Ach nee, houtworm!

De afgelopen jaren heb ik het vaker verzucht: ‘De ene onderhoudsklus is nog niet af, of de volgende dient zich al aan.’ Dat heb je met een oud arbeidershuis. Deze week werd het boeideel weggehaald dat tegen het houten dak aan zat. Daarbij kwam houtrot tevoorschijn. En dat niet alleen. Er zit ook houtworm in het dak.

Het liefst zou ik deze feiten verdringen, maar er moet wat gebeuren. Houtrot en houtworm schijnen nogal schadelijk te zijn en er is weinig kans dat ze vanzelf verdwijnen. Zucht. ZUCHT. Diepe zucht. Want dit zijn niet de enige problemen. Ondanks vervanging van het riool zit er nog steeds vocht bij de toiletruimte. En die ruimte grenst aan de badkamer van de buurman. Kreun.

Na een half slapeloze nacht heb ik om 04.00 uur het volgende plan opgesteld:

  1. De klusser maandag volgens afspraak laten komen, maar afwerken boeideel gaat on hold. Mogelijk moet een deel er weer af.
  2. Eerst een stuk van een koofje in de woonkamer en een plafondplaat in de keuken weghalen. Afvoer van de badkamer en een deel van de houten vloer boven inspecteren. Ook kunnen we dan iets zien van het houten dak boven de keuken.
  3. Buiten een deel van de dakpannen en de dakisolatie weghalen. Het dak boven het toilet en de keuken bekijken. Zo zien we tot waar houtrot en houtworm zit.
  4. Voor advies een nieuwe bouwkundige keuring laten uitvoeren. Deze keer ga ik gericht vragen stellen. Ik ben onder meer benieuwd wat een lekkage doet met de draagkracht van hout. Vooral als daar een badkamer met betonvloer op staat.
  5. Besluit nemen over het dak: houtwormverdelger laten komen en houtrot wegwerken, of het honderd jaar oude hout geheel laten vervangen?
  6. De man van de rioolservice bellen als er geen lek zit in de badkamerafvoer. Hem een extra camera-inspectie laten uitvoeren vanaf de toiletruimte naar de afvoer buiten. Zo nodig de toiletafvoer tot aan de recent vervangen riolering laten relinen.
  7. Als dat niet helpt, ligt de oorzaak voor het vocht waarschijnlijk wederom bij de buurman.

Dit gaat hoe dan ook in de papieren lopen. Maar we zien wel waar het schip strandt. Toch denk ik soms terug aan mijn oude droomwens: wonen in een stacaravan.

Geld aannemen of niet?

Na een wandeling rolt er een knoop van mijn oude winterjas af. Ik naai hem weer vast. Die jas kocht ik in 2009, zes maanden na het einde van mijn laatste vaste baan. Het was toen een welbewuste aanschaf. Want ik voorvoelde dat ik mogelijk geen vast werk meer zou vinden. Laat staan werk dat inhoudelijk evenveel voldoening gaf.

Uit voorzorg verving ik overtollige spullen door goederen die jarenlang hun waarde behouden. Zoals degelijke huishoudelijke apparaten. Een paar stevige laarzen. Die warme winterjas waarmee ik overal goed voor de dag kom. Klassieke kledingstukken van kwaliteitsmateriaal. En later, op mijn nieuwe adres, liet ik gelijk al het onderhoud plegen dat nodig was. Zodat ik nog jaren vooruit kon.

Met vriendin F wandel ik van Amersfoort naar Hoevelaken. Ook zij is na een reorganisatie weg gegaan. Het verschil is dat zij als hooggeplaatste provincieambtenaar een riante regeling kreeg. Financieel gezien gaat het haar uitstekend. Feitelijk weet ze niet wat ze met al haar geld aan moet.

Meer vrienden en vriendinnen staan er zo voor. We hebben allemaal een huis in eigendom. Of twee. Of zelfs drie. Dat krijg je met vijftigers en zestigers die het tij jarenlang mee hebben gehad. Een aantal van hen kon tijdig de dans ontspringen op de arbeidsmarkt.

Buiten de stadsmuren van Amersfoort vertelt vriendin F over actuele tentoonstellingen. Ze noemt die over Nubië en vraagt of ik er naartoe ga. Maar Nubië ligt in het huidige Soedan. En Soedan raakt nog altijd een enigszins gevoelige snaar. Want Soedan staat gelijk aan een niet doorgegane dienstreis die het begin van het einde van mijn carrière heeft ingeluid.

