LinkedIn account gesloten

Het is weer zover. Een ex-collega vraagt via LinkedIn of ik haar tot mijn netwerk wil toelaten. Ik heb haar in geen negen jaar gezien. We werkten vijf jaar lang op dezelfde afdeling, maar elk in een ander team. Het is zo’n standaardberichtje. Er staat geen enkel persoonlijk woordje bij of een reden voor haar verzoek. Laat staan een teken van oprechte belangstelling. Ik accepteer het geroutineerd. Alsof het normaal is geworden dat we zo met elkaar omgaan. Maar ik vind dit niet normaal.

Het oorspronkelijke idee van LinkedIn was goed. En in het begin gingen we er serieus mee om. Je liet bijvoorbeeld alleen de mensen toe die je echt kende. Inmiddels staan er ook volslagen vreemden in mijn netwerk. Zo ver is het dus gekomen.

Oh, ik heb al herhaaldelijk de bezem door dat netwerk gehaald op LinkedIn. Sommige mensen wilde ik niet voor het hoofd stoten door hun verzoek te weigeren. Dat komt zo bot over. Je kon ze achteraf nog stil verwijderen.

Lang beschouwde ik LinkedIn als een netwerk dat kon helpen bij het vinden van werk. Steeds kwamen er hoopgevende berichtjes binnen, waarin stond dat mensen naar mijn profiel keken. Maar dat heeft nergens toe geleid.

Intussen komt er een constante stroom positieve updates voorbij. Van professionele mensen die het ene na het andere succesverhaal vertellen. Vreemd. Want af en toe heb ik ook goed nieuws, maar zó veel en zó vaak?

Als ik in een schijnwereld wil leven, dan creëer ik hem zelf wel. En in het echte leven kan je gewoon persoonlijk contact opnemen.

(Een LinkedIn account sluiten doe je zo.)

Zorgen dat de boel op orde komt

Op donderdagavond kan het weekend beginnen. Het huis is schoon en opgeruimd. De planten hebben water en de was hangt te drogen. Met de ramen en deuren open profiteer ik van de frisse wind die door alle ruimten waait, van kelder tot zolder. Er zijn geen dringende klussen en de administratie is gedaan. Kortom, de boel is op orde en dat geeft mij een intens tevreden gevoel. Daarom is het me een raadsel waarom we niet allemaal zo in het leven staan.

Er is een groenjournalist aan het woord op Radio Gelderland. De gemeente heeft 450 bomen geplant op de weg tussen Dieren en Ellecom. Daarvan is nu een derde dood. Daarnaast is een derde stervend en een derde leeft nog net. Ze zijn geplant toen de grond bevroren was. De wortels werden niet beschermd tegen de kou en ze kregen te laat water. Kwestie van ambtelijke onverschilligheid. Of van mismanagement bij de aannemer. Ach, die is toch verplicht om de dode aanplant te vervangen. Dus who cares?

Nou, ik, toevallig. Het overgrote deel van mijn werk, ongeacht waar dat uit bestond, draaide om zorgen dat de boel op orde kwam. Ik heb daarover een slogan op mijn CV staan. Lang heb ik gedacht dat werkgevers hieraan wel behoefte zouden hebben. Het is toch prettig als iemand zorgt dat alles op tijd wordt geregeld. Dat gegevens vindbaar zijn en kloppen. Dat belanghebbenden eerlijk worden behandeld en gehoord. Dat processen logisch en eenvoudig in elkaar steken. Dat iedereen de juiste informatie heeft en dat afspraken worden nageleefd? Bovendien: dat er iemand is die vooruit denkt en beleid kan helpen ontwikkelen. Gewoon, om het bestaan wat aangenamer te maken. En zodat we niet steeds opnieuw het wiel hoeven uitvinden.

Het lastige van mijn behoefte om de boel op orde te krijgen, is de afbakening ervan. Ik bedoel, in en rond huis gaat nog wel. Ook mijn leven is redelijk behapbaar. Maar dan de rest, hè. Die buitenwereld. Soms denk ik dat er geen beginnen aan is.

Het beste gezelschap op het terras

Een dag langs Bossche terrasjes heeft voor helderheid gezorgd. Dat zit zo. Ik hou van terrasjes. Het is altijd leuk om met iemand naar de stad/het bos/het strand/de film of wat dan ook te gaan. Daar verwacht ik dan een terrasje bij. (Als het koud is mag het ook binnen zijn.) Het dilemma zit ‘m in mijn huidige vriendenkring. Die bestaat uit twee soorten mensen. 1. Zij die van de calvinistische soort zijn; en 2. de Bourgondiërs.

