De IJssel is nog geen Wolga

Mijn vader was niet zo van het op vakantie gaan. Hij bleef het liefste thuis. Dan kon hij dagelijks naar zijn moestuin gaan. Op aandringen van mijn moeder gingen we jaarlijks toch op vakantie. Maar al na tien dagen werd hij dan onrustig. Hoe aangenaam het ook was in Duitsland, Frankrijk of waar in Europa we ook zaten. Die tuin had op hem steevast een grotere aantrekkingskracht.

Want de andijvie was bijna goed en de boontjes moesten er nodig af. En als de bessen niet gauw werden geplukt, hadden de vogels er een feestmaal aan. Vaak konden we ons verblijf dan nog met een paar dagen rekken. Maar mijn vader was de enige van ons gezin met een rijbewijs. Dus moesten we wel mee als hij terugging.

Was er dan geen enkel land waar hij heen wou? Toch wel. Er was iets waarover mijn vader sprak met twinkelende ogen en een kwajongensblik. Namelijk het moment waarop in het voorjaar het ijs breekt op de rivier de Wolga in Rusland. Dat gaat blijkbaar gepaard met zeer imposant geknal en natuurgeweld. Uiteindelijk heeft hij het nooit zelf meegemaakt. Ik heb hem wel aangeboden om er samen heen te gaan. Maar hij bleef toch altijd liever thuis.

Al sinds 1986 heb ik zelf het plan om ooit met de Trans Siberië Express van Moskou naar Vladivostok te gaan. Het was er dat jaar bijna van gekomen. De reisgidsen lagen al in huis. Maar bij de voorbereiding trok ik de lijn denkbeeldig door en belandde ik in Australië. Daar ben ik vervolgens vijf keer naartoe gegaan. Dat Rusland kwam er vast nog een keer van, dat liep niet weg.

Maar sinds 1986 is er wel het een en ander veranderd. De muur tussen Oost en West verdween. Russische leiders kwamen en gingen. De laatste jaren wordt de sfeer daar, naar verluid, steeds grimmiger. Vooral ten opzichte van alles wat niet etnisch Russisch is. En dat is mij direct aan te zien. Misschien valt het mee. Ik heb op een exportafdeling met Russen te maken gehad, en dat waren opvallend warme mensen. Totaal niet zoals je op basis van hun imago in het Westen verwacht.

Zolang de Wolga een toekomstplan blijft, stel ik mij tevreden met de IJssel. Die kan evengoed indruk maken. Vooral wanneer die buiten haar oevers treedt en over kades en uiterwaarden spoelt. Zoals gisteren in Deventer:

En zoals gezien vanuit een trein met vuile ramen op de spoorbrug bij Zutphen. Afgelopen zomer wandelde ik nog waar je nu slechts kan waden.

 

Breeduit zitten in volle trein

Je mag als man in Madrileense bussen tegenwoordig niet meer met je benen gespreid zitten. Dat komt door die vermaledijde feministen. Die zien daar natuurlijk machogedrag in. Hele studies gaan over het verschil tussen mannen en vrouwen in lichaamshouding. Mannen maken zich breed; vrouwen maken zich klein. Dat is het idee. Ik vraag het me af. Volgens mij hebben breeduit zittende mannen het gewoon warm.

Als voormalig forens tussen Leiden en Den Haag ben ik een ware ervaringsexpert. Niet alleen weet ik precies hoe je zo dicht mogelijk bij de deur kunt komen. (Zonder gedrang en nog voor de trein stil staat.) Ik schat ook binnen een milliseconde in naast wie ik wel of juist niet moet gaan zitten. Vooral wanneer het erg druk is en warm. Dan zorgt mijn expertise voor het verschil tussen een verpeste reis of een ontspannen tocht.

Mannen, bijvoorbeeld, voelen gewoonlijk erg warm aan. Hoe steviger en breder, hoe meer je klem zit op zo’n krap bankje. Dus hoe benauwder het wordt. Daar wil je vandaan blijven wanneer de coupé-temperatuur de 30 graden bereikt. Vooral in de zomer, dan ontbreken jassen als isolatiemateriaal. In de winter kan je zeker je voordeel doen met hun warmte, maar nu even niet. Bij voorkeur zit ik dezer dagen naast een slanke vrouw of niet al te grote man. Als hij zijn benen tenminste niet in de spreidstand houdt. Want ook die benen zijn warm.

