De lelijke boom zonder bloemen

Er was eens lang geleden een boomzaadje dat op de grond viel. Daar lag het te midden van broertjes en zusjes op het terrein van een kweker. Op een dag kwam de kweker langs en die raapte het op. Wat er vervolgens gebeurde en waar het zaadje naartoe werd gebracht, dat is een raadsel. Plotseling werd alles donker. Maar aangenaam warm en vochtig was het er zeker.

Het boomzaadje voelt zich gesterkt en begint te ontkiemen. Zijn spriet weet zich naar het licht boven hem te wriemelen. Eerst verschijnen er twee blaadjes opzij. Daarna komen er twijgjes met blaadjes bij. Langzaam verandert het sprietje in een piepkleine boom. Het is een prunus met donkerrode bladeren. De kweker geeft hem nu zijn eigen pot en zet hem in de buitenlucht neer, naast zijn soortgenoten.

De tijd verstrijkt en regelmatig lopen er mensen langs. Op een dag stopt een dochter met haar vader bij het jonge boompje. Zij wijst naar hem en zegt: ‘Kijk, deze is mooi. Er zitten al wat roze bloemetjes aan. Zullen we dit boompje in de tuin zetten?’ De man stemt in en samen nemen ze hem mee. ‘Hé, dat is leuk’, denkt het boompje achter in de auto, terwijl velden en dorpen voorbij glijden. Hij heeft nog weinig meegemaakt en ontdekt zo de wereld buiten de kwekerij.

Ze stoppen in een straat voor een rij oude arbeidershuizen. Daar pakt de man het jonge boompje op en draagt hem de achtertuin in. Plots voelt het boompje de bodem onder zijn wortels wegzakken. Help! Maar dan, wat een weldaad, worden zijn wortels omringd door de volle aarde. Zodra hij van alle emoties is bekomen, kijkt het boompje eens goed rond. Hij staat in een hoek van de tuin, waar nog enkele bomen groeien. Een daarvan staat wel erg dichtbij. Dat is een els en die kunnen veel hoger worden dan hij.

Jaren verstrijken terwijl de jonge boom steeds een beetje groeit. Alles lijkt goed te gaan, maar er hangt een vreemde onrust in de lucht. Plotsklaps zijn vader en  dochter vertrokken. Komen ze nog terug? Waar zijn ze eigenlijk gebleven?

Ineens verschijnen er andere mensen in de tuin. Zij willen alles drastisch aanpakken. Ze hebben zelfs bouwplannen. De boom hoopt maar dat ze hem willen houden. ‘Jammer dat het nu winter is en ik er zo kaal bij sta.’, denkt hij. En stiekem hoopt hij dat ze die stomme els weghalen. Want die is al twee keer zo hoog als hijzelf. Zo kan je als prunus toch moeilijk tot volle wasdom komen!?

Enkele bomen worden wreed omgezaagd. Gelukkig blijft de prunus dat lot bespaard. Maar waarom hebben ze nou toch die els niet weggehaald?

Dan gebeurt er iets eigenaardigs. De nieuwe bewoners en de buurman staan vlakbij. Driftig wijzen ze naar de tuingrens, of naar waar die zou moeten zijn. Ze gaan steeds harder praten en daarna benen ze weg. Later verschijnt er een gewichtige meneer met meetlatten en belangrijke papieren. De eigenaar van de boom is er niet, al heeft hij deze meneer wel ingehuurd. De gewichtige meneer vertelt aan de buurman hoe het zit. Hij wijst op oude kaarten en slaat een paaltje in de grond. Daarna hoort de boom hoe de buurman gromt. De sfeer is om te snijden.

Wat er kort daarna gebeurt, kan de boom niet verklaren. Het blijft een duister geheim. Maar ineens is dat paaltje verdwenen. Nu zijn de rapen helemaal gaar. Want de een vindt dit en de ander vindt dat. Uiteindelijk bouwt de eigenaar van zijn tuin een schuur met overkapping. ‘Au!’, roept de boom, want de man slaat zomaar palen door zijn wortels heen. En de zijwand komt pal naast zijn stam te staan.

Dit laat de buurman niet op zich zitten. Meteen bouwt ook híj een overkapping, bijna tegen de nieuwe schuur aan. Buurman moet nu wel een uitsparing maken voor de stam van de boom. Die vóelt gewoon de vijandigheid van deze buurman.

Vanaf dat moment staat de boom ingeklemd tussen twee hoge schotten. Ruw weggemoffeld op een strookje grond. Een soort niemandsland. En die stomme els is er ook nog. Die blijft maar doorgroeien en torent hoog boven hem uit. Geen wonder, dat mormel slurpt enorm veel water op. Zijn wortels zitten overal in de weg. Bovendien blokkeert hij de warme middagzon.

