Op weg naar het derde ondernemerschap

Komend jaar ga ik direct als ondernemer van start. Dat wordt dan poging nummer drie. Zelf moet ik nog een beetje wennen aan dit idee. Voor mensen in mijn omgeving valt deze stap compleet uit de lucht. Voor mijzelf eigenlijk ook. Ik denk dat niemand ooit zo snel tot een dergelijk besluit gekomen is. De officiële inschrijving vindt eerder plaats dan het opstellen van een ondernemingsplan. Maar daarmee heb ik dus ervaring. Deze keer is een half A4-tje genoeg. Mijn huidige verwachtingen zijn realistischer dan ooit.

Deze stap komt voort uit recente ontwikkelingen rond mijn project. Dat project begon met een foto, gevolgd door een onderzoek en een idee voor een boek. Toen het schrijven niet wilde vlotten, ben ik overgestapt op publicatie van een serie webartikelen. En dat verloopt al maanden prima.

Met de website ontstond de mogelijkheid om mijn onderzoeksthema te benaderen als een maatschappelijk project. De website kon onder meer gaan fungeren als kennis- en netwerkcentrum. Ik wilde en wil nog steeds dat alle informatie voor een breed publiek toegankelijk wordt. Daarom ging ik op zoek naar subsidie, met de website als concreet voorbeeld van wat mij voor ogen stond.

Als particulier maak ik bij fondsen echter geen kans. Een stichting optuigen wil ik evenmin. Dit is een eenpersoonsproject; het werk verdelen heeft geen zin. Zo verkeerde ik maandenlang in dubio. Het schrijfproces verliep steeds beter, maar een oproep tot sponsoring tussendoor leverde niets op.

Omdat financiering ontbrak, had ik nog weinig ruchtbaarheid gegeven aan de website. Wel waren meerdere historische kringen op de hoogte van mijn onderzoek. Ik had ze benaderd voor informatie en foto’s. En met enkele nabestaanden van voormalige dwangarbeiders had ik eveneens contact. Dit bracht meteen weer nieuwe vraagstukken en uitdagingen met zich mee. Zo wilden vier van de zes benaderde verenigingen artikelen van mij publiceren. Zonder vergoeding voor mij.

Eind vorige maand stonden er al 300 pagina’s met mijn onderzoeksresultaat op de site. Juist dat werd steeds meer een prangend probleem. Want iedereen kon zo alles vinden wat ik na twee jaar onderzoek en schrijfwerk keurig in verhaalvorm had gepresenteerd. Wilde ik dat te gelde maken, op welke manier dan ook, dan moest dat er zo snel mogelijk af. Wat mij weer in een andere spagaat bracht. Want ik had meerdere bronnen mijn oorspronkelijke insteek voorgehouden: dat alles voor iedereen toegankelijk zou worden. Zoals dat hoort bij een maatschappelijk informatief project.

Dus daar zat ik, met diepe frustraties over het gebrek aan financiering en een vraag als een gordiaanse knoop over hoe het nu toch verder moest.

Maar à la The life of Pi zorgde een gesprek met iemand die te veel van mij vroeg ervoor dat alles in een stroomversnelling kwam. Soms kan iemand die jou niet helpt, je beste coach en raadgever zijn.

Nederland is vol! … bedrijven

Ineens is het bon ton om te roepen dat Nederland vol is. Voor de toekomst van Nederland speelt naar mijn idee meer dan alleen het bevolkingsvraagstuk. We moeten in samenhang daarmee ook kijken naar het bedrijfsleven. Welke ruimte nemen ondernemingen in en welke bijdrage leveren ze aan de samenleving? Denk bij ruimte aan ecologische voetafdruk, beslag op onroerend goed en infrastructuur. En wat hebben ze als ‘landgenoot’ en sociale partner de Nederlandse bevolking te bieden?

Ik zou graag een algehele herziening willen van de samenstelling van het bedrijfsleven. Plan voor de toekomst en niet voor de korte termijn. Stel als eis voor vestiging dat bedrijven investeren in opleiding van personeel en milieuvriendelijk werken. Willen we echt een volledig open markt? Dan worden kleine, lokale ondernemers steeds meer verdrongen door grotere spelers. Zie de benadering van het almaar uitdijende Amazon.

Een ander slecht voorbeeld zijn de multinationals die Nederland gebruiken als distributiecentrum, maar hier nauwelijks belasting afdragen. Ze slokken grond op voor hun enorme loodsen en vergroten de druk op het wegennetwerk. Maar ze brengen nauwelijks hoogwaardige werkgelegenheid en de winst gaat naar aandeelhouders in het buitenland.

