YouTube als bron voor nieuwe muziek

Qua muziek leef ik momenteel in een vacuüm. Van jongs af aan leer je muziek kennen via familie en vrienden. Afhankelijk van hun voorkeuren kom je in aanraking met pop, jazz, rock of klassieke muziek. Hierbij is natuurlijk wel sprake van voorselectie. Verder hoorde ik in mijn jeugd de nieuwste platen op radiozenders en in het uitgaanscircuit. Nu ga ik nog zelden uit en luister ik steeds naar dezelfde zender. Zonder jonge huisgenoten mis ik de laatste ontwikkelingen op muziekgebied. Maar redding komt uit onverwachte hoek.

De krant mag een archaïsch medium zijn, er staan wel recensies in van nieuwe albums en concerten. Als die veelbelovend klinken, zoek ik naar de betreffende bands en artiesten op YouTube. Heb je daar eenmaal iets naar je zin gevonden, dan schotelt YouTube je een eindeloze stroom vergelijkbare platen voor. Ook van andere artiesten. Ik vind het ideaal.

Want zoals ik mijn smartphone heb gekocht vanwege de camera, zo heb ik mijn laptop gekozen vanwege de goede speakers. Ik heb al menig log geschreven met YouTube video’s op de achtergrond. Regelmatig komt er iets moois voorbij dat ik nog niet ken. Dan check ik even welke band het betreft. De afgelopen weken luisterde ik veel naar muziek van Radiohead op YouTube: Daydreaming, Nice Dream Lyrics, Pyramid songs en The Numbers, bijvoorbeeld. Allemaal gratis en voor niets.

Vandaag heb ik eindelijk eens wat teruggedaan. Ik ben naar de platenzaak gegaan en heb de cd A Moon Shaped Pool gekocht. Heel ouderwets. Veel leeftijdgenoten stonden daar trouwens cd-bakken door te spitten. Mannen vooral. Zij hebben kennelijk ook allemaal de boot gemist. Ach ja. A Moon Shaped Pool van Radiohead, dus. Een aanrader!

Waar luister jij graag naar?

LinkedIn account gesloten

Het is weer zover. Een ex-collega vraagt via LinkedIn of ik haar tot mijn netwerk wil toelaten. Ik heb haar in geen negen jaar gezien. We werkten vijf jaar lang op dezelfde afdeling, maar elk in een ander team. Het is zo’n standaardberichtje. Er staat geen enkel persoonlijk woordje bij of een reden voor haar verzoek. Laat staan een teken van oprechte belangstelling. Ik accepteer het geroutineerd. Alsof het normaal is geworden dat we zo met elkaar omgaan. Maar ik vind dit niet normaal.

Het oorspronkelijke idee van LinkedIn was goed. En in het begin gingen we er serieus mee om. Je liet bijvoorbeeld alleen de mensen toe die je echt kende. Inmiddels staan er ook volslagen vreemden in mijn netwerk. Zo ver is het dus gekomen.

Oh, ik heb al herhaaldelijk de bezem door dat netwerk gehaald op LinkedIn. Sommige mensen wilde ik niet voor het hoofd stoten door hun verzoek te weigeren. Dat komt zo bot over. Je kon ze achteraf nog stil verwijderen.

Lang beschouwde ik LinkedIn als een netwerk dat kon helpen bij het vinden van werk. Steeds kwamen er hoopgevende berichtjes binnen, waarin stond dat mensen naar mijn profiel keken. Maar dat heeft nergens toe geleid.

Intussen komt er een constante stroom positieve updates voorbij. Van professionele mensen die het ene na het andere succesverhaal vertellen. Vreemd. Want af en toe heb ik ook goed nieuws, maar zó veel en zó vaak?

Als ik in een schijnwereld wil leven, dan creëer ik hem zelf wel. En in het echte leven kan je gewoon persoonlijk contact opnemen.

(Een LinkedIn account sluiten doe je zo.)

Selfies van haar zelf

Vandaag heb ik selfies gemaakt van mijn grijzer wordende haar. Ja, boeie. Toch laat ik me graag door deze onbenullige selfie-operatie afleiden. Want alles is beter dan het nieuws van de laatste tijd.

