Levenslessen: (2) Blijf jezelf trouw

‘Wat is de belangrijkste les in jouw leven?’ Deze vraag uit een kaartspel stimuleert mij om een aantal fundamentele lessen uit persoonlijke ervaringen samen te brengen. De afgelopen zes jaar benoemde ik al diverse levenslessen op Raam Open. Ze staan echter verspreid en ze zijn vaak slechts terloops vermeld. Vandaar deze serie over mijn belangrijkste levenslessen tot nu toe. Gisteren verscheen de eerste.

Levensles 2. Blijf jezelf trouw

Ach, wat frappant nu toch. Zoekend naar de juiste beginwoorden spiek ik bij de Top 5 redenen voor spijt. En jawel hoor, daar staat hij pontificaal op nummer 1: ‘Ik wou dat ik de moed had gehad om trouw aan mezelf te leven; dus niet het leven had geleid dat anderen van mij verwachtten.’

Vooral die verwachtingen van anderen veroorzaken een eeuwige worsteling. Want we zijn sociale wezens. We willen aardig gevonden worden. We willen er bij horen. Et cetera. Bovendien hebben we niet alles voor het zeggen. In bepaalde situaties moeten we ons wel aanpassen. Gewoon, om ons kostje te verdienen of zelfs om te overleven. Dus schuiven we onze normen en waarden opzij. Tijdelijk, uiteraard. En daarom negeren we – voor zolang als dat nodig is – we wie we ten diepste zijn. Heel legitiem allemaal. Maar jezelf verloochenen wreekt zich altijd.

Blijf jezelf trouw. Daarin hebben de meesten van ons een lange weg te gaan. Om te beginnen: weten we eigenlijk wel wie we zijn? Ik schreef meermaals over jezelf kennen en jezelf trouw zijn. Een mooi log is Spiritualiteit – Vargtimmen. En deze gaat over ontwikkeling: Verlegen door het leven gaan.

Verder zijn relevant: Ben je wie je wil zijn?, Behoefte aan erkenning en waardering en Veranderende spiegeling van ons zelf. Humoristisch is dit log over een acteur die heerlijk de draak steekt met zichzelf: Rambo is toch een rolmodel voor mij. Als laatste ter inspiratie een dude die werkelijk trouw is aan zichzelf: De schilder.

Jezelf trouw blijven. Dat klinkt alsof je jezelf ten koste van de ander voorop stelt. Toch denk ik dat de ander uiteindelijk gebaat is bij de ‘ware’ versie van onszelf. Als je jezelf voor de gek houdt, of een rol speelt, dan ben je evenmin eerlijk tegen de ander. Die krijgt zo geen kans om jou echt te leren kennen. En om trouw te zijn aan de persoon die je wezenlijk bent.

Blijf in denken en doen dicht bij jezelf. Dat vergroot je kans op ontplooiing en op ontmoetingen met de juiste mensen. Hoe beter je tot je recht komt, hoe meer gemoedsrust en tevredenheid dat oplevert.

Schoonheid in verval

Men zegt dat er schoonheid schuilt in verval, ofwel in vergankelijkheid. Dat lijkt mij nogal betrekkelijk. Was het bijwonen van de instorting van het Romeinse Rijk dan zo fraai voor de inwoners van Rome? Dat verliep tergend langzaam. Of neem een stinkend en rottend karkas waar de maden zich een weg doorheen banen. Ook dat is vergankelijkheid. Ik word een beetje obstinaat van al te kleffe uitspraken. Maar het is waar. Soms schuilt er wel degelijk schoonheid in verval.

