Even een bestelling in de winkel afhalen

De laatste fles lenzenvloeistof is bijna op en er moeten nieuwe flessen komen. Vorige keer stond ik tevergeefs in de winkel, omdat ze weinig voorraad aanhouden. Maar bestellen kan ook. Dat lijkt handig via internet, alleen ging dat eerder mis. Alle lenzen hadden een andere verpakking gekregen en de flessen vloeistof eveneens. Zelfs de artikelnamen en –nummers waren veranderd. Na een lang gesprek met de klantenservice werd toen duidelijk wat ik voortaan nodig had.

Deze keer verschijnen de flessen met herkenbare foto en naam in beeld. Desgewenst worden ze thuisbezorgd. Ook dat lijkt handig, maar regelmatig ben ik net weg als de bestelbus voorrijdt. Daarom kies ik de optie ‘ophalen in een winkel naar keuze’. Ik was toch al van plan om naar de stad te gaan, dus dat komt mooi uit. Zodra het bericht over de gearriveerde flessen verschijnt, ga ik eropuit.

In de winkel is het druk. Er zit een vrouw in een elektrische rolstoel alsof ze er al tijden zit. Een andere vrouw zit naast de ruimte voor lenzencontrole. Ook zij lijkt al een poos te wachten. Drie andere bezoeksters zoeken brillen uit. Eén medewerker is in de winkel bezig met een klant. Wanneer hij opstaat, loopt hij een achterkamertje binnen. Vermoedelijk om iets te pakken. Ruim vijf minuten later is hij echter nog niet terug. Verder is er geen medewerker te bekennen.

Dan begint de telefoon te rinkelen op de balie voor mij. Het deurtje van de andere oogmeetruimte gaat nu open en daar komt een tweede medewerker uit. Hij loopt naar de telefoon en neemt hem aan. Daarna loopt hij de winkel in om een montuur te pakken en doet dat in een plastic zakje. Er moet een papiertje bij. Vervolgens haalt hij het montuur en het papiertje weer uit het zakje en kruist twee teksten op het papiertje door. Tot besluit stopt hij het montuur met het papiertje in een ander, gebruikt, plastic zakje en legt dat op een andere balie neer.

Eindelijk kijkt hij mij aan en zegt: ‘Hallo’. Ik zeg ‘Hallo’ terug, maar aan zijn hele houding zie ik dat hij beslist niet wil dat ik nu iets vraag. Hij loopt direct weer terug naar de oogmeetruimte en komt er even later uit met een moeilijk lopende klant. Aha, vast de eigenaresse van de scootmobiel die buiten voor de winkel staat. Intussen neemt er nog een klant achter mij plaats in de zojuist gevormde rij.

Na een gevoelsmatige tien minuten komt ook de eerste medewerker weer naar buiten met een klant die kennelijk al een kwartier in het lenzen-controlehokje zat. Ze gaan met de bij het hokje wachtende vrouw aan een tafel zitten. Daar ontspint zich een heel gesprek over de ziektekosten-verzekering. Ach ja, wat stom van mij, om uitgerekend nu die flessen in de winkel af te halen! Want voor het eind van het jaar moet iedereen natuurlijk hoognodig een nieuwe bril. Daar hebben we tenslotte premie voor betaald.

Op dit punt begint enige rusteloosheid in mij op te spelen. Wachten is niet zo mijn ding. Dit is zo’n moment waarop ik echt krachtig op mezelf in moet praten. Zo van: ‘Rustig blijven, die medewerker kan er ook niets aan doen dat het nu druk is, en als je zelf aan de beurt bent, wil je toch ook dat hij alle tijd voor je neemt, en hij zit nu wel over zichzelf te praten, wat ik professioneel gezien een zonde vind, maar hij mag toch ook even aan wat anders denken dan aan al die klanten, en die mensen zijn op leeftijd, daarom duurt het allemaal lang.’

