in beeld toen ik jonger was. Inmiddels zijn zowel de kinderen als vrouw nummer één de deur uit. Vrouw nummer twee ook.

Nu ben ik degene die nog steeds haar meisjesachtige zandloperfiguur heeft en haar natuurlijke haarkleur. Dus denken ze weleens …

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Mijn huis is een ‘hij’

Er bestaat een woord voor wat ik soms doe: antropomorfisme. Ofwel menselijke eigenschappen toekennen aan niet-menselijke wezens en dingen. Dit doe ik alleen bij voorwerpen die zeer belangrijk voor mij zijn. Zoals vroeger mijn motor in Australië, en nu mijn woning. Allebei hadden ze al heel wat meegemaakt toen ik hen leerde kennen. Dat zie je terug in hun gedrag. Mijn huis vertoont namelijk menselijke trekjes.

Veel mensen vinden het normaal dat je tegen een auto praat. Het is een maatje waarmee je overal naartoe gaat. Zo iemand ook waarvan je hoopt dat hij je nooit in de steek laat. Samen maak je bijzondere dingen mee of ontloop je ternauwernood een confrontatie. Daaraan bewaar je dan mooie gedeelde herinneringen. Ik moest hem in Sydney achterlaten, mijn motor. Maar hij staat al dertig jaar op een foto in mijn woonkamer. Die motor was een ‘hij’, want hij bleef onder elke omstandigheid stoer en onverstoorbaar.

Mijn huis zou een ‘zij’ kunnen zijn, maar waarschijnlijker is het een ‘hij’. Hij is ooit een keer bedrogen en herhaaldelijk verlaten. Dat merk ik aan alles. Hij blijft mij maar uittesten. Hij wil absoluut zeker weten dat ik om hem geef. Dat deden de vorige eigenaren lang niet allemaal. Of misschien ook wel; in het begin toch.

Dit huis kan nukkig doen. Dan geeft hij je het gevoel dat hij je gewoon niet wil. Maar dat kan ik evengoed, dus we zijn behoorlijk aan elkaar gewaagd. Natuurlijk vraag ik mij weleens af waarom ik bij hem blijf. Soms kijk ik zelfs weer even rond op Funda. Dit voelt dan al bijna alsof ik vreemd ga.

Het is geen kwaaie. Hij is juist slim en haalt nu ruimschoots de schade in. Logisch toch, na al die jaren van verwaarlozing en gebrekkig onderhoud? Daarom heeft hij ook zo’n behoefte aan bevestiging. In feite is hij het type ruwe bolster, blanke pit. Oh, en hij weet heel goed hoe hij mijn aandacht kan krijgen. Maar bij hem voel ik mij thuis en hij beschermt mij indien nodig. Bovendien maakt hij al zijn beloftes waar. Daarom vind ik hem nog steeds de moeite waard.

‘Ik heb het niet gedaan’

Vergeet detective series, vergeet crime investigation scenes. Er is een andere cliffhanger die je echt moet zien. Zelden ben ik zo onder de indruk geweest van een reconstructie. Tijdens het filmen stond er voor alle betrokkenen veel op het spel. Dit gaat over Romano van der Dussen in Elena Lindemans’ documentaire Ik heb het niet gedaan. Romano zat 13 jaar onterecht vast in een Spaanse cel.

‘De onthutsende documentaire laat niet alleen zien hoe Romano – die slechts voor een deel is vrijgesproken – nog altijd vecht om zijn onschuld te bewijzen. De film toont ook aan hoe dun de lijn is tussen goed en kwaad, tussen recht en onrecht. Want ís Romano wel zo onschuldig als hij zegt te zijn?’ (BNNVARA.)

Je zal voortdurend heen en weer worden geslingerd, tussen wat gelogen is, en wat het ware verhaal. Je zal worden geconfronteerd met je eigen gedachten. Schat je alles wel goed in of niet? Kijk je naar een slachtoffer of naar een dader? Is er een verschil?

