Onzichtbare vooruitgang

Dit is zo’n week van hele kleine stapjes. Ik doe wel wat en het leidt ook ergens toe, maar ogenschijnlijk verandert er weinig. Ik stuur een mailtje en geef een antwoord. Ik pleeg een telefoontje en doe navraag voor een afspraak. Iemand belt mij steeds vanaf een privé-nummer wanneer ik net in een andere kamer ben, waar de ringtoon onhoorbaar is.

De oogarts van het ene ziekenhuis wacht op een brief van de oogarts in het andere ziekenhuis. Die brief is een maand geleden geschreven en in het systeem gezet. De volgende stap is nu: de verzending. Maar door wie? En wanneer?

Ik bel naar het ene ziekenhuis, waar iets in gang wordt gezet. En ik bel naar het andere ziekenhuis, waar de brief in het systeem wordt ontdekt. De brief zal door een medewerkster in het universitaire ziekenhuis op de fax worden gezet. We schrijven donderdag 25 maart in het jaar des Heren 2021.

Ach, de natuur neemt ook de tijd. We zetten allemaal onbeduidende stapjes op weg naar vergankelijkheid. Als ze dan maar voor even ergens toe dienen.

Denk kathedraal voor ons nageslacht

Oké, de titel vergt enige uitleg. Ons tijdsperspectief moet radicaal op de schop om klimaatverwoesting het hoofd te bieden. Dat meent filosoof Roman Krznaric, die vanavond is te zien in VPRO Tegenlicht. De uitzending komt precies in een week van extreme tegenstellingen. Vorige week hadden we maar liefst 15 graden vorst, getuige het bevroren water op een weiland. En nog ligt het ijs op schaduwrijke plekken. Maar vandaag konden we bij 20 graden in zomerkleding naar buiten en ons koesteren in de warme zon, zoals krokusjes doen. En dat in februari.

Hoewel we van deze extreme weersomstandigheden kunnen genieten, komen we nauwelijks verder dan kortetermijndenken. Hoe kunnen we empathie voelen voor toekomstige generaties, mensen van wiens leven we ons nauwelijks een voorstelling kunnen maken?, vroeg Krznaric zich daarom af. Hij beveelt ‘kathedraaldenken’ aan, zoals Antoni Gaudí met zijn Sagrada Família basiliek heeft gedaan. Ofwel: laten we werken aan een samenleving die nog eeuwenlang kan voortbestaan.

Krznaric roept ons in zijn boek De goede voorouder op om toekomstige generaties een stem te geven. Hij biedt meer strategieën om in eeuwen te kunnen denken. Zoals: intergenerationele rechtvaardigheid (denk zeven generaties verder), erflatersmentaliteit (goed herinnerd worden door het nageslacht) en nederigheid tegenover de diepe tijd (besef dat we maar een stipje op de kosmische kalender zijn). Feitelijk kunnen we een voorbeeld nemen aan onze voorouders, want verspreid over de wereld deden volkeren dit vroeger al veel eerder.

Kortom: kijken vanavond! (NPO2, 22.10 uur.)

(Bovenstaande tekst heb ik deels gebaseerd op de aankondiging in de VPRO-gids.)

Ver weg van hier

Oh, ik besef dat er een element van vluchtgedrag in zit. In al die mooie natuurfoto’s en daarbij de ontdekking van al die wonderlijke details. Ik kan mij helemaal verliezen in fantasietjes en het verzinnen van een verhaal. Zelfs de aanleiding voor het onderzoek dat ik nu verricht, sluit hierbij aan. Want wat fascineert er meer, dan de ontdekking van een periode in de lokale geschiedenis waarvan bijna niemand precies weet wat zich hier heeft afgespeeld? Oké, het draait dus vooral om nieuwsgierigheid.

Maar als alles twee kanten heeft, positief en negatief, dan kan nieuws-gierigheid overgaan in vluchtgedrag. En soms krijgt dat de overhand.

Ik heb moeite met het nieuws van deze week. Er moet een miljoen huizen worden bijgebouwd en Lelystad Airport krijgt ineens toch 10.000 vliegbewegingen per jaar. Verder moeten er nog meer bedrijven hiernaartoe worden gehaald. Daarom moeten de wegen worden verbreed, want het moet logistiek gezien wel een beetje doorstromen allemaal. De welvaart moet toenemen, zodat we, kortom, nog betere consumenten worden.

We moeten meer mountain bikes willen kopen, bijvoorbeeld, waarmee we overal doorheen moeten willen crossen. Daarom gaan we meer paden aanleggen, midden in het bos. Als extraatje, naast de autowegen, ruiterpaden, gewone fietspaden en wandelroutes die er al zijn. Geen idee waar de hertjes en de hazelwormen moeten blijven, maar dat is hun probleem. Consument zult gij zijn!

