Over dankbaarheid en goud

‘Weet je wat jij eens zou moeten proberen?, vroeg haar oom. ‘Een dankbaarheidsdagboek bijhouden.’ Hij had haar er speciaal voor gebeld. Dat kwam niet zo vaak voor, dus was het echt belangrijk. Journalist Francine Postma vindt altijd wel iets om over te piekeren, en ze is geen lachebekje. Dit schrijft ze zelf in een oude Libelle. Ze wantrouwt positivo’s. Van die mensen met wie het altijd goed gaat. En zo niet, dan slaan zulke types zich toch moedig door een zware periode heen.

Volgens doe-het-zelf goeroes kan je jezelf trainen om wat vaker tevreden te zijn. Om het allemaal niet zo somber in te zien. Want wie goed doet, goed ontmoet, enzovoort. Tevredenheid schijn je te kunnen trainen of aan te kweken, vergelijkbaar met een spier. Volgens het artikel is een dankbaarheidsdagboek bijhouden om te beginnen een goede manier. Je moet … nee: je mag elke dag drie dingen opschrijven waarvoor je dankbaarheid ervaart.

Ik heb kort overwogen om dit een tijdlang te proberen op Raam Open. Als een stok achter de deur, want anders stop ik er snel mee. Maar voor internet is zo’n dagboek mij te privé. (Goede smoes, hè?)

Wel geloof ik dat zo’n dankbaarheidsdagboek kan werken om een terugkerende negatieve gedachtegang te doorbreken. Die gedachten volgen namelijk een steeds dieper uitgesleten vast patroon. Het gaat er om dat je een nieuwe weg inslaat, die geleidelijk aan beter begaanbaar wordt. Dat doe je door jezelf ertoe te zetten om elke dag drie zaken op te schrijven waarvoor je dus dankbaar bent.

Nou vooruit, oké dan, een eerste aanzet.

  1. Ik ben dankbaar voor de foto’s die vandaag best goed gelukt zijn.
  2. Ik ben dankbaar voor het feit dat de bloemen van de hortensia’s dit jaar niet verschroeid zijn. Er zit zelfs een ragfijn gouden blad bij.
  3. En ik ben dankbaar, omdat de camera van mijn oude smartphone nog steeds goed werkt.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Gatenkaas

Onlangs schreef mijn zus dat de loslopende kippen haar in de tuin op de voet volgen wanneer zij daar bezig is. Officieel zijn het wyandottes, maar ik noem ze winandotjes. Die kippen zijn natuurlijk niet gek. Zodra je in de grond gaat rommelen, komen er lekkere dikke wormen tevoorschijn. En wormen, daar zijn kippen verzot op. Ik wilde wat terugschrijven over haar … uh … groepje kippen. Roedel kippen? Vlucht kippen? Zwerm kippen? Volkje kippen? Kudde kippen? Ach kom, hoe noem je zo’n troepje pluimvee nu toch?

Het overkomt mij wel vaker dat een woord mij niet te binnen wil schieten. Vooral woorden die slechts af en toe de revue passeren. Deze keer wist ik het ineens weer: een toom kippen! Jawel. Gelukkig, ik ben nog niet aan het dementeren.

Bij bovenstaande foto probeer ik ook al een hele tijd een verhaal te verzinnen. Die druppelvormige rand … die doet mij denken aan iets wat ik ooit zag. Maar wat?

Pasgeleden had ik trouwens een vergelijkbaar probleem met een woord van vier lettergrepen. Vier lettergrepen, dat weet ik nog exact. Maar welk woord het was, dat ben ik vergeten.

Bijvangst

Nu ik voor mijn onderzoek met feiten uit het verleden bezig ben, gaat het gebeuren uit het heden langs mij heen. Ik registreer het en daar blijft het bij. Er wordt al genoeg over gezegd.

En passant lees ik over zo veel bizarre voorvallen, dat fantasie niet langer nodig is. Een alledaags oorlogsdagboek is voldoende. Oorlog haalt het mooiste en het slechtste in mensen naar boven. De verhalen over de belevenissen van gewone mensen zijn veelzeggend genoeg.

Het zijn de feitelijke situaties, vermeld met weinig woorden en emoties, die de beste aanwijzingen herbergen en tot nadenken aanzetten. En het is deze bijvangst, die het meeste toevoegt.