Er breken nu zware tijden aan voor de boom. De mensen van de schuur vertrekken en daarna verschijnen er weer andere gezichten in de tuin. Het is een komen en gaan. Telkens moet de boom maar afwachten of de mensen hem willen houden. Sommige nieuwkomers pakken een zaag en snoeien wat takken van de bomen af. Maar ze laten de els doorgroeien. Die slobbert nu bijna al het vocht en de voedzame mineralen op. Wat begin je dan als boom? Je kan toch moeilijk roepen dat je dorst en honger hebt. Dus sta je daar te kwijnen.

Elk voorjaar krijgt de boom nu minder bloemetjes. Hij wordt zelfs wat schonkig. Toch, het ergst van alles is die mopperkont van een buurman. Die gluiperd waardeert de els ‘omdat er vogeltjes in zitten.’ Nou ja zeg, daar wordt je toch kotsmisselijk van? Alsof er geen vogeltjes tussen zíjn takken spelen. Maar de grootste belediging is dat die buurman hem ‘maar lelijk’ vindt. ‘Want er zitten geen bloemen in.’ Echt zwaar depressief is de boom hiervan.

Dan, het is een koude en sombere voorjaarsdag, verschijnen totaal onverwacht twee mannen met bijl en kettingzaag. ‘Ze komen toch niet voor mij’, bibbert de boom. Maar nee, ze hakken de els om! Het is een wonder!

Ha! Ineens wentelt de boom zich in het volle licht van de zon. En al het regenwater is nu voor hem alleen. Het liefste zou hij gelijk willen laten zien waartoe hij in staat is. Alleen is hij nog veel te zwak. En in de zomer die volgt, valt er veel te weinig regen. Droogte, ook dat nog. Hij moet vol zien te houden tot het volgende voorjaar.

Eindelijk, eindelijk breekt zijn moment aan. Na al die moeilijke jaren wordt de lelijke boom zonder bloemen voor het eerst in zijn leven de mooiste boom van allemaal. En een bezoek dat hij krijgt! Hommels en bijen vliegen af en aan. Je hoort ze voortdurend zoemen, want ze zijn dol op zijn bloemen. Het is duidelijk: hij is de populairste boom van de hele straat. Sindsdien staat hij iedere dag te stralen.

Wespennest / Het gesprek aangaan

Vandaag heb ik het weer gedaan. Na weken van getreuzel en gedraal heb ik mezelf de deur uit geschopt en bij de buurman aangeklopt. Daarna hebben we tegen heug en meug lastige onderwerpen besproken. Dat tegen heug en meug is wederzijds. We beseffen het allebei. Deze gesprekken zijn een periodiek terugkerend fenomeen. Want hij sluit het liefst zijn ogen voor zaken als een wespennest en noodzakelijk onderhoud.

Het is geen echt kwaaie man. Hij wil na herhaalde verzoeken best wat aan dat wespennest doen. Maar alleen zolang zijn voorraad gif strekt. Op = op. Als er daarna of volgend jaar nog wespen zijn, jammer dan. Dat is niet zijn probleem.

Hij kijkt niet verder dan de erfgrens en daarbuiten zoekt iedereen het zelf maar uit. Letterlijk. Als ik hem een spiegel voorhoud, lijkt het even alsof hij nadenkt.

Die erfgrens is trouwens een dingetje. Want meneer houdt vast aan zijn verhaal. En ik houd vast aan mijn van het Kadaster gekregen tekening.

Hij heeft geleerd zijn mannetje te staan. Hij doet precies wat moet. Hij weet waarover hij praat. Hij komt vermoedelijk uit een arm milieu en heeft geknokt voor iedere cent die hij heeft. Daar wordt je hard van.

En toch. Toch kan ik nog met hem door één deur. Het vergt alle diplomatie die ik in me heb. Plus al mijn tact en inlevingsvermogen. Ik ben de enige van vier opeenvolgende huiseigenaren naast hem die met hem kan praten. En een van de zeldzame buren die een redelijk normaal contact met hem onderhouden. Omdat ik dat belangrijk vind. En hij kennelijk ook wel.

We delen een muur met elkaar. En veel is niet wat het in eerste instantie lijkt. Maar makkelijk is anders.

Foto: bewerken en in scène zetten

Als je fotoblogs volgt, zie je regelmatig de prachtigste foto’s. Close-ups van bessen, of mistflarden over een weiland. Of haarscherpe afbeeldingen van vogels en vlinders in volle vlucht. Ik doe net alsof ik erbij hoor met mijn SM-J510FN. Dat is de camera van mijn Samsung telefoon. In feite begint alles met kunnen kijken, maar ook met goede apparatuur. Mij valt het soms niet mee, want deze camera mist knopjes voor instellingen.

Neem nu een slak op een tuinpad. Zo’n slijmerig dier dat héél traag van A naar B glibbert. Daar kan weinig mee misgaan, zou je denken. Het pad is gemaakt van oude bakstenen die qua vorm en kleurschakering verschillen. De donkere slak met zijn bruine huisje past mooi tussen de gele, rode en bruine stenen. Bovendien schrijdt hij voort over een diepgroen tapijt van mos. Kortom: deze slak is op die plek een fotogeniek object.