Al het vertrouwde jargon komt voorbij: ‘nu zouden ze het ADHD noemen’, ‘een moeilijke jeugd’. Shots van een ontmoeting met een makker uit het verleden. Het ruige leven staat op diens gelaat getekend. Ze hebben ‘een beetje kattenkwaad’ uitgehaald. Vergelijk dit met het eufemisme van de elite: ‘een dwaling’, over een rechterlijke uitspraak. En je zal je wederom afvragen af of er wel een verschil is.

Ik neem mijn pet af en maak een diepe buiging. Zelden heb ik zo’n aangrijpende documentaire gezien.

I know the truth and I know what you’re thinking. Stone Roses – Fools Gold.

Over confrontaties en onuitgesproken verwachtingen

‘Een goede reden om iemand te onderbreken is wanneer die de vraag niet beantwoordt. Dat komt geregeld voor: mensen zijn uitgenodigd, ze gaan er eens lekker voor zitten, en draaien hun eigen verhaal af, want dat is ze verteld door communicatiespecialisten: ‘blijf bij je boodschap’. Daar heb ik weinig geduld meer mee, … Dat mag ook best hoorbaar zijn op de zender.’ NPO Radio 1 presentator Lara Rense vertelt in Sir Edmund van 19 januari 2019 over het perfecte onderbreken. Ze somt haar tactieken op, variërend van charmant hinten tot keihard ingrijpen. Over dat laatste: ‘Je kunt dat prima doen, vooral omdat de luisteraars het ook horen. Luisteraars vertellen geregeld dat ze in de auto tegen de radio zitten te schreeuwen: Hij geeft geen antwoord! Afkappen!’

Een van mijn doelen met Raam Open is lezers aanzetten tot nadenken met mijn ideeën en waargebeurde anekdotes. Ik zie dat inderdaad weleens gebeuren. Of ze mijn opvattingen delen, is niet het belangrijkste. Ik wens vooral dat lezers mentaal in beweging komen. Vaak gaat het om iets wat ze tot dan toe vanzelfsprekend vonden. Een onderwerp of handelswijze waar ze nooit bewust bij stilstonden. Als ze dan een keer van focus veranderen, gaat er een Raam Open. In praktijk komt dit soms neer op iemand een spiegel voorhouden. Dat kan leuk en verrassend uitpakken, maar ook confronterend werken.

Misschien wil ik toch enige invloed hebben. Niet per sé op bepaalde mensen, maar meer op het grotere geheel. Ik kan het als realistische wereldverbeteraar niet laten om het te proberen. In het klein, want het moet wel haalbaar blijven. Een enkel steentje in de rivier kan al genoeg zijn.

Wel vraag ik mij af of sociale media daarvoor het goede instrumentarium zijn. Want we kennen elkaar niet of nauwelijks. En er bestaan al zo veel onuitgesproken verwachtingen. Die hebben we allemaal en dat zijn de echte killers in communicatie. Wat je vindt mag je houden, schreef Jan van Koert. Hij heeft daarmee een punt, vind ik. 😉

Bovendien: welke pet hebben we als blogger op achter de laptop? Die van een journalist? Die van een vriendin? Die van een deskundige/adviseur? Of die van iemand die oefent met een communicatiestijl? Wanneer ik blog, heb ik afwisselend één van deze petten op. En soms alle vier tegelijk.

Kijk je naar het soort reacties dat bloggers ontvangen, dan zie je grote verschillen. Een van mijn favorieten in dat opzicht is het blog Mainzer Beobachter van oudheidkundige Jona Lendering. Dan heb ik het over een wetenschappelijk blog van een man die oneindig veel kennis heeft en die soms ook nog iets persoonlijks schrijft. Over zijn belevenissen met het openbaar vervoer bijvoorbeeld. Hij ontvangt hoofdzakelijk reacties die echt ter zake doen, waarschijnlijk vooral van vakbroeders en andere kenners. Ofwel: van lezers die de pet van deskundige op hebben.