Vrouwen kunnen trouwens ook erg warm aanvoelen. Het punt met stevige vrouwen is dat ze minstens evenveel ruimte innemen als brede mannen. Als vrouw zit je overigens wel liever naast een stevige allochtone man dan naast een stevige allochtone vrouw. Want die vrouw heeft zeker geen moeite met lichaamscontact met jou. Veel Nederlanders vinden dat vreemd. In Arabische en Mediterrane landen is dat normaal. En zij verdragen de extra warmte beter dan wij, meestal. Moslimmannen maken doorgaans netjes een beetje ruimte voor vrouwen. Dat moet van Allah.

In drukke coupés mijd je iedereen die afwijkend of verwaarloosd lijkt. Vaak is dat een man, maar soms is het een vrouw. Zo iemand kan jouw kant op zakken als hij in slaap valt, wild om zich heen gebaren of keihard gaan praten. Ook met jou. Een alcohollucht? Wegwezen. Worden ze niet lastig, dan is er toch misschien iets met hygiëne. Je zit tenslotte hutje mutje op elkaar. Van drugs worden mensen vaak rustig. Daar valt goed mee te leven in een warme trein. Kinderen en honden in een volle coupé zijn weer een ander verhaal.

Toch zit ook ik weleens klem naast een man die aan manspreading doet. (Zo heet dat als hij met zijn benen wijd zit.) Dan vraag ik of hij een beetje ruimte kan maken. Doet hij gewoonlijk wel. Al is het soms met een klagelijke zucht en denkt hij misschien: ‘stomme trut’. Daar zit ik niet mee, in een volle coupé.

Vrouwen daarentegen, die hardnekkig aan womenspreading blijven doen met hun pinnige ellenbogen en grote schoudertassen, die vormen pas echt een probleem. Als je daar vriendelijk aan vraagt of ze een beetje ruimte willen maken, weet je bijna zeker dat je de rest van de rit in oorlogssfeer zal doorbrengen. Heerlijk vind ik dat. Dan mag ik graag wat extra stangen.

Foto: Sir Edmund, de Volkskrant, 17 juni 2017.

Open microfoon

Al snel na vertrek komt de conductrice langs in de trein. Het is een opgewekte vrouw van een jaar of veertig. Ze heeft een Leids accent en kastanjebruin haar. Deze zondagochtend zitten er vooral dagjesmensen in de coupé. Ze gaan naar familie of een museum in de stad. We rijden door het Groene Hart.

Vlak voor Alphen aan de Rijn roept de conductrice om waar we zijn. Er blijft wat geruis en gerommel hoorbaar, gevolgd door een ondefinieerbaar geluid. Zodra we verder rijden, komen er flarden van een telefoongesprek door de intercom. Ik versta het nauwelijks, maar in de coupé duiken overal glimlachjes op.

Grappig is dat. In een trein hoor je van alles van je medepassagiers. Meestal let niemand erop. Maar nu is dat anders. Want de conductrice waant zich in een privéruimte en praat vrijuit.

Dan beginnen sommige mensen ronduit te lachen. Onbekenden wisselen veelbetekenende blikken met elkaar uit. Aan de reacties te merken, moet het gesprek wel echt hilarisch zijn. Dan praat de conductrice harder en versta ik het ook:

‘Ja mam, ik mag toch zeker zelf beslissen wat ik doe!’

‘Ik word hier hartstikke chagrijnig van!’

‘Nou, ik ga nú ophangen, hoor! Ik hang nu op.’

Ach, Leidse moeders, vertel mij wat.

Voor Vlisco op bedevaart naar Helmond

Vlisco printAls ik een bucket list had, dan zou ik nu een lang gekoesterde wens kunnen afstrepen. Want vandaag heb ik eindelijk echte Dutch Wax in handen gehad. Al zeker tien jaar ben ik nieuwsgierig naar deze exotische textielsoort van Vlisco. Helmond is daarvan de bakermat. Maar je ziet de doeken nooit, want ze zijn niet in Nederland te koop. Vlisco maakt uitsluitend Dutch Wax voor de export. Met name in westelijk Afrika zijn de kleurrijke prints razend populair. Dit oer-Hollandse bedrijf ontwerpt daarom speciaal voor de Afrikaanse markt. En nu is er in het Gemeentemuseum Helmond een tentoonstelling.

De stoffen van Vlisco zijn gebaseerd op en geïnspireerd door batiks uit Indonesië. Voor dat land werden ze oorspronkelijk gemaakt. Afrikanen kenden oosterse batiks al dankzij vroegere handel via de Zijderoute en de Trans-Sahara route. Toen de verkoop in Indonesië terugliep, vond Vlisco een vruchtbare bodem voor deze stoffen aan de Afrikaanse Ivoor- en Goudkust.

