Gered door de scanner

Vandaag ben ik de hele dag zoet geweest met het digitaliseren van foto’s. Zes foto’s, welgeteld. In de feestcommissie heb ik namelijk geroepen dat ik heel goed ben in het fotograferen van oude foto’s. Eigenlijk wil ik die klus gewoon aan niemand anders toevertrouwen. Tenslotte ben ik de contactpersoon voor de expositieruimte. Dan wil je natuurlijk wel dat je straat er een beetje knap op staat.

De eerste bijdrage bestaat uit zes foto’s van begin jaren negentig. In die tijd werden hele rijen huizen gerenoveerd en dat is een belangrijke gebeurtenis in onze straatgeschiedenis. Daarom is het mooi dat er scherpe foto’s van zijn. Maar wanneer ik er zelf mee aan de slag ga, valt het scherpstellen nogal tegen. Na honderd pogingen, met twee verschillende toestellen, ben ik nog steeds ontevreden.

Kan ik nou werkelijk geen fatsoenlijke, scherpe foto’s meer maken? Moet ik dan echt met hangende pootjes naar de feestcommissie gaan, en vertellen dat het mij niet lukt? Juist dan komt er een verlossend e-mailtje binnen. ‘Je scant ze, neem ik aan?’, schrijft iemand van de commissie.

Oh ja … scannen … da’s waar ook … Er staat al vijf jaar een printer met scan-functie in mijn werkkamer. Nooit gebruikt, die scan-functie, want ik weet niet waar het juiste knopje zit. Er is wel een handleiding van 261 pagina’s, alleen staat die ergens op internet. Dat wordt mij dus te ingewikkeld. Geen zin in. Ik wil per sé een handleiding op papier.

Gelukkig komt er hulp uit onverwachte hoek. Want ik sluit toch maar het kabeltje aan, waarna de printer tegen mijn computer zegt dat die de printer moet toelaten. Dus ga ik naar Windows-instellingen, dan naar apparaten, dan naar printers en scanners, waar staat dat mijn printer offline is, wat niet waar is, maar ergens zie ik ook een knopje ‘Scan maken’. En dat is precies wat ik zoek.

Het kleurenspectrum op mijn deurpost

‘Het kleurenspectrum,’ meldt Wikipedia, ‘bestaat uit de kleuren van de regenboog met de kleurenvolgorde rood-oranje-geel-groen-blauw-indigo-violet.’

Meestal blijft het voor ons menselijk oog onzichtbaar. Maar soms komt het hele spectrum spontaan tevoorschijn. Zoals hier, dankzij de werking van lichtstralen door het glas in mijn raam.

Dit schouwspel duurt maar even. Het is een cadeautje van de zon in tijden van een bijna-lockdown.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Ben ff poepen

Ja, sorry hoor, het moet een keer. Vandaag ga ik schrijven over een heikele kwestie. Mijn lichaam leidt namelijk een geheel eigen leven. Daarbij is het nogal gesteld op vaste gewoontes. Zo wil het met regelmaat worden voorzien van een natje en een droogje. Ook verlangt het dagelijks voldoende beweging. En, na een inwendig verwerkingsproces, wil het graag af van een overtollige semi-vaste substantie.

Voor dat lozingsproces houdt mijn lichaam globaal een standaard tijdstip aan. Zelf vind ik dat best prettig, want daarna kan ik met mijn eigen leven verder gaan.

Maar soms komt er een kink in de kabel. Dan passeert dat globale vaste tijdstip, zonder aandrang. En uitgerekend dan zal je natuurlijk zien dat ik visite verwacht. Naarmate het bezoektijdstip nadert, groeit de kans dat mijn darmstelsel ontwaakt. Zo van ‘Hé, zijn we niet wat vergeten vandaag? Oh ja. Nou laten we daar dan maar snel wat aan gaan doen.’

Op zulke momenten gedraagt mijn lichaam zich echt strontvervelend. Excusez le mot. Zit ik op het toilet, hopend dat er snel wat komt (nee, niet bij de voordeur; daarvoor is het nu juist het meest ongelegen moment), en exact, maar dan ook werkelijk exact op het moment suprême … gaat de voordeurbel. Néé hè! Jawel. Vandaag was het voor de derde keer raak. Eerlijk waar.

Zal ik voortaan een briefje aan de voordeurknop hangen met de boodschap: ‘Ben ff poepen’? Dit is toch heel menselijk, nietwaar?

Noem mijn huis geen krot

In maart 2016 zien we elkaar voor het eerst weer sinds mijn vertrek. Een goede bekende. Ze wil alles weten over het oude huisje dat ik heb gekocht. Ik vertel over het achterstallige onderhoud, de stroomstoring en de lekkage. Dat werd in die periode allemaal aangepakt tijdens een langdurige renovatie. Sindsdien is er veel gedaan. Dus waarom zei ze dan laatst tegen een medewandelaarster dat ik in een krot woon?

