De stand van zaken bij de jaarwisseling

Ach, wil iemand dit nu echt weten? Ik vraag het mij hoe langer hoe vaker af. Ik doel op mijn persoonlijke gedachten en nu deze terugblik op het jaar.

Dit hele jaar heeft in het teken van schrijfwerk voor mijn eerste boek gestaan. Nu het bijna volbracht is, heb ik geen idee hoe het verder zal gaan. Ik zal beginnen met een kleine oplage, want ik ben degene die alle risico’s draagt.

Het is geen jaar geworden om over naar huis te schrijven en ook niet op een blog.

Persoonlijk denk ik wel dat ik met een standaardwerk in wording bezig ben. Zo’n boek dat niet direct als zodanig wordt herkend, maar dat gaandeweg toch aan betekenis wint. Een soort slow burner, zeg maar, vergelijkbaar met de Nachtwacht. Zo’n werk waarvoor een enkel woord genoeg is, omdat iedereen wereldwijd weet om welk werk het gaat.

Dit klinkt wellicht hoogmoedig, maar mijn project is nu eenmaal megalomaan. Bovendien zijn Rembrandt en ik in dezelfde stad geboren, vandaar. Hopelijk maak ik het nog wel mee, want bij Rembrandt kwam de roem te laat.

Voorlopig vind ik het vooral nogal spannend allemaal, want ik heb werkelijk geen idee hoe dit verder gaat.

Controle houden of loslaten

Op weg naar het onbekende

In een oude Volkskrant staat een bericht dat mij fascineert. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat mensen nog liever pijn lijden dan dat ze zich vervelen. Je zou denken dat de meesten van ons het heerlijk vinden om hangend op de bank lekker niets te doen. Maar nee hoor, we willen continu bezig zijn. Al is het maar frutselen met een pen. Paul van Lange, hoogleraar sociale psychologie aan de VU heeft er een verklaring voor. ‘Actief zijn geeft ons het gevoel dat we controle hebben.’

Is controle hebben dan zo belangrijk? En wanneer heb je ooit echt controle? Kennelijk wijk ik af, want ik mag graag minutenlang voor mij uit staren en wegdromen. Sterker, misschien is dat een manier om controle te krijgen over onduidelijke zaken. Zodra mijn gedachten in rustiger vaarwater komen, kan ik ze ordenen, waarna er ruimte voor nieuwe ideeën ontstaat.

De regie ben je kwijt wanneer je situaties en consequenties niet meer overziet. Dan lijkt het alsof je in een diep meer springt en niet weet waaraan je begint. Dit is een beetje eng, maar op zich niet erg. Pas wanneer je het gevoel krijgt dat je aan de rand van een afrond staat, is er iets mis. We stappen voor de lol in zweefmolens en achtbanen. Zweven en ‘loskomen’ vinden we best leuk, zolang er een veiligheidssysteem is.

Veiligheid en zekerheid horen bij onze belangrijkste behoeften. Zo bezien is het logisch dat we graag de regie in handen houden. Het verlangen daarnaar kan echter verlammend werken, met alle risico’s van dien. Want gebrek aan innovatie, in conservatieve culturen bijvoorbeeld, houdt juist onveilige en onzekere leefsituaties in stand. Het is ook niet slim om blind te varen op elke les uit het verleden wanneer de wereld om ons heen snel verandert.

Dus kennelijk willen we iets doen en we houden graag grip op ons leven. Dan is leren loslaten handig in deze tijd.

(Dit logje uit juli 2014 is onlangs gewist bij de sloop van mijn blog. Het blijft relevant en daarom publiceer ik het opnieuw.)

Zwijgzame mensen

Gesloten, zwijgzame types moet je soms echt uit hun tent lokken om te weten wat er in hen omgaat. Oudere mannen zijn berucht in dit verband. Vrouwen hebben al snel de neiging om van alles te zoeken achter het stilzwijgen van hun partner. Terwijl hij dan gewoon denkt aan de reparatie van zijn fiets. Het wordt pas echt ingewikkeld als er iets speelt en de ander daar onduidelijk over is. Maar normaal gesproken mag iemand best even stil zijn, vind ik. Het is ook wel prettig als iemand eerst nadenkt voordat hij of zij wat zegt.

Iedereen is verschillend. Het komt deels door aangeleerd gedrag dat mensen hun gedachten niet uitspreken. Zo werd aan ouderen in hun jeugd verteld dat zij niet mochten ‘zeuren’. Sommige mensen zijn door ervaringen onzeker of wantrouwend geworden. Anderen kunnen de juiste woorden niet vinden. En je hebt mensen die juist wijzer zijn dan de spreker. In gezelschap van nadrukkelijk aanwezige types doen introverte mensen er liever het zwijgen toe.

