Onverklaarbare intuïtie

Ogenschijnlijk was er geen verband. Op een dag zag ik een emmer staan naast de panelen op het platte dak. Er was dus iemand geweest, hiernaast. Kennelijk waren de panelen gewassen en ontdaan van Saharazand. Bruin zand.

Het was ochtend, een paar weken later. Ik lag in bed en was net wakker. Ik moet naar de schoorsteen kijken, dacht ik. Out of the blue. Het was een volkomen geïsoleerde gedachte. Er was geen enkel verband met wat ik even daarvoor had gedacht of met wat ik die dag nog ging doen. Toch moet mijn onderbewustzijn een link hebben gelegd met een andere waarneming, die al bijna in vergetelheid was geraakt.

Ik moet op zolder gaan kijken naar de schoorsteen en naar de woning-scheidende wand. Binnen, onder het dak. Waar dat grenst aan het dak van de buurman. Die slang.

Soms werkt intuïtie als een waarschuwingssignaal vanuit je onderbewustzijn. Dan besef je pas achteraf hoe je op een bepaalde gedachtegang kwam. Soms blijft intuïtie onverklaarbaar. Maar ook bij de uiterst zeldzame, volkomen onverklaarbare voorvallen heeft intuïtie mij altijd beschermd.

Neem een voorbeeld aan Afrika

Natuurlijk zie ik het allemaal op tv. Iemand zegt dat het niet alleen zo erg is voor de burgerbevolking. Het is ook zo zonde van de mooie Oekraïense stad. (Ben vergeten over welke stad hij het had.) Mijn gedachten dwalen af naar de Boeddha-beelden. Die in Bamyan, Afghanistan.

Een ‘deskundige’ zegt in een praatprogramma dat hij dit niet heeft verwacht. Die doelbewuste aanvallen om burgers te raken. Maar waarom niet dan? Ze hebben in Syrië precies hetzelfde gedaan. Daaraan kon iedereen al zien hoe meedogenloos het er nu weer aan toe zou gaan.

Het is hartverwarmend hoor, al die mensen in mijn omgeving die hun huizen openstellen voor Oekraïense vluchtelingen. Alleen, waarom hebben ze dat niet voor de Syriërs gedaan? Die werden toch op precies dezelfde manier belaagd? De bommen komen uit dezelfde fabriek, neem ik aan.

Oh, wacht ik begrijp het. ‘Wij’ identificeren ons makkelijker met de Oekraïners dan met de Syriërs. De Oekraïners lijken in uiterlijk, normen en waarden, gedrag en gewoonten meer op ‘ons’. Meer dan de Syriërs dat doen.

Tja, dat is nu precies waar al die ellende van komt.

Op donderdag 10 maart was 2Doc: Rules of War op NPO2. Een Rode-Kruismedewerker geeft een workshop ethisch vechten aan milities in Zuid-Soedan. Er bestaat namelijk zoiets als oorlogsrecht. Tijdens de Slag om Arnhem hielden zowel de Duitsers als de geallieerden zich daar aan. Meestal.

Volgens dit oorlogsrecht is het de bedoeling dat soldaten tegen soldaten vechten en daarbij zo min mogelijk burgerslachtoffers maken. Punt is wel dat je hiervoor enig strategisch inzicht moet hebben. Je moet als militair ook zelf kunnen nadenken. Ik weet niet of Russische militairen drugs gebruiken, maar Afrikaanse strijders doen dat wel.

Nog zoiets. Vroeger vochten ze in Soedan niet met geweren. Ze deden dat met stokken. Vrouwen konden een conflict beslechten door een gewonde man met hun lichaam te beschermen. In Afrika bestonden er al ethische gedragscodes voordat daar Arabieren en Westerlingen kwamen. Hier kunnen we nog een voorbeeld aan nemen. Nu zijn soldaten beesten geworden, volgens een Afrikaanse in de documentaire.

Wapenproducenten hebben geen boodschap aan workshopjes ethisch vechten. Een keer raden waar de vijf grootste producenten ter wereld zitten.

Bekijk het eens vanuit een andere positie

In mijn duffe hoofd zit ik nog na te tollen van gisteren, toen er iets losschoot in een spaak gelopen kwestie. De buurman. Het toewerken naar een doorbraak en een oplossing vergt al mijn denkkracht, fysieke energie, creativiteit en strategische kennis. Daarom moet ik dit stap voor stap doen. Maar. Draai een kwart slag en bekijk de zaak dan opnieuw.

Want waarom denkt de buurman al 35 jaar lang dat hij het zich kan permitteren om maling te hebben aan zijn naast wonende buren? Kennelijk komt hij altijd weg met wat hij doet. Ik dacht eerst dat dit kwam, omdat hij zijn imago mee heeft. Het is nu tenslotte een oude en fysiek kwetsbare man.