Grijs haar lijkt zo symbolisch voor vergankelijkheid. Daarom even voor de duidelijkheid: we zijn al lang niet meer wie we ooit waren. Ons lichaam vernieuwt continu de cellen waaruit het is opgebouwd. Dus is het haar dat we als kind hadden vervangen door ander materie. Ditzelfde geldt voor onze botten en onze huid. Daarvan zijn de oude versies ook al lang ingeruild.

Verandering van haarkleur ben ik wel gewend. Behalve zwart, passeerde al elke haartint. Als peuter was ik een blondine met spierwitte lokken. Daarna werd mijn haar geleidelijk lichtbruin. In de pubertijd was het kastanje-kleurig. En in mijn volwassen periode ben ik al jaren donkerbruin. Zonlicht haalt nog altijd een koperrode gloed tevoorschijn. En sinds een aantal jaren komt daar glinsterend zilver bij. Gewoon, van nature.

Dat laatste kan je niet zeggen van alle verf die er in is gesmeerd. Was het donker, dan moest het blonder. En was het door de zon gebleekt, dan wilde ik er meer bruin bij. Als je je haar lange tijd verft, vergeet je op het laatst welke kleur je zelf hebt. Bij de eerste grijze haren ging ik even in de ontkenning, maar die fase is voorbij. De huidige kleurschakering mag er zijn.

Alleen krijg ik de juiste bruintint onmogelijkheid op de foto. Mijn haar staat er steeds te licht op. Of te donker, of te grijzig. Met welk programma ik het ook bijwerk. En hoeveel selfies ik ook neem. Dit is pas echt dramatisch. Want waar kunnen we in deze tijd van leugens en nepnieuws nog op bouwen, als we zelfs onze eigen selfies niet meer kunnen vertrouwen?

Het leven gaat door

Even ben ik terug in een huis dat ik al sinds mijn jonge jaren ken. Minus 25 jaar, want zo lang bleef ik er weg. Toen, in de vorige eeuw, was alles nieuw, strak en modern. Er staan nog spullen uit jeugdherinneringen. Het nieuwe is ouder nu. Evenals de bewoners. Vier min een, dat wel. Die ene kijkt me lachend aan vanaf een foto.

Een andere foto. Genomen in dit huis. Op een avond voor zijn zus en ik gingen stappen. Rode baret, strakke trui en soulbroek met wijde pijpen. Die episode. Jong en onverschrokken. Een paar jaar later veranderde alles.

Althans. Ik ging op reis en mijn leven ging verder. Terwijl zij een turbulente tijd doormaakten. Onomkeerbare zaken. Live Fast, Die Young, dat soort werk. En toen de rust weerkeerde (of iets wat daarop leek), werd alles weer hetzelfde. Uiteindelijk kon niets in dat huis verandering brengen. Jammer genoeg.

Geluid festivals loopt de spuigaten uit

‘Nederland wordt te klein voor zo veel festivals’, kopte de Volkskrant afgelopen zaterdag. Feit is dat het aantal festivals in ons land al jaren flink stijgt. In 2012 waren het er volgens onderzoeksbureau Respons 708, tegen 934 in 2016. Dan hebben ze de jaarlijkse straatmaaltijd in mijn oude stadsbuurtje vast niet meegeteld. Waren die festivals allemaal maar zo gemoedelijk. Vaker worden omwonenden opgescheept met forse geluidsoverlast.

Voor wie verder leest: deze longread begint met de invloed van openlucht-festivals op omwonenden. Daarna volgt mijn ervaring met wonen te midden van omgevingsgeluiden in Leiden. In geuren en kleuren, uiteraard. En ik sluit af met een ode aan ‘3 oktober’ van Rubberen Robbie, voor de liefhebbers.

De Volkskrant: ‘In Breda werd deze maand een motie aangenomen tegen de geluidsoverlast. Centrumbewoners klagen over ‘misselijkmakende’ bassen en ramen die kapot trillen door lawaaiige optredens.’ Dit is nog afgezien van dagenlange parkeerproblemen, wegomleidingen, onbereikbare werkgevers, plus piesende en kotsende, straalbezopen jongens voor je deur. Het klinkt vertrouwd, want ik ben opgegroeid met 3 oktober (Leidens Ontzet).

Moeten we dit soort mega-evenementen in steden dan maar schrappen? Bij het artikel staat een foto van een Vierdaagsefeest aan de Waalkade in Nijmegen. Eigenlijk is dat een mismatch. Dergelijke grote, traditionele evenementen zorgen niet voor blijvende ergernis. Als je in Leiden woont, weet je dat je 3 oktober er bij krijgt. En de Tilburgse kermis hoort net zo in die stad thuis als een gesloten textielfabriek. Een of twee grote jaarlijkse evenementen kan iedereen wel verdragen.

