Laten we ons nog inperken?

Waren het beelden uit Kenia? Te zien is een rommelig kruispunt, van bovenaf gefilmd. Zo’n stoffige plek met karretjes van straathandelaren, langsrijdende auto’s en wandelende voorbijgangers. Plots komen er mannen op motoren aan. Ze springen eraf en meppen met wapenstokken wild om zich heen naar elke passant die ze raken kunnen. Iedereen stuift uiteen. Binnen een mum van tijd is het kruispunt leeg. Zo, ook weer gedaan. De avondklok in coronatijd is ingegaan.

Dat zouden ze hier eens moeten doen. Het land zou meteen te klein zijn.

Oh, da’s waar ook: ons land ís te klein. Vanwege al die mensen die zichzelf heel wat vinden. Die altijd zelf wel bepalen wat goed voor hen is. Die zich door niets of niemand de les laten lezen. Zij hebben nu wel lang genoeg binnen gezeten en dus gaan ze naar buiten. De trend van IC-opnames daalt en het gevaar is geweken. Trouwens, ze hebben het ‘verdiend’. Ze houden al weken rekening met anderen, zoals de hardwerkende IC-verpleegkundigen. Dat is toch een flinke opoffering.

Vrijheid is in Nederland een groot goed. Het is verworden tot een vanzelfsprekendheid. Iets wat je kan en moet opeisen. Oh wee als iemand daar paal en perk aan stelt. Zelfs al is dat om de grenzen van anderen te beschermen. Want je hebt er recht op en we hebben er voor gestreden.
(Oh ja, wanneer dan? Tijdens de reformatie, 460 jaar geleden?)

Tot nu toe leven we hier met een ‘intelligente’ lockdown. Dat is niet altijd leuk. Mijn eigen bewegingsruimte is flink ingeperkt door de maatregelen in het OV. Maar mijn persoonlijke vrijheid wordt nog veel drastischer beknot door degenen die te veel ruimte innemen. En wat geeft hen daartoe dan het recht?

Een goede reden voor chagrijn

Soms moet je echt zoeken naar een legitieme reden om chagrijnig te mogen zijn. Bijvoorbeeld:

  • Omdat je door het vele thuiszitten weer wat dikker wordt. (Maar miljoenen dagloners hebben door de lockdown helemaal geen eten. Dus waar heb je het over?)
  • Omdat de dakdekker vergeten is om iets uit te voeren. (Maar inmiddels heb je een nieuwe afspraak geregeld.)
  • Of omdat je onder de rode kriebel bulten zit, zoals ik momenteel. (Maar sinds kort weet ik dat de klimop hiervan de oorzaak moet zijn. Dus kan ik een allergische reactie in de toekomst vermijden.)

Zo zijn er genoeg zaken waar ik best moe van word. Alleen is er ook steeds een verzachtende omstandigheid waardoor er toch mee valt te leven. Misschien is de belangrijkste reden voor mijn chagrijn, dat ik geen goede reden heb om chagrijnig te zijn.

(De vermoedelijk schuldige klimop; veroorzaker van fytofotodermatitis.)

Geborgenheid in een ongewisse tijd

Volgens Maslov is een goed dak boven je hoofd een eerste levensbehoefte. Daarom genieten we ook zo van een goed onderhouden huis dat comfort biedt. Sinds de coronacrisis loopt het storm bij de bouwmarkt en knapt menigeen zijn woning op. Dat komt omdat veel mensen nu tijd hebben en vaker thuis zijn. Maar ik zie vooral een sterk verlangen naar geborgenheid in een periode vol onzekerheid.

In Krabbé zoekt Chagall citeert Jeroen de Russisch-joodse schilder. Marc Chagall doorstaat de roerige jaren van Eerste Wereldoorlog en de Russisch Revolutie. Hij krijgt te maken met restricties en discriminatie. En zakelijk wordt hij diverse malen belazerd. Mede hierdoor balanceert hij steeds op de rand van de financiële afgrond. Wanneer hij in 1923 naar Parijs trekt, keren zijn kansen. Samen met vrouw en dochter kan hij eindelijk leven in relatieve weelde. En dat doen ze. Maar gevraagd of hij zich nu veilig voelt, antwoordt hij: ‘Dat nooit’.

Gevoelsmatig vinden we zekerheid in een goed onderhouden woning. Binnen kunnen we de boze wereld buiten houden. Dat proberen Trump en al die andere bange graaiers en machtswellustelingen ook. Daarom besef ik: geniet van het moment. Geniet van wat je nog hebt in dit land, want deze veiligheid is een illusie.