De calvinisten zien koffiepauzes als noodzakelijk kwaad. Iets wat op zijn best puur functioneel moet zijn. Dus als we ergens komen, roepen zij alvast ‘Bestel voor mij maar cappuccino (ochtend)/rooibosthee (middag)’, terwijl ze naar het toilet rennen (dan hebben ze dat alvast gehad). En zodra de bestelling wordt gebracht, trekken ze meteen hun portemonnee om af te rekenen, hoewel de ober het bonnetje nog moet brengen.

Tussendoor kieperen ze het gloeiend hete vocht naar binnen, terwijl ze kijken op de kaart hoe de route verder gaat en daarna beginnen ze hun tas alvast weer op orde te maken voor de volgende etappe. Onderwijl met groeiend ongeduld en onverholen frustratie kijkend naar mij. Want ik moet dan nog aan mijn drankje beginnen. Laat staan dat ik al naar het toilet ben geweest.

In het allerergste geval heb ik honger. Dat komt best vaak voor. Tot hun afgrijzen bestel ik er dan een gebakje bij, of een saucijzenbroodje. En ik eet langzaam, hè. Heel langzaam. Ik krijg het namelijk niet snel weg en ik laat het mij goed smaken. Als ze slim zijn, stellen ze me dan geen vragen. Wanneer ik moet praten, eet ik namelijk nog trager.

Het zal duidelijk zijn, ik heb een gróte voorliefde voor Bourgondiërs. De levens-genieters. Degenen die het breed laten hangen als dat ook maar even kan. Zij die van zo’n dag een feestje maken. Alsof het de laatste is. En zo niet, dan hebben ze toch alvast maar weer genoten. Tijdens uitstapjes in elk geval. Juist omdat ze heel goed beseffen dat het niet elke dag feest kan zijn.

Voortaan ga ik na kennismaking met een potentieel nieuwe vriend of vriendin eerst de terrasjestest doen. Is het geen terrasjestype, dan is het meteen einde verhaal. Het leven is te kort om mijn tijd met zulke mensen te verdoen. Overigens staat mijn record op een afspraak in de Foreign Correspondent Club in Phnom Penh. Die begon om 10.00 uur en we vertrokken negen uur later.

Ook met vriendin M. zit het goed. De combinatie van een uur wandelen plus drie uur op drie verschillende terrasjes, is perfect. Nu alleen nog even die Bossche Bol verwerken. 😉

Leeuwarden – It wurd moaier as it is

Gisteren bezocht ik voor de tweede keer in mijn leven Leeuwarden. Van de eerste keer herinner ik me slechts flarden. Dat doet iets met hoe je naar zo’n stad kijkt. Daardoor bezie je een plaats met een frisse blik.

Vroeger zag je vooral blonde mensen in de treinen ten noorden van Zwolle. Dan voelde ik me bijna een buitenlandse. Die tijd is voorbij. Tot Steenwijk zit de trein vol overzeese toeristen die naar Giethoorn gaan. Daarna zitten er vier druk pratende Eritrese of Somalische mannen vlakbij. Dat belemmert me wel om in Friese sferen te geraken. Maar langs de oneindige, lege weides (waar zijn de koeien en paarden van weleer gebleven?) liggen nog brede vaarten. Dat klopt tenminste met mijn herinnering.

Leeuwarden is zo’n stad waarvan ik achteraf blijf denken: ‘Maar wat vónd je er nou van?’ Ik weet het niet. Het lijkt me dat deze stad slachtoffer is geworden van overijverige mensen met te veel budget voor de verkeerde dingen. Wethouders, beleidsmakers, kunstenaars en projectontwikkelaars. Lieden die méér willen dan wat het eigenlijk is. Of ooit is geweest. Of ooit zou kunnen zijn, maar nu nog even niet. Zoals het ook met Leiden grandioos mis had kunnen gaan. Ware het niet dat daar het geld op was in de jaren zeventig. Godzijdank.

Ontegenzeggelijk heeft Leeuwarden zijn mooie plekjes. Het park langs de singels, bijvoorbeeld. De historische straatjes en pandjes in de binnenstad. Wat zeg ik? Ze hebben er knoeperds van monumentale bouwwerken en fraaie tierelantijnen. Het stadsbeeld is compleet met museale schepen langs de kades. Precies zoals het hoort volgens mijn ideaalplaatje. Want o wee als je dit soort zaken met Kunst en nieuwbouw gaat verfraaien.