Wat maakt nu precies het verschil tussen een mooie of lelijke vorm van verval? Misschien heeft het te maken met onze cultuur en religie, met de tijdgeest, met wie we zijn, of met onze positie in de maatschappij. Als je van de VPRO-bent, zie je waarschijnlijk schoonheid in een vervallen fabriekshal. Vooral wanneer iemand zo’n hal kunstzinnig filmt. Terwijl in de jaren zeventig hele historische binnensteden voor nieuwbouw werden platgewalst. Kijk je graag naar RTL 4, dan zie je wellicht iets moois in wrecked car races. RTL is er speciaal voor mannen, dus als vrouw herken je de schoonheid van dit soort races vast niet.

Schoonheid kan schuilen in uiterlijkheden, maar evengoed in innerlijk (karakter), functie of betekenis. Maden in een karkas zijn op het oog tamelijk goor. Toch hebben zij een zeer nuttige functie. Zij zorgen ervoor dat de weke delen efficiënt verteren en als meststof in de natuur terugkeren. Zo beschouwd, maakt oneindige recycling alles wat op natuurlijke wijze kan vervallen mooi.

In onze huidige cultuur houden de meeste mensen meer van een fris begin dan van een naderend eind. Een pasgeboren puppy, een nieuwe bloem, een rozig baby’tje: ze wekken verwondering, blijdschap en vertedering op. Is het dan een teken van vervreemding, wanneer we de schoonheid van vergankelijkheid in een mens, dier of plant niet kunnen zien?

De nostalgie van een concerttijdperk

Het wordt tijd om te erkennen dat mijn jeugdige jaren voorbij zijn. Het ontgaat mij namelijk al langer welke artiesten nu ‘in’ zijn. Of zeg je: hip, te gek, cool, awesome, vet ziek, of zoiets? Zelfs het jargon versta ik niet meer. Een muziekrecensent schrijft lyrisch over het concert van FKA Twigs. ‘FKA who?’, denk ik dan. Géén idee. Ze is geboren in 1988. Dat zegt alles.

En dan ben ik nu naar L.A.vation en The Masterplan geweest. Twee tribute bands van respectievelijk U2 en Oasis. (Je moet wat als U2-kaartjes kopen via Ticketmaster onmogelijk blijft.) Zij geven concerten waar vooral leeftijdsgenoten op afkomen, want die groeien met de originele bandleden mee. Oasis is van begin jaren negentig en U2 begon al in de jaren zeventig. Dan weet je het wel.

De tribute bands speelden overigens heel aardig. Toch, wat The Edge en zijn gitaarsolo’s betreft: die blijven ongeëvenaard. En het was in Stompwijk, of all places. Oude tijden herleven. Ik zeg je: het is afgelopen. Schluss, finito, The End, basta. Mijn tijdperk èn dat van de grootste rockconcerten is definitief voorbij. Veertig jaar concertbezoek-geschiedenis ligt achter mij.

Vroeger, in de begintijd, zo rond mijn zestiende, was ik nog zwaar onder de indruk van al die beroemdheden. Daar kwamen ze dan, in levende lijve. Stipjes waren het, ver weg op het podium. Op het veld zag ik meestal weinig van een optreden. Daar stonden altijd lange slungels voor me met hun grote lijven. Maar op de tribune was het prima uit te houden. Kon je lekker blijven zitten tot de band ging optreden. Later kwamen er enorme beeldschermen aan weerszijde van het podium.

Plus natuurlijk indrukwekkende lichtshows en showelementen. Zoals de hellehonden van de Rolling Stones, het zwevende stoeltje van David Bowie, en Prince met zijn entourage. In die tijd was Rotterdam de stad waar je moest zijn. Kon je met de U2-express van de NS tot aan de poorten van de Kuip rijden. De Kuip zal voor mij voor eeuwig verbonden blijven met balanceren op de bovenste rij tijdens Bullet the blue sky. Geen enkel ander stadion haalt het daar bij. Oh, nostalgie.

Die tijd is voorbij. Knappe zangers worden sloom en grijs. Ze krijgen een buik en hun stem is niet meer zoals in hun glorietijd. Dergelijke pijnlijke situaties kan je beter vermijden. Dus geen Night of the Proms meer voor mij. Als vijftiger heb je al genoeg decepties te verwerken.