Al vind ik dat ik met mijn brave afwachtende houding suf bezig ben. Want ik kan toch gewoon even tussendoor vragen of ik een klein vraagje mag stellen? Ik hoef toch alleen maar die lenzenvloeistof af te halen en dat is toch zo gedaan, nietwaar? Trouwens, waarom zie ik mijn naam nergens in de kast met klaargezette bestellingen staan? Het zal toch niet…

‘Voordat ik van huis ging, bedacht ik nog dat het misschien handig was om een printje van het bezorgbericht mee te nemen. Maar dat heb ik niet gedaan. Als het nu maar goed gaat. Ik heb hier al lang genoeg gestaan.’

Nu begin ik echt ongedurig te draaien en zucht eens diep. Goed hoorbaar, maar toch nog enigszins beheerst. Ja, ik weet heus wel dat dit passief-agressief gedrag is. Maar de spanning loopt ook wel erg op, inmiddels.

Achter mij zie ik een andere kast met onder andere de flessen die ik nodig heb. Dus bedenk ik een plan voor het geval het alsnog mis dreigt te gaan.

Wanneer de begeleidster van degene die een bril wil bij de tweede medewerker ook nog een vraag over haar eigen bril stelt, en de medewerker daar uitgebreid op in gaat, hou ik het bijna niet meer. Ik moet iets doen. Een daad stellen. Alles beter dan deze passieve houding en die oplopende frustratie.

Dus interrumpeer ik redelijk kalm hun bezigheden en stel ik mijn vraag. Of ik een vraagje mag stellen en dat ik alleen maar mijn bestelde vloeistof kom halen. Het is al betaald.

Dat mag. En ja hoor, mijn pakketje ontbreekt. …

Gelukkig heeft de medewerker mij eerder in de winkel gezien. Zodra ik naar de kast met flessen wijs en zeg dat het ‘die rooie’ zijn, geeft hij er zomaar drie mee. Ik hoef zelfs geen naam of adres achter te laten. Dat bied ik nog aan. ‘Het zal wel goed zijn’, zegt hij.

Eenmaal terug in de frisse buitenlucht voel ik opkomende hoofdpijn. Daarom maak ik een relaxed ommetje door het leukste deel van de binnenstad. Dat helpt. Bovendien haal ik de bus nog net. Mijn geluk is terug.

Hoewel. Zodra de bus wegrijdt, bekruipt mij de twijfel of ik nu de juiste flessen heb. Het zál toch niet? Want er was onlangs toch iets gewijzigd en ik moest toch speciale vloeistof hebben? Iets met sensitive, terwijl ik nu comfort bij me heb?

Teksten recyclen is ook duurzaam

Sinds kort prijkt Raam Open op de lijst met blogs over duurzaamheid op Vlasleeuwenbekje’s Blogspot. Daar ben ik blij om. Dit blog verbleef namelijk al vijf jaar in de diepste krochten van internet en werd door weinig mensen opgemerkt. Nu komen er meer bezoekers. Behalve recente logjes, toveren zij ook het oudere werk tevoorschijn. Daar zit menig bericht tussen waarin ik mijn visie deel volgens de ‘People Planet Profit’-strategie. Het zijn pleidooien voor een duurzamere samenleving en economie. Veelal zijn ze geïnspireerd door mijn ervaringen binnen de internationale ontwikkelingssector in Afrika.

‘Duurzaamheid’ is één van de meest uitgekauwde termen van deze tijd. Het is een containerbegrip dat regelmatig door handige marketeers wordt misbruikt. Vandaag zag ik een advertentie voor ‘duurzame’ vakanties van twee weken naar Azië. Alsof er ook maar iets duurzaams is aan vliegreizen. Sommige mensen kunnen het woord niet meer hóren. Maar er bestaat geen alternatief voor een ‘duurzame’ toekomst. Dus zou ik zo zeggen: ‘Wen er maar aan, aan de noodzaak van duurzaamheid.’