De tentoonstelling laat zien hoe de Indonesische motieven geleidelijk door Nederlanders werden aangepast. Dat proces doet denken aan de creatieve geest van Escher. Oude patronen transformeren naar abstracte en concrete mengvormen. En sommige kleurencombinaties werken op Nederlanders bijna hallucinerend. Het is kunst, zowel qua uiterlijk als in het gebruik. Hoe de Brits-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare dat vertaalt, zie je in een aparte zaal.

Vlisco tas Michelle ObamaAfrikanen vertellen namelijk hele verhalen met de motieven van Vlisco. Een vrouw draagt bijvoorbeeld een jurk met een printje van een vogel die uit zijn kooi vliegt. Daarmee geeft ze een serieuze waarschuwing aan haar echtgenoot. En welvaart toon je met printjes van portefeuilles vol dollarbiljetten. Een recent succes is het ontwerp met de tas van Michelle Obama. Met symbolen maken Afrikanen ook politieke statements. En elk volk heeft specifieke voorkeuren voor patronen. Mede daarom spreken de stoffen van Vlisco mij zo aan. Ze zijn van grote antropologische waarde.

Bovendien weten vrouwen in Afrika wel hoe ze mooi voor de dag kunnen komen. De meest uitzinnige creaties en ingenieus gedrapeerde hoofddoeken maken ze ervan. Terwijl het een ware kunst is om de drukke prints op hun voordeligst uit te laten komen. Dat kunnen alleen de meest ervaren kleermakers. De stoffen van Vlisco zijn van hoge kwaliteit en duur, zelfs voor Nederlandse begrippen.
Dat maakt elk kledingstuk van die stof tot een statussymbool.

PS: De tentoonstelling duurt nog tot 18 maart 2017. Klik op een afbeelding voor een vergroting.

Taxirit na telefoontje om 03:20 uur

Je kan van alles plannen. Maar als je ’s nachts om 03:20 uur vanuit een Leids ziekenhuis wordt gebeld, dan veranderen alle prioriteiten. Rustig blijven ademhalen. Hoort er ook bij. De wereld draait door.

Al zou je dat laatste hier niet zeggen. In deze uithoek rijden namelijk geen nachttreinen. Daar ben ik echter wel op ingesteld. Want ik heb 22 jaar vlakbij een station gewoond waarvandaan je Schiphol altijd kan bereiken. En dus de hele wereld. Permanent. Dag en nacht. Ik had natuurlijk veel eerder moeten uitzoeken welke taxibedrijven hier goed zijn. Als ik maar bij Utrecht CS kan komen. Dan is Leiden ook weer bereikbaar.

Wat later rijdt er ’s nachts in ons stille straatje een dikke witte Mercedes voor met een blauw nummerbord. Of ik een koffer bij me heb? Nee. Of ik voorin wil, of achterin? Voorin.

Nog wat later rijden we over een snelweg waar ik zelden kom. Behalve wanneer de treinen niet rijden. De chauffeur is tegelijk directeur en krijgt het ene na het andere telefoontje. Van iemand die naar Velp moet. Een volgende klant wil bij de Blikken Bioscoop worden opgepikt. Met een tweede mobiele telefoon trommelt hij een maatje op en pakt daarna het gesprek met de bellende klant weer op. Zelf is ‘ie onderweg naar Utrecht, dus kan ‘ie nu even geen klanten ophalen. Niks hands free. Er is toch nauwelijks verkeer op dit tijdstip, dus wat maakt het uit.

Ondertussen houdt hij ons gesprek gaande. Dat krijg je als je voorin zit. Allerlei onderwerpen roert hij aan. De woningmarkt (zijn nicht heeft een grote restschuld) en zijn fijne huurhuis in de stad. De asielzoekers die alles maar krijgen. De voetbalclub. De speklaag op zijn buik. (Daar praat hij schuldbewust over, maar vermoedelijk is hij er ook wel trots op.) De ziekte van zijn vrouw (longkanker) en de chemo. Hij was zelf net gestopt met roken, maar toen werd zijn vrouw ziek en begon hij van ellende weer te paffen. Zo gaat dat.

Ik vraag hem hoe hij Arnhem vindt. Dat doe ik altijd als ik Arnhemmers spreek. Hij is er zeer groos op en zou in geen andere stad willen wonen. ‘Want neem nou park Sonsbeek, en de Veluwe ligt net buiten de stad.’ De vergelijking met Amsterdam komt ook voorbij. En al is Arnhem Leiden niet, ik geef hem groot gelijk. Met deze stad is hij het meest vertrouwd, dus is die voor hem het belangrijkst. Het is wel fijn dat hij voortdurend praat, want dat leidt tenminste af.