Toch is veiligheid tot op zekere hoogte wel maakbaar. Het vergt alleen een ommezwaai in onze prioriteiten. Een economie moet ten dienste staan aan een samenleving, en niet andersom. Dit zou altijd de leidraad moeten zijn voor regeringsleiders en nu voor het EU-steunfondsenbeleid. Daarom herhaal ik een stukje uit mijn log van 13 december 2013, toen ik schreef over Maslow voor EU-leiders:

‘Weerstaan Merkel en Dijsselbloem de machtige lobby van het mondiale bedrijfsleven? Nu al hebben veel mensen in Duitsland twee baantjes om rond te komen. Mede daarom is het tijd voor een overkoepelende EU-visie. Hier volgt mijn tip van de dag. Toets of plannen aan twee basisvoorwaarden voldoen, voordat ze nader worden besproken:

  1. Het plan dient de drie belangrijkste levensbehoeften van onze bevolking.
  2. Het plan schaadt geen belangrijke levensbehoeften van anderen.

De levensbehoeften volgens Maslow zijn (van zeer belangrijk tot minder belangrijk):

  1. Lichamelijke behoeften: schone lucht, veilig voedsel, schoon water, seks, warmte.
  2. Behoefte aan veiligheid en zekerheid: rust, orde, geen gevaar, onderdak, inkomen.
  3. Behoefte aan saamhorigheid: vriendschap, er bij horen, liefde.
  4. Behoefte aan waardering: erkenning en zelfrespect, status in sociaal verband.
  5. Behoefte aan zelfontplooiing: volledige ontwikkeling van eigen kwaliteiten.

Als een wet of plan deze basistoets niet doorstaat, mag de indiener terug naar de tekentafel. Volg bij subsidies gewoon de heldere regels van de ASN-bank voor beleggingen.’

Wij zijn allemaal medeverantwoordelijk voor de keuzes die regeringsleiders maken. Dus ook voor onze veiligheid. We creëren zelf de grootste graaiers en de wereldwijde ontwrichtingen. In Trouw (23 april 2020) verwoordt Naema Tahir dit mooi:

‘Ik heb jaren geleden al de keuze gemaakt om minder uit te geven, om minder slaaf te zijn van de productie-consumptiecyclus. Wie veel wil consumeren, moet ook veel verdienen. En hoe meer je wilt verdienen, hoe meer je moet werken. Hoe meer je moet werken, hoe minder tijd je hebt voor de wezenlijke dingen, die doorgaans niet voor geld te koop zijn.
Ik weet het: als iedereen zo zou denken, zou het bruto nationaal product een stuk lager zijn. Maar zijn we dan ook slechter af? Geluk is niet of nauwelijks te koop.’

Geluk niet nee. Maar relatieve veiligheid in de geborgenheid van een socialere samenleving wel.

Onvoorwaardelijk basisinkomen na de coronacrisis

Komen we straks als andere mensen uit de crisis? In VPRO Tegenlicht blikken trendvoorspeller Lidewij Edelkoort en psychiater Dirk De Wachter vooruit op de tijd na de quarantaine. Voor mij springen er een paar zaken uit. Spuugzat zijn veel mensen het, hoe we de aarde verpesten door overconsumptie en enorme verspilling van grondstoffen. En dit terwijl we onvoldoende toekomen aan de zaken die ons leven waardevol maken.

Dankzij de coronacrisis komt onze creativiteit tevoorschijn. En nu we thuis in isolatie zitten, zien we wat we al jaren missen. Door ons economische systeem komen we minder toe aan zaken die de essentie van het leven raken: zinvol en betekenisvol bezig zijn, menselijk contact, zorg voor elkaar.

Misschien gaan we qua welvaart terug naar het niveau van de jaren vijftig. Persoonlijk zal ik daar niet rouwig om zijn. Intussen ontstaat er een lappendeken aan financiële noodregelingen voor steeds weer andere groepen die met inkomstenderving worden geconfronteerd. Daar zijn plotsklaps miljarden voor beschikbaar.

Maar waarom nu pas, en waarom zo ingewikkeld, terwijl de oplossing zo voor de hand ligt?

