Hand in hand over straat

Een man en vrouw van middelbare leeftijd staan hand in hand in de hal van Arnhem Centraal. Je ziet dat vaker hier en ik vind het mooi. Hoe anders is dit in de Randstad. In mijn herinnering lopen volwassenen daar nog maar zelden hand in hand. Waardoor komt dat?

Voor kinderen is het normaal om hand in hand over straat te gaan. Je leert het van je ouders die je bij de hand nemen zodra je kan lopen. Ook met mijn schoolvriendinnetje liep ik hand in hand naar de kleuterschool. Daarna werd het langzaam minder. Spelende kinderen hebben nog veelvuldig lichamelijk contact, maar de Nederlandse cultuur is fysiek afstandelijk. Zo rond je tiende is het er wel aardig af.

We leren van jongs af aan hoe het hoort. Bij een eerste kennismaking geven we elkaar een hand, in formele situaties tenminste. Anders zeggen we gewoon ‘hoi’ of ‘hallo’ tegen een groep en maken we met onze hand een begroetingsgebaar. Bij vertrek volgt er een kleine zwaai ter afscheid achteraan. De gewoonte om vrienden ter begroeting of afscheid te zoenen is geïmporteerd uit Amerika. Want van oudsher deden we dat niet. En als we in Frankrijk waren, lachten we soms besmuikt. Die rare Fransen zoenen zelfs hun collega’s en hun baas.

Rond de pubertijd was ik het hand in hand lopen aardig verleerd. Daarom ging het eerst zo onhandig, toen ik vriendjes kreeg. Het is ook maar net wat je van huis uit gewend bent. Hou je je hand met de palm naar voren of naar achteren? Mijn moeder hield altijd haar hand naar achteren, dus hield ik mijn hand met de palm naar voren. Andersom voelde raar. Vandaar dat de eerste hand-in-hand-wandeling met een vriendje begon met handen- gedraai.

Achteraf heb ik mij wel afgevraagd of er een betekenis in schuilt: wie zijn hand met de palm naar voren houdt en wie naar achteren. Is degene met de palm naar achteren de ‘leider’ en degene met de palm naar voren de ‘volger’? Vanuit welke positie kan je het beste aansturen en richting bepalen? Dat moet ik nog eens uitproberen.

Het onwennige zat hem ook in de verschillen. Het fijnste is om hand in hand te lopen met iemand die ongeveer even lang is en hetzelfde tempo heeft. Daarnaast maken de lengte van de stappen wat uit, en of de ander rekening met je houdt. Bij het oversteken bijvoorbeeld. Als de ander voor een snel naderende auto begint te lopen, terwijl jij niets doorhebt en wordt meegesleurd, is dat toch een beetje gevaarlijk.

En dan die handen zelf. Zonder overdrijven kan ik stellen dat ik op iemand afknap als hij of zij geen prettige hand geeft. Een slap handje bijvoorbeeld, of zo een waarbij je hand wordt fijngeknepen. Dan zijn er nog de plakhandjes, de fragiele handjes, de knokige handen, de vuile handen en de koude handen. Sinds er bouwvakkers over mijn vloer komen, heb ik vooral veel vlezige en warme handdrukken gehad. Die zijn toch een stuk aangenamer.

Vroeger zag je ook vaker paren arm in arm of met de armen om elkaars middel stappen. Dat vergt een nog preciezere afstemming wil het geen schokkerige bedoening worden. Volgens mijn moeder flaneerden verloofden in haar jeugd zo door bepaalde straten in de stad. Ouderen lopen tegenwoordig nog wel gearmd. Uit gewoonte, of omdat één van hen bij gebrek aan steun nu makkelijk omvalt. In dat opzicht is de rollator een stoorzender die individualisme in de hand werkt. Of onafhankelijkheid, natuurlijk. Het is maar hoe je dit bekijkt.

Ongetwijfeld beïnvloedt hand in hand lopen ons gemoed. We zijn tenslotte sociale dieren voor wie fysiek contact belangrijk is. Hand in hand lopen versterkt in een goede relatie het gevoel van binding, geborgenheid en veiligheid. En het werkt geruststellend in uitdagende omstandigheden. Een mooi voorbeeld daarvan is mijn ervaring met een Chinese vrouw bij de inktzwarte Grand Canyon.