Flarden van gesprekken met vorige eigenaren en oude buren komen weer boven. Uitspraken, die ogenschijnlijk weinig verband met elkaar houden, vallen samen met mijn eigen ervaringen in de afgelopen jaren. En dan de laatste woorden, die buurman tegen mij heeft uitgesproken: ‘Als je nog één keer over het onderhoud begint, dan gebeurt er wat!’ Ik dacht toen bij mezelf: Wie breng je daarvoor mee dan?

Ja, bekijk de zaak eens vanuit een andere positie. Kijk ook naar welke andere partijen erbij betrokken waren. Oorspronkelijk, in de jaren tachtig. En beschouw hoe bepaalde instanties zich naar mij toe hebben opgesteld. Ik ben degene die hier pas veel later is komen wonen, maar nog altijd met de nasleep van toen geconfronteerd wordt. Tot besluit: de Vraag der Vragen. Hoe zit het met de financieringsstromen?

Dus had ik opnieuw een e-mail verzonden naar een van de betrokken partijen. Een partij die de buurman bijstond en mijn bericht al een jaar lang niet had beantwoord. Ik had daarin een vergelijking gemaakt met de toeslagenaffaire. Gewoon, omdat ik in precies zo’n zelfde nachtmerrie-scenario ben beland. En verder had ik bij een andere betrokken partij een gesprek aangevraagd, met vermelding dat de kwestie mij na twee jaar nog bijzonder hoog zit. Omdat er voor mij niets is opgelost, terwijl er een compleet hulpverlenerscircus om mijn arme ‘kwetsbare’ buurman heen draait.

Die buurman heeft zijn dreigement inderdaad korte tijd later waargemaakt. Hij heeft zijn buurvrouw met alle mogelijke verzinsels en onbekende ‘vertrouwelijke informatie’ bij een officiële instantie zwart gemaakt.

Ja. Kijk naar een Engelse detectiveserie en het is immer hetzelfde verhaal. Je wordt steeds tot het eind toe op een dwaalspoor gezet door de vele zijdelings spelende en minder relevante schandalen, die door het onderzoek naar de moordenaar worden opgerakeld. Iedereen heeft wat te verbergen. Niemand, inclusief meerdere betrokken partijen, uitgezonderd.

Dat gesprek heeft een openingetje opgeleverd en nu beginnen de radertjes opnieuw te draaien.

Update van een luie blogster

Het heeft wel wat, hoor, zo’n blogopruiming. Je komt nog eens wat tegen waarvan je denkt: Goh, dat is handig. Die tekst kan ik mooi aanvullen en dan op mijn andere website plaatsen. En wanneer je voor een nieuw logje een passende foto zoekt, duik je gewoon in het archief met gewiste foto’s. (Deze tip is minder raadzaam voor wie veel langdurige volgers heeft.) Maar bovenal geldt: less is more! Vooral wat kwaliteit betreft, want alleen de betere logjes en foto’s blijven. Dat maakt ze gelijk sneller vindbaar.

Nu de halve inhoud van Raam Open is verdwenen, heb ik de Pronkkamer opnieuw ingericht. Wellicht wil je daar eens een kijkje nemen?

Verder heb ik Over mij een update gegeven, al is de aanvulling bescheiden.

Tot besluit nog dit. Een tijd lang heeft een vroegere volgster overvloedig op vrijwel ieder bericht gereageerd. Zo vaak, dat het leek alsof mijn blog compleet werd overgenomen. Afgaande op haar blog, heeft zij inmiddels meer innerlijke rust gevonden. Ik heb haar schrijfsels gewist, want Raam Open is mijn speeltuin. De Reactieregels zijn onveranderd en zullen in de komende jaren ook zo blijven. 😉

Krijg die bestanden er maar eens af

Onlangs heb ik een nieuwe laptop gekocht: een ASUS VivoBook met Microsoft 365 personal abonnement. Alles werkt prima en mijn eigen bestanden staan er ook weer op. Toch heb ik een prangende vraag: hoe krijg je tegenwoordig persoonlijke bestanden van een oude laptop af? Vroeger was dit eenvoudig. Je ging naar Verkenner en haalde alle mappen weg. Nu moet je rigoureuzer te werk gaan, anders blijven er persoonlijke bestanden in diverse programma’s staan.

Zo heb ik alle mappen met afbeeldingen verwijderd uit het fotoprogramma. Ook heb ik via schijfruimte opruimen alle miniaturen gewist. En toch blijven ze maar opdoemen. Foto’s van drie en zelfs tien jaar geleden rouleren vrolijk verder in het tegeltje van mijn startmenu.

