Wegdromen met muziek

Er hangt een mooie jurk in de etalage en ik loop de winkel in. Binnen zijn er nog meer feestelijke kledingstukken te zien. Uitgaanskleding die ik associeer met nachten doorgaan en vertier. Gedachten doemen op door een lied op dat achtergrond klinkt. Het nummer vangt mijn aandacht, neemt de regie en sleept me mee. Dat overkomt mij wel vaker met muziek.

Zonder nog iets te zien, blijf ik rond dralen, net zolang totdat het nummer afgelopen is. Ik ken de melodie wel, maar de titel helaas niet. Daarom prent ik een fragment uit het refrein in mijn brein:

‘Sugar, how you get so fly?’

‘Sugar, how you get so fly?’ Wat een rare zin. Toch zit er duidelijk een ‘f’’ in. Even later verheldert Google alles. En de videoclip? Die is heel puberaal en cliché-achtig, maar ook herkenbaar en best wel grappig. Moet je gewoon ff zien. 😉

De deuren van de kerk

Terugkijkend, was de fascinatie vergelijkbaar met wat je ervaart wanneer je maandenlang een vakantie in een ander land voorbereidt, met plattegronden en reisgidsen, met treintijden en mee te brengen benodigdheden, en historische verhalen leest over gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld, en dan eindelijk de plaats van bestemming bereikt.

Fascinatie, bij die eerste blik op het gebouw en omringende terrein van de Sint-Andreas kerk in Groessen, na lezing van dat oude dagboek, over wat een man tientallen jaren geleden in dat dorp heeft meegemaakt.

Terugkijkend zal ook mijn hang naar nostalgie hebben opgespeeld. Dat weemoedige verlangen naar vroeger tijden en plaatsen, zoals het ergens ooit is geweest. Of alleen in mijn verbeelding, want de werkelijkheid wijkt meestal af.

Er moet iets van herkenning zijn geweest. Zo’n kerk in het hart van een dorp, aan een plein met een café, een pastorie en een replica van de oude waterpomp. Daar waar van oudsher, en immer nog, de gemeenschap bij speciale gebeurtenissen samenkomt. Waren het fragmenten van herkenning uit de televisieserie Dagboek van een herdershond?

Ik ben hier nooit eerder geweest en de beelden uit de serie vervaagden lang geleden. Maar die eerste aanblik van die eeuwenoude vrijstaande kerk. Daar, met dat knisperende grind op de grond. Met die ruime, groene tuin en dat lage stenen muurtje eromheen. Het geheel heeft een magisch beeld in mijn splinternieuwe herinnering gevormd.

Misschien doen de beelden mij denken aan de Zuidbuurtsekerk, of was het iets van het Warmondse Groot Seminarie. Dan heeft mijn geheugen deze beelden met vleugjes vakantieherinnering gecombineerd. Herinneringen uit Frankrijk vooral, want dat land is katholiek.

Wat ik precies aan het geheel het mooiste vind, weet ik nog niet. In tastbaar opzicht: de deuren misschien.

De belofte van Rusland in een stukje berk

Dit stukje berkenhout ligt achter prikkeldraad bovenop een houtwal. Ik passeer het regelmatig op mijn wandeling over een naburig landgoed. Al sinds het mij opviel, volg ik het trage, maar wonderschone proces van natuurlijke vergankelijkheid. Berkenschors is taai.

Misschien wel even taai als mijn wens om ooit een lange reis door Rusland te maken. Die wens bestaat nu precies 35 jaar. Bovenaan mijn verlanglijst staat een klassieke rit met de Trans Siberië Express vanuit Moskou. Het is een trein die dagenlang door de taiga en langs uitgestrekte berkenbossen rijdt.

Misschien moet je eerst wat levenservaring opdoen, voordat je toe bent aan Vladivostok.

Onbetrouwbaar geheugen – deel 2

Twintig jaar geleden ontmoette ik een journalist die geen enkele foto meer nam. Het was tijdens een groepsreis en we toerden door een zeer bezienswaardig land. Zijn keuze verbaasde mij. Vroeger fotografeerde hij wel. Tot hij ontdekte dat foto’s nemen te veel afleidde van het ‘leven in het moment zelf’. In plaats van bezig zijn met foto’s, sloeg hij bijzondere taferelen en momenten goed op in zijn geheugen.