En de normen veranderen. Als je nu naar een concert gaat, is iedereen druk met zijn mobieltje. Zelfs tijdens een optreden. Dat bezoekers filmopnamen maken, kan ik wel begrijpen. Maar dat ze met elkaar gaan bellen en hele gesprekken staan te voeren, met hun rug naar de band toe … Nou echt zeg! Waar is het heilige ontzag voor beroemdheden gebleven? Een beetje eerbied graag. Jong en oud doet dat, hè. Ik vind dit maar rare tijden.

Die ontwikkeling is best lastig, want er resteren twee bands die ik nog live wil zien. Dat zijn U2 en Radiohead. Maar oh wee, als mensen door hun muziek heen durven te praten. Zulke heiligschennis kan ik echt niet verdragen. Misschien is het toch maar beter om voortaan thuis te blijven. Dan moet ik met cd’tjes genoegen nemen. Voor zolang als dat nog kan, want de tijd van de cd’tjes is ook al bijna passé.

Hoe de omgeving je gemoed beïnvloedt

Het is buiten donker, koud en nat. Je loopt als vrouw op straat en kent de weg niet in dit deel van een drukke stad. Google Maps stuurt je een smalle steeg in. Harde hoge muren; een paar vuilcontainers staan tegen een wand. Er zitten hier allerlei schimmige coffeeshops en besloten clubs zonder ramen aan de buitenkant. Voor de deur hangen twee potige Oost-Europese types rond. Sowieso zie je vrijwel uitsluitend mannen. Dan komt een luidruchtige groep vrijgezellen je lallend tegemoet. Wat een achenebbisj toestand. Je wil hier zo snel mogelijk weg.

Zet daar het volgende beeld tegenover. Je bent op vakantie in Griekenland. Het is voorjaar en het zonnetje schijnt aangenaam warm. In het oude stadje staan overal bloembakken op balkons. Je slentert op straat en ziet in een pittoresk steegje een uithangbord. Een koffiezaakje! Daar moet je zijn. Het is de perfecte plek voor een pauze met wat lekkers erbij. Heerlijk toch?

De fysieke omgeving heeft invloed op je gemoed. De ene keer meer dan de andere en het zal voor iedereen verschillend zijn. Hoe je een omgeving ervaart, hangt mede af van je stemming. Als je je goed en zelfverzekerd voelt, roept een steegje eerder nieuwsgierigheid op dan angst.

Naar mijn idee gaat de invloed van een omgeving nog dieper. Neem een bezoek aan een verouderd winkelcentrum. Daar zitten vooral discounters, kappers zonder klanten en winkels vol prullaria uit China. Verder zie je veel lege panden. De weinige bezoekers verkondigen luidkeels dat ze geen cent te makken hebben. Zo’n plek maakt dat ik mij zelf armoedig voel.

Sterker: waar wij komen, heeft invloed op hoe anderen ons zien. Als je tegen iemand zegt dat je boodschappen doet in zo’n verouderd winkelcentrum, kan je in zijn achting dalen. We hebben tenslotte ongemerkt al snel een oordeel klaar.

Omgekeerd voel je je mooier en rijker wanneer je omringd wordt door knappe mensen en kostbare, kwalitatief goede spullen. Zo kan een chique omgeving doorwerken op je zelfbeeld en je gevoel van eigenwaarde.

Zelf eet ik van twee walletjes. In het ‘armoedige’ winkelcentrum haal ik bij een Chinese toko Indonesische lekkernijen. En in de chique omgeving kijk ik gewoon graag rond.