Deze week kwam het log ‘Geboortebeperking als redding’ weer voorbij in de statistieken. Niet verwonderlijk, als je het nieuws volgt. Er is namelijk ophef over VVD-Tweede Kamerlid Wybren van Haga. Hij wil meer investeren in geboortebeperking in Afrika. Er worden twee miljard extra geboorten op dat continent verwacht, bovenop eerdere voorspellingen door de VN.

Wat mij betreft kan het genoemde log niet vaak genoeg worden gelezen. Het staat al jaren in de top 10 van de Pronkkamer om er blijvend aandacht op te vestigen. Gewoon, omdat het gaat over cruciale vrouwenrechten. En die hebben weer alles te maken met duurzaamheid. Hopelijk leidt deze recyclingactie tot aandacht voor de vele facetten daarvan. 😉

Slim bezig

Rondom de koffietafel zit Hollands welvaren. De meeste tafelgenoten hebben hard gewerkt en hun schaapjes op het droge. Hun kinderen kregen een goede opleiding en bezitten eveneens een koopwoning. Daar zit nog wel een hypotheek op. Het gaat allemaal prima. Al dringt het wereldwijde spel van vraag en aanbod sluipenderwijs hun leven binnen. Want als je slim bent, koop je je spullen op Alibaba voor een tiende van de normale prijs.

Gisteren kwam VPRO Tegenlicht met de klik- en kluseconomie op tv. Daarin laat Roland Duong zien hoe een online platform werkt. Stel, je bent tekstschrijver of websiteprogrammeur en Engels is jouw werktaal. Dan concurreer je met de hele wereld op zo’n platform. Ik heb dat ook even overwogen. Maar hoe wil je rondkomen van het bedrag waarvoor een Indiër zo’n klus uitvoert?

Ik hou mijn mond over de gevolgen van bestellen bij Alibaba. Over dergelijke onderwerpen hebben we het al vaker gehad. Veel mensen voelen zich bekocht als ze een ‘eerlijke’ prijs betalen. En de buurman doet het toch ook? Zelf sta ik bij een aankoop evengoed weleens in dubio.

Ik betwijfel daarom of de huidige vorm van democratie nog het antwoord biedt op vraagstukken over een gezamenlijke toekomst. Misschien hebben we een Commissie van Wijzen nodig en een mengvorm met een Sterke Man. Maar dan wel een m/v die zich wereldwijd inzet voor het algemeen belang.

Voortschrijdend inzicht

In de wetenschap is het normaal om verder te gaan waar voorgaand onderzoek ophoudt. De westerse wereld heeft in de afgelopen eeuwen enorm veel vooruitgang geboekt. Kijk maar naar mensenrechten, de positie van vrouwen (ja, echt), veiligheid, gezondheid en welvaart. Wat mij verwondert, is hoe beperkt we op kennis uit vroegere beschavingen voortbouwen. Neem nu de Chinese dynastieën, neem Perzië, 2.500 jaar geleden. Of neem de Azteken, de pré-islamitische Arabische wereld, de natuurkennis van indianen, Timboektoe, etc.

Binnen de internationale ontwikkelingssector is het gewoon dat geleerde lessen worden genoteerd en in een volgende fase worden meegenomen. Mijn vroegere werkgever zou geen strijdgroep ‘aan de goede kant’ in Syrië hebben gefinancierd. Alleen al, omdat iedereen weet dat je op afstand in een oorlogssituatie onvoldoende zicht hebt op wat daar werkelijk gebeurt. Maar anno 2018 stuurt onze overheid er doodleuk geld naartoe.

In de Volkskrant van 13 september 2018 staat een artikel over de moeizame implementatie van het klimaatakkoord. (Het ‘meestribbelende’ bedrijfsleven zit aan tafel en traineert c.q. frustreert de zaak.) Klaas van Egmond, oud-kroonlid SER, zegt terecht: ‘Je laat de kalkoen toch ook niet meebeslissen over het kerstdiner?’ Hij verwijst naar een historische les in het boek Ondergang van wetenschapper Jared Diamond:

‘Beschavingen gaan niet ten onder omdat ze het probleem niet zien aankomen, maar doordat de oudere, belanghebbende generatie de jongere ervan weerhoudt zich tijdig aan te passen.’