Dit is hèt moment voor invoering van het onvoorwaardelijk basisinkomen, voor iedereen. Dat haalt de wind uit de zeilen van populisten. Dat ontneemt dubieuze partijen de kans om meer grip op Zuid-Europa te krijgen. Dit voorkomt een potentiële ontwrichting van hele samenlevingen. Nu misschien meer dan ooit. Ik ben ervan overtuigd dat de economie en het milieu ook baat hebben bij invoering van het onvoorwaardelijk basis- inkomen. Dus ik stem voor. Jij ook?

Uw verslaggeefster op expeditie in oorlogsgebied

Het is nodig, ik moet de deur uit. Bij mijn nieuwe twijfelaar is slechts één laken geleverd en dat moet donderdag in de was. Nu zou je zeggen: ‘Bestel gewoon een paar extra lakens op internet.’ Terecht. Alleen wil ik de stof van mijn lakentjes wel eerst even kunnen voelen. Misschien vind ik het weefsel een beetje te ruw, te koel of wat dan ook. Bovendien vraagt mijn matras om een afwijkende maat. Nee echt, ik moet er nu wel uit.

Dit wordt mijn eerste grote expeditie sinds de bijna complete lockdown. Derhalve bereid ik de tocht grondig voor. Openbaar vervoer mijd ik zo veel mogelijk, want je weet maar nooit in zo’n publieke bus. Als voormalige forens op het traject Leiden – Den Haag huiver ik van ieder vervoermiddel waar airconditioning in zit. Ik ben doorlopend verkouden geweest in die tijd.

Daarom stippel ik vooraf de allerveiligste route uit. Eerst de straat uitlopen, dan naar rechts. Vervolgens een kilometer langs het hondenuitlaatveld. (Fietsers, wandelaars en hondenbaasjes mijden. Desnoods van het pad af wijken.) Snel de weg oversteken, heuvel af, onder het spoor door en dan de wandelpaadjes kiezen waar je het minst vaak medemensen ziet. Nu is het een voordeel dat ik dit gebied eerder heb verkend.

Toch gaat het herhaaldelijk bijna mis. Vlak bij een T-splitsing komt er ineens een compleet gezin van links. Er zijn nog kleine kinderen bij ook. Die vrees ik het meest, want die ukken zijn vaak ongeleide projectielen. En weet jij wat zij onder de leden hebben?

Gelukkig is dit voor hen een educatieve trip. Precies wanneer het complete gezin rondom een boomstronk staat gegroepeerd (de moeder: ‘Dit zijn nu jaarringen.’), speurt ik met een wijde boog om hen heen. Zo het zijpaadje in. Fjiew. Gelukt. Zonder adem te halen en met afgewend gezicht.

Even verderop moet ik over een fietspad stijl omhoog een helling op klimmen. Oei, hier wordt het echt kritiek. Nergens uitwijkmogelijkheden en de straffe wind waait mij tegemoet. Plots komt er een man op een driewieler aan gescheurd. Hij is niet bij zijn volle verstand en heeft evenmin iets meegekregen over die anderhalve meter afstand.

Weer probeer ik zo lang mogelijk mijn adem in te houden. Maar ik loop door de inspanning al te hijgen, dus op die helling gaat het mis. Ik word rakelings gepasseerd. Slik. Als ik nu maar niets binnen heb gekregen.

Dan bereik ik de rand van Arnhem. Mijn God, wat is híer gebeurd? De straten zijn compleet uitgestorven. Heb ik soms een bericht gemist? Is er tussentijds een totale lockdown afgekondigd? Even twijfel ik. Doe ik hier wel goed aan? Maar ik ben op een missie, dus hup, in de benen en voorwaarts.

Weer komt er zo’n potentiële coronavirusdrager op mij af. Hij loopt druk pratend mobiel te vergaderen. En weer waait de wind iemands adem in mijn richting. Ik probeer zijn waaierende slipstream te ontlopen, maar geparkeerde auto’s blokkeren die optie.

Onachtzame mensen vormen steevast een gevaar, zo blijkt in de stad. Daar zijn bijna alle winkels gesloten. De sfeer in de verlaten straten herinnert aan de zondagsrust uit mijn jeugd. Er hangen voornamelijk verlopen types rond in joggingbroek. En ik kan de maat niet krijgen die ik zoek.

Op de terugtocht verkies ik alsnog de bus. Binnen neem ik een strategische positie in, namelijk het achterste bankje in het voorste gedeelte. Dan kan er niemand achter mij in mijn richting ademen. Bij het station doen drie jongens een ellebogenboks. Die lopen een paar berichten achter. Het is er trouwens een komen en gaan van lege bussen. Alleen is het uitgerekend in mijn bus topdrukte: vijf passagiers. Gelukkig is het zo’n lange harmonicabus en is iedereen zich van groot gevaar bewust.

