Gemeenten gooien alles overboord

Sinds 2015 doen gemeenten de gekste dingen om te bezuinigen. Eeuwenoude panden worden verpatst en hele bomenrijen omgehakt. Handelaren in vastgoed slaan hun slag. Oorzaak is de jeugdzorg, waar gemeenten sinds 2015 voor opdraaien, terwijl de overheid het bijbehorende budget heeft gekort. Ook onze gemeente heeft nu een begrotingsgat. Het gaat om vijf miljoen euro. Daarom wordt aan bewoners gevraagd om mee te denken. Hoe kan de gemeente extra inkomsten genereren en waarop kan worden gekort?

Ik heb mij eens voor een burgerpanel aangemeld. Daarom kreeg ik onlangs een vragenlijst voorgelegd. De keuzes zijn best moeilijk, wanneer je over concrete mogelijkheden nadenkt. Een gemeente is geen bedrijf en de opties zijn wettelijk beperkt. Daarbij heb ik moeite met gesloten vragen. Je moet dan kiezen tussen a of b of c, terwijl er weinig ruimte is voor de bijbehorende nuancering. Maar bovenal mis ik optie d.

Optie d, dat is terug naar het begin. Terug naar het totaalplaatje. Optie d gaat over de oorzaak. Daar wordt, volgens mij, te weinig naar gekeken. En dat is nodig voordat men aan oplossingen denkt. Alles hangt met alles samen. Je kan de oorzaak niet ontwijken, ook al is de realiteit pijnlijk. Maar daar gaat men dus liever aan voorbij.

Mag ik even? Goed. Ik vind het te zot voor woorden dat er van alles rucksichtslos wordt opgeofferd voor de jeugdzorg. Zo, het is er uit. Er bestaan Nederlandse gemeenten waar 40% van de jeugd een beroep doet op hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdzorg. VEERTIG PROCENT!!! Kom op zeg! Uit pure ergernis heb ik het krantenartikel weggegooid waarin dat stond. [Correctie achteraf: Heerlen is koploper met 18% van de jeugd. Gemiddeld is het 10%. Maar we gaan verder, want de begrotingsproblemen bij de gemeenten zijn reëel. Circa 1 op de 5 gemeenten heeft een tekort van 40% op de jeugdzorg (april 2019).]

Om te beginnen: moet heel Nederland opdraaien voor elke kwaal in het DSM-handboek? Dat handboek voor de classificatie van psychische stoornissen is opgesteld door een specifieke beroepsgroep. Er hebben ongetwijfeld goedbedoelende deskundigen aan gewerkt. Maar ze creëren hiermee wel hun eigen markt.

Je hoeft mij niet te vertellen hoe de hulpverleningswereld in elkaar steekt, want daarin heb ik zelf gewerkt. U vraagt, wij draaien, terwijl het prijskaartje elders wordt neergelegd. Tot er van buitenaf grenzen worden gesteld. Over die grenzen zouden we het nog eens moeten hebben.

Bij de uitvoering van de jeugdzorg heb ik ook enkele bedenkingen. Zoals: waarom worden kinderen van ouders, met twee auto’s voor de deur, door een speciaal taxibusje vijf dagen per week naar school gebracht? Terwijl die ouders allebei parttime werken.

En waarom zitten er zo veel instellingen voor psychiatrische patiënten op lommerrijke locaties in luxueuze panden? Waarom is de zorg geprivatiseerd en mogen zorgaanbieders tot wel 40% winst maken? (Ander krantenartikel, ook uit grote ergernis weggegooid.)

Als we toch bezig zijn: waarom gaat er nu weer een half miljard euro extra naar het onderwijs, terwijl het zichzelf verrijkende deel van de manage- mentlaag ongemoeid blijft? Praat met de leraren die al die kinderen met ‘rugzakjes’ in overvolle klassen les geven. Ze benoemen allemaal de problemen met bureaucratie en de deels overbodige bestuurslaag.

Overigens mogen ouders ook wel even naar hun eigen houding kijken. Zijn de verwachtingen misschien een beetje doorgeschoten? Wie is er nu eigenlijk verantwoordelijk voor welk deel van de opvoeding?

Terug naar die hoge percentages jongeren in de jeugdzorg. We leven in een doorgedraaide prestatiemaatschappij waarin iedereen van jongs af aan perfect moet zijn en dat is niet normaal. Het gevolg is dat kinderen onder meer als ‘hulpbehoevend’ worden aangemerkt, omdat ze niet aan hooggespannen verwachtingen voldoen.