Maar ‘uit cijfers blijkt dat vooral het aantal kleine en middelgrote festivals groeit. … Onderzoeken laten nu zien dat bezoekers vooral behoefte hebben aan kleinschaliger ervaringen op bijzondere plekken. … Die vind je vaker in de stad.’ Dus kan het gebeuren dat de gemeente van mei tot oktober om de week een ander ‘event’ toelaat. De centrummanager, organisatoren en horecabazen zijn daar blij mee. Want het is fijne promotie voor de stad en iedereen pikt een graantje mee. Behalve de omwonenden, die hebben het kennelijk maar te accepteren. Een vergelijking met Airbnb is zo gemaakt.

Organisatoren kunnen wel wat doen om geluidsoverlast in te perken. Een goede installatie, vakkundige geluidsmensen en een slimme opstelling van boxen, maken al verschil.
Gemeenten kunnen een harde limiet stellen aan tijden, geluidsvolumes en aantallen openlucht-evenementen met versterkte muziek. Graag zie ik dat ze gewoon de stekker eruit trekken wanneer een organisator zich niet aan afspraken houdt.

Het probleem zit vooral in de opeenstapeling van rumoer en het dominante geclaim van de openbare ruimte. ‘Vrijheid eindigt zodra die van een ander wordt beperkt.’, zei Jan Terlouw onlangs. Dat is precies wat er bij een teveel aan geluid speelt. Het geluid word je opgedrongen. In je eigen woning kan je niet meer tot rust komen. Het houdt je uit je slaap, ook al moet je er de volgende dag vroeg uit. In het ergste geval leidt het tot hevige stress, gevoelens van onmacht of feitelijke agressie, uitputting en fouten in het verkeer of op het werk. Ik betwijfel of een festivalorganisator dat in zijn SWOT-analyse meeneemt.

Kortom, jaarlijks een of twee grote evenementen in de openbare ruimte vind ik prima. Maar hou het daar bij. Als bekend is dat omwoners ernstige overlast krijgen, laat organisatoren hen dan een financiële vergoeding geven. Tenslotte is de openbare ruimte van iedereen. Zo’n gebaar is volwaardiger dan mensen afschepen met een gratis drankje. Kennelijk zijn evenementen in de buitenlucht lucratief genoeg. Anders was er nu geen sprake van wildgroei.

Mag ik dan nu aangeven waardoor ik zo’n pesthekel aan mensen heb gekregen die met hun volume voortdurend te veel openbare ruimte innemen? Lees verder “Geluid festivals loopt de spuigaten uit”

Stay calm & wacht tot je een ons weegt

Een dagje uit het leven van een U2-fan. Vandaag: kaartjes kopen voor het concert op 29 juli 2017 in Amsterdam. Dat staat in het teken van de dertigste verjaardag van The Joshua Tree. The Edge & Co maken zich zorgen over het komende presidentschap van Donald Trump. De band heeft het gevoel dat we terugkeren naar het onrustige politieke tijdperk van Thatcher en Reagan. ‘We denken dat de liedjes van onze plaat weer nieuwe betekenis kunnen krijgen.’

Heel verheven allemaal, zoals gewoonlijk bij U2. Maar ik vraag mij wel af of zij ooit in de afgelopen dertig jaar zelf geprobeerd hebben om een kaartje voor hun concerten te bemachtigen. Kaartjes kopen voor U2 ontaardt namelijk standaard in knokken op een slagveld. Ik weet er alles van. Tot bloedens toe heb ik mij door de samengeperste massa heen gevochten voor het Leidse VVV-kantoor. Nou ja, zo ongeveer dan. Ik heb wel meegemaakt dat de etalageruit eraan ging.

Nu regelen we alles via internet. Heel clean, beschaafd en stijlvol. Alleen werkt het voor geen meter. Ik had al een trauma overgehouden aan de vorige keer, twee jaar geleden. Toen zat ik nog bij mijn werkgever op kantoor en lukte het kaartjes kopen niet bij Ticketmaster. Kwam onder meer omdat we in zo’n hip bedrijfsverzamel- gebouw zaten waar onze buren super chille video’s van artiesten maakten. Die moesten zo nodig net op het moment suprême de internetverbinding van het hele gebouw leeg trekken voor contact met Amerika.