In Utrecht zijn ze aan het bouwen en wordt hij door de TomTom misleid. ‘Daarom volg ik die andere taxi voor ons. Die weet vast wel waar we moeten zijn.’ Het komt goed. Na twee keer raampje opendraaien en vragen, levert hij me precies op de juiste plek af. Een zijingang van het station bij Hoog Catharijne die op dat vroege tijdstip open is.

(Nu, ruim een dag en een nacht later, is de acuut levensbedreigende situatie voor de betreffende persoon gelukkig weer voorbij.)

Ontregelde ochtend

Vandaag staan er twee activiteiten op mijn programma. Eerst weer de toevoer van e-mail via Windows Live Mail op gang krijgen. Vervolgens naar het bezoekerscentrum in Rheden gaan voor een groepswandeling in het bos. Mijn e-mail hapert de laatste tijd soms. Daarom is het onduidelijk of ik een berichtje over die wandeling heb gemist. Gisteravond wilde ik dat via mijn account op internet checken, maar daar werkte mijn wachtwoord ineens niet meer.

Rond 8.30 uur bel ik naar de provider, maar ik kom in een wachtrij terecht. Echt rustig zit ik er overigens niet bij, want ik moet zo weg. Omdat ik de bevestiging van de wandelafspraak mis, ontbreekt ook het mobiele nummer van de organisator. Nou ja, denk ik, het is een paar plaatsen verderop. Wat kan mij nu gebeuren? Voor de zekerheid neem ik een trein eerder.

trein-4-jan-2017Zo gezegd, zo gedaan. Totdat de trein wel erg lang bij Presikhaaf blijft staan. Na enige tijd vertelt de conducteur dat er een aanrijding is geweest met een persoon. Het betreft een trein voor ons. De machinist zegt even later dan hij op nieuws wacht: of hij nog een paar stations kan aandoen, of dat hij terug moet naar Arnhem. In Presikhaaf stapten eerder alle scholieren uit en nu ik zit in een lege coupé. Ondertussen heb ik geen idee hoe lang dit gaat duren.

Er loopt een meisje voorbij dat kennelijk uit de trein is gestapt. Da’s waar ook. We zitten deze keer niet opgesloten, we kunnen er gewoon uit. Hoewel ik slechts matig bekend ben in deze wijk, weet ik dat hier de bus naar Rheden stopt. Dus op naar de halte. Daar blijkt dat de bus pas over twintig minuten komt. Tja, wat zal ik doen? Het is nog een stuk met een omweg rijden en daarna zeker twintig minuten lopen naar het startpunt. Grote kans dat ik alsnog te laat kom en de groep misloop.

Wat zich hier wreekt, is mijn krakkemikkige mobiele telefoon. Het is er een uit het jaar nul. Nou ja, ongeveer uit 2010. Daarmee kan ik bellen (prepaid) en als ik snel ben, iets op internet checken. Alleen, zodra ik de dataverbinding start, loopt de batterij leeg als een gek. En op het kleine schermpje is typen moeilijk. Zelfs het bericht ‘Ik kom 10 min. later. Gr. Karin’ is al een Sisyphus-opdracht. Bovendien moet ik dan  eerst een bijna bovenmenselijke prestatie leveren om het e-mailadres van de organisator te achterhalen.

Want. Dan moet ik de dataverbinding inschakelen, vervolgens de websitenaam intypen, daarna naar mijn persoonlijke pagina gaan, dan de wandeling aanklikken, verder naar het linkje ‘e-mail de organisator’ scrollen en dan nog bovengenoemd megabericht intypen. Of ik kan kijken of haar telefoonnummer toch ergens staat. Natuurlijk kan dat. Maar ja, er is nog een klein detail. Thuis open ik die website altijd via mijn favorieten. Dan opent ‘ie automatisch op het punt voorbij de wachtwoordcontrole. Geen idee wat ik ooit heb ingevuld en dat wachtwoord staat ergens op mijn laptop. Thuis dus.

Zeg maar niets. Ik weet zelf ook wel dat ik een semi-ouwe taart ben met een mutsenmobiel.

Met hangende pootjes ben ik in de bus gestapt, terug naar Arnhem. Bij Velperpoort ging ik er uit want ik moest nog breigaren halen in Klarendal, mijn favoriete oude stadswijk daar. Maar de winkel was nog dicht. Uiteraard.