Saluut van een vliegtuig

Na een zomer vol bijen, hommels en vlinders, volgen steevast in september de vliegtuigen. Geen gewone van de burgerluchtvaart, maar zeldzame uit de Tweede Wereldoorlog. Elk jaar komen zwaar ronkende Dakotas en Hercules toestellen over. Rond Arnhem en Wageningen zijn deze trekvogels bekende verschijningen. Ze zijn hier de airborne herdenkingen en brengen een saluut aan hun gesneuvelde makkers.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Wil jij weten wat er boven jouw hoofd vliegt? Je vindt actuele informatie over elk toestel op de Global Radar View van ADS-B Exchange.

We blijven jagers en verzamelaars

Door die Ferrari van hiervoor schiet mij een ritje op de Nürburgring te binnen. Dat is een ander verhaal. Waar het om gaat, is of dat racecircuit op mijn lijstje van bezochte landen en plaatsen staat. Want kennelijk verzamel ik die. Onderweg kom je ze ook wel tegen: mensen die het bezoeken van zo veel mogelijk landen najagen. Surfers bijvoorbeeld, reizen de hele wereld af in hun zoektocht naar de allerbeste surfspot. Anderen willen gewoon zo veel mogelijk kilometers maken. Of ze blijven eindeloos op zoek naar zichzelf.

Ik zou nu best het aantal landen willen noemen dat ik heb bezocht. Maar dat laat ik wel uit mijn hoofd. Zodra je daarmee begint, is er altijd wel iemand die meer heeft gezien dan jij. Een keer dacht ik ook eens iemand te kunnen overtreffen. Het was in een vliegtuig na vier maanden eiland hoppen in de Stille Zuidzee, op het laatste traject van Londen naar Schiphol.

Naast mij zat een Nederlandse vrouw die pochte over waar ze allemaal was geweest. Voor mij was het inmiddels de achttiende vlucht van die reis. Dat zou zij vast niet kunnen evenaren. Dus deed ik mijn mond open en noemde dat aantal. Nou, mevrouw had ook eens zo’n reis gemaakt en toen wel 22 keer in het vliegtuig gezeten. Tsss. Stom mens. Alsof kwantiteit zo belangrijk is.

Nee, natuurlijk is kwantiteit niet belangrijk. Het gaat om wat je doet, wat je ervaart, wie je ontmoet, wat je leert, wat je daarvan later toepast en of je misschien zelf nog iets wezenlijks achterlaat. Maar ik ben net een gewoon mens en dus ook gevoelig voor kwantiteit in bepaalde situaties.

VVD-populist vliegt de bocht uit

Binnenkort is de gemeenteraadsverkiezing en als nieuwe inwoner wil ik weten wat hier speelt. Dus op naar het lijsttrekkersdebat. Onze gemeente omvat meerdere dorpen. Maar ‘mijn’ dorp telt wel de meeste villa’s en huisvest het gemeentehuis. Ik verwacht dan ook dat de VVD prominent aanwezig zal zijn.

En inderdaad. Bij aankomst kan niemand om een enorme VVD-vlag heen. Die hangt als enige pontificaal over de balustrade van het bordes. Precies op de plek waar je het gemeentewapen verwacht. Als om te zeggen: ‘Hier heerst de VVD!’ Terwijl ze toch maar een paar zetels hebben. Dat begint goed, want ik moet direct denken aan de muntjes van Minerva. Tja. Score: min 1 voor de VVD.

Tijdens het debat reageren de zeven lijsttrekkers per twee op een prikkelende stelling. De tekst staat ook op een groot scherm. Kennelijk vindt de VVD-lijsttrekker het podium toch een beetje kaal. Hij loopt weg terwijl een ander aan het woord is, haalt een enorme VVD-beachflag tevoorschijn, en zet die tussen de debater en het scherm. Score: veel gelach in de zaal: plus 1; maar storend: min 1, dus 0. (Het ding wordt later wel opzij geschoven, maar blijft de rest van de avond op het podium staan.)

Overigens gaat het er gemoedelijk aan toe. De debatleider moet de lijsttrekkers zelfs opporren om strijd te leveren. Dat laat de VVD-meneer zich geen twee keer zeggen. Hij heeft namelijk in de pauze een foutje ontdekt in het programma van de PvdA. En steeds als hij daarna een microfoon in handen krijgt, zal hij dat herhalen. Toch sneu dat hij het van zo’n trucje moet hebben. Score: min 1.