Jongere generaties hebben beter geleerd om hun mening te verwoorden en assertief op te treden. Jeugdige onbevangenheid en onafhankelijkheid helpen daarbij. Maar je moet ook sociale intelligentie, flexibiliteit en persoonlijke bagage hebben om een goed gesprek te kunnen voeren. Psycholoog Daniel Goleman beschrijft sociale intelligentie als het vermogen om de motieven, emoties, intenties en acties van anderen te begrijpen en hun gedrag te beïnvloeden. Dat is een hele kunst op zich als je zo ver wil gaan.

Stille types zwijgen om verschillende redenen. Als zij kunnen luisteren, hebben zij echter wel sociaal goud in handen. Alleen al omdat luisteraars schaars zijn. Bovendien leer je weinig van tien keer hetzelfde verhaal vertellen. Je ontdekt des te meer als je luistert naar anderen.

(Dit logje uit juli 2014 is onlangs gewist bij de sloop van mijn blog. Het blijft relevant en daarom publiceer ik het opnieuw.)

Door framing mis je leuke dingen

Framing in positieve vorm van het Stille-Zuidzeelicht op een kaal station

Stephan Sanders rept in de Volkskrant over een identiteitenstrijd. Termen als ‘wit’ en ‘blank’ staan ter discussie, net zoals voormalige helden van de VOC. Stel, je schrijft dat een dronken Belgische man een Nederlandse vrouw aanrijdt. Dan is de vermelding van nationaliteiten overbodig. Benoem je ze toch, dan doe je aan framing. Daarmee plaats je alle Belgen in het verdachtenbankje. Vergis je niet. Met framing doen we zowel de ander als onszelf tekort.

Dat we een aantal zaken en termen grondig herzien, prima. Maar blijf even nadenken. Framing is van oorsprong een overlevingsstrategie. We schatten mensen bij een eerste kennismaking direct in: te vertrouwen of niet. Daarna vormen we ons snel een beeld van iemand: vriendelijk, dominant, passief, actief, enzovoort. Dan is dat alvast duidelijk en kunnen we verder. Een probleem is wel dat oude indrukken vrij hardnekkig blijven hangen. Zelfs al wijzen latere ervaringen bij nader inzien op iets anders.

Deze week had ik ontmoetingen met diverse onbekenden. Stuk voor stuk verrasten ze mij, bij nader inzien. Een gespierde militair bijvoorbeeld, met zo’n crew cut kapsel. Wat blijkt? Hij doet er ook ICT-werk voor schoonheidsspecialisten bij. Of een man uit de bouwsector. Die verzucht dat het zo’n ouderwets mannenbolwerk is. Hij wil graag parttime werken, maar daar begint zijn werkgever niet aan.

We zijn allemaal geïndoctrineerd door opvoeding, opleiding en oude ervaringen. Dat ‘allemaal’ betreft hier ook de andere partij. Stephan Sanders heeft een kleurtje. Voor hem is de zwart/wit-kwestie mogelijk wat gevoeliger dan voor mij. Maar ik heb in het buitenland evengoed met framing te maken. Vooral in armere landen. Hoe donkerder de bevolking, hoe sterker het speelt.

In Afrika is het moeilijk om met lokale inwoners gelijkwaardige vriendschappen op te bouwen. Tenzij ze een universitaire opleiding hebben genoten. Want ik ben wit, of blank zo je wilt. Een muzungu. De eerste barrière waar ik doorheen moet, is het beeld van een wandelende portemonnee. Het tweede beeld dat ik soms moet doorbreken, is dat ik geen mistress ben. In de betekenis van bazin. Alsof je het als blanke automatisch beter weet dan zij, en dus de leiding moet nemen. Geen van deze beelden doen recht aan mij. In Nederland poets ik gewoon zelf de wc.

Let wel, er zitten voordelen aan een white woman privilege. Deuren gaan letterlijk voor je open, terwijl die voor lokale inwoners gesloten blijven. Zoals de deuren naar een bar en het zwembad van een vijfsterrenhotel waar je zelf niet verblijft. Dat is wrang, maar nog tamelijk onschuldig. Het wordt een probleem als de plaatselijke bevolking hierdoor naast kansen grijpt. Zoals wanneer mensen geen nuttig netwerk kunnen opbouwen, puur door wie of wat ze zijn. Toch kent ook ons land barrières. Ik kom evenmin zomaar bij een Rotary Club binnen.

