Onverklaarbare intuïtie

Ogenschijnlijk was er geen verband. Op een dag zag ik een emmer staan naast de panelen op het platte dak. Er was dus iemand geweest, hiernaast. Kennelijk waren de panelen gewassen en ontdaan van Saharazand. Bruin zand.

Het was ochtend, een paar weken later. Ik lag in bed en was net wakker. Ik moet naar de schoorsteen kijken, dacht ik. Out of the blue. Het was een volkomen geïsoleerde gedachte. Er was geen enkel verband met wat ik even daarvoor had gedacht of met wat ik die dag nog ging doen. Toch moet mijn onderbewustzijn een link hebben gelegd met een andere waarneming, die al bijna in vergetelheid was geraakt.

Ik moet op zolder gaan kijken naar de schoorsteen en naar de woning-scheidende wand. Binnen, onder het dak. Waar dat grenst aan het dak van de buurman. Die slang.

Soms werkt intuïtie als een waarschuwingssignaal vanuit je onderbewustzijn. Dan besef je pas achteraf hoe je op een bepaalde gedachtegang kwam. Soms blijft intuïtie onverklaarbaar. Maar ook bij de uiterst zeldzame, volkomen onverklaarbare voorvallen heeft intuïtie mij altijd beschermd.

Er is iets aan het veranderen

Er was een aanloopje voor nodig, maar het lijkt erop dat ik een goed schrijfritme te pakken heb gekregen. Niet hier, maar op mijn andere website. Als je een massa informatie hebt verzameld, en vervolgens voor een andere wijze van presenteren kiest, dan vergt dat in praktische zin nogal een omschakeling. Het belangrijkste is wel om steeds te bedenken hoe ik het verhaal wil vertellen. Ja, chronologisch. Dat is makkelijk. Maar met welke insteek? En met welke zin begin je?

Een van de grootste hindernissen heb ik nu achter de rug. Dat was één van de hoofdonderwerpen in het verhaal waarop ik vorig jaar bijna vastliep. Het was te omvangrijk en er is al 3.200 keer door anderen in boekvorm over gepubliceerd. Vanzelfsprekend ging ik dat heel anders doen. Maar hoe? Uiteindelijk vond ik de juiste vorm. Namelijk: door exact te benoemen wat het probleem was (de onoverzichtelijkheid van de situatie). En door er letterlijk met een wijde boog omheen te gaan (qua perspectief).

Inmiddels heb ik een line-up gemaakt van onderwerpen voor de eerstvolgende twintig logjes. Die line-up is flexibel. De line-up is gebaseerd op een overkoepelend verhaal, met een tijdlijn, een logische opbouw, een aantal micro-onderwerpen die in een soort kader-logjes op een gepast moment ingevoegd worden, en een aantal kleinere verhaallijnen van personen en sub-onderwerpen die regelmatig op verschillende locaties terug zullen komen. Daarin verweven komen tussendoor ook periodieke overzichtjes. Bovendien verbind ik alles met verwijzingen naar relevante pagina’s en logberichten. De verhaallijnen heb ik in mijn hoofd.

Mijn nieuwe schrijfritme werkt als volgt. Eerst kijk ik naar het volgende onderwerp in de line-up. Dan sprokkel ik alle relevante stukjes uit mijn ‘verzameld bronmateriaal’-document bij elkaar. Die plak ik in mijn ‘website logjes’-document. Dan lees ik alle stukjes nog eens door. Daarna ga ik er een nachtje over slapen. Meestal heb ik de volgende ochtend wel globaal een idee van wat ik wil vertellen. En dan schrijf ik beetje bij beetje alle snippers informatie aan elkaar. Althans, dat is de bedoeling.

Het schrijfproces laat zich niet forceren. Ik moet in een soort ontspannen-constructieve-positieve-creatieve gemoedstoestand verkeren. Dat werkt het beste. Zo niet, dan wordt het een eindeloos gepruts met woordjes heen en weer schuiven en veel blindstaren. Maar het allerbelangrijkste is het inspiratiemoment. Het moment waarop ik een ingeving krijg voor de juiste insteek of voor de eerste zin.