En hoe wenselijk zijn bedrijfstakken die continu personeel uit het buitenland moeten halen? Neem de fruittelers in de Betuwe en de glastuinbouw in het Westland. Daar werken tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De producten worden naar de veiling gebracht en gedistribueerd. Ook dat vergt transport. Hoeveel chauffeurs zijn nog Nederlands?

Deze bedrijven leggen voor hun personeel een flink beslag op de zeer krappe woningmarkt en laten de files toenemen. Is het een idee om verplaatsing van arbeidsintensieve bedrijfstakken te stimuleren? In Polen zijn ze er vast blij mee. Ik vraag mij af of de winst en belastingafdracht van deze ondernemers opweegt tegen de druk op de publieke ruimte en middelen in Nederland. Wat is hun impact op de leefbaarheid van het land?

Rem de komst van nog meer distributiecentra en banen waarvoor geen lokaal personeel is te krijgen. Behoud voldoende ruimte voor natuur en recreatie. Focus meer op groei van een kenniseconomie dan op een fysieke industrie. En ban bedrijven die roofbouw plegen op het land, het milieu, de energievoorziening en de samenleving.

(Dit oude logje van 10 oktober 2018 gaat in de herhaling, zoals discussies in dit land ook steeds weer in de herhaling gaan. Ik zou het nog wat kunnen actualiseren, but why bother met de VVD aan het roer?)

Berichtje voor volgers van dit blog

Beste volgers,

Onlangs heb ik met dit blog een doorstart gemaakt en de bezem door alle bestanden gehaald. Ook wil ik graag de lijst met volgers opschonen. Er staan nu volgers op die in geen jaren hebben gereageerd of een levensteken hebben gegeven. Sommigen hebben hun eigen blog al gewist.

Vandaar mijn verzoek:

  • Wil je mijn blog blijven volgen? Leuk. Je blijft welkom. Plaats dan (voor deze ene keer) een ‘Like’ onder dit bericht.
  • Wil je Raam Open niet langer volgen? Geen probleem. Voel je vrij om afscheid te nemen. Je kunt het volgabonnement zelf stoppen of gewoon afwachten.

Over een week verwijder ik alle volgers die niet hebben gereageerd van de lijst.

Het gaat jullie goed.

Groet,

Karin van Raam Open

She was my queen

Queen Elizabeth II, Perth, Australia, 1988

Zij was de koningin.
Al toen ik voor het eerst naar Londen ging.
Haar gelaat prijkte op massa’s muntjes in mijn vroegere muntenverzameling.

The United Kingdom, Northern-Ireland, Cyprus, Malta, Gibraltar, Australia, New Zealand, Malaysia, Singapore, Fiji, Tonga, Samoa, Cook Islands, Kenya, Uganda. You name it. Andere vielen onder haar protectoraat.

Daarom was zij overal waar ik in de periode van de Grote Reizen kwam, koningin. En tientallen jaren lang bleef zij dat van de hele wereld, in mijn beleving.

Er was geen enkele andere koningin zo koninklijk als zij. Zij was het voorbeeld van hoe het moest zijn. En zij was de laatste in een lange, lange lijn. Met haar verscheiden komt er aan de allerlaatste overgeleverde middeleeuwse tradities een eind.

Vanaf nu zal alles wat we elders zien, een slap aftreksel zijn. Een kopie. Een Hollywood-versie. Naäperij van dictatoriale wannabe royals in een mislukt paradijs.

Ooit waren de koningin en ik heel dichtbij. Maar relevanter is wat zij bij haar uitvaartdienst wilde overbrengen: het belang van rechtvaardigheid.

Airborne Cemetry Arnhem/Oosterbeek, 19 september 2022

RIP my queen

Controle houden of loslaten

Op weg naar het onbekende

In een oude Volkskrant staat een bericht dat mij fascineert. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat mensen nog liever pijn lijden dan dat ze zich vervelen. Je zou denken dat de meesten van ons het heerlijk vinden om hangend op de bank lekker niets te doen. Maar nee hoor, we willen continu bezig zijn. Al is het maar frutselen met een pen. Paul van Lange, hoogleraar sociale psychologie aan de VU heeft er een verklaring voor. ‘Actief zijn geeft ons het gevoel dat we controle hebben.’