Mijn lens in vier delen

Gisteren is mijn ooglens vervangen door een intra-oculair exemplaar. Kortom, ik ben geopereerd aan staar. Nu draag ik voor de rest van mijn leven een lichaamsvreemd stukje plastic mee. Er hoort zelfs een paspoortje bij: een ‘Patient Lens Implant Identification Card’. Dus als ze weer vragen of ik een prothese heb, dan zeg ik voortaan ‘ja’. Zouden kronen op kiezen ook tot de gebitsprotheses worden gerekend?

De lijst met dingen die ik moet noemen wordt langer met het jaar. Heeft u allergieën? Jazeker. Voor een bepaald soort penicilline, maar welke weet ik niet. Het werd veertig jaar geleden toegediend en nu valt niet meer te achterhalen om welk middel het ging. Daarom is het telkens spannend of een antibioticum bijwerkingen geeft. Vreemd eigenlijk. Bij elke behandeling worden allerlei gegevens genoteerd, behalve feedback over welke antibiotica iemand verdraagt of niet. Dat zou ik wel in een paspoortje willen zien.

Bij een operatie zonder narcose kan je precies volgen wat er gebeurt en de oogarts vertelde steeds met welke handeling hij bezig was. Mijn lens is voor verwijdering in vier delen geknipt en daarna werd de nieuwe lens ingebracht. Ik vind het wonderbaarlijk wat er mogelijk is op medisch gebied. Een staaroperatie is overigens wel minder spectaculair dan een operatie van een makulagat. Dat vond ik pas echt razend interessant.

Waarschijnlijk kom ik nooit meer helemaal van een lichte vervorming in mijn blikveld af. Maar de nieuwe lens heeft mijn bijziendheid verminderd, dus dat is een voordeel. Nu nog drie weken oogdruppels toedienen en dan moet het goed zijn. Hoop ik. Want in de lijst met bijwerkingen staat onder meer dit: ‘kans op verkalking van het hoornvlies’, ‘risico op toegenomen oogdruk’, ‘verhoogd risico op opportunistische ooginfecties’, ‘kans op ontwikkeling van cataract’.

Cataract? Da’s toch een ander woord voor ‘staar’?

Keer het lijsttrekkersdebat om

Wat moet ik als kiezer met een debatprogramma waarin de lijsttrekkers van de acht grootste partijen hun vaste posities innemen en tegen elkaar gaan strijden? Draai de formule om en betrek gelijk alle andere partijen erbij.

Ik wil een tv-programma waarin de tien grootste vraagstukken voor de komende jaren aan de lijsttrekkers van alle partijen worden voorgelegd. Ik wil dat zij de opdracht krijgen om daarover goed na te denken. En het enige wat de lijsttrekkers vervolgens mogen doen, is op de meest constructieve manier samenwerken. Ik wil zien wie er creatieve oplossingen kan bedenken. Ik wil zien hoe onze politici ruimte bieden aan andersdenkenden. En ik wil zien hoe zij onbevangen iedereen bij de discussie betrekken. Je weet wel: met een open mind.

Zodra er overeenstemming is bereikt (er gaat niemand de deur uit voordat het zover is), dan wil ik zien welke concrete benaderingen van de vraagstukken zij voorstellen.

Dus SMART-geformuleerd en volledig op basis van people, planet, profit-normen.

Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Ik deed dit vijftien jaar geleden al op mijn werk.

Vol goede moed

‘Fijne kerstdagen en vol goede moed, vertrouwen en positiviteit het nieuwe jaar in! Groetjes, J.’ staat er op het kaartje dat een straatbewoonster eind 2020 bij mij in de bus stopt. We kennen elkaar van de feestcommissie. Toen ik bij het samenstellen van de foto-expositie op een bijzonder detail uit het verleden stuitte, was zij degene die de meeste interesse toonde in het vervolg van mijn zoektocht en het uiteindelijke verhaal.

De foto-expositie is voor mij een project van uitersten gebleken. Het was naar buiten toe een regelrecht succes. Tegelijkertijd ik heb ook meerdere hoofdpijndossiers voor mijn kiezen gekregen. En met één van die dossiers ben ik nog steeds bezig.

We worden allemaal weleens geconfronteerd met kwesties waaraan veel haken en ogen zitten. Soms loop je tegen complicerende regels aan. Daar kan je misschien creatief mee omgaan. Soms tref je iemand die dwarsligt uit volle overtuiging. Dan kan behoedzaam gemanoeuvreer en diplomatie helpen. Vooral bewust bot en onachtzaam gedrag vind ik echt storend en onverdraaglijk.