Hand in hand lopen straalt uit: wij zijn samen, wij zijn één. Zie maar eens tussen ons te komen. Wij horen bij elkaar. Dat heeft voor- en nadelen. Want het is altijd link wanneer mensen zich buitengesloten voelen.

In het Midden-Oosten is het normaal dat heteroseksuele mannen als vrienden hand in hand lopen. Tegelijkertijd is dat een regio waar men elkaar regelmatig de hersens in slaat. Dat is logisch. Het tribale denken is er namelijk heel sterk. Dus degene met wie je niet hand in hand loopt, hoort er duidelijk niet bij. Die voelt zich buitengesloten en zit dan al gauw in het kamp van de vijand.

Waarschijnlijk kunnen we toch heel wat problemen voorkomen als we wat vaker hand in hand gaan lopen. Vooral volwassenen zouden dat vaker moeten doen. Juist ook met degenen die ze naar het leven staan.

(Bron afbeelding: TNK Photo op Unsplash.)

Ze zullen niet oud worden

Aan het begin van de film over de Engelse soldaten in de Eerste Wereldoorlog zie je dat ze zich vrijwillig aanmelden. Peter Jackson vertelt hun verhaal in They shall not grow old chronologisch. Er komen jongens aan het woord van nog geen zestien jaar oud. Het is 1914. Wat weten ze van de wereld? Maar ze willen er bij zijn en het avontuur aangaan. Ze willen goed doen voor volk en vaderland.

Er is nog een reden. De gebitten van veel jongens en jonge mannen verraden de armoede waarin ze zijn opgegroeid. Rotte tanden hebben ze en menige lacher ontbloot een mond vol zwarte gaten. Ze willen het afstompende werk in de vuile fabriek achter zich laten. Het leger biedt gewoon een andere baan.

Goh, wat was alles strak georganiseerd. Laat dat maar aan de Britten over. Je ziet de rekruten aankomen bij verzamelplaatsen. Dan hebben ze hun sjofele burgerkleding nog aan. Een man in uniform houdt de onwennige kudde met een stok driftig in het gareel. Als de rekruten over een denkbeeldige streep heen lopen, krijgen ze een tikje met zijn cane. Ze laten dat toe en gehoorzamen gedwee. In 1914 was er orde, en standsverschil.

De mannen krijgen hun bepakking. Veel is het niet aan kleding. Alleen het hoogstnoodzakelijke gaat mee. Één extra onderbroek ter verschoning, scheergerei en een stuk zeep. Marcherend over landelijke zandwegen zeulen ze loodzware kilo’s aan wapens en munitie mee.

Het strijdveld komt nu in beeld. Of beter: de loopgraven, waarin een groot deel van hun nieuwe leven zich afspeelt. Aanvankelijk lijkt het alsof ze een weekendje kamperen met de padvinderij . Ferme jongens graven gangen uit, of worden door bestaande loopgraven heen geleid. Met een gids, want het is een doolhof. Ze kunnen zich tussen de aarden wallen boven ooghoogte moeilijk oriënteren. Daarboven liggen de uitgestrekte velden. En er groeien echt rode klaprozen. Rood ja, want dit zijn beelden in kleur.

In de loopgraven gaat het dagelijkse leven door. Er wordt gekookt, gewassen en geschoren. Er zijn pennen in de wand waaraan de mannen hun jas kunnen hangen. Het zijn jonge kerels onder elkaar. Beetje pesten hier, beetje geinen daar. Zo te zien zijn ze er klaar voor. Het is wel spannend, maar ze zijn gewend om op commando te presteren. Dat is net als in de mijnen en de fabriek, eigenlijk. Bovendien cultiveren Engelsen comradeship. Daar kunnen die Duitsers nog wat van leren.

O ja, de Duitsers. Ze zijn er wel, maar je ziet ze niet. Nog niet. Ze zitten daar ergens verderop. Je ziet af en toe wat explosies en zo. Doffe uitbarstingen doen de grond van akkers en velden in duizend brokken omhoogkomen. In gefilmde slow motion. Alsof je naar de theatrale schoonheid van een balletvoorstelling kijkt.