Wat trouwens meehelpt, is dat anderen mijn onderzoek serieus nemen. Daardoor gaat het schrijven met de dag beter.

Bekijk het eens vanuit een andere positie

In mijn duffe hoofd zit ik nog na te tollen van gisteren, toen er iets losschoot in een spaak gelopen kwestie. De buurman. Het toewerken naar een doorbraak en een oplossing vergt al mijn denkkracht, fysieke energie, creativiteit en strategische kennis. Daarom moet ik dit stap voor stap doen. Maar. Draai een kwart slag en bekijk de zaak dan opnieuw.

Want waarom denkt de buurman al 35 jaar lang dat hij het zich kan permitteren om maling te hebben aan zijn naast wonende buren? Kennelijk komt hij altijd weg met wat hij doet. Ik dacht eerst dat dit kwam, omdat hij zijn imago mee heeft. Het is nu tenslotte een oude en fysiek kwetsbare man.

Flarden van gesprekken met vorige eigenaren en oude buren komen weer boven. Uitspraken, die ogenschijnlijk weinig verband met elkaar houden, vallen samen met mijn eigen ervaringen in de afgelopen jaren. En dan de laatste woorden, die buurman tegen mij heeft uitgesproken: ‘Als je nog één keer over het onderhoud begint, dan gebeurt er wat!’ Ik dacht toen bij mezelf: Wie breng je daarvoor mee dan?

Ja, bekijk de zaak eens vanuit een andere positie. Kijk ook naar welke andere partijen erbij betrokken waren. Oorspronkelijk, in de jaren tachtig. En beschouw hoe bepaalde instanties zich naar mij toe hebben opgesteld. Ik ben degene die hier pas veel later is komen wonen, maar nog altijd met de nasleep van toen geconfronteerd wordt. Tot besluit: de Vraag der Vragen. Hoe zit het met de financieringsstromen?

Dus had ik opnieuw een e-mail verzonden naar een van de betrokken partijen. Een partij die de buurman bijstond en mijn bericht al een jaar lang niet had beantwoord. Ik had daarin een vergelijking gemaakt met de toeslagenaffaire. Gewoon, omdat ik in precies zo’n zelfde nachtmerrie-scenario ben beland. En verder had ik bij een andere betrokken partij een gesprek aangevraagd, met vermelding dat de kwestie mij na twee jaar nog bijzonder hoog zit. Omdat er voor mij niets is opgelost, terwijl er een compleet hulpverlenerscircus om mijn arme ‘kwetsbare’ buurman heen draait.

Die buurman heeft zijn dreigement inderdaad korte tijd later waargemaakt. Hij heeft zijn buurvrouw met alle mogelijke verzinsels en onbekende ‘vertrouwelijke informatie’ bij een officiële instantie zwart gemaakt.

Ja. Kijk naar een Engelse detectiveserie en het is immer hetzelfde verhaal. Je wordt steeds tot het eind toe op een dwaalspoor gezet door de vele zijdelings spelende en minder relevante schandalen, die door het onderzoek naar de moordenaar worden opgerakeld. Iedereen heeft wat te verbergen. Niemand, inclusief meerdere betrokken partijen, uitgezonderd.

Dat gesprek heeft een openingetje opgeleverd en nu beginnen de radertjes opnieuw te draaien.

Hou je echt van mij?

Hoe vaak komt het in je relatie voor, dat je je afvraagt of de ander wel echt van jou houdt? Hoe weet je of de ander, ongeacht de reden, niet slechts doet alsof? Hoe vaak is er twijfel? En hoe vaak denk jij, of denkt de ander: ‘Als je toch eens wist …’ Een verleidelijke oogopslag en een lonkend gebaar zeggen namelijk niks.

Gelukkig is de tijd van onzekerheid voorbij. Wil je zeker weten of je partner jou echt aantrekkelijk vindt, dan kunnen jullie vanaf nu een test doen, samen. Die test wijst onverbiddelijk uit of de liefde tussen jullie waar is, of niet. (Al is seksuele aantrekkingskracht wel wat anders dan houden van, maar dat terzijde.)

