Op vakantie naar Somaliland

Somaliland in de Hoorn van Afrika is een probleemgeval. Kijk naar de buren: Somalië, Eritrea, Djibouti, Ethiopië; plus Saoedi-Arabië en Jemen aan de overkant. Geen mens peinst erover om daar vakantie te vieren. Maar Somaliland heeft voor fijnproevers wel wat te bieden. ‘Het historische centrum van Berbera [aan de Golf van Aden] is een toonbeeld van de rijke, pre-twintigste eeuwse Ottomaanse architectuur met wijken waar ooit een bloeiend verkeer bestond tussen Arabische, Indiase en Joodse handelsgemeenschappen.’

Deze zin alleen al geeft het land een magische aantrekkingskracht. Helemaal voor liefhebbers van het historische Midden-Oosten. En ik ben zo iemand. In de wijde omtrek van de Arabische wereld tref je op eeuwenoude handelsroutes dergelijke culturele kruispunten aan. Tot ver in donker Afrika en in China. Deze plaatsen fascineren mij mateloos.

De tastbare sporen liggen er voor het oprapen. Overblijfselen van culturen en samenlevingsvormen waarvan wij in het Westen nog altijd nauwelijks sjoege hebben. Ondanks alle kennis en het internet van de 21ste eeuw. Vergane glorie uit lang vervlogen tijden. Stammend uit de hoogtijperiode van onder meer Arabische geleerden. In eeuwen opgebouwd. Lang voordat islamitische en libertarische fundamentalisten alle wetenschap van de aardbol probeerden te vagen.

Lees het artikel Somaliland zoekt toeristen op Afrika Nieuws, uw alternatieve en wel betrouwbare informatiebron.

In de woestijn, Libië, 29 december 2005

auto in woestijnOm verder te kunnen rijden, vervolgen we de reis in four wheel drives. De bestuurders daarvan zijn vertrouwd met de woestijn. Samen met enkele groepsleden stap ik op goed geluk bij één van hen in. Wat zijn auto betreft, is dat misschien geen beste keus. Het raam naast mij is half geblindeerd met ondoorzichtig zwart plastic. Maar in andere opzichten ben ik heel tevreden. Hamza is duidelijk een slimme, ervaren chauffeur met flair. Over zijn lange broek draagt hij een zwarte wollen djellaba. Het vriest hier ’s nachts flink.

Uit de speakers klinkt erg goede Arabische muziek. Hamza houdt zichtbaar van stevig doorrijden in dit gebied. Wat ik prachtig vind, is dat zijn auto behoorlijk afgeragd is. De voorruit is gebroken. Alles zit los en is versleten. In plaats van glas, is de achterruit een hardboard plaat. En, geheel zoals het hoort, ligt er een bontje op het dashboard. Kortom, die auto is hier helemaal thuis.

(Na zes dagen in de woestijn vertelde degene die meestal naast hem zat, dat de rem al die tijd kapot was. Afremmen deed Hamza op zijn koppeling en met de handrem. Ach, er was toch vaak geen weg en verkeer zagen we amper.)

De hele dag zijn we onderweg naar Ghat. De woestijn is hier vrij eentonig. Slechts af en toe zien we een groene wadi. Eenmaal aangekomen, zetten we eerst onze tenten op. Het blijkt dat we met onze neus in de boter zijn gevallen. Want er is juist nu een groot Toeareg festival in de stad. Toearegs uit alle windstreken en van over de grens komen daarop af. Hele groepen hebben dagenlang op kamelen gereisd. We gaan er ’s avonds heen en deze keer zit ik naast de chauffeur. Die zet gelijk zijn meest smachtende habibi-cassettebandje op. Ha, ha. Ik ben zeker twintig jaar ouder dan hij.

Toeareg hoofddoekIk heb al veel islamitische en Arabische landen bezocht, maar in Ghat kijk ik echt nog mijn ogen uit. Overal lopen mannen in lange gewaden met hoofddoeken. Daarvan hebben ze een deel voor hun gezicht omgeslagen. Hun kamelen hebben prachtig bewerkte leren zadels. Ook tassen, zweepjes en zwaarden zijn bijzonder fraai versierd. Veel Toeareg zijn zwart, maar hebben wel scherpere trekken dan sub-Sahara Afrikanen. Vrouwen zijn grotendeels afwezig, behalve op het festivalterrein. Daar dragen ze de felgekleurde glitterjurken die van Iran tot in Marokko geliefd zijn. Sommigen zien er Arabisch uit en hebben een heel lichte huid.