Is controle hebben dan zo belangrijk? En wanneer heb je ooit echt controle? Kennelijk wijk ik af, want ik mag graag minutenlang voor mij uit staren en wegdromen. Sterker, misschien is dat een manier om controle te krijgen over onduidelijke zaken. Zodra mijn gedachten in rustiger vaarwater komen, kan ik ze ordenen, waarna er ruimte voor nieuwe ideeën ontstaat.

De regie ben je kwijt wanneer je situaties en consequenties niet meer overziet. Dan lijkt het alsof je in een diep meer springt en niet weet waaraan je begint. Dit is een beetje eng, maar op zich niet erg. Pas wanneer je het gevoel krijgt dat je aan de rand van een afrond staat, is er iets mis. We stappen voor de lol in zweefmolens en achtbanen. Zweven en ‘loskomen’ vinden we best leuk, zolang er een veiligheidssysteem is.

Veiligheid en zekerheid horen bij onze belangrijkste behoeften. Zo bezien is het logisch dat we graag de regie in handen houden. Het verlangen daarnaar kan echter verlammend werken, met alle risico’s van dien. Want gebrek aan innovatie, in conservatieve culturen bijvoorbeeld, houdt juist onveilige en onzekere leefsituaties in stand. Het is ook niet slim om blind te varen op elke les uit het verleden wanneer de wereld om ons heen snel verandert.

Dus kennelijk willen we iets doen en we houden graag grip op ons leven. Dan is leren loslaten handig in deze tijd.

(Dit logje uit juli 2014 is onlangs gewist bij de sloop van mijn blog. Het blijft relevant en daarom publiceer ik het opnieuw.)

Gemoedsrust door aanvaarding

Op één van de laatste dagen van 2013 wandelde ik in Brabant. Na afloop schreef ik een bericht over aanvaarding. Heel mooi allemaal. Maar deze week kreeg de gevoelsmatige uitzichtloosheid van mijn werkloze staat toch bijna vat op mij. Op Eerste Paasdag vertelde ik hierover, waarna mijn zus het woord ‘aanvaarding’ uitsprak.

Precies. Ik wil mij niet laten kisten door negatieve gedachten. Vooral omdat ik de concrete invloed heb ervaren van een positieve levensinstelling. Noem het wilskracht, uitstraling of mindfulness. Effect heeft het beslist. Als ik ergens enthousiast over ben, dan komt deze instelling vanzelf weer.

Juist in lastige situaties is het een kunst om een constructieve gemoedstoestand vast te houden. Voordat je het weet, ga je afdwalen. Dit hangt volledig samen met vertrouwen; de tegenhanger van angst. Angst verlamt. Terwijl vertrouwen ruimte geeft aan creativiteit en flexibiliteit. Precies die twee eigenschappen zijn weer handig om uit een lastige situatie te ontsnappen. Bij een onvermijdelijke situatie is flexibiliteit van geest nodig om deze te aanvaarden.

Via aanvaarding lees ik over de acceptance and commitment therapy. Deze therapie bestaat uit zes samenhangende kernprocessen die helpen om te focussen. Dit zijn ze.

  • Cognitieve defusie: het leren scheiden van gedrag en kennis, ideeën of overtuigingen. Je kunt iets anders doen dan je gedachten je ingeven.
  • Mindfulness: oordeelvrij in het hier-en-nu je ervaringen observeren en ondergaan zonder actie te ondernemen.
  • Acceptatie: leren te stoppen met vechten tegen onvermijdelijke zaken in het leven.
  • Zelf-als-context: jezelf leren zien in samenhang met je omgeving.
  • Verhelderen van waarden: bepalen wat echt waardevol is in het leven, zoals gezondheid, relaties, vriendschap, ontwikkeling, spiritualiteit en creativiteit.
  • Toegewijde actie: de bereidheid om je gedrag stap voor stap te veranderen in de richting van de waarden waaraan je jezelf hebt verbonden.

Laat ik het zo zeggen. Stel dat iedereen het leven makkelijk vindt. Dan is er ook geen markt voor mindfulness en aanverwante benaderingen. Dat zou toch jammer zijn.

(Bron kernprocessen: Wikipedia.)

(PS. Op 30 augustus 2022 heb ik per ongeluk negen jaar bloggeschiedenis gewist. De logjes zijn definitief weg van Raam Open, maar bestaan nog als kladversie in Word. Veel daarvan is verouderd en nu minder relevant. Maar sommige logjes geven goed weer wat ik blijvend belangrijk vind en hoe ik momenteel in het leven sta. Daarom verschijnt hier een korte serie van die eerder gepubliceerde logjes.)