Pas jaren later heb ik beseft dat het een hoe dan ook aflopende zaak was. Alleen ben ik degene bij wie alles anders is gegaan.

Vriendin F kan hard zijn. ‘Het was je eigen keus’, zegt zij weleens. Daarmee bedoelt ze dat ik mij uiteindelijk bij een noodgedwongen vertrek heb neergelegd. Dat is waar, maar hier kleeft wel een geschiedenis aan. En mijn gezondheid ging eraan. Dat is een nuancering waar niemand omheen kan.

Vriendin F weet hoe ver ik mijn uitgavenpatroon heb teruggeschroefd. Ze werd er vanzelf mee geconfronteerd, omdat ik niet langer dezelfde leefstijl aanhield. Enkele anderen kregen daar moeite mee en hebben me mijn ‘keuze’ verweten. Hen hoef ik niet meer te zien. Vriendin F doet stevige uitspraken, maar zij is wel voor rede vatbaar en gaat beter met de situatie om.

Vlakbij Hoevelaken biedt ze het voor de tweede keer aan. Als ik dat wil, kan ik zo geld van haar krijgen. Maar ik wil dat niet. Ik heb nog genoeg en mede daardoor kan ik zonder afgunst naar de welvaart van anderen kijken.

Of naar het geluk dat ze toevallig hebben. Want neem nu de kinderen van mijn buurvrouw. Zij krijgen als startkapitaal alles mee aan intellect, contacten, mensenkennis en opleiding. Het is meer dan zo veel anderen ontvangen op de drempel naar volwassenheid.

Ik zou pas geld willen aannemen als het echt niet anders kon. En dan nog op uitdrukkelijke voorwaarde dat er geen enkele voorwaarde aan wordt verbonden.

Hoe denk jij over geld aannemen van vrienden?

Nieuwsbespreking op de hei

We zitten op een bankje bij de hei en bespreken de stand van Nederland. Dat is ons toevertrouwd; we hebben een beroepsmatige kijk op zaken. Het hele spectrum aan hete hangijzers komt voorbij. De zorg, het onderwijs, de banken, de arbeidsmarkt, die blunder in Syrië, de EU en wat we nu toch aan moeten met dat kinderpardon. En dan zijn er nog die één miljoen huizen, die ze hier voor 2030 willen bouwen. We zuchten en krijgen het er benauwd van.

Ik vertel over mijn uitstapje onlangs naar Schaijk en over wat ik daar aantrof. Bijvoorbeeld een groot staalbedrijf, wat je niet verwacht bij een klein dorp. Het ligt aan een landweg met vooral bungalowparken, akkers en stallen. Er zijn ook opvallend veel hekken en bewakingscamera’s. Recht tegenover het bedrijf staat het huis van de staalmagnaat op een mega-terrein. Hij heeft zijn eigen helikopter haven. Aangrenzend bevindt zich het optrekje van een familielid met riante manege. ‘Nou’, gis ik, ‘die magnaat heeft de gemeenteraad vast in zijn broekzak.’ Weet ik veel.

’s Avonds lees ik de Volkskrant. Daarin staat een artikel over natuurgebied Kampina in Brabant. Een investeerder wil daar pal naast kwetsbare natuur een mega-varkensstal bouwen. Iedereen is mordicus tegen, want de stikstofuitstoot zal het hele gebied verzieken. De vergunning is echter al jaren geleden afgegeven. Kwestie van belangenverstrengeling bij de gemeente in het verleden.

We zijn hier nauwelijks verheven boven een bananenrepubliek. Maar de clan van de staalmagnaat en die varkensboer zijn klein bier. Nederland telt weer zoveel duizend miljonairs meer. De grootste stijging zit bij de beroepen agrariër, advocaat en medisch specialist.

Over de medische wereld gesproken. Vanaf volgend jaar betalen we € 30 per persoon per jaar meer aan ziektekostenverzekering. Dit onder andere vanwege de allerduurste medicijnen. De extra kosten komen bovenop de twee miljard euro die we in 2017 al afdroegen voor enkele duizenden patiënten. Want elk Europees land moet afzonderlijk onderhandelen met de farmaceutische industrie. Deze bedrijven dwingen geheimhouding af, zodat landen niet kunnen samenspannen. Durft een land of ziekenhuis af te wijken, dan krijgt het meteen een advocaat op zijn dak.