Toeareg vrouwenBuiten staat een podium aan de voet van de rots met het kasteel. Onze lokale gids uit Tripoli loopt weer eens gewichtig te doen in zijn beste berberkostuum. Hij weet wel mooi van alles te regelen. Zoals een interview voor de Libische tv met onze Nederlandse gids. Ook krijgen wij plaatsen op de eerste gewone rij toegewezen. Direct achter de leren fauteuils voor de hoogwaardigheidsbekleders. We nemen plaats onder luid protest van een groep Belgen die daardoor hun geprivilegieerde positie verliezen. Na (zoals gewoonlijk) erg lang wachten, arriveren de belangrijkste gasten. Wanneer die eindelijk op hun leren stoelen gaan zitten, barst het festival echt los. De ene na de andere zingende en dansende groep treedt op. Allemaal strikt gescheiden naar geslacht en schitterend uitgedost. Het gaat de hele nacht door.

Stam, volk of etnische groep

In Zonder kreukels noem ik de tientallen bevolkingsgroepen in Kenia ‘stammen’. Het is typisch zo’n woord waarbij ik enige twijfel ervaar. Toch gebruik ik slechts de vertaling van het daar gangbare Engelse tribe. Of liever, je hoort dat woord in Kenia vaak wanneer men over de etnische diversiteit praat. Dan zal het wel goed zijn. Het is al bijna bedtijd, dus plaats ik het zo op internet.

Wellicht was het beter geweest om te wachten met publiceren. Het betrof al een gevoelig onderwerp. Ik had de volgende dag mijn taalgebruik kunnen verifiëren. Kort daarna schrijft Mathilde (van Sprokkelen): ‘Mooi stukje, maar ik houd niet van het woord stammen. Klinkt zo primitief.’ Ik leg uit hoe ik heb gewikt en gewogen en waarom ik uiteindelijk voor die term heb gekozen.

Daarna schrijft Mathilde: ‘Maar het woord stammen wordt veel gebruikt door mensen die nauwelijks kennis van Afrika hebben, daar voor het eerst heengaan en dan ook een echte lokale stam bezocht hebben. Nou ja zoiets. Ik vind het een denigrerend woord, maar ik weet best dat jij het niet zo bedoelt. Ik gebruik consequent volkeren. Volkeren gebruik je voor de hele wereld behalve bij Indianen en Afrikanen. Ik vind dat volkeren precies aangeeft wat het zijn.’ Goed, daar zit zeker wat in. We hebben het dus over een woord met een extra lading. Dat is wel een onderzoekje waard.

Even snuffelen op internet bevestigt wat zij bedoelt. Het woord ‘stammen’ komt relatief vaak voor op toeristische websites. Denk aan beschrijvingen van rondreizen in Kenia. Waarin, naast enkele wildparken, ook een bezoek aan de Masai is opgenomen. Je moet een goede gids treffen, wil dat niet in ‘aapjes kijken’ ontaarden. Afrikaanse landen trekken regelmatig types aan die het tijdperk van het Wilde Westen en Stanley & Livingstone blijven missen. Inclusief de bijbehorende denkbeelden.

Daarom pak ik de Dikke Van Dale voor een (ingekort) taalkundig advies:
‘Stam = de gezamenlijke personen die uit één stamvader zijn voortgesproten.’ Longman Dictionary is bij ‘tribe’ explicieter: ‘… usually of a fairly low civilization’ . Dan Van Dale weer: ‘Volk = 1. De gezamenlijke bewoners van een staat, in betrekking tot hun soeverein. 2. De gemeenschap van bewoners van een land die taal, zeden, overlevering gemeen hebben. 3. (In beperktere zin, meer als geografisch en etnologisch begrip) de gezamenlijke bewoners van een landstreek, zoals door ondergeschikte raskenmerken, taal en zeden van andere groepen onderscheiden.’
Oké, nummer 3 is in de Keniaanse context niet 100% accuraat, maar komt best in de buurt.

Zijn we er dan? Ik stuit op het artikel Stammen in Afrika, wat zijn dat? Daarin luidt de conclusie dat ‘stammen’ ooit een koloniaal verzinsel was, maar nu een realiteit is. En: ‘Andere journalisten zeggen dat alleen westerlingen ‘stam’ interpreteren als negatief.’ Misschien hebben die journalisten gelijk. Het liefst zou ik Kenianen naar hun mening willen vragen. Want ik weet het gewoon niet.