Geboortebeperking als redding

Voedsel voor de toekomst

Kenia, ongeveer negen jaar geleden. Ik zit in ons kantoor in Nairobi en Esther, mijn hoogopgeleide Keniaanse collega is aan het woord. Ze wil er niet meer. Ze heeft er nu wel genoeg. Drie kinderen heeft zij gebaard. De inwonende hulp zorgt voor de kleintjes terwijl zij en haar man werken. Met hun gezamenlijke inkomen kan het stel de kinderen een mooie toekomst bieden. Maar haar familie loopt haar continu te pushen om er meer te krijgen. Esther peinst er niet over. Genoeg is genoeg. En haar man vind het ook wel best zo.

Teruggeplaatste inzichten uit een grotendeels gesloopt blog

Op 4 juni 2014 opende ik het log Geboortebeperking als redding met bovenstaande alinea. Gisteren heb ik per ongeluk vrijwel mijn hele blog gewist. Dit plaatst mij voor de vraag welke oude berichten een herplaatsing waard zijn. Raam open bestaat bijna negen jaar en Geboortebeperking als redding staat al bijna even lang hierboven in de Pronkkamer.

Geboortebeperking beschouw ik namelijk als cruciaal voor de oplossing van tal van wereldproblemen. Wanneer, zoals nu, meisjes en vrouwen stelselmatig worden achtergesteld in alle landen waar mannen het politieke, juridische en economische overwicht hebben (dus vrijwel overal), dan kun je wachten op oorlog, hongersnood, vluchtelingenstromen en klimaatverandering.

Het logje waar ik gisteren naar zocht, ging over manieren om asielzoekersstromen in goede banen te leiden. Zodanig dat ook vluchtelingen een eerlijke kans krijgen, zonder dat bepaalde landen met buitenproportioneel veel asielzoekers worden belast.

Daarom begin ik met een kernachtige beschrijving uit een rapport van wat die asielzoekersstromen (mede) veroorzaakt. Natuurlijk stond er in dat rapport uit 2014 iets over zekerstelling van de gas- en olieaanvoer. Hoe actueel wil je het hebben?

Daarna volgt de tekst van Geboortebeperking als redding; het log waar die samenvatting toen onder stond.

The Security Demographic: Population and Civil Conflict After the Cold War (2003)

De Amerikaanse organisatie Population Action International verrichtte in 180 landen academisch onderzoek en publiceerde in 2003 het rapport ‘The Security Demographic: Population and Civil Conflict After the Cold War’. De resultaten draaien vooral rond de zogenaamde ‘demografische revolutie’. Dat is het proces waarbij gezinnen steeds kleiner worden en mensen gemiddeld steeds langer gaan leven.

Gedeeltelijk hebben ontwikkelingslanden waar de demografische transitie blijft steken, dat aan zichzelf te wijten. Meestal heeft de bevolking er onvoldoende toegang tot voorbehoedsmiddelen, informatie over gezinsplanning en tot gezondheidszorg. Vrouwen worden er vaak gediscrimineerd of kunnen nauwelijks naar school gaan. De vruchtbare landbouwgrond is slecht verdeeld of het ontbreekt kleine boeren aan middelen en kennis om goede oogsten binnen te halen. En/of er heerst schaarste aan water.

Landen met hoge geboortecijfers hebben acht keer vaker te maken met ernstige sociale onlusten dan landen waar gezinnen kleiner zijn. Landen waar de bevolkingsgroei in de steden meer dan vier procent bedraagt, glijden dubbel zo vaak af in burgeroorlogen dan landen waar de verstedelijking minder snel gaat. De meeste landen met een hoog conflictrisico liggen in West- en Oost-Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië.

De industrielanden besteden aandacht aan de regio’s, maar dan vooral in het kader van de oorlog tegen het terrorisme en om de aanvoer van olie en aardgas te verzekeren. Veel rijke landen geven ontwikkelingsgeld uit aan gezinsplanning en initiatieven om meisjes en vrouwen een betere toegang tot onderwijs te bieden. Maar onder druk van de anti-abortusbeweging heeft de Amerikaanse regering de kraan dichtgedraaid voor hulporganisaties en gezondheidsinstellingen die zich onvoldoende distantiëren van vruchtafdrijving. Daardoor zijn programma’s voor gezinsplanning in veel Afrikaanse en Aziatische landen in problemen gekomen.

