Rood met paars, tweede kans

In de humanistische dialoog bijeenkomst gaat het over tweede kans. Krijg je een tweede kans? En wat gebeurt er dan? Wie verdient een tweede kans? Waarom? Wat is daarvoor nodig? En dan? Wie of wat geef je een tweede kans?

Vroeger dacht ik dat de combinatie rood met paars niet kon. Maar van alle kleurencombinaties vind ik rood met paars misschien wel het mooist. Vooral als het rood bloedrood is. Die rode, dat is duizendschoon.

De Einzelgänger

Voor het eerst in 2,5 jaar tijd zijn we als groep weer bijeen. Eén van ons is sinds de vorige bijeenkomst weggevallen. De op-één-na-oudste. De oudste ging haar al voor. We zijn allemaal nauwelijks veranderd. Maar van één weten we allemaal dat dit weleens de laatste keer kan zijn.

De avond ervoor bedacht ik dat ik het nu moest vragen, als ik het nog weten wou. Want hij is een enigma. Al zestien jaar lang. Altijd heel rustig, altijd heel stil. Soms ineens een grapje makend, evenals prachtige fotografie. Aardige vent, leuke vent ook. Maar ik ken hem niet.

Dus vroeg ik het, toen er een pauze in de gesprekken rondom de tafel viel. ‘Jullie zullen het wel een rare vraag vinden, maar ik wil hem toch stellen.’ Ik keek hem aan, hem alleen, en vroeg: ‘Wie is T. nou?’

Zijn vrouw zat naast hem en draaide zich een kwartslag naar hem toe. Rustig achteroverleunend en wachtend op wat volgen zou. De rest van de groep keek al even nieuwsgierig toe.

Nadat hij de tijd had genomen om zijn woorden goed te ordenen, kwamen ze er één voor één uit. Alle kenmerken die inderdaad zo kenmerkend voor hem zijn. Vooral nu hij het zelf zei.

Ik vond het eerste kenmerk dat hij noemde het mooist. Gewoon, omdat hij het over zichzelf durfde te zeggen, zonder dat er een negatieve connotatie bij kwam. ‘Einzelgänger.’

Zou ik dat voortaan ook over mijzelf mogen zeggen, of is dit nog altijd sociaal-maatschappelijk onacceptabel voor een vrouw?

Afscheid van mijn favoriete trolleybuslijn

Op deze mistige winterse dag reed ik voor de allerlaatste keer mee, van het beginpunt tot het eind, in de Arnhemse trolleybus 1. Morgen gaat de nieuwe dienstregeling in. Dan vervalt de tweede helft van de route Velp – Arnhem – Oosterbeek. Voorgoed verleden tijd. Nu kan je denken: ‘Wie is er in hemelsnaam weemoedig om het verdwijnen van een stuk buslijn?’ Nou, het zal je verbazen, maar ik ben bepaald niet alleen. Op meerdere plaatsen langs de route stonden mannen met toeters van telelenzen foto’s te nemen zodra de bus verscheen. Viel mij nog mee dat er geen spandoeken hingen met hartenkreten en steunbetuigingen.

Er zijn meerdere krantenberichten verschenen over deze wijziging. Er zijn YouTube-films gemaakt en op de buurtapp gaan sommige mensen helemaal los. Een passagier heeft zelfs een requiem geschreven op rijm. Belanghebbenden kunnen een online petitie tekenen voor het behoud van de complete buslijn. We vormen een soort genootschap, want trolleybuslijn 1 heeft een vaste clientèle. De teller loopt nog steeds. Ook vanuit Frankrijk en Ghana reageren trouwe fans.

Lijn 1 was mijn eerste kennismaking met de karakteristieke bussen in deze omgeving. Ik had al eens in een Atheense trolleybus gezeten, maar dat barrel was onvergelijkbaar.

Toch. De ingreep zat eraan te komen; er reden te weinig mensen mee. Ik wijt dit volledig aan de slechte afstemming door twee eigengereide vervoersmaatschappijen. Want tussen Arnhem en Oosterbeek gingen lijn 1 en lijn 352 bijna gelijk op. En de gebrekkige informatie op OV9292 over lijn 1 hielp evenmin mee. Helaas zit de overblijvende bus 352 vaak stampvol kwetterende studenten. Het is voor corona een ideale setting.

Wat maakte trolleybuslijn 1 eigenlijk zo bijzonder? Misschien wel het feit dat deze stadsbus als enige van zijn soortgenoten het gekrioel van de stadsdrukte achter zich kon laten. Bij Mariëndaal voelde je de rust over de bus en zijn passagiers neerdalen. Alsof hij in het losloopgebied werd vrijgelaten en wij, de passagiers, genoten daarvan mee.

