Niet meer naar de kapper

Het vorige bezoek aan de kapster is drie maanden geleden en het wordt hoog tijd dat ik weer ga. Je zou zeggen: ‘Dan maak je toch gewoon een afspraak?’ Dat kan inderdaad, ja, ondanks corona. Mondkapje op en knippen maar. Maar ik ga met hoe langer hoe minder zin naar haar toe. Welbeschouwd is die tegenzin er al zes jaar. Want voor de verhuizing had ik een zeer vakkundige kapster. Iemand met wie ik bovendien gesprekken kon voeren die werkelijk ergens over gingen. Dat is een waardevolle combinatie: vakwerk met inhoud. Zeker als het om een kapper gaat.

Mijn haar is overigens reuze makkelijk te knippen. En zit het model er eenmaal goed in, dan heb ik er geen omkijken meer naar. Even wassen en kammen en dan ben ik klaar. Veel mannen ’s staan morgens langer voor de spiegel aan hun haar te frunniken dan ik als vrouw.

Een goede kapper is goud waard. Ik spreek uit ervaring, met schaamte, schade en schande opgedaan. Eerder somde ik hier al eens op wat er allemaal mis kan gaan: 1. Scheef geknipt haar. (De lange kant heb ik later zelf bijgeknipt.) 2 Mislukte highlights. 3. Driemaal de mislukte highlights overdoen met peroxide en daarna in zee gaan zwemmen. (Oeps.) 4. Brandwonden op mijn hoofdhuid krijgen van de permanentvloeistof. (‘Oh sorry, tijd vergeten., riep de kapper uit. Is het al zó laat?’) 5. Een heel ander model krijgen dan ik had gevraagd. (In dit geval liet ik vooraf een foto zien van hoe mijn haar eerder was geknipt. Zo wilde ik het weer hebben. Maar de kapster vond blijkbaar dat het deze keer anders moest.) Het is een groot geluk dat mijn haar steeds weer aangroeit.

Voorbeeld nummer 5 komt uit de praktijk van mijn huidige kapster. Dit geeft een goede indruk van hoe zij met klanten omgaat. Toen ik de foto liet zien, zei ze dat het ‘prachtig’ zat. (Ze had het nota bene zelf geknipt, zou ze dat niet door hebben gehad?) Vervolgens gaf ik met duim en wijsvinger aan hoeveel centimeter korter de bedoeling was. ‘Vier centimeter’, zei ik er ten overvloede bij. Ik bedoel, hoeveel duidelijker kan het nog? Vier centimeter is toch gewoon vier centimeter, of niet soms?

Wanneer ze begint, moet ik met mijn hoofd vooroverbuigen, zodat ze eerst (bij wijze van maatvoering) mijn nekharen kan knippen. Tegen de tijd dat ik dan weer rechtop mag zitten, is zij al halverwege. Tussendoor houdt ze altijd een hele redevoering (eenrichtingsverkeer). Of ze stelt mij een vraag, terwijl ik daar met dichtgeknepen keel zit, want voorovergebogen hoofd, in een benarde positie. Tussendoor moet ik ook nog hete cappuccino naar binnen gieten. Anders wordt het koud, of drijven er haren in. Ze werkt namelijk slordig. Ik heb veel meer oog voor detail dan zij, dat blijkt wel. Ik zou die losse haren namelijk meteen zien. Zij niet. Ze laat ook altijd van die kriebelige afgeknipte plukjes haren steken in mijn nek, precies op de rand van de cape.

Die cape is zwart. Dat is een probleem, want haar kapperstenue is eveneens zwart. Tegen een dergelijke donkere achtergrond kan zij nooit goed zien of mijn donkerbruine haar aan de linkerkant even lang is als aan de rechterkant. Maar zelf bedenkt zij dat niet. Daardoor zit het regelmatig scheef. Dat zie ik doorgaans pas thuis, omdat zij na het knippen steevast mijn haar een beetje ‘los en speels’ föhnt. Dat vindt zij kennelijk leuk. Dus dan moet ik thuis alsnog met een keukenschaar aan de slag.