In die periode leek het mij verstandig om al vroeg in het leven zo veel mogelijk te reizen. Er kan tenslotte van alles gebeuren en dan heb je dat alvast ‘binnen’. Ik stelde mij voor hoe ik, eenmaal hoogbejaard en in een verzorgingstehuis, nog lang en genoeglijk zou teren op mijn herinneringen. Nu zijn we twintig jaar verder en merk ik dat er weinig van die herinneringen over is.

Neem de datum van vandaag: 10 augustus 2020. Voor veel mensen is deze dag er één als alle andere. Maar voor mij is deze dag zeer speciaal. Ieder jaar weer sta ik er uitgebreid bij stil, en dat al 25 jaar lang. Want vandaag, precies 25 jaar geleden, was de dag waarop ik vertrok voor een reis van vier maanden naar de Stille Zuidzee.

Even wachten nu, ik weet het. Hier verveel ik mijn vaste volgers mee. Ik schreef er namelijk al vaker over. Dus ja, daar heb je háár weer met haar memorabele datum.

Om het te vieren heb ik traditiegetrouw gebak gehaald. Twee gebakjes maar liefst. Heerlijke mokkataartjes. Een daarvan heb ik al op en het andere bewaar ik voor morgen.

En weet je wat nu grappig is? Zojuist ontdekte ik dat de datum niet klopt. Volgens mijn oude vliegticket vertrok ik op 11 augustus. Komt dat tweede gebakje even goed van pas!

 

Leven en weer opstaan in Beiroet

Vissers aan de Corniche.

Hij vertelde dat Beiroet vroeger het Parijs was van het Midden-Oosten. Een bruisende en mondaine uitgaansstad. Het was er goed toeven, tot aan het begin van de oorlog. De sporen uit de oude glorietijd zag ik in 2004 terug in de zorgvuldig herstelde panden. Dat herstel vond plaats in de periode waarin er vrede was. Alleen weet ik niet wat daar nu nog van over is. Van die vrede en van die gebouwen.

Er wordt gelééfd in Beiroet. Er wordt gewerkt, gelachen en hartstochtelijk genoten. Er worden vriendschappen voor het leven gesloten. En er wordt gehaat en gewroken. De stad staat op scherp. Is tegelijk passievol en  ontvlambaar, ongedwongen en chaotisch. Het een gaat in het ander over.

Ik weet niet of we deze week de totale implosie hebben gezien, als gevolg van het vele wat er mis was. Dan kan Libanon ten prooi vallen aan geopolitieke aasgieren. Er kunnen ook oude tijden herleven, compleet met vroegere grandeur. Misschien droomt president Macron van een soort gemoderniseerde Franse prefectuur 2.0. (Bedoeld als overgangsmaatregel, mag ik hopen.) Gegeven de huidige politieke, sociale, economische en financiële toestand is dit wellicht nog de beste optie. Mits dat gebeurt met volwaardige medezeggenschap van de Libanezen.

*****

Sursock museum in de wijk Achrafieh, met Libanese vlag.

Ik maak van dit logje een mini-plakboek met vakantiefoto’s van Beiroet uit april 2004. Beschouw dit maar als een eerbetoon aan de veerkracht van de bewoners. Ik weet niet wat er over is van deze gebouwen en hoe het gaat met de mensen die ik daar toen heb ontmoet.

Ze zeggen dat Libanezen ondernemend zijn. Ze zeggen ook dat de stad steeds weer als een feniks uit de as herrijst. Het zijn clichés. En toch hoop ik het.

Hiernaast een doorsnee straat met appartementen en balkons in de wijk Hamra.

De gordijnen voor het balkon linksonder houden de hitte buiten. Dit is bij mijn weten typerend voor Libanon.

 

 

Chique gebouw uit de Franse periode in de wijk Manara.

Gebouw op een kruispunt van de oude demarcatielijn Avenue du General Fouad Chebab. Dit gebouw is bewust slechts gedeeltelijk hersteld als herinnering aan de hevige gevechten in het verleden.

Het winkel- en uitgaanscentrum nabij de kust wordt hier nog opgeknapt en is gedeeltelijk weer in oude luister hersteld.

Archeologische resten in de oude stad naast nieuwbouw en kerk.

Zondagmiddag drukte op de Corniche. Wandelaars bij restaurant aan zee. Veel restaurants zijn ingesteld op feesten en diners van grote families en gezelschappen. Want ondanks, of juist door alles, weten Libanezen wel hoe het leven te vieren.