De auteur schrijft in hetzelfde artikel prijzend over de Carnivore. Dat is een club in Nairobi waar ‘elke avond in het teken van een andere stam staat.’ Toevallig heb ik er ook gegeten. Het restaurant is geliefd bij toeristen, expats en rijke Kenianen. Je kan je er, excusez le mot, compleet klem vreten aan ‘exotic game meats. In recent years, however, strict new laws mean that zebra, hartebeest, kudu and the like are now off the menu, and you have to be content with camel, ostrich and crocodile …’ (Lonely Planet) Daar klinkt toch weer iets spijtigs door, zo lijkt het wel. Weemoed over de vergankelijkheid van het koloniale paradijs?

Sinds mijn laatste bezoek in 2008 gingen de ontwikkelingen door. Wel hangt in Kenia nog veel af van het volk waartoe je behoort. Bijvoorbeeld of je gemakkelijk werk krijgt bij de overheid. En dat in een land waar vaste banen schaars zijn. Of welke rechtsvorm er voor jou geldt wanneer een dorpshoofd de dienst uitmaakt in een afgelegen plaats. Nog tijdens de onlusten in 2008 kon etniciteit het verschil maken tussen leven en dood.

Dan een andere kwestie van aanduiding. Afro-Amerikaans betekent volgens Wikipedia: ‘inwoners van de Verenigde Staten met een volledige of gedeeltelijke Afrikaanse afkomst.’ Bij dat gedeeltelijke vraag ik mij af waarom iemand zijn afkomst deels weglaat. Anders zou je kunnen zeggen: AfroEuro-, AfroAsian-, AfroLatin- of AfroIndigenous-Amerikaans. Of AfroMix-Amerikaans. Het is misschien een kwestie van onwetendheid. Tegenwoordig kan je echter je hele genetische herkomstgebied in kaart laten brengen. Tot in Ghana aan toe. Dus zoek het uit en wees accuraat. Gebruik je een politiek-correcte term, streef dan naar volledigheid.

Als twee partijen beiden in een vreemde taal communiceren, ontstaan er gauw mis vattingen. In Kenia werd ik officieel als ‘alien’ bestempeld toen mijn visum werd verlengd. Ik vond die benaming wel grappig, maar dacht ook: alsof ze vinden dat ik niet menselijk ben. Tot dan toe was de film E.T. voor die term mijn enige referentiekader. De Keniaanse overheid gebruikte alien echter in een gangbare betekenis. Namelijk: a foreigner who has not become a citizen of the country where he or she is living. (Longman dictionary.) Deze anekdote illustreert een dieper probleem. Onder meer Tolerance.org wijst op het verschil in definitie van tribe bij Afrikanen. Waar een Engelsman ‘stam’ hoort, bedoelt een Zulu ‘natie’ of ‘volk’.

In de Bijbelse tijd werd al gesproken van stammen om verschillende volken aan te duiden. Op zich was die term neutraal. Daarom wil ik toch een heikele kwestie aankaarten. Want dat gedeeltelijk weglaten van afkomst in de term Afro-Amerikaans zegt veel. Er zijn genoeg zwarte Amerikanen die weten dat ze ook blank of ander bloed in zich hebben. Volgens mij is het onmogelijk om een deel van je voorouders te negeren. Daarmee wijs je een deel van jezelf af en dat komt gevaarlijk dicht bij zelfhaat.

Bij mijn eigen genealogische onderzoek vreesde ik soms ook voor wat ik vinden zou. Diverse mannen stapten aan boord van VOC-schepen. En een kleinzoon vertrok met de WIC naar Brazilië. Bij mijn weten waren zij in dienst als matroos of soldaat. Het waren geen slavenhandelaren, en toch is een vraagteken over hun rol hier op zijn plaats. Dat onderzoek heeft mij geleerd dat je in elke familie vroeg of laat foute types tegenkomt. Of wat daar tegenwoordig voor doorgaat.

Belangrijke zaken moedwillig verzwijgen is gewoon geschiedvervalsing. Ook in het tenenkrommende ‘tot slaaf gemaakten’ ontbreekt een cruciaal element. Ik citeer Wikipedia: ‘Rond 1660 ontstond een tekort aan arbeiders in de VS. … Men ging op grote schaal slaven importeren uit Afrika. Daar hadden zwarte stamhoofden ontdekt dat het lucratief was de bij een stammenoorlog buit gemaakte gevangenen niet meer te doden, zoals te doen gebruikelijk was, maar voor een goede prijs te koop aan te bieden.’