Het was vast een vriendschappelijk plagerijtje; bedoeld als aanzet tot het volgende gespreksonderwerp. Of kwam het door haar gemoedstoestand? Een afwijzing van haar werk heeft geleid tot veel onzekerheid. Moet ik nu stilstaan bij beweegredenen en gevoeligheden? Bij de ragfijne lijntjes die vrouwen onderling en met andere wederzijdse kennissen verbinden? Zijzelf heeft mijn huis nooit gezien.

Mijn huis is geen krot. Mijn huis is mooier, beter, groter en confortabeler dan dat van zeker zes miljard andere wereldbewoners. En niemand heeft zo’n bijzonder toiletstalletje als ik. Trouwens, genoeg krotbewoners zijn met reden trots op hun woning. Zij maken daar namelijk ook het beste en wat moois van. Dat heb ik in meerdere sloppenwijken gezien.

In sloppenwijken regelen bewoners zelf schoon drinkwater, elektriciteit, schooltjes en medische voorzieningen. Met hulp, dat wel. En zij verfraaien hun huisjes evengoed met kleurrijke kalenderplaten en fleurige gordijnen. Ze hebben daar winkels, mobiele telefoons, videobioscopen en tv. Alsof sloppenwijkbewoners in steden allemaal zo armzalig zijn. Veel van hen bezitten nog een tweede huis op het platteland, waar ze vandaan komen en waar hun verwanten wonen.

Ik bewoon een arbeidershuisje in een villadorp. Misschien doet de vergelijking iets met de beeldvorming.

Als in een Amerikaans shopping center

Ze zitten aan de overkant van het gangpad, in de bus vanaf station Westervoort. Zij is een donkere vrouw met Mickey Mouse knotjes in haar haar en hij is een jonge man. De vorm van zijn blanke gezicht verraadt sporen van vermenging, maar ik kan hem niet direct thuisbrengen. Ze spreken Engels met elkaar. Zijn Engels klinkt Amerikaans. De bus rijdt naar Duiven Centerpoort Noord; zo’n bedrijventerrein annex meubelboulevard.

Ze zijn op weg naar IKEA en ik moet er uit bij dezelfde bushalte. Dit is een handig bedrijventerrein. Mijn keuken en diverse woonaccessoires komen hier vandaan. Vandaag ga ik naar een beddenzaak toe. Vermoedelijk verdwijnt het laatste aardappelveld tussen Westervoort en Centerpoort Noord spoedig onder een nieuw gebouw.

Eigenlijk is de route saai. Maar dan draait de bus naast Intersport het terrein op. Daar waar de Gouden Bogen van McDonalds overal bovenuit torenen en de grote bedrijfsgebouwen vol in zicht komen. De jonge man raakt helemaal opgewonden. ‘This place looks like an American shopping center!’, exclameert hij verrukt. Hij begint nog net niet te stuiteren wanneer IKEA recht voor ons opdoemt.

Ach, hoe aandoenlijk. Zou hij veel heimwee hebben? Want laten we wel wezen. Deze bedrijfspanden en parkeerterreinen zijn toch miniversies van wat je aantreft in Amerika. Geluk schuilt in kleine dingen, ook al gaat het om megavestigingen op een bedrijventerrein.

Iedereen vindt hier wat herkenbaars. Ondanks heimwee kan je je prima thuis voelen in dit kikkerland. Al is het maar voor even. Ook ik haal reisherinneringen op in shopping malls bij Starbucks en McDonalds.

De laatste ronde voor mijn trouwe wasmachine

AEG laat je niet in de steek, luidt een welbekende oude reclameslogan. Wat mijn wasmachine betreft, is dit zeker waar. Alleen heeft mijn apparaat het zwaar sinds hij hier op een houten vloer staat. Wassen en spoelen doet hij zachtjes, maar dan dat centrifugeren. In de woonkamer klinkt het alsof er een helikopter van zolder opstijgt. En steeds maakt dat geluid mij ongerust, want de vloer trilt even hard mee. Vorige week leek het nog erger dan anders. Het haperen is begonnen.

Nu komt er een nieuwe Asko-wasmachine. Eentje die speciaal voor houten vloeren is gemaakt. Hij heeft vier schokdempers en wordt volgende week geplaatst. De verkoper benadrukte dat ik ‘een premium product’ heb aangeschaft, waarvan ‘de techniek ook in bedrijfsapparaten wordt toegepast.’ Zo, nou, we gaan het zien. Het was uiteraard wel weer de duurste optie van de ‘basic’ machines.

Vandaag heeft mijn veertien jaar oude wasmachine zijn laatste wasje gedraaid. Alsof het zo moest zijn, maakte hij nauwelijks geluid. Veertien jaar. Dat apparaat is een kwart van mijn leven huisgenoot geweest. Al die tijd was het wat wassen betreft mijn steun en toeverlaat. Het voelt bijna alsof ik nu mijn AEG in de steek laat. Daarom gaat ons afscheid mij toch een beetje aan het hart.