Bovendien moeten al die spullen ergens worden opgeslagen, dus bouwen we meer megaopslagruimtes bij. En we hebben grotere woningen nodig. Bij voorkeur vrijstaand, dat spreekt voor zich. Zullen we dan meteen maar de hele Veluwe kappen? Dat terrein ligt hoog en droog, en dan zijn we gelijk van die irritante stiltegebieden af.

Ik kan nog wel genieten van mijn kleine ontdekkingen. Zoals het feit dat een oranje trilzwam 15 graden vrieskou glansrijk kan doorstaan, getuige het zwammetje dat ik vorige week zag. Een deel van de natuur zal zich tijdig aan de komende klimaatverandering aanpassen. Maar of ik dat kan?

Soms doemen de toekomstbeelden op, en daarmee de aloude vragen. Zit ik hier wel goed? Hoe lang zal ik blijven? Wat is een goed moment voor vertrek? Door de huidige gekte op de woningmarkt is mijn huis nu veel waard. Zal ik eens in het buitenland rondkijken, om daar eventueel naar uit te wijken? Maar waar dan? Duitsland, België, Frankrijk? Landen waar meerdere voorouders vandaan kwamen. Of naar het noorden? Zweden misschien? In een goed geïsoleerd woning en met goede kleding aan is die kou best te verdragen. Een VRT-programma als Het hoge noorden met de sympathieke Annemie Struyf wakkert deze vragen bij mij nogal aan. …

Nog even over Zwarte Piet

Vaak lijkt het alsof er nooit iets verandert in deze wereld. Machtsspelletjes zijn van alle tijden en achterstelling zal ook nog wel even blijven. Maar in mijn eigen denken ben ik toch gestuit op een ware paradigma-verschuiving. En wel in mijn visie op Zwarte Piet. Van Zwarte Piet moesten ‘ze’ afblijven, vond ik. Hij was mij dierbaar en hij hoorde er van oudsher bij. Bovendien zag ik hem als een volwaardige werknemer. Lees daar bleekmiddel voor de donkere huid maar eens op na:

‘Ik heb Zwarte Piet nooit als slaaf gezien. Sterker, ik ben zelf Zwarte Piet geweest. Daarom weet ik dat hij gewoon een medewerker is van Sinterklaas. Die twee hebben al lang een normale werkgever-werknemer relatie.’

Dit schreef ik ruim zes jaar geleden. In de tussenliggende tijd heb ik eens ergens gelezen dat Zwarte Piet een verzinsel was uit een recenter verleden. Maar dat ging er bij mij niet in. Zwarte Piet en Sinterklaas vormen een vaste combinatie en die bestaat al eeuwen.

Aan het bestaan van Sinterklaas heb ik trouwens nooit getwijfeld. Natuurlijk, dat hij met de boot uit Spanje komt, is baarlijke onzin. Sint Nicolaas kwam uit Myra in het huidige Turkije. Dat weet iedereen van boven de zeven.

Alleen las ik onlangs in Trouw iets over een zekere Jan Schenkman. Deze onderwijzer leefde in de negentiende eeuw. Het artikel ging over zijn antisemitische spotprentjes, die nu niet meer door de beugel kunnen. En terloops kwam Zwarte Piet in het artikel voor. Wat blijkt? Die Schenkman heeft onze Zwarte Piet in 1850 gewoon uit zijn duim gezogen!

Nou ja. Nu heb ik er eindelijk vrede mee, dat Sinterklaas dus wel bestaat, maar Zwarte Piet niet.

Even een bestelling in de winkel afhalen

De laatste fles lenzenvloeistof is bijna op en er moeten nieuwe flessen komen. Vorige keer stond ik tevergeefs in de winkel, omdat ze weinig voorraad aanhouden. Maar bestellen kan ook. Dat lijkt handig via internet, alleen ging dat eerder mis. Alle lenzen hadden een andere verpakking gekregen en de flessen vloeistof eveneens. Zelfs de artikelnamen en –nummers waren veranderd. Na een lang gesprek met de klantenservice werd toen duidelijk wat ik voortaan nodig had.

Deze keer verschijnen de flessen met herkenbare foto en naam in beeld. Desgewenst worden ze thuisbezorgd. Ook dat lijkt handig, maar regelmatig ben ik net weg als de bestelbus voorrijdt. Daarom kies ik de optie ‘ophalen in een winkel naar keuze’. Ik was toch al van plan om naar de stad te gaan, dus dat komt mooi uit. Zodra het bericht over de gearriveerde flessen verschijnt, ga ik eropuit.