Verkruimelde herinneringen

Bitrot, zo heet het proces van teloorgang van gegevens op compact disks, dvd’s, blu-rays en usb-sticks. ‘Wie niet bezig is zijn fysieke archief op orde te houden, raakt dingen kwijt.’, schrijft Cesar Majorana in de VPRO Gids, na de vondst van een oude verhuisdoos met zijn verzameling verkruimelende cd’s.

Wat we ook doen, al onze gegevensdragers zijn aan verval onderhevig. Eeuwenoud papier kan door droogte verpulveren, verbranden of verkruimelen door inktvraat. Ook kan het in het water vallen, waarna de tekst onleesbaar wordt. Mondelinge overdracht is al even krakkemikkig, want wie onthoudt een verhaal exact zoals het is verteld?

Het document met verzamelde vondsten voor mijn onderzoek staat op mijn laptop, maar sla ik eveneens op meerdere usb-sticks op. Het omvat 400 pagina’s samengebrachte informatie en is het resultaat van ruim een jaar werk. Een van die usb-sticks bewaar ik zelfs buitenshuis. Stel dat de hele boel hier in elkaar stort, dan heb ik tenminste dat onderzoekbestand nog.

Ik geniet van de tastbare originele archiefstukken. Zo lang die niet zijn gedigitaliseerd, zijn ze nog opvraagbaar in zo’n heerlijk ouderwetse studiezaal. Waar je stil moet zijn, om andere onderzoekers niet te storen. Waar de archiefstukken in een hard-papieren folder zitten, met een geweven touwtje omwikkeld. Wanneer een medewerker het door jou opgevraagde materiaal brengt, het is alsof je een cadeautje krijgt. Eerst moet je de strik los trekken, waarna het papier zich ontvouwt en het grote ontdekken kan beginnen. De geur van dat papier alleen al …

Nee, usb-sticks zijn niet alles. Soms vraag ik mij af hoe erg het eigenlijk is, wanneer onze foto’s en documenten verloren zouden gaan. Al wat interessant, leerzaam of van belang is, is reeds door onze voorgangers vastgelegd of gedaan. Wie zijn wij, huidige stervelingen, op wetenschappers na, dat we ons verbeelden nog iets werkelijk nieuws te kunnen brengen?

(Op de foto sporen van hoogwater langs de Maas op de afrastering van een weiland bij kasteel Geijsteren, twee maanden later.)

De belofte van Rusland in een stukje berk

Dit stukje berkenhout ligt achter prikkeldraad bovenop een houtwal. Ik passeer het regelmatig op mijn wandeling over een naburig landgoed. Al sinds het mij opviel, volg ik het trage, maar wonderschone proces van natuurlijke vergankelijkheid. Berkenschors is taai.

Misschien wel even taai als mijn wens om ooit een lange reis door Rusland te maken. Die wens bestaat nu precies 35 jaar. Bovenaan mijn verlanglijst staat een klassieke rit met de Trans Siberië Express vanuit Moskou. Het is een trein die dagenlang door de taiga en langs uitgestrekte berkenbossen rijdt.

Misschien moet je eerst wat levenservaring opdoen, voordat je toe bent aan Vladivostok.

Een kunstenaars-mindset

‘Wees nieuwsgierig, ga op onderzoek uit, vertraag, durf je ergens mee te verbinden en bepaal wat je speelveld is. Zo’n blik is hard nodig, bij grote én kleine problemen.’ Merlijn Twaalfhoven in Tijdgeest/Trouw, 24 oktober 2020. Dit is zijn omschrijving van een kunstenaars-mindset.

Het zijn wijze woorden. Ze vormen de basis van Raam Open. En toch kan ik mezelf er niet vaak genoeg aan herinneren. In plaats van dat ik mij ergens mee verbind, maak ik eerder een terugtrekkende beweging. Weg van de arbeidsmarkt, waarop ik zo ontgoocheld ben geraakt. Weg van de politiek, waardoor ik mij al jaren niet vertegenwoordigd voel.

Mijn speelveld bestaat nu heel concreet uit de landgoederen om mijn woonplaats heen. Als paddenstoelenfotografie een uiting is van een kunstenaars-mindset, dan is dit mijn bijdrage ter verzachting van de wereldproblematiek.

Er schuilt schoonheid in vergankelijkheid en alles gaat voorbij.

Zwarte schimmeldraden op gothic boom

Vandaag stuitte ik op zwarte slierten onder de schors van een gevelde boom.

Hij ligt naast een kerkhof en lijkt afkomstig uit een griezelfilm. De duistere, dradige materie oogt morbide en vormt een soort vlies.

Zien we op deze foto’s wellicht dood cambium? Of is dit een gothic boom? Wie het weet, mag het zeggen.

PS: Het antwoord is binnen: deze draden zijn zwarte schimmels waaraan de boom waarschijnlijk overleden is.