Het kan anders. Neem deze spontane ontmoeting in het Arnhemse alternatieve circuit. Een 18-jarige jongen met Antilliaanse gelaatstrekken zit aan tafel met een 35-jarige Marokkaan. Ze eten en ze drinken allebei bier (!) Ik ken hen niet en schuif met een vol bord aan. We praten over wat we doen. Daarbij denk ik aan werk, maar mogelijk hebben zij het over hobby’s. Dat blijft in het midden. De Antilliaan is voetballer. De Berber is hiphop danser. Als je zonder nadere omschrijving foto’s van deze twee krijgt, wie zie je dan aan voor hiphopper?

(Dit logje uit januari 2018 is onlangs bij de sloop van mijn blog gewist. Het blijft relevant, vind ik, en daarom publiceer ik het opnieuw.)

Flinters uit twee gedeelde verledens

Ze zijn uiterst zeldzaam. Ontmoetingen met mensen bij wie ik mij direct volledig op mijn gemak voel. Het is iets instinctiefs. Pas achteraf komen de woorden die benoemen waar dat door komt.

Minuscule flinters van fragmenten uit een gezamenlijk verleden. Dat delen wij. We hebben elkaar vroeger nauwelijks gesproken, maar we kennen dezelfde namen. En we weten waar we waren in bepaalde jaren. Toen hij tijdelijk op onze afdeling kwam. Bijna twintig jaar later brengt mijn onderzoek ons weer samen. Voor het eerst, eigenlijk.

We delen dezelfde ex-werkgever, 150 kilometer richting het westen. Hij heeft nog gewerkt in het pand van voor de fusie. Ooit was dat een klooster en later werd het mijn voormalige school. Het was de locatie waar mijn sollicitatiegesprek plaatsvond.

We kennen de katholieke rituelen en nu zijn we vlak bij zijn geboortegrond. Een vroegere Kleefse enclave, waar ook enkele voorouders van mij hebben gewoond. We zijn in een streek waar ik inmiddels zoveel meer over te weten ben gekomen. Drie eeuwen later; een andere periode. Ik mag stukjes tekst citeren uit het oorlogsdagboek van zijn vader.

Op de weekmarkt ziet hij kisten met appels staan van een ras dat ik niet ken. Hetzelfde fruit groeide vroeger bij hem thuis in de boomgaard. Hij maakt makkelijk een praatje met onbekenden. Als je ergens stevig bent geaard, weet je wat je waard bent. We zijn in de dichtstbijzijnde stad voor mensen uit het dorp waar de boerderij stond.

In deze streek liggen zijn jeugdherinneringen. Hier was het café waar ze naartoe gingen. Daar is het gebouw van zijn voormalige school. Het pand heeft een prominente plaats gekregen in mijn onderzoeksverhaal.

Even verderop: de restanten van een kasteel. We komen langs oude gebouwen van de plaatselijke adel. Op ons gemak slenteren we door de toegangspoort de binnenplaats op. Links een grote, monumentale stal. De koeien zijn er momenteel niet, die lopen buiten op het land. Rechts de oude burgemeesterswoning, een groot en voornaam pand. Ik probeer mij voor de geest te halen of het een rol speelt in mijn verhaal.

Het is tegenwoordig een stijlvol restaurant. De ober komt naar ons toe. Er volgt een anekdote over krakers en jaren van leegstand, biologisch boeren en brandnetelthee. Zij kennen elkaar niet, maar noemen namen van wederzijdse bekenden. We mogen overal rondkijken, in alle ruimten. Ga gerust je gang. Het is een prachtige locatie voor besloten feesten en partijen.

De manier hoe mensen reageren wanneer ze als vanzelfsprekend denken dat je een stel vormt. Ook dat komt mij ineens weer zo vertrouwd voor.

Old man look at my life

Tijdens een wandeling nader ik een glasbak bij een studentenflat. Vlakbij heeft een man zijn auto op de stoep geparkeerd. De laadbak wijd open, in de laadruimte wijndozen vol lege flessen. Een liefhebber, kennelijk.

Het is een slanke man met een gebreid mutsje op. Niet in reggaekleuren, maar in minder felle tinten. Toch doet iets mij gelijk aan een rasta denken. Komt het door zijn relaxte houding en rustige manier van doen? Hij heeft een wat verouderd, slobberend vest aan. En hij draagt een beige outdoor broek met veel zakken. Ik passeer hem en zie een blank, doorleefd gezicht. De man is ongeveer 65 jaar oud, schat ik.