Leeuwarden heeft nogal wat kunst in de openbare ruimte, in alle stijlen en maten. Daar zitten heel leuke dingen bij, geen twijfel aan. Zoals de beelden die nu op het plein voor het station staan. Die vind ik echt mooi. Ze horen bij het project van de elf fonteinen in elf Friese steden. Gisteren waren die toevallig op tv: 20.15 uur 11 Friese fonteinen, van de NTR op NPO2. Je kan het nog terugkijken. Dan zie je wat een strijd eraan vooraf is gegaan. Tussen omwonenden, plannenmakers en, tegen wil en dank: de kunstenaars.

Als het om kunst en nieuwbouw gaat, weet je dat het tongen los zal maken. Ik vond het pijnlijk om te zien, dat programma. Het wekte de indruk dat die fonteinen voor het gevoel van de omwonenden erdoor werden gedrukt. De veelal buitenlandse kunstenaars moeten de weerstand hebben geproefd. Maar de plannenmakers hielden hun gezichten strak in de plooi. Project geslaagd. Dat hoort zo als je in hun schoenen staat.

Het luistert nauw. Ik ken weinig voorbeelden van historische steden waar moderne kunst goed mee samengaat. Montpellier. Dan hebben we het wel over Frankrijk. In Leeuwarden, intussen, doen ze het beter met woorden dan met beelden. Uitgezonderd die twee bij het station. Die doen er juist het zwijgen toe, maar mogen er zijn.

Resterende sporen van religie

Wanneer ik voor een wandeling op de afgesproken plaats kom, blijkt het om twee samengevoegde groepen te gaan. De gids vertelt enthousiast dat er liefst 38 deelnemers meelopen. Ik slik. Even overweeg ik om rechtsomkeer te maken. Nu het nog kan. Er zitten al mensen te wachten en veel daarvan hebben hetzelfde T-shirtje aan. Een man in zo’n shirt richt zijn telelens en begint driftig foto’s te maken. Van mij en van anderen die zich bij de gids melden. Ik was het even vergeten, maar deze wandeling gaat over Santiago de Compostella.

‘Nou ja, vooruit’, denk ik, ‘laten we toch maar blijven. Je weet tenslotte nooit wie je op zo’n dag ontmoet en het kan weer een stukje voor je blog opleveren.’ Veel mensen kennen elkaar. Als ik aan een tafeltje ga zitten, neemt er een vrouw naast mij plaats. Zij heeft het pelgrimspad gelopen en het gesprek gaat al gauw over bezinning. Feitelijk praat ze aan een stuk door. Het is een gevalletje eenrichtingsverkeer.

Ik vertel dat ik mijn leven zo heb ingericht dat bezinning daar al vanzelf een natuurlijk onderdeel van is. Mijn woorden dringen niet door. Terwijl je toch zou denken dat een echte pelgrimage voor een mentale verandering zorgt.
Even later zie ik een bekende die ik bij een andere wandeling heb ontmoet. En het is tijd om te gaan.

De gids loopt voorop met een opgeheven stok vol kleurrijke banieren. Daardoor roept onze optocht ineens diep weggezakte herinneringen bij me op. Van de avondvierdaagse, toen ik op de lagere school zat. Van de fanfare, die ik als kind volgde in ons dorp. En van een zomerkamp op een boerderij in Brabant, waar we ’s avonds liedjes zongen rond het vuur.
Wanneer we na het bos en de hei een drukke weg kruisen, niet ver bij mijn woonplaats vandaan, vraag ik mij af wat de buren zouden denken als ze me hier zouden zien lopen, zo in deze groep achter de stok aan.

Sommige deelnemers dragen een echte Jacobsschelp aan hun tas. Anderen hebben er emblemen of oorhangers van. Het zijn trouwens best rustige een vriendelijke mensen. Er hangt ook een aangename sfeer van saamhorigheid in deze groep.

Na een kronkelroute door Heelsum en Renkum houden we halt bij een kerk en het parochiehuis van Don Bosco. We worden er verwelkomt met cake en koffie. Daarna kunnen we een kijkje nemen in de kerk, waar een heel bijzonder Mariabeeld wordt bewonderd. Mensen komen er van heinde en verre naartoe, bij wijze van pelgrimage.

Het is stom. Maar pas als ik de kerk in loop, waar die o zo vertrouwde geur rondwaart van achtergebleven wierrook, een geur uit mijn lang vervlogen kindertijd, dringt het eindelijk vol tot mij door. Sint Jacob, dat is het katholieke geloof ten top. Nu komen er helemaal veel caleidoscopische herinneringen los.