En dan de landbouwsubsidies. Japan, de EU en de VS pompen massa’s geld in hun landbouwsector. Wat de wereldmarktprijzen doet dalen en miljoenen kleine boeren in de ontwikkelingslanden dwingt hun akkers te verlaten en naar de steden te trekken. [Waar al een groot, gefrustreerd leger aan jongvolwassenen met onvoldoende werk rondhangt.]

Geboortebeperking als redding

Kenia, ongeveer negen jaar geleden. Ik zit in ons kantoor in Nairobi en Esther, mijn hoogopgeleide Keniaanse collega is aan het woord. Ze wil er niet meer. Ze heeft er nu wel genoeg. Drie kinderen heeft zij gebaard. De inwonende hulp zorgt voor de kleintjes terwijl zij en haar man werken. Met hun gezamenlijke inkomen kan het stel de kinderen een mooie toekomst bieden. Maar haar familie loopt haar continu te pushen om er meer te krijgen. Esther peinst er niet over. Genoeg is genoeg. En haar man vind het zo ook wel best.

Diverse vrouwelijke Keniaanse collega’s knikken en hummen instemmend. En lachen met veelbetekenende blikken. Zij weten waar Esther het over heeft. Ook zij hebben keihard gewerkt om de positie te bereiken die zij nu hebben. Toch, zie je maar eens te onttrekken aan de dwang van tradities van familie die is achtergebleven op het platteland.

Geboortebeperking, of beter gezegd familieplanning, is vaak een ondergeschoven kindje in landen waar men met armoede kampt. Dit speelt in delen van Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Het vergt een grote omschakeling in denken, vooral op het platteland. Eeuwenlang werd een grote kinderschare als weelde gezien. In traditionele gemeenschappen is dat nog steeds zo, terwijl de wereld eromheen niet stilstaat. Maar een grote kinderschare leidt tegenwoordig vaker tot armoede en conflicten.

In alle werelddelen heb je vooruitstrevende mensen en groepen die minder snel vooruit komen. Om welke reden dan ook. Overal leven mensen die iets van huwelijk willen maken en om hun kinderen geven. Zolang alles goed gaat, is er misschien weinig aan de hand. Maar bij problemen zijn vrouwen gewoonlijk slechter af dan mannen.

De gebruiken verschillen per stam, maar hier volgt een concrete situatie uit ruraal Oost-Afrika. Wanneer je vader bent van een paar kinderen, heb je goedkope werklieden voor op het veld, herders om je kudde te weiden, hulpjes om de oogst te verwerken en vertrouwelingen die voor je zorgen op je oude dag. Ben je vader van veel kinderen, dan is je status bij je maten gegarandeerd. Heb je als vrouw veel kinderen, dan geven zij ook jou status, maar draag je eveneens een flinke last. Want in veel plattelandsgemeenschappen ben jij degene die ze moet voeden, kleden en hun schoolgeld betaalt. Dat zijn niet de taken van pa.

De vader brengt bij zijn huwelijk een stukje land in dat jij als vrouw de rest van je huwelijk mag bewerken. Dat huwelijk geeft jou toegang tot land en een middel van bestaan. Zorg jij voor een goede oogst, dan kan je daar mooi de schooluniformen van betalen. Maar heb je toevallig de verkeerde echtgenoot getroffen? Dan heeft je man het volste recht om met de oogst naar de markt te gaan en al het geld voor zichzelf te houden.

Het wijkt nauwelijks af van Europa honderd jaar geleden. Toen moesten arme vrouwen van fabrieksarbeiders op betaaldag hun man onderscheppen voordat hij het café indook en al het geld opzoop. Excusez le mot. Het stemrecht voor vrouwen kwam bij ons pas in 1917.

Terug naar Afrika. Word jij in een patriarchale samenleving weduwe, dan ontstaat er een lastige situatie. Je mag hopen dat je een zoon hebt die de grond van zijn vader erft. Zo niet, dan gaat het eigendom waarschijnlijk naar de broer van je overleden man. Dit kan nogal vervelend uitpakken. Want als de zoon of de broer die grond volledig voor zijn eigen gezin opeist, zal jij als berooide weduwe moeten opkrassen. Ik verzin dit niet. Het is de realiteit anno 2014 op het platteland in Kenia.

Wat ik maar wil zeggen: een grote kinderschare is van oudsher in het voordeel van vaders in patriarchale samenlevingen. De moeders zijn afhankelijk van de welwillendheid van hun zonen. Mede daarom voeden Marokkaanse moeders hun zonen tot prinsjes op. Deze uitspraak komt van Ayaan Hirsi Ali. Zij komt zelf uit een traditionele samenleving. Ook het volgende zal ik niet licht vergeten. Een vrouw uit het Midden-Oosten vertelt trots hoeveel kinderen zij heeft. Wel zes. (Zonen. Plus vier dochters, maar die zijn het vermelden niet waard.)