Gaat dit nog ergens over? Nou, het is hard zoeken naar problemen in onze gemeente. Maar twee onderwerpen vind ik echt belangrijk. Het bouwbeleid en de vliegroutes van Lelystad. ‘Ja’, zegt de VVD-lijsttrekker ,‘ik word vaak aangesproken over die geplande vliegroutes hier. Daar zijn wij als VVD fel tegen. We doen er alles aan om die af te wenden. Besef dat wij als gemeentepartij niet op één lijn zitten met de landelijke VVD.’ Mag ik een teiltje? Score: min 2!

Aan het eind vraagt de quizmaster, pardon debatleider aan de zaal wie al een keuze heeft gemaakt. Van de 150 mensen steken er welgeteld 8 hun hand op, waaronder ik. Ik dacht ook al: ‘Het is hier veel te gezellig. Ze komen vast allemaal voor het vermaak.’

Vliegveld Lelystad: zat Gelderland te slapen?

Toen ik gisteren de kaart met de nieuwste vliegroutes vanaf Lelystad zag, schrok ik me wezenloos. Maar liefst zes routes gaan over de provincie Gelderland. Waarvan drie op vijf tot tien kilometer van mijn woning. Ook krijgt de provincie er een nieuwe wachtlus bij. Blijkbaar vooral door toedoen van het assertieve Overijssel. Dat komt nu met slechts drie armzalige vliegroutes weg. Fijne buren, zeg.

Hebben ze soms zitten slapen in ons provinciehuis? Hadden ze werkelijk het idee dat hun beschaafde brieven serieus zouden worden genomen, daar in Den Haag? In de zienswijze van Gelderland worden slechts zorgen geuit. Plus de hoopvolle verwachting dat de regering vanwege de Veluwe geen afbreuk zal doen aan paragraaf 3.5 Leefomgeving in het regeerakkoord. Onze provincie had met de vuisten op tafel mogen slaan en met voorstellen mogen komen, als je het mij vraagt.

Gelderse provinciebestuurders zijn véél te lief (of naïef). Twee routes gaan toch wel dwars over ons nationale park heen. Precies zoals de regering over de provincie en de hele Nederlandse bevolking heen walst. Met name zodra men de hijgende adem in de nek voelt van het grootkapitaal op Schiphol. Dat is nooit anders geweest. Met 22 jaar bewonerservaring onder de rook van de Kaagbaan weet ik wat beloftes waard zijn.

Ondertussen denk iederein an zèn ège, in goed Haags. De Flevopolder is boos over het uitstel. Terwijl wethouder Leon Meijer van de gemeente Ede de victorie kraait. Want twee routes zijn nu oostwaarts verlegd en gaan niet langer over zijn gemeente heen. Gefeliciteerd ermee. Wedden dat de rust in Ede van korte duur zal zijn?

Dankzij meneer Meijer mogen Wageningen, Bennekom en de gemeente Renkum straks creperen. Want die krijgen dan het tweerichtingsverkeer dat eerder boven Ede was gepland. Toevallig was ik net in 2015 naar die omgeving verhuisd. Onder meer om van Schiphol af te komen.

Volgens minister Van Nieuwenhuizen is er zoveel mogelijk geluisterd naar de wensen van de omwonenden. Dat zal best. Maar ons land is gewoon te klein voor de grootheidswaan van het bedrijfsleven. Dat is de kern van het probleem en juist daar doet niemand wat aan.

Bron afbeelding: de Volkskrant/maps4news – tb/wm Bron: rijksoverheid.nl.

Op vakantie voor de massa kwam

Als je nu een verre reis maakt, ben je gewoon een van de velen. Kijk maar rond op Schiphol. Overal drukte, lange rijen en gestreste mensen. In dat opzicht was het vroeger beter. In de jaren tachtig landde Qantas hier elke vrijdag. Het was naar Australië wel dertig uur vliegen, inclusief tussenstops. Maar op de luchthaven en in het vliegtuig werd je met alle egards behandeld. Ook als economy passagier. Het toerisme veranderde sterk in de afgelopen eeuw.

Mijn grootouders konden zich geen voorstelling maken van het huidige vliegverkeer. Voor zover ik weet, zagen drie van de vier nooit een ander land. Alleen mijn vaders’ vader fietste als bedevaart vanuit Leiden naar het Duitse Kevelaer. Misschien was dat wel de reis van zijn leven. Verder waren er logeerpartijtjes bij familie. Tot de Tweede Wereldoorlog hadden veel mensen sowieso amper vakantie.

In de jaren vijftig veranderde dat. Een paar ooms droomden van emigratie (maar hun eega’s wilden niet). Met de Nederlandse koopvaardij kwam je als jonge man toch ver. Mensen kregen geleidelijk meer geld. Ze maakten uitstapjes naar de kust en naar de bollenvelden. Of ze boekten een geheel verzorgde busreis. Ik heb een reisbrochure uit 1957 van Eurovisie reisbureau Beuk uit Noordwijk, in een envelop met een postzegel van 2 cent. Geadresseerd aan mijn opa, die het jaar daarop zeventig werd.