Het bestuurdersportier van zijn kleine auto is eveneens geopend. In het voorbijlopen zie ik stoelen vol kruimels en stof op de bekleding. Naar buiten waait een flard muziek uit de nadagen van de hippietijd. Old man look at my life

En ineens zie ik het hele plaatje voor me. Hoe hij heeft geleefd. Waar en wanneer het begon. Hoe hij in een omgebouwd VW-busje door heel Europa heeft gereisd. In regenboogkleuren en regelmatig in enigszins bedwelmde staat. Door Turkije, Syrië, Irak, Iran en Afghanistan, tot aan India toe. Toen dat nog goed kon. In de hele regio liepen volken in lokale klederdracht rond. Het was een boeiende tijd voor iemand die weinig hecht aan een westerse leefstijl.

Het is nu allemaal zo lang geleden. Een voorgoed vervlogen tijd. Maar in al die jaren is hij trouw gebleven aan zichzelf. Hoe had hij anders kunnen leven? Hij. Een relikwie uit een recent, oneindig verleden. Een anachronisme. Wellicht is het geen toeval dat hij bij deze glasbak staat. Die studentenflat is waarschijnlijk het laatste bolwerk waar nog een zweem van die flowerpowerjaren rondwaart.

Old man look at my life. Ik ken het goed, maar weet even niet wie het zingt. Het lied ademt de sfeer van een hard en eenvoudig bestaan op het dunbevolkte platteland van Noord-Amerika. Onze ontmoeting duurt slechts seconden. Daarna houdt de zanger mij gezelschap op de rest van de wandelroute.

(Dit logje uit april 2014 is onlangs bij de sloop van mijn blog gewist. Voor mij heeft het eeuwigheidswaarde en daarom publiceer ik het opnieuw.)

Gemoedsrust door aanvaarding

Op één van de laatste dagen van 2013 wandelde ik in Brabant. Na afloop schreef ik een bericht over aanvaarding. Heel mooi allemaal. Maar deze week kreeg de gevoelsmatige uitzichtloosheid van mijn werkloze staat toch bijna vat op mij. Op Eerste Paasdag vertelde ik hierover, waarna mijn zus het woord ‘aanvaarding’ uitsprak.

Precies. Ik wil mij niet laten kisten door negatieve gedachten. Vooral omdat ik de concrete invloed heb ervaren van een positieve levensinstelling. Noem het wilskracht, uitstraling of mindfulness. Effect heeft het beslist. Als ik ergens enthousiast over ben, dan komt deze instelling vanzelf weer.

Juist in lastige situaties is het een kunst om een constructieve gemoedstoestand vast te houden. Voordat je het weet, ga je afdwalen. Dit hangt volledig samen met vertrouwen; de tegenhanger van angst. Angst verlamt. Terwijl vertrouwen ruimte geeft aan creativiteit en flexibiliteit. Precies die twee eigenschappen zijn weer handig om uit een lastige situatie te ontsnappen. Bij een onvermijdelijke situatie is flexibiliteit van geest nodig om deze te aanvaarden.

Via aanvaarding lees ik over de acceptance and commitment therapy. Deze therapie bestaat uit zes samenhangende kernprocessen die helpen om te focussen. Dit zijn ze.

  • Cognitieve defusie: het leren scheiden van gedrag en kennis, ideeën of overtuigingen. Je kunt iets anders doen dan je gedachten je ingeven.
  • Mindfulness: oordeelvrij in het hier-en-nu je ervaringen observeren en ondergaan zonder actie te ondernemen.
  • Acceptatie: leren te stoppen met vechten tegen onvermijdelijke zaken in het leven.
  • Zelf-als-context: jezelf leren zien in samenhang met je omgeving.
  • Verhelderen van waarden: bepalen wat echt waardevol is in het leven, zoals gezondheid, relaties, vriendschap, ontwikkeling, spiritualiteit en creativiteit.
  • Toegewijde actie: de bereidheid om je gedrag stap voor stap te veranderen in de richting van de waarden waaraan je jezelf hebt verbonden.

Laat ik het zo zeggen. Stel dat iedereen het leven makkelijk vindt. Dan is er ook geen markt voor mindfulness en aanverwante benaderingen. Dat zou toch jammer zijn.

(Bron kernprocessen: Wikipedia.)

(PS. Op 30 augustus 2022 heb ik per ongeluk negen jaar bloggeschiedenis gewist. De logjes zijn definitief weg van Raam Open, maar bestaan nog als kladversie in Word. Veel daarvan is verouderd en nu minder relevant. Maar sommige logjes geven goed weer wat ik blijvend belangrijk vind en hoe ik momenteel in het leven sta. Daarom verschijnt hier een korte serie van die eerder gepubliceerde logjes.)