De farmaceutische industrie beroept zich op torenhoge ontwikkelings-kosten. Intussen leunt ze wel op wetenschappelijk onderzoek dat is betaald door de samenleving. De medisch specialist wil helpen en als professional scoren. (Wellicht ook financieel?) De patiënt wil een dragelijk leven en vraagt er dus om. De politicus zit in de tang, want die durft de zieke kiezer geen nee te verkopen. De lobbyist spint er op alle fronten garen bij. En de farmaceutische industrie kan haar aandeelhouders weer pleasen. Waartoe overigens ook Nederlandse pensioenfondsen behoren. Hoe is het mogelijk dat EU-landen zich zo laten uitspelen en ringeloren? Dit is gewoon een ordinair gevalletje consumptiemaatschappij.

We zijn het met elkaar eens. Gezeten op het bankje kijken we weer om ons heen. De paarse heide combineert mooi met het bruine gras en de groene dennen ertussen. Ja, ja.

Geld besparen door niet te werken

Weinig mensen beseffen het, maar je kan flink geld besparen door niet te werken. Neem de verzuchting van een vriendin. Zij kon na lang solliciteren aan de slag bij een internationale organisatie. Alleen moest ze nog wel een representatieve outfit kopen. Voordat ze een cent had verdiend, gaf ze daar al een maandsalaris aan uit. Zo zijn er meer uitgaven die je vooral doet als je werkt. Ik zal wat kostenposten opsommen.

  1. Met stip op nummer 1. De vakanties, doorgaans in het buitenland. Wanneer je in een vast stramien leeft, wil je er graag jaarlijks tussenuit.
  2. Een aparte werkgarderobe met tassen en schoenen. Zie voorbeeld boven.
  3. Alle onderweg gekochte hapjes en drankjes plus de snelle maaltijden voor wanneer het laat wordt. Voor de prijs van een kopje cappuccino koop je een heel pak filterkoffie.
  4. Eten uit de tuin versus eten uit de supermarkt. Als je tijd hebt om te tuinieren, eet je de hele zomer lang verse groenten, kruiden en fruit. Scheelt een hoop en is nog gezond ook.
  5. Zakdoekjes en medicijnen. Kantoren en volle treinen zijn beruchte ruimten voor verspreiding van ziektes. Bovendien krijg je stress van werk.
  6. Heb je last van stress of een zittend beroep? Dan zoek je wellicht ontspanning en beweging in de sportschool. Kost ook geld.
  7. Reiskosten, kinderopvang, de stomerij, hulp in de huishouding en ingehuurde vaklieden voor onderhoudsklussen. Want thuis doe je minder zelf als je de hele week elders werkt.

Welbeschouwd bespaar je al gauw minimaal € 5.000 per jaar tijdens periodes waarin je niet werkt. Soms vraag ik me af waarom mensen nog langer voor geld werken.

Hou grip op je geld

Volgens het Nibud worstelt 40% van alle Nederlanders met de financiële administratie. Dat is zorgwekkend, maar het verbaast mij niet. Want papieren rekeningen komen zelden nog per post. Tegelijk gebruiken we onze bankpas bijna achteloos. En via apps zitten we zo vast aan een abonnement. Met de overgang van tastbaar geld naar bankpas naar smartphone verdwijnen de financiële consequenties van ons handelen steeds verder uit beeld. Jong en oud ontbeert overzicht en gaat de mist in. Daarom maak ik dat overzicht zelf.

Geniepig zijn vooral de nieuwe ‘onzichtbare’ rekeningen die je kan verwachten van abonnementen en bijna vergeten aankopen. (Ticket Master – € 250.00. ‘Oh, da’s waar ook, we hebben vorige week ff snel op internet vier kaartjes gekocht voor dat concert in oktober.’) Creditcards zijn van oudsher de grootste instinkers. Na gebruik kan je het bedrag binnen een maand kosteloos terugbetalen. Alleen ontvang je geen herinnering. Dus voordat je het beseft, tikken de rente en kosten al aan.

Daarom maak ik aantekeningen van aankopen. Al sinds 1981 hou ik in schriftjes een privéboekhouding bij. Wekelijks check ik bankafschrijvingen en reken ik het bedrag aan contante uitgaven uit. Hierdoor heb ik steeds overzicht, maar vooral ook inzicht in mijn bestedingen. Dat helpt bij een planning.

Wil je grip op je geld houden, dan kan je het beste van je inkomsten en uitgaven een financieel overzicht maken. Dat is heel simpel. Kijk naar wat je per maand aan inkomsten kan verwachten. Zet al je vaste lasten op een rij en bereken wat je maandelijks voor eten, kleding, uitstapjes, etc. nodig hebt. Trek het een van het ander af en zie wat je overhoudt. (Het Nibud heeft hier programma’s voor.)