Een zesdaags reisje langs de Rijn koste ƒ 85,–. Voor zeven dagen Voralberg en Tirol was je ƒ 165,– kwijt. Wilde je eens een flinke uitspatting maken aan de Franse Rivièra, dan telde je liefst ƒ 346,– neer. Voor dertien dagen, inclusief de busreis heen en weer. Op de zevende dag was er gelegenheid voor kerkbezoek en een wandeling.

Het geheel wordt zeer aanlokkelijk beschreven. ‘In dit reisprogramma zult u beslist een reis naar uw keuze vinden en u zult dus ook zeker een keus naar uw hart kunnen doen. Wij brengen u immers naar en door de Oostenrijkse bergenweelde, Zwitserlands Alpenpracht, Italië’s kleur en fleur, het Zwarte Woud, de Rijnlandse stemming, bekoorlijk Luxemburg, levendig Parijs, de betoverende Rivièra, de Spaanse Costa Brava en zo meer.’ Voor Lourdes, Fatima en Rome had de firma Beuk een speciaal reisaanbod. Volgens de foto’s waren de bestemmingen lieflijke plaatsjes. Moet je nu eens kijken in Lloret de Mar.

Ik troost me met de gedachte dat ik al vroeg naar Australië op vakantie ging. In de jaren tachtig was dat nog redelijk exclusief. Er hing een pittig prijskaartje aan het ticket: ƒ 3.000. Voor mij als beginnend boekhoudstertje was dat drie maanden salaris. In het vliegtuig zaten zakenlui en veel andere passagiers bezochten verwanten. Die hadden ze vaak in geen dertig jaar gezien.

In die mooie jaren kreeg je bij Qantas aan boord een heus gedrukt menu. Neem de etappe Singapore – Melbourne (7 hours) op de route Amsterdam – Sydney:

Dinner. Asparagus Vinagrette. Filet of Beef Provencale. Mille Feuille. Cheese. Coffee or Tea. Continental Breakfast. Tropical Fruit Cocktail. Hot Croissants. Coffee or Tea.’

Ah, vroeger was reizen zoveel beter dan nu.

Van wie is ons luchtruim?

Als er iemand moet zwijgen over de toename van het vliegverkeer, dan ben ik dat. Vliegen is (of was) mijn grote milieuzonde. Het enige wat ik daar tegenover kan stellen, is dat ik geen kinderen met westerse leefstijl op de aardbol heb gezet. Dat is de milieuvriendelijkste daad die ik kon verrichten. Al was het ongepland. Nu we dit hebben gehad, wil ik het over ons wereldwijde luchtruim hebben.

Een paar citaten uit de Volkskrant van 28 september 2017. ‘11.000 woningen ondervinden zeer veel geluidsoverlast van Schiphol, blijkt uit onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Omdat dit beneden de toegestane norm van 13.600 is, ziet Schiphol in de nieuwe cijfers reden om verder uit te breiden.’ Bert Wagendorp fulmineert hiertegen in zijn column: ‘Volgens de luchthaven maakt de milieueffectrapportage ‘verdere ontwikkeling van Schiphol mogelijk op een duurzame en veilige manier’. Het zijn daar hondsbrutale leugenaars en ze hebben schijt aan alles en iedereen.’ Dat kan ik beamen.

Vaste volgers weten dat ik een geluidsoverlastvluchteling ben. Ruim twee jaar geleden verkaste ik van Leiden naar het oosten van het land. Ik dacht even dat ik eindelijk van Schiphol met zijn Kaagbaan was verlost. Echter.

Schiphol moet en zal een belangrijke ‘hub’ in de wereldwijde luchtvaart blijven. De luchthaven zit helaas al bijna aan zijn taks. Daarom moeten vakantievluchten naar Lelystad gaan uitwijken. De kaartjes van de zwaar ter discussie staande routes tonen net niet mijn woonplaats. Maar één vliegroute komt angstvallig dichtbij.

Een Volkskrantlezer bagatelliseert alle ontstane commotie in Gelderland en Overijssel. Als je de aantallen omrekent naar vliegbewegingen per dag, zo beweert hij, dan worden het er slechts een tiental per dag. Of zo. Ik weet niet onder welke steen de beste man heeft geleefd. Alsof het bij zulke lage aantallen gaat blijven. En alsof niet elke denkbare norm gaat worden overschreden. Gewoon legaal, daar hebben ze hun contacten en maniertjes wel voor.