Of het woord ‘stammen’ hier met bijbedoelingen wordt gebruikt, maakt weinig uit. We kunnen gerust vaststellen dat elk volk rotte appels telt of duistere periodes heeft gekend. Geen enkele politiek-correcte term kan dat verbergen. Ik hoop dat we ooit een normaal gesprek kunnen voeren over Zwarte Piet. Zolang het voor betrokkenen aan beide zijden te pijnlijk is om de eigen geschiedenis volledig onder ogen te komen, lukt dat niet.

Oog in oog met groot wild

Het is de droom van elke natuurliefhebber: oog in oog staan met een bijzonder dier.
Deze week was het te zien in een aflevering van Floortje Dessing. Zij stuitte in de Namibische woestijn ze op een uiterst zeldzame zwarte neushoorn met jong. Mens en dier stonden abrupt stil en bekeken elkaar. Het dier zo sterk en tegelijkertijd zo kwetsbaar.

Mijn eigen finest hour beleefde ik in Kenia. Wanneer je wildparken bezoekt, moet je in een auto blijven vanwege loslopende leeuwen en hyena’s. Er is echter een park waar je wel veilig kunt wandelen. Daar volgde ik een pad door het struikgewas, toen er bewegende lijnen op een geelbruine vacht opdoemden. Plots stond ik oog in oog met een metershoge giraffe. Op nog geen twintig meter afstand. Als Goliath en Klein Duimpje staarden we elkaar gebiologeerd aan, voordat hij kalm verder stapte.

Diezelfde middag zag ik een ander onvergetelijk schouwspel. Verderop stond een kudde van acht giraffen aan de blaadjes van doornige acacia’s te knabbelen. Perfect synchroon draaiden zij in slow motion hun lange nekken naar links en naar rechts. Alsof enorme hijskranen samen een ballet opvoerden.

Wat mij ook zal bijblijven, is de kenmerkende roep van de indri indri. Deze grote lemuur is endemisch en komt uitsluitend voor in de oerwouden van Madagaskar. Het zijn sociale dieren die in familiegroepen leven. Ze brengen hun tijd door in bomen, waar ze eten, rusten en spelen. Met hun opvallende roep houden ze contact met andere groepen. Dat geluid draagt wel vier kilometer ver. De lokale bevolking beschouwt ze als geesten. Zodra je ze hoort en ziet, begrijp je waarom.

Alledaags nieuws uit Afrika

Veel Nederlanders hebben wel een beeld bij Afrika, maar weten nauwelijks hoe het leven daar is. Dat is geen wonder. Op tv krijgen wij gewoonlijk cliché taferelen voorgeschoteld. Je ziet prachtige natuur vol grote kuddes en wilde beesten. En als tegenhanger zie je armoede, oorlog en andere problemen. Een tussenweg lijkt er niet te zijn.

De Nederlandstalige website AfrikaNieuws biedt objectieve berichtgeving over het dagelijks leven. Hier vind je nieuws, fotoreportages, film, muziek en een uitagenda. De inhoud wordt door Afrikanen zelf gemaakt en zij scheppen een realistisch beeld. Dat is een verademing en het voelt voor mij als een warm bad.

Afrika is een enorme groeimarkt. In meerdere landen op het continent doet de economie het verdraaid goed. Dat is bij weinig Nederlanders bekend en bijzonder jammer voor beide partijen. Want met goede wil, gezond zakelijk verstand en ruimte voor cultuurverschillen kan je er nog wat opbouwen. Al zou ik de failed states wel even mijden. Zie het continent als the last frontier.

Ik vermoed dat veel mensen Afrika een beetje eng vinden. Vanwege de armoede, ziekten, wilde beesten en corruptie. En door onbekendheid met lokale inwoners. Dat is begrijpelijk, maar grotendeels onnodig. Je kan je daar beter druk maken over roekeloze bestuurders in gammele auto’s op kapotte wegen. Dat is pas eng.

De grote steden in Afrika zijn al deels verwesterd. Je kan er caffé latte krijgen, stokbrood, Apple computers, Australische wijn en wat je maar wenst. Eigenlijk moet je snel gaan als je iets authentieks wil zien. Westerlingen lopen er namelijk al een paar honderd jaar rond. Ook op het platteland zie je steeds meer invloeden van buitenaf. Reis met een open blik en er gaat een boeiende wereld voor je open. Dan zie je het allerleukste van Afrika. Gewoon, het leven van alledag.