Ik ga hooguit een keer per twee maanden naar de kapper, want ik vind het minder leuk. Tussendoor knip ik zelf mijn pony, zodat het er weer een maand mee door kan.

Dus dacht ik afgelopen zondag: ‘Weet je wat? Als ik mijn pony met een botte keukenschaar bij kan knippen, dan lukt de rest vast ook wel.’

Een terugblik op Zwarte Piet

Vaak lijkt het alsof er nooit iets verandert in deze wereld. Machtsspelletjes zijn van alle tijden en achterstelling zal ook nog wel even blijven. Maar in mijn eigen denken ben ik toch gestuit op een ware paradigma-verschuiving. En wel in mijn visie op Zwarte Piet. Van Zwarte Piet moesten ‘ze’ afblijven, vond ik. Hij was mij dierbaar en hij hoorde er van oudsher bij. Bovendien zag ik hem als een volwaardige werknemer. Lees daar bleekmiddel voor de donkere huid maar eens op na:

‘Ik heb Zwarte Piet nooit als slaaf gezien. Sterker, ik ben zelf Zwarte Piet geweest. Daarom weet ik dat hij gewoon een medewerker is van Sinterklaas. Die twee hebben al lang een normale werkgever-werknemer relatie.’

Dit schreef ik ruim zes jaar geleden. In de tussenliggende tijd heb ik eens ergens gelezen dat Zwarte Piet een verzinsel was uit een recenter verleden. Maar dat ging er bij mij niet in. Zwarte Piet en Sinterklaas vormen een vaste combinatie en die bestaat al eeuwen.

Aan het bestaan van Sinterklaas heb ik trouwens nooit getwijfeld. Natuurlijk, dat hij met de boot uit Spanje komt, is baarlijke onzin. Sint Nicolaas kwam uit Myra in het huidige Turkije. Dat weet iedereen van boven de zeven.

Alleen las ik onlangs in Trouw iets over een zekere Jan Schenkman. Deze onderwijzer leefde in de negentiende eeuw. Het artikel ging over zijn antisemitische spotprentjes, die nu niet meer door de beugel kunnen. En terloops kwam Zwarte Piet in het artikel voor. Wat blijkt? Die Schenkman heeft onze Zwarte Piet in 1850 gewoon uit zijn duim gezogen!

Nou ja. Nu heb ik er eindelijk vrede mee, dat Sinterklaas dus wel bestaat, maar Zwarte Piet niet.

De man achter de tatoeages

De man van de rioolservice fascineert me, omdat zijn leefwereld zo afwijkt van de mijne. Maar ik deel met hem een liefde voor tatoeages. Bij zijn eerste bezoek vielen ze direct op, hoewel hij ze verborg. Dikke zwarte punten in zijn hals piepten tevoorschijn vanonder zijn kraag. En zijn mouwen lieten een stukje getatoeëerde huid bloot op zijn pols. Daarbij: zwarte werkkleding en dito bomberjack; zilver gerande gaten in zijn oorlellen en een kaal hoofd. Het plaatje was compleet. Alsof er een skinhead in huis stond die er graag flink op los beukt.

In eerste instantie komt het heftig over. Maar wat weet je van iemand wanneer je alleen zijn uiterlijk ziet? Hij vertelde me onlangs dat hij zijn tatoeages bij eerste klantbezoeken altijd bedekt. Mensen schatten hem vaak anders in dan hoe hij werkelijk is. Dat ontdekken ze pas later.

Mij maakten die stukjes tatoeage vooral nieuwsgierig. Wat ging er nog meer verborgen onder zijn kleren? Wat voor soort tatoeages had hij? Waar stonden die tatoeages voor? Veel mensen laten zich om specifieke redenen tatoeëren en elke afzonderlijke tatoeage heeft voor de drager een eigen betekenis.

Lang werden tatoeages geassocieerd met criminelen en andere lieden van twijfelachtig allooi. Binnen het christendom waren ze verboden. Inmiddels zijn tatoeages een algemeen fenomeen. Circa 10% van alle Nederlanders heeft er een. Op warme dagen is dat goed te zien. Van de Nederlanders tussen de 18 en 50 jaar heeft 24% minimaal één tatoeage en tussen de 18 en 29 jaar is al 31% getatoeëerd. (Bron cijfers: NL tijdschrift voor dermatologie.)