Wat later lopen we door de tuin achter de kerk, waar iemand vertelt over religieuze kunstwerken. Voor mij is het verhaal welbekend. Maar de vrouw die ik bij een andere wandeling heb ontmoet, is niet kerkelijk opgevoed. Ze vertelt dat ze ook weleens een pelgrimspad helemaal zou willen volgen. Gewoon voor de wandelervaring. Wat haar weerhoudt, is de lengte van die paden. ‘Nou’, zeg ik, ‘je zou kunnen beginnen met een tocht naar Kevelaer. Dat ligt tenslotte dichtbij, net over de grens in Duitsland.’

Vlakbij staat de fotograaf. Hij heeft ons gesprek gehoord. Meteen richt hij weer zijn telelens op mij. Ik hoor het apparaat continu klikken. ‘Rustig blijven’, denk ik, ‘ga nou niet meteen over die privacywet beginnen.’ Toch ben ik benieuwd waar hij die foto’s straks plaatst, en met welk bijschrift. Want ik heb net een perfecte wervende tekst hardop gezegd.

Afspraak is afspraak

Er is iemand met wie ik regelmatig afspreek. Meestal bel ik een week van te voren. Dan leggen we de datum vast. Elke keer zegt die ander er dan achteraan: ‘Prima, op voorwaarde dat er niets tussenkomt.’ Daar word ik nou niet goed van. Je spreekt af of je spreekt niet af. Wat moet ik met dat vage gedoe?

Geniepiger is de gedachte die dan bij mij opkomt. ‘Ben ik niet interessant genoeg of zo, dat je zo makkelijk een afspraak met mij wil kunnen afzeggen wanneer er zich iets leukers voordoet?’ Want het gaat bij deze persoon niet om zoiets belangrijks als een ziekenhuisopname. Het gaat om tussendoor komende opties voor uitstapjes.

Toch, ik weet wel beter. Dit is zo iemand die vooral van zichzelf uit gaat. Zulke mensen houden weinig rekening met andermans planning en gevoelens. Het ontbreekt hen domweg aan voldoende inlevingsvermogen. Dus gaat dit niet om mij.

Afspraak is afspraak. Zo niet, dan is de kans groot dat een relatie vroeg of laat stukloopt. Heeft iemand vertraging, dan heb ik daar alle begrip voor. En als er een kind ziek is, snap ik dat een afspraak niet doorgaat. Maar zeg je een afspraak kort tevoren af, omdat de achterneef van je buurvrouw ineens halsoverkop een oppas voor zijn kat nodig heeft … Tja. Een keer kan, misschien. Maar kom je vaker met zo’n soort reden, dan laad je toch een verdenking op je. Dat je onbetrouwbaar bent. En dat je afspraken kennelijk onbelangrijk vindt.

Afspraak is afspraak, zo werd mij van jongs af aan geleerd. Dankzij die opvatting is ons land ver gekomen. Aan de andere kant raken we geobsedeerd door tijd. Treinen moeten op de minuut precies rijden. Er is steeds minder ruimte voor afwijkingen. Alles moet perfect zijn. Want we houden niet van twijfel en onzekerheid. En onze agenda staat al vol afspraken. Dit kan doorslaan en ons verstikken.

In mijn agenda bewaar ik ruimte voor speling en verrassingen. Omdat ik die vrije marge aangenaam vind. Dit als tegenhanger voor de afspraken die er ook in staan. Want die zijn hard. Een ander wil ook van mij op aan kunnen.

Het leven gaat door

Even ben ik terug in een huis dat ik al sinds mijn jonge jaren ken. Minus 25 jaar, want zo lang bleef ik er weg. Toen, in de vorige eeuw, was alles nieuw, strak en modern. Er staan nog spullen uit jeugdherinneringen. Het nieuwe is ouder nu. Evenals de bewoners. Vier min een, dat wel. Die ene kijkt me lachend aan vanaf een foto.

Een andere foto. Genomen in dit huis. Op een avond voor zijn zus en ik gingen stappen. Rode baret, strakke trui en soulbroek met wijde pijpen. Die episode. Jong en onverschrokken. Een paar jaar later veranderde alles.

Althans. Ik ging op reis en mijn leven ging verder. Terwijl zij een turbulente tijd doormaakten. Onomkeerbare zaken. Live Fast, Die Young, dat soort werk. En toen de rust weerkeerde (of iets wat daarop leek), werd alles weer hetzelfde. Uiteindelijk kon niets in dat huis verandering brengen. Jammer genoeg.