‘Het zijn de onzichtbare, interne signalen zoals huidgeleiding en hartslag’ die ware aantrekkingskracht verraden. Onderzoek van psycholoog Eliska Prochazkova toont aan ‘dat oude evolutionaire mechanismen nog steeds een enorme impact hebben op ons gedrag.’ En die conclusie lijkt mij dan weer een mooie onderbouwing van het gezegde dat civilisatie weinig meer is dan een dunne laag vernis.

Dus, als je absoluut zeker wilt weten dat je partner de juiste voor je is …

Naar een andere dimensie

‘Sorry voor het ongemak.’, zegt ze. Ze heeft zojuist vertelt dat er iets mis is gegaan met de afspraak. Daardoor vervalt de helft van de beschikbare tijd. Over ongemak gesproken. ‘Er gaan al zo veel dingen mis in mijn leven.’ Het is er ineens uit. Het was niet mijn bedoeling om het daar hardop te zeggen. Dat doe ik alleen thuis.

En als ze daarna vraagt of ik erover wil praten, zeg ik dat ik toch niet terecht kan bij haar. Het woordje ‘nu’ in deze zin valt weg. Nu, bedoel ik, want tijd is weer schaars. Door al het gepraat resteert er nog minder van. Dat is wat ik denk. Ik voel mij opgejaagd; er is kennelijk haast, en wat ik bedoel, komt er beroerd uit.

Escaleren. Werkwoord. Stapsgewijs toenemen in omvang, intensiteit. Uit de hand lopen.

Functionele escalatie. Overdragen van een incident, probleem, of toewijzing aan een technisch team met meer expertise om bij de escalatie te assisteren.

Binnenkort heb ik een gesprek. Frappant genoeg heeft dat vooruitzicht direct effect. Want zo’n gesprek met een professional wil ik voorbereiden. Hierdoor ontstaat een breuk in een vast gedachtepatroon. Zelfs is er even de herkenning van een oudere mentale staat. Eentje die naar het era van de Grote Reizen teruggaat. Een periode vol nieuwe ervaringen, die enkele momenten van luciditeit veroorzaakten. Dan is het alsof je een opening naar een andere dimensie ontwaart.

Deze ervaring vormt een mooi bruggetje naar de 2Doc documentaire Blue Monday. Daarin komen drie jonge mensen aan het woord, die psychoses hebben meegemaakt. Bij een persoon leidde zijn psychoses hem uiteindelijk naar zijn biologische vader. Bij een ander wordt vooral inzichtelijk hoe hij worstelt met zijn positie en de verwachtingen van onze maatschappij. De derde persoon is het meest aards. Zij mist haar psychoses weleens. De meeste mensen zien enkel de waanzin of de ziekte als probleem. Maar: ‘in andere culturen wordt een psychose als bron van wijsheid en inzichten gezien.’

Overigens, een vroegere ervaring met een coach leerde mij dat je mentaal stevig in je schoenen moet staan om goed met sommige hulpverleners om te gaan.

Vol goede moed

‘Fijne kerstdagen en vol goede moed, vertrouwen en positiviteit het nieuwe jaar in! Groetjes, J.’ staat er op het kaartje dat een straatbewoonster eind 2020 bij mij in de bus stopt. We kennen elkaar van de feestcommissie. Toen ik bij het samenstellen van de foto-expositie op een bijzonder detail uit het verleden stuitte, was zij degene die de meeste interesse toonde in het vervolg van mijn zoektocht en het uiteindelijke verhaal.

De foto-expositie is voor mij een project van uitersten gebleken. Het was naar buiten toe een regelrecht succes. Tegelijkertijd ik heb ook meerdere hoofdpijndossiers voor mijn kiezen gekregen. En met één van die dossiers ben ik nog steeds bezig.

We worden allemaal weleens geconfronteerd met kwesties waaraan veel haken en ogen zitten. Soms loop je tegen complicerende regels aan. Daar kan je misschien creatief mee omgaan. Soms tref je iemand die dwarsligt uit volle overtuiging. Dan kan behoedzaam gemanoeuvreer en diplomatie helpen. Vooral bewust bot en onachtzaam gedrag vind ik echt storend en onverdraaglijk.