Nu heb ik zeker twintig foto’s moeten nemen voordat hij er een beetje fatsoenlijk op stond. En nog is een deel onscherp. Van armoede heb ik zelfs gesjoemeld, want hij was al voorbij de mooiste stenen gegleden. Dus heb ik hem opgepakt en teruggezet. Dat is wel een voordeel als je een slak fotografeert. Probeer zoiets maar eens met een vlinder, bijvoorbeeld.

Nu zit ik met een vraag. Zetten al die mensen met perfecte foto’s hun tafereeltjes soms ook in scène? Hebben zij hun foto’s wel bewerkt?

PS: Voor de creatievelingen onder ons. De slak passeert op het fotomoment net de streep op de gele steen. Welk verhaal zou jij bij deze foto hebben geschreven?

Brokstukken van een tijdperk

Toen die ekster mijn mooie Franz porseleinen lepeltje in tweeën brak, kon ik de brokstukjes niet weggooien. Misschien waren ze nog te lijmen. Zo lagen ze een paar maanden los te wachten op de vensterbank. Na het stoffen legde ik ze telkens weer tegen elkaar. Maar de breuk zit precies op het smalste deel. Zelfs met secondelijm zal alles bij het eerste stootje weer uit elkaar vallen. Bovendien wil ik mij niet omringen met spullen die kapot zijn. Want bij ons brengen scherven geluk, maar in andere culturen trekken kapotte spullen juist ongeluk aan.

Het lepeltje hoort bij een tijdperk. Uit elk tijdperk bewaar ik tastbare herinneringen. Dierbare bezittingen die elke opruimsessie hebben doorstaan. Daarom alleen al zijn ze bijzonder, want ik geloof sterk in traveling light. Ook in het alledaagse bestaan.

Na woelige perioden verkeer ik al een tijdje in kalmer vaarwater. Het is zo’n periode waarin je een tussenbalans opmaakt. Er komt nu weinig nieuws bij, tastbaar en mentaal. Onderwijl tikt de tijd verder, continu. Die aandenkens worden even snel als ik ouder. We verkeren in een statische toestand. Dit is zo’n moment waarop je om je heen kijkt en denkt: ‘ga ik hiermee oud worden, of gaat er nog een keer de bezem door?’

De helft van het lepeltje heeft in de tuin een tweede leven gekregen. Dat is het risico als je verkast naar een groter perceel. Dan heb je nog meer ruimte om de brokstukken te bewaren. Voor de zekerheid doe ik dat buiten. Stel dat ze worden overwoekerd en vergeten. Laat een volgende bewoner dan maar raden wat die scherven daar doen.

Tuinieren is ook een vak

Een mooie tuin creëren gaat met vallen en opstaan. Dat blijkt wel nu ik hier voor de vierde zomer woon. Elk jaar verloopt anders. Wat de ene zomer lustig staat te bloeien, verpietert het volgende jaar. Soms heb ik wat gezaaid en komt er niets op. Zet ik daar een andere plant neer, dan gaat het zaaigoed alsnog groeien. En nu weer deze droogte. Mijn tuin bestaat uit zanderige bosgrond met daarop een dun laagje aarde. Dat betekent veel sproeien. Laten we het onder ogen komen. We moeten overstappen op gewassen die in een mediterraan klimaat groeien.

Een tuin kan verrassend uitpakken. Het duurt even voordat je ontdekt waar een plant het beste groeit. Of je koopt een struik waarvan het label vermeldt dat hij maximaal een meter hoog wordt. Mooi dat ‘ie bij jou de halve tuin in beslag neemt. En denk je dat je een bloeiende klimmer hebt, valt er na drie jaar nog geen bloem te bekennen. Zo heb ik onlangs een plant weggeknipt. Alleen de wortels met de onderste houtachtige delen moeten er nog uit. Blijkt dat het een clematis is. En die bloeit pas nadat ‘ie wordt gesnoeid. Oeps.

Het is aangenaam om je te omringen met planten die aan vakantieoorden doen herinneren. Zodra het gaat regenen, wil ik een aantal droogte gevoelige planten vervangen. Op internet staan genoeg alternatieven uit het Middellandse Zeegebied. De planten daar kunnen namelijk wel wat hebben. Zelfs een beetje vorst, want ook in het Midden-Oosten vriest het soms. Desnoods kan je in de winter de wortels met stro afdekken.

Hier volgt een lijstje met aanbevolen planten, struiken en bomen voor wie hetzelfde wenst: albizia julibrissin/slaapboom, bougainvillea, lantana, lavendel, oleander, rozemarijn, campsis tagliabuana radicus/trompetbloem, callistemon/lampenpoetser, olijf, mimosa, vijg, cypres, parasolden, Franse roos, passiebloem, druif, koriander, tijm. Overigens doen een kogeldistel, clematis, hibiscus en akebia quinata/chocoladeplant het ook prima.

Op de website van Tuinadvies (geen sponsor) staan foto’s van soorten en heldere beschrijvingen.