Het wordt kil en het gaat regenen, wekenlang. De loopgraven lopen onder. Er zijn nu heel veel explosies en bombardementen. Mannen naast je worden geraakt. De grond om je heen wordt aan gort geslagen. En het gaat maar door. Je moet continu terugschieten met loeiheet materieel en dat maakt een hels kabaal. Het wordt donker en totaal miserabel. Hoe erg het allemaal is, merk je pas veel later, na afloop, als het oorverdovend stil is. Luizen jeuken en alles is goor. Gangreen en kapotgeschoten lijken. Groen/blauw, vaalgrijs/rood. In kleur. Het krioelt van de ratten die afkomen op het menselijke voer.

[Is dit een film? Nee, dit is echt.]

Wat gaat er door een man heen nadat hij het bevel hoort en er geen weg terug is? In die laatste seconde voordat hij de loopgraaf uit klimt / te paard naar voren schiet / met schild en priemende lans recht op de vijand afstormt / zijn zwaard heft en rennend en brullend ten aanval gaat?

Ik heb mij dat jarenlang afgevraagd bij het zien van films over historische strijdtonelen en, uiteraard, bij The Lord of the Rings. Wat zou je zelf doen: bevriezen, vluchten of vechten? Bij Peter Jackson zijn film en werkelijkheid één. En hij toont het antwoord. De mannen vertellen het zelf.

‘Zodra je de loopgraaf uit kruipt en het strijdtoneel op rent, verdwijnt de angst en doe je wat je moet doen.’
[Als een artiest die het podium voor een afgeladen zaal bestijgt? Als een sporter die naar de allerhoogste plaats reikt?]
‘Je denkt niet meer na.’ ‘We werden als beesten.’ ‘Bij zulke massale slachtpartijen worden gewonden een last; ze kunnen beter dood zijn.’ ‘I put him out of is misery’.

Bevriezen, vluchten of vechten. Ik maak me weinig illusies, mocht de situatie zich voordoen. Daarom hecht ik meer aan soft power als menswaardig alternatief. Met muziek van Radiohead om het mooi af te ronden. The Numbers, for consolation and a way out.

Het verborgen leven van bomen

Hoe meer je leert, hoe meer je beseft hoe weinig we weten. In een bos zie je overal bomen om je heen. Staan ze dicht bijeen, dan groeien ze omhoog naar het licht. Staan ze vrij en krijgen ze alle ruimte, dan spreiden ze hun takken. Zo ver als ze maar kunnen reiken. Beuken en eiken zijn daar goed in. Zulke volgroeide bomen vinden we bijzonder mooi. Daarom geven we bomen in stadsparken volop de ruimte. Hoe verder afgezonderd, hoe beter ze tot hun recht komen. Denken wij.

Want die afgezonderde boom staat wel heel kwetsbaar en eenzaam te zijn. Het contact met zijn soortgenoten is verbroken. De geursporen waarmee zij communiceren, bereiken hem niet. Dus mist hij hun waarschuwing als er vraatzuchtige insecten aan komen. Ook ontbeert hij de belangrijke draadjes van zijn wortels naar die van zijn makkers. Terwijl hij tussen hen in veilig is. Zij kunnen hem helpen als hij ziek wordt en zelfs ondergronds voeden als hij honger krijgt. Bomen zijn sociale wezens. Ze kunnen voelen, ruiken en leren. Echt waar.

Lees Het verborgen leven van bomen van Peter Wohlleben en er gaat een wereld voor je open. Voor mij evenaart zijn kennis de wetenschap over het heelal. Ook dat is een wereld waar we nog nauwelijks iets van begrijpen. Maar alles is met alles verbonden. Geen boswandeling zal meer hetzelfde zijn. Tolkien was right.

Al je wachtwoorden aanpassen

Zit je vaak op internet, dan is de kans groot dat het een keer gebeurt. Vandaag ben ik aan de beurt. Er komt een e-mailtje binnen met als onderwerp mijn e-mailadres en mijn voluit geschreven wachtwoord. Slik. Okeeee … Dit is zo’n ‘stay calm and don’t panic’-moment. Al is het bericht bij nader inzien best lachwekkend. Want een zekere Aubrie heeft via de camera van mijn laptop stoute dingen gefilmd.