Of je behendig met hindernissen om kan gaan, hangt sterk af van je eigen vitaliteit. Voor wat dat inhoudt, grijp ik terug op een stukje tekst uit een oud log:

‘Er staat thuis al weken een mailtje in mijn inbox. Het is van een coaching bureau waarbij ik ooit een persoonlijk balanstraject heb gevolgd. Ik bewaar er goede herinneringen aan. Cees van den Eijnden is de auteur en hij schrijft over vitaliteit. Kort samengevat:

Vitaliteit omvat drie dimensies:

  • Energie: de mate waarin je je energiek, sterk en daadkrachtig voelt.
  • Motivatie: de mate waarin je doelen stelt in het leven en er naar streeft die te bereiken.
  • Veerkracht: de mate waarin je in staat bent om met de (dagelijkse) problemen en uitdagingen om te gaan.

 Vitaliteit wordt gevoed door drie bronnen:

  • Mentaal: je staat sterk in je schoenen.
  • Fysiek: je voelt je sterk en gezond.
  • Sociaal: je voelt je verbonden met je omgeving en de maatschappij.

Daarnaast word je beïnvloed door sociaal-demografische kenmerken, je omgeving en leefstijlfactoren (bewegen, voeding, ontspannen, en de balans daarin).’

Mijn vitaliteit is tegenwoordig minder dan ik zou willen. Daarom verwacht je dat de woorden van de buurtbewoonster hierboven voor mij bestemd zijn. Maar ik twijfel. Soms wensen we een ander datgene toe wat we onszelf toewensen. Goede moed, vertrouwen en positiviteit in het nieuwe jaar. Het zijn de woorden van iemand die toen wachtte op de uitslag van een test. Dit jaar zal waarschijnlijk haar laatste worden.

Als je half blind bent

Vanwege de gasbel zit ik nu tijdelijk met een nagenoeg blind linkeroog. Ik ontwaar alleen wazige schimmen en kleuren. Een gele massa is de zithoek en een verticale donkere rechthoek is de opening naar de keuken toe. Links en rechts zie ik lichte beige vlakken, dus dat zullen de ramen wel zijn. Wanneer ik met gestrekte armen mijn handen beweeg, kan hun aanwezigheid mij makkelijk ontgaan. Ik zou dus niet graag zonder reserveoog door het leven willen gaan.

Tegelijkertijd is het wonderlijk hoe goed en snel onze hersenen gebreken compenseren. Werkt ons linkeroog niet, dan schakelen we direct over op ons rechteroog. Iets dergelijks gebeurt ook bij een maculagat, dus bij een vervorming in een van beide ogen. Desondanks verandert het totaalbeeld nauwelijks. Wel laten diepte en afstand zich met één oog minder makkelijk inschatten. Tenminste, als je gewend bent om met twee ogen te kijken. Stoeprandjes en traptreden zijn voor mij nu behoorlijk misleidend. En voordat ik een weg oversteek, kan ik mijn hoofd maar beter wat verder draaien. Een blinde hoek is er niets bij.

Daarom mag ik nu ook geen auto rijden. Fietsen doe ik evenmin. Vanmorgen heb ik wel voor het eerst weer een winkelwagentje bestuurd. Dat was nogal een exercitie. Bij de groenteafdeling ramde ik bijna een plasticzakjeshouder van een kast af – die had ik dus even gemist – maar verder ging het prima. Mogelijk heb ik ook een paar buren beledigd door ze straal voorbij te lopen, maar ik ben in elk geval zonder kleerscheuren thuisgekomen.

Een piepklein flesje vormt echter de grootste uitdaging. Drie maal daags moet ik een druppeltje desinfecterende vloeistof in mijn ‘oogzakje’ droppen. Dat is een zeer precies werkje, terwijl ik onmogelijk kan zien wat ik aan het doen ben. Nou, ik weet het weer zeker: zulke flesjes worden gegarandeerd zonder inspraak van de gebruikers ontworpen. Ik verdenk de farmaceut zelfs van opzettelijke belemmering. Ga maar na: hoe meer druppels er naast een oog vallen, hoe meer flesjes iemand nodig heeft. Het gevecht met de kitspuit was er niets bij.