In de winkel is het druk. Er zit een vrouw in een elektrische rolstoel alsof ze er al tijden zit. Een andere vrouw zit naast de ruimte voor lenzencontrole. Ook zij lijkt al een poos te wachten. Drie andere bezoeksters zoeken brillen uit. Eén medewerker is in de winkel bezig met een klant. Wanneer hij opstaat, loopt hij een achterkamertje binnen. Vermoedelijk om iets te pakken. Ruim vijf minuten later is hij echter nog niet terug. Verder is er geen medewerker te bekennen.

Dan begint de telefoon te rinkelen op de balie voor mij. Het deurtje van de andere oogmeetruimte gaat nu open en daar komt een tweede medewerker uit. Hij loopt naar de telefoon en neemt hem aan. Daarna loopt hij de winkel in om een montuur te pakken en doet dat in een plastic zakje. Er moet een papiertje bij. Vervolgens haalt hij het montuur en het papiertje weer uit het zakje en kruist twee teksten op het papiertje door. Tot besluit stopt hij het montuur met het papiertje in een ander, gebruikt, plastic zakje en legt dat op een andere balie neer.

Eindelijk kijkt hij mij aan en zegt: ‘Hallo’. Ik zeg ‘Hallo’ terug, maar aan zijn hele houding zie ik dat hij beslist niet wil dat ik nu iets vraag. Hij loopt direct weer terug naar de oogmeetruimte en komt er even later uit met een moeilijk lopende klant. Aha, vast de eigenaresse van de scootmobiel die buiten voor de winkel staat. Intussen neemt er nog een klant achter mij plaats in de zojuist gevormde rij.

Na een gevoelsmatige tien minuten komt ook de eerste medewerker weer naar buiten met een klant die kennelijk al een kwartier in het lenzen-controlehokje zat. Ze gaan met de bij het hokje wachtende vrouw aan een tafel zitten. Daar ontspint zich een heel gesprek over de ziektekosten-verzekering. Ach ja, wat stom van mij, om uitgerekend nu die flessen in de winkel af te halen! Want voor het eind van het jaar moet iedereen natuurlijk hoognodig een nieuwe bril. Daar hebben we tenslotte premie voor betaald.

Op dit punt begint enige rusteloosheid in mij op te spelen. Wachten is niet zo mijn ding. Dit is zo’n moment waarop ik echt krachtig op mezelf in moet praten. Zo van: ‘Rustig blijven, die medewerker kan er ook niets aan doen dat het nu druk is, en als je zelf aan de beurt bent, wil je toch ook dat hij alle tijd voor je neemt, en hij zit nu wel over zichzelf te praten, wat ik professioneel gezien een zonde vind, maar hij mag toch ook even aan wat anders denken dan aan al die klanten, en die mensen zijn op leeftijd, daarom duurt het allemaal lang.’

Al vind ik dat ik met mijn brave afwachtende houding suf bezig ben. Want ik kan toch gewoon even tussendoor vragen of ik een klein vraagje mag stellen? Ik hoef toch alleen maar die lenzenvloeistof af te halen en dat is toch zo gedaan, nietwaar? Trouwens, waarom zie ik mijn naam nergens in de kast met klaargezette bestellingen staan? Het zal toch niet…

‘Voordat ik van huis ging, bedacht ik nog dat het misschien handig was om een printje van het bezorgbericht mee te nemen. Maar dat heb ik niet gedaan. Als het nu maar goed gaat. Ik heb hier al lang genoeg gestaan.’

Nu begin ik echt ongedurig te draaien en zucht eens diep. Goed hoorbaar, maar toch nog enigszins beheerst. Ja, ik weet heus wel dat dit passief-agressief gedrag is. Maar de spanning loopt ook wel erg op, inmiddels.

Achter mij zie ik een andere kast met onder andere de flessen die ik nodig heb. Dus bedenk ik een plan voor het geval het alsnog mis dreigt te gaan.

Wanneer de begeleidster van degene die een bril wil bij de tweede medewerker ook nog een vraag over haar eigen bril stelt, en de medewerker daar uitgebreid op in gaat, hou ik het bijna niet meer. Ik moet iets doen. Een daad stellen. Alles beter dan deze passieve houding en die oplopende frustratie.

Dus interrumpeer ik redelijk kalm hun bezigheden en stel ik mijn vraag. Of ik een vraagje mag stellen en dat ik alleen maar mijn bestelde vloeistof kom halen. Het is al betaald.

Dat mag. En ja hoor, mijn pakketje ontbreekt. …

Gelukkig heeft de medewerker mij eerder in de winkel gezien. Zodra ik naar de kast met flessen wijs en zeg dat het ‘die rooie’ zijn, geeft hij er zomaar drie mee. Ik hoef zelfs geen naam of adres achter te laten. Dat bied ik nog aan. ‘Het zal wel goed zijn’, zegt hij.