Behalve één oude man. Ook hij is zo’n verlopen type, met morsige kleren, ongeschoren wangen en een slappe boodschappentas. Wat denk je? Gaat ‘ie precies in het bankje voor mij zitten. Wel ja, joh, doe maar gewoon alsof dit normaal is. Met onverholen misprijzen kijk ik de situatie aan. Maar zodra hij zijn gezicht opzij wendt, is voor mij de maat vol.

Demonstratief sta ik op en stommel over het gangpad in de rijdende bus naar achteren. Net op dat moment loopt een jonge man naar de deur, remt de chauffeur, en zwenkt de bus naar de halte. Totaal onverwacht en op luttele centimeters afstand, buigt de jonge man nu naar mijn voeten toe, en raapt een pakje sigaretten op. ‘Die zijn van mij.’, zegt hij lachend, zodra hij weer overeind komt, met zijn gezicht vlak bij mij.

De waterscheiding in het leiderschap

Hoe toepasselijk in deze tijd. Werd ik daarom onlangs naar een waterval toe geleid? Een waterscheiding is een grenslijn tussen twee stroomgebieden. Figuurlijk betekent deze term: een omslag of keerpunt. Een wezenlijk verschil in handelwijze, cultuur of mentaliteit. Ik nam foto’s bij de waterval vanuit verschillende posities. Nu vindt er een waterscheiding plaats tussen de leiders en de charlatans.

Wellicht bevinden we ons op een keerpunt, hier en wereldwijd. De regels zijn aangescherpt. Omdat de waterval door mensen is ontworpen, stroomt het water beheerst en gecontroleerd. Controle voelt als veiligheid. Alsof we de zaak in de hand hebben. Is dat waar alles nu om draait?

En is dit dan het definitieve moment van de omslag? Voortdurend heb ik het gevoel dat ik cruciale informatie mis. Het is alsof ik hier in slaap wordt gesust. Net als Mack zoek ik naar duiding, naar relativering, naar een verklaring. De krant en het NOS Journaal missen de dieperliggende motivatoren voor onze keuzes en handelswijze.

Waarom zijn de maatregelen bij deze virus nu zo veel drastischer dan anders? Ik zoek mijn heil bij CNN en bij het BBC world news. Maar in Engeland, India en de Verenigde Staten is het helemaal een chaos.

Draaien de draconische maatregelen vooral om verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid? Dan overheerst mogelijk de angst voor verkeerde keuzes, zowel bij politici als in ons eigen persoonlijke leiderschap. We willen koste wat het kost een situatie voorkomen waarin we later moeten zeggen: ‘Had ik maar …’

Zoals bij deze praktische keuze, die om mijn persoonlijke leiderschap vraagt. Ga ik naar mijn 86-jarige moeder toe? Dat betekent reizen met drie treinen, tweemaal overstappen in Wageningen en op Utrecht Centraal, plus een ritje met de bus. Bij uitstel duurt het tot 2 juni voordat we elkaar weer zien. (Is het werkelijk?) Deze keuze maak ik niet alleen voor mijzelf, maar ook voor haar en onze naasten om haar heen.

Of speelt er nog iets anders mee bij de huidige crisismaatregelen? Zijn wij zo van natuurlijke processen vervreemd, dat we de consequenties daarvan niet meer kunnen accepteren? Sommigen beweren dat epidemieën bij het leven horen. Volgens hen moeten we het lage percentage doden gewoon op de koop toe nemen. Het zijn voornamelijk de ouderen en de zwakkeren die sterven. Zij zien het coronavirus als onderdeel van het zelfreinigend vermogen van het menselijk ras. Survival of the fittest, dat idee.

Dit leidt mij naar een conclusie van Charles Darwin. ‘It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent, but the one most responsive to change.’

Wereldwijd zijn de veranderingen in economische en geopolitieke machtsverhoudingen al jaren gaande. Vooralsnog verschuift het zwaartepunt geleidelijk van West naar Oost. Maar mogelijk zijn we nu getuige van een abrupte waterscheiding in het leiderschap. Dan is het voortaan China dat de toon zet en daarmee ons beleid bepaalt.

Werp een blik op CNN. (Is it 9/11 again?) Het na-ijleffect van deze coronacrisis zal nog lang na 1 juni 2020 voortduren.

Buiten schijnt de zon. We leven hier in een cocon.