Daar kunnen we het mee doen. Misschien toch maar op de barricaden gaan? Al is het maar voor uitstel van de ondergang. En garde! You gotta fight for your right to party!

Zo, het is weer weekend.

Water halen voor de koffie

Wanneer ik een aantal jaren terug bij een universiteit begin, worden mij wat zaken uitgelegd. We werken op de tweede verdieping. Iedere ochtend zetten we een verse pot koffie voor de onderzoekers in het gebouw aan de overkant. Dat gebouw is vanaf onze verdieping te bereiken via een loopbrug. En die pot koffie is een resterende gewoonte uit de tijd dat het secretariaat in dat andere gebouw zat. Er werken uitsluitend intelligente mensen. Het lijkt mij dat zij best zelf een pot koffie kunnen zetten. Dit denk ik met mijn Hollandse nuchterheid en weerzin jegens onnodige hiërarchie. Maar ik ben nieuw en doe braaf wat mij wordt verteld.

Het is herfst. Het regent en het waait. Daar loop ik dan iedere ochtend over die loopbrug. Het enige voordeel is de frisse buitenlucht. Het wordt winter. Het sneeuwt en ik glibber nu rillend in mijn nette kantoorkleding naar de overkant. Hopend dat ik niet uitglijd en in de peilloze diepte stort.

Dan besluit de universiteit in haar onuitputtelijke wijsheid dat we nieuwe fonteintjes bij de toiletten moeten krijgen. Zo’n fonteintje is aan de overkant het dichtstbijzijnde tappunt voor water in de koffiekan. Alleen zijn de nieuwe kranen van die strakke design dingen. Je kan er slechts met de grootste moeite je handen onder wringen. Laat staan een koffiekan.

Het is inmiddels lente en ik sta voor een groot dilemma. Ga ik:

  1. Twaalf keer met een klein kopje water in die kan gieten tot hij vol is?
    Dan krijg ik wel het gevoel dat ik compleet achterlijk bezig ben.
  2. Of eerst over de loopbrug de koffiekan halen, dan met de koffiekan naar ons gebouw terug over de loopbrug, dan met de trap naar de eerste verdieping waar een invalidentoilet is (de lift kan ook, maar die is ’s morgens altijd druk bezet), afijn het invalidentoilet dus, waar als laatste nog een oorspronkelijk kraantje zit, daar water tappen, dan weer met de trap of de lift naar de tweede verdieping, wederom over de loopbrug, en voor twaalf kopjes koffie water in het koffieapparaat gieten?
    Bij deze optie kan ik tenminste wel elke ochtend theatraal uitbeelden hoe belachelijk de situatie is.

Ik kan ook een verbetering suggereren. Maar dat is tegen beter weten in, want ‘hier gaat het nu eenmaal zo.’

Zij doen niet aan die privacywet

Misschien komt er vandaag nog een stortvloed aan verzoekjes binnen. Maar in mijn inbox ontbreken juist de belangrijkste instanties. Heb jij bericht ontvangen van de belastingdienst over die nieuwe privacywet? Ik niet. Ook het Kadaster geeft geen sjoege. Terwijl Jan en alleman daar de koopakte van een woning kan opvragen. Waarin persoonsgegevens staan, zoals Burgerservicenummer, volledige naam en geboortedatum.

Ik ben voor bewaking van persoonsgegevens, waaronder portretfoto’s. Zoals we de laatste jaren op internet bezig waren, kon het gewoon niet langer. Nu verliezen we onze onschuld door die nieuwe privacywet. Zomaar wat leuke foto’s delen op internet gaat niet meer. Tenzij je juristen wil spekken. (Even wat foto’s van Raam Open schrappen, want soms is ook mij onduidelijk wat kan. Mogen foto’s van mensen met een zonnebril op wel blijven staan?)