Vervolgens betreden ze een arbeidsmarkt waar te weinig zinvolle banen zijn voor mensen die niet in een hokje passen of qua opleiding onderaan de maatschappelijke ladder staan. Daar zouden werkgevers eens wat aan moeten doen.

Onze prestatiemaatschappij doet mensen naar pijnstillers en verslavende middelen grijpen, met alle gevolgen van dien. Kinderen van verslaafde ouders zijn evengoed slachtoffer. Ook zij belanden bij jeugdzorg. Daarom moet naar de maatschappelijke oorzaak worden gekeken. En er moet bij de bron worden ingegrepen. Oh, toevallig zijn we Europa’s Narcostaat nummer één.

Verder: het wordt hier nogal vol. De VVD verwelkomt bedrijven en hoogopgeleiden, terwijl juist zij een onevenredig lage belastingaanslag en diverse voordeeltjes krijgen. Tegelijkertijd laat politiek links de deur liefdevol wagenwijd open voor ‘vluchtelingen’ van divers allooi. (Vreemd genoeg wordt mij daarover niets gevraagd.)

Het gevolg is dat we sinds 2014 met een paar honderdduizend volwassenen en kinderen opnieuw zijn begonnen vanuit een grote achterstand. Benodigd: scholing, psychosociale begeleiding, sociale huisvesting, traumaverwerking, zorgkosten en jarenlange bijstand. Uiteraard voor een deel bekostigd vanuit de jeugdzorg. Bepaalde groepen leven al dertig jaar van uitkeringen. Circa 70% van de volwassen Somaliërs zit langdurig in de bijstand. Dat percentage is echt schrikbarend.

Maar ja, daar mag ik natuurlijk niets over zeggen. Dus gaan we geld voor parkeervergunningen vragen. Alles is goed, zolang we de werkelijke oorzaken van de tekorten bij gemeenten en de snel stijgende (sociale) zorgkosten niet onder ogen hoeven komen.

Kortom: van mij mogen gemeenten op het Malieveld protesteren met deze boodschap: Beste regering, ga zelf eens passend beleid maken.

In de wachtkamer van de huisarts

Maandagochtend, 8:15 uur. In de wachtkamer zitten her en der wat mensen. Ik groet de aanwezigen. Een mevrouw op de stoel naast de kapstok kijkt mij vriendelijk en hoopvol aan. Een beetje zoals een mollig gezelschapshondje dat enthousiast begint te kwispelen. Ik neem plaats in de hoek, met tussen ons in een lege stoel. Van tafel pak ik een tijdschrift. Maar nog voordat ik erin kan bladeren, spreekt ze mij al aan.

‘Het lijkt wel alsof iemand een sigaar rookt, ik ruik een soort vanillegeur.’ Ik opper dat er misschien ergens zo’n geurding staat, zodat het aangenaam ruikt. Ze knikt. ‘Roken zal wel niet natuurlijk, want we zitten hier bij de dokter. En tegenwoordig rookt bijna niemand meer.’ Nu kijkt ze alsof ze dat toch wat spijtig vindt. Mij schiet het dagelijkse beeld bij de hoofdingang van het LUMC te binnen. ‘Dit doet me denken aan mensen die buiten voor het ziekenhuis staan te roken terwijl ze met buisjes op een infuus en een zuurstofapparaat zijn aangesloten.’

‘Vroeger rookte iedereen’, zegt de mevrouw. ‘Dat was je gewend. Mijn opa had een taxi- en vervoersbedrijf en daar stond het altijd blauw.’ Ik vertel over het glaasje met sigaretten dat bij veel verjaardagen op tafel kwam. ‘Oh ja,’ bevestigt zij, ‘sigaretten met en zonder filter en sigaretten met menthol. En ook van die dikke sigaren. Want er was altijd wel iemand die ze wilde. Ik kom uit een ondernemersgezin en mijn vader was hoefsmid. Als de boeren kwamen betalen – dat deden ze eens in de zoveel tijd – dan kregen ze een sigaar en een glaasje jenever. Dat werd dan helemaal tot de rand gevuld, met zo’n bolling erop. En dan bleven ze gezellig praten.’ We zitten allebei te glunderen; de gedachte hieraan doet ons genoegen.