Is het dan werkelijk nodig om de harde schijf eruit te slopen? Ik breng graag een lege laptop naar het afvalstation. Wat er daarna mee gebeurt, is namelijk moeilijk te volgen. Misschien gaat zo’n apparaat naar de recycling toe en haalt een vreemde je gegevens weer tevoorschijn.

Pasgeleden heb ik twee andere oude apparaten weggebracht. Een heel oud transistorradiootje en een printer die ik amper kon gebruiken. Want al deed die printer het nog wel, hij had één serieus mankement. Om de haverklap moesten er nieuwe cartridges in. Die zijn steeds binnen no-time leeg, of ze drogen razendsnel uit vanwege te weinig gebruik. Dat hoort bij het verdienmodel van de fabrikant: uiteindelijk ben je meer geld aan cartridges kwijt, dan dat zo’n printer heeft gekost.

Oude spullen wegbrengen ruimt lekker op. Al moet ik zeggen dat ik achteraf toch wat minder gemoedsrust had. Onderweg realiseerde ik mij ineens dat die printer een display heeft. Daar deed ik weinig mee. Maar zou dit dan betekenen dat hij alle printopdrachten onthouden heeft? Printjes van belangrijke correspondentie, bankafschriften en mijn belastingaangifte met Burgerservicenummer en zo?

Het hart als symbool

Op een zonnige, warme lentedag staat een hart symbool voor de liefde. Zo’n lentedag kan misleidend zijn. Want hoe veel mensen hebben hartzeer, zonder dat we het zien?

Twee dagen geleden stierf de ‘liefste’ buurvrouw in ons straatje. ‘Liefste’ is hier een raar woord. Maar toch. Zij was voor mij van alle buren de meest dierbare persoon. Een stukje uit de tekst op haar kaart:

‘… En zag
Dat ik ook in dit leven hoor
Bij het grote geheel,
Bij de oorsprong van alle natuur
En dat ik elk uur
De rest van dit bewuste leven
Liefde ga zijn en liefde ga geven
Schoonheid ga zoeken
In alle gaten en hoeken …’

Zoals ik haar in korte tijd heb meegemaakt, is dit precies hoe zij in het leven stond.

(Bron citaat: Jochem Myjer.)

Als je half blind bent

Vanwege de gasbel zit ik nu tijdelijk met een nagenoeg blind linkeroog. Ik ontwaar alleen wazige schimmen en kleuren. Een gele massa is de zithoek en een verticale donkere rechthoek is de opening naar de keuken toe. Links en rechts zie ik lichte beige vlakken, dus dat zullen de ramen wel zijn. Wanneer ik met gestrekte armen mijn handen beweeg, kan hun aanwezigheid mij makkelijk ontgaan. Ik zou dus niet graag zonder reserveoog door het leven willen gaan.

Tegelijkertijd is het wonderlijk hoe goed en snel onze hersenen gebreken compenseren. Werkt ons linkeroog niet, dan schakelen we direct over op ons rechteroog. Iets dergelijks gebeurt ook bij een maculagat, dus bij een vervorming in een van beide ogen. Desondanks verandert het totaalbeeld nauwelijks. Wel laten diepte en afstand zich met één oog minder makkelijk inschatten. Tenminste, als je gewend bent om met twee ogen te kijken. Stoeprandjes en traptreden zijn voor mij nu behoorlijk misleidend. En voordat ik een weg oversteek, kan ik mijn hoofd maar beter wat verder draaien. Een blinde hoek is er niets bij.

Daarom mag ik nu ook geen auto rijden. Fietsen doe ik evenmin. Vanmorgen heb ik wel voor het eerst weer een winkelwagentje bestuurd. Dat was nogal een exercitie. Bij de groenteafdeling ramde ik bijna een plasticzakjeshouder van een kast af – die had ik dus even gemist – maar verder ging het prima. Mogelijk heb ik ook een paar buren beledigd door ze straal voorbij te lopen, maar ik ben in elk geval zonder kleerscheuren thuisgekomen.

Een piepklein flesje vormt echter de grootste uitdaging. Drie maal daags moet ik een druppeltje desinfecterende vloeistof in mijn ‘oogzakje’ droppen. Dat is een zeer precies werkje, terwijl ik onmogelijk kan zien wat ik aan het doen ben. Nou, ik weet het weer zeker: zulke flesjes worden gegarandeerd zonder inspraak van de gebruikers ontworpen. Ik verdenk de farmaceut zelfs van opzettelijke belemmering. Ga maar na: hoe meer druppels er naast een oog vallen, hoe meer flesjes iemand nodig heeft. Het gevecht met de kitspuit was er niets bij.