Bij anderen zie je vooral de petten van maten of vriendinnen onder elkaar. Bij dergelijke blogs is het wel een vraag wie nu echt een goede vriend of vriendin is. Volgens mij bestaat een vriendschappelijke relatie altijd uit min of meer gelijkwaardig tweerichtingsverkeer. Dat betekent dat de een zich inleeft in de ander en de ander in de een. Dit is dus zo’n onuitgesproken verwachting waarbij het zomaar mis kan gaan.

Helaas zie ik vaak dit: ‘Oh meid, dat heb ik ook allemaal moeten doorstaan. Want toen ik …’ Die reactie vind ik uitermate tricky. Want voordat je het weet, wals je met je eigen verhaal over dat van de ander heen. Met reden luidt een oude etiquetteregel dat je de eerste zin van een brief never nooit begint met ‘ik’. Zelfs geen eerste zin in een brief aan een vriendin. Wordt deze regel tegenwoordig eigenlijk nog onderwezen? Of hebben docenten dat vanwege de invloed van sociale media maar opgegeven?

Wat je vooral ziet, is dat vriendinnen herkenning zoeken bij elkaar. Hier doe ik zelf ook aan mee. Het is een vorm van binding en dit kan je beschouwen als een verkapte behoefte aan bevestiging. Vooral bij mensen die iets naars doormaken (ziekte, ontslag, et cetera) lees je in de reacties veel medeleven.

Daarnaast zie ik dat in vriendschappelijke reacties op blogs dingen worden verzwegen. (Hier is mijn pet van de journalist/onderzoeker/medewerker communicatie weer.) Dat zijn soms dingen die ik wel uit zou willen schreeuwen. Omdat het zo zichtbaar is wat er werkelijk speelt, terwijl niemand de vinger op de zere plek durft te leggen. Uit angst de ander te kwetsen. Of omdat de ander advies als een klap in het gezicht kan ervaren. Met de mantel der liefde wordt veel toegedekt. Terwijl ik mij serieus afvraag of je iemand daar echt mee helpt.

Welke pet draag jij wanneer je logjes leest van mij?

Introverte mensen geven energie

Introverte mensen geven hun energie in contacten met anderen, terwijl extraverte mensen juist energie krijgen van contact met anderen.
Echte aandacht is een bron van energie. Aandacht is een schaars goed en goud waard. Van aandacht schenken zou ik mijn betaalde werk moeten maken. Maar aan wie en in welke vorm? Als gezelschapsdame voor conversaties of zo? Dan denk ik toch aan een doelgroep met bijzondere kennis of inspirerende gedachten, waar nog wat van te leren valt. Een dienst die mij energie kost, mag wel boeiend zijn ook.

Anderzijds is meedoen een ideaal van extraverte mensen. Ze passen groepsdruk toe. Dat staat eveneens in het artikel. Extraverte mensen vinden soms van introverte mensen dat zij zich onaangepast gedragen. Precies dit is mij eens voor de voeten geworpen door een psychologe. Het gebeurde in 2006 tijdens een groepsvakantie in Vietnam. Op een steile helling liep ik iets vlotter dan de rest naar beneden, want afdalen kan je het beste in je eigen tempo doen. Om de zoveel meter wachtte ik op de anderen. De afstand tussen ons was steeds hooguit tien meter. Plotseling haalde mevrouw mij in. Ze siste mij toe dat ik me op deze manier sociaal onaangepast gedroeg.

Oh, ik begreep haar eigen gedrag maar al te goed. Dit ging niet om mijn wandeltempo. Het ging erom dat ik haar energie had kunnen geven, door haar mijn onverdeelde aandacht te schenken. Alleen had ik daar geen zin in. Ik vond haar namelijk nogal een bazig type. En ik stond haar in de weg. Want mijn aandacht ging uit naar een andere reisgenoot in het gezelschap. Sindsdien is die derde persoon een van mijn beste vriendinnen. Als mevrouw de psychologe zich wat normaler had gedragen, had dat ook haar vriendin kunnen zijn.

(De vrij weergegeven cursieve teksten komen uit een artikel over introversie in Libelle nr 45, 2017, geschreven door Liesbeth Smit, auteur van het boek Ik moet nog even kijken of ik kan.)