Ze vertelt dat een man eens toenadering zocht, maar zij zag hem niet zo zitten. En hij rookte veel. Hij bleef maar aandringen. Uit nijd nam ze toen een keer een sigaret. Zo begon ook zij te roken. Ik zeg dat het best moeilijk is om te stoppen. Dat heeft zij toch gedaan. Zij had er eens een flinke discussie over met haar schoonzus, die de ene na de andere opstak. ‘Ik heb tegen haar gezegd: ‘Stel dat je in het ziekenhuis ligt en dat de artsen moeten kiezen tussen iemand die niet rookt en jou. Wie denk je dat ze gaan helpen?’

Dat was tegen het zere been. ‘Nou,’ had die schoonzus ertegenin gebracht, ‘jij bent toch dik? Dan kunnen ze ook wel zeggen: ‘Had je maar niet zoveel moeten eten!’ En dat was natuurlijk waar, vond ze zelf.

‘Maar ja,’ vergoelijkt de mevrouw, die inderdaad best stevig is, ‘je bent het van jongs af aan gewend, hè, dat er wat in je mond wordt gestopt. En je moet toch eten, nietwaar? Dus stop je twee, drie keer per dag wat in je mond.’ Ik beaam dat we het roken daarentegen pas op latere leeftijd hebben geleerd. Ze blijft bij haar onderwerp: ‘Ze kunnen mij alles in de mond stoppen’. Wat ze daarna zegt, ontgaat mij een beetje. In elk geval babbelt ze gezellig verder.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 2 Hebzucht

Gisteren dacht ik nog: ‘Zou je dat wel doen, een positieve wending geven aan die zeven hoofdzonden?’ Want luiheid is eenvoudig, maar dan de rest. De volgende hoofdzonde Avaritia (hebzucht) is bepaald een taaie. ‘Greed … is good’, zegt Michael Douglas als Gordon Gekko in de film Wall Street (1987). Je zou denken dat daar juist alle ellende mee begon. Dus valt er ook iets aardigs te ontdekken aan hebzucht?

Jawel hoor. Musea wereldwijd zijn maar wat blij met de hebzucht van rijke mensen. Want menige vermogende kunstverzamelaar wil uiteindelijk naam maken, imponeren en voor eeuwig iets tastbaars achterlaten. Zijn volledige kunstcollectie, bijvoorbeeld, met schilderijen van Rembrandt en Vermeer. Als zijn naam maar op het bordje naast het kunstwerk prijkt. Zo delen rijken hun kunstwerken publiekelijk met iedereen. Meestal zijn dat voorwerpen die voorheen eeuwenlang slechts in privékring waren te zien.

Geld is macht. Alleen moet je die macht wel uitoefenen. Bijvoorbeeld door stimulering of beïnvloeding van specifieke ontwikkelingen. Dus hebben de rijken zo hun particuliere projecten. Met hun kennis, contacten en vermogen kunnen ze problemen aanpakken die anderen laten liggen. Ik zie nog weinig in de plannen van Elon Musk. Maar Bill en Melinda Gates hebben met hun stichting nobeler doelstellingen. Waaronder een cruciale: vrije keuze voor geboortebeperking.

Naast geld en bezit omvat hebzucht een onstilbare honger naar aanzien, liefde, geluk en wijsheid. Materiële hebzucht komt naar mijn idee voort uit geestelijke armoede. Hoe rijk iemand ook wordt, geld en bezittingen zullen die leegte nooit vullen. Ze kunnen hooguit het leven veraangenamen. En je bent verblind als je denkt dat je met geld liefde of geluk kan kopen. Sommigen moeten eerst veel bezit vergaren om daar achter te komen.

Kijk je naar wijsheid, dan is hebzucht een goede zaak. Het is toch mooi als je een leven lang blijft leren en je mentaal blijft ontwikkelen. Evenals bij de hoofdzonde luiheid, wordt honger naar wijsheid pas een probleem als anderen daar onder lijden. Maar vaker lijden mensen onder het gebrek aan wijsheid bij de ander.

Smartphone op vakantie: lust of last?