Eenmaal terug in de frisse buitenlucht voel ik opkomende hoofdpijn. Daarom maak ik een relaxed ommetje door het leukste deel van de binnenstad. Dat helpt. Bovendien haal ik de bus nog net. Mijn geluk is terug.

Hoewel. Zodra de bus wegrijdt, bekruipt mij de twijfel of ik nu de juiste flessen heb. Het zál toch niet? Want er was onlangs toch iets gewijzigd en ik moest toch speciale vloeistof hebben? Iets met sensitive, terwijl ik nu comfort bij me heb?

Teksten recyclen is ook duurzaam

Sinds kort prijkt Raam Open op de lijst met blogs over duurzaamheid op Vlasleeuwenbekje’s Blogspot. Daar ben ik blij om. Dit blog verbleef namelijk al vijf jaar in de diepste krochten van internet en werd door weinig mensen opgemerkt. Nu komen er meer bezoekers. Behalve recente logjes, toveren zij ook het oudere werk tevoorschijn. Daar zit menig bericht tussen waarin ik mijn visie deel volgens de ‘People Planet Profit’-strategie. Het zijn pleidooien voor een duurzamere samenleving en economie. Veelal zijn ze geïnspireerd door mijn ervaringen binnen de internationale ontwikkelingssector in Afrika.

‘Duurzaamheid’ is één van de meest uitgekauwde termen van deze tijd. Het is een containerbegrip dat regelmatig door handige marketeers wordt misbruikt. Vandaag zag ik een advertentie voor ‘duurzame’ vakanties van twee weken naar Azië. Alsof er ook maar iets duurzaams is aan vliegreizen. Sommige mensen kunnen het woord niet meer hóren. Maar er bestaat geen alternatief voor een ‘duurzame’ toekomst. Dus zou ik zo zeggen: ‘Wen er maar aan, aan de noodzaak van duurzaamheid.’

Deze week kwam het log ‘Geboortebeperking als redding’ weer voorbij in de statistieken. Niet verwonderlijk, als je het nieuws volgt. Er is namelijk ophef over VVD-Tweede Kamerlid Wybren van Haga. Hij wil meer investeren in geboortebeperking in Afrika. Er worden twee miljard extra geboorten op dat continent verwacht, bovenop eerdere voorspellingen door de VN.

Wat mij betreft kan het genoemde log niet vaak genoeg worden gelezen. Het staat al jaren in de top 10 van de Pronkkamer om er blijvend aandacht op te vestigen. Gewoon, omdat het gaat over cruciale vrouwenrechten. En die hebben weer alles te maken met duurzaamheid. Hopelijk leidt deze recyclingactie tot aandacht voor de vele facetten daarvan. 😉

Voortschrijdend inzicht

In de wetenschap is het normaal om verder te gaan waar voorgaand onderzoek ophoudt. De westerse wereld heeft in de afgelopen eeuwen enorm veel vooruitgang geboekt. Kijk maar naar mensenrechten, de positie van vrouwen (ja, echt), veiligheid, gezondheid en welvaart. Wat mij verwondert, is hoe beperkt we op kennis uit vroegere beschavingen voortbouwen. Neem nu de Chinese dynastieën, neem Perzië, 2.500 jaar geleden. Of neem de Azteken, de pré-islamitische Arabische wereld, de natuurkennis van indianen, Timboektoe, etc.

Binnen de internationale ontwikkelingssector is het gewoon dat geleerde lessen worden genoteerd en in een volgende fase worden meegenomen. Mijn vroegere werkgever zou geen strijdgroep ‘aan de goede kant’ in Syrië hebben gefinancierd. Alleen al, omdat iedereen weet dat je op afstand in een oorlogssituatie onvoldoende zicht hebt op wat daar werkelijk gebeurt. Maar anno 2018 stuurt onze overheid er doodleuk geld naartoe.

In de Volkskrant van 13 september 2018 staat een artikel over de moeizame implementatie van het klimaatakkoord. (Het ‘meestribbelende’ bedrijfsleven zit aan tafel en traineert c.q. frustreert de zaak.) Klaas van Egmond, oud-kroonlid SER, zegt terecht: ‘Je laat de kalkoen toch ook niet meebeslissen over het kerstdiner?’ Hij verwijst naar een historische les in het boek Ondergang van wetenschapper Jared Diamond:

‘Beschavingen gaan niet ten onder omdat ze het probleem niet zien aankomen, maar doordat de oudere, belanghebbende generatie de jongere ervan weerhoudt zich tijdig aan te passen.’

Daar kunnen we het mee doen. Misschien toch maar op de barricaden gaan? Al is het maar voor uitstel van de ondergang. En garde! You gotta fight for your right to party!

Zo, het is weer weekend.