Misschien valt het tegen

Af en toe ervaar ik een sociaal ongemak. Neem als voorbeeld dat logje van gisteren. De titel luidt: ‘Trouwfeest op het strand’. Er zijn vast lezers die een uitgebreide trouwreportage verwachten. Dus foto’s van het echtpaar, de ceremonie met de trouwambtenaar en de gasten in hun mooie kleding. Plus sfeerfoto’s van de locatie en het feest in volle gang. Kijk je echter, gelokt door die titel, naar de inhoud van het logje, dan valt dit waarschijnlijk tegen. Vermoedelijk val ik zelf ook weleens tegen in het echte leven. Omgekeerd gebeurt dat evengoed.

Er kleeft een risico aan het weerzien met iemand waarmee je eerder een leuke kennismaking hebt gehad. Dat schept namelijk verwachtingen. Hoe leuker het was de eerste keer, hoe beter het wordt in je herinnering. Maar misschien liep het toevallig zo goed door een gunstig moment of een bepaalde omstandigheid.

Bijvoorbeeld omdat jullie er allebei voor in de juiste stemming waren. Of je was in een jolige bui en vond alles grappig bij de eerste ontmoeting. Terwijl je later inziet hoe flauw het toen was en de volgende keer denkt: ‘Oh, nee hè?’ Het kan ook gebeuren dat alles wat jullie delen, al gelijk tijdens de eerste keer is gezegd. Dan heb je elkaar daarna weinig meer te vertellen.

Het kan pijnlijker. Soms betreft het iemand die je jarenlang uit het oog hebt verloren, maar heel graag nog wil zien. Als je die persoon dan weer ontmoet, is dat geweldig. In sneltreinvaart praten jullie bij over wat jullie in de tussentijd hebben gedaan en meegemaakt. Mogelijk ontdek je daarbij wel dat jullie uit elkaar zijn gegroeid, een ander pad zijn ingeslagen, en hooguit for old times’ sake nog wat samen hebben. Komen jullie elkaar vervolgens weer tegen … tja, dan is dat best ongemakkelijk.

Maar goed, ik vrees dat ik soms ook een beetje tegenval. Zo ben ik niet altijd even energiek. Tref je mij op een minder gunstig moment, dan kan het gebeuren dat ik weinig oprechte interesse opbreng. Terwijl ik een vorige keer nog met zoveel belangstelling geluisterd heb. Daarnaast sluit mijn imago (of datgene wat iemand in mij wil zien) niet helemaal aan bij wie ik ben. Dat wordt dan duidelijk bij een volgende ontmoeting. Ach ja.

Uit de tredmolen geslingerd

Hortensia's in schemerdonker

Sommige mensen doen alles om aan sleur te ontkomen. Steeds verzinnen ze wat nieuws. Maar het leven bestaat uit een natuurlijke cyclus en dat heeft een bedoeling. Kijk naar het verloop van de seizoenen. Op de winter volgt de lente en daarna begint de zomer. Et cetera ad infinitum. Toch verandert er ook voortdurend iets definitief. Doorgaans gaat dit heel geleidelijk; het meeste bemerken we niet. Je gaat het pas zien wanneer je de tijd hebt.

Binnenkort heb ik een trouwfeest op het strand. De meeste feestgangers die daar komen, rennen 24/7 rond in de tredmolen. Zelfs hun jachtige zoektocht naar soms buitenissige vormen van ontspanning past in een stramien. Ik was één van hen en nu ben ik de uitzondering.

Dat zal weer confronterend zijn, als ze er achter komen. Meestal proberen zulke mensen mij te bekeren. Zij werken hard en hebben meer geld dan ik. Veel meer. Ik betwijfel alleen ten zeerste of zij het momenteel beter hebben dan ik hier.

Hun tijd komt nog, zodra de buit binnen is. Dan gaan ze royaal leven van hun investeringen. En dan begint het grote genieten. Waarschijnlijk. Misschien. Of nooit. Wie overziet de consequenties van zijn leefwijze echt, terwijl hij nog overal middenin zit?

Het leven verloopt in cycli en gaandeweg wordt de cirkel groter. Ook het melkwegstelsel is rond.