Als EU-burgers kunnen we ons mobieltje nu vier maanden in het buitenland gebruiken, zonder extra kosten. Dus is het hek van het dam. De Volkskrant van afgelopen zaterdag wijdde er een artikel aan. We blijven maar naar dat schermpje staren, waar we ook zijn. We willen appjes van het thuisfront ontvangen. Filmpjes maken en naar achterblijvers sturen. Met Google Maps op pad gaan en recensies lezen over het restaurant waar we recht voor staan. We hoeven geen lokale inwoners aan te klampen, want we weten alles al. Zijn we dan nog wel op vakantie? Of blijven we met één been in ons vertrouwde leventje hangen?

In het buitenland ben ik er graag even helemaal uit. Dan hoef ik geen intensief contact met het thuisfront. Lange tijd was dat algemeen gangbaar. Tot begin jaren nul had niemand een smartphone. Je stuurde een kaartje per vakantie, soms twee. Je belde een keertje naar huis. En bij lange reizen stuurde je brieven, die je in den vreemde ook kon ontvangen per poste restante. Dat waren nog eens tijden. Ze kwamen pas een week later aan. Dan besef je wat het betekent om ver weg te zijn. Nu kan je moeilijk nog aan sociale verwachtingen ontsnappen. Waar je ook bent.

Jarenlang heb ik vakantie gevierd zonder reisgids, in print of als persoon. Ontegenzeggelijk is dat vele malen avontuurlijker dan rondbanjeren met Google Maps. Soms ging het mis en belandde ik in een groezelig oord. Dan besefte ik terdege dat niemand wist waar ik uithing. Maar als ik voorbijgangers aansprak, sloofde menigeen zich uit. Ze wezen niet gewoon de juiste richting aan. Nee, ze liepen mee en vertrokken pas als het zeker was dat ik goed terecht kwam. Zulke hartverwarmende ervaringen mis je met een smartphone.

Zonder nieuws-app ontgaat je ook wat er thuis gebeurt. Dat kan plezierig zijn. Wie wil er nu op zijn vakantiebestemming volgen hoe het met de kabinetsformatie gaat? Of een week lang berichten ontvangen over eieren en bestrijdingsmiddelen? Weinig is zo destructief voor je vakantiegevoel als een telefoontje van je werk. Maar als er thuis iemand in het ziekenhuis ligt, wil je wel een bemoedigend appje sturen.

Vooral jongeren gaan op in hun mobiele telefoon, zowel thuis als op vakantie. Het kan best dat ze minder naar bezienswaardigheden kijken. Maar is dat nu echt zo anders dan vroeger? Op hun leeftijd ging ik ook liever naar strand en discotheken, dan naar kerken en amfitheaters. Ik kan me de gebouwen uit die tijd nauwelijks herinneren. (Sorry Spanje, sorry Italië, sorry Griekenland.) Pas later ontstond mijn interesse voor cultuur. Nu kan je ter plaatse via Google over de geschiedenis lezen. Dat is een voordeel vergeleken bij luisteren naar een groepsleider met een langdradig verhaal.

Mijn gevoel voor afstand verdween begin jaren tachtig. Toen nam ik voor het eerst een vliegtuig naar Spanje. Binnen een paar uur waren we er al. Terwijl we het jaar ervoor nog anderhalve dag met de trein onderweg waren geweest. Alleen vliegreizen naar afgelegen oorden, zoals Australië en Polynesië, brengen het besef van afstand terug. En echt ‘vreemde’ landen, waar weinig gaat zoals thuis, zorgen nog voor wat avontuur. De meeste mensen hebben daar eigenlijk geen behoefte aan.

Een smartphone is vertrouwd, waar je ook bent. Het is een schakel in het uitdijende net van globalisering. Voordat je het weet, wordt alles overal hetzelfde. Dan kunnen we voortaan wel thuisblijven. Aan ons de keuze hoe ver we die ontwikkeling willen laten gaan.

Slank door slim suikergebruik

Ben jij net begonnen met afvallen? Flink hoor, ik leef met je mee. Want eetlust, daar weet deze Bourgondiër alles van. Je moet toch eten om te leven. Een speklaagje is goed tegen de kou en heeft menige drenkeling gered. Ja, tot je er last van krijgt.

Het zit in onze genen
Tot slechts 70 jaar geleden was het steeds de vraag of we voldoende gezond eten konden krijgen. Vanwege zwaar werk en de koude winter hadden we veel energie nodig. Ons lichaam slaat meteen vet op zodra er extra voeding binnenkomt. Tussen 1850 en 2014 zit weinig verschil in eetgewoonten van arme mensen. Zij willen graag veel eten dat snel een vol gevoel geeft, ook al is de kwaliteit matig. Van laag- tot hooggeschoold hebben we nu eten in overvloed. En drinken we tien klontjes suiker via een glas cola.

Suiker
Suiker is een raar stofje. Eet je er veel van, dan raakt je stofwisseling ontregeld. Er volgt een piek en een razendsnelle daling. Je krijgt enorme trek en eet alles wat je kan vinden: koek, chocola, chips en patat. Meer snelle koolhydraten dus. De voedselindustrie is niet ingesteld op gezond voedsel. Suiker en zout zijn favoriet en relatief goedkoop. Daarom worden ze overal aan toegevoegd. Zelfs aan ‘gezond donkerbruin’ brood. Maar ze wekken dat hongergevoel en dorst weer op. Dus stimuleren ze verkoop en slaat je lichaam vet op.

Gezelligheid
Marketingcampagnes van drank- en voedselproducenten zijn geraffineerd. Ze creëren een aura van vriendschap en gezelligheid. Het is lastig als je moeder wil dat je flink eet, je vriendinnen vragen of je ‘gezellig’ een gebakje neemt, en je maten verlangen dat je meedrinkt bij de voetbalclub. Ben jij te stevig, dan ligt de oorzaak wellicht in gewoonten, stress, onvrede of puur in je genen. Afvallen wordt iets makkelijker als je weet waarom je royaal eet en de oorzaak weg kan nemen. Tip van de dag: neem omelet als ontbijt en pas laat op de dag iets met suiker, dat helpt altijd. Veel sterkte!

Rokers, ten aanval!

Ben jij net gestopt met roken? Goed zeg, daarbij kun je vast steun gebruiken. Ik weet er alles van, want ik ben verschillende keren gestopt. Ooit rookte ik een pakje per dag, soms meer. Natuurlijk wist ik dat het niet goed was. Dat hoefde niemand mij te zeggen, want dat voelde ik zelf ook wel. Ik kon pas definitief stoppen toen ik echt ging walgen van die vuile lucht in mijn lichaam. Zelfrespect en eigen overtuiging zijn je sterkste kracht.

Slimme jongens
Ze zijn best geniepig, die jongens van de tabaksindustrie. Ze verleiden je al wanneer je nog jong bent. Zie er dan nog maar van af te komen. Ze gebruiken elk middel om je als klant te binden: extra verslavende stofjes in jouw favoriete sigaret en lobby bij de EU. De overheid pikt een aardig graantje mee: jaarlijks twee miljard euro aan accijnzen. Ach, je betaalt toch zelf je ziektekostenverzekering. Kwestie van eigen risico. Verder is roken nuttig voor de betaalbaarheid van de AOW. Van de vier miljoen rokers haalt een kwart zijn pensioen niet. Weet je dat onze pensioenfondsen investeren in de tabaksindustrie? Wat zijn die jongens toch slim.

Sex sells!
Een slimme anti-rook organisatie mikt op seks, geld en gezondheid. Tenslotte zet de tabaksindustrie ook vol in op datgene waar mensen gevoelig voor zijn. Maar roken heeft invloed op zeventien soorten kanker en op tientallen aandoeningen. Waaronder impotentie en onvruchtbaarheid. Wij betalen zelf de rekening. Wil jij wel het beste voor je kind? De tabaksindustrie niet. Lees maar hoe die kinderen aan het roken brengt op TabakNee.nl.

Zelfrespect
Om serieus genomen te worden, kun je kijken naar het heldere beleggingsbeleid van de ASN Bank. Stel vragen aan je bank, pensioenfonds en de politieke partij waarop je stemt. Krijg je een ontwijkend antwoord, vraag dan toch door. Beschouw dat als een oefening, want vasthoudendheid helpt je van je verslaving af. En zie of zij jouw eigenwaarde respecteren. Sterkte!

De zwerver

Het is de middag voor kerstavond. Ik zie je gehurkt tegen een muurtje zitten, in de luwte tijdens een storm en hoosbui. Ik kom net van het AH-slagveld en loop voorbij, zeulend met eendenborst, kerststol en andere lekkernijen. Met je zwarte haar en lichtbruine huid heb je iets van een Latijns-Amerikaanse indiaan. Wat is jouw verhaal, waar kom je vandaan?

Station
Zwervers. Je ziet er de laatste tijd steeds meer. ’s Morgens vroeg wacht ik samen met andere passanten bij het station op de bus. Daar worden we getrakteerd op luidkeels gebrul en gelal van twee bezopen mannen. Om hen heen twee meter vrije ruimte. De wachtenden verdringen zich op een afstandje onder het afdak.

Eng
Mannelijke zwervers vind ik een beetje eng. Ik weet dat ze vaak psychische stoornissen hebben. Ze zijn regelmatig dronken of gebruiken drugs. Hun haren en kleren zijn goor. Ze staan midden op straat tegen bomen te piesen, bij het politiebureau. Ze lijken mij onberekenbaar. Ik weet niet hoe ik met mensen in zo’n toestand om moet gaan. Ik ben gewoon een voorbijganger, geen psychiater.

Supermarkt
Voor bijna elke supermarkt staan bij ons daklozen of zwervers die bedelen om geld voor een nacht onderdak. Soms verbaas ik mij erover hoe gemakkelijk jong en oud hen wat toestopt. Ik zie een zwerver regelmatig terug in de supermarkt. Waar hij netjes afrekent voor vier blikjes van het goedkoopste bier.

Trein
Een stevige Surinaamse zei tegen een rondscharrelende bedelaar in een treincoupé, dat niemand in Nederland om geld hoeft te vragen. Er is een regeling waardoor ze gratis een bed bij het Leger des Heils krijgen. De Roma met hun harmonica heb ik onderweg al een tijd niet gezien. Maar ik ben gestopt met forenzen, dus reis ik nog zelden met de trein.

Stadspark
Er is bij ons geen park meer waar ik kan lopen, zonder van top tot teen te worden bekeken. Goed hoorbaar bespreken rondhangende mannen met bier en joints elke langslopende vrouw. Qua leeftijd kan ik hun moeder wel zijn. In het mooiste park langs statige panden geldt inmiddels een samenscholingsverbod. Kennelijk zijn er ook andere bezoekers die zich hier niet meer prettig voelen. Maar de tekst op het bordje wordt nooit gehandhaafd. Dus waar moet ik nu heen?

Wie ben je?
Hoe ben je zover gekomen, wat is er gebeurd? Was je vader een hufter, die jou en je moeder alle hoeken van de kamer liet zien? Waren je ouders vroeger hippies en zelf verslaafd? Waarom voelde jij je niet thuis, of was je niet gewenst? Ben je zo gekwetst of beschaamd, dat je iedereen de rug toekeert? Dat je vlucht in drank en drugs en geen woord meer wil horen over eigen keuzes, verantwoordelijkheid en naastenliefde. Ligt het allemaal aan de regering en die etterstralen bij de sociale dienst? Of zitten die klojo’s van de GGZ je dwars? Zou je liever een eigen kamer hebben in een open centrum, met professionele begeleiding voor mensen zoals jij?

Crisis
Jij lijkt mij geen slachtoffer van de recente crisis. Mensen die financieel diep zinken, gedragen zich meestal anders. Vaak proberen ze op alle mogelijke manieren vooruit te komen en hun leven te normaliseren. Onder moeilijke omstandigheden kopen ze nog een cadeautje voor hun kinderen. Maar het geeft te denken. Want dakloos worden, dat kan ons nu allemaal overkomen.

Asielzoeker
Ik zie je, Latijns-Amerikaanse indiaan, want jij bent ook een mens. Ben je vertrokken uit een land vol rechteloosheid, en gelooft niemand hier je verhaal? Kan jij niet terug, omdat jouw familie geld voor je reis bijeen heeft gelegd? Zullen ze met ongeloof reageren als je vertelt dat het plan is mislukt? Hoe ben jij in deze miserabele toestand beland?

Ik loop door, want de daklozenopvang is hier vlakbij. Straks mag je gelukkig weer naar binnen. Ik wens je iets beters dan deze manier van leven. Eerder werkte ik in een sector ter bestrijding van armoede en ongelijkheid. Ik heb een bedrijf gehad in fair trade accessoires. Wat kan ik als werkzoekende doen aan de problemen in de wereld? Behalve kritische stukjes schrijven in een blog.

Maak je geen zorgen, er komt een oplossing. Altijd. Fijne feestdagen!