Hier thuis heb ik een uitstekende internetverbinding. Buiten de Randstad werkt het soms beter dan daar binnen. Mijn zus en ik zaten vandaag weer startklaar met computer en telefoon. Nou, zo ging het daarna.

Ticketmaster1 U2Tegelijk met Ticketmaster telefoonnummer 0900-3001250 bellen.
Een meneer: ‘Dit informatienummer kost 60 cent per minuut met een maximum van 30 euro en een starttarief van 4 cent plus uw gebruikelijke belkosten.’
Daarna een mevrouw: ‘Welkom bij Ticketmaster. Momenteel is het te druk om u in de wachtrij te plaatsen.’

Dat gaat zo verder, tig keer achter elkaar, samen met op de website in de wachtrij staan.

Na bijna een uur bereik ik op internet het bestelmenu. Het lijkt in eerste instantie alsof alle kaartjes nog beschikbaar zijn. Probleem is wel dat de plattegrond ontbreekt en ik niet weet waar het podium komt te staan. Op goed geluk klik ik een vak aan. Dan verschijnt er een pop-up scherm tussendoor met een foto van verkeersborden in een straat. Ik moet bewijzen dat ik geen robot ben en een straatnaambordje met tekenlijnen selecteren. Maar er staat helemaal nergens een straatnaambord; er zijn slechts verkeersborden en die accepteert het programma niet. Ondertussen hang ik met mijn zus aan de telefoon. Alleen kan ik geen twee dingen tegelijk. Bovendien sta ik onder hoogspanning want elk moment kunnen de kaartjes op zijn. Snel roepen we dat € 114 per kaartje ook prima is en hangen we op.

Na wat gepruts verschijnt er een nieuw plaatje waarbij de vraag wel klopt. Dan kan ik eindelijk verder. Maar welk vak ik ook aanklik, er is niets meer vrij. Die hele website van Ticketmaster is nog even waardeloos als altijd. Het liefste zou ik nu willen zeggen dat het uiteraard weer zo’n stom bedrijf is uit Amsterdam. Maar ze komen uit Den Haag. Ook dat nog.

Ik haat Ticketmaster. Ik háát Ticketmaster! IK HAAT TICKETMASTER!!!

Alleen komt er nog een concert. Dus voor de volgende kaartverkoop zit ik weer startklaar.

Workshop verandermanagement

Onlangs bezocht ik een workshop voor werkzoekenden over verandermanagement. Want wil je meekomen, dan moet je soms je strategie aanpassen. Dat geldt ook voor bedrijven. Deze keer staat er geen doorsnee coach of trainer op het podium. Nee, deze meneer wordt gewoonlijk ingehuurd door directies van multinationals.

Zijn opdrachtgevers willen meer verkopen en sneller produceren. En het liefst hebben ze personeel dat wijzigingen toejuicht. Onze trainer weet daar wel raad mee als gedragswetenschapper. Soms hoef je maar een woordje te vervangen en dan krijg je de mensen al mee. Gaat het minder eenvoudig, (verandering roept nu eenmaal weerstand op), dan heeft hij de oplossing. Bouw velden in software waar ze niet omheen kunnen. Dat werkt gegarandeerd. Zo krijg je zelfs eigenzinnige technici en callcenters in het gareel.

De bijeenkomst bevreemd mij. Ik bedoel: we bevinden ons in een ruimte waar werk- zoekenden elkaar vrijwillig helpen. De entreé is € 3 bijdrage voor de huur van het buurthuisje. Deze meneer brengt een kleine entourage van lieflijk lachende dames mee. Hij maakt voortdurend charmante opmerkingen. Nooit is hij expliciet met zijn toespelingen. Maar alle machosymbolen, zo gangbaar in zijn miljonairskringen, komen verkapt voorbij. Ondertussen bevat zijn verhaal geen woord over versoepeling van werkprocessen of verhoging van personeelstevredenheid.

Wat dóet zo’n man hier? Wie heeft hem uitgenodigd? Ik ken zat werkzoekende 50-plussers die juist door starre systemen en manipulatieve managers zijn opgebrand. Ze zitten links en rechts van mij. Als er iets in dit land moet veranderen, dan is het wel het management.