Met weemoed denkend aan de wederopbouw

Het is overdreven om te stellen dat ons land nu voor een even grote uitdaging staat als in 1945, bij de wederopbouw. Toch vragen de woningmarkt, de arbeidsmarkt, de klimaatcrisis en andere grote dossiers weer om een algehele toekomstvisie op ons land. Veel mensen roepen dat Rutte geen visie heeft, maar die heeft hij wel. Het belang van het bedrijfsleven gaat voor. Klaar. Dat is de eenvoud en de armoede van zijn regeerstijl.

Wie als oudere Nederlander verlangt naar eenvoud en alomvattend overheidsbeleid, denkt vast met weemoed terug aan de wederopbouw. Die periode waarin het alleen maar beter kon worden en iedereen de handen uit de mouwen stak.

Onlangs las ik hoe de wederopbouw in Arnhem bestuurskundig werd aangepakt. Er kwamen geen consultants of externe adviseurs aan te pas. Bestuurders hadden zelf kennis van hun vakgebied. Zij zagen waaraan behoefte was, spraken de belangrijkste zaken af, en gingen aan de slag. Wat een verademing lijkt mij dat.

Een bevreemdend doorkijkje

Volgens de oogarts zijn comfort en een rustig zicht belangrijker dan scherpte. Mij boeit een foto wanneer die mij in eerste instantie op het verkeerde been zet. Zo’n foto waar je twee keer naar moet kijken, voordat je doorhebt wat je ziet. Mijn foto’s worden met de maand onscherper. De rimpeling weerspiegelt mijn zicht. Desondanks heeft dit vreemd surreële tafereel wel iets aantrekkelijks.

De troost van Prediker

Bij de uitvaart van prins Philip werd een prachtige tekst voorgelezen uit Ecclesiastes. Ecclesiastes is het boek Prediker uit het Oude Testament. Veel mensen stappen nu sneller naar een coach, dan dat ze raad zoeken in dat boek. Maar ik kan de Bijbel in bepaalde situaties best aanbevelen. Neem nu dat boek Prediker. Daar staan veel wijze woorden in. Ik zou zeggen: lees het eens als je wat melancholiek bent.

Deze week was ik nogal caught off-balance, so to speak. Het kwam door een relatief onbelangrijke gebeurtenis. Iemand anders zou er misschien zijn schouders over ophalen en gewoon weer doorgaan. Ik niet. Deze keer in elk geval. Het gaf mij een gevoel van verslagenheid. Van verlies. Alsof alles fout gaat en ik nooit meer eens iets win. En als dat eenmaal begint, dan komen gelijk al die andere voorvallen uit het verleden voorbij, in een lange rij. Dat is wel de pest van ouder worden: hoe meer levenservaring je hebt, hoe meer er op zulke momenten ook weer boven komt.

Veel mensen putten troost uit hun geloof. Maar troost kan evengoed komen uit onverwachte hoek. Namelijk uit onderzoek. Vandaag lees ik het boek De Polen van Driel, van George F. Cholewczynski. Dit gaat over de Polen die samen met de geallieerden tegen de Duitsers vochten in de slag om Arnhem. En dan vooral over generaal-majoor Stanislaw Sosabowski. Het is een boek waar je in het begin even doorheen moet, maar dan krijg je ook wat. Ik lees het bewust, omdat elk verhaal meerdere kanten heeft. En deze man leefde niet in de makkelijkste tijd van zijn landsgeschiedenis.

Het is een verhaal van onverwachte wendingen; van agressie en verraad. Van trots, machteloosheid en verlies. Van bizarre situaties waarin ieder van ons kan belanden en die je doen afvragen welke keuzes je zelf in zo’n geval maakt. Als – dan. Daarover gaat het boek Prediker ook.

Vanwege mijn reizigersverleden beschouw ik het Britse koningshuis een beetje als het mijne. De uitvaartdienst van Prins Philip vond ik waardig en mooi. [En nee, ik hoef niet te weten wat een ander hiervan vond.] Je kon gelijk zien waar bepaalde scenes uit The Lord of the Rings op zijn gebaseerd. Terwijl ik naar deze plechtige uitvaart keek, kwam er weer een hele serie beelden langs uit het verleden. Beelden van landen in de Commonwealth, en andere die ooit Brits zijn geweest.

De oude Britten en ik delen een stukje geschiedenis, hoe klein ook. Daarom raakte deze tekst uit Prediker mij zo:

Ecclesiasticus 43. 11-26.

‘Look at the rainbow and praise its Maker; it shines with a supreme beauty, rounding the sky with its gleaming arc, a bow bent by the hands of the Most High. His command speeds the snow storm and sends the swift lightning to execute his sentence. To that end the storehouses are opened, and the clouds fly out like birds. By his mighty power the clouds are piled up and the hailstones broken small. The crash of his thunder makes the earth writhe, and, when he appears, an earthquake shakes the hills. At his will the south wind blows, the squall from the north and the hurricane.

He scatters the snow-flakes like birds alighting; they settle like a swarm of locusts. The eye is dazzled by their beautiful whiteness, and as they fall the mind is entranced. He spreads frost on the earth like salt, and icicles form like pointed stakes. A cold blast from the north, and ice grows hard on the water, settling on every pool, as though the water were putting on a breastplate. He consumes the hills, scorches the wilderness, and withers the grass like fire.

Cloudy weather quickly puts all to rights, and dew brings welcome relief after heat. By the power of his thought he tamed the deep and planted it with islands. Those who sail the sea tell stories of its dangers, which astonish all who hear them; in it are strange and wonderful creatures, all kinds of living things and huge sea-monsters. By his own action he achieves his end, and by his word all things are held together.’