Dit is een revival, want ook Kelten en Germanen droegen tatoeages, evenals menig ander volk. Ik heb jaren geleden onderzoek gedaan naar traditionele tatoeages in Polynesië. Ze vertellen boeiende verhalen over een cultuur en samenleving.

‘Mensen met tatoeages worden nu juist gezien als ambitieuzer, sterker en zelfverzekerder dan mensen zónder tatoeage.’ (Bron: Beautify.) Volgens mij hangt dat sterk af van de drager zelf, van het soort tatoeage, en van aan wie je dit vraagt.

De drager kan een hoogbejaarde joodse man zijn met een nummertatoeage uit een concentratiekamp. Sterk is hij dan zeker, maar ambitieus en zelfverzekerd? De tatoeage kan ook bestaan uit zo’n slordig uitgelopen blauwe vlek, die amateuristisch met een losse naald in de gevangenis is gezet. Ben je ambitieus, dan is het voordeel van een tatoeage afhankelijk van de sector waarin je werkt. In een hippe barber shop gaat dat prima. Maar in een christelijk zorgcentrum voor ouderen is de acceptatiegraad van een arm bedekkende sleeve wat minder.

Ik neem aan dat de meeste Nederlanders uit esthetische overwegingen voor een tatoeage kiezen. Het kunstenaarschap van de tatoeage-artiest was tot in de jaren zeventig beperkt tot standaardplaatjes van ankertjes, roosjes, zwaluwtjes met een sjerp en de naam van een geliefde, en dergelijke. Inmiddels brengt een Tattoo Bob of Tattoo Kim tribale versieringen aan van over de hele wereld. Authentiek of niet. De ware artiesten, volgens mij dan, ontwerpen zelf op basis van wat een klant wenst.

Verder is de tijd van een plaatje op de linker- of rechterschouder wel voorbij. De volgende mode werd een symmetrische tekening midden op de onderrug of direct onder de nek. En nu is alles mogelijk. Full body tattoos, sleeves, pseudo tribal, been bedekkende Moko, et cetera. De man van de rioolservice heeft een hele verzameling.

Littekens aan de binnen- en de buitenkant

Stel dat al onze littekens en bloeduitstortingen zichtbaar zouden zijn en blijven. Daaraan denk ik aan terwijl ik voor de spiegel sta. De open wond die mijn verstandskies achterliet, heelt langzaam. De zwelling in mijn wang en een bloeduitstorting op mijn kaak zijn gelukkig verdwenen. Vorige week liep ik met dat gezicht op een feest rond. Niemand zei er wat van. Opmerkelijk. Zag men het niet of wekte het gêne op? Want littekens en blauwe plekken duiden doorgaans op iets onaangenaams.

Littekens op de huid zijn het ongewenste resultaat van vechtpartijen, ongelukken, sportblessures, operaties en dergelijke. Andere zichtbare littekens brengen mensen vrijwillig aan. Scarificatie is versiering, een teken van rang of rite de passage binnen een cultuur. Vergelijk het met tatoeages. Daar gaat een diepere betekenis achter schuil.

Sommige littekens zijn echter een roep om aandacht. Die wijzen op andere littekens aan de binnenkant. Ik vermoed dat de meeste mensen meer inwendige littekens hebben dan uiterlijk. Stel nu dat al onze fysieke en mentale littekens permanent zichtbaar zouden zijn. Zouden we dan anders met elkaar omgaan?

Vroeger was het tenslotte normaal dat een weduwe in het zwart gekleed ging. Dan kon iedereen zien dat zij in de rouw was en daar rekening mee houden. In de Volkskrant van 28 mei 2019 staan portretten van de Mongrel Mob uit Nieuw-Zeeland, gemaakt door Jono Rotman. De meeste bendeleden zijn Maori, nakomelingen van de oorspronkelijke bevolking daar. Tatoeages zijn bij hen van oudsher gangbaar. Net zoals bij alle Polynesische volkeren, waartoe ook de Maori behoren.

Ik zie provocatieve, maar vooral zwaar gehavende mannen. Ze rouwen allemaal. Alleen zijn hun echte littekens hier niet zichtbaar.

De pijn van het niet worden gezien

Op een zonovergoten zaterdag wandel ik met een vriendin op de Veluwe. We kennen elkaar goed, maar minder lang dan de vriendin die ze onlangs aan een ziekte verloor. Het verdriet van de laatste maand, het afscheid en de emoties hebben er ingehakt. Ook hebben gesprekken met de naaste familie en vrienden het nodige losgemaakt. Tijdens een uitvaart staan we vaak stil bij wat er vroeger is gezegd of voorgevallen.

Opeens, onderweg langs een bosrand, komt het er uit. De ontboezeming die alles verklaart. Alles waar ik al jaren vragen over heb. Situaties uit verhalen en opmerkingen waarvan ik denk: ‘Waarom reageer je zo? Waar komt dit vandaan? Er moet iets zijn gebeurd. Lang geleden of in kleine voorvallen tijdens de loop van je leven.’

Verbaasd dat de herinnering nu zo plotseling opdoemt, overdenkt ze haar houding naar haar jongere zusje toe, vroeger, en wat daarachter schuilging. Ik wacht af of het kwartje valt, want dit is nogal een kwestie. In zo’n situatie komt het volledige besef pas als je kan bedenken welke impact je eigen gedrag op de ander heeft gehad. En als je daarna onder ogen komt wat daarvan de gevolgen zijn voor beide partijen.

We blijken iets te delen. We kennen allebei de pijn van het niet worden gezien. Bij haar begon dat met haar zusje, dat een niet verlegen lachebekje was. Bij mij begon het op een onbekend moment. Maar ik weet hoe het voelt als er steeds iemand anders geliefder is dan jij. (Ongeacht of dit werkelijk zo is of niet.) Denk aan het mooiste meisje van de klas. Zo iemand die als een magneet alle aandacht naar zich toetrekt en de beste kansen krijgt.

Er is ook een verschil. Ik ben vast weleens jaloers geweest, maar ik herinner mij vooral gelatenheid en pijn. En ik herinner mij nog iets. Namelijk dat het leven van het mooiste meisje van de klas evengoed strontvervelend kan zijn.

Mijn schoolvriendinnetje op de kleuterschool had blonde krullen en guitige kuiltjes in haar wangen. Zij kwam uit een groot gezin met veel broers die haar op handen droegen. Op de lagere school blonk datzelfde vriendinnetje uit in sport. Ik kon haar onmogelijk bijbenen. Bij andere schoolvriendinnen waren de verschillen kleiner.

Toen de pubertijd begon, veranderde alles. Te beginnen met een grote school waar ik mij verloren voelde tussen de veel gehaaidere stadskinderen. En ineens werden jongens belangrijk, dus ook mijn uiterlijk. Het is niet zo dat ik onopgemerkt bleef. Andere meisjes waren wel extraverter of sociaal vaardiger. En een aantal van hen zag er al vroeg vrouwelijker uit. Daarnaast kregen zij meer nieuwe kleding en accessoires van hun ouders dan ik. Maar bovenal wist ik mezelf geen houding te geven en leefde ik in een fantasiewereld.

Nog altijd kan ik die periode moeilijk doorgronden. Maar toen is het fundament gelegd voor een overtuiging waar ik lang in heb geloofd. Namelijk dat het niet uitmaakte wat ik deed, omdat er toch altijd iemand anders leuker, intelligenter of aantrekkelijker was dan ik. En het is in werkelijkheid vaak genoeg gebeurd. Dat ik net in gesprek was met een leuke man en dat er dan weer zo’n vrouw tussenbeide kwam. Bepaalde vrouwen gaan over lijken om hun zin te krijgen. En sommige mannen zijn zo godsgruwelijk simpel als ze worden geconfronteerd met vrouwelijke schoon.

Dat werd mij pas goed duidelijk toen ik zelf de school- en uitgaansvriendin werd van het mooiste meisje van de klas. Misschien ben ik daar de ideale persoon voor. Want zo’n meisje heeft weinig echte vriendinnen. Veel jongens zijn verliefd op haar. Maar hoe leuk zijn die jongens als je ze beter leert kennen? En wie kijkt voorbij haar uiterlijk en ziet haar als persoon?

In die periode was ik herhaaldelijk blij dat ik minder aantrekkingskracht had dan zij. Mannen kunnen irritant opdringerig worden en zich bij afwijzing obsessief gedragen. (Feitje: mannen die op vrouwen met grote borsten vallen, zijn relatief vaker seksistisch en agressief naar vrouwen toe.) Daarnaast hoef ik niet in het middelpunt van alle belangstelling te staan. Later was het in het buitenland soms een groot voordeel dat ik minder snel opval. Mijn donkere haar en gewonere uiterlijk hebben diverse onveilige situaties voorkomen.

Toch wil iedereen graag worden gezien en gehoord. ‘Kreeg ik maar eens de kans om uitgebreid met een man kennis te maken zonder dat er andere vrouwen bij zijn’, dacht ik op een gegeven moment. Toen die kans zich eindelijk voordeed, was het gelijk raak ook. We zaten urenlang vastgegespt naast elkaar in het vliegtuig van Athene naar Singapore en konden geen kant uit. 😉

Evengoed krijg ik soms een hele dwarse oprisping. Met name bij succesvolle mannen. Van die goed verzorgde types die al vroeg een imponerende functie krijgen, en dus geld, en het vanzelfsprekend vinden dat hen een mooie vrouw toekomt. Ik was niet in beeld toen ik jonger was. Inmiddels zijn zowel de kinderen als vrouw nummer één de deur uit. Vrouw nummer twee ook.

Nu ben ik degene die nog steeds haar meisjesachtige zandloperfiguur heeft en haar natuurlijke haarkleur. Dus denken ze weleens …

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Ons uiterlijk doet ertoe

In de buurt app verschijnt een oproepje van een kunstenares. Zij zoekt vrouwen van wie ze de borsten mag fotograferen voor een project.
Alle soorten en maten zijn welkom, nadrukkelijk ook gehavende exemplaren. Geheimhouding verzekerd.

We wachten aan de rand van de weg wanneer een automobilist stopt die ons hoffelijk voor laat gaan.
‘Goh,’ zegt een man in ons wandelgroepje, ‘pasgeleden gebeurde mij dat ook al toen ik samen met een mooie, blonde vrouwelijke collega wilde oversteken. Als ik alleen ben, stoppen ze nooit.’

Bij de kunstenares stel ik mij voor dat zij met haar werk wil laten zien hoe divers ons menselijke uiterlijk is, en toch ook weer niet. Mogelijk is de boodschap dat we ongeacht de verschillen er allemaal mogen zijn. En dat we erg kwetsbaar zijn. Wellicht wil ze aantonen dat littekens niet hoeven af te schrikken, als je er op een neutrale manier naar kijkt. Oneffenheden horen erbij. Het leven gaat niet over rozen en iedereen loopt krassen op. We zijn van vlees en bloed, daarin zijn we gelijk. Al vinden we de ene persoon wat aantrekkelijker dan de andere. Dat is alles.

Misschien brengt het werk van de kunstenares een discussie op gang. Op haar foto’s wordt slechts een deel van het vrouwelijk bovenlichaam getoond. Je weet dus niet naar wie je kijkt. Wat zal de bijbehorende vraag zijn:

Hoe schat je deze vrouw in? Vind je haar direct aantrekkelijk of juist afstotelijk? Of laat ze je koud? Waarom? Welke invloed zullen haar borsten tot nu toe op haar leven hebben gehad? Zou haar partner voor haar hebben gekozen als haar borsten er anders uit hadden gezien? Bijvoorbeeld kleine borsten in plaats van grote borsten, of gewoon een onopvallend maatje er tussenin? Wat zou dat voor haar algehele uitstraling hebben gedaan? En voor de kansen in haar leven?

Want ons uiterlijk maakt wel degelijk verschil.