‘One of the x-rated videos website you watched was infected with my malware which recorded a video of your immoral sexual doings from your webcam and even recorded the clip you were playing! In the video you really are looking exciting. Your current mail and Facebook contacts were at that time sent to me by my malware.’

Grappig zeg, die Facebook contacts. Ik mijd Facebook namelijk al mijn internetleven lang als de pest. Binnen 24 uur moet ik USD 3.000 op een Bitcoin-rekening overmaken. ‘If I don’t get the money,’ dreigt Aubrie, ‘I will send your video to every contact of yours. Consider regarding the disgrace you experience. and likewise if you happen to be in a committed relationship, exactly how it will affect?’ Nou beste Aubrie, dat zal mij een zorg zijn.

Maar goed, mijn wachtwoord dus. Dat is wel een dingetje. Want net als iedereen heb ik tal van accounts bij bedrijven, netwerken en instellingen. En dat specifieke wachtwoord is ook het wachtwoord van mijn laptop. Het stamt nog uit de beginfase van internet. Bovendien is het onderdeel van wachtwoorden voor DigiD en mijn betaalrekening. Het is nu eenmaal lastig om veel verschillende wachtwoorden te onthouden.

Nu ben ik al úren bezig met wachtwoorden checken en aanpassen, want overal moet je een account met wachtwoord hebben. Wil je een prijsvraagje invullen? Hup, wachtwoord aanmaken. Of wil je een poster bij PimpJeDeur bestellen? Fijn, maar wel even een accountje maken. Zo gaat het maar door. Gelukkig heb ik tijdens de vorige alarmfase (toen LinkedIn was gehackt) al veel wachtwoorden veranderd. Maar ongemerkt zwerven er nog diverse bijna vergeten accounts rond. En daar staat dat oude wachtwoord.

Eigenlijk moet ik Aubrie bedanken. Dankzij haar heb ik schoon schip gemaakt en veel accounts opgezegd. Bij sommige organisaties ging dat vlot. Die geven helder aan hoe het moet. Anderen hebben al eerder mijn account verwijderd wegens onbruik of systeemwijziging. Ook goed. Alleen het account van Ticketmaster wil van geen wijken weten. En ik kan het bloed van die lui daar toch al drinken. Grrr.

Hoe ga jij om met accounts en wachtwoorden?

Plog – Saluut van een vliegtuig

Na een zomer vol bijen, hommels en vlinders, volgen steevast in september de vliegtuigen. Geen gewone van de burgerluchtvaart, maar zeldzame uit de Tweede Wereldoorlog. Elk jaar komen zwaar ronkende Dakotas en Hercules toestellen over. Rond Arnhem en Wageningen zijn deze trekvogels bekende verschijningen. Ze zijn hier de airborne herdenkingen en brengen een saluut aan hun gesneuvelde makkers.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Wil jij weten wat er boven jouw hoofd vliegt? Je vindt actuele informatie over elk toestel op de Global Radar View van ADS-B Exchange.

Braai

Het begint nog wel zo knus en aandoenlijk. Op een zonnige zaterdag staan er twee markten op het programma. Met de bus kom ik in een dorp aan bij de eerste. Dit is een liefdadigheids-gebeuren, compleet met thuis gebakken cake en loterij. Na een half uur zit ik weer bij de bushalte. Er rijdt een auto langs met een sticker van de Zuid-Afrikaanse vlag. Ik raak mild geïnteresseerd. Heeft de bestuurder daar vakantie gevierd? Of komt hij er zelf vandaan?

De auto wordt vlakbij geparkeerd en ik volg wie er uitstapt. De bestuurder is een blanke man. Hij draagt een overhemd met kaki jachtvest en een broek in dito stijl. Hm, warm. Aan de passagierskant verschijnt een blanke vrouw met zwart haar. Zij heeft een keurig rood jasje aan. Kan, kan. Engelse voorouders of Hugenoten misschien. Ze komen vast voor de rommelmarkt. Maar voordat zij op pad gaan, komt mijn bus er aan.