Het hart als symbool

Op een zonnige, warme lentedag staat een hart symbool voor de liefde. Zo’n lentedag kan misleidend zijn. Want hoe veel mensen hebben hartzeer, zonder dat we het zien?

Twee dagen geleden stierf de ‘liefste’ buurvrouw in ons straatje. ‘Liefste’ is hier een raar woord. Maar toch. Zij was voor mij van alle buren de meest dierbare persoon. Een stukje uit de tekst op haar kaart:

‘… En zag
Dat ik ook in dit leven hoor
Bij het grote geheel,
Bij de oorsprong van alle natuur
En dat ik elk uur
De rest van dit bewuste leven
Liefde ga zijn en liefde ga geven
Schoonheid ga zoeken
In alle gaten en hoeken …’

Zoals ik haar in korte tijd heb meegemaakt, is dit precies hoe zij in het leven stond.

(Bron citaat: Jochem Myjer.)

Keer het lijsttrekkersdebat om

Wat moet ik als kiezer met een debatprogramma waarin de lijsttrekkers van de acht grootste partijen hun vaste posities innemen en tegen elkaar gaan strijden? Draai de formule om en betrek gelijk alle andere partijen erbij.

Ik wil een tv-programma waarin de tien grootste vraagstukken voor de komende jaren aan de lijsttrekkers van alle partijen worden voorgelegd. Ik wil dat zij de opdracht krijgen om daarover goed na te denken. En het enige wat de lijsttrekkers vervolgens mogen doen, is op de meest constructieve manier samenwerken. Ik wil zien wie er creatieve oplossingen kan bedenken. Ik wil zien hoe onze politici ruimte bieden aan andersdenkenden. En ik wil zien hoe zij onbevangen iedereen bij de discussie betrekken. Je weet wel: met een open mind.

Zodra er overeenstemming is bereikt (er gaat niemand de deur uit voordat het zover is), dan wil ik zien welke concrete benaderingen van de vraagstukken zij voorstellen.

Dus SMART-geformuleerd en volledig op basis van people, planet, profit-normen.

Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Ik deed dit vijftien jaar geleden al op mijn werk.

Writer’s block opgelost

Had ik al verteld dat ik bezig ben met het schrijven van een boek? Ja, echt. Ik heb genoeg materiaal verzameld tijdens het onderzoek. Non-fictie schrijven is alleen wel wat anders dan vrije stijl stukjes publiceren op een blog.

Om te beginnen helpt het als je boven de materie staat. Dat vergt kennis van zaken op basis van betrouwbare informatie. In mijn geval betreft het een klein deelonderwerp uit het grote geschiedenisverhaal over de Tweede Wereldoorlog. Nu zijn er nogal wat mensen (99% mannen) die zich expert wanen op dat gebied. Dus moet alles kloppen en verifieerbaar zijn.

Verder moet je een logische structuur kunnen aanbrengen in een massa informatie. Dat ben ik bij uitstek goed in. Check. Eerst heb ik een globale indeling gemaakt op basis van de tijdlijn. Hierdoor kwamen als vanzelf de belangrijkste hoofdstukken tevoorschijn. Vervolgens ben ik twee weken zoet geweest met het verdelen van alle brokstukken informatie, die uit tientallen bronnen afkomstig zijn. (En nog dagelijks volgen er nieuwe feiten.)

Dan kan eindelijk het echte schrijfproces beginnen.

Uhm, ja.

Zoals gezegd: je moet boven de materie staan en daarvoor moet je een kenner zijn. Ik daarentegen, was er niet bij in 1944/’45. Ik moet mijn verhaal baseren op wat anderen hebben geschreven. Vaak geven zij verschillende versies van dezelfde situaties met allemaal wat extra’s er bij. Dat hoeft geen probleem te zijn. Zij het dat ik hun stemmen uit mijn hoofd moet krijgen, voordat ik in mijn eigen woorden en in mijn eigen stijl over precies die zaken kan vertellen waaruit mijn eigenste verhaal ontstaat.

De afgelopen anderhalve week ben ik met andere dingen bezig geweest en dat is funest gebleken. Want als je iets schrijft op pagina 8, dan moet je uit je hoofd weten wat er volgt op pagina 83. Zo niet, dan raak je de draad van je verhaal kwijt of ga je dingen dubbel schrijven. Terwijl hier nu juist een heleboel losse feiten samenhangen en nauwkeurig in elkaar moeten grijpen.

Een paar uur lang zag ik het heel somber in. Dit ging mij toch niet weer gebeuren, hè? Dat ik aan iets was begonnen, wat te groot voor mij zou worden. Of dat ik aan iets was begonnen, wat ik niet goed af kon ronden. Om welke reden dan ook.

Uiteindelijk heb ik de imminente blokkade zelf losgewrongen. Door afstand te nemen. Door terug te keren naar de structuur. Door aan te vangen met een logisch detail. Een detail dat precies paste op pagina 8 in het verhaal. Waarna de rest vanzelf kwam.

Als je weinig mensen spreekt

Mijn vermoeden is dat de verbindingen tussen onze hersencellen verschrompelen en uiteindelijk loslaten als we te weinig meemaken of mentaal worden uitgedaagd. Menselijke interactie is een uitdaging. Kennis opdoen ook. Doorgaans kan ik prima alleen zijn en mij best vermaken. Ik heb geen enorme behoefte om dagelijks met iemand te praten. Sinds de coronamaatregelen bestaan, ontmoet ik echter minder mensen dan ik gewend ben.

Wanneer je een hele dag niemand spreekt, kan je je zomaar ineens gaan afvragen of je nog wel normaal bent. Tenslotte laat je mentale staat zich alleen goed testen in het contact met andere mensen.