Kinderen en vrouwen zijn een soort productiemiddelen in rurale patriarchale samenlevingen. Vraag je wat vrouwen zelf willen, dan ontstaat er een ander beeld. Ja, ook zij zijn trots om moeder te worden en zij houden van hun kinderen. Maar als ze de keuze hebben, vinden ze vier of vijf kinderen meestal wel genoeg. Slechts een enkeling kiest bewust voor een kinderschare van tien of twaalf. Dat is in hedendaags Barneveld net zo.

Hoge kindersterfte en verzekering van de eigen oude dag spelen een rol bij de wens om voldoende kinderen te krijgen. Economische ontwikkeling, scholing, hygiëne, voorlichting, beschikbare gezondheidszorg, overheidsbeleid en wetgeving zijn hierop van invloed. Inmiddels loopt de kindersterfte wereldwijd terug. Al gaat dat in sub Sahara Afrika aanzienlijk langzamer dan in andere regio’s. Toch zijn er meerdere uitzonderingen. Zoals Saoedi-Arabië, waar ondanks welvaart en medische zorg het geboortecijfer zeer hoog blijft. Niet geheel toevallig is de positie van vrouwen daar bijzonder zwak. Even schrijnend is de situatie in Pakistaan en Afghanistan, waar mannen niet altijd bereid zijn om geld aan zorg of scholing voor vrouwen te besteden.

Vrouwen uit de laagste klassen weten welke last er op hun schouders drukt. Ze moeten die kinderen zelf ter wereld brengen. Door huwelijken op zeer jonge leeftijd en door zwaar werk ontstaan complicaties bij zwangerschappen en bevallingen. In Holland trouwden arme vrouwen eeuwenlang wel boven hun twintigste. Vergeleken met Afrikaanse en Arabische kindbruidjes scheelde dat al gauw vier zwangerschappen. Zonder medische voorzieningen lopen meisjes en vrouwen een reëel risico bij elke bevalling. Met fistels en incontinentie, handicaps of sterfte tot gevolg. Of mogelijk verstoting door hun man. De mannen van kindbruidjes zijn gewoonlijk veel ouder, en vaak is zij zijn tweede of derde vrouw.

Hebben ze in ontwikkelingslanden dan geen liefdevolle relaties? Natuurlijk zijn die er genoeg. Maar het punt is dat vrouwen in veel patriarchale samenlevingen zijn overgeleverd aan de willekeur van mannen. Wetgeving is er zelden in het voordeel van vrouwen. Het maakt weinig uit of wetten zijn gebaseerd op stamrecht, religie of nationale jurisprudentie. De meest dramatische toestanden ontstaan bij scheidingen (vrouwen verliezen bijvoorbeeld zeggenschap over hun kinderen), verdeling van bezit en erfrecht (verlies van inkomen en bestaanszekerheid).

Het is trouwens een dooddoener om te stellen dat de Islam voor overbevolking zorgt. Kijk naar het grootste Islamitische land ter wereld. In Indonesië promoot de overheid wel degelijk familieplanning. Op billboards langs de weg staat overal het ideaal: papa, mama en een paar kinderen. Het is maar net welke leider er aan de macht is. Anderzijds is geboorteplanning versus gezinsuitbreiding inzet van politieke machthebbers om tegenwicht te bieden aan groeiende minderheden. En dan was er nog een paus die het gebruik van condooms verbood. Lekker handig nu half zuidelijk Afrika HIV is geïnfecteerd.

Dit alles heeft weinig te maken met specifieke wensen van vrouwen. Politieke machthebbers, rechters, stamoudsten, geestelijke leiders en legeraanvoerders zijn overwegend mannen. Zij maken de dienst uit en hebben meestal een belang bij behoud van de status quo.

Wereldwijd wil vermoedelijk wel degelijk een groeiende groep mannen minder kinderen. Dat blijkt al uit landen waar het geboortecijfer is gedaald. Evenals in Europa zijn hoogopgeleide paren voorlopers op dat gebied. De middenklasse ziet dat ze een betere toekomst aan kroost kan bieden, wanneer ze het aantal kinderen beperkt. Wat armere mannen vaak in de weg staat, valt te lezen op ipsnouvelles.be.