Of je behendig met hindernissen om kan gaan, hangt sterk af van je eigen vitaliteit. Voor wat dat inhoudt, grijp ik terug op een stukje tekst uit een oud log:

‘Er staat thuis al weken een mailtje in mijn inbox. Het is van een coaching bureau waarbij ik ooit een persoonlijk balanstraject heb gevolgd. Ik bewaar er goede herinneringen aan. Cees van den Eijnden is de auteur en hij schrijft over vitaliteit. Kort samengevat:

Vitaliteit omvat drie dimensies:

  • Energie: de mate waarin je je energiek, sterk en daadkrachtig voelt.
  • Motivatie: de mate waarin je doelen stelt in het leven en er naar streeft die te bereiken.
  • Veerkracht: de mate waarin je in staat bent om met de (dagelijkse) problemen en uitdagingen om te gaan.

 Vitaliteit wordt gevoed door drie bronnen:

  • Mentaal: je staat sterk in je schoenen.
  • Fysiek: je voelt je sterk en gezond.
  • Sociaal: je voelt je verbonden met je omgeving en de maatschappij.

Daarnaast word je beïnvloed door sociaal-demografische kenmerken, je omgeving en leefstijlfactoren (bewegen, voeding, ontspannen, en de balans daarin).’

Mijn vitaliteit is tegenwoordig minder dan ik zou willen. Daarom verwacht je dat de woorden van de buurtbewoonster hierboven voor mij bestemd zijn. Maar ik twijfel. Soms wensen we een ander datgene toe wat we onszelf toewensen. Goede moed, vertrouwen en positiviteit in het nieuwe jaar. Het zijn de woorden van iemand die toen wachtte op de uitslag van een test. Dit jaar zal waarschijnlijk haar laatste worden.

Writer’s block opgelost

Had ik al verteld dat ik bezig ben met het schrijven van een boek? Ja, echt. Ik heb genoeg materiaal verzameld tijdens het onderzoek. Non-fictie schrijven is alleen wel wat anders dan vrije stijl stukjes publiceren op een blog.

Om te beginnen helpt het als je boven de materie staat. Dat vergt kennis van zaken op basis van betrouwbare informatie. In mijn geval betreft het een klein deelonderwerp uit het grote geschiedenisverhaal over de Tweede Wereldoorlog. Nu zijn er nogal wat mensen (99% mannen) die zich expert wanen op dat gebied. Dus moet alles kloppen en verifieerbaar zijn.

Verder moet je een logische structuur kunnen aanbrengen in een massa informatie. Dat ben ik bij uitstek goed in. Check. Eerst heb ik een globale indeling gemaakt op basis van de tijdlijn. Hierdoor kwamen als vanzelf de belangrijkste hoofdstukken tevoorschijn. Vervolgens ben ik twee weken zoet geweest met het verdelen van alle brokstukken informatie, die uit tientallen bronnen afkomstig zijn. (En nog dagelijks volgen er nieuwe feiten.)

Dan kan eindelijk het echte schrijfproces beginnen.

Uhm, ja.

Zoals gezegd: je moet boven de materie staan en daarvoor moet je een kenner zijn. Ik daarentegen, was er niet bij in 1944/’45. Ik moet mijn verhaal baseren op wat anderen hebben geschreven. Vaak geven zij verschillende versies van dezelfde situaties met allemaal wat extra’s er bij. Dat hoeft geen probleem te zijn. Zij het dat ik hun stemmen uit mijn hoofd moet krijgen, voordat ik in mijn eigen woorden en in mijn eigen stijl over precies die zaken kan vertellen waaruit mijn eigenste verhaal ontstaat.

De afgelopen anderhalve week ben ik met andere dingen bezig geweest en dat is funest gebleken. Want als je iets schrijft op pagina 8, dan moet je uit je hoofd weten wat er volgt op pagina 83. Zo niet, dan raak je de draad van je verhaal kwijt of ga je dingen dubbel schrijven. Terwijl hier nu juist een heleboel losse feiten samenhangen en nauwkeurig in elkaar moeten grijpen.

Een paar uur lang zag ik het heel somber in. Dit ging mij toch niet weer gebeuren, hè? Dat ik aan iets was begonnen, wat te groot voor mij zou worden. Of dat ik aan iets was begonnen, wat ik niet goed af kon ronden. Om welke reden dan ook.

Uiteindelijk heb ik de imminente blokkade zelf losgewrongen. Door afstand te nemen. Door terug te keren naar de structuur. Door aan te vangen met een logisch detail. Een detail dat precies paste op pagina 8 in het verhaal. Waarna de rest vanzelf kwam.