Want Schiphol maakt deel uit van de Heilige Graal. De ‘economische groei’. De ‘werkgelegenheid’. De ’kennisindustrie’. De ‘het-is-onontkoombare-vooruitgang’-theorie.

Boven alles is Schiphol een perfect vehikel voor ‘winstmaximalisatie’. Ofwel de door ons land graag gefaciliteerde belastingontwijking voor de allerrijksten. Luchthavens en vliegmaatschappijen hoeven nauwelijks belasting te betalen. Op kerosine bijvoorbeeld. Oh, hoezo de vervuiler betaalt? Alleen domme burgertjes doen dat en die moeten niet zeuren. Ze willen toch zelf vliegen.

Dat laatste is waar. Alleen hoeven ze niet half Amerika en elke vlucht van de KLM uit Afrika langs Schiphol om te leiden. Er zit weinig logica in veel overstapschema’s. Daarnaast hoef ik geen prijsvechters. Door hun komst is het vliegverkeer al flink toegenomen. Een groeiende groep mensen vindt het inmiddels normaal om meerdere malen per week te vliegen. Zodat ze ’s woensdags op tijd thuis zijn voor de eetclub of de voetbaltraining. Weg is de stimulans die leidt tot bezinning. Ons woongenot en onze zuurstof gaan eraan.

Ik vraag me af hoe ver we dit met zijn allen laten gaan. De echte strijd laat ik over aan de jeugd. Die zal straks het langst naar lucht happen als we niet ingrijpen.

Vlucht over Soedan

‘… augustus 2005 dus, een zondag, was de dag van mijn vertrek. … Het begon met bewolking, maar bij Italië (oostelijke kustlijn) vlogen we in stralend weer. Toen volgde de Middellandse Zee en daar doemden de blakerende kust en het achterland van Afrika op. Dat was ter hoogte van Benghazi in Libië. In onze capsule vol goede voorzieningen en allerlei soorten hapjes en drankjes vlogen we over een gebied zonder leven, althans zo leek het. Er was alleen bijna wit geblakerd zand, en kale crèmekleurige rotsen staken er tussenuit. Maar opeens verschenen er cirkels met donkere ondergrond in een spoor van wat op een onderaards watersysteem zoals in Marokko leek. Dat bleken geïrrigeerde stukken grond te zijn. Ook waren er plaatsen waar ogenschijnlijk niets was, maar waar uit alle richtingen autosporen naartoe liepen. Nog verder landinwaarts was, afgezien van een schone asfaltweg met een pijplijn (?) ernaast, echt helemaal geen teken van leven meer. 

Bij de rechter onderhoek in de met liniaal getrokken grens tussen Libië en Soedan vlogen we het luchtruim boven mijn nieuwe ‘concentratie’ land binnen. De aarde werd eerst zachtroze, daarna iets meer oranje en er waren sporen van rivieren, maar nog steeds zag ik niets wat op de aanwezigheid van mensen duidde, en evenmin op begroeiing. Dit was voor mij toch een heel nieuw landschap. Opeens zag ik allemaal stipjes langs de droge wadi’s en ineens drong het door dat dat bomen of struiken waren. Nu kwamen er ook stukken grond in beeld die geheel verlaten leken, maar waar duidelijk akkerbouw had plaatsgevonden. Alsof het restanten van een oude verdwenen beschaving waren.

Gezichtsbedrog, want nog weer verder verschenen de eerste wazig groene stukken gecultiveerde grond en iets wat op een huttendorp leek. We vlogen bijna recht diagonaal naar het rechter puntje van Oeganda en kwamen over puur, ongerept oerwoud. En toen het steeds neveliger en donkerder werd, over een enorm moerasgebied vol kronkelende rivieren. Nog had ik hoegenaamd geen bewoond gebied gezien. Waarom vechten ze toch zo als ze zo’n overvloed aan ruimte hebben? Waarom trekken vluchtelingen niet massaal het oerwoud in? Is het daar nog gevaarlijker of is dat bos vergeven van de spirits? In elk geval kreeg ik letterlijk een dwarsdoorsnede van Soedan te zien. Tegen de tijd dat wij boven Kenia vlogen, was het al donker. Totdat de lichten van Nairobi onder ons verschenen. …’

Zomaar een stukje uit mijn reis- en verblijfsverslag naar en in Kenia-Nederland-Libië-Kenia-Ethiopië-Kenia. De grote ontbrekende was Soedan. And that has made all the difference.

Kaart overgenomen van http://afrika-kaart.blogspot.nl/2011/10/kaart-afrika-reizen.html.