De tweede markt is verderop in een stad en eveneens ideëel van opzet. Er staan mensen met zelfgemaakte producten en ecologische waren. Ook is er is een zithoek van strobalen en schapenvachten rond een kampvuur. Boven de vlammen hangt een grote ketel aan een driepoot. Een paar zestigers kookt op hun gemak soep. Leuk. Nieuwsgierig spreek ik hen aan. Het blijkt om een groep natuurliefhebbers te gaan.

Prompt duikt die ene man in kaki outfit ook op bij het houtvuur! Hij past perfect in het geheel. Braai, dat is mijn eerste associatie. Hij komt vast zelf uit Zuid-Afrika. ‘Was u toevallig net op die andere markt?, vraag ik. En ik vermeld dat zijn autosticker mij opviel. Gelijk roept hij zijn vrouw.

Twee blanken uit Zuid-Afrika, in gesprek met een voormalige expat in Kenia. Heus, het begint aangenaam. Maar elk onderwerp buigen ze direct om naar wanbeleid en geweld, inclusief gruwelijke details. Er is geen ontkomen aan. ‘Jullie weten hier niet wat daar gebeurt’, zegt de man.

En ik denk: ‘Ja.’ Want ons halve journaal gaat over twee Armeense kinderen. Oké, in augustus kwam de NOS met een bericht uit Zuid-Afrika over 47 plaasmoorden. Wat op 19.000 moorden per jaar ‘slechts’ 0.3% is van het totaal, in een land met 56 miljoen inwoners. Dat was zo’n beetje al het nieuws over Afrika, een heel continent.

‘En ja’, denk ik vanwege een niet doorgegane dienstreis naar Zuid-Afrika tien jaar geleden. Wat weet je nu echt als je er nooit bent geweest? Oh, ik ken hun angsten. Ze hebben de tralies thuis gelaten, maar ze zitten met hun gedachten overal gevangen. Iemand zei over hun land: ‘It’s a human hell in a natural paradise.’

Bij ons afscheid geven we elkaar een hand. De zon schijnt. Op de markt eten kinderen ijsjes. Trots verkoopt een nieuwe statushouder zijn zelfgemaakte lekkernijen. Hij is weer iemand. Het is een heerlijke nazomerdag.

Uren later ruikt mijn haar nog steeds naar de rook van het vuur.

Riskeer en word weerbaar

Onlangs sprak ik iemand die het liefste samen met anderen uitstapjes maakt. Zich aansluiten bij een groep is echter niet genoeg. Er moet een vertrouwde naaste mee, anders voelt die persoon zich toch kwetsbaar en alleen. Leeftijd maakt weinig uit; dit is altijd zo geweest.

Het staat haaks op hoe ik zelf in het leven sta. Veel mooie ervaringen heb ik meegemaakt juist omdat ik alleen was. En wat ik heb bereikt, heb ik ook zelfstandig gedaan. Natuurlijk kan je wat hulp of geluk gebruiken. Maar in je eentje uitdagingen aangaan hoort bij volwassen worden. Hoe kan je anders op eigen benen staan?

Uitdagingen krijgen we allemaal. Examen doen, verhuizen en naar een andere school gaan, nieuwe vriendschappen sluiten en presentaties geven. In dergelijke situaties moet je het helemaal zelf doen. (Al gaan sommige ouders met hun kind mee naar een sollicitatiegesprek.)

Ouders kunnen veel doen om hun kind een stevige basis en zelfvertrouwen te geven. Gebeurt dat niet, dan heeft zo’n kind een veel langere weg te gaan. Maar eenieder die de wijde wereld in trekt, krijgt kansen om bij te leren. Daarvoor moet je wel uit je schulp kruipen en het op zijn minst probéren.

Dan nog zal het zelden van een leien dakje gaan. Voor onzekere of sociaal onhandige mensen is de wereld behoorlijk intimiderend. Misschien roep je een negatieve reactie op door je eigen gedrag. Ook kan er een aanleiding zijn van buitenaf. Gewoon, omdat de ander zijn dag niet heeft of omdat hij een aso is. Onderscheid is belangrijk. In alle gevallen kan je van aanvaringen leren. Desnoods met hulp van een coach die helder maakt wat er speelt en handvatten geeft.

Ik heb het meeste geleerd van mensen die buiten mijn vertrouwde kringetje staan. Dat was soms zeer confronterend. Het ging – en zal altijd blijven gaan – met vallen en opstaan.