Ondanks alle heisa ben ik blij dat deze regelgeving er is. Want de privacywet zorgt hopelijk voor meer bewustwording.

Al herhaaldelijk sprongen anderen veel te nonchalant om met mijn persoonsgegevens. Een prutsende amateur plaatste zonder mijn medeweten mijn genealogische gegevens op internet. Inclusief de volledige namen en geboortedata van mijn ouders.
Tijdens vakanties droegen reisleiders stapels kopieën mee van paspoorten van groepsleden. Zo konden ze de groep versneld inchecken bij hotels. Hebben ze achteraf de overtollige kopietjes vernietigd? In buitenlandse hotels slingeren er misschien nog honderd van mijn paspoort rond. Binnen Europa en in tamelijk schimmige landen.
Die ene man, die opvallend veel foto’s maakte van de vrouwen in een wandelgroep. Wat heeft hij daarmee gedaan? En die website, waarop persoonsgegevens van zo’n duizend mensen en hun wandeltochten staan. Compleet met foto’s, data en namen van alle groepsleden. Zodat een hacker direct kan zien met wie zij omgaan. Hoe goed is die eigenlijk beveiligd?
Trouwens, vorige week nog vroeg een historicus of ik even wat privé-contactgegevens van onderzoekers kon doorgeven. Hij werkt aan een publicatie.

Zij hullen zich op deze D-day allemaal in stilzwijgen.

Creatief zijn is hard werk

Als kind en puber kon ik urenlang fantaseren. Bijvoorbeeld over dingen waarin ik uitzonderlijk goed wilde zijn. In mijn dagdromen creëerde ik hele fantasiewerelden. Je kan dat tijdverspilling noemen. Maar we hebben fantasie nodig voor ons welzijn en onze ontwikkeling. In de jaren die volgden, moest ik vele decepties verwerken. Het zat er allemaal niet in. Ik blink slechts uit in fantaseren. Toch speelt verbeeldingskracht een grote rol bij creativiteit.

‘Creativiteit is het combineren van stukjes informatie die op het eerste gezicht niet bij elkaar passen, zodat je een nieuwe aanpak krijgt om een probleem op te lossen. Creativiteit is breed: van het ontdekken dat de wereld rond is tot en met het loskrijgen van een vastzittende kraan.’ Zo luidt de definitie volgens Margreet Vermeulens’ artikel ‘Hé Einstein, kom eens uit je zitzak’. (Volkskrant magazine, 14 april 2018.)

Creativiteit beschouw ik als de poort naar de heilige graal. Creativiteit komt vrij bij een heldere ingeving. Bijvoorbeeld als je ergens over loopt te piekeren en ineens weet: zo en zo moet het. Meestal komt zo’n inzicht wanneer je ontspannen bent. Dan lijkt het wel alsof het vanzelf gaat. Niets is minder waar.

Voor creativiteit moet je lang en hard werken. Het artikel staat vol voorbeelden waaruit dat blijkt. Er is vaak diepgaande kennis nodig, en een ijzeren discipline. Daarbij helpt kruisbestuiving. Denk aan wetenschappers uit verschillende vakgebieden die na uitvoerig onderzoek samen iets nieuws bedenken. Ook is het goed om bestaande patronen te doorbreken. Mensen die langere tijd in het buitenland werken, denken flexibeler en komen relatief vaak met creatieve inzichten en ideeën. Tips uit het artikel: neem ruim de tijd voor creativiteit en bouw voort op het werk van anderen.

Open, nieuwsgierige en extraverte mensen zijn gemiddeld iets creatiever. Introverte mensen kunnen ook goed scoren, op voorwaarde dat ze in een rustige ruimte met voldoende tijd iets systematisch kunnen onderzoeken. (Zo herkenbaar.) Tot besluit: een hoger IQ voorspelt creativiteit.

Volgens die definitie ben ik soms best creatief bezig met bloggen.
En jij, heb jij al eens een creatieve oplossing bedacht of een creatief inzicht gehad? Vertel, ik ben benieuwd.