Waar het om gaat, is dat je aan het begin van de maand geen overschot op een betaalrekening laat staan. Want dat geef je gelijk uit. Is er genoeg, hevel dan een deel over naar een spaarrekening of een beleggingsfonds. Het fijne is dat je dan altijd reserves hebt voor grotere aankopen. Voor geld op een spaarrekening wil je een goede bestemming bedenken. Zoals een nieuwe auto, koelkast of een vakantie.

Hou je daarentegen zelden wat over? Tja, dat wordt dan schrappen of schrapen. Een nieuwe inkomstenbron aanboren kan wellicht ook. Alles beter dan die creditcard, in elk geval.

AH let op de kleintjes, en ik nu ook

Vanwege mijn financiële situatie heb ik flink gesnoeid in mijn bestedingen. Alleen uitgaven aan levensmiddelen blijven buiten schot. Ik koop gewoon wat ik lekker vind. Goed eten is belangrijk en sommige principes zijn dat ook. Dus kiloknallers komen er niet in. Wel ik let beter op aanbiedingen. Appie moedigt dat aan met voordeeltjes op vertoon van een bonuskaart. Je moet echter wel uitkijken wanneer je artikelen in de aanbieding koopt.

Een poosje geleden deed ik boodschappen op zondag. Ik zag dat waspoeder, een relatief duur product, in de aanbieding was. Er stond een bordje bij met ‘Bonusaanbieding’. Dus nam ik gelijk een groot pak mee. Bij de kassa gaf ik mijn bonuskaart af. Maar het totaalbedrag viel tegen. Bleek dat toch de volle prijs was berekend. AH doet namelijk ook aan kleine lettertjes. De aanbieding was pas geldig vanaf de volgende dag. Ze doen bij ons niet moeilijk. Daarom kreeg ik bij de servicebalie het verschil direct terug.

Maar onlangs was het weer raak. Op een aparte display lagen verschillende soorten koekjes en biscuits van Verkade. In de aanbieding als je er twee nam. Combineren mocht ook. Dus pakte ik er van twee soorten elk een. Wel controleerde ik nog even de bon voordat ik de winkel verliet. Dat deed ik vroeger nooit.

En ja hoor, weer was de volle prijs berekend. Naast de koekjes in de aanbieding lagen er kennelijk ook iets grotere pakjes van Verkade. En die deden in de aanbieding niet mee. Nou ja zeg, leg ze dan niet pal naast elkaar op dezelfde tafel! Weer kreeg ik bij de servicebalie het verschil gelijk uitbetaald. Maar toch, hè, maar toch.

Ik zou je niet kunnen zeggen wat een halfje volkoren kost. En de prijs van een pak melk weet ik evenmin. Maar hou hem in de gaten hoor, die Albert Heijn.

Sprokkelen – alle beetjes helpen

Gisteren had ik meerdere financiële meevallers. Nou ja, meevallertjes. Met een inkomen van € 0 per maand kijk je vanzelf wel anders naar geld. Daarom was ik in mijn nopjes met de ‘opbrengst van de dag’.

img_4048‘s Morgens benutte ik eerst een bon voor gratis koffie op Utrecht CS. Normaal kost cappuccino ongeveer € 2.
Vervolgens heb ik vijf NS-kaarten bij Kruitvat ingeslagen. Dat betekent op een ritje naar mijn ouders een besparing van € 7 per keer. Samen € 35.
Tijdens de optocht kreeg ik het Leidsch Dagblad aangereikt. Prijs € 2.
Weer terug op Utrecht CS draalde ik door de stationshal in afwachting van de volgende trein. En zag drie splinternieuwe glossy woontijdschriften liggen in een Metro-krantenbak. Ze waren vast gedropt door iemand die van de woonbeurs kwam. Dat stapeltje kost circa  € 20.
Zo was het snel € 59 verdienen in Leiden en op Utrecht Centraal.

Ik was trouwens bijna postbezorger geworden. Maar dit jaar loont bijverdienen nauwelijks vanwege consequenties voor de inkomstenbelasting en toeslagen. Door het eerder verdiende salaris overschrijd ik dan weer een grens. Dat werd vandaag duidelijk na een gesprek. Jammer, want ze zitten hier te springen om bezorgers en ik vind het best leuk werk.