Depeche Mode, waardering na 40 jaar

Onlangs zag ik Depeche Mode: SPiRiTS In The Forest, een concertfilm van Anton Corbijn. Eigenlijk had ik weinig op met die band en hun elektropop. Neem het nummer ‘Just can’t get enough’. Da’s typisch zo’n gangmaker voor feesten en partijen. Het vrolijke deuntje ligt makkelijk in het gehoor en is mij te gelikt. Maar Anton Corbijn staat garant voor kwaliteit. En als hij een film aan een band wijdt, dan moet die groep wel speciaal zijn. Dus nieuwsgierig geworden keek ik toch. Het werd een openbaring.

Depeche Mode bestaat al veertig jaar en krijgt nog altijd hele stadions vol. De film toont tegelijk een portret van enkele fans die desnoods de halve wereld over reizen om hun idolen te zien. De songteksten hebben een diepere, bijna spirituele betekenis voor hen. Het weerzien, de sfeer, de muziek en veertig jaar levenservaring: dit alles maakt elk concert intens.

Live speelt Depeche Mode rauwer en anders dan ik van hun hits gewend ben. Dit is één van die bands die er altijd al waren, maar die ik onvoldoende heb opgemerkt. Gewoon, omdat ik volledig in de ban was van U2. In werkelijkheid is Depeche Mode beter dan ik al die jaren heb gedacht.

Frappant genoeg valt in diverse nummers een uitwisseling van invloeden te bespeuren. Bij I feel you van het album Songs of Faith and Devotion uit 1993 hoor ik zang van Oasis en kort gitaarspel van The Edge. Barrel of a gun van het album Ultra uit 1997 roept bij aanvang associaties op met Miami van U2. Dat nummer stamt eveneens uit 1997. En mijn favoriet, Never Let Me Down Again, herinnert vagelijk aan een concert van Siouxsie and the Banshees.

Dit is best logisch, want Siouxsie and the Banshees heeft Depeche Mode beïnvloed. Sterker, Siouxsie had daarvoor al Joy Division beïnvloed. En Joy Division kennen ze allemaal. Van die groep loopt er een regelrechte lijn naar U2, Depeche Mode, Oasis én Anton Corbijn.

Vitesse-vlaggen op de Nelson Mandelabrug

Tot mijn vroegste herinneringen aan Arnhem behoort een autorit met mijn zus langs het station, over de Nelson Mandelabrug, naar U2 in het GelreDome. We arriveerden ruimschoots op tijd voor het concert. Daarom liepen we over de brug terug en zaten we een uurtje op een terras bij het water aan de Rijnkade. Dat stukje Arnhem doet mij altijd denken aan Frankrijk. Misschien door de ongedwongen sfeer, de kade en de kasseitjes. De fly-overs dragen ook bij aan dat buitenlandgevoel.

Het heeft wel iets stoers, die fly-overs, zo vlak bij het centrum. Ze bezorgen mij een grote-stadgevoel dat ik niet van andere Nederlandse steden ken. Behalve Rotterdam, natuurlijk. Die stad blijft de uitzondering.

Als automobilist ben je op een fly-over vooral bezig met netjes op de rijbaan blijven tussen de brugleuningen in. Zelf rij ik er alleen als buspassagier overheen. Dan biedt de brug een mooi uitzicht over de stad en de rivier. Maar vaker kijk ik als voetganger vanaf straatniveau tegen het bouwwerk aan. Daar geldt de menselijke maatstaf en die blaast de proporties van al dat beton flink op. Lopend aan de linkerkant over het Nieuwe Plein zie je goed hoe imposant de kronkels van de rijbanen zijn.

Deze locatie heeft iets onwerkelijks. Hier is sprake van meer dan een gewone tegenstelling. Dit betreft een regelrechte clash, een botsing. Want aan de ene kant staan statige oude huizen langs wat ooit een boulevard moet zijn geweest. En aan de andere kant is er het geweld van grove bouwmaterialen en het voortrazende verkeer.

Afgelopen woensdag kwam ik er weer. Donkergrijze regenwolken naderden vanuit het zuidwesten, terwijl de zon de wapperende Vitesse-vlaggen fel bescheen. Ik heb er in de schaduw van een boom recht tegen het licht in foto’s genomen.

De nostalgie van een concerttijdperk

Het wordt tijd om te erkennen dat mijn jeugdige jaren voorbij zijn. Het ontgaat mij namelijk al langer welke artiesten nu ‘in’ zijn. Of zeg je: hip, te gek, cool, awesome, vet ziek, of zoiets? Zelfs het jargon versta ik niet meer. Een muziekrecensent schrijft lyrisch over het concert van FKA Twigs. ‘FKA who?’, denk ik dan. Géén idee. Ze is geboren in 1988. Dat zegt alles.

En dan ben ik nu naar L.A.vation en The Masterplan geweest. Twee tribute bands van respectievelijk U2 en Oasis. (Je moet wat als U2-kaartjes kopen via Ticketmaster onmogelijk blijft.) Zij geven concerten waar vooral leeftijdsgenoten op afkomen, want die groeien met de originele bandleden mee. Oasis is van begin jaren negentig en U2 begon al in de jaren zeventig. Dan weet je het wel.

De tribute bands speelden overigens heel aardig. Toch, wat The Edge en zijn gitaarsolo’s betreft: die blijven ongeëvenaard. En het was in Stompwijk, of all places. Oude tijden herleven. Ik zeg je: het is afgelopen. Schluss, finito, The End, basta. Mijn tijdperk èn dat van de grootste rockconcerten is definitief voorbij. Veertig jaar concertbezoek-geschiedenis ligt achter mij.

Vroeger, in de begintijd, zo rond mijn zestiende, was ik nog zwaar onder de indruk van al die beroemdheden. Daar kwamen ze dan, in levende lijve. Stipjes waren het, ver weg op het podium. Op het veld zag ik meestal weinig van een optreden. Daar stonden altijd lange slungels voor me met hun grote lijven. Maar op de tribune was het prima uit te houden. Kon je lekker blijven zitten tot de band ging optreden. Later kwamen er enorme beeldschermen aan weerszijde van het podium.

Plus natuurlijk indrukwekkende lichtshows en showelementen. Zoals de hellehonden van de Rolling Stones, het zwevende stoeltje van David Bowie, en Prince met zijn entourage. In die tijd was Rotterdam de stad waar je moest zijn. Kon je met de U2-express van de NS tot aan de poorten van de Kuip rijden. De Kuip zal voor mij voor eeuwig verbonden blijven met balanceren op de bovenste rij tijdens Bullet the blue sky. Geen enkel ander stadion haalt het daar bij. Oh, nostalgie.

Die tijd is voorbij. Knappe zangers worden sloom en grijs. Ze krijgen een buik en hun stem is niet meer zoals in hun glorietijd. Dergelijke pijnlijke situaties kan je beter vermijden. Dus geen Night of the Proms meer voor mij. Als vijftiger heb je al genoeg decepties te verwerken.

En de normen veranderen. Als je nu naar een concert gaat, is iedereen druk met zijn mobieltje. Zelfs tijdens een optreden. Dat bezoekers filmopnamen maken, kan ik wel begrijpen. Maar dat ze met elkaar gaan bellen en hele gesprekken staan te voeren, met hun rug naar de band toe … Nou echt zeg! Waar is het heilige ontzag voor beroemdheden gebleven? Een beetje eerbied graag. Jong en oud doet dat, hè. Ik vind dit maar rare tijden.

Die ontwikkeling is best lastig, want er resteren twee bands die ik nog live wil zien. Dat zijn U2 en Radiohead. Maar oh wee, als mensen door hun muziek heen durven te praten. Zulke heiligschennis kan ik echt niet verdragen. Misschien is het toch maar beter om voortaan thuis te blijven. Dan moet ik met cd’tjes genoegen nemen. Voor zolang als dat nog kan, want de tijd van de cd’tjes is ook al bijna passé.

Over Boy – October – War en U2

U2 nagetekende hoezen Boy en War

De eerste dag van oktober, de regen en twee van mijn tekeningen uit 1985 leiden mij naar de vroege jaren van U2. Ik moet zoeken naar woorden en hou het daarom bij hun muziek. Een selectie van drie nummers die je bijna nooit meer hoort. Onterecht, vind ik.

Van het album Boy (tekening links) het mysterieuze The Ocean.

Van het album October het titelnummer.

And kingdoms rise / And kingdoms fall / But you go on …

En van War (tekening rechts) het nummer Drowning man, waarin Ierse muziek doorklinkt.

De wonderlijke wereld van muziek

Na het overlijden van Prince ontstond een discussie over de definitie van goede muziek. Kennelijk is het en vogue om van Bowie te houden en niet salonfähig om om Prince te rouwen. Echter, kan je muziek objectief waarderen? Muziek is meer dan een wiskundig bepaald ritme met herhaling van toonladders.

Voor de toehoorder draait het vooral om gevoel en emotie. Muziek werkt op ons gemoed en daarom wil je soms een specifiek lied bij je stemming horen. Muziek zit vol betekenis, al is die voor ieder verschillend. Verder is de kans groot dat muzieksmaak iets zegt over persoonlijkheid. En maak je zelf muziek, dan heeft dat effect op je welzijn en sociale intellect.

Muziek is zonder meer heel belangrijk in mijn leven. Daarom wil ik eens uitgebreid ingaan op dit fenomeen.

Objectief gezien goede muziek
Het verschil tussen vals en zuiver zingen is voor de meesten van ons wel duidelijk. En je merkt het gauw wanneer een artiest zijn instrument niet beheerst of geen ritme kan houden. Let je op de melodie, dan wordt het lastiger. Een nummer kan goed in het gehoor liggen of net niet lekker lopen naar je smaak. Bepaalde artiesten kiezen doelbewust voor een afwijkend ritme als kunstvorm. In andere culturen kan dat volkomen normaal zijn. Het is maar waar je van houdt en wat je gewend bent.

Soorten muziek
Gelukkig vind je altijd wel iets van je gading, uit welk milieu je ook komt. Denk aan: pop, rock, heavy metal, ska, dance, trance, techno, country, jazz, blues, soul, latin, reggae, hiphop, klassiek, oude muziek, ambient, lounge, folk- en wereldmuziek. Vocaal of instrumentaal. Binnen elk genre valt er nog zoveel meer te horen.

Invloed op gemoedstoestand en welzijn
Volgens onderzoeker Dick Swaab stimuleert muziek meerdere hersengebieden. Het raakt de delen die te maken hebben met leren, beloning, emoties, motoriek, de hormoonspiegel en de bloeddruk. Luisteren naar je favoriete muziek vermindert pijn en verlaagt het aantal stresshormonen. Muziek werkt vooral ontspannend wanneer er veel herhaling in zit, en cycli die tien seconden duren. Dergelijke cycli hoor je bijvoorbeeld in de Negende Symfonie van Beethoven.

Op Koningsdag kwam ik eerst bij een podium met dance en daarna bij een podium met techno. Dance doet precies wat de naam aangeeft. Door tempo, toonhoogtes en melodie krijg je vanzelf zin om te dansen. Ben je er ontvankelijk voor, dan kan je gewoon niet stil blijven staan. Vrolijk, huppelend, zwierig, zwevend beweeg je synchroon mee op de muziek.

Techo/rave heeft juist een negatieve uitwerking. De keiharde beat dringt door mijn ingewanden. Het ritme loopt zo ongelijk met mijn hartslag, dat mijn hart van slag raakt. En het geluid klinkt zo afgrijselijk dat ik er fysiek onpasselijk van word. I feel my flesh crawl. Mijn hersenen blokkeren en geven slechts aan: wegwezen! Gruwelend loop ik er vandaan.

Kortom, muziek doet wat met je. Hoe dat precies in onze hersenen werkt, legt neuropsycholoog Erik Scherder uit.

Muziek voor elke stemming
Ben je in een vrolijke bui, dan heb je vast geen zin in The end van de Doors. (Hoewel dat één van hun beste nummers is.) Heb je net de crematieplechtigheid van een dierbare bijgewoond, dan verdraag je Walking on sunshine van Katrina & The Waves minder goed. Meestal wil je iets passends horen.

Maar muziek kan dus ook andersom werken. Toen ik jaren geleden niet kon slapen voor  mijn motorrijexamen, zette ik Susan Vega op. Want haar liedjes hebben een kalmerende invloed op mijn stemming. Muziek kan troost bieden, je blijdschap weergeven, je woede kanaliseren en je dag opvrolijken. In moeilijke omstandigheden biedt muziek ontspanning en houvast.

Ontwikkeling van mijn muzieksmaak
In de loop der jaren is mijn muziekvoorkeur geleidelijk veranderd. Sommige genres vielen na verloop van tijd af, anderen kwamen er later bij. Bepaalde genres en artiesten blijken voor altijd te zijn. De muziek die we ruwweg tussen ons 15de en 25ste levensjaar horen, blijft ons het meest bij. In die periode worden we volwassen en komt onze smaak tot wasdom.

Muziek in de pre-vormingsfase
Ze zeggen dat je smaak mede wordt bepaald door wat je familie en vrienden goed vinden. Mijn vroegste herinnering is een bandrecorderband die bij ons thuis werd gedraaid. Daarop stonden hits uit de jaren veertig – zestig. Zoals liedjes van Petula Clark, Glen Miller, de Beatles, Simon & Garfunkel, de Beach Boys en Frank Sinatra. Mijn vader hield van Edith Piaf en mijn moeder vond Mexico van de Les Humphries Singers leuk. Een schoolvriendin was fan van Donny Osmond en mijn zus van de Rolling Stones.

Kortom, een allegaartje. Ik weet niet meer precies wat ik toen het beste vond. Een deel van de muziek uit mijn kinderjaren waardeerde ik eigenlijk pas later. In ieder geval lagen de Beatles en soulmuziek goed in het gehoor. Terugkijkend zie ik in oude top-100-lijsten veel platen staan die ik nog steeds graag hoor.

Disco in de puberteit
Mijn pubertijd viel samen met de hoogtijdagen van disco. Daar zat veel bagger tussen, maar ook prima geluid. Saturday Night Fever en Grease moest ik zien. Net als mensen in die films, leefde ik toe naar dansen in het weekend. Ik bezocht rond 1980 vaak een discotheek in Scheveningen. Daar draaiden ze onder meer Pick up the pieces van de Average White Band en Funky town van Lipps Inc.

Nog altijd vind ik I feel love (extended version) van Donna Summer een heerlijke plaat. Toch was er in die jaren zoveel meer: Status Quo, KC & the Sunshine Band, ABBA, Santana, Queen, Madness, Blondie en Ian Dury. Plus iemand van een heel andere orde: Kate Bush met haar betoverende liedjes. Als puber wil je vooral muziek horen die past bij (heftige) emoties.

Punk als filosofie
Wellicht als tegenbeweging, kwam toen ook punk op. Disco was burgerlijk. Punk was anarchistisch, anti bijna alles en zo rauw mogelijk. Ik kwam jong van school en kreeg een baan bij een braaf accountantsbureau. Maar stiekem kon ik die punkbeweging wel waarderen en vond ik de uitdossingen mooi. Alleen was ik toen zo gewoon dat ik daar onmogelijk aansluiting bij had kunnen vinden. Jammer. Een paar van mijn leukste voormalige collega’s, zijn ex-punkers. Zij woonden in een kraakpand en toerden ooit door Amerika in een afgeragde auto waarvan de bestuurdersdeur met touw vastzat. Want muziek, daar horen een filosofie, leefwijze en kledingstijl bij.

De omwenteling
In mijn leven was 1983 een jaar van omwenteling. Feitelijk ging toen het Raam Open. De top 100 weerspiegelt de diversiteit aan stromingen in die periode: Food for thought (live) van UB40, 99 Luftbalons van Nena, Stiekem gedanst van Toontje Lager, Blue Monday van New Order, Dolce Vita van Ryan Paris, Every breath you take van The Police en Owner of a lonely heart van Genesis. Het gaat van reggae, Nederpop, new wave en zorgeloze zomer hits naar de diepere lagen van rock en pop. 1983 is ook het jaar waarin Sweet Dreams van de Eurythmics uitkwam. Een iconisch nummer dat voor eeuwig verbonden blijft met een motortocht door Australië. Maar dat was later.

Stevige rock en popmuziek
Vervolgens kwam U2 megagroot in beeld. Zeg je jaren tachtig, dan zeg je massale stadionconcerten. Eindelijk schudde ik disco van mij af en begon het tijdperk van de (stevige) rock en popmuziek. Dat bracht heel wat klassiek geworden platen voort. Terwijl ik dit schrijf, is Say you will van Foreigner op de radio.

Alsof ik wat in te halen had, bezocht ik optredens van veel groten der aarde. Zoals: U2, Simple Minds, Rolling Stones, David Bowie, Dire Straits, Prince, INXS, Bruce Springsteen, R.E.M., UB40, The Waterboys, Tina Turner, Queen, Big Country, Clannad en Marillion. Bij zo’n concert zag je niet alleen je favoriete band. Het was tegelijk een ontmoetingsplaats voor gelijkgestemde fans. Ik bewaar vooral goede herinneringen aan de Kuip. Wie zat er nog meer in de U2-Express van de NS?

Wereldmuziek als ontdekkingsreis
De afgelopen decennia bezocht ik vertolkers van wereldmuziek uit alle windstreken. Dat is logisch, want ik reisde vaak naar exotische oorden waar je lokale muziek hoorde. Zo bezocht ik het vierjaarlijkse Pacific Arts festival. Daar komen bevolkingsgroepen uit de hele Stille-Zuidzeeregio samen. Elke bevolkingsgroep ontwikkelde zijn eigen muzieksoort.

Waarschijnlijk bepaalt cultuur deels wat je mooi vind of niet. Oosterse en Afrikaanse muziek hebben andere toonladders en ritmes dan we in het westen gewend zijn. En sommige mensen beschouwen het gekweel van een Chinese diva als kattengejank.

Bij wereldmuziek hoor je vooral akoestische instrumenten. Het kan ontroerend puur klinken en in alle eenvoud wonderbaarlijk mooi zijn. Als aanvulling op alle westerse geluiden, vind ik dat verrijkend. Bovendien brengt wereldmuziek ons dichter bij onze wortels.

Zo heb je Franse chansons die herinneren aan het idyllische platteland uit de jaren zeventig. Of Ierse muziek die je in een knusse pub hoort terwijl het buiten regent. Bepaalde klanken leiden naar andere werelddelen, zoals van Te Vaka, een Polynesische band. Desgewenst haal je het geluid van een warme feestavond op het Afrikaanse continent in huis. Verder kom je gemixte invloeden tegen. Denk aan cajun. Dat is muziek uit vroeger tijden van Franse immigranten in de Amerikaanse staat Louisiana.

Dan is er nog de categorie wereldmuziek die recht door hart en ziel gaat. Een vertolker daarvan is de Tunesische oedspeler Anouar Brahem. Hij maakt een culturele mix die wonderlijk sprookjesachtig klinkt. Ik kan er allerlei taferelen bij fantaseren. Havens bijvoorbeeld, een warme zondagochtend in een klein Frans dorp. Of de boulevard van Beiroet, toen die stad nog het Parijs van het Midden-Oosten was. Dit is het soort muziek dat een compleet verhaal uitbeeldt. Hiervoor kan een ballet of film worden geschreven.

Bij wereldmuziek sluimeren altijd culturele en omgevingselementen door. Vaak hoort deze muziek bij religieuze rituelen, seizoenen of specifieke situaties. De rust van het levensritme, de weidsheid van het landschap, de nabijheid van de zee, een geïdealiseerde traditionele tegenstelling tussen man en vrouw (krachtig – liefelijk), het tempo van peddels in een roeiboot, de hoefstap van een paard. Overigens beschouw ik de vertrouwde riedels van een merel in mijn tuin ook als muziek.

Muziek als tijdperk
Een muziekstuk wordt mede gevormd door de tijd waarin het wordt gemaakt. Waar zouden wij naar hebben geluisterd als we in het jaar 1870 waren geboren, of in 1450? In 1450 werden teksten en toonladders eerder door kerk en koningshuis bepaald, dan door de gewone man op straat. Althans, wanneer je kijkt naar de muziekstukken die onze eeuw hebben gehaald.

In 1870 zongen mensen vast ritmische liedjes passend bij hun eentonige werk op het land of in de fabriek. Ik zou willen horen welke deuntjes toen favoriet waren. Luisterden arbeiders toen ook naar klassieke muziek? Of waren volksmuziek en liedjes uit toneel- voorstellingen beter bekend? In tijden van oorlog had je marsliederen. Bij de eerste bewegende beelden op het witte doek verscheen filmmuziek. En met de opkomst van computers ontstond de elektronische pop van Kraftwerk en Jean-Michel Jarre.

Klassieke muziek
Ter kennismaking bezocht ik enkele jaren geleden een serie korte lunchconcerten met klassieke muziek. Ik kende wel de Bolero, maar verder was mijn kennis beperkt. Veel liefhebbers van klassieke muziek maken daarmee via hun opvoeding kennis. Ik ging pas rond mijn vijftigste op ontdekking.

Nu weet ik ongeveer welke componisten muziek naar mijn smaak maken. Het zijn er vrij weinig. Meestal vind ik klassieke muziek gekunsteld klinken. Alsof alles in een strak keurslijf moet passen. Die stukken werden geschreven voor een elite met een leefwijze die ver van mij af staat. Relatief recenter werk van Rachmaninoff, Debussy en vooral Erik Satie waardeer ik wel.

Het belang van de songtekst
De betekenis van een lied ontgaat mij nogal eens. Ik scheid klank en woord als ik naar muziek luister. Enkele losse zinnen of woorden komen wel binnen, maar ik doe er weinig mee. Want de melodie vind ik belangrijker. Toch snap ik dat veel mensen liedjes mooi vinden vanwege de manier waarop een artiest een onderwerp bezingt. Vaak valt zo’n tekst extra op als een onderwerp je bovengemiddeld boeit. Maar blokkeer je de inhoud, dan kan je daar zelf invulling aan geven. Voor mij ondersteunt en versterkt muziek het vermogen om te kunnen fantaseren.

Fantasy
Erik Satie, Anouar Brahem, Susan Vega, Clannad en een legende als Kate Bush passen allemaal in dezelfde stroming. Namelijk die van de romantiek. Daarmee kom ik tot de kern van wat muziek voor mij is. Een zeer effectief middel om bij weg te dromen. Dat kan bij Marillion, Coldplay, Prince, en een nummer als Sweet Dreams. Afhankelijk van mijn gemoedstoestand spreekt zelfs punk tot de verbeelding.

Persoonlijke ontwikkeling en muziek
Iemand die van verschillende soorten muziek houdt, is vast breed geïnteresseerd en avontuurlijk ingesteld. Iemand die slechts een enkele subcategorie van een muziekgenre wil horen, is mogelijk beperkter in zijn kijk op de wereld. Dit veronderstel ik, maar wellicht zit er een kern van waarheid in.

Zelf muziek maken, schijnt helemaal goed te zijn. Volgens onderzoek ontstaat er dan een sterkere verbinding tussen je linker- en rechterhersenhelft. Dankzij musiceren word je een socialer mens. Dat komt omdat je spraak en intellect beter verbonden raken met je gevoel. Misschien moet ik mij toch eens aanmelden bij een shantykoor.

Jan Vayne en Petra Berger

Met mijn zus ga ik naar een zondagochtend concert van Jan Vayne en Petra Berger. Het is nog een cadeau voor mijn verjaardag. Eigenlijk ken ik hun muziek niet en ik laat mij verrassen. Mijn zus en ik hebben een lange geschiedenis van gezamenlijk concertbezoek. Het zal dus wel goed zijn. Maar wachtend bij de deur, bekruipt mij toch een verontrustend gevoel. Wat ik binnen zie komen, is bepaald geen U2-publiek.

Ze zingt best mooi hoor, die Petra. Zoals liedjes van Barbara Streisand en een nummer over Rooie Sien. Plus iets uit Jesus Christ Super Star en ‘Imagine’ van John Lennon. Haar stem komt werkelijk tot zijn recht bij liedjes uit de Italiaanse opera. Alleen is het grootste deel van het repertoire mij te gezapig.

Jan speelt aardig op de piano. Hij lijkt een bijrol te hebben in het geheel. Net wanneer ik mij afvraag of hij liever op de voorgrond wil treden, komt zijn moment. Petra neemt pauze en Jan grijpt zijn kans. Hij vraagt ons, het publiek, of we verzoeknummers willen horen. Ja hoor, de Bolero, Bohemian rapsody en Bach.

Hij loopt naar een soort kerkorgel en breit alles ingenieus aan elkaar. Mijn zus herkent zelfs een fragment uit Pirates of the Caraïben, namelijk die scene met die enorme draaikolk. Mijn fantasie echter, laat het afweten. Ik denk slechts: ‘wat een takke geluid’. En hij blijft maar doorgaan, hè, op dat orgel. Die pokke Bolero ook, duurt gewoon veel te lang. Is het nou nog niet afgelopen? Mijn zus en ik kijken elkaar aan en proesten het uit.

Overigens, niets ten nadele van Jan en Petra, hoor. Maar als het op instrumentale muziek aankomt, kies ik liever een intermezzo van Abba. Wat een monumentaal mystiek geluid.

Concertkaartjes nu en toen

Misschien komt het door de jongens tegenover ons in het bedrijvenpand waar ik werk. Ineens moet ik denken aan hoe je in de jaren tachtig aan concertkaartjes kwam. ’s Morgens vroeg in regen en wind voor het VVV-kantoor in de rij gaan staan. Uren wachten achter de mensen in slaapzakken, die daar een hele nacht met bier en chips hebben doorstaan. En dan het gedrang als de deur om negen uur eindelijk open gaat. De bewakers staan klaar en laten hooguit vijf mensen tegelijk naar binnen gaan.

Soms ging het er chaotisch aan toe. Ik heb meegemaakt dat de hele voorste rij zo door de etalageruit werd geduwd. De eerstvolgende wachtenden klauterden gewoon over gevallenen en glasscherven heen, om doodgemoedereerd bij de kassa kaartjes te kopen.

Ook werkte ze eens met een systeem van genummerde bonnetjes voor een U2-concert. De bonnetjes werden aan de eerste wachtende om middernacht gegeven. Hij deelde ze in volgorde van aankomst aan volgende wachtenden uit. Ik was om 06.00 uur al te laat. De nummertjes waren op. Hopend op een wonder ben ik nog uren gebleven, tot de verkoop begon. Toen bleek dat ze maximaal zes kaartjes per persoon verkochten. Meer dan het meisje voor mij had verwacht. Haar vriend had al voldoende kaartjes bemachtigd, dus gaf zij haar bonnetje aan mij. Ik heb het tot op de dag van vandaag bewaard.

Wat was ik steeds blij als ik eindelijk die felbegeerde kaartjes had. Dan haalde ik onderweg naar huis gebak om de goede afloop te vieren. Hoe anders gaat het nu. Je doet alles makkelijk via internet en hoeft geen ontberingen meer te doorstaan. Maar een druk op de knop levert nooit dezelfde intense tevredenheid op als zo’n strijd voor kaartjes. Zegt deze semi-ouwe taart.

Die gasten bij ons op de gang maken video’s en zien soms grote artiesten. Zelf zijn ze daar nog van onder de indruk. Dan hoor ik iemand een beetje verbouwereerd zeggen dat hij Afrojack aan de telefoon had.

Ze lopen er allemaal cool bij. De Aziaat van het stel draagt steeds teenslippers. Het Afro-type verschijnt met afgezakte broek en baseballpetje op. De Latino met armen vol tattoos loopt immer in zwart T-shirt en spijkerbroek. En regelmatig komen er meiden met ellenlange benen voor een fotoshoot.

Vergaderen doen ze met de benen op tafel. Ontspannen doen ze met een voetbal op de gang. En tussendoor vliegen ze voor opdrachten naar het buitenland. Maar deze week staat er een beursdeelname op het programma. Overal liggen stapels posters, promotietasjes en andere spullen klaar. ’s Avonds zie ik het nieuws en begint het mij te dagen. Amsterdam Dance Event is aan de gang. Aha, dat zal het zijn. Zij hebben nu de tijd van hun leven in dit hippe, professionele bestaan.