De belofte van Rusland in een stukje berk

Dit stukje berkenhout ligt achter prikkeldraad bovenop een houtwal. Ik passeer het regelmatig op mijn wandeling over een naburig landgoed. Al sinds het mij opviel, volg ik het trage, maar wonderschone proces van natuurlijke vergankelijkheid. Berkenschors is taai.

Misschien wel even taai als mijn wens om ooit een lange reis door Rusland te maken. Die wens bestaat nu precies 35 jaar. Bovenaan mijn verlanglijst staat een klassieke rit met de Trans Siberië Express vanuit Moskou. Het is een trein die dagenlang door de taiga en langs uitgestrekte berkenbossen rijdt.

Misschien moet je eerst wat levenservaring opdoen, voordat je toe bent aan Vladivostok.

Sneeuwwit met goud (4)

Alsof er een golf via blogs op mij afkwam, zag ik de sneeuw vanuit het zuidwesten naderen. De eerste foto’s verschenen in Frankrijk. Daarna volgde België en toen waren wij aan de beurt. Ook hier viel pas het eerste dunne laagje sneeuw in twee jaar. Daarom duurde het even voor ik een nieuwe aflevering kon toevoegen aan de serie Sneeuwwit met goud. Dit is hem geworden en de titel luidt: Mooie dooi is niet lelijk.

Die heerlijke donkere dagen

Dit vind ik de heerlijkste tijd van het jaar om thuis te zijn. Het kan mij niet vroeg genoeg donker worden en het is prima als het overdag schemerig blijft. Dan laat ik de kerstboomlichtjes branden en zit ik ‘s middags al voor de tv. Rond de kerst verlang ik vooral naar nostalgie en jeugdfilms horen daar bij. Vanmiddag zag ik Spookuil, een jeugdfilm uit Estland, compleet met bosdieren, houtvuur in een blokhut en verse sneeuw. Die was dus helemaal prima voor mij.

In werkelijkheid maken we hier zelden met kerstmis sneeuwval mee. Misschien verhuis ik daarom ooit nog eens naar Scandinavië en dan koop ik gelijk zo’n houten huis met veranda. Het huisje op de foto mag er ook best zijn. Naast de heg ligt al een stapel brandhout klaar en boven de ingang van de schuur hangt een hertengewei.

Heimwee naar de eindeloze snelweg

Het komt vast door alle beperkingen. ‘Reis alleen met het openbaar vervoer als dat echt nodig is.’ Zo luidt het devies. Cafés en restaurants zijn dicht. Mijn wereld is nu gereduceerd tot een cirkel van vijf kilometer. Verder daarbuiten begeef ik mij niet. Het is mijn vrije keuze, hoor, ik pas mij gewoon aan. Maar het bloed kruipt intussen wel waar het niet kan gaan.

Ik kan een poos op één plaats blijven. Geen probleem. Momenteel vind ik dat ook best aangenaam. Alleen moet zo’n toestand nooit lang duren, want dan komen de gedachteflarden. En daarmee de kriebels en het verlangen.

Vandaag overviel mij zo’n flard. Of eigenlijk was het een doorvoelde herinnering aan hoe ontzettend fijn ik het vind om heel lang onderweg te zijn. Voorin zittend op de passagiersstoel, ergens op zo’n eindeloze snelweg. De beste wegen bevinden zich Australië, want daar komt er werkelijk geen eind aan. Uren en uren kan je door blijven rijden, zonder onderbreking zo je wilt.

Ik zou kunnen léven op zo’n snelweg. Voor een tijdje dan.

(Onderweg van Derby naar Fitzroy Crossing, W. Australië, 1988.)

Kleine schat uit de Stille Zuidzee

Gisteren zagen jullie ‘slechts’ de buitenkant. Dit is de binnenkant van een stukje abalone of paua schelp. Volgens herinnering heb ik het in 1995 gevonden, op het strand van Kaikoura aan de oostkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Daar waar de walvissen boven komen.

‘We zijn allemaal gevormd door de tijd waarin we leven en door wat aan ons is doorgegeven.’

(Conclusie